Hele sector kan VLIF-steun noodstroomgeneratoren aanvragen

Alle subsectoren van de Vlaamse land- en tuinbouw hebben recht op ondersteuning voor noodstroomgeneratoren. Ook opslag – batterijen, bijvoorbeeld – komt daarvoor in aanmerking. Dat antwoordde landbouwminister Joke Schauvliege aan Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer in de commissie Landbouw over het risico op stroomtekorten.De Meyer (CD&V) memoreerde aan een recente waarschuwing van het Federaal Planbureau. Tussen 20 oktober en 28 november zou maar een van de zeven kerncentrales in België werken. Daaruit volgt een redelijke kans op stroomtekorten, maar ook de vrees dat die voorkomen worden door voor de hoofdprijs stroom te importeren. “Hele sector kan VLIF-steun noodstroomgeneratoren aanvragen” verder lezen

Lichte stijging spijbelaars in secundair, basisonderwijs stabiel

Het aantal spijbelaars in het secundair onderwijs is vorig schooljaar licht gestegen, maar de groei is afgeremd. In het basisonderwijs bleef het cijfer voor het derde schooljaar op rij stabiel. Dat antwoordde onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) donderdag in het Vlaams Parlement op vragen van Ingeborg De Meulemeester (N-VA) en Jos De Meyer (CD&V). “Lichte stijging spijbelaars in secundair, basisonderwijs stabiel” verder lezen

Niet zomaar “noemers veranderen”, wel planlast verminderen in het onderwijs

Uit de gegevens van het recente tijdsbestedingsonderzoek bij leerkrachten blijkt duidelijk dat de taak van leraars heel divers is en dat ze meer omvat dan men er buiten de school over weet. Dat bleek toen op de commissie Onderwijs vragen van Vlaams parlementslid Jos De Meyer hierover aan bod kwamen. Nog nooit voordien was er zo’n grootschalig onderzoek (met 9600 respondenten) uitgevoerd binnen Onderwijs. Op de Commissievergadering stelde minister Crevits dan ook terecht: “Had ik geweten wat er allemaal in zit, dan zou ik gevonden hebben dat we vorige legislatuur dat onderzoek al hadden moeten aanvragen. Je kunt niet oordelen over een schoolopdracht of over noemers aanpassen of niet aanpassen als je die resultaten niet hebt.Ook in deze commissie hebben we over dit voorstel gedebatteerd, zonder dat we voldoende kennis van zaken hadden.” “Niet zomaar “noemers veranderen”, wel planlast verminderen in het onderwijs” verder lezen

Commissie Onderwijs – Pensioen en zware functies

Tijd dan voor een opvolgingsvraag van onderwijscommissaris Jos De Meyer over een belangrijk personeelsthema. Hij merkte al meteen fijntjes op dat het zijn overtuiging was dat de belangrijkheid van het thema niet werd bepaald door de duurtijd van de spreektijd en dat hij het bijgevolg beknopt ging houden… Hij maakte een stand van zaken op rond de procedure inzake de zgn. zware functies en herinnerde uitdrukkelijk aan de eerdere standpuntnota van de Vlaamse regering over het pensioendossier. Dan volgde een heel reeks vragen: wat waren de ontwikkelingen intussen in de desbetreffende onderhandelingen, quid met de betrokkenheid van de Vlaamse regering en zou er eventueel een specifiek koninklijk besluit voor de openbare sector kunnen komen waardoor er onder meer voor het onderwijspersoneel spoedig duidelijkheid kon worden gecreëerd? “Commissie Onderwijs – Pensioen en zware functies” verder lezen

Commissie Onderwijs – Taxshelter voor schoolinvesteringen

Deze vraag om uitleg van onderwijscommissaris Jos De Meyer ging terug op o.a. een artikel in De Tijd van 28 juni 2018. Een taxshelter in dit verband zou vooral gericht zijn op bedrijven die een fiscaal voordeel zouden kunnen verwerven als ze investeren in onderwijsapparatuur als opleidingsmateriaal voor scholen. Hoever stond het intussen met dit voorstel van minister Crevits, wilde de vragensteller weten.
De taxshelter was nog geen feit, zo zei de minister. Haar voorstel was drieërlei: een verhoogd afschrijvingspercentage voor ICT en technologische apparatuur die door een bedrijf aan een school geschonken of voor de levensduur ter beschikking gesteld wordt; een taxshelter voor onderwijsinnovatie in een cofinanciering met een school; en de uitbreiding van de fiscale aftrekbaarheid van giften tot alle onderwijsinstellingen voor investeringen in technische uitrusting. Dit paste in diverse maatregelen om de uitdaging van de knelpuntberoepen aan te pakken, de vacante betrekkingen in te vullen en de werking van de arbeidsmarkt te verbeteren. Bij de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) had de minister om goede redenen steun gevraagd voor haar voorstellen. Ten slotte gaf ze een stand van zaken rond het hele proces bij de federale overheid. Het voorstel van de minister was besproken in een interfederale werkgroep. Een en ander werd nu verder concreet bestudeerd, waarna via een passage op het Overlegcomité finaal beslist kon worden.
Vragensteller De Meyer was enthousiast over de genoemde mogelijkheden, onderstreepte nog eens het belang van investeringen door bedrijven in up-to-datetechnologie ten behoeve van de kwaliteit van de afgestudeerden en opperde om ook te kijken naar de grote inspanningen ter zake van de bedrijven in Duitsland.

