Externen verdienden 2,5 miljoen aan scholenbouw

De Vlaamse regering betaalde 2,5 miljoen euro aan consultants voor publiek-private samenwerking.

De inhaalbeweging in de scholenbouw is een paradepaardje van de vorige minister van Onderwijs, Frank Vandenbroucke (SP.A). Dankzij een publiek-private (PPS) samenwerking moeten er in Vlaanderen de komende jaren voor 1,5 miljard euro nieuwe scholen worden gebouwd. De opstart daarvan heeft wel een kostprijs, zo blijkt nu uit het antwoord van minister Pascal Smet op een parlementaire vraag van Jos De Meyer (CD&V).

Drie externe partners hebben advies gegeven om de PPS-constructie op te zetten. Advocatenkantoor Stibbe deed de juridische ondersteuning, PricewaterhouseCoopers stond in voor het financiële advies en het adviesbureau AT Osborne gaf de technische input. Samen kregen zij daarvoor 2,5 miljoen euro van de Vlaamse overheid. Meer dan de helft van het bedrag ging naar Stibbe.

Dat is een veel te hoog bedrag, vindt Jos Demeyer. ‘Dat komt nog eens bovenop de investering in de vele mensen in administraties en kabinetten die hieraan werken.’ (De Standaard, pl)
__________
2,5 miljoen euro extra kosten bij bouw scholen

Brussel l De Vlaamse overheid heeft bijna 2,5 miljoen euro uitgegeven aan consultancykosten in het kader van de inhaaloperatie scholenbouw. Dat blijkt uit een vraag van CD&V-parlementslid Jos De Meyer aan minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a).

Bij het project wordt via publiek-private samenwerking zowat anderhalf miljard euro geïnvesteerd in scholenbouw. Het hele plan heeft al herhaaldelijk vertraging opgelopen, maar nog dit jaar zou de bouw van zowat 200 nieuwe scholen verspreid over heel Vlaanderen van start moeten kunnen gaan.

Om de operatie in goede banen te leiden, betaalde de Vlaamse overheid de afgelopen jaren 2.415.719 euro aan juridische, financiële en technische ondersteuning. Zo streek het Brusselse advocatenkantoor Stibbe alleen al de afgelopen drie jaar 1,6 miljoen euro op voor de juridische begeleiding van het, weliswaar erg complexe, dossier. De Meyer stelt zich vragen bij het hoge bedrag: “Ik heb mij laten adviseren en experts zeggen mij dat dit bedrag erg hoog is.”
(De Morgen,KH)

Plechtige onthulling gedenkplaat 150 jaar KOKW

Zondag 20 februari werd in de tuin van het Huis Janssens in de Zamanstraat te Sint-Niklaas een lindeboom geplant en een bijhorende gedenkplaat onthuld naar aanleiding van 150 jaar Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Waasland. Als lid van de kring sinds vele jaren en ondervoorzitter van het Vlaams Parlement mocht ik de gelegenheidsspeech uitspreken. Het is aan de mens als individu voorlopig nog niet gegeven om 150 jaar oud te worden. Verenigingen, instellingen en bedrijven, die standvastig de stormen van het leven trotseren, kunnen het wel. Maar dan enkel door de kosteloze inzet en de kostbare geestdrift van vele generaties van gepassioneerde vrijwilligers. Bij de aanvang van het barstensvol geprogrammeerde KOKW-jubeljaar bracht ik hulde aan de pioniers van 1861, die de kiemen hebben gezaaid voor een gerespecteerde Wase cultuurvereniging met een bijzondere slagkracht en uitstraling. Maar tegelijk feliciteerde ik ook de gedreven trekkers en werkers van vandaag. Ad multos annos! Op naar de 200!

__________
OPENDEUR HUIS JANSSENS (ZETEL VAN DE KONINKLIJKE OUDHEIDKUNDIGE KRING VAN HET LAND VAN WAAS)

PLECHTIGE ONTHULLING VAN GEDENKPLAAT 150 JAAR KOKW

MUSEUMTUIN, ZAMANSTRAAT, ZONDAG 20 FEBRUARI 2011, 10 U

TOESPRAAK DOOR DE HEER JOS DE MEYER, VLAAMS VOLKSVERTEGENWOORDIGER

Geachte burgemeester, schepenen en raadsleden,
Geachte voorzitter, secretaris en bestuursleden van het OCMW,
Geachte voorzitter, bestuursleden, leden en sympathisanten van de Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas,
Dames en heren genodigden,

Het is aan de mens als individu voorlopig nog niet gegeven. Methusalem zou weliswaar 969 jaar oud geworden zijn, maar dat is een bijbels personage. Officieel voert de Française Jeanne-Louise Calment de lijst van superhonderdjarigen aan. Zij kwam ter wereld op 21 februari 1875 en stierf op 4 augustus 1997. Calment werd 122 jaar en 164 dagen. De concurrentie is evenwel in aantocht en haar record zal eerlang sneuvelen. Op het internet circuleerde vorig jaar de naam van een Georgische vrouw, die in juli 2010 de gezegende leeftijd van 130 jaar zou bereiken…

Verenigingen, instellingen en bedrijven, die standvastig de stormen van het leven trotseren, kunnen het wel. Anderhalve eeuw of meer blijven groeien, met vallen en opstaan, met glorieuze en tumultueuze momenten, in een razendsnel tempo of op een laag pitje, tegen de stroom in of op de golven van de tijd. Voor instituten en ondernemingen, die op grond van een wettelijke opdracht of een commercieel motief hun activiteiten ontwikkelen met professionele medewerkers en middelen, is dat met een beetje geluk misschien makkelijker te realiseren. Voor organisaties, die het moeten hebben van de kosteloze inzet en de kostbare geestdrift van gepassioneerde vrijwilligers, is het alleszins minder evident.

Daarom is het des te merkwaardiger dat de Sint-Niklase en Wase cultuur- en erfgoedgemeenschap dit jaar een 150-jarige mag begroeten in haar rangen. Driemaal goud of tweemaal rodium voor de Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas – kortweg KOKW genoemd –, dat is een indrukwekkende prestatie die onze eerbied afdwingt. Het is het resultaat van een onophoudelijke zorg voor het behoud van het Wase patrimonium, van een onverdroten ijver om de geschiedenis van het Waasland te documenteren, te bestuderen en te ontsluiten en van een systematische aandacht om collecties en onderzoek toegankelijk te maken voor het brede publiek. Het is vooral ook de vrucht van de gezamenlijke inspanningen van de vele voorzitters, ondervoorzitters, secretarissen, penningmeesters, conservators, bibliothecarissen, redacteurs, auteurs, typisten, conciërges, koeriers, sjouwers, klusjesmannen, poetsvrouwen, enzovoort, die elk met hun eigen mogelijkheden en temperament het dynamische verhaal van die anderhalve eeuw KOKW hebben geschreven en ingekleurd.

De fundamenten van dit succes zijn gelegd begin 1861. Adolf Siret, een Waal die sinds 1857 arrondissementscommissaris is van Sint-Niklaas, verbaast zich over de gebrekkige belangstelling van de Waaslanders voor hun eigen verleden en wil daar iets aan doen. Hij verzamelt in zijn huis aan de Plezantstraat enkele gelijkgestemde notabelen: provincieraadslid ridder Amedée de Schoutheete de Tervarent, de Sint-Niklase vrederechter Robert Verwilghen en diens Lokerse collega Hendrik Raepsaet, dokter Jan Hubert Van Raemdonck, August De Wilde en Lodewijk Hoornaert, respectievelijk leraar en secretaris van de Sint-Niklase academie voor schone kunsten, en Edmond Serrure, stadsarchitect van Sint-Niklaas. Het gezelschap besluit een kring op te richten, die de ‘Cercle Archéologique du Pays de Waes’ zal heten, en brengt daartoe op 16 mei 1861 negentien potentiële leden in algemene vergadering bijeen in het stadhuis.

