DBFM-scholenbouw: nog 65 000 m² in te vullen

Na een heel lang voortraject staat de trein van de inhaalbeweging scholenbouw klaar om te vertrekken. De nodige juridische structuren zijn opgericht, de projecten geselecteerd, de contracten getekend. Reden voor Vlaams volksvertegenwoordiger om aan minister van onderwijs Pascal Smet een stand van zaken te vragen.

Door de indexatie en de financiële norm is er na het afsluiten van de financial close nog een bouwvolume van 625 000 m² beschikbaar, stelt Smet. Ondertussen werden reeds 142 voorcontracten getekend, goed voor in totaal 198 schoolgebouwen. Enkel voor het vrije net diende de initiële kandidatenlijst te worden aangevuld.

Gemeenschapsonderwijs:
– aantal getekende voorcontracten: 31
– oppervlakte ingevuld in m²: 99 062,5
– oppervlakte in voorbereiding in m²:nvt

Officieel gesubsidieerd onderwijs:
– aantal getekende voorcontracten: 22
– oppervlakte ingevuld in m²: 79 104
– oppervlakte in voorbereiding in m²: 19 500

Vrij onderwijs:
– aantal getekende voorcontracten: 89
– oppervlakte ingevuld in m²: 337 153,5
– oppervlakte in voorbereiding in m²: 25 000

Voor het GO! werd het beschikbare volume volledig ingevuld door de reeds ondertekende contracten, bij het officieel gesubsidieerd onderwijs (gemeenten en provincies) zal dit ook het geval zijn eens de vijf dossiers die nog in voorbereiding zijn afgerond worden. Enkel voor het vrij gesubsidieerd onderwijs is er nog een capaciteit beschikbaar van 65 000 m², aldus de minister.

Op een tweede oproep begin dit jaar (specifiek voor het vrije net) reageerden een pak schoolbesturen. Ondertussen werd van deze kandidaten door de selectiecommissie een rangschikking opgemaakt en deze zal eerstdaags door de Vlaamse Regering worden goedgekeurd. De minister verwacht dat er op die manier voldoende reserve is om ook voor het vrije net het bouwvolume volledig in te vullen.

De kostprijs van de projecten is, over de netten heen, vrij gelijkmatig en klokt – op basis van de ramingen – af op 1706 euro per m². Smet verwacht dat de eerste projecten tegen het voorjaar van 2012 zullen starten met de bouwwerken, dat tegen februari 2014 ongeveer de helft van de projecten in de steigers zullen staan en dat de volledige operatie tegen 2016 afgerond zal kunnen worden.

De gesprekken met Eurostat over de begrotingstechnische verwerking van deze PPS-constructie lopen nog steeds, stelde Smet op vraag van De Meyer. De Vlaamse Overheid is hier echter niet direct betrokken partij, dit is immers een materie voor het Instituut van de Nationale Rekeningen. Een eventuele consolidatie met de Vlaamse begroting zou consequenties kunnen hebben voor de schuldgraad van de Vlaamse Overheid of voor de voorwaarden van het contract met de private partners, waarschuwt De Meyer.

240 000 euro als extra betoelaging voor visitaties volwassenonderwijs

De centra voor volwassenenonderwijs (CVO) moeten voor hun hoger beroepsonderwijsopleidingen (HBO5) en lerarenopleidingen aan dezelfde kwaliteitsvoorwaarden voldoen als de hogescholen. Ondanks het feit dat ze een pak minder werkingsmiddelen krijgen, moeten ook zij zich onderwerpen aan een visitatie die zo’n 22 000 euro zou kosten. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister van onderwijs Smet hoe deze zware kost gecompenseerd kan worden.

Het is de Vlaamse Universiteiten- en Hogescholenraad (VLUHR) die instaat voor de visitaties –net als bij de andere opleidingen in het hoger onderwijs – en deze werkt onafhankelijk van de overheid, verduidelijkte Smet. Ook de kostprijs van de visitatie wordt dus door VLUHR bepaald en dient door hen gecommuniceerd te worden.

Toch werden met de VLHUR afspraken gemaakt die de kost moeten helpen drukken: zo zal de duur van het visitatiebezoek zo beperkt mogelijk worden gehouden, zal de betaling in drie schijven kunnen plaatsvinden (40% in het voorjaar van 2011, 40% na de bezoeken van de commissies, dus zomer 2012 en 20% bij het begin van 2013) en wordt er 120 000 euro vrijgemaakt als directe financiële ondersteuning. Binnen de begrotingscontrole 2011, aldus Smet, zal er bijkomend nog eens 120 000 euro worden vrijgemaakt om de hoge kostprijs gedeeltelijk te compenseren.