(uit Nieuwsbrief Katholiek Onderwijs Vlaanderen, Wilfried Van Rompaey)

Zorgkrediet telt mee voor pensioen

Na de hervorming van de mogelijkheden om deeltijds verlof te nemen in het onderwijs was het niet duidelijk in hoeverre bepaalde periodes zouden worden meegeteld voor het berekenen van de latere pensioendatum of het pensioenbedrag van de betrokkenen. In de commissie onderwijs heb ik regelmatig gevraagd naar de stand van zaken. Minister Crevits heeft nu op mijn vraag meegedeeld dat de federale overheid beslist heeft om het zorgkrediet te laten meetellen voor de berekening van het pensioen. Dat is een geruststelling voor het onderwijspersoneel.
Hopelijk komt er binnenkort ook duidelijkheid over de periodes van verlof voor verminderde prestaties.

Verplichte niet-bindende toelatingsproef diergeneeskunde vanaf 2019-2020

Vanaf het academiejaar 2019-2020 zullen studenten die de opleiding diergeneeskunde willen volgen moeten deelnemen aan een verplichte niet-bindende toelatingsproef.Dat heeft Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits geantwoord op een vraag van de parlementsleden Jos De Meyer (CD&V) en Koen Daniels (N-VA). Momenteel zijn er al verplichte niet-bindende toelatingsproeven voor studenten die aan de hogeschool een opleiding tot leraar willen starten en studenten die aan de universiteit een opleiding tot burgerlijk ingenieur of burgerlijk ingenieur-architect willen starten.

Vanaf volgend academiejaar komt er een nieuwe niet-bindende toelatingsproef voor studenten die zich inschrijven in de opleiding diergeneeskunde. Met de toelatingsproef wil Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits de instroom in de opleiding kwalitatiever maken en de slaagkansen verhogen. De proef zal bestaan uit vragen wiskunde, fysica, chemie en een niet-cognitieve vragenlijst, gebaseerd op elementen uit de reeds ontwikkelde ijkingsproeven en ook de SIMON-test van de Universiteit Gent.

Als voorbode hebben de studenten die dit academiejaar ingeschreven zijn aan de universiteiten van Antwerpen en Gent afgelopen week een proef afgelegd. De resultaten van die afname zullen in de loop van volgende maand geanalyseerd worden in functie van de verdere optimalisatie en de validering van de niet-bindende toelatingsproef.

Op vraag van minister Crevits is er een monitoringsrapport gemaakt voor de opleiding diergeneeskunde met gegevens over de instroom, de uitstroom en het studiesucces van de studenten. Uit de monitoring blijkt dat de totale instroom van generatiestudenten in de opleiding redelijk stabiel bleef tussen 2010-2011 en 2016-2017 (ca. 420 generatiestudenten per jaar). Voor het academiejaar 2017-2018 zijn de cijfers nog niet definitief, maar lijkt de instroom gestegen te zijn onder invloed van een groter aandeel Nederlandse studenten. Meer en meer leerlingen uit het TSO starten met de opleiding diergeneeskunde. Zij volgen in het secundair onderwijs vooral de opleidingen biotechnische wetenschappen en sociale- en technische wetenschappen. Zij halen een goed studierendement wat aantoont dat het TSO ook goed voorbereidt op hoger onderwijs.

Het aandeel Nederlandse studenten schommelt rond de 30 %, met een uitschieter in het academiejaar 2015-2016. Het aandeel van studenten met een andere nationaliteit ligt laag. In het academiejaar 2017-2018 lijkt er zoals gezegd terug een verhoogde instroom in de opleiding. Het is afwachten of dit een tendens is die zich doorzet.

Globaal genomen ligt het studierendement van generatiestudenten in de opleiding diergeneeskunde lager dan in soortgelijke opleidingen zoals bio-ingenieurswetenschappen en biologie. Dit sterkt minister Crevits in de keuze om voor de opleiding diergeneeskunde een verplichte niet-bindende toelatingsproef in te voeren. Het studierendement van de buitenlandse studenten ligt lager dan dat van de studenten met de Belgische nationaliteit. Aangezien de verplichte niet-bindende toelatingsproef ook op hen van toepassing zal zijn, zal de signaalfunctie voor studenten die niet uit het Vlaamse secundair onderwijs komen nog pertinenter zijn.

