SAMEN VOOR EEN STERK EN VEERKRACHTIG BASISONDERWIJS!

Vandaag hebben de sociale partners op vraag van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits gezamenlijk hun toekomstplan voor het basisonderwijs in het Vlaams Parlement voorgesteld. Daarin tekenen zij een sterke lange termijnvisie uit en vragen zij een investeringsplan op drie sporen: de koopkracht van de basisscholen, de versterking van het lerarenteam en de ondersteuning van de schoolorganisatie. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer sprak tijdens de hoorzitting de steun uit voor deze drie sporen: “Voor CD&V is investeren in basisonderwijs de prioriteit voor de volgende bestuursperiode.”

In de loop van deze legislatuur is de roep naar een eigen toekomstplan voor het basisonderwijs steeds luider gaan klinken. Daarom heeft Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits de sociale partners gevraagd een voorstel van plan uit te tekenen en vandaag voor te stellen in de commissie onderwijs van het Vlaams Parlement.

De sociale partners stellen een langetermijnvisie en concreet investeringsplan voor op 3 sporen: de basisfinanciering van elke school, inzetten op brede professionele schoolteams als motor van de basisschool en een slagkrachtig basisonderwijs met sterk schoolleiderschap. Tegelijkertijd erkennen zij dat op elk van deze sporen al een eerste stap gezet werd deze legislatuur.

Jos De Meyer bevestigt dat er nood is aan een legislatuuroverschrijdende aanpak: “We willen als CD&V-fractie volop gaan voor een breed gedragen plan dat in de komende jaren het basisonderwijs de nodige slagkracht geeft.”

Basisfinanciering voor elke school

Nergens renderen investeringen in onderwijs beter dan in het basisonderwijs. Dat geldt bij uitstek voor het kleuteronderwijs. Toch is er een historische kloof ontstaan in de financiering tussen de verschillende onderwijsniveaus. Nochtans verwachten wij vandaag ook van kleuters dat zij al vroeg en voldoende naar school komen. Daarom vragen de sociale partners onder meer om de werkingsmiddelen voor het kleuteronderwijs verder op te trekken tot het niveau van het lager onderwijs.

Deze legislatuur werd op dit vlak al een eerste stap gezet door de jaarlijkse werkingsmiddelen voor het kleuteronderwijs structureel met 10 miljoen euro te verhogen en eenmalig nog eens 10 miljoen euro extra te voorzien voor 2019. Ook de 950 euro voor elke nieuwe anderstalige kleuter die een school inschrijft en de indexering van de werkingsmiddelen dragen hiertoe bij.

Bovendien is er de voorbije jaren door minister Crevits voor meer dan 1,1 miljard euro geïnvesteerd in projecten scholenbouw in het basisonderwijs.

Inzetten op brede professionele schoolteams als motor van de basisschool

Daarnaast vragen de sociale partners om schoolteams zowel kwantitatief als kwalitatief te versterken. Zo vragen zij onder meer tijd, ruimte en middelen voor professionalisering zodat leerkrachten hun expertise verder kunnen verdiepen en een complementair schoolteam wordt uitgebouwd. Zij zien hier ook kansen voor een master die specifiek is opgeleid voor het basisonderwijs. Tot slot vragen zij ook meer zorgondersteuning op de werkvloer. Ook op dit spoor werden deze legislatuur al de eerste stappen gezet. Zo kwam er dankzij een sterke CAO naast de loonsverhogingen ook een lerarenplatform voor beginnende leerkrachten dat van een uitgebreide aanvangsbegeleiding een recht en een plicht maakt. Dit schooljaar kregen de basisscholen al 9 miljoen euro aan werkingsmiddelen die exclusief moesten gebruikt worden om de leraar in de klas te ondersteunen. Op 1 januari kwam daar eenmalig nog eens 10 miljoen euro of ongeveer 223 voltijdse onderwijzers bij.

Slagkrachtig basisonderwijs met sterk schoolleiderschap

Het derde spoor vraagt investeringen in een sterk en professioneel schoolleiderschap. Onderzoek bevestigt immers dat schoolleiders een zeer belangrijke impact hebben op de kwaliteit van het onderwijs dat een school aanbiedt. Daarom vragen de sociale partners investeringen in administratieve, pedagogische en beleidsondersteuning via een geïntegreerde puntenenveloppe. Daarnaast vragen ze om de huidige figuur van de scholengemeenschappen te optimaliseren en nieuwe mogelijkheden te bieden. Tot slot uiten zij de wens om in het kader van de loopbaanonderhandelingen tot een overlegd profiel te komen van de competenties die voor een schoolleider vereist zijn.

Om het schoolleiderschap te versterken maakte minister Crevits vanaf dit jaar recurrent 20 miljoen (446 voltijdse administratieve medewerkers) vrij. Daarnaast werd vanaf het huidige schooljaar de lesopdracht van directeurs van kleine scholen verminderd. Directeurs van scholen met meer dan 100 leerlingen hoeven helemaal geen lesopdracht meer op te nemen. Tot slot werden de lonen voor directeurs basisonderwijs ongeacht de schoolgrootte opgetrokken tot het niveau van de hoogste lonen.

CD&V pleit voor een omvattend plan en een financieel groeipad voor het basisonderwijs. Dat moet de grondslag vormen voor een versterking van onze basisscholen, in co-creatie met alle onderwijsactoren.

Jamila Lachkar: “We hebben terecht grote verwachtingen naar het onderwijs, en naar de basisscholen in het bijzonder. Basisscholen vormen voor vele kinderen een cruciaal startpunt, niet enkel voor een succesvolle schoolcarrière. Ze reiken de fundamenten aan voor een rijke persoonsvorming en een kritisch-creatieve integratie van onze kinderen in de maatschappij van de toekomst.”

Jan Durnez: “De drie investeringssporen die het toekomstplan van de sociale partners uittekent, zijn ook de sporen waarop we deze legislatuur al een eerste stap hebben gezet met een sterke CAO, meer werkingsmiddelen voor het kleuteronderwijs en administratieve ondersteuning voor leerkrachten en directies.”

Jos De Meyer: “Het leidend principe voor een legislatuuroverschrijdend plan kan daarbij dat van CD&V zijn, met name dat investeren in basisonderwijs dé onderwijsprioriteit van de volgende bestuursperiode wordt. Voor ons moet een volgend regeerakkoord werk maken van inhoudelijke en budgettaire keuzen rond de drie voorgestelde sporen.”