Renovatie parochiekerk Sint-Pauwels noodzakelijk

De gotische parochiekerk van Sint-Pauwels is toepasselijk genoeg toegewijd aan Sint-Paulus. De toren van de kerk en het koor dateren van 1494. Maar ook de binnenzijde is interessant, onder meer door het beschotwerk met beeldschilden de communiebank en het oksaal. De zeer geslaagde buitenrestauratie werd afgerond in 2002 waarna onmiddelijk het dossier voor de binnenrestauratie werd opgestart. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister van onroerend erfgoed Geert Bourgeois wat de stand van zaken is. Het dossier staat immers al vele jaren op de wachtlijst.

Op 19 juli 2010 ontving Ruimte en Erfgoed Oost-Vlaanderen het gehele dossier van de provincie. Doordat de provincie Oost-Vlaanderen nog enkele opmerkingen had met betrekking tot het dossier en de erkenning van de aannemer, moest dit eerst worden uitgeklaard, alvorens het dossier ontvankelijk te kunnen verklaren. Dit gebeurde uiteindelijk op 27 oktober 2010, aldus Bourgeois.

Het dossier staat dus op de wachtlijst, maar is nog niet gequoteerd. Gelet op de wachtlijst die bestaat voor dossiers van gebouwen bestemd voor de eredienst is het moeilijk om nu al een concrete timing van premietoekenning op te geven, stelt de minister. Wanneer het dossier volledig afgerond zal zijn, zal mede worden bepaald door de in het bestek bepaald uitvoeringstermijn en de timing van de premietoekenning.

De opmaak van een restauratiedossier vraagt de nodige tijd voor conceptvorming, dossieruitwerking, en het nodige overleg. Door de verschillende deeldossiers zijn er diverse architecten bij het restauratiepremiedossier van de kerk betrokken, wat er voor gezorgd heeft dat er verschillende overlegmomenten en aanpassingen hebben plaats gevonden. Dit heeft vanzelfsprekend meer tijd in beslag genomen dan bij een ‘normaal’ restauratiedossier, aldus de minister. Daarenboven werd er in 2004 een zware zwamaantasting vastgesteld en werd er, in opdracht van de kerkfabriek, een behandeling uitgevoerd. Bijgevolg werd naar aanleiding van de zwamaantasting het herstel van de vloeren, altaren, pleisterwerk ook nog mee opgenomen in het interieurrestauratiedossier.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer blijft aandringen op een snelle afronding van dit dossier.

Groene Kring brengt de boerderij naar de stad

Een konijn, een biggetje of een dwerggeitje aaien, een (kunst)koe melken, zelf achter het stuur van een grote landbouwtrekker plaatsnemen, zelf een groente zaaien, … de 2.500 ingeschreven kinderen uit de kleuterklassen en de eerste en tweede graad van de lagere scholen uit het Waasland konden zich op vrijdag 20 mei op de Grote Markt van Sint-Niklaas ten volle uitleven met ‘land- en tuinbouw’activiteiten. Voor de elfde maal had Groene Kring immers de boerderij naar de stad gebracht.

“Het is een initiatief dat twaalf jaar geleden werd opgestart en dat een groeiend succes kent. Ook dit jaar werd met 2.500 ingeschreven kinderen opnieuw een record gebroken”, zo legt Leen Schrevens, nationaal voorzitter van Groene Kring uit. “Als jongerenorganisatie willen wij ons voornamelijk richten op de consumenten van morgen en dat zijn de kinderen. Anderzijds is het ook een imago-activiteit. Wij willen de kinderen kennis laten maken met de moderne land- en tuinbouw en aldus wellicht een aanzet geven om ze ook naar de bedrijven zelf te brengen. Veel kinderen kunnen immers niet meer de link leggen tussen de land- en tuinbouw en hun dagelijks leven. Zij weten niet dat landbouw instaat voor hun dagelijks voedsel, voor zorgverlening, voor recreatie, voor toerisme, voor het instandhouden van de open ruimte, en ga zo maar door. Op een speelse manier willen wij hen daarom bijbrengen dat land- en tuinbouw onontbeerlijk deel uitmaakt van ons dagelijks leven. Het geheel krijgt nog een vervolg in de klas zelf aan de hand van de werkbladen die aan de leerkrachten ter beschikking worden gesteld”, aldus nog Leen Schrevens.

tweedaagse

Zoals gezegd, gaat het reeds om de elfde editie van ‘Boerderij in de stad’. Voordien waren bv. reeds Antwerpen, Leuven, Gent, Hasselt en Brugge aan de beurt, alsook bekende plaatsen of domeinen, zoals de dierentuin van Antwerpen of het domein van Bokrijk. “Nieuw dit jaar in Sint-Niklaas is dat het om een tweedaagse gaat. In samenspraak met het stadsbestuur (schepen van Landbouw Ben Van Eynde en ook Jos De Meyer, voormalig schepen in Sint-Niklaas en ook voorzitter van de Commissie Landbouw van het Vlaams Parlement) werd dit jaar besloten om ook op zaterdag 21 mei het evenement te laten doorgaan. Op die dag (morgen dus) zullen ook toevallige passanten en verenigingen uit de buurt kennis kunnen maken met het boerderijgebeuren”, zo besluit Leen Schrevens.