Daarnaast zien we nu al dat het aandeel studenten dat na één jaar stopt in de bacheloropleiding diergeneeskunde licht gestegen is over de jaren: het gaat om bijna een derde van de starters. In lijn met het lagere studierendement, ligt ook het aandeel studenten dat binnen de nominale tijdsduur (3 jaar) een bachelordiploma behaalt. Dat ligt in de opleiding diergeneeskunde lager dan in de verwante opleidingen bio-ingenieurswetenschappen en biologie: nog geen kwart van de starters in de opleiding diergeneeskunde behaalt de bachelor in drie jaar. In de master is de afwijking minder uitgesproken en loopt minder dan een derde van de studenten nog vertraging op.

Als het gaat over de doorstroom naar de arbeidsmarkt is niet de instroom van generatiestudenten van belang, maar wel het aantal diploma’s dat wordt behaald. Dat aantal stijgt, maar minder snel dan de instroom. In 2016-2017 studeerden er 230 masters af. Analoog met het aandeel internationale studenten zien we dat ongeveer 70% van de diploma’s door Vlaamse studenten wordt behaald.

Uit de schoolverlatersstudies van de VDAB blijkt dat slechts 2,5% van de afgestudeerden diergeneeskunde na één jaar nog werkzoekend is. Daarmee doet de opleiding het beter dan verwante opleidingen als bio-ingenieurswetenschappen of biologie met respectievelijk 3,8% en 9% werkzoekende schoolverlaters na één jaar. (Belga)

Graag meer rechtszekerheid bij vergunningenbeleid!

De voorbije tweeënhalf jaar werden 19 bouwaanvragen voor eengezinswoningen geweigerd in de stad Sint-Niklaas, 638 werden verleend. Voor meergezinswoningen werden er in dezelfde periode 47 geweigerd, 96 verleend. Tien verkavelingen werden geweigerd, 20 verleend.
De cijfers geven reeds een tendens aan, maar zijn niet het belangrijkste, aldus raadslid Jos De Meyer, die niet pleit voor een laks beleid maar wel voor meer rechtszekerheid.
Jos De Meyer stelt verder: “burgers, al dan niet bijgestaan door hun architect, moeten bij verkennende gesprekken op het stadhuis een correct juridisch antwoord krijgen gebaseerd op de vigerende wetgeving en niet op basis van subjectieve elementen.
Dit dient ieders belang en de rechtszekerheid! Zo voorkomt men vele nutteloze kosten aan architecten, leegstandsheffingen op woningen die leegstaan en die men wil herbouwen of totaal renoveren.
Ook voor mensen die in de buurt van nieuwe projecten wonen, is heldere juridische informatie essentieel. Welke rechtsregels zijn van toepassing? Wat kan wel of niet gebouwd worden?”
Samengevat, aldus de Meyer: goede, duidelijke en correcte informatie krijgen bij verkennende gesprekken op het stadhuis is voor elke burger essentieel en kan veel leed en kosten voorkomen!

Jos op landbouwstage

Voorzitter van de commissie voor landbouw van het Vlaams parlement Jos De Meyer ging donderdagnamiddag op uitnodiging van de Landelijke Gilde op zomerstage bij de familie D’Hooghe in Nieuwkerken-Waas. Vooral de professionele manier waarop aan verbreding gedaan wordt trok de aandacht van Jos. ‘De landbouwsector ken ik vrij goed in de praktijk door de vele contacten met landbouwers die ik heb, maar hoe een goed melkveebedrijf deze in-de-media-veelbesproken verbreding in de praktijk aanpakt, ben ik enorm benieuwd naar’, liet Jos De Meyer weten voor de start van de stage.

Een uitgebreide familie

Vader Luc en zijn vrouw Betty waren blij om Jos nog eens op het bedrijf terug te zien. Stadsgenoot Jos is immers geen onbekende van de familie. Zonen Pieter en Mathias waren ook aanwezig. Sinds 2014 is Pieter meegestapt in het melkveebedrijf, maar ook zoon Mathias helpt regelmatig na het werk, want hij kweekt al 3 jaar blauwe bessen voor de thuisverkoop. Dochters Leen en Fien konden niet aanwezig zijn, maar zij zorgen samen met mama Betty voor de verbreding op de boerderij. Sinds 2 jaar worden er zeer succesvolle boerderijkampen georganiseerd in de schoolvakanties, bovenop de 50 klassen die reeds te gast zijn op het bedrijf doorheen het schooljaar. Alsof dat nog niet genoeg is, zijn er ook 3 hulpboeren die via groene zorg meehelpen op de boerderij. Hulpboer Tim was dan ook zeer blij met het bezoek.

Een sterke ondernemer

Na afloop van de stage blikt Jos De Meyer tevreden terug: ‘Het was goed om de permanente evolutie in de sector te zien. De complexiteit neemt duidelijk toe. Je moet een sterke ondernemer zijn om vandaag nog zo’n landbouwbedrijf over te nemen. Ik vraag dan ook extra aandacht voor bedrijfsoverdrachten in Vlaanderen. Het was ook goed om te zien hoe duurzaamheid als vanzelfsprekend wordt ingebouwd in alle facetten van het bedrijf. Tot slot heb ik gemerkt dat de familie D’Hooghe zeer goed werk doet voor het draagvlak van onze landbouwsector in de dorpskern van Nieuwkerken-Waas en de bredere regio, ook al is het verbredingsluik praktisch en qua regelgeving niet evident.’ Tijdens de bedrijfsrondgang en de werkjes door werd er grondig gepraat over de bedrijfsstrategie van de familie. ‘Wij willen nog een echte boerderij blijven’, aldus Pieter en Luc, ‘en hopen onze melkveetak dan ook verder te kunnen uitbouwen, zonder dat we hiervoor de verbreding en de varkens moeten afbouwen.’ (Boerenbond, Matthias Vercauteren)

“Oplossing mobiliteitsprobleem verloopt te traag”

Het Waas mobiliteitsprobleem wordt steeds groter en de oplossingen blijven uit, stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V). “Het toenemend vrachtvervoer zorgt in het Waasland voor ernstige mobiliteitsproblemen. De besprekingen over de uitbreiding van de Waaslandhaven en de aankomende werken aan de Oosterweelverbinding maken een oplossing voor het mobiliteitsprobleem nog dringender”, zegt De Meyer. “Er zijn de voorbije jaren oplossingen aangereikt en uitgewerkt. Maar Vlaams minister voor Mobiliteit Ben Weyts vordert tergend traag. Op korte termijn mogen er weinig tot geen concrete realisaties verwacht worden.” Alleen voor een tonnagebeperking van de vrachtwagens die lokale wegen gebruiken, lijkt er vooruitgang. “Nochtans heeft het Vlaams parlement in maart 2014 de resolutie betreffende de mobiliteit over de weg in het Waasland goedgekeurd.” Volgens minister Weyts zit de aanleg van de oostelijke ringweg tussen de E17 en N70 in Sint-Niklaas nog in de onteigeningsfase. De aanleg van een verbindingsweg tussen de N70 en de E34, aansluitend op de N451 te Vrasene, is nog veel verder weg. “Ook Interwaas tracht het draagvlak voor de verbindingsweg E34-N70 nog verder te vergroten. Voor de capaciteitsuitbreiding van de E17 tussen Sint-Niklaas en Zwijndrecht zal na de zomer een studieopdracht worden opgestart.” (Het Laatste Nieuws, JVS)

Nog steeds leegstand van schoolgebouwen bij het GO!

Veel scholen hebben nood aan ruimte, en verouderende schoolgebouwen moeten worden aangepast. Het Vlaamse onderwijs moet dus investeren in scholenbouw, en tijdens de huidige legislatuur is dat ook gebeurd! Toch heeft het Gemeenschapsonderwijs (GO!) op dit ogenblik nog gebouwen in bezit die niet voor onderwijs gebruikt kunnen worden, en die in sommige gevallen zelfs leeg staan. Dat blijkt uit de informatie die Vlaams parlementslid Jos De Meyer opvroeg bij minister Crevits van Onderwijs.
Het is niet zo eenvoudig om een volledig heldere stand van zaken te krijgen over het patrimonium van het GO! In februari 2015 startte de firma Vansteelandt met de opdracht om met Mobile Mapping het hele patrimonium in kaart te brengen. Oorspronkelijk zou dat ten vroegste in 2016 resultaten opleveren, maar ondertussen loopt de opdracht tot eind 2018. Het GO! stelt hierover: ”De inschatting is dat deze tijdig zal worden afgewerkt. “. De opdracht is gegund voor 1,5 miljoen euro.
Dat het GO! nood heeft aan gebouwen, maar dat er tegelijk leegstand is, heeft voor een deel te maken met de aard van de leegstaande gebouwen. Het is niet steeds eenvoudig om een koper te vinden voor een zwembad, een historisch monument of een kasteeldomein met 42 openlucht petanquevelden. Ook het art-deco Hotel Grand Veneur te Keerbergen werd lange tijd geklasseerd als leegstand, tot het voor minder dan 1 miljoen euro verkocht werd aan een projectontwikkelaar, die er nu 10 luxueuze lofts in aanbiedt. Dat men gebouwen verkoopt die niet voor onderwijs in aanmerking komen, is logisch, stelt De Meyer, maar men kan zich dan wel vragen stellen bij het vroegere aankoopbeleid van het GO! en het moeizaam in kaart brengen van hun patrimonium…
————-
Wat moet het GO! met een kasteel?

