Centrumsteden moeten nieuw aanbod woningen hoog houden

De taakstellingen rond wonen die voortkomen uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen en de behoeftenramingen die worden opgemaakt in het kader van de lokale woonbeleidsplannen zijn niet altijd gelijklopend, reden voor Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer om minister van ruimtelijke ordening Philippe Muyters hierover te ondervragen. Deze benadrukte het belang van een groot genoeg woonaanbod in de regionaalstedelijke gebieden om de trend van stadsvlucht tegen te gaan.

De aanhoudende suburbanisatie zorgt ervoor dat meer mensen de stad verlaten dan er bijkomen. De taakstelling die op regionaalstedelijk gebied wordt geformuleerd, heeft als bedoeling een trendbreuk in te zetten door het aanbod aan huisvesting te verhogen en zo extra inwoners aan te trekken, stelt Muyters. Daarbij is het natuurlijk wel belangrijk de mogelijke locaties kwalitatief in te vullen en ook gefaseerd te werken. Het mag niet de bedoeling zijn de concurrentie aan te gaan met het stadscentrum en daar dan weer leegstand te creëeren.

De woonuitbreidingsgebieden die via het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de afbakening van het regionaalstedelijk gebied werden omgezet naar woongebied moeten ook in deze context begrepen worden, aldus de minister: deze gebieden zijn geen reserves maar een actueel aanbod, klaar om aan te snijden en te ontwikkelen.

191 diploma’s secundair onderwijs in leertijd

Tijdens het schooljaar 2009–2010 werden er in de leertijd 191 diploma’s secundair onderwijs en in het deeltijds beroepssecundair onderwijs nog eens 97 diploma’s uitgereikt. Dit wist minister van onderwijs Pascal Smet te melden op vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer. De globale kostprijs van een leerling in de leertijd bedraagt 2876 euro, voor een leerling in het deeltijds beroepssecundair onderwijs is dit 8340 euro. De minister stelt tevreden te zijn over het hoog aantal diploma’s en ziet er een bewijs in van de mogelijkheden die het decreet ‘leren en werken’ heeft gecreëerd. Toch wacht hij nog op een doorlichting van de kwaliteit van het geboden onderwijs alvorens te evalueren of er verder wordt gegaan op de ingeslagen weg, dan wel of er bijsturingen nodig zijn.

Valentijn De Bock wint Oost-Vlaamse beker

Het voorbije weekend ging in recreatiedomein De Ster in Sint-Niklaas gedurende 3 dagen de 10e editie van jumping ‘Het Wase Paard’ door. Slotstuk was de finale van de Beker van Oost-Vlaanderen op zondag waar ikzelf ook aanwezig mocht zijn. Van de 148 combinaties uit de selectieproef op vrijdag bleven er nog 52 over. Het deed me veel plezier dat ik aan eigen lokaal talent, Nieuwkerkenaar Valentijn De Bock, de prijs mocht overhandigen.

Tegen november dit jaar duidelijkheid over DAC’ers in onderwijssector?

In de onderwijssector werken in de vrije internaten nog steeds 175,5 voltijdsequivalenten in het zogenaamde nepstatuut van ‘DAC-er’. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos de Meyer vroeg minister van onderwijs Pascal Smet welke stappen worden gezet om dit statuut om te zetten in reguliere tewerkstelling. Smet stelde dat in de collectieve arbeidsovereenkomst 2010-2011 voor de sector onderwijs werd afgesproken dat een werkgroep bestaande uit de overheid en de sociale partners zal onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om te komen tot een statutaire of volwaardige contractuele tewerkstelling. Tegen uiterlijk 31 oktober 2011 zou de werkgroep zijn werkzaamheden moeten beëindigen.

Op dit moment wordt er nog informatie verzameld bij de betrokken werkgevers. En dit gaat ruimer dan de internaten: naast de DAC’ers worden ook de gesubsidieerde contractuele personeelsleden (Gesco’s) en de contractuele personeelsleden betaald door het Departement Onderwijs (CODO’s) onder de loep genomen. De Meyer onthield uit het antwoord van de minister een engagement om mee te werken aan een oplossing. Smet beaamde de wil om dit te doen, maar benadrukte dat er een duidelijk overzicht van de situatie nodig is.