(Bron van dit artikel: Landbouwleven – 20-05-2011)

* * * * *

2.500 kinderen maken kennis met boerenstiel in de stad

Afgelopen week organiseerde Groene Kring op de Grote Markt in Sint-Niklaas de elfde editie van ‘Boerderij in de stad’. Ongeveer 2.500 schoolkinderen uit de omgeving konden vrijdag kennismaken met de boerenstiel. Leden van Groene Kring en studenten van de Katholieke Hogeschool Kempen probeerden op een geanimeerde manier te informeren. Zaterdag was de boerderij open voor andere geïnteresseerden.

Groene Kring, de beweging voor jonge land- en tuinbouwers in Vlaanderen, organiseerde dit jaar voor de elfde keer een ‘Boerderij in de stad’. Met dat project wil ze de consument van vandaag en morgen opnieuw in contact brengen met landbouw. Op de Grote Markt in Sint-Niklaas installeerde de organisatie daarom ‘stallen’ met boerderijdieren, tractors en kraampjes met groenten en planten, waar de kinderen konden voelen, ruiken, proeven en testen. Daarnaast mochten de kinderen zelf een zonnebloem planten en een houten koe ‘melken’.

“Deze editie is een groot succes”, verklaarde een tevreden voorzitter Leen Schrevens vrijdag. “Zowat alle klassen uit kleuter- en lager onderwijs in de omgeving kwamen op bezoek. Meer dan 2.400 leerlingen hadden zich op voorhand ingeschreven, maar daarnaast zijn nog een deel spontane bezoekers opgedoken. Dit hebben we mede te danken aan de provincie Oost-Vlaanderen en de stad Sint-Niklaas, die zeer vlot met ons hebben samengewerkt in dit project.”

“Projecten zoals dit zijn belangrijk, omdat het consumenten terug doet beseffen waar het voedsel op hun bord vandaag komt”, vertelde ook Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V). “Onze kinderen zijn nog maar weinig vertrouwd met landbouw. De meesten hebben zelfs nog nooit een landbouwdier van dichtbij gezien. Hier krijgen ze de kans om de boerenstiel eens echt te beleven.”

Ook Didier Huygens, adviseur van de Provinciale Landbouwkamer en directeur van de dienst Landbouw van de provincie Oost-Vlaanderen, was tevreden met het initiatief. “Vanavond zal bij wel 2.500 gezinnen aan tafel over landbouw gepraat worden. Dát is wat we willen bereiken.”

(Bron van dit artikel: VILT.be)

Viering 125 jaar ACV Waas & Dender

Zaterdag 21 mei vierde ACV Waas en Dender met een groots evenement op de Grote Markt zijn 125ste verjaardag. Naast een inhoudelijk congresprogramma, met onder andere als bijzondere gastspreker algemeen voorzitter Luc Cortebeek, was er vanzelfsprekend ook ruimte voor animatie voor het gehele gezin: djembé-lessen, een vrachtwagensimulator, een beroependorp, een springkasteel, theater en grime, … Een optreden van Sandrine was de afsluiter. Vanzelfsprekend ging ook ik de jarige even een goede dag zeggen.

Verder onderzoek naar juridische implicaties van peilafspraken

Eén van de belangrijkste taken van de polderbesturen is de zorg voor de waterbeheersing. Het peilbeheer heeft een groot belang voor verschillende sectoren en tal van actoren zijn er bij betrokken. In de praktijk blijkt dat er tussen de actoren onderling soms sterk verschillende ideeën leven over het gevoerde peilbeheer. Een groot deel van de conflicten is te wijten aan het gebrek aan een algemeen aanvaard afsprakenkader, ook de afspraken rond vergoedingen voor opbrengstverliezen door peilverhogingen zijn vaak een bron van onenigheid. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister van leefmilieu Joke Schauvliege op welke wijze er meer rechtszekerheid gecreëerd kan worden.

De minister benadrukte het grote belang van waterbeheersing en de belangrijke rol van de peilafspraken daarin. Vanzelfsprekend, aldus Schauvliege, is het overleg met alle betrokken actoren enorm belangrijk. Ze benadrukte echter dat het de bevoegde waterbeheerder is die zijn verantwoordelijkheid moet opnemen.

Op de meeste plaatsen verloopt dit heel goed. Zeker het vernieuwen van de infrastructuur zorgt voor nieuwe mogelijkheden: de aansturing van stuwen en pompgemalen op basis van de weersverwachtingen is bijvoorbeeld een grote uitdaging.

