Parlement fluit administratie terug

Administratie wil beslissen zonder pottenkijkers van de scholen
maandag 28 maart 2011, 17u24Auteur: g.teg Aanraden 8 Delen Bewaar Corrigeer E-mail Print Het Vlaams Parlement staat op zijn strepen en pikt het niet dat de administratie – het Agentschap voor Onderwijsinfrastructuur (Agion) – blijft weigeren de scholenkoepels een plaats te geven in zijn werking, hoewel dat al vijf jaar aan het parlement beloofd is.
Ongenoegen over de werking van Agion is er al een tijd in de scholen. Het agentschap neemt geregeld onverwachte beslissingen. Gesubsidieerde scholen die meer dan 50 procent van de investeringen zelf dragen, krijgen geen voorrang meer. Bodemsaneringen worden plots niet meer gesubsidieerd.

De scholenkoepels willen dichter bij het beleid van Agion betrokken worden. Maar daarover sleept al een conflict aan sinds 2006.

Bij de reorganisatie van de Vlaamse administratie kwam er een Agentschap voor Onderwijsinfrastructuur (Agion) in de plaats van de oude schoolgebouwenfondsen. In de werking van die fondsen waren de scholenkoepels altijd betrokken; het ging ten slotte om hen. Bij Agion was dat niet meer zo. Het werd een ‘intern verzelfstandigd agentschap’ (iva) waarin alleen ambtenaren beslissen.

Na protesten zegde de regering bij herhaling aan het parlement ‘dat dit maar voor even was’, en dat Agion kort nadien zou omgevormd worden tot een ‘extern verzelfstandigd agentschap’ (eva) en dat de scholenkoepels een plaats in het beheer zouden krijgen.

Geduld

In 2008 herhaalde toenmalig onderwijsminister Frank Vandenbroucke (SP.A) die belofte maar hij vroeg wat geduld: Agion moest eerst ál zijn aandacht en energie kunnen geven aan de reusachtige operatie ‘DBFM’ om 1 miljard privé-kapitaal op te halen om extra scholen te bouwen. Dat was inderdaad een moeilijke operatie. Het parlement knikte.

Nu die DBFM min of meer op poten staat, kwam parlementslid Jos De Meyer (CD&V) opnieuw met zijn vraag naar de reorganisatie van Agion: ‘De regering had die beloofd.’

Maar het managementcomité van Agion had daar al lang geen zin meer in. Het heeft zes jaar zelf beslist over wat scholen mochten en wat niet, en waarvoor ze geld kregen. ‘Zonder pottenkijkers.’

Jos De Meyer: ‘Het heeft de scholenkoepels wel een soort comité gegeven, maar dat krijgt pas informatie als het managementcomité al beslist heeft’.

In een interpellatie, midden deze maand, vroeg Jos De Meyer, met instemmende reacties op banken van meerderheid en oppositie, aan minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) wanneer de regering eindelijk haar belofte die ze sinds 2006 herhaaldelijk deed aan het parlement – de scholenkoepels betrekken in het beheer van Agion – gestand zou doen.

Motie

De minister – geïnspireerd door het mangementcomité van Agion – antwoordde ontwijkend. Prompt diende De Meyer een motie in met de eis dat de regering tegen de zomer haar belofte zou houden.

De meerderheidsfracties van N-VA en SP.A waren na enige aarzeling bereid zijn motie te steunen, als hij bereid was de regering tijd te geven tot 1 januari 2012. De Meyer paste zijn motie in die zin aan. Woensdag keurt het parlement deze motie wellicht goed.

Dat betekent dat het Vlaams parlement achter de schermen de Vlaamse regering gedwongen heeft de administratie en haar machtsambities terug te fluiten.

Agion stond op één punt erg zwak. In oktober vorig jaar kreeg zijn reputatie een klap toen zijn financiële planning in het honderd liep: het moest zijn betalingen staken. De regering stond met rode kaken. ‘Met ons in het beheer, was dat niet gebeurd’, zegden de scholenkoepels toen; ‘Met ons in het beheer, had men dit tijdig zien aankomen, en waren tijdig maatregelen genomen; dan had de regering niet met rode kaken gestaan en waren scholen en aannemers niet voor schut gezet.’
(De Standaard Online, Guy Tegenbos)

Gewest plant wijziging aan reservatiestrook N41

In het gewestplan Sint-Niklaas – Lokeren werd voor het doortrekken van de N41 op het grondgebied van Sint-Niklaas, Stekene en Sint-Gillis-Waas een reservatiestrook van 250 meter breed voorzien. Een enkele jaren geleden opgemaakt rooilijnplan voor een eventuele intekening van de weg door het Agentschap Wegen en Verkeer voorziet slechts een noodzakelijke breedte van 70 meter. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister van ruimtelijke ordening Muyters op welke manier de breedte van de strook nu kan worden aangepast.