Siret en zijn medestanders motiveren hun initiatief vooraf in een – oorspronkelijk in het Frans opgestelde – circulaire: “Het Land van Waas is de enige streek van het koninkrijk, welke nog geen maatschappij bezit, die voor doel heeft, de historische overleveringen te doen kennen en de merkwaardigheden van haar vroegere grootheid – hetzij in zake de kunst, hetzij in zake de inrichting van zijn sociaal leven – van de vernieling of de vergetelheid te redden. En nochtans is die volkrijke en prachtige streek onuitputbaar aan gedenkwaardigheden van die aard, maar die zijn tot nu toe noch voldoende bewerkt, noch bekend gemaakt.” [Vertaling Leo De Groot, Jubileumnummer van de Annalen, 1962]

In de toen goedgekeurde statuten zijn de drie grote doelstellingen vastgelegd, die de toekomstige werking van de Kring zullen bepalen. Vooreerst een museale opdracht van verzamelen en conserveren: “De historische en andere merkwaardigheden van het Land van Waas, of ermede in betrekking staande van de vernieling of van de vergetelheid […] redden en ze in de hoofdplaats van het arrondissement […] verzamelen, hetzij in origineel, hetzij in kopij. Als merkwaardig worden gerekend: grafstenen, beeldhouwwerken, schilderijen, gravuren, tekeningen, kaarten, penningen, medailles, zegels, meubels, gereedschappen, wapens, handschriften, boekwerken, dagbladen, fossielen, enz.” [Ibidem] De twee overige doelstellingen focussen op onderzoekswerk en publicaties: “De historische en oudheidkundige studies aanmoedigen door kampstrijden en andere middelen. Onuitgegeven of weinig gekende dokumenten in het licht […] zenden, zoals notitiën en verhandelingen over de geschiedenis van het Land van Waas en alles wat er mede in verband staat.” [Ibidem]

Adolf Siret figureert als eerste voorzitter van de Kring. Hij wordt bijgestaan door de ondervoorzitters Hendrik Raepsaet en Lodewijk Verest, lid van de bestuurscommissie van de stedelijke academie voor schone kunsten. Amedée de Schoutheete de Tervarent is de eerste penningmeester, Lodewijk Hoornaert de eerste secretaris en dokter Jan Hubert Van Raemdonck de eerste conservator.

Door de jaren heen tot op heden hebben de opeenvolgende KOKW-voorzitters en -besturen de in mei 1861 uitgestippelde koers altijd voor ogen gehouden en omgezet in talrijke, soms zeer ambitieuze of originele acties. Het is hier niet de plaats en het ogenblik om die allemaal exhaustief te gaan oplijsten. Wel willen wij erop wijzen dat de huidige bestuursploeg onder leiding van voorzitter Chris De Beer met respect voor de erfenis van het verleden en met oog voor vernieuwing de lijn doortrekt. Zij is zich bewust van de formidabele rijkdom en verscheidenheid van de KOKW-collecties, de bibliotheek en de documentaire verzameling, met de Mercatorglobes, de atlassen en kaarten als absolute toppers. Zij zet zich in om de bewaarcondities, inventarisering, ontsluiting en promotie ervan te verfijnen en te optimaliseren. Aan de hand van de jongste editie van de Annalen – het deel 113 – is ook vast te stellen dat eindredacteur Alain Debbaut en zijn team er opnieuw in slagen om onontgonnen onderzoeksthema’s te presenteren, uitgespit en verhelderd door geroutineerde of debuterende vorsers. Het verslag 2009 maakt ons bovendien duidelijk dat de KOKW naast de uit de kluiten gewassen, courante werking, innovaties invoert op het vlak van communicatie (de webstek en de elektronische nieuwsbrief) en financiering (het dokter Van Raemdonckfonds). Het verslag toont eveneens aan dat de KOKW als vanouds niet beducht is voor het plannen en aanpakken van grootscheepse projecten en voor het opnemen van nieuwe engagementen en samenwerkingsverbanden.

Bij de aanvang van dit barstensvol geprogrammeerde KOKW-jubeljaar brengen wij dankbaar hulde aan de pioniers van 1861, die de kiemen hebben gezaaid voor een gerespecteerde Wase cultuurvereniging met een bijzondere slagkracht en uitstraling. Tevens willen wij de gedreven trekkers en werkers van vandaag feliciteren voor hun activiteiten en inspanningen.

Geachte KOKW’ers, de viering van 150 jaar is voor u een mijlpaal om trots op te zijn. Wij hopen dat u er ondanks het vele extra werk ten volle van kunt genieten en wij zijn ervan overtuigd dat u ook na het feest met evenveel ernst en volharding uw missie zult verderzetten. Ad multos annos! Op naar de 200!

Geen nieuwe discriminatie in werkingsmiddelen van onze scholen

Vanaf 2009 krijgen de basisscholen de werkingsmiddelen volgens een nieuw financieringssysteem op basis van school- en leerlingenkenmerken. De bandbreedte van het effect van deze kenmerken heeft een groeipad dat vertrekt op 14 % van de werkingsmiddelen en evolueert naar 15,5 %. Uit het jaarverslag van Agodi blijkt echter dat de verschillen tussen de scholen wel enorm groot worden: gaande van 495 tot 865 euro per leerling. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister van onderwijs Smet het systeem onder de loupe te nemen.

De groei in de werkingsmiddelen van het gewoon basisonderwijs in het GO! bedraagt in het schooljaar 2008-2009 28,59 % tegenover het vorige schooljaar. In het Vrij Gesubsidieerd Onderwijs bedraagt deze slechts 17,28 %. Eén van de belangrijkste doelstellingen van het nieuwe financieringssysteem was net de kloof tussen de netten weg te werken door de financiering niet langer te laten afhangen van het net, stelt De Meyer. Ook tussen de regio’s (stad – platteland) zijn er aanzienlijke groeiende verschillen.

Minister Smet verdedigde zich door te stellen dat dit financieringssysteem na veel overleg de vorige legislatuur in wetteksten werd gegoten. Ondertussen is er echter één belangrijke wijziging: door de besparingen is het groeipad van 14 tot 15,5% bandbreedte langer dan oorspronkelijk voorzien. Van 2009 tot 2011 is deze op 14% gehandhaafd.

De verschillen tussen de netten aldus minister Smet zijn te verklaren door de verschillen in het profiel van de schoolbevolking. GO! heeft in het basisonderwijs slechts 14% van de leerlingen maar wel 20,5% van de leerlingen die ‘aantikken’ op de leerlingenkenmerken. In het vrije onderwijs zijn deze cijfers 63% van de leerlingen maar slechts 55%. Een evaluatie komt er pas in 2012 besluit Smet.

“Het huren, afbetalen of onderhouden van schoollokalen, aankopen van boeken, kosten van verwarming en water, of zelfs schoolbankjes zijn toch voor elke leerling in Vlaanderen gelijk? Waarom dan toch die grote verschillen in de werkingsmiddelen?” Vraagt De Meyer zich af. De leerlingenkenmerken hebben een enorme impact op de werkingsmiddelen, terwijl deze eigenlijk gericht zijn op de nood aan meer omkadering voor die groep van leerlingen.