Op plaatsen waar het moeilijker is om tot een consensus te komen, ziet zij meer heil in het werken met ‘protocollen’. Het zou immers van weinig efficiëntie getuigen om overal – ook waar het goed gaat – een formalistische procedure op te leggen via regelgeving. Ze beloofde De Meyer wel om te laten onderzoeken of afgesloten protocollen kunnen worden afgedwongen, wat de gevolgen zijn voor de aansprakelijkheid bij schade en of er in sommige gevallen een openbaar onderzoek noodzakelijk is.

Hervorming Huizen van het Nederlands nog geen feit

In het witboek interne staatshervorming wordt ook een hertekening van de integratie- en inburgeringsector in acht decentrale vzw’s vorm gegeven. Het voorstel wil de Huizen van het Nederlands integreren in deze structuur. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minster van onderwijs Smet naar zijn visie. Deze benadrukte dat de inspraakprocedure nog lopende is en dat er zeker nog geen standpunt werd ingenomen door de Vlaamse Regering. De minister gaf wel te kennen dat hij de kritische kanttekeningen van de VLOR bij het plan begrijpt en hij verwees ook naar de (negatieve) ervaringen met het privatiseren van het NT2-aanbod in Nederland.

De Huizen van het Nederlands staan in voor de neutrale ‘dispatching’ van aanvragen van anderstalige volwassenen naar NT2-cursussen van de verschillende aanbodsverstrekkers. Zij doen daartoe intakes en niveaubepalingen.
Deze werking is dus een pak ruimer dan zuiver de aspecten ‘integratie’ en ‘inburgering’. Goed om weten is slechts een minderheid, ongeveer een vijfde, van alle NT2-cursisten onder de categorie ‘inburgeraar’ ressorteert.

Op dit moment zijn de onderwijsverstrekkers naast andere partners structureel vertegenwoordigd in het bestuur van de Huizen van het Nederlands. Dit zorgt voor een draagvlak en verhoogt zowel het wederzijds vertrouwen als de onderlinge samenwerking van de Huizen en hun partners bij het realiseren van hun doelen ten aanzien van anderstalige volwassenen. Dit voorstel lijkt aan te sturen op een ontkoppeling tussen oriënterende en toeleidende activiteiten voor anderstalige volwassenen enerzijds en het aanbieden van gepast onderwijstraject anderzijds. Dit heeft vanzelfsprekend gevolgen voor de organisatorische en de inhoudelijke afstemming.

Het volwassenenonderwijs en de Huizen van het Nederlands nemen bijvoorbeeld heel wat initiatieven om de kwaliteit en de effectiviteit van de trajecten te verbeteren en om met het aanbod sneller en gepaster in te spelen op gedetecteerde behoeften en leernoden. We denken dan aan geïntegreerde trajecten NT2 en beroepsopleidingen, trajecten ‘school en ouders’, variatie in de intensiteit van het lesvolgen, etc.
Het VLOR-advies van 8 juni 2010 over de opvolging van het nieuwe afsprakenkader Nederlands tweede taal stelt onomwonden dat de evolutie naar een uitbestedingsbeleid aan private onderwijsverstrekkers van NT2-opleidingen niet wenselijk is omdat het een afbreuk doet aan de jarenlange structurele samenwerking en de volgehouden inspanningen inzake NT2-onderwijs tussen de reguliere aanbodsverstrekkers.

Het model zoals het in het witboek interne staatshervorming naar voor wordt geschoven lijkt echter net dit als gevolg te kunnen hebben: nog minder structurele samenwerking met de reguliere onderwijsinstellingen, en nog meer uitbesteding aan private onderwijsverstrekkers.

Nu reeds besteedt de VDAB regelmatig schakelpakketten NT2 uit, maar door de regelgeving op de overheidsopdrachten is er weinig of geen ruimte om met bevoorrechte partners (zoals de reguliere onderwijsverstrekkers) samen te werken. Het volwassenenonderwijs vreest – vermoedelijk terecht – dat een deel van ons Vlaamse onderwijs op sluipende wijze ‘vermarkt’ wordt.

Tweede inhaaloperatie scholenbouw start nog deze legislatuur

Naar aanleiding van de publicatie van de Onderwijsspiegel 2009-2010 was er in de pers enige polemiek over de veiligheid en in sommige gevallen onaangepaste inrichting van onze Vlaamse internaten. Daarnaast bleek ook dat er geen decretaal vastgelegde veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsnormen bestaan voor internaten. De onderwijsinspectie dringt aan op een investeringsoperatie om de internaatsgebouwen aan te passen aan de normen van deze tijd. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister van onderwijs Pascal Smet welke stappen hij zal ondernemen om de aangekaarte problemen te verhelpen.