Deze stelde dat om een reservatiestrook op het gewestplan aan te passen een ruimtelijk uitvoeringsplan dient opgesteld te worden. In het geval van de N41 tussen Sint-Niklaas en Sint-Gillis-Waas zal het Vlaams Gewest hiervoor het initiatief nemen.

Het departement RWO, aldus de minister, is momenteel bezig met de voorbereiding van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de oostelijke tangent in Sint-Niklaas. Ook de aanpassing van de reservatiestrook voor de N41 ten noorden van Sint-Niklaas wordt in dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan opgenomen. Momenteel is de plan-MER daarvoor in opmaak en de start van de formele procedure is nog voorzien voor dit jaar.

Oostelijke Tangent: belangrijk voor verkeersontsluiting Sint-Niklaas

Voor de realisatie van de Oostelijke Tangent werden de onteigeningsprocedures reeds opgestart voor 9 percelen, dit vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer op een schriftelijke vraag aan minister van openbare werken Hilde Crevits. 7 percelen (waarop 5 woningen staan) werden ondertussen reeds onteigend. Voor de twee andere percelen (ook met woning) wordt met de inwoners nog afgesproken wanneer zij hun woning dienen te verlaten. De aanbesteding van de werken zelf wordt verwacht in 2012. De verdere fasering wordt pas bepaald eens het technisch ontwerp is afgerond.

Kom op tegen Kanker: kaas- en wijnavond ACW-Sinaai groot succes!

Zaterdag 26 maart konden naar aloude gewoonte, het is ondertussen al de 22ste editie, weer bijna 1000 deelnemers zich te goed doen aan een lekkere kaas- of charcuterieschotel ten voordele van Kom op tegen Kanker. Na het eten zorgde de coverband ‘Abba Gold’ voor amusement tot een stuk in de nacht. Weer een herhaald, groot succes dat enkel mogelijk is door de inzet van de tientallen vrijwilligers die de hele avond aan het werk zijn voor de goede zaak. Allen van harte bedankt voor het harde werk! Doe zo verder!

50 jaar Handelsschool Broeders

Vrijdag 25 maart werd tijdens een feestelijke academische zitting het 50-jarig bestaan van de Handelsschool van de Broeders gevierd. De feestrede werd uitgesproken Mieke Van Hecke, directeur-generaal van het VSKO, maar ook ik mocht als lid van de commissie onderwijs van het Vlaams Parlement een kort woordje uitspreken met als thema ‘wat de volgende vijftig jaar?’. Mijn conclusie was eenvoudig: “Keep on walking”, geen verdoken whisky-reclame, maar wel een verwijzing naar wat ik als het fundament van het toegepast economisch onderwijs zie: mee blijven evolueren met de wereld door steeds één oog op de praktijk, de werkvloer te houden. Want dat is wat de laatste vijftig jaar ingebakken was in het handelsonderwijs en wat de verzekering bij uitstek blijft om succesvol te kunnen anticiperen op de toekomst. Een dikke proficiat aan de directie en het lerarenkorps! Doe er nog eens vijftig jaar bij!

Schauvliege: geen toegenomen verzilting in Zwinpolder

Op basis van de resultaten van een private meetcampagne in de Zwinpolder zijn er alarmerende signalen van de landbouwsector met betrekking tot verzilting. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister van leefmilieu Joke Schauvliege of er reden tot ongerustheid is. Deze stelde dat op basis van uitgebreide meetreeksen gedurende tien jaar blijkt dat er geen alarmerende toename van de verziltingstoestand is waar te nemen.

