Het aantal leerlingen in het nijverheidstechnisch onderwijs moet stijgen.

Het aantal leerlingen in ons nijverheidstechnisch onderwijs moet stijgen, concludeert Vlaams parlementslid Jos De Meyer uit de cijfers die hij opvroeg bij minister Crevits van Onderwijs. Volgens de cijfers van oktober 2018 is op dit ogenblik slechts 14% van de leerlingen in de 2e en 3e graad van het secundair onderwijs ingeschreven in een “nijverheidstechnische” richting. In 1996 ging het nog om 20,45%, in 2016 om 15,7%. Dat nijverheidstechnisch onderwijs is geen aparte categorie in de tellingen, het is de samenbundeling van de studiegebieden Auto, Bouw, Hout, Koeling en Warmte, Mechanica-elektriciteit en Textiel. Over heel Vlaanderen zijn er in Mechanica-elektriciteit wel 123 leerlingen meer ingeschreven en in Textiel 3, maar dat weegt niet op tegen de dalingen in de andere studiegebieden. In het secundair onderwijs is er op dit ogenblik een groeiend leerlingenaantal in de eerste graad. We moeten dus zoals dat voorzien is in de vernieuwde eerste graad zeker inzetten op een goede oriëntatie, stelt De Meyer, want onze maatschappij heeft nood aan voldoende afgestudeerden met een STEM-profiel.

Naast de modernisering van het secundair onderwijs geeft minister Crevits in haar antwoord aan De Meyer nog andere manieren aan om STEM-onderwijs verder te versterken. Er worden middelen ter beschikking gesteld voor lerende netwerken in het basis- en secundair onderwijs om een duurzaam STEM-beleid te garanderen, en Regionale Technologische Centra (RTC) zetten in op intensieve STEM-bijscholingsworkshops aan tso- en bso-scholen en ondersteunden innovatieve samenwerkingsprojecten tussen scholen en bedrijfsleven. Er zullen ook budgetten worden vrijgemaakt om nieuwe trajecten te stimuleren en te delen. Daarnaast heeft de structurele invoering van het duaal leren o.m. tot doel het beroepsgericht en technisch onderwijs te versterken en de praktische kennis van de bedrijven mee te nemen in het onderwijs om zo de kloof tussen onderwijs en onderneming te verkleinen. Verder krijgen secundaire scholen met specifiek beroepsgericht en/of technisch studieaanbod kregen vorig schooljaar extra werkingsmiddelen voor de investering in didactische uitrustingsgoederen. Het is de bedoeling om die extra werkingsmiddelen ook dit schooljaar toe te kennen.

“Samen met de minister bevoegd voor Werk, Economie, Wetenschap en Innovatie actualiseren we de STEM-aanpak en bouwen we een sterke STEM-regie uit, waardoor STEM nog beter wordt gecoördineerd,” stelt minister Crevits. “We versterken ook de STEM-didactiek in TSO/BSO op basis van de resultaten van het SBO-project ‘STEM@school’. Vanaf 2019 zal er specifiek worden ingezet op de ontwikkeling van een STEM-didactiek voor de eerste graad, maar ook voor TSO en BSO. Daarbij wordt uiteraard heel sterk ingezet op co-creatie We werken aan de verdere uitrol van de STEM-Academies, met onder meer de ambitie om een STEM-academie tot in elke gemeente te brengen. Dit zal hopelijk impact hebben op een grotere instroom in TSO en BSO-STEM.”

De Meyer volgt de evolutie al langer, en waardeert de initiatieven. “Het is ook nodig dat er iets gebeurt,” vindt hij, “want als de vraag naar technisch geschoolden verder stijgt, moet zeker ook het aandeel van de nijverheidstechnische studierichtingen op peil blijven. Niet door leerlingen in een bepaalde richting te duwen, wel door een goed oriëntatieproces.”