In de volgende editie van de scholengebouwmonitor in 2013 zal specifiek de leeftijd en de toestand van de internaatsgebouwen bevraagd worden, aldus Smet. Werken m.b.t. brandveiligheid en sanitair in de internaten krijgen van AGIOn prioriteit. In dit domein werden enkel al in deze legislatuur voor 2,9 miljoen euro werken goedgekeurd.

Tegen het einde van de legislatuur zal, in samenspraak met de minister van welzijn Jo Vandeurzen, een omvattend reglementair kader worden uitgewerkt voor de internaten.

Voor de vier internaten die momenteel zijn opgenomen in de DBFM-operatie is er in tussentijd geen probleem: de outputspecificaties zoals deze worden voorgeschreven door de DBFM-vennootschap bieden voldoende waarborgen. Deze omvatten immers zowel de functionele als de technische vereisten voor schoolgebouwen. Voor internaten zijn er zelfs nog een aantal aanvullende vereisten zoals compartimentering, vluchtwegen en noodverlichting in de nachtzones.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer is tevreden dat er werk wordt gemaakt van een wetgevend kader. Hij benadrukt nogmaals dat er, net zoals in de reguliere scholenbouw, nood blijft aan bijkomende investeringen in gebouwen. Minister Smet gaf toe dat een tweede inhaaloperatie (inclusief voor internaten) dringend noodzakelijk is. Omwille van budgettaire redenen zal deze wellicht pas opgestart worden in de tweede helft van de huidige legislatuur.

“Vlaamse samenleving kan zich niet veroorloven 2000 jongeren te verliezen”

Het Vlaams Parlement debatteerde over niet-schoolbare leerlingen. Uit recente cijfers blijkt dat maar liefst 1531 leerlingen niet meer worden ingeschreven in de Vlaamse scholen wegens definitieve uitsluiting. Met de 18-plussers erbij, is dit cijfer 2000. Hun aantal is op 4 jaar tijd verdubbeld. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer pleitte voor meer individuele trajecten en een hechtere samenwerking tussen ‘onderwijs’ en ‘welzijn’. Minister Smet stelde dat van verder onderzoek, het beter in kaart brengen van de problemen en betere samenwerking met welzijn op korte termijn werk zal worden gemaakt. De Meyer stelde ook heel uitdrukkelijk dat het belangrijk is dat de Vlaamse Regering een minister aanduidt die dit dossier trekt: onze Vlaamse samenleving kan het zich niet veroorloven jaarlijks 2000 jongeren te verliezen, met alle consequenties van dien.

* * *

Handelingen Plenaire Vergadering van 04 mei 2011

Actuele vraag van de heer Jos De Meyer tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over de sterke groei van het aantal definitieve uitsluitingen na een tuchtprocedure en het opzetten van preventieve werking ten aanzien van probleemjongeren

De voorzitter:
Mevrouw Pehlivan heeft het woord.
Mevrouw Fatma Pehlivan:

Voorzitter, minister, geachte leden, we gaan over van kleuters naar het secundair onderwijs. Ook daar zijn er immers een aantal problemen die we van nabij moeten bekijken en aanpakken.
In de commissie hebben we al enkele malen gediscussieerd over het rapport en de cijfers met betrekking tot de afwezigheid van leerlingen op school. Vorig schooljaar hebben we echter een explosieve stijging kunnen vaststellen van het aantal definitieve uitsluitingen van leerlingen, vooral in het secundair onderwijs. Het zou gaan over 1500 leerlingen, maar als we het rapport bekijken, ligt dat cijfer eigenlijk veel hoger, namelijk boven de 2000 leerlingen. Dat is een verdubbeling op nauwelijks vier jaar tijd, wat problematisch is. Een bijkomend probleem is dat van die 1500 leerlingen er 150 geen school meer vinden om zich er opnieuw in te schrijven.

Een leerling definitief uitsluiten als tuchtmaatregel lijkt me toch wel de laatste stap die een school kan nemen. Uit de cijfers blijkt echter dat dit veel meer gebeurt dan we denken. Als ik de reactie van de onderwijskoepels bekijk, heb ik het gevoel dat die de schuld bij de leerlingen leggen. Het gaat immers over probleemleerlingen, die zich niet konden houden aan de schoolreglementen en geen afspraken nakwamen. Dat vertaalde zich natuurlijk ook in spijbelgedrag. Minister, het gaat eigenlijk over een mix. De Vlaamse Scholierenkoepel (VSK) richt een verwijt aan de scholen: dit zou de laatste maatregel moeten zijn die ze nemen. De scholen, aldus de VSK, nemen te veel repressieve maatregelen, veeleer dan dit preventief aan te pakken.

Minister, hoe verklaart u de explosieve stijging van het aantal definitieve uitsluitingen? Wat zal er gebeuren met die jongeren die er nu niet in slagen om zich in te schrijven in een nieuwe school?
Het probleem is niet enkel dat van de scholen. Gaat u overleggen met minister Vandeurzen om dit probleem aan te pakken?