Busverbinding tussen Temse en Bornem wordt onderzocht

In Temse en Bornem is de nieuwe werkgroep “Haal De
Lijn over de brug
” opgericht. Zij ijveren voor meer bussen tussen de gemeenten Temse en Bornem. Dit om de ontsluiting van de industrieparken van Bornem en Puurs en het ziekenhuis in Willebroek te verbeteren. Momenteel rijden slechts twee à drie bussen per dag over de Scheldebrug (de provinciegrens tussen Oost-Vlaanderen en Antwerpen). Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister van mobiliteit Hilde Crevits of de haalbaarheid en wenselijkheid van deze verbinding onderzocht kan worden. De minister kent de voorstellen van de werkgroep en heeft aan De Lijn gevraagd om deze, en eventuele andere alternatieven, te onderzoeken. Dit onderzoek loopt momenteel nog.

Hedwigepolder: wederzijds empathisch vermogen is belangrijk

De plenaire vergadering van het Vlaams Parlement besprak afgelopen woensdag de beslissing van de Nederlandse regering om Hedwigepolder niet te ontpolderen. Te midden van de forse taal die gesproken werd, riep Jos De Meyer op tot een constructieve houding: “Bevriende landen voeren op en correcte wijze gesloten overeenkomsten uit. Daarvoor zijn geen grote verklaringen of grote daden noodzakelijk, maar wel wederzijds empathisch vermogen.”

Handelingen Plenaire Vergadering van 22 juni 2011

Actuele vraag van mevrouw Annick De Ridder tot de heer Kris Peeters, minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over de recente Nederlandse beslissing om de Hedwigepolder niet te ontpolderen en de uitvoering van de Scheldeverdragen
Actuele vraag van de heer Jos De Meyer tot mevrouw Hilde Crevits, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken, over de recente Nederlandse beslissing om de Hedwigepolder niet te ontpolderen en de uitvoering van de Scheldeverdragen
Actuele vraag van de heer Wilfried Vandaele tot de heer Kris Peeters, minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over de recente Nederlandse beslissing om de Hedwigepolder niet te ontpolderen en de uitvoering van de Scheldeverdragen
Actuele vraag van de heer Johan Deckmyn tot de heer Kris Peeters, minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over de recente Nederlandse beslissing om de Hedwigepolder niet te ontpolderen en de uitvoering van de Scheldeverdragen