Anderhalf miljoen euro. Zoveel betaalt het GO! aan het opmetingsbedrijf Vansteelandt om een gedetailleerd beeld te krijgen van zijn duizenden (school)gebouwen, waaronder een kasteeldomein.
Een kasteeldomein met 42 petanquevelden. Een art-decohotel in Keerbergen. Het zijn slechts enkele (voormalige) bezittingen van het Gemeenschapsonderwijs (GO!). Maar hoe uitgebreid het patrimonium precies is en hoe die gebouwen er precies uitzien, is onduidelijk. Het GO! schakelde daarom in februari 2015 de firma Vansteelandt in. De landmeters en scanners kregen 1,5 miljoen euro om het onroerend goed in kaart te brengen. Zij moeten tegen het einde van dit jaar hun bevindingen doorgeven. Dat blijkt uit informatie die Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V) opvroeg bij minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V).
“Het GO! bezit gebouwen die niet voor onderwijs gebruikt kunnen worden en die soms zelfs leegstaan”, zegt De Meyer. Het Vlaams Parlementslid geeft aan dat hij het GO! niet wil aanvallen, maar stelt zich wel vragen bij het vroegere aankoopbeleid en het moeizaam in kaart brengen van het huidige patrimonium. “Het aantal gebouwen moet wel bijzonder uitgebreid zijn, want anders lijkt mij zo’n bedrag voor een studie behoorlijk onbegrijpelijk.”
Staatshervorming
Raymonda Verdyck, afgevaardigd bestuurder van het GO!, begrijpt op haar beurt de vragen van De Meyer niet. Ze benadrukt dat Vansteelandt aan de slag is gegaan na een openbare aanbesteding en wijst op de historische erfenis van haar net. Het Gemeenschapsonderwijs ontstond ‘pas’ nadat de gemeenschappen na de derde staatshervorming in 1988 bevoegd werden voor onderwijs. Voordien was er sprake van het Rijksonderwijs. Die gebouwen gingen rechtstreeks over naar het nieuwe GO! en maken volgens Verdyck het grootste deel uit van het patrimonium.
In totaal zou het GO! over enkele duizenden domeinen beschikken, goed voor een totale oppervlakte van 4 miljoen vierkante meter. Meer dan 90 procent hiervan is al opgemeten. “Het was een titanenwerk”, zegt Herbert Baetens, operations manager bij Vansteelandt. “Wij waren de goedkoopste en hebben systematisch alle gebouwen van binnen en buiten gescand. Vervolgens zijn daar dwarsdoorsnedes en plannen van gemaakt per verdieping.”
Verdyck stelt dat het GO! een inhaalbeweging moest doen. “We hadden geen algemeen beeld van ons patrimonium, omdat de overdracht van het Rijksonderwijs naar ons niet optimaal was. Met deze opmetingen kunnen we bepalen wat we nog kunnen renoveren tot een schoolgebouw of wat we moeten verkopen.”
Het Keerbergse art-decohotel Le Grand Veneur werd zo eind 2015 voor bijna een miljoen euro verkocht. De afgelopen jaren, tussen 2014 en 2017, deed het GO! zo’n 46 gebouwen van de hand. Het leverde in totaal bijna 32,5 miljoen euro op. Verreweg de grootste som, circa 5 miljoen euro, kwam voort uit de verkoop van een indrukwekkende site aan de Jakobinessenstraat in het Brugse stadscentrum.
“Het is zeker niet zo dat we over massa’s geld beschikken”, geeft Verdyck aan. “Elke euro wordt opnieuw geïnvesteerd. We hebben voor onderhoud, renovatie en nieuwbouw 3 tot 4 miljard euro nodig. We krijgen van de overheid jaarlijks 30 tot 40 miljoen euro. In tegenstelling tot andere onderwijsverstrekkers komt al ons geld van de overheid. Wij kunnen geen beroep doen op giften of leningen.”
(Voormalige) panden van het GO! (De Morgen, REMY AMKREUTZ)

116 bedrijfsovernames met VLIF-steun in 2017!

In 2017 konden 116 jonge landbouwers een bestaand bedrijf overnemen dankzij een financieel duwtje onder de vorm van VLIF-overnamesteun. Die steun kan 40.000, 55.000 of 70.000 euro bedragen, afhankelijk van het brutobedrijfsresultaat. De meeste overnames gebeurden in de provincie Oost-Vlaanderen, gevolgd door de provincies West-Vlaanderen en Antwerpen, dat blijkt uit een antwoord op een parlementaire vraag van Jos De Meyer (CD&V) om de verjonging in de Vlaamse land- en tuinbouwsector in kaart te brengen.

Hoewel de landbouwsector nood heeft aan jonge landbouwers die mee kunnen reageren op nieuwe omstandigheden en kunnen instaan voor het behoud van een toekomstgerichte en duurzame landbouwsector, is het voor de jonge generatie niet gemakkelijk om zich te vestigen op een eigen landbouwbedrijf. De Vlaamse Overheid wil hen daarin steunen met directe financiële middelen.

Jonge landbouwers – tot 40 jaar – kunnen beroep doen op VLIF-overnamesteun wanneer ze een bestaand landbouwbedrijf willen overnemen. Die steun kan 40.000, 55.000 of 70.000 euro bedragen, afhankelijk van het brutobedrijfsresultaat. De Vlaamse Overheid wil daarmee jonge landbouwers ondersteunen die zich voor het eerst vestigen in de land- en tuinbouwsector. “De beschikbare middelen liggen vast. Ze volstaan om tot 2020 aan ongeveer 1000 jonge landbouwers vestigingssteun toe te kennen”, legt Johan Deschryver van het Vlaams Fonds voor Landbouw en Visserij uit.