De voorzitter:
De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer:
Voorzitter, minister, collega’s, 1531 leerlingen worden niet meer ingeschreven wegens definitieve uitsluiting. Tellen we daar de 18-plussers bij, dan komen we aan ongeveer 2000. Het aantal niet-schoolbare leerlingen is op 4 jaar tijd verdubbeld. De oorzaken zijn leermoeilijkheden, persoonlijke problemen en moeilijke thuissituaties. 10 procent geraakt niet opnieuw ingeschreven, 8 procent geraakt tijdelijk niet ingeschreven. Bovendien dreigen ze andere kwetsbare jongeren mee te slepen.

Mevrouw Pehlivan, ik heb de reactie van de onderwijskoepels meer genuanceerd begrepen. Mevrouw Van Hecke pleit voor een individueel traject en zegt dat onze scholen dit niet meer alleen aankunnen. De Vlaamse scholierenkoepel pleit heel terecht voor samenwerking tussen Onderwijs en Welzijn, en vraagt om het hele probleem beter in kaart te brengen en meer preventief te werken.

Als we niet opletten, dreigen we jaarlijks ongeveer 2000 mensen te verliezen. Dat kunnen we in Vlaanderen niet maken. Minister, hoe wilt u preventief optreden in samenwerking met uw collega’s? Moeten we niet ook durven na te denken over de inhoud van leerplicht/schoolplicht, en de leeftijd tot wanneer die loopt?

De voorzitter:
Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet:
Ik ben het eens met jullie bezorgdheid. Het klopt dat er een stijging is en dat die voor een heel klein deeltje te wijten is aan registratie, aan de betere manier waarop wordt omgegaan met terugzendingen en met het definitief uitsluiten uit een school. Dat is een reden tot bezorgdheid.

Jullie hebben goed aangegeven dat dit probleem Onderwijs overstijgt. In se gaat het om een welzijnsprobleem. We zijn bezig met het opstellen van een antispijbelplan. Dat gaan we uitbreiden naar antisociaal gedrag, en dat valt daar ook onder. We gaan betere profielschetsen van die jongeren opmaken. Er loopt ook een studie over hoe we dat in de toekomst beter kunnen monitoren met de scholen, of dat al of niet mogelijk is. We verwachten die resultaten in het najaar.

Onderwijs en Welzijn bieden gezamenlijke korte en lange time-outprojecten aan. We hebben ook herstelgericht werken voor scholen als prioritair thema in de nascholingen vooruitgeschoven, juist om scholen te leren omgaan met dat soort problematische jongeren. Er is ook het actieplan met de Commissie Jeugdzorg in het Vlaams Parlement, waar een duidelijke link is.

De vergadering met minister Vandeurzen is al veel langer gepland, maar voor eind deze maand zal ik samen met hem de samenwerking tussen Welzijn en Onderwijs bekijken, en we gaan dat hier uitdrukkelijk omkaderen. Als we echt een antwoord willen geven aan die jongeren, dan kan Onderwijs dit niet alleen, dan moet ook Welzijn dat doen en er moet een goede afstemming zijn tussen beiden.

Ik heb met minister Vandeurzen afgesproken dat we deze maand samen mevrouw Van Hecke gaan ontmoeten om daar met haar over te praten. Dit probleem overstijgt Onderwijs inderdaad, mijnheer De Meyer. We moeten die jongeren daar even uithalen bij manier van spreken, wat bijspijkeren, terug op het goede pad zetten en dan weer opnemen in Onderwijs. Daarvoor is er een band nodig tussen Onderwijs en Welzijn. Deze maand nemen minister Vandeurzen en ik dat op.

Mevrouw Fatma Pehlivan:
Minister, ik ben blij dat u onze bezorgdheid deelt. De plannen en acties die u hebt uiteengezet kunnen we in de commissie verder bespreken. Dit probleem is niet alleen van Onderwijs. Ook de ouders moeten hier mee bij worden betrokken. Zij spelen een cruciale rol.

Misschien kunt u dit ook opnemen in het kader van de hervorming van het secundair onderwijs. Daar zit ook een deel van het probleem dat sommige leerlingen in een verkeerde richting worden gestimuleerd. Ze zijn schoolmoe, ze voelen zich niet op hun plaats in de schoolstructuur, wat tot nefaste gevolgen kan leiden. We gaan dit verder opvolgen in de commissie.

De heer Jos De Meyer:
Minister, ik dank u voor het geëngageerd antwoord. Ik onthoud: verder onderzoek, beter in kaart brengen van de problemen en samenwerking met welzijn. Collega’s, anderzijds wil ik heel uitdrukkelijk zeggen dat het belangrijk is dat de Vlaamse Regering duidelijk een minister aanduidt die dit dossier trekt. 2000 jongeren verliezen we jaarlijks, met alle consequenties van dien. Dat kan onze Vlaamse samenleving zich niet veroorloven.