De voorzitter:
Mevrouw De Ridder heeft het woord.
Mevrouw Annick De Ridder:
Voorzitter, minister-president, collega’s, ook wij vernamen vrijdag de beslissing van de Nederlandse regering om de Hedwigepolder niet te ontpolderen. Daarmee legt de Nederlandse regering een belangrijk deel van de Scheldeverdragen naast zich neer. Zonder mij tot het opruiende taalgebruik van bijvoorbeeld Karla Peijs te verlagen – zij zegt: “Laat ons die Westerschelde maar meteen dichtsmijten” –, wil ik u duidelijk onze mening zeggen: ‘pacta sunt servanda’. Indien Nederland een volledig ander akkoord zou hebben met zowel de Vlaamse als de Nederlandse natuurverenigingen en met de Europese Commissie, en dan naar ons zou komen met de vriendelijke vraag of er niet in een addendum zou kunnen worden voorzien, dan zouden we in een volledig andere situatie zitten. Maar dat is niet zo, integendeel. De Vlaamse en Nederlandse natuurverenigingen staan op hun achterste poten, en ik kan ze enigszins begrijpen.
Minister-president, u zult zich de vraag stellen: “Mevrouw De Ridder, ‘what’s the problem’? De Schelde is toch verdiept?” Maar u weet evengoed als ik dat de verdragen over meer gingen dan over verruiming. Ze gingen ook over natuurlijkheid en veiligheid. Dat is ook belangrijk voor de toekomst. Wij hebben altijd gepleit voor de gelijktijdigheid en voor het één en ondeelbaar karakter van die verdragen. Nu zien we dat we nog met toekomstige vergunningen zitten voor onderhoudsbaggerwerken voor de veiligheid van het Schelde-estuarium. Minister-president, dit is op dit ogenblik cruciaal.
Minister-president, uit uw regering kwamen de voorbije dagen weer verschillende signalen. Niets nieuws onder de zon, zou ik durven te stellen. De N-VA stelt voor om intern te bekijken welke geschillenprocedure is opgenomen in de verdragen. Sp.a pleit ervoor om meteen de forcing te voeren via de rechtbank. Minister-president, wat is de houding van de Vlaamse Regering? Welke maatregelen zal de Vlaamse Regering nemen om de Nederlanders te dwingen hun verdragsrechtelijke verplichtingen na te komen?
De voorzitter:
De heer De Meyer heeft het woord.
De heer Jos De Meyer:
“Pacta sunt servanda”, zegt de minister-president. En de Nederlandse minister van Landbouw zegt: “De polder is gelegen op ons grondgebied, wij verwachten begrip voor ons standpunt.”
Voorzitter, het zat er al een tijdje aan te komen. Het stond in de Nederlandse regeringsverklaring dat men de beslissing zou herzien. Volgens de berekeningen in Vlaanderen zal er als gevolg van de meerwerken 0,25 miljard euro verlies zijn. Ondertussen hebben de Nederlandse natuurvrienden al beroep aangetekend, is er de Tilburgse hoogleraar Jonathan Verschuuren die zegt dat de Nederlandse argumenten geen steek zullen houden en strijdig zijn met het Scheldeverdrag en met het Verdrag van Ramsar.
Minister-president, in maart 2011 waren er al onderhandelingen tussen de Vlaamse en de Nederlandse administratie. We hebben nu kennis genomen van de beslissing en van de verschillende standpunten. Er zijn grote politieke woorden gevallen, dat is voer voor juristen. Wat gaan we nu doen met veel gezond verstand?
De voorzitter:
De heer Vandaele heeft het woord.
De heer Wilfried Vandaele:
Minister-president, alle eerdere onderzoeken in Nederland hebben aangetoond dat er geen alternatieven waren voor de ontpoldering van de Hedwigepolder. Nu wijst plots het onderzoek van Deltares uit dat er toch alternatieven zijn. Het dossier rammelt langs alle kanten. In een eerste fase zou men buitendijks tussen de 57 en de 123 hectare extra slikken en schorren maken. Dat plan werd twee jaar geleden van tafel geveegd. Nu wordt het als een grote nieuwigheid bejubeld.
In de tweede fase zou men gronden inzetten die men heeft aangekocht als natuurcompensatie voor de Westerscheldecontainerterminal bij Vlissingen. Men kan die gronden natuurlijk maar één keer benutten, dus ook dat roept vragen op.
De grootste vraag is wat er moet gebeuren in de derde fase. Na 2017 zou men monitoren hoe ver het staat met de natuurcompensatie van 300 hectare. Men hoopt dat men dan al tussen 70 en 90 procent heeft gerealiseerd, maar experts zeggen nu dat het al een heksentoer zal zijn om aan 70 procent te geraken, zeker als we weten dat er al 25 hectare wordt meegerekend die eigenlijk in Vlaanderen liggen.