Jos De Meyer vreest een nieuwe bijkomende discriminatie tussen de scholen op basis van hun ligging. “We moeten durven spreken over een correcte herverdeling.”
__________
Katholieke school op het platteland zit meest krap bij kas

De middelen herverdelen volgens sociale kenmerken maakt het verschil tussen de onderwijsnetten groter. Maar dat was voorspeld.
Parlementsleden zien kloof tussen onderwijsnetten vergroten
BRUSSEL
In het basisonderwijs krijgen vooral de scholen in de grote steden en de scholen van het gemeenschapsonderwijs (GO!) en van het officieel gesubsidieerd onderwijs (van steden, gemeenten en provincies) meer werkingsmiddelen sinds die voor een zevende verdeeld worden volgens sociale kenmerken van de leerlingen. Die zijn: opleidingsniveau moeder, thuistaal, schooltoelage en buurt.
In het schooljaar 2008-2009, het eerste waarin de nieuwe verdeelsleutel werd toegepast, zag het GO! zijn toelage van 44,3 naar 62,7 miljoen stijgen (+28,6 procent). Het officieel gesubsidieerd onderwijs ging van 71,8 naar 97,7 miljoen euro (+24,6 procent). Het vrij gesubsidieerd onderwijs (waarvan het katholieke het gros uitmaakt) ging van 204,6 naar 256,8 miljoen (+ 17,28 procent). Per leerling betekent dat een verschil tussen 495 en 865 euro.
Jos De Meyer (CD&V) kaartte de zaak aan in de commissie onderwijs van het Vlaams Parlement. ‘De kloof tussen de netten zou kleiner moeten worden, maar ze wordt groter’, stelde De Meyer vast. Zijn bezorgdheid werd gedeeld door de leden van N-VA, LDD en Vlaams Belang.
De minister van Onderwijs, Pascal Smet (SP.A), zei dat deze uitkomst voorspelbaar was. ‘Het GO! heeft nu eenmaal meer leerlingen die aan de kenmerken beantwoorden. Ook het verschil tussen de steden en “de buiten” is zo te verklaren.’
Smet wijst er nog op dat alle scholen meer hebben gekregen omdat de pot elk jaar met 85 miljoen is aangegroeid en dat de lat wel degelijk gelijk ligt: identieke scholen krijgen identieke middelen.
Mieke Van Hecke, topvrouw van het katholieke onderwijs, bevestigt dat de verschillen ‘te voorzien’ waren. ‘We staan achter het principe dat scholen met meer kansarme kinderen meer middelen krijgen. Maar andere factoren spelen onze basisscholen op het platteland parten. Ze krijgen geen middelen meer van congregaties of parochies en ze zitten gewrongen door de maximumfactuur. Als zij een uitstap doen, moeten ze een bus huren maar ze mogen de kosten niet doorrekenen aan de ouders. Bovendien moeten onze scholen voor onderhoud en investeringen uit de werkingsmiddelen putten, wat in de andere netten niet zo is.’ (De Standaard, ty)

Omschakelen of stoppen in de leghennen- en zeugensector?

Vanaf 2012 verbiedt de Europese Unie de klassieke batterijkooien in de leghennenhouderij. Vanaf 2013 doet een gelijkaardig scenario zich voor in de zeugenbedrijven: zij zijn vanaf dan verplicht om te schakelen naar groepshuisvesting. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister-president Kris Peeters hoe de omschakeling van de huisvestingssystemen verloopt, op welke steun de sector kan rekenen en wat de macro-economische impact van deze omvorming is.

Op macro-economisch vlak gaat het over een serieus kostenplaatje dat wordt geraamd op zo’n 300 miljoen euro voor de zeugenbedrijven en 126 miljoen euro voor de leghennenhouderij. Vandaar, benadrukt de minister-president, dat een overgangstermijn van 11 respectivelijk 12 jaar werd uitgetrokken. De omschakeling naar de groepshuisvesting in de zeugenhouderlij en volière- en grondhuisvesting in de legkippenhouderij werden opgenomen in de VLIF-regelgeving voor aanvragen vanaf 1 januari 2003. Daar kwam vanaf 10 maart 2006 ook de huisvesting in aangepaste kooien voor de legkippensector bij.

In de periode 2003-2009 werd 138 dergelijke investeringsprojecten ingediend die specifiek gericht waren op herinrichting. Goed voor 1,723 miljoen euro steun op een investeringsvolume van 8,959 miljoen euro. In dezelfde periode werden ook nog eens 233 dossiers ingediend voor het bouwen van nieuwe zeugen- en leghennenstallen. Hier gaat het om een totaalkost van 54,3 miljoen euro waarvan 13,8 miljoen wordt betoelaagd.

Het aantal aanvragen om investeringssteun neemt ook toe nu de einddatum dichterbij komt.

– Legkippensector: aantal en bedrag van de investeringen

2008: 10, 4 miljoen

2009: 22, 11 miljoen

2010: 21, 19 miljoen

De stijging is zeer afgetekend, zeker voor wat betreft de grootorde van de investeringen, stelt de minister-president vast. Een bevraging bij de legkippenhouders gaf trouwens aan dat slechts 12% zou stoppen. Toch is er voorlopig nog 25% die twijfelt.

– Zeugenhouderij: aantal en bedrag van de investeringen

2008: 77, 34 miljoen

2009: 89, 38 miljoen

2010: 106, 55 miljoen

Voorlopig is het wel nog onzeker welk aandeel van de zeugenhouders in 2013 zal kiezen voor een stopzetting van de activiteiten i.p.v. de zware investeringen nog te doen. Een onderzoek in Nederland lijkt aan te geven dat het realistisch is dat ongeveer 30% voor deze optie zou kiezen. Later dit jaar, aldus Peeters, zal in Vlaanderen daar een eigen enquête naar worden uitgevoerd. Maar de economische situatie in de zeugenhouderij is momenteel wel een pak ongunstiger dan in de legkippensector.

In zijn repliek vroeg Jos De Meyer de minister-president om na te denken over begeleidende sociale maatregelen voor diegenen die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikten maar wel de activiteiten stopzetten omdat zij de noodzakelijke zware investeringen niet meer wensen of kunnen doen. Op deze manier hoopt hij een ‘koude’ sanering van de sector te voorkomen.
__________

Verwachting is dat 30 % van zeugenhouders activiteiten zal stoppen voor 2013
Vrijdag 18 Februari

Op basis van de resultaten van onderzoek in Nederland, de beperkte periode die er overblijft om de omschakeling naar groepshuisvesting door te voeren en de huidige stand van zaken, is het realistisch te veronderstellen dat 30 % van de zeugenhouders zijn activiteiten zal stopzetten voor 2013. Dat verklaarde Vlaams minister voor Landbouw Kris Peeters in antwoord op een parlementaire vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer. Wel gaf de minister aan dat de evolutie inzake producenten- en grondstoffenprijzen en de algemene toekomstverwachtingen in de sector ook medebepalend zullen zijn.In de loop van dit jaar zal een enquête uitgevoerd worden om te peilen naar de intenties van de zeugenhouders.
Volgens de minister is het duidelijk dat een groot aantal bedrijven de omschakeling nog moet maken en dat het, rekening houdend met de uitvoeringstermijn van dergelijke investeringsprojecten, voor een aantal bedrijven niet meer zal lukken binnen de limiet van de Richtlijn. Hij merkte op dat het wel mogelijk blijft om, in afwachting van een nieuwbouw, de bestaande stallen met groepshuisvesting te exploiteren, bv. door het verwijderen van de boxdeurtjes, eventueel in combinatie met een tijdelijke verlaging van het aantal dieren. Een omschakeling hoeft niet noodzakelijk zware investeringen mee te brengen. Bepaalde omschakelingen werden al gerealiseerd vanaf 150 euro per zeug.
De minister beloofde eveneens de varkenshouders verder te informeren en sensibiliseren over de verplichte omschakeling.
Volksvertegenwoordiger De Meyer pleitte voor begeleidende sociale maatregelen voor diegenen die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikten maar wel de activiteiten stopzetten omdat zij de noodzakelijke zware investeringen niet meer wensen of kunnen doen. Op deze manier hoopt hij een ‘koude’ sanering van de sector te voorkomen. (Landbouwleven)
__________
“Vermijd koude sanering zeugen- en leghennenhouderij”

Vanaf 2012 verbiedt de EU de klassieke batterijkooien in de leghennenhouderij en vanaf 2013 verplicht zij groepshuisvesting voor zeugen. Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) vroeg Kris Peeters hoe de omschakeling verloopt, op welke steun de sector kan rekenen en wat de macro-economische impact is. “Begeleidende sociale maatregelen zijn nodig om een koude sanering in de sector te voorkomen”, aldus De Meyer.

