Tussenkomst Jos De Meyer bij de bespreking decreet eindtermen plenaire zitting

Het ontwerp van decreet dat nu voorligt, heeft een lange voorgeschiedenis. Er ging een maatschappelijk debat aan vooraf over wat in ons onderwijs aan bod moet komen. Ik wil hier onze waardering uitdrukken voor iedereen die een rol heeft gespeeld bij het tot stand komen van de eindtermen die vandaag voorliggen. Na het maatschappelijke en politieke debat keurde dit parlement begin dit jaar een kaderdecreet goed dat zorgde voor een nieuwe architectuur van onze onderwijsdoelen en dat ook een nieuwe procedure voorzag voor de ontwikkeling ervan.


Dit kaderdecreet gaat ervan uit dat eindtermen geformuleerd worden op basis van zestien sleutelcompetenties, die ervoor moeten zorgen dat jonge mensen gevormd worden om de uitdagingen van de 21ste eeuw aan te kunnen en riep ontwikkel- en valideringscommissies in het leven die ze tot stand moesten brengen.
Via een goede taakverdeling zijn het deze commissies die samen met de onderwijsdiensten hebben gezorgd voor het kwaliteitsvolle resultaat dat vandaag voorligt. Ook hen wil ik hiervoor uitdrukkelijk bedanken.
De eindtermen zijn, zoals het kaderdecreet voorziet, niet onderverdeeld in vakgebonden doelen, ze worden geformuleerd los van de vakken. Daarmee krijgt het onderwijsveld ruimte voor eigen keuzes om ze te realiseren. In hun leerplannen kunnen de onderwijsverstrekkers zelf kijken hoe ze, vertrekkend van de eindtermen, verbindingen leggen.
In het werken met de eindtermen beperken we ons niet tot een inspanningsverbintenis, maar moeten er ook resultaten gehaald worden.
Een van de belangrijke doelstellingen bij het vastleggen van de eindtermen was soberheid: minder, maar helder en duidelijk, competentiegericht en evalueerbaar.

Onderwijs is een samenspel van kennis, vaardigheden, inzichten en attitudes, waarbij elk element cruciaal is. Het is dan ook goed dat in het ontwerp van decreet nieuwe keuzes worden gemaakt, die onze jongeren voorbereiden op zelfstandig functioneren in de samenleving.
Vandaar ook de specifieke aandacht voor de basisgeletterdheid. Het is zeer belangrijk om aan te geven wat echt door alle leerlingen minimaal moet worden bereikt binnen het onderwijs. Daarbij moet wel de haalbaarheid in het oog worden gehouden.
Voor het eerst liggen ook eindtermen voor de B-stroom voor. Die voor zo veel mogelijk leerlingen bereiken, wordt een extra uitdaging voor die leerkrachten. Ook voor die eindtermen moet de lat op de juiste hoogte gelegd worden: ze moeten voldoende uitdagend zijn, maar nog steeds haalbaar.
Zinvol is ook dat scholen en leerkrachten nog voldoende ruimte krijgen voor bijkomende doelen om vanuit hun eigen pedagogisch project met professionele passie ons onderwijs vorm te geven.
Onderwijs is nooit af.
Samen met het werkveld zullen de volgende stappen gezet worden. Daarbij hebben wij een groot vertrouwen in de deskundigheid en de betrokkenheid van de experts in de scholen, de leerkrachten. Die moeten zich gaandeweg “eigenaar” weten worden van de eindtermen en ze vertalen naar de realiteit van de school, de klasgroep en de leerling.
Daarbij zullen ze geholpen worden door pedagogische begeleiding en zullen ze feedback krijgen in samenwerking met de vernieuwde onderwijsinspectie. Die zelfde dynamiek zal ook spelen bij de eindtermen voor andere graden en onderwijsniveaus.

Het motto van deze Vlaamse Regering is “Vertrouwen-Verbinden-Vooruitgaan”.
Graag spreek ik hier nu mijn vertrouwen uit in al wie het goed meent met ons onderwijs, en in wie zich er dag in dag uit deskundig en creatief voor inzet. Door hen zullen we met deze eindtermen in een productief samenspel tussen autonomie en dialoog ons onderwijs in de 21e eeuw realiseren. Het gaat er hem immers niet enkel om dat we leerlingen vormen die voorbereid zijn op de maatschappij, het gaat er hem om dat we leerlingen vormen die ook de evolutie in de maatschappij vorm kunnen geven.