De timing wordt helemaal een puinhoop, minister-president. 2007 stond in het verdrag van 2005 als datum om de werken aan de Hedwigepolder te laten starten. Nu wil men uitvoeren tussen 2012 en 2020.
Met dit voor ogen, wetende dat het objectief van de natuurcompensatie wellicht niet wordt gehaald en wetende dat de timing helemaal in de soep loopt, blijft u dan vasthouden aan uw standpunt dat we nog kunnen afwachten of gaat u een stap verder?
De voorzitter:
De heer Deckmyn heeft het woord.
De heer Johan Deckmyn:
Voorzitter, minister-president, collega’s, vorige vrijdag liet de Nederlandse staatssecretaris Henk Bleker inderdaad weten dat wat de Nederlandse regering betreft, de Hedwigepolder niet onder water zal komen. Men opteerde integendeel voor wat opties ten oosten van Vlissingen.
Zoals u allemaal weet, maakt het ontpolderen van de Hedwigepolder deel uit van de Scheldeverdragen van 2005. Het diende als compensatie voor de verdere uitdieping van de Westerschelde.
Toen dit bericht bekend werd, reageerde u als minister-president nogal ontstemd. U zei en het is daarnet al vermeld: “pacta sunt servanda, afspraak is afspraak”. Ik kan daar zeker inkomen. Er was een afspraak tussen Nederland en Vlaanderen om ervoor te zorgen dat de Hedwigepolder zou worden ontpolderd en die afspraak wordt nu eenzijdig door de Nederlandse overheid opgeheven. Ik heb vernomen dat u ondertussen uw Nederlandse collega’s al om meer uitleg hebt gevraagd. Mocht u al een antwoord hebben gekregen, zal ik dat zeker straks van u vernemen.
Collega’s, wie nog scherper reageerde, was mevrouw Wivina Demeester, voorzitter van de taskforce die indertijd mee heeft onderhandeld over de Waterverdragen. Zij stelt dat het wat haar betreft onaanvaardbaar is en ze spreekt zelfs van een bedrag van 250 miljoen euro dat dit dossier aan Vlaanderen zou kunnen kosten. Dat is toch een niet onaanzienlijk bedrag.
Er zijn wat diffuse signalen gekomen vanuit de meerderheid, daar werd daarnet al naar verwezen. Ook de heer Martens van de sp.a heeft heel duidelijk gezegd dat wat hem betreft, dit dossier aanhangig moet worden gemaakt bij het Internationaal Arbitragehof in Den Haag.
Mijn vraag is heel simpel, want ik ben bezorgd gezien de ernst van de situatie. Hoe hard zullen de minister-president en de Vlaamse Regering het in dit dossier spelen versus de Nederlandse overheid?
De voorzitter:
Minister-president Peeters heeft het woord.
Minister-president Kris Peeters:
Voorzitter, dames en heren, ik had gehoopt dat de discussie over de uitvoering van de verdragen met Nederland zou eindigen als we de verdieping van de Schelde zouden hebben beëindigd, maar dit was ‘wishful thinking’, want nu is er een nieuw element. In de pijler ‘natuurlijkheid’, die samen met de ‘veiligheid’ en de ‘toegankelijkheid’ de verdragen stut en steunt, is er nu een nieuw element opgedoken.
De reactie van de Vlaamse Regering, van alle meerderheidspartijen in deze regering, is heel duidelijk: pacta sunt servanda. In het mooi Nederlands betekent dit dat verdragen moeten worden uitgevoerd en dat beide partijen zich daar ook aan moeten houden. Dat is heel duidelijk de lijn van deze Vlaamse Regering en deze boodschap werd heel duidelijk aan Nederland overgemaakt.
Vrijdagnamiddag heb ik zowel Henk Bleker als de Nederlandse minister-president Mark Rutte aan de lijn gehad. De toelichting van mijn collega, Mark Rutte, was niet onbelangrijk. Hij zei dat het een voorstel is dat in de Nederlandse regering werd behouden om aan Henk Bleker de mogelijkheid te geven om te onderhandelen met dit alternatief, zowel ten aanzien van de Europese Commissie als ten aanzien van de Vlaamse Regering.
De verdragen moeten worden uitgevoerd en bovendien – en dit is een bijkomend element waar nog niemand naar verwezen heeft – is de Europese commissaris ter zake vrijdag heel duidelijk geweest: de natuurlijkheid moet worden uitgevoerd en snel. Mijnheer Vandaele, u hebt gelijk dat er al vertraging op zit.
Ons standpunt in dezen is het volgende. Het signaal is zeer duidelijk gegeven. Wij kunnen natuurlijk niet aan de Nederlandse regering verbieden om alternatieven te formuleren. Wanneer ze vraagt voor een onderhoud, zullen we haar ontvangen. Mevrouw De Ridder heeft het duidelijk gesteld: wij zijn al een tijdje bezig met de uitvoering van de pijler natuurlijkheid van het verdrag.