Op macro-economisch vlak gaat het over een serieus kostenplaatje dat wordt geraamd op zo’n 300 miljoen euro voor de zeugenbedrijven en 126 miljoen euro voor de leghennenhouderij. Vandaar, benadrukt de minister-president, dat in de EU-richtlijnen een overgangstermijn van 11 respectievelijk 12 jaar werd voorzien om deze strengere huisvestingsnormen in te voeren.

De omschakeling naar groepshuisvesting in de zeugenhouderij en volière- en grondhuisvesting in de leghennenhouderij werden opgenomen in de VLIF-regelgeving voor aanvragen vanaf 1 januari 2003. Voor de nieuwbouw of herinrichting van zeugenstallen en legkippenstalen kan momenteel 18 procent investeringssteun bekomen worden. De omschakelingen in de leghennensector naar huisvesting in aangepaste kooien zijn vanaf 10 maart 2006 subsidiabel. Daarvoor geldt thans een investeringssteun van 8 procent.

In de periode 2003 tot 2009 werden 138 dergelijke investeringsprojecten ingediend die specifiek gericht waren op herinrichting. Goed voor 1,723 miljoen euro steun op een investeringsvolume van 8,959 miljoen euro. In dezelfde periode werden ook nog eens 233 dossiers ingediend voor het bouwen van nieuwe zeugen- en leghennenstallen. Hier gaat het om een totaalkost van 54,3 miljoen euro waarvan 13,8 miljoen wordt betoelaagd.

“Het aantal aanvragen om investeringssteun neemt toe nu de einddatum dichterbij komt. De stijging is zeer afgetekend, zeker voor wat betreft de grootteorde van de investeringen”, stelt Peeters vast. Het investeringsbedrag in de leghennensector evolueerde van 4 miljoen euro in 2008, naar 11 miljoen euro in 2009 en bijna 19 miljoen euro (aangemelde) investeringsbedragen in 2010. Waar zeugenhouders in 2008 nog 34 miljoen euro aanmeldden, liep het investeringsbedrag in 2010 op tot 55 miljoen euro.

Uit een recente bevraging van leghennenhouders blijkt volgens de minister-president dat slechts 12 procent zou stoppen. “Toch is er nog 25 procent die twijfelt of zij na 2012 nog leghennen houden en in welke vorm van huisvesting zij dit zouden doen”, zegt Peeters.

Hoeveel zeugenhouders in 2013 zullen kiezen voor een stopzetting van de activiteiten, is momenteel nog onzeker. “Een onderzoek in Nederland lijkt aan te geven dat het realistisch is dat ongeveer 30 procent voor deze optie zou kiezen”, aldus Peeters. Hij kondigt aan dat daar later dit jaar in Vlaanderen een eigen enquête naar wordt uitgevoerd. “Maar de economische situatie in de zeugenhouderij is momenteel wel een pak ongunstiger dan in de legkippensector”, beseft Peeters.

In zijn repliek vroeg Jos De Meyer de minister-president om na te denken over begeleidende sociale maatregelen voor diegenen die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikten maar wel de activiteiten stopzetten omdat zij de noodzakelijke zware investeringen niet meer wensen of kunnen doen. Op deze manier hoopt hij een koude sanering in de sector te voorkomen.(Vilt)

Omvorming N49 tot E34 gaat gestaag verder

De omvorming van de N49 tot snelweg E34 is een werk van vele jaren. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer, die dit dossier al vele jaren opvolgt, vroeg minister van openbare werken Hilde Crevits welke werken er de komende jaren op stapel staan. De komende drie jaar zal er opnieuw zo’n 7,5 miljoen worden geïnvesteerd.
Momenteel, aldus de minister, worden de ventwegen aangelegd tussen Lapscheure en de Damweg (aan de oostkant) en nog dit jaar wordt een bestek aanbesteed waarin het verdere traject van deze weg (Damweg tot Hoornstraat) is opgenomen. Hiervoor is in het investeringsprogramma 600 000 euro voorzien.

In de loop van het jaar zal ook een technische en ruimtelijke haalbaarheidsstudie worden aanbesteed om de meest optimale oplossing voor de omvorming tot E34 ter hoogte van de kern Lapscheure te bepalen. Op vraag van het gemeentebestuur zal daar worden onderzocht of er een betere oplossing mogelijk is dan de brug die in de streefbeeldstudie van 2004 naar voor werd geschoven voor de Vredestraat.

Voor 2012 en 2013 is respectievelijk 1,2 miljoen euro en 2 miljoen euro voorzien voor de werken die nodig zijn ter hoogte van de Damse Vaart. Concreet gaat het daar om de aanleg van een parallelle weg in het verlengde van de Lapscheurestraat tot aan de Damse Vaart-Oost, de aanpassingen van de onderdoorgangen ter hoogte van de Damse Vaart-Oost en Damse Vaart-Noord en de aanleg van een (noordelijke) parallelle weg vanaf de Damse Vaart-Noord om de verbinding met Hoeke te maken.

Ook in 2013 is er voor de aanleg van een brug voor de N448 over de N49 te Assenede en de aanleg van een parallelweg tot aan de R4 een bedrag van 3,7 miljoen euro ingeschreven.

Het globale plaatje toont aan, besluit De Meyer, dat we in Oost-Vlaanderen al een heel eind staan. Enkel op het traject Zelzate – Maldegem moeten de bestaande gelijkvloerse kruisingen nog vervangen worden door ongelijke kruisingen (brug of tunnel) en moeten de bestaande parallelwegen verbreed worden. In Kaprijke moet een nieuw aansluitingscomplex worden gebouwd en ook het aansluitingscomplex te Maldegem moet nog worden vervolledigd.

In West-Vlaanderen ligt er, zo blijkt uit de opsomming van de minister, ook nog een pak werk op de plank alvorens de volledige omvorming een feit zal zijn. Voor deze werken, ter hoogte van het Leopoldkanaal, is nog geen concrete timing:

– De aanleg van een ventweg die zorgt voor de verbinding tussen Sint-Rita en Maldegem enerzijds en tussen Sint-Rita en Middelburg anderzijds. Om dit mogelijk te maken moet een brug over het Schipdonk- en Leopoldkanaal aangelegd te worden.

– De aanleg van een nieuwe zuidelijke tunnel en de verbreding van de bestaande noordelijke tunnel

– Een tunnel ter hoogte van de Hoornstraat – Waterpolder om de lokale verbinding met Middelburg te verzekeren.

– Een brug (in het traject van de hoofdweg) over het Schipdonk- en Leopoldkanaal die de huidige verouderde brug moet vervangen.

Het wegwerken van de missing links en bottlenecks in het Vlaamse wegennet is één van de beleidsprioriteiten, benadrukte Crevits. De verdere ombouw van de N49 staat in de lijst met prioriteiten. Ook in de beheersovereenkomst met het Agentschap Wegen en Verkeer werden de nodige engagementen opgenomen rond het verder afwerken van de ombouw.

SPIJBELBELEID OOK IN PARLEMENT

Partij moet kiezers maar uitleggen waarom gekozene weinig doet

De federale onderhandelingen slepen zich voort, op weg naar het wereldrecord formatie-onderhandelingen, dat donderdag bereikt wordt. Hoe is het intussen met het Vlaamse beleidsniveau? De Vlaamse regering functioneert in de luwte. Voor een deel is daar een verklaring voor. Ze wou – en terecht – zo snel mogelijk uit de rode cijfers raken. Veel nieuw beleid is er dan niet te voeren. Hoewel, er zijn de putten in de wegen, de geestelijke gezondheid van de bevolking, de zwarte scholen, het spijbelen. En Oosterweel. En onze achterstand inzake wetenschappelijk onderzoek.

Hoe doet het Vlaams Parlement het intussen? Het grote Vlaamse Parlement met zijn 124 gekozenen voor 6 miljoen inwoners? Dat weigert de gegevens bekend te maken over de aanwezigheid van de parlementsleden in de commissies.

Jos De Meyer bij de top 10 aanwezigen.

De Standaard zocht die cijfers dan maar zelf bijeen.

Er moet mee opgelet worden. Die cijfers zeggen niet alles. Het gaat enkel over aanwezigheid. Ze zeggen niet of de parlementsleden er actief waren, en nog minder of ze er kwaliteit afleverden. En naast de commissies is er ook de plenaire zitting en het werken aan dossiers.

Wat blijkt? De meerderheid van de parlementsleden is vrij veel aanwezig bij commissiebesprekingen.

Een beperkt aantal is erg actief tot hyperactief. Sommige actievelingen brengen veel in, anderen niet.

Maar er zijn er ook die er nooit of bijna nooit zijn.

Voor drie groepen van afwezigen wordt nog vaak ‘een uitleg gegeven’. De eerste bestaat uit de zwaargewichten en de partijkopstukken. Dat zijn ‘generalisten’ die geen specialistenwerk doen in de commissies, maar het algemene politieke werk, of die, als ze een inbreng doen, nog maanden herinnerd worden.

De tweede groep zijn de burgemeesters. Burgemeesters die vinden dat hun hoofdtaak in hun gemeente ligt en dat ze enkel in het parlement zitten om de belangen van het lokale bestuur te verdedigen. Over hen kan men al meer twijfel uiten. Er zijn immers collega’s van hen die hun burgemeesterschap van even grote gemeenten wel combineren met een goede activiteit in het parlement.

Voor een derde groep weinig actieven bestaat maar een zwakke uitleg: ‘Ze zijn vooral actief voor de partij of in de media.’ De vraag is dan of ze op de loonlijst van het parlement moeten staan of op die van de partij.

Voor een vierde groep is er gewoon geen uitleg en luidt de vraag wat ze daar zitten te doen.

Partijen zouden er goed aan doen te doen wat volgens onze Vlaamse parlementsleden iedere school moet doen: een spijbelbeleid voeren. Nagaan wie er is en wie niet, wie werkt en wie niet, en zo nodig de spijbelaars wegsturen. Dan kunnen ze minstens aan hun kiezers uitleggen waarom sommige van de overige gekozenen er zelden zijn. Nu kunnen ze dat niet.
(De Standaard, Guy Tegenbos)

TOP 10 Aanwezigen

Wim Wienen (Vlaams Belang): 72 commissiebezoeken
Paul Delva (CD&V): 60
Tinne Rombouts (CD&V):55
Jos De Meyer(CD&V):53
Bart Caron (Groen!): 51
Bart Martens(SP.A):51
Johan Verstreken (CD&V):50
Robrecht Bothuyne (CD&V): 48
Ward Kennes (CD&V):48
Wilfried Vandaele (N-VA): 48

25 miljoen euro waterveiligheidswerken in onze regio

Aan de uitvoering van de belangrijkste deelprojecten van het geactualiseerde Sigmaplan zal in 2011 ruim 25 miljoen euro worden besteed. Dit vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer van minister van openbare werken Hilde Crevits in antwoord op meerdere schriftelijke vragen. De bouw van de beoogde gecontroleerde overstromingsgebieden (GOG’s) komt op kruissnelheid maar ook een aantal dijkverhogingen en de realisatie van bijkomende pompstations staan op de werklijst.

Plaats, Project, Kostprijs, Start werken

Lokeren:Pompstation tussen Moervaart & Durme, 2 000 000, 2012

Wetteren:Verhogen dijken tot Sigmahoogte (8m TAW) tussen Kwatrechtsesteenweg en Toverheksengracht, 2 500 000, 2012

Hedwige-Prosperpolder (Beveren):
– Bouw pompstation, 2 100 000, 2011
– Vervangen radartoren, 2 000 000, In uitvoering

Lillo:Voortzetten dijkwerken voor ontpoldering, 834 000, In uitvoering

Kruibeke-Bazel-Rupelmonde: Verdere aanleg GOG, 2 268 000, 2011-2012

Bergenmeersen (Wichelen): Aanleg GOG, 1 000 000, In uitvoering

Wijmeers (Wichelen – Berlare): Aanleg GOG (ringdijk, compartimenteringsdijk, ontwateringssluizen), 1 500 000, 2011

Vlassenbroek (Dendermonde):
– Verplaatsen nutsleidingen in GOG, 1 500 000, 2e helft 2011
– Aanleg GOG: Voorbereidende werken en aanleg van een compartimenteringsdijk, 1 500 000, 2e helft 2011

Dijlemonding (Mechelen): Verplaatsen nutsleidingen,1 500 000, 2e helft 2011
– Grote Vijver: Aanleg GOG: 1e fase, 1 500 000, Eind 2011
– Zennegat: Aanleg GOG: 1e fase, 1 000 000,Eind 2011

Durmevallei: Verplaatsen nutsleidingen, 1 500 000, 2e helft 2011
– Klein Broek (Temse): Aanleg GOG: voorbereidingswerken (rooien, werfwegen, uitwateringssluizen), 1 000 000, Eind 2011
– Groot Broek (Waasmunster – Temse): Aanleg GOG: voorbereidingswerken (rooien, werfwegen, uitwateringssluizen), 1 000 000, Eind 2011

Varia:Onteigeningen voor dijktracés, 500 000

TOTAAL: 25 202 000

“De overstromingen van de voorbije maanden hebben nogmaals aangetoond dat de overheid de nodige maatregelen moet nemen om onze regio verder te beveiligen: dijken onderhouden en verhogen, efficiënte pompstations, voldoende bergingscapiteit zijn hierbij belangrijk.”, aldus Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.
“Hiervoor is er ook een ruim maatschappelijk draagvlak. Permanent Gecontroleerd Gereduceerd Getij wekt veel weerstand op en het is evenmin bewezen dat dit efficïënter werkt bij overstromingen.
De bouw van een pompstation op de scheidingsdam tussen de Moervaart en de Durme in Lokeren zal de Durme van een bijkomend afvoerdebiet voorzien en dit zal een gunstig effect hebben op de problematiek van de verzanding. Voor het Waasland,” aldus De Meyer, “is dit een belangrijke realisatie: door het creëren van een bijkomend afvoerpunt zal wateroverlast, als gevolg van een overvolle Moervaart, in de toekomst beter gecontroleerd kunnen worden.”
__________
25 miljoen euro moet regionale waterveiligheid verhogen

De Vlaamse Regering trekt dit jaar 25 miljoen euro uit voor waterveiligheidswerken in onze regio. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) waarschuwt wel dat de mensen in Waas en Dender veel weerstand tonen tegen gecontroleerde getijdegebieden.

Dat de aanpak van de waterveiligheid in onze regio niet bepaald een luxe is, werd deze winter nog eens bewezen: “De overstromingen de voorbije maanden toonden aan dat de overheid de nodige maatregelen moet nemen om onze regio verder te beveiligen”, stelt Jos De Meyer, die hierover vragen stelde in het Vlaams parlement.

Juiste keuzes
De volksvertegenwoordiger waarschuwt ervoor om de juiste keuzes te maken: “Er is veel weerstand tegen het zogenaamd Permanent Gecontroleerd Gereduceerd Getij. Zo’n gebieden lopen samen met het getij en dus komen ze twee keer per dag onder water te staan. De weerstand is niet geheel onterecht, omdat het nog niet echt bewezen is dat zo’n gecontroleerde getijdegebied echt efficiënter werkt bij overstromingen.”
Maar in de geplande werken gaat het voorlopig wel voornamelijk om zogenaamde gecontroleerde overstromingsgebieden, die enkel onder water lopen wanneer nodig.

Dijkverhogingen
Daarnaast staan ook dijkverhogingen en bijkomende pompstations op het programma. Zo wordt 2,5 miljoen euro uitgetrokken voor het verhogen van dijken in Wetteren. Voor pompstations in Lokeren, tussen Moervaart en Durme, en Beveren, in Hedwige-Prosperpolder, is respectievelijk 2 en 2,1 miljoen euro voorzien. Daarnaast komen er ook verschillende overstromingsgebieden, onder meer in Klein Broek in Temse en Vlassenbroek in Dendermonde.

Wateroverlast
De plaatselijke ingrepen hebben telkens invloed op een groter deel van onze regio: “Door het pompstation in Lokeren bijvoorbeeld zal wateroverlast als gevolg van een overvolle Moervaart in de toekomst beter gecontroleerd kunnen worden. Dus ook Daknam en Sinaai worden beter van deze ingreep.”
(Gazet van Antwerpen, GuVV)

Lokale bedrijventerreinen gemakkelijker ontwikkelen

Op basis van een behoeftenonderzoek werd bij de herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) een bijkomende taakstelling voor bedrijvigheid voorzien. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister van ruimtelijke ordening Muyters naar de vertaling van dit principe voor de lokale besturen. Deze kondigde aan dat de regels voor het ontwikkelen van bedrijventerreinen zullen vereenvoudigd worden. De oppervlaktegrens van 5ha zal voortaan geen maximum meer zijn.

Ook vroeger mochten gemeenten een bedrijventerrein ontwikkelen van 5ha. Nieuw is echter dat nu uitdrukkelijk wordt verduidelijkt dat deze maat geïnterpreteerd moet worden op basis van de terreinconfiguratie en de aangetoonde behoefte. Het getal 5ha is voortaan geen maximum meer. Om een te grote ruimtelijke vernippering tegen te gaan, wordt ook intergemeentelijke samenwerking aangemoedigd. Meerdere lokale bedrijventerreinen samenvoegen op één locatie, behoort voortaan ook tot de mogelijkheden.

In de herziening van het RSV werden ook een aantal bijzondere economische knooppunten geselecteerd waar ontwikkelingsmogelijkheden aansluitend bij bestaande concentraties in functie van regionale bedrijvigheid onderzocht mogen worden. De concrete uitwerking van deze knooppunten valt onder de bevoegdheid van de provincies.

Tegelijk benadrukte de minister op vraag van De Meyer dat voor de herbevestigde agrarische gebieden het standpunt van de Vlaamse Regering onveranderd blijft: deze behoren tot de agrarische structuur op Vlaams niveau en blijven voorbehouden aan de landbouw. Vragen naar uitbreiding, of zelfs de inplanting, van nieuwe bedrijventerreinen in deze zones zullen daarom terughoudend beoordeeld worden. De recente omzendbrief die het afwegingskader voorschrijft voor gemeentelijke en provinciale planningsinitiatieven zet dit nogmaals duidelijk in de verf, onderstreept de minister.

Vergoedingen planschade binnenkort via administratieve procedure

In antwoord op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer kondigde minister van ruimtelijke ordening Muyters aan dat hij laat onderzoeken of de huidige gerechtelijke procedure voor het vergoeden van planschade vervangen kan worden door een eenvoudiger administratieve procedure. Een werkgroep van het departement RWO onderzoekt momenteel hoe dit gerealiseerd kan worden. De minister hoopt tegen het zomerreces duidelijkheid te hebben.

Bij de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen kan planschade ontstaan bijvoorbeeld door erfdienstbaarheden van openbaar nut of eigendomsbeperkingen (zelfs met inbegrip van een bouwverbod) op te leggen. In deze gevallen kan een bouw of verkavelingsverbod aanleiding geven tot een beperkte schadevergoeding, planschadevergoeding genaamd.

Deze planschadevergoeding wordt toegekend wanneer een perceel niet meer in aanmerking komt voor een vergunning om te bouwen of te verkavelen, terwijl het de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat definitieve ruimtelijke uitvoeringsplan wel in aanmerking kwam voor een vergunning om te bouwen of te verkavelen.

Deze vergoeding verkrijgt men echter niet automatisch. Hiervoor is er altijd een procedure vereist die door de schadelijdende partij aanhangig moet worden gemaakt voor de rechtbank van eerste aanleg. Deze procedure en reglementering is echter complex. De decreetgever voorzag immers in een grote reeks uitzonderingen.

In antwoord op een eerdere schriftelijke vraag van De Meyer kwam aan het licht dat er tot op heden al een duizendtal gerechtelijke procedures werden opgestart met het oog op het vergoeden van planschade. Slechts in een 100-tal zaken werd uiteindelijk ook schadevergoeding uitbetaald.

Eén van de absolute taakstellingen van de werkgroep, verzekerde de minister aan Jos De Meyer, is het waarborgen van rechtszekerheid voor de burgers. De nieuwe procedure moet transparant, werkbaar voor de administratie en ook vanuit budgettair oogpunt haalbaar zijn, aldus Muyters. Een omschakeling van de gerechtelijke procedure naar een administratieve zal sowieso een decreetswijziging noodzakelijk maken.

Werken aan hefbrug te Oudenaarde, Zwartehoekbrug te Aalst en Denderbrug te Dendermonde

In 2011 zal de NV Waterwegen en Zeekanaal voor 3 miljoen euro onderhouds- en herstellingswerken uitvoeren aan de hefbrug te Oudenaarde, de Zwartehoekbrug te Aalst en de Denderbrug te Dendermonde. Dit vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer van minister van openbare werken Hilde Crevits in antwoord op zijn schriftelijke vraag.

In Oudenaarde omvatten de werken de inspectie van de mechanische opleggingen en de inspectie en revisie van de hefcilinders van de brug. Tegelijk zal ook een nieuwe reser¬vecilinder worden gebouwd. Daarnaast worden ook nog de synchronisatiegroep, de scheepvaartseinen en olieslangen vervangen en enkele schilderwerken uitgevoerd. De aanbestedingsprocedure wordt nog dit voorjaar opgestart en de uitvoeringstermijn van de werken zal zo’n 500 werkdagen zijn. De kostprijs wordt geraamd op 500 000 euro. De precieze periode van de werken, verzekerde de minister, zal in overleg met het stadsbestuur van Oudenaarde worden vastgelegd

De werken aan de Zwarthoekbrug te Aalst omvatten het uitbreken van de houten voetpaden, leuningen en brugdekpanelen, het stralen en schilderen van de brug en heftorens en het monteren van nieuwe brugdekpanelen en nieuwe houten voetpaden en leuningen. Hierdoor zal ook het tegengewicht van de brug moeten worden bijgeregeld. De raming van de werken bedraagt een half miljoen euro. Ook hier zal, omdat de werken de mobiliteit in de stad beïnvloeden, over de concrete timing worden afgestemd met het stadsbestuur.

De werken in Dendermonde betreffen de aanleg van wegenis en een brug over de Oude Dender. De kostprijs voor de brug, incl. toegangshellingen en bijhorende omgevingswerken wordt geraamd op 1.990.000 euro. Het aanbestedingsdossier is afgewerkt en de aanbesteding is voorzien voor de eerste helft van 2011. De aanvraag voor de stedenbouwkundige vergunning is ingediend. De start van de werken is voorzien eind 2011 – begin 2012.
__________
Werkzaamheden aan bruggen

Waterwegen en Zeekanaal voert dit jaar voor drie miljoen euro onderhoudswerken uit aan onder andere de Zwarte Hoekbrug in Aalst en de Denderbrug in Dendermonde. Dat liet minister van Openbare Werken Hilde Crevits (CD&V) weten aan Vlaams volksvertegenwoordiger en partijgenoot Jos De Meyer.

De werkzaamheden aan de Zwarte Hoekbrug omvatten het uitbreken en monteren van de houten voetpaden, leuningen en brugdekpanelen en het stralen en schilderen van de brug en heftorens. De raming van de werkzaamheden bedraagt een half miljoen euro.

In Dendermonde wordt een wegennet over de Oude Dender aangelegd. De werkzaamheden beginnen allicht eind 2011, begin 2012. (De Standaard,jdl)
__________

Waterwegen en Zeekanaal werkt aan bruggen

Dit jaar voert Waterwegen en Zeekanaal voor 3 miljoen euro onderhoudswerken uit aan onder andere de Zwarte Hoekbrug in Aalst en de Denderbrug in Dendermonde. Dat liet minister van Openbare Werken Hilde Crevits (CD&V) weten aan Vlaams volksvertegenwoordiger en partijgenoot Jos De Meyer.

De werken aan de Zwarte Hoekbrug in Aalst, die maandagochtend een hele tijd defect was en waardoor heel wat verkeershinder ontstond, omvatten het uitbreken van de houten voetpaden, leuningen en brugdekpanelen, het stralen en schilderen van de brug en heftorens, en het monteren van nieuwe brugdekpanelen en nieuwe houten voetpaden en leuningen. Daardoor zal ook het tegengewicht van de brug moeten bijgeregeld worden. De raming van de werken bedraagt een half miljoen euro.

Omdat de werken een invloed hebben op de mobiliteit in de stad, wordt de concrete timing besproken met het stadsbestuur.

In Dendermonde worden wegenis en een brug over de Oude Dender aangelegd. ‘Het gaat hier om de nieuw te bouwen brug die deel uitmaakt van de ontsluitingsweg voor de nieuwe gevangenis in het Oud Klooster naar de Gentsesteenweg toe’, licht volksvertegenwoordiger Bart Van Malderen (SP.A) toe. De kostprijs van de brug, inclusief de toegangshellingen en omgevingswerken, wordt geraamd op 1.990.000 euro.

De aanbesteding is gepland voor de eerste helft van 2011. De stedenbouwkundige vergunning is aangevraagd. De werken starten allicht eind 2011, begin 2012.
(Het Nieuwsblad,jdl)

Werken Waterwegen en Zeekanaal in 2011

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister van openbare werken Hilde Crevits naar een serie watergebonden werken die de NV Waterwegen en Zeekanaal in 2011 in Oost-Vlaanderen zal uitvoeren. Zo wordt ondermeer voor de ontwikkeling van site Eilandje te Zwijnaarde 600 000 euro uitgetrokken. Ook de werken aan het watergebonden bedrijventerrein Woestijne te Aalter zullen nog dit jaar worden gestart. De onderdoorgang van de Ter Platenbrug op de linkeroever voor voetgangers en fietsers zal vermoedelijk dit jaar nog worden gerealiseerd. De tweede fase van de renovatie van de kaaimuren van de doortocht van Gent wordt ook opgestart.

Voor de werken in Zwijnaarde, aldus de minister, zal gerecycleerde baggerspecie als ophoging van het noordelijk deel van het Eilandje worden aangebracht. Dit is het gedeelte tussen de toekomstige R4 en de E40. De start van de werken is nog voorzien in de tweede helft van 2011 en zullen 600 000 euro kosten. In het watergebonden bedrijventerrein “Woestijne” wordt het aan de gang zijnde archeologisch onderzoek verdergezet. Toch zal nog dit jaar worden gestart met de aanleg van bufferzones, de wegenis en een kaaimuur. De voorlopige raming van deze werken bedraagt 2,9 miljoen euro.

In Gent stad gaat het project dat tot doel heeft de oude kaaimuren bloot te leggen en te verstevigen verder. De eerste fase, de werken aan het Handelsdok Oost, is reeds in uitvoering. De aanbesteding voor de werken aan de tweede fase, de doortocht van Gent, wordt voorbereid voor eind 2011. De ontwerpfase daarvan is nog lopende. De kostprijs voor de doortocht wordt geraamd op 600 000 euro, de werken aan het Handelsdok op 945 078 euro. Aan de Ter Platenbrug wordt dan weer een onderdoorgang voor voetgangers en fietsers op de linkeroever van de Muinkschelde tussen de Stropkaai en de Isabellakaai aangelegd. De opstart van de werken zal afhankelijk zijn van het moment dat de stedenbouwkundige vergunning wordt afgeleverd. Op dit ogenblik worden de ontwerpplannen nog opgemaakt. Men schat de kostprijs van dit werk op 350 000 euro.

Onderweg naar nulgebruik pesticiden tegen 2015

Het decreet van 21 december 2001 legt een principieel verbod op van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door alle openbare diensten in ‘de openbare groene ruimte’. Elke openbare dienst moet daartoe een reductieprogramma voor bestrijdingsmiddelen opstellen. Tegen 1 januari 2015 moet voor het volledige areaal het nulgebruik worden toegepast. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister van milieu Joke Schauvliege hoe de zaken er momenteel voor staan en of dit doel nog haalbaar is.

Tien gemeenten (Grobbendonk, Hasselt, Retie, Zelzate, Destelbergen, Drogenbos, Herstappe, Nijlen, Schelle en Gent) passen momenteel reeds het nulgebruik toe en 298 van de 308 Vlaamse gemeenten dienden een reductieprogramma in, stelt Schauvliege. De VMM stelde een rapport op over de evolutie van het pesticidengebruik bij 127 Vlaamse gemeenten over de periode 2003-2009. De steekproef toont een reductie met 42 procent in 2009 ten opzichte van 2003. Door het uitfaseren van de meest schadelijke producten, zoals dichlobenil en diuron, kan er bovendien worden verwacht dat de milieuwinst nog aanzienlijker is dan de 42 procent omdat de slechtste stoffen het snelst verdwijnen.

De bezorgdheid van De Meyer naar de meerkost die de omschakeling naar nulgebruik met zich meebrengt, nuanceerde de minister. Bij de voorbereiding van het uitvoeringsbesluit van 19 december 2008 werd het aspect van de meerkost onderzocht, verzekerde ze. Men is zich er van bewust dat de omvorming van het openbaar domein en de toepassing van de pesticidenvrije toets tijd vraagt. Daarom wordt 2015 niet als dwingende einddatum gezien maar eerder richtinggevend en in relatie met de te behalen waterkwaliteitsdoelstellingen.

Dit wil ook zeggen dat de openbare besturen op een zelf te bepalen tempo het openbaar domein kunnen omvormen. Een rondpunt dat wordt beplant met bodembedekkers die het onkruid weren, zal bijvoorbeeld financieel voordeliger zijn dan het stelselmatig opnieuw aanplanten van eenjarige planten. De noodzakelijke omvormingen zullen dus stapsgewijs kunnen gebeuren in het kader van de bestaande investeringsplannen. Wanneer zou blijken dat de omvorming toch nog aanleiding geeft tot onevenredig hoge kosten voor het pesticidenvrij onderhoud, dan behoort nog steeds een structurele afwijking tot de mogelijkheden.

Tegelijk, benadrukte de minister, werd ook een belangrijke planlastvermindering gerealiseerd. Daardoor wordt onrechtstreeks ook de personeelskost verminderd. Het nieuwe besluit vraagt nog slechts twee beperkte rapporteringen: de jaarlijkse inventaris met gebruikte producten en een opsomming van de omgevormde locaties.
__________
Slechts 10 van de 308 gemeenten werken zonder pesticiden

Een decreet van 21 december 2001 en een bijbehorend uitvoeringsbesluit van 19 december 2008 legden vast dat openbare besturen in 2015 geen bestrijdingsmiddelen meer mogen gebruiken.

Al het onkruid moet handmatig worden verwijderd met een hark of andere hulpmiddelen. Veel arbeidsintensiever, maar beter voor het milieu. Om de meerkosten te drukken, worden gemeentebesturen aangemoedigd rotondes niet meer aan te planten met eenjarige bloemen, maar met meerjarige bodembedekkers of grassen. Burgers worden gesensibiliseerd dat ze niet meteen moeten hyperventileren als er ergens een plukje onkruid blijft staan. Eventueel moeten zelfs terreinen worden heringericht.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) stelde aan Vlaams minister van Leefmilieu en Natuur Joke Schauvliege (CD&V) een parlementaire vraag over de voorlopige tussenstand. “Vooral voor gemeente- en provinciebesturen betekent het afzweren van chemische bestrijdingsmiddelen grote financi�le meerkosten”, zegt De Meyer. “Ook organisatorisch vraagt het grote personeelsinspanningen. Sommige terreinen, zoals begraafplaatsen, blijken moeilijk beheerbaar zonder pesticiden. Moeten we de begraafplaatsen dan anders heraanleggen? Ook het onderhoud van sportvelden, rozentuinen, botanische tuinen en boomkwekerijen is moeilijk zonder chemische middelen. Bij de burger heerst heel wat onbegrip voor ‘onkruid dat gewoon blijft staan’ of ‘slecht onderhouden groenperken’. Verwijten die gemeentebesturen niet graag horen.”

Geen einddatum

Volgens Joke Schauvliege passen vier gemeenten al sinds 2004 het nulgebruik toe. Het gaat om Grobbendonk, Retie, Hasselt en Zelzate. Half 2009 kwamen daar Nijlen, Schelle, Gent, Destelbergen, Drogenbos en Herstappe bij. Dus amper tien van de 308 Vlaamse gemeenten. Het aantal gemeenten dat niet rapporteerde over zijn pesticidengebruik, daalde van 115 in 2006 naar 19 in 2009.

De Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM) stelde vast dat het pesticidengebruik bij 127 gemeenten in 2003-2009 met 42% gedaald is. Grootgebruikers als de NMBS en het Agentschap Wegen en Verkeer dringen het gebruik nog meer terug.

Schauvliege zegt dat 2015 geen dwingende einddatum is. Biologische bestrijding van processierupsen, de bestrijding van groene aanslag op monumenten en de bestrijding van Amerikaanse vogelkers met een beperkte inzet van herbiciden blijven toegestaan.

II Retie is een pionier. “Officieel gebruiken wij sinds 2004 geen bestrijdingsmiddelen meer maar we doen het al langer”, zegt milieuambtenaar Dirk Sterckx. “Het uitzicht van de gemeente verandert als je pesticidenvrij bent. Wij hebben veel jobstudenten in de groendienst om het onkruid uit te trekken. De begraafplaatsen zijn het moeilijkst beheerbaar. Een tijdje gebruikten we milieuvriendelijke pesticiden. Bij de aanleg van een groen gebied kiezen we veeleer voor een grasveld met bomen dan een Britse parktuin.”

II Antwerpen zet sinds vorig jaar leefloners in voor het wieden van onkruid. “Dat past in een groter plan”, zegt Isis Mulleman, woordvoerster van schepen van Openbare Werken en Leefmilieu Guy Lauwers (sp.a). “Antwerpen is al voor 98% pesticidenvrij. Wij zetten mensen van de vzw Werkhaven in om te wieden. De begraafplaatsen worden onderhouden zonder bestrijdingsmiddelen. In plaats van grijze vlekken zullen ze groene parken worden naar Amerikaans en Brits voorbeeld.” (Gazet van Antwerpen, Kristin Matthyssen)

Kleinere machines moeten winterstrooiplan verbeteren

Ook Jos De Meyer (CD&V) vroeg een bijsturing. Hij pleitte ervoor om de verbindingswegen tussen belangrijke woonkernen mee in fase 1 op te nemen. Ook straten waar veel mensen doorheen moeten op weg naar dokter, onthaalmoeder of andere verzorgende beroepen moeten aan bod komen. De grote openbare parkings mogen evenmin ontbreken. De Meyer klaagde ook aan dat de voorbije maanden alleen de straten in fase 1 aan bod kwamen en dat fases twee en drie voor de minder prioritaire straten geen enkele keer werden uitgevoerd. “Als het te druk wordt, moeten we privéfirma’s inschakelen.”

Het strooiplan kwam vrijdagavond nog maar eens ter sprake tijdens de gemeenteraad. “Een schande”, noemde Roland Pannecoucke (VB) het dat in twee derden van de straten geen enkele keer werd gestrooid.

Ook Jos De Meyer (CD&V) vroeg een bijsturing. Hij pleitte ervoor om de verbindingswegen tussen belangrijke woonkernen mee in fase 1 op te nemen. Ook straten waar veel mensen doorheen moeten op weg naar dokter, onthaalmoeder of andere verzorgende beroepen moeten aan bod komen. De grote openbare parkings mogen evenmin ontbreken. De Meyer klaagde ook aan dat de voorbije maanden alleen de straten in fase 1 aan bod kwamen en dat fases twee en drie voor de minder prioritaire straten geen enkele keer werden uitgevoerd. “Als het te druk wordt, moeten we priv�firma’s inschakelen.”

Volgens burgemeester Christel Geerts (sp.a) waren de mensen van de stedelijke strooidienst 23 nachten op pad, alles samen goed voor 1.200 uren. “Als ze niet aan fase twee en drie toekwamen, dan heeft dat te maken met de extreme omstandigheden. Aan het einde van fase 1 was het effect vaak al bijna weg, waardoor er moest worden herbegonnen.”

Ze beloofde de suggestie om de situatie voor straten met onthaalmoeders en huisdokters te onderzoeken. “We hebben ook nieuwe en kleinere strooimachines besteld, specifiek voor de fietspaden. Iedereen is het er over eens dat die er dit jaar al veel beter bijlagen dan vroeger.” (Gazet van Anwerpen, KODE)
__________

Ook strooien in buurt onthaalmoeders

Het strooiplan in Sint-Niklaas wordt bijgestuurd. Dat antwoordt burgemeester Christel Geerts (SP.A) op de problemen die Jos De Meyer (CD&V) meldt.

De afgelopen winterse sneeuwprik was uitzonderlijk. Daar is iedereen het over eens, maar veranderingen in het ijzelbestrijdingsplan lijken onvermijdelijk. De Meyer heeft het zoutstrooiplan voor de bestrijding van ijzel en sneeuw al enkele keren op de korrel genomen.

‘Veiligheid is een kerntaak van het stadsbestuur en daar mogen we niet op besparen’, zegt De Meyer. ‘Er zitten positieve dingen in het plan zoals de degelijk geruimde fietspaden. Toch vergt het plan een ernstige bijsturing. Onthaalmoeders moeten bijvoorbeeld goed bereikbaar zijn en ook huisdokters hebben het moeilijk als de wegen zo glad liggen.’

Burgemeester Geerts heeft oren naar de opmerkingen van De Meyer. ‘We hebben veel gestrooid op en rond de Grote Markt en in de stadskern, omdat daar natuurlijk het meeste mensen passeren’, legt Geerts uit. ‘We onderzoeken wat we voor de onthaalmoeders – en dat zijn er toch een 100-tal – kunnen doen om de bereikbaarheid te verhogen. We laten dat ook voor huisartsen onderzoeken. We beslisten dat we enkele kleinere toestellen aankopen om beter en effici�nter de ijzel te bestrijden. Bij sneeuw moeten nieuwe toestellen onze diensten ook in staat stellen om met pekel de rijweg veiliger te maken.’ (Het Nieuwsblad, sl)
__________

“Extreem weer verstoorde ons strooiplan”

De extreme weersomstandigheden in december hebben ervoor gezorgd dat het strooiplan in Sint-Niklaas werd verstoord.

Dat heeft burgemeester Christel Geerts (sp.a) gezegd na opmerkingen van Jos De Meyer (CD&V) en Roland Pannecoucke (Vlaams Belang). Die wisten te vertellen dat in het merendeel van de straten geen enkele keer werd gestrooid. “De strooidienst was 23 nachten op pad en presteerde meer dan 1.200 uren. Als hij niet aan de tweede en derde fase toekwam, was dat door de extreme weersomstandigheden. Vaak gebeurde het dat de prioritaire verbindingswegen telkens weer moesten worden gestrooid omdat het effect meteen weg was.”

De Meyer pleit er ook voor om verbindsstraten tussen dorpskernen op te nemen in fase ��n, net als straten waar een dokter of onthaalmoeder is gevestigd. Het schepencollege gaat die suggestie onderzoeken. Er worden ook nieuwe, kleinere strooimachines aangekocht om de fietspaden te strooien. (Het Laatste Nieuws, JVS)