De voorzitter:
Mevrouw Van Steenberge heeft het woord.

Mevrouw Gerda Van Steenberge:
Minister, u verwijst naar het nieuwe antispijbelplan. U hebt naar aanleiding van het rapport waarover nu gesproken wordt – die cijfers zijn niet nieuw, we hebben ze al in februari besproken – gezegd dat u het nieuwe antispijbelplan zult voorstellen aan de commissie voor de zomer. Het is kort dag.

U hebt naar aanleiding van een interpellatie van collega Helsen over de persoonlijke ontwikkelingstrajecten, gezegd dat u de registratie zou bekijken en volop bezig was met de monitoring. Dat zou afgehandeld zijn op het einde van het schooljaar, dus voor de zomer. Minister, het is kort dag.

Mevrouw Van Hecke verwijst naar een grote groep van niet-schoolbare jongeren met wie geen land meer te bezeilen valt. Volgens haar is er maar één oplossing, namelijk aan de probleemleerlingen een individueel traject aanbieden. Er wordt enorm gefocust op die individuele begeleiding, ook in uw antwoord. Ik wil wijzen op een interview met de socioloog Furedi, dat dit weekend in De Morgen is verschenen. Hij heeft een nieuw boek geschreven, ‘De terugkeer van het gezag’. Hij kaart daar het onderwijssysteem aan en zegt dat kennisoverdracht steeds meer plaats moet ruimen voor amusement, socialisatie en therapie. We moeten terugkeren naar gezag in het onderwijssysteem. Minister, ik zou u aanraden dat boek eens te lezen en misschien naast die individuele trajecten ook eens een andere piste te bekijken. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter:
Mevrouw Celis heeft het woord.

Mevrouw Vera Celis:
Over de uitsluiting van die jongeren is algemeen moeilijk iets te zeggen. Wanneer er spijbelgedrag aan de orde is, dan hebben we inderdaad het rapport waar we al over hebben gesproken in de commissie. Ik vermoed dat het spijbelen als dusdanig hier niet aan de orde is. De uitsluitingen zijn er voornamelijk bij jongeren met een effectieve problematiek. Ik ben heel zeker van de competenties waarover leerkrachten en directies beschikken. Wanneer er over uitsluiting moet worden gesproken, zullen ze dat enkel en alleen doen wanneer ze effectief met de handen in het haar zitten. Wanneer we gaan kijken naar welke jongeren dat zijn, namelijk de kwetsbare groepen waarmee we worden geconfronteerd, denk ik dat we vanuit het onderwijs wel de opdracht hebben om professionele hulp in te zetten in die scholen want ook vanuit de bijzondere jeugdzorg is er een algemene vraag naar extra plaatsen en naar ondersteuning. Daar kan men niet opvangen wat het onderwijs ook niet kan opvangen. Voor die professionele hulp in psychologie, zeker in deeltijds onderwijs en bso-onderwijs, moeten we een tandje bij steken.

De voorzitter:
De heer Bouckaert heeft het woord.

De heer Boudewijn Bouckaert:
Voorzitter, het stijgend aantal uitsluitingen is natuurlijk een zorgwekkend gegeven. Belangrijk is de mentaliteit die men daar tegenover aanneemt. Ik heb het gevoel dat mevrouw Pehlivan lijdt aan het Dalrymple-syndroom. Dat hebben we gisteren uitvoerig uiteengezet gekregen. Als er iets misloopt, is het nooit de schuld van degene die iets misdoet, het is altijd de schuld van de maatschappelijke verhoudingen, het gebrek aan welbevinden in de school, het autoritair optreden van de school. Het is altijd de schuld van iemand anders, de absolute deresponsabilisering, waardoor uiteindelijk de autoriteit die zijn verantwoordelijkheid neemt, de zwartepiet krijgt toegespeeld.
Met dat soort mentaliteit mogen we niet naar die dingen kijken. Een school moet zijn verantwoordelijkheid nemen, en ook zorg dragen voor de functionering van het geheel. Ik heb toch liever de aanpak van de heer De Meyer, die zegt dat we misschien wel eens de schoolplicht moeten bekijken. LDD stelt ook voor om de schoolplicht in te korten naar 16 jaar. We wachten decretale initiatieven van CD&V met ongeduld af.