Wanneer de Europese Commissie zou zeggen dat wat de Nederlanders voorstellen, even goed is of zelfs beter dan het oorspronkelijke voorstel – maar de Europese Commissie moet duidelijke taal spreken – dan is dat een eerste belangrijk element. Daarnaast zijn er ook de natuurverenigingen, waar de heer De Meyer terecht naar verwijst, in Nederland en Vlaanderen, Natuurpunt en andere, die een heel belangrijke rol hebben gespeeld bij het tot stand komen van de verdragen. Ze wensen ook de natuurlijkheid uit te voeren. Ook zij moeten erkennen en onderstrepen dat wat Nederland voorlegt, een alternatief is dat even goed of zelfs beter is. U hebt gelijk, mevrouw De Ridder, het zou naïef zijn om te zeggen: de Schelde is nu uitgediept, de natuurlijkheid laten we links liggen. De onderhoudsbaggerwerken, waar u bezorgd over bent, net zoals ik, zouden immers in gevaar komen wanneer de pijler van de natuurlijkheid niet wordt uitgevoerd.
Wat zijn nu de volgende stappen? Er is een heel duidelijke lijn die de volgende uren, dagen en weken moet worden gecommuniceerd, hopelijk ook vanuit dit parlement, door de oppositie en de meerderheid. Die lijn is het uitvoeren van het verdrag. Als de Europese Commissie en de natuurverenigingen zouden zeggen dat dit even goed is of beter, dan kunnen we dat serieus onderzoeken. Het is niet omgekeerd. Ik wil niet hebben dat men Vlaanderen voor de kar spant om naar de Europese Commissie en naar de natuurverenigingen te gaan en te zeggen: wij gaan akkoord, gelieve jullie daarbij aan te sluiten. Mevrouw De Ridder, ik heb begrepen dat u zich ook kunt terugvinden in die volgorde.
Dan is de vraag wanneer we stappen zullen zetten. Ik heb begrepen dat bepaalde collega’s zeggen dat we nu al in arbitrage moeten gaan. Ik denk dat we even moeten bekijken hoe in Nederland dit debat, in alle hevigheid, wordt gevoerd met hoogleraren en dergelijke. Als we gevat worden door de Nederlandse regering, moeten we heel duidelijk dit standpunt verkondigen, en hopelijk komt dat ook kamerbreed vanuit dit Vlaams Parlement. Als op een bepaald moment wordt vastgesteld dat er bijkomend wordt getraineerd, dan kunnen we op basis van het verdrag bijkomende instrumenten in gang steken, zoals arbitrage, en een aantal stappen zetten naar rechtbanken.
Ik heb op een parlementaire vraag in de commissie ook in die zin geantwoord, namelijk dat we dat allemaal aan het voorbereiden zijn en dat we niet achterover leunen om te kijken wat er ons te wachten staat. We bereiden dat maximaal voor om op het juiste moment de juiste acties te nemen. Ik kan u verzekeren dat er in de schoot van de Vlaamse Regering geen enkele onduidelijkheid is over hoe we dat aanpakken. Ik hoop dat we met de steun van iedereen, ook van het Vlaams Parlement, deze strategie kunnen uitvoeren.
Mevrouw Annick De Ridder:
Minister-president, ik dank u voor het antwoord. U zegt terecht dat we inhoudelijk op dezelfde lijn zitten. Dat was ook mijn aanhef: als er een akkoord is bij de Europese Commissie en de natuurverenigingen, en men vraagt dan een addendum, dan is dat het tegenovergestelde van wat er nu gebeurt.
Ik stel vast dat u op dit moment geen concrete stappen onderneemt naar arbitrage of gerechtelijke wegen. Ik hoop dat u er dan ook uw coalitiepartners allemaal van hebt overtuigd in uw communicatie vanaf heden. Ik durf te zeggen dat we waakzaam zullen blijven toezien op de correcte weg die moet worden bewandeld, namelijk die van ‘pacta sunt servanda’. Wij hopen dat u op het correcte moment wel de interne geschillenprocedure, waarin is voorzien in de verdragen, zult durven en zult kunnen opstarten. Laat u niet met een kluitje in het riet sturen: als we in de toekomst mogelijke nieuwe aanspraken zouden willen formuleren, is het enorm belangrijk dat we ons nu naar voren brengen als een loyale partner, niet alleen in het zelf uitvoeren maar ook in het erop toezien dat ook onze partners die verdragen loyaal uitvoeren.
De heer Jos De Meyer:
Minister-president, collega’s, bevriende landen voeren op en correcte wijze gesloten overeenkomsten uit. Daarvoor zijn geen grote verklaringen of grote daden noodzakelijk, maar wel wederzijds empathisch vermogen.
Voor mij is het ondenkbaar dat er bijkomende natuurcompensaties in Vlