De Meyer vraagt bij zijn afscheid respect voor landbouw

Vlaams parlementslid en voorzitter van de landbouwcommissie Jos De Meyer (CD&V) kondigde zijn afscheid van de politiek aan. Kort voor de laatste bijeenkomst van ‘zijn’ commissie voor de verkiezingen, op woensdag 3 april, sprak VILT met De Meyer. Sinds 2004 besteedde hij als voorzitter permanente zorg aan constructief overleg. “In zowat alle dossiers uitten de parlementsleden verschillende visies naargelang hun achtergrond en maatschappelijke doelstellingen. Die verschillende standpunten konden aan bod komen, werden geanalyseerd en er is altijd gezocht naar gemeenschappelijke aspecten om ze te verzoenen. Op die manier wordt er in de commissie meegewerkt aan haalbare oplossingen met respect voor de landbouwsector, maar ook voor de verwachtingen vanuit de samenleving.”

Landbouw is één van de rode draden in het leven en werk van Jos De Meyer. Hij is de jongste van acht kinderen uit een landbouwersgezin. Na zijn studie rechten werd hij nationaal leider van de KLJ, en daarna directeur van de land- en tuinbouwschool in Sint-Niklaas. “Als senator en daarna als Vlaams parlementslid heb ik land- en tuinbouw steeds van nabij gevolgd. Sinds 2004 ben ik onafgebroken voorzitter geweest van de subcommissie of commissie landbouw”, vertelt De Meyer in een afscheidsinterview met VILT.

In zijn afscheidsbrief aan de pers liet hij duidelijk verstaan dat de verruwing van het debat en de polarisering van het politieke klimaat hem niet ligt. De meest omstreden en tegelijk mediagenieke thema’s worden niet in de landbouwcommissie behandeld, maar de voorzitter merkte ook hier “een uitgesproken profileringsdrang bij sommige collega’s”. Dat was nooit zijn stijl: “Je mag je eigen standpunten niet verloochenen, maar dat is niet hetzelfde als alleen in de schijnwerpers willen staan. Het is volgens mij belangrijk om te zoeken naar oplossingen die verantwoord zijn voor de sector, de maatschappij en de leefomgeving.”

Dat leek behoorlijk goed te lukken in de commissie Landbouw. Herinner je bijvoorbeeld de politieke aandacht voor de schaalvergroting in de Vlaamse landbouw die uitmondde in een resolutie betreffende “schaalverandering en differentiatie in land- en tuinbouw”. Het debat werd met andere woorden heel genuanceerd gevoerd, en daar heeft Jos De Meyer persoonlijk op toegezien. “Zoeken naar efficiëntiewinst door schaalvergroting is één zaak, maar een leefbaar landbouwbedrijf uitbouwen kan ook op andere manieren. Een bedrijf kan groeien door de klemtoon te leggen op nichemarkten, korte keten, sociale verbreding zoals zorgboerderijen, enz. Dat het niet alleen en allemaal via schaalvergroting moet, was toch een belangrijke element in de resolutie.”

Het Vlaams landbouwbeleid is er altijd op gericht geweest om een regelgevend kader te scheppen waarbinnen het goed ondernemen is, zonder zich in te laten met ondernemerskeuzes. Als lid van meerderheidspartij CD&V zit De Meyer op die golflengte: “Een bedrijfsleider moet zelf zijn bedrijfsmodel en businessplan kunnen kiezen.”

Aan de werkzaamheden van de landbouwcommissie besteedt VILT geregeld aandacht. Eén keer waren de kranten ons dit jaar voor, toen Bayer CropScience naar het Vlaams Parlement kwam om hun bedrijf voor te stellen en visie op duurzame landbouw toe te lichten. Voor een buitenstaander was dat moeilijk te vatten omdat de multinational sinds de overname van Monsanto vooral de pers haalt in verband met de onkruidbestrijder Roundup. De commissievoorzitter steekt niet weg dat hij boos was over de berichtgeving, die volgens hem het gevolg was van een parlementslid dat hierover eenzijdig gecommuniceerd had op sociale media.