Voor verschillende waterlopen in de regio, aldus de minister, zoals het Leopoldkanaal, de Nieuwe Watergang, de Isabellavaart, de Zwinnevaart, de Hoekevaart, de Kalsijdeader en de Romboutswerveader, zijn bij de Vlaamse Milieumaatschappij meetreeksen van tien jaar ter beschikking. Hierdoor is het mogelijk om een uitspraak te doen over de langetermijntrend voor de parameters chloriden en geleidend vermogen. Uit deze resultaten blijkt in deze vaarten en aders geen alarmerende toename van de verziltingstoestand. In een aantal van nature brakke oppervlaktewateren is er wel een licht stijgende trend te bespeuren, terwijl de trend bij andere licht dalend blijkt. Er komt dus geen eenduidig beeld naar voren.

Wat de afwatering betreft benadrukt Schauvliege dat door een snellere afwatering en sterkere drainage de zoute kwel zou worden versterkt. De bestaande verziltingstoestand van de polderwaterlopen wijzigen en verzoeting in de hand te werken, is dan weer een taak van de verschillende waterbeheerders. Zij kunnen overleg plegen om zo een gezamenlijk oppervlaktewaterbeheersplan op te stellen.

De problematiek wordt in elk geval goed opgevolgd. Zo zijn er momenteel twee studies lopende die de toekomstige evolutie van het grondwaterreservoir in de polder met betrekking tot verzilting belichten. Een verziltingsstudie in het kader van Europees CLIWAT-project heeft betrekking op de middenkust. Daarvan wordt het einde gepland in het najaar 2011. De tweede studie is de verziltingsstudie in het kader van het Europees ScaldWIN-project en heeft betrekking op het grensoverschrijdend gebied West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Zeeland. Het einde van deze studie is gepland voor de zomer van 2012. Specifiek voor het Zwin is er ook een studie lopende naar uitwerking van maatregelen voor het milderen van verzilting in de aangrenzende polders bij uitbreiding van het Zwin.

Jos De Meyer is tevreden dat de zaken goed worden opgevolgd maar wil toch benadrukken dat er bij de mensen die gebruikmaken van de gronden grote bezorgdheid is. Hij wacht ook met grote belangstelling op de resultaten van de lopende studies.
__________

“Verziltingstoestand in de polders verslechtert niet”

Uit langlopende meetreeksen uitgevoerd door de Vlaamse Milieumaatschappij, kan geen alarmerende toename van de verziltingstoestand in de polders worden vastgesteld. Tijdens periodes van langdurende droogte kan de situatie tijdelijk verslechteren, maar dat is geen nieuw gegeven. Dat meldt Joke Schauvliege naar aanleiding van een parlementaire vraag van Jos De Meyer (CD&V). “De situatie wordt in ieder geval goed opgevolgd”, stelt ze gerust.

Op basis van een private meetcampagne in de Zwinpolder uitgevoerd in augustus 2010, maakt de landbouwsector zich zorgen over de verziltingstoestand van de polders. Volgens Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege is er echter geen reden voor bezorgdheid, aangezien de meetcampagne een momentopname betrof terwijl de resultaten van meetreeksen van de Vlaamse Milieumaatschappij op lange termijn geen alarmerende signalen uitzenden.

“In een aantal van nature brakke oppervlaktewateren is er een licht stijgende trend te bespeuren, terwijl de trend bij andere wateren licht dalend blijkt. Er is dus geen eenduidig beeld te ontwaren. Daarenboven is een toename van zoute kwel tijdens langdurige droogte geen nieuw fenomeen”, stelt de minister.

Wat de afwatering betreft benadrukt Schauvliege dat een snellere afwatering en sterkere drainage de zoute kwel nog zou versterken. Om de bestaande verziltingstoestand van de polderwaterlopen te wijzigen en verzoeting in de hand te werken, moet met de verschillende waterbeheerders overleg gepleegd worden, zodat een gezamenlijk oppervlaktewaterbeheerplan opgesteld kan worden.

“De problematiek wordt in ieder geval goed opgevolgd”, stelt de minister gerust. Zo zijn er momenteel twee studies lopende die de toekomstige evolutie van het grondwaterreservoir in de polders met betrekking tot verzilting belichten.

