Homans mag wagenpark verder versneld vergroenen

DIGITAL CAMERA

Als de cijfers bevestigd worden, was het wagenpark van de Vlaamse overheid in 2017 groener dan het gemiddelde in ons land, in tegenstelling tot vorige jaren. Dat concludeerde Vlaams parlementslid Jos De Meyer bij het vergelijken van het recentste rapport van de VUB en de website Ecoscore met de cijfers die hij kreeg van minister Homans van Binnenlands bestuur. Tegenover 58,73 in 2016 maakt de gemiddelde ecoscore van de voertuigen van de Vlaamse overheid een sprong van 3,64 punten naar 62,37 in 2017. Dat is opmerkelijk, want de gestage vergroening van dat wagenpark gebeurde vroeger met bescheiden cijfers na de komma. In 2016 was de gemiddelde ecoscore van het wagenpark in ons land 59,3, tegenover 58,73 voor de overheid. Nu is het algemeen gemiddelde verbeterd naar 60,4, en dat van de wagens van de overheid naar 62,37, als de cijfers van de minister bevestigd worden. Het gaat immers om voorlopige cijfers, en bovendien worden lichte vrachtwagens of bestelwagens niet meegenomen in de berekening, omdat daar volgens de minister geen ecoscore aan wordt toegekend (Via de officiële website Ecoscore is het voor de gewone burger echter geen probleem om die op te zoeken).

De omzendbrief (KB/BZ/2017/4) verstrengde een aantal milieu- en prijsnormen voor dienstvoertuigen die worden aangekocht of geleased door de Vlaamse overheid en wijst op de voorbeeldrol die de Vlaamse overheid, dus ook de Vlaamse administratie, vervult voor burgers en bedrijven. Blijkbaar heeft die verstrengde regelgeving nu resultaat opgeleverd.

Het aandeel “alternatieve brandstoffen” (gas, elektriciteit, hybrides ) is bij de Vlaamse overheid met 4% van het totaal beduidend groter dan bij het volledige wagenpark in ons land, met een aandeel van 1,81% Opvallend is toch dat het aandeel van de diesels met 62,8% beduidend hoger blijft dan in het algemeen gemiddelde, waar het aandeel diesel al teruggebracht is tot 56,85%. Hoewel er belangrijke stappen gezet zijn, kan de Vlaamse overheid ook op dit terrein haar voorbeeldrol zeker nog versterken, vindt De Meyer.