Nu hij de kans krijgt, legt Jos De Meyer graag uit hoe de vork aan de steel zat: “De commissie was uitgenodigd voor een bedrijfsbezoek aan de voorbeeldboerderij van Bayer in Huldenberg. Gemeenschappelijk was beslist om daar niet op in te gaan. In plaats daarvan kreeg Bayer een uitnodiging om naar de commissie te komen. Dat is hoe dan ook transparanter want elk woord dat er gezegd wordt, komt dan ook letterlijk in een voor iedereen raadpleegbaar verslag. Het voorstel om hen uit te nodigen, kwam trouwens van het Vlaams parlementslid dat achteraf kritiek uitte.”

Ook landbouwonderzoeksinstituut ILVO en de alternatieve landbouwbeweging Wervel kregen nadien nog de kans om hun toekomstvisie op landbouw toe te lichten. VILT spendeerde daar in totaal drie artikels aan, maar dit nieuws ging voorbij aan de algemene media. Joris Relaes, administrateur-generaal van ILVO, gaf nochtans een stevige voorzet voor een inhoudelijk debat: “Het is heel merkwaardig dat we van de landbouwsector vragen om de vleesproductie te reduceren, terwijl minder produceren van geen enkele andere economische sector wordt verwacht. ArcelorMittal stoot alleen al met zijn fabriek in Gent meer CO2 uit dan de totale landbouwsector, terwijl ik nog nooit gehoord heb dat we de productie van ArcelorMittal moeten reduceren.”

Waarom Bayer alle aandacht wegkaapte, en niet eens met de inhoud van zijn presentatie maar alleen al vanwege zijn aanwezigheid in het parlement? Als bevoorrecht waarnemer van de landbouwactualiteit kunnen we alleen maar vermoeden dat het te maken heeft met de overname van Monsanto door Bayer, en de onrustwekkende berichtgeving over glyfosaat. Jos De Meyer beaamt de gevoeligheid: “Het toont aan dat de consument bewust wil omgaan met gezondheid, voedsel en milieu. Anderzijds staat de ‘gewone’ consument soms wel zeer ver af van de realiteit van voedselproductie. Meestal is men zich niet bewust van de door wetenschappers veilig verklaarde hulpmiddelen die landbouwers hanteren (gewasbeschermingsmiddelen, nvdr.), en hoe omzichtig men daarmee omgaat.”

Liever dan toen in het oog van een kleine storm te staan, zou de voorzitter van de commissie landbouw de parlementaire werkzaamheden op regelmatige basis belichten in de media. “Het normale constructieve werk – wat eigenlijk het belangrijkste is – krijgt weinig aandacht omdat daar niet veel sensationeels aan is. Constructief samenwerken levert weinig pittige oneliners op, maar vlot verkeer is voor mij indrukwekkender dan botsingen.”

Tussen partijen, zelfs binnen de meerderheid van de Vlaamse regering, durfde het al een keer botsen wanneer voormalig minister Joke Schauvliege een vergelijk moest vinden in dossiers op het raakvlak van landbouw en natuur. “Als commissievoorzitter heb ik vanop de eerste rij ervaren dat de minister permanent inspanningen deed om een vergelijk te vinden, al leek het in de pers soms anders”, aldus De Meyer.

Minister Schauvliege deed deze legislatuur ook een poging om de Pachtwet te moderniseren. Zij was de eerste die dat aandurfde, maar na een veelbelovende hoorzitting van alle betrokkenen werd het daaromtrent stil. “Een ontgoocheling”, geeft De Meyer toe. “De spanningen in het veld hadden blijkbaar ook effect binnen de meerderheidspartijen. Sommigen verdedigen vooral de belangen van de landbouwers en de zittende pachters, anderen die van de eigenaars, nog anderen wilden teeltbeperkingen opleggen. Dat laatste was voor mij hoe dan ook een brug te ver.” Hij zou graag zien dat het volgende regeerakkoord de principes vastlegt voor een modernisering van de pachtwet. En doet alvast de suggestie om in de Pachtwet aandacht te hebben voor de toegang tot grond voor jonge starters.

Tot slot wil Jos De Meyer nog kwijt dat nooit vergeten mag worden dat land- en tuinbouw aan de basis ligt van gezonde en betaalbare voeding voor de huidige en toekomstige generaties. “Een leefbare landbouwsector is dus zowel een maatschappelijke verantwoordelijkheid als welbegrepen eigenbelang. Boeren en tuinders verdienen respect en een fair inkomen, niet alleen in het Zuiden maar ook hier. Dat is mijn advies aan de toekomstige generatie politici die met een boeiende en uitdagende opdracht in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement gaat zetelen.” (Vilt)