De voorzitter:
Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Mevrouw Elisabeth Meuleman:
Minister, het gaat hier inderdaad om een specifieke groep jongeren die een individueel traject nodig hebben. Het klopt dat die groep van 1500 jongeren moeilijker bereikt wordt met een antispijbel- of een ander plan. Ze zijn dat stadium al voorbij. U hebt aangehaald dat daarvoor de time-outprojecten beschikbaar zijn. We geloven ook dat die projecten voor deze jongeren de beste oplossing bieden. Er zijn een aantal problemen. Er zijn wachtlijsten omdat nog steeds gewerkt wordt met een gesloten enveloppe. Niet voor elke leerling die dat nodig heeft, is er een dergelijk time-outproject. Bovendien staan die projecten niet open voor het gehele middelbaar onderwijs. Ze zijn dat enkel voor het deeltijds onderwijs. Ook dat is problematisch. Minister, denkt u eraan daar iets aan te doen? Wilt u de projecten uitbreiden en werken met een open enveloppe, ook voor het hele middelbaar onderwijs?

Minister Pascal Smet:
Laat me allereerst zeggen dat ik van mevrouw Pehlivan niet gehoord heb dat het plots alleen de samenleving is die verantwoordelijk is. Uiteraard is het individu dat die daden stelt, verantwoordelijk. Dat geldt ook voor de ouders. Anderen hebben al gezegd dat de verantwoordelijkheid van de ouders heel belangrijk is. Kinderen hebben is één zaak, maar verantwoordelijkheid opnemen nog iets anders. Ik denk dat we dat nog eens veel duidelijker moeten stellen. Maar, mijnheer Bouckaert, we kunnen er niet omheen dat een samenleving, waar men opgroeit, een buurt, een omgeving, de afkomst, al dan niet uit een achtergesteld gezin, moeilijke sociaal-economische omstandigheden externe factoren zijn die daarop inspelen. Versta me niet verkeerd, dat zijn geen excuses. Daarover bestaat kilometers literatuur. U moet die misschien maar eens lezen.
Ik hoor echter helemaal niet zeggen dat het niet zou gaan om een individuele verantwoordelijkheid, de verantwoordelijkheid van de ouders, net zoals ik evenmin problemen heb met het feit dat gezag, discipline nodig is, ook in scholen. Daar is niets mis mee. Ook de samenleving als geheel heeft dat af en toe nodig. Ik heb daar helemaal geen problemen mee. Laten we daarover geen valse of verkeerde tegenstellingen vinden.

Mevrouw Meuleman, u hebt gelijk. Het systeem van de time-out volstaat op dit moment niet. Er is meer vraag dan aanbod. In de Commissie Bijzondere Jeugdzorg is dat ook heel duidelijk naar voren gekomen. Dat is nu juist een van de gespreksonderwerpen die ik met minister Vandeurzen, die, zoals u weet, daarin ook een belangrijke bijdrage levert, zal opnemen om na te gaan hoe we kunnen komen tot meer trajecten voor individuele jongeren. We moeten het hele traject bekijken. Bij een jongere die we niet opvangen als hij in het begin van een schoolcarrière problemen heeft, is de kans groot dat hij gedurende de rest van zijn leven problemen zal hebben. Dat zal dan ook een maatschappelijke kost met zich mee brengen. Als we heel snel investeren om die jongere op het juiste pad te brengen, dan kunnen we later veel geld uitsparen. Als we kijken naar het hele traject, dan is dat goed beleid. Ik weet dat daarover in het parlement kamerbreed, ‘Vlaams Parlementbreed’, min of meer consensus aan het groeien is.
Voorzitter, samen met minister Vandeurzen nemen we de zaak op. We zijn beiden gemotiveerd om er iets aan te doen. Er zijn verschillende zaken die hij en ik delen. Dat geldt zeker voor de bezorgdheid over deze groep jongeren.

Mevrouw Fatma Pehlivan:
Mijnheer Bouckaert, het is misschien niet de gewoonte om tijdens een actuele vraag een antwoord te geven, maar het is wel duidelijk dat we in twee verschillende partijen zitten. Dat is mijn antwoord op uw tussenkomst.

Minister, ik heb nooit beweerd dat de jongeren alleen schuldig zijn. Het zijn ook de ouders, de CLB’s. Het gaat om het geheel, vooral bij de zwakke jongeren. Op dat vlak ben ik wel voor een deel tevreden met de acties die we zullen ondernemen. U kunt rekenen op mijn volledige medewerking. We zullen de discussie verder voeren in de commissie.

De heer Jos De Meyer:
Minister, ik ben tevreden met uw antwoord. Mijnheer Bouckaert, ik ben tevreden dat u mijn gedachtegang steunt. Voor alle duidelijkheid, ik heb geen radicaal pleidooi gehouden om de leeftijd voor de leerplicht te verlagen. Ik heb gezegd dat een denkoefening daarover bijzonder nuttig is.
Voorzitter, tegenwoordig is er veel te doen over het Kinderrechtencommissariaat. Misschien kan die dienst ons bij die oefening behulpzaam zijn. (Applaus bij CD&V en Groen!)

De voorzitter:
Het incident is gesloten.