In 2017 konden zo 116 jonge landbouwers een bedrijf overnemen met behulp van VLIF-overnamesteun, dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege op een parlementaire vraag van Jos De Meyer (CD&V) om de verjonging in de land- en tuinbouwsector in kaart te brengen. In de provincie Oost-Vlaanderen (30) vonden het meest overnames plaats, gevolgd door de provincies West-Vlaanderen (28), Antwerpen (25), Limburg (22) en Vlaams-Brabant (11). Over heel Vlaanderen werden vooral bedrijven overgenomen in de sectoren ‘bloemen en sierplanten onder glas’ (36), ‘varkensfokkerij en mesterij’ (26) en ‘melkvee’ (10). (Vilt, beeld: Liba)

RUP Industriepark Noord eenparig van de gemeenteraad afgevoerd op vraag van raadslid Jos De Meyer

Op dit moment kunnen de bedrijven 9 meter hoog bouwen; volgens het nieuwe RUP: 12 meter (73.100 m²), 18 meter (232.000 m²) of 30 meter (44.000 m²). In totaal zou er dus op 349.100 m² veel hoger kunnen gebouwd worden.
Daarnaast zijn er mogelijkheden voor betere samenwerking tussen de bedrijven, beter ruimtegebruik, een aantal ecologische doelstellingen en er zijn een aantal bijkomende fietspaden doorheen het industriepark.
Op de hoorzitting voor de buurt bleek de vrees voor nog meer verkeersellende in de omliggende straten: in de Hoge Heerweg, het kruispunt Hoogkameren, de Houten Schoen en de Meulenaerstraat, evenals voor de gevolgen voor de luchtkwaliteit in deze straten.
Men vond het ook jammer dat er met de burgers uit de buurt geen voorafgaandelijk overleg en inspraak had plaats gevonden, wat wel het geval was voor de bedrijven.
Ook de toekomstige mogelijke hoogte van de gebouwen bleek een zorg omwille van het zicht, maar vooral de vrees voor nog meer bedrijvigheid en dus ook voor nog meer verkeer.
Het toekomstig “instrumentendecreet” (nog goed te keuren voor de Vlaamse Overheid) voorziet in de ontwerpteksten dat een meerwaarde “plan baten” kan geheven worden op onder meer bedrijven in bedrijventerreinen die ten gevolge van een nieuw RUP fors hoger kunnen bouwen. Deze inkomsten die de stad toekomen, kunnen gebruikt worden om bijvoorbeeld de verkeerssituatie in de omliggende straten aan te pakken, om op andere plaatsen in de stad “planschade” te betalen en zullen zeker het debat over de toekomstige hoogte van de bedrijven heropenen.
Het waren deze overwegingen die de voltallige gemeenteraad – op vraag van raadslid Jos De Meyer – lieten beslissen om deze plannen van de gemeenteraad af te voeren.

50 jaar Interwaas

Op de foto met de gouverneur van Oost-Vlaanderen, collega’s Wase volksvertegenwoordigers en burgemeesters en directeur Bart Casier.
Een stijlvolle viering waarbij Bart Casier terecht een pleidooi hield voor meer Wase solidariteit… (foto: Stefaan Van Hul)

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vraagt opnieuw aandacht voor “de pensioenen in het onderwijs”

Voor deze nieuwe pensioenvraag van onderwijscommisssaris Jos De Meyer verwijs ik vooraf graag naar een heel toegankelijk en interessant artikel in Knack van 6 juni 2018 (voor de abonnees), waarmee ik zelf het hele verhaal over zgn. preferentiële tantièmes en het vereiste aantal jaren om aan een “volledig pensioenbedrag” te komen enz. (eindelijk) goed begreep. Ook het interview in datzelfde nummer met experte-professor Ria Janvier is verhelderend om de ruimere context te vatten. Uit het antwoord van minister Crevits meende ik te kunnen opmaken dat zij dat interview ook gelezen had, maar haar kennis ter zake kan uiteraard ook uit andere bronnen gekomen zijn.

Jos De Meyer over de lijst van zware beroepen: die lijst oogde zeer ruim, maar bevatte niet de directiefuncties in het onderwijs. Hoe zag de minister een en ander en hoe kon worden gegarandeerd dat eventuele budgettaire opbrengsten van een pensioenaanpassing niet van het Vlaamse naar het federale niveau zouden verhuizen?

Door de aard van de zaak kon minister Crevits niet op alle vragen antwoorden. Ze beschreef om te beginnen de stand van zaken in het bevoegde Comité A, zowel wat het voorontwerp van wet hierover (met o.a. de methode om de lijst op te stellen; wél al onderhandeld) als het voorontwerp van koninklijk besluit (met de eigenlijke lijst; nog niet onderhandeld) ter uitvoering daarvan betrof. Het was duidelijk nog work in progress. De gemeenschappen en gewesten zijn vertegenwoordigd in dat Comité A. Dat overleg moest nu zijn verdere verloop krijgen, maar de minister herhaalde hier alvast wat daarover eerder al in de Vlaamse regering was afgesproken en zij ook al bij eerdere gelegenheden in deze Commissie gezegd had.

In zijn repliek zoomde vragensteller De Meyer in op de zaak van de directeurs, met name in het basisonderwijs en erkende dat er over het thema “pensioen in onderwijs” nog heel wat overleg nodig was. Vervolgens intervenieerden onderwijscommissarissen Koen Daniëls resp. Ann Brusseel…

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over zware beroepen in de onderwijssector van Jos De Meyer” aan minister Hilde Crevits.
(uit nieuwsbrief Katholiek Onderwijs Vlaanderen, Wilfried Van Rompaey)

Warm pleidooi van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer voor voldoende middelen voor het land- en tuinbouwonderwijs!

Land- en tuinbouw en het onderwijs daarin liggen onderwijscommissaris Jos De Meyer na aan het hart. Inzake uitrusting hadden zulke scholen heel wat noden, die zij onvoldoende konden betalen vanuit de reguliere werkingsmiddelen en voor bv. steun van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds kwamen ze niet in aanmerking. Wat kon de minister doen?

Minister Crevits legde nauwkeurig uit hoe de financiële regelgeving voor land- en tuinbouwscholen ineenzat: zowel wat betrof het huidige puntengewicht bij de berekening van de werkingsmiddelen, als de uren-leraar voor teeltleiders, de (extra) eenmalige investering in didactische uitrustingsgoederen dit schooljaar en de AGION-mogelijkheden voor uitrusting bij een nieuwbouw- of verbouwingsproject.

Vragensteller De Meyer erkende al die mogelijkheden, maar wilde toch een duidelijk signaal geven over de zeer grote noden van de betrokken scholen. Interveniënt Koen Daniëls verwarde aanvankelijk wel even die zgn. hoogste coëfficiënt (voor werkingsmiddelen) met de extra uren-leraar voor teeltleiders, maar goed, hij wilde vooral het debat nog verder verruimen naar andere studierichtingen in het technisch en beroepsonderwijs, waar ook heel wat noden waren, en legde een bruggetje naar het regeerakkoord (over het delen van materiaal) en de RTC’s.

Minister Crevits had wel oren naar die verruiming van het thema, maar inzake het totale financiële plaatje van onderwijs herhaalde ze ook dat het secundair onderwijs beter gefinancierd was dan hoger en basisonderwijs en dat dat laatste haar eerste prioriteit was. Ze had wel, ten behoeve van een aantal studierichtingen in het technisch en beroepsonderwijs, een interessant fiscaal voorstel op de federale tafel gelegd, maar dat was nog niet goedgekeurd.

Vragensteller De Meyer besloot met een klein tikje richting-Koen Daniëls en met de vraag om in een volgende investeringsronde aandacht te (blijven) hebben voor het land- en tuinbouwonderwijs.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de vraag vanuit het land- en tuinbouwonderwijs naar investeringssubsidies voor het aanschaffen van uitrusting van Jos De Meyer” aan minister Hilde Crevits.
(uit nieuwsbrief Katholiek Onderwijs Vlaanderen, Wilfried Van Rompaey) (foto: Vilt)

Schoon sanitair belangrijk voor iedereen, niet het minst voor kinderen op school!

Vermits een goede hygiëne belangrijk is, ook voor de schoolgaande jeugd en zeker voor peuters en kleuters vroeg Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer aan minister Crevits welke inspanningen op dit vlak deze legislatuur gebeurd zijn.

Bij nieuwbouw of grondige renovatie wordt uiteraard nieuw of vernieuwd sanitair ter beschikking gesteld aan de kinderen. Daarnaast bestaat ook de mogelijkheid dat schoolbesturen uitsluitend het sanitair van de school vernieuwen.

“Hiervoor werden 570 aanvragen gesubsidieerd voor een totaal subsidiebedrag van 66.515.924,94 euro,” antwoordde minister voor Onderwijs Hilde Crevits op een schriftelijke vraag van De Meyer

“Voor het officieel gesubsidieerd onderwijs bepaalt AGION de prioriteiten voor de subsidiëring voor schoolinfrastructuur in nauw overleg met de respectievelijke onderwijskoepels (OVSG en POV). De nadruk ligt hierbij op nieuwbouwdossiers en grote renovaties. De nieuwbouwdossiers omvatten ook een onderdeel sanitair. In vele gevallen is bij de verbouwingsdossiers ook een onderdeel sanitair inbegrepen. Dit wordt echter niet apart opgesplitst noch gerapporteerd.
Voor het vrij gesubsidieerd onderwijs is het wel mogelijk om bij AGION een subsidieaanvraag in te dienen die betrekking heeft op enkel werken aan het sanitair (als een uitzonderingsprocedure). Tot juli 2016 ging het daarbij om een afwijking van de chronologie van de wachtlijst (in de bijlage – “EK sanitair”). Sinds juli 2016 hervormde AGION in het kader van het Masterplan Scholenbouw de subsidieprocedures en vanaf dan kan er een aanvraag ingediend worden voor werken aan het sanitair via de “verkorte procedure sanitair”.
De afgelopen jaren werd het volgende aantal aanvragen “sanitair” ingediend in het vrij gesubsidieerd onderwijs, waarvoor een AGION-subsidiebedrag werd toegekend.”

Aantal aanvragen per jaar en het subsidiebedrag

2014: 117, 14.668.496,79 euro
2015: 132, 13.695.119,27 euro
2016: 149, 16.501.667,96 euro
2017: 155, 18.348.941,66 euro
2018 (tot 1 mei 2018): 17, 3.301.699,26 euro

TOTAAL: 570 66.515.924,94 euro

Bijna 7.000 inschrijvingen voor vernieuwd toelatingsexamens arts en tandarts

Met aanvullende informatie, met name over de niet-bindende toelatingsproef diergeneeskunde.
De nieuwe formule voor de toelatingsexamens voor de opleidingen arts en tandarts schrikken de kandidaat-studenten niet af. Zo hebben zich 5.700 studenten ingeschreven voor het vernieuwde examen arts en 1.227 voor het examen tandarts. Vorig jaar ging het samen nog om 6.300 kandidaten. Dat heeft Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) donderdag in het Vlaams Parlement bekendgemaakt in antwoord op vragen van Jos De Meyer (CD&V), Koen Daniëls (N-VA) en Jenne De Potter (CD&V).

Het toelatingsexamen arts-tandarts krijgt dit jaar na 20 jaar een grondige opfrisbeurt. Er komt een apart examen voor arts en tandarts (respectievelijk op 3 en 4 juli in Brussels Expo). Verder zal de moeilijkheidsgraad iets lager liggen, maar ligt het aantal kandidaten dat zal toegelaten word en wél al op voorhand vast, de zogenaamde ‘numerus fixus’. Enkel de best gerangschikte deelnemers zullen aan de opleiding kunnen starten.
Die nieuwe formule lijkt de studenten alvast niet af te schrikken. Zo hebben er zich volgens minister Crevits 5.700 kandidaten ingeschreven voor het examen arts en 1.227 voor de opleiding tandarts. Dat zijn er meer dan de 6.300 kandidaten tijdens de gezamenlijke proef vorig jaar.
De overgrote meerderheid van de kandidaten is vrouw. Voor de opleiding arts gaat het bijvoorbeeld om 1.844 mannen en 3.856 vrouwen. Voor de opleiding tandarts om 364 mannen en 863 vrouwen. Die trend is op zich niet nieuw. Volgens minister Crevits blijkt uit cijfers dat de jongens verhoudingsgewijs wel vaker slagen dan de deelnemende meisjes. Het is afwachten wat de mogelijke impact is van de vernieuwde examenformule.
De bijna 7.000 ingeschreven kandidaten zullen ‘strijden’ om het beperkte aantal plaatsen in de twee opleidingen. Voor volgend academiejaar gaat het om maximum 1.102 starters voor de opleiding tot arts en maximum 135 starters voor de opleiding tot tandarts.
Minister Crevits had ook cijfers mee van het aantal inschrijvingen voor de nieuwe verplichte niet-bindende toelatingsproeven voor de studies burgerlijk ingenieur en burgerlijk ingenieur-architect. Daar gaat het intussen om meer dan 1.100 inschrijvingen (923 voor burgerlijk ingenieur en 196 voor burgerlijk ingenieur-architect).
Voor de burgerlijk ingenieurs zijn 8 op de 10 deelnemers mannen, voor burgerlijk ingenieurs-architect is het genderevenwicht behoorlijk in balans. Daar gaat het om 56 procent vrouwen. De inschrijvingen voor de proef, die plaatsvindt op 2 juli, lopen nog tot 8 juni. Op 1 september wordt de proef nogmaals georganiseerd voor wie nog niet deelnam.
Wat de opleiding diergeneeskunde betreft, komt er volgens Crevits pas in 2019 een verplichte niet-bindende toelatingsproef voor aanvang van de opleiding. De CD&V-minister betreurt zelf dat het allemaal zo lang duurt, maar de proef staat blijkbaar nog niet helemaal op punt.
Nieuw ingeschreven studenten diergeneeskunde zullen volgend academiejaar (2018-2019) al wél twee proeven voorgeschoteld krijgen, maar dan pas na hun inschrijving. Op een niet-bindende proef voor aanvang van de opleiding is het wachten tot in 2019. CD&V-parlementslid Jos De Meyer hekelt de traagheid in het dossier, een frustratie die gedeeld wordt door de minister zelf. “Ik vond dat die toets vorig jaar al had uitgewerkt moeten zijn”, aldus minister Crevits, die de universiteiten aanspoort snel met een kwalitatieve proef op de proppen te komen. (Belga, foto: Bruno Van Gasse)