Een eerste verziltingsstudie rond de middenkust wordt afgesloten in het najaar van 2011. De andere studie, die betrekking heeft op het grensoverschrijdend gebied West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Zeeland, loopt af in de zomer van 2012. Specifiek voor het Zwin wordt ten slotte nog een studie uitgevoerd naar mogelijke maatregelen om verzilting te milderen in de aangrenzende polders wanneer het Zwin zou worden uitgebreid. (Vilt)

Vlaamse paarden aan de wereldtop

Op 16 februari 2009 werd het Vlaams Actieplan Paardenhouderij voorgesteld door de minister-president. Dit plan kwam er na de resolutie betreffende gecoördineerde aandacht voor de paardenhouderij binnen het Vlaamse beleid die op 20 december 2007 door het Vlaams Parlement werd goedgekeurd. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister-president Kris Peeters naar zijn evaluatie van de uitvoering.

Uit de resultaten op het terrein blijkt, aldus Peeters, dat we met de paardensector in Vlaanderen op vele vlakken aan de wereldtop staan. Het dynamisme en de behaalde resultaten, zowel economisch, sportief, als sociaal-maatschappelijk zijn een voorbeeld voor vele andere sectoren. De minister-president verwees daarbij ondermeer naar de wereldtitel die Philippe Lejeune behaalde op de wereldruiterspelen jumping in Kentucky. Aan deze wedstrijd namen maar liefst 121 Vlaamse paarden deel. En dit is geen toeval want één vierde van de top 100 paarden zijn in Vlaanderen gefokt.

De minister-president overliep ook nog kort de stand van uitvoering van de zes hefbomen en de zestien daaraan gekoppelde acties van het Vlaams Actieplan Paardenhouderij. Het doel moet zijn om in nauwe samenspraak met de sector er alles aan te doen om de Vlaamse paarden aan de wereldtop te houden, besloot hij. Een standpunt dat Jos De Meyer alleen maar kan onderschrijven.

Vriend worden van de Doelse Koggen

Op 24 juni 2010 werd eindelijk het wetenschappelijk onderzoek van de restanten van de Doelse Koggen aangevat; dit na vele jaren van aandringen, discussies en beloftes hierover in het Vlaams Parlement. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer, die dit dossier reeds van bij de start opvolgt, vroeg de minister voor onroerend erfgoed naar een stand van zaken want tegen eind 2010 waren de eerste resultaten te verwachten en tegen het voorjaar 2011 zou er ook een eerste inschatting worden gemaakt van de mogelijkheden en de praktische en financiële haalbaarheid van een eventuele reconstructie.

Tijdens het eerste half werkjaar, aldus Bourgeois, werd alles in gereedheid gebracht voor het onderzoek en tijdens het tweede half werkjaar werd de methodologie geïmplementeerd op de eerste stukken hout. De verwerking van het hout gaat ondertussen systematisch, stuk na stuk, verder en moet uiteindelijk uitmonden in een uitvoerige wetenschappelijke rapportage in de loop van 2013.

De voorlopige onderzoeksresultaten zijn alvast veelbelovend. Het gaat duidelijk om een gebruikte kogge want het schip vertoont immers heel wat gebruikssporen. De onderzoekers hebben ondermeer zeer grote belangstelling voor sporen van herstellingen. De natuurwetenschappelijke onderzoeken daarvan hebben tot doel om de dateringen en de herkomstbepaling van zoveel mogelijk houten onderdelen te achterhalen om zo een beter inzicht te krijgen in de constructie en de levensloop van een 14de eeuws vrachtschip. De onderzoekers en conservatoren bereiden op dit moment een tweede rapport voor met daarin de resultaten van het onderzoek naar de conservatiemogelijkheden.

Voor het scheepsarcheologisch onderzoek wordt in middelen voorzien voor de verdere uitbouw van het scheepsarcheologisch labo in het Waterbouwkundig Laboratorium in Borgerhout. Voor het onderzoek naar de conservatie werden de voorbije maanden enkele acties ondernomen met betrekking tot het onderzoek en de staalneming.

In totaal zijn er in 2011 voor het onderzoek 54 950 euro aan werkingsmiddelen en 39 200 euro aan investeringsmiddelen voorzien.

Jos De Meyer: “De laatste maanden krijgen we een leuke inkijk in de vooruitgang van het wetenschappelijk onderzoek via de blogpagina van de Kogge. Ook op Facebook kunnen we trouwens ‘vriend’ worden van dit 700 jaar oude schip. Mooie initiatieven die het onderzoeksproject ook naar het brede publiek een meerwaarde en uitstraling geven.”

Betrokkenheid onderwijsverstrekkers in AGIOn nog steeds niet geregeld

Het is belangrijk dat het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) soepel werkt en met grote betrokkenheid van de onderwijsverstrekkers. Dit is de beste garantie op een efficiënte en vlotte werking van de instelling die de schoolinfrastructuurwerking coördineert.

De vorige Vlaamse Regering engageerde zich om het huidige IVA (Intern Verzelfstandigd Agentschap)-statuut van het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) te onderzoeken en zo nodig aan te passen aan een EVA(Extern Verzelfstandigd Agentschap) -statuut van publiek recht. In het regeerakkoord en de beleidsnota onderwijs werd de omvorming als één van de beleidsdoelstellingen vooropgesteld. Tot op heden werd er echter bitter weinig ondernomen om deze intentie waar te maken; reden voor Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer om de minister hierover te interpelleren in de commissie onderwijs.

De minister stelde dat hij AGIOn de opdracht gegeven heeft in de komende weken uit te klaren wat de gevolgen van de omvorming zijn. De piste die hij lanceerde om te bekijken of er naast de omvorming van een IVA naar een EVA geen andere mogelijkheden zijn om de structurele betrokkenheid van de onderwijsverstrekkers te verzekeren, roept echter vragen op.

Ondanks het regelmatige overleg tussen de koepels en AGIOn worden deze regelmatig geconfronteerd met beslissingen die al door het managementcomité zijn genomen. Met opmerkingen over soms fundamentele zaken wordt regelmatig bijzonder weinig rekening gehouden. Door de omvorming tot een extern verzelfstandigd agentschap kunnen de schoolbesturen terug van op de eerste rij betrokken worden bij de werking van AGIOn.

Zo kan opnieuw aangeknoopt worden bij de manier van werken van de Dienst voor Infrastructuurwerken van het Gesubsidieerd Onderwijs (DIGO), de voorganger van AGIOn. De figuur van het medebestuur zorgde immers voor een gezonde dynamiek en rechtstreekse dialoog tussen de verschillende betrokken partijen. Dit lijkt evident, aldus De Meyer, maar blijkt vijf jaar later nog niet de praktijk.

Jos De Meyer dringt er sterk op aan de beleidsvoornemens uit het verleden effectief uit te voeren, zowel die uit de beleidsnota als die van voormalig minister Vandenbroucke.

Het decreet over AGIOn dateert van 2004 en het agentschap is operationeel sinds 2006. Het raadgevend comité dat toen was beloofd, werd nooit opgericht bij uitvoeringsbesluit omdat men toen al zei dat deze omvorming zou worden doorgevoerd. Dit alles nu opnieuw in vraag stellen nadat men in 2006 niet de nodige uitvoeringsbesluiten heeft genomen, is onaanvaardbaar voor De Meyer.

CD&V dankt vrijwilligers met warmeluchtballonnetjes aan Gentse Topsporthal

Minister Vervotte: ‘Zonder jullie zou de samenleving niet hetzelfde zijn!”

GENT – CD&V bracht vanavond eerbetoon aan de vele vrijwilligers in Vlaanderen, dit naar aanleiding van de Week van de Vrijwilligers en de start van het Europees Jaar van de Vrijwilliger. Een delegatie vrijwilligers kreeg het gezelschap van CD&V gemeente- en provincieraadsleden, parlementariërs en minister Inge Vervotte.
Jos De Meyer, parlementslid voor CD&V uit Sint-Niklaas, zag de actie vooral als een teken van respect en ondersteuning voor het vrijwilligerswerk. Tal van organisaties in Vlaanderen doen immers beroep op, of overleven door het werk van vrijwilligers, in zowel ziekenzorg, sport- en hobbyclubs of de socio-culturele sector

Ook CD&V voorzitter Wouter Beke werd aan de Topsporthal verwacht, maar hij diende -gezien zijn benoeming tot koninklijk onderhandelaar – in Brussel ballonnetjes op te laten.

Jammer genoeg speelde het weer aan de Watersportbaan voor spelbreker. De lucht in de ballons werd immers opgewarmd via forse theelichtjes, een niet onaardig veiligheidsrisico met de strakke wind van vanavond. Eén ballon raakte net niet het dak van de Topsporthal, een andere diende voortijdig geblust te worden op de parking door een vrijwilliger. Waarna men de symbolische actie voortijdig voor bekeken hield en een oranjekleurig ‘CD&V jenevertje’ dronk. (De Gentenaar, D. Dierick)

Smet: onderzoek naar eendagsziekteverloven onderwijspersoneel

Uit het rapport ‘Ziekteverzuim 2009 van het Vlaams onderwijspersoneel’ van de Stuurgroep Ziektecontrole Onderwijs en Mensura Encare Absenteïsme blijkt dat de ééndagsziekteverloven in 2009 voor het tweede jaar op rij gestegen zijn. Reden voor Vlaams volksvertegenwoordigers Jos De Meyer (CD&V) en Kathleen Helsen (CD&V) om de minister van Onderwijs hierover aan de tand te voelen. Deze bevestigde dat de trend zorgwekkend is en beloofde een onderzoek om de achterliggende redenen in kaart te brengen.

In 2008 was het aantal eendagsziekten gestegen met 7,32%, in 2009 zette deze stijging zich door met nog eens 6,91%. Een gevoelige stijging, zeker als je weet dat het globale contingent ziektedagen veel beperkter aangroeide.

De ziektecijfers spreken al jaren over een stijgend aantal ziektedagen die verband houden met psychologische factoren en dus zou de gestegen werkdruk een mogelijke verklaring kunnen vormen maar ook de grote verschillen tussen bv. de CLB’s en het basisonderwijs roepen vragen op.

Kathleen Helsen en Jos De Meyer benadrukken dat het zeker niet de bedoeling mag zijn de controleprocedure nodeloos te verzwaren. “Als er misbruiken zijn dan moeten deze vanzelfsprekend worden aangepakt. Maar nog belangrijker is samen met de sociale partners te onderzoeken welke oorzaken aan de basis liggen van de gestegen eendagsafwezigheden. Is er een link met het psychosociale welbevinden van het onderwijspersoneel? We moeten inzetten op het bestrijden van de oorzaak, veeleer dan van het symptoom. Om zo het probleem ten gronde te kunnen aanpakken”, besluiten de Vlaamse volksvertegenwoordigers.

Geen inschrijvingsgeld in secundair onderwijs!

In de commissie Onderwijs vond een interessant gesprek plaats over voorschotten op rekeningen, waarborgen bij inschrijvingen en inschrijvingsgeld.
Vlaams volkvertegenwoordiger Jos De Meyer vertolkte het CD&V-standpunt: inschrijvingsgeld en waarborgen zijn verboden. Voorschotten op facturen kunnen mits opname in het schoolreglement, redelijkheid van het bedrag, verwijzing naar het aangekochte schoolmateriaal en mits de voorschotten niet betaald worden voor de aanvang van het schooljaar.
De minister kon zich in dit standpunt vinden en achtte een omzendbrief hierover niet opportuun.
Jos De Meyer vond het zinvol om de ouders over de regelgeving terzake via “Klasse voor ouders” beter te informeren.
__________

Voorschot bij inschrijving leerling is niet verboden

Sommige scholen vragen ouders een voorschot. Het mag, zegt minister Smet, maar het is niet wenselijk.
BRUSSEL (belga)
Enkele scholen van het vrije onderwijsnet vragen een voorschot aan ouders die een kind inschrijven. Dat blijkt uit een rondvraag van de VRT.
Volgens het kabinet van de Vlaamse minister van Onderwijs, Pascal Smet (SP.A), is dat niet verboden, maar wenselijk is het evenmin.
Volgens woordvoerder Willy Bombeek van het katholieke onderwijsnet krijgen scholen daardoor de zekerheid dat de ouders niet lichtzinnig over de inschrijving gaan en kunnen ze hun onkosten makkelijker dragen.
Vooral secundaire scholen uit het technisch en het beroepsonderwijs vragen een voorschot, zegt Bombeek nog. ‘Zij moeten vaak voor het begin van het schooljaar al materiaal aankopen’, aldus de woordvoerder. Bij het gemeenschapsonderwijs zou de praktijk niet gangbaar zijn. (Dsl, De Standaard)
__________

Scholen vragen voorschot bij inschrijving

Brussel l Om dubbele inschrijvingen te vermijden, vragen sommige vrije scholen een voorschot bij de inschrijving. Door ouders een bedrag aan te rekenen, zijn ze zeker dat het kind op 1 september komt opdagen. Wanneer het voorschot effectief dient om later een deel van de schoolrekening te betalen, kan het. Als het om een waarborg gaat, is het echter niet wettelijk. “Een waarborg kan niet”, zegt Willy Bombeek van het katholiek onderwijs. “Dubbele inschrijvingen zijn een groot probleem, maar daar zijn andere oplossingen voor.” Het zou vooral gaan om scholen in het Gentse en in Brasschaat. (KH, De Morgen)

Peeters wil controle en begeleiding Mestbank scheiden

Vlaams volksvertegenwoordigers Tinne Rombouts en Jos De Meyer vroegen minister-president Kris Peeters hoe hij de landbouwsector zal ondersteunen bij de implementatie van MAP 4. Peeters beloofde onder meer een functionele scheiding van controle en begeleiding door de Mestbank en een grotere betrokkenheid van de land- en tuinbouwers bij de uitvoering en controle van het beleid.

De landbouworganisaties vinden dat dit nieuwe mestactieplan de economische leefbaarheid van de sector bedreigt. In een eisenbundel vragen zij de Vlaamse regering om flankerende maatregelen.

“De landbouwsector leverde al immens veel inspanningen om de normen in het vorige plan te halen”, erkennen CD&V-parlementsleden Tinne Rombouts en Jos De Meyer. De goede evolutie van de waterkwaliteit in de meetpunten liegt er volgens hen niet om. Europa beaamt die vooruitgang, maar stelt tegelijk dat de waterkwaliteitsdoelstellingen nog sneller bereikt moeten worden. “De Europese lat ligt daarmee zeer hoog”, beseffen ze allebei.

De Meyer en Rombouts luisterden naar de noodkreet van de landbouworganisaties en vertaalden die naar de minister-president. Kris Peeters zijn antwoord maakt duidelijk dat de Vlaamse regering de zorgen van de landbouwsector deelt. “Vlaanderen zal investeren in een aantal sterk flankerende maatregelen om de opgelegde nitraatnorm haalbaar te maken”, laat Peeters weten.

Voor het Vlaams mestbeleid zal er een administratieve en functionele scheiding inzake beleid, controle en begeleiding worden uitgewerkt. Taken die tot nog toe allemaal door de Mestbank werden opgenomen. Dit moet leiden tot een efficiënter, transparanter, doelgerichter en meer gedragen mestbeleid. De erkende praktijkcentra krijgen een grotere rol in het onderzoek naar oordeelkundige bemestingstechnieken en de begeleiding van de landbouwers.

De land- en tuinbouwers moeten zelf meer betrokken worden bij de opvolging van de verschillende MAP-meetpunten. Er zullen extra middelen worden voorzien om waterkwaliteitsgroepen op te richten voor opvolging van de meetresultaten. Zij zullen beroep kunnen doen op het advies van deskundigen om te komen tot realistische bijsturingen in de bedrijfsvoering.

Het controlesysteem zal efficiënter en meer resultaatgericht worden uitgebouwd. Bovendien gaan de controles door de Mestbank in samenspraak gebeuren met het bestaande controlesysteem in het kader van de Europese inkomenssteun voor landbouwers en de controles worden daar ook op afgestemd.

Om een administratieve vereenvoudiging te bewerkstelligen, zal maximaal gebruik gemaakt worden van het e-loket. Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) zal financiële middelen uittrekken om de verstrenging in het nieuwe MAP op het vlak van mestopslag op te vangen en de mogelijkheden voor mestscheiding economisch draaglijk te maken.

Tinne Rombouts en Jos De Meyer noemen de aangekondigde maatregelen alvast een hart onder de riem voor de sector. “De inzet op begeleiding en de creatie van een vertrouwensband tussen de administratie en de landbouwer is essentieel. Door de opsplitsing van beleid, controle en begeleiding is de Mestbank niet langer rechter en jury. Een objectievere en meer efficiënte werking wordt daardoor mogelijk”, verklaren zij. De Meyer en Rombouts volgen nauwgezet op hoe dit alles geïmplementeerd zal worden en hoeveel middelen zullen worden vrijgemaakt. (Vilt)