Commissie Onderwijs 14-03-2019 – Correcte verloning bij korte, deeltijdse vervangingen

De laatste vraag om uitleg van de namiddag was van een personeelstechnische aard en werd gesteld door onderwijscommissaris Jos De Meyer. Het probleem van de verloning bij korte, deeltijdse vervangingen was al eerder aan bod gekomen: in de commissievergadering van 13 maart 2014 en in een schriftelijke vraag die Jos De Meyer gesteld had op 21 augustus 2014. De specifieke aard van de huidige prestatieregeling en de opdracht in het onderwijs die op weekbasis vastgelegd zijn, spoort niet met de werkelijke prestaties die geleverd worden bij een korte, deeltijdse vervanging.

Vragensteller De Meyer suggereerde dat vermoedelijk de makkelijkste oplossing voor dat probleem een forfaitair uurloon per graad, met jaarlijkse indexatie, zou zijn. Maar zo eenvoudig lag het niet volgens minister Crevits. De oplossing voor het bezoldigingsprobleem lag naar haar mening in het verlengde van de discussies over de taken en de opdracht van de leraar. Er waren al wel enkele maatregelen genomen inzake vervangingen (lerarenplatformen, mogelijkheid om niet-ingevulde maar wel financierbare en subsidieerbare vervangingen op te sparen), die soelaas konden bieden. En de minister toonde zich altijd bereid om voort hierover te overleggen met de sociale partners.

Vragensteller De Meyer juichte die bereidheid van de minister toe. (uit Nieuwsbrief Katholiek Onderwijs Vlaanderen, Wilfried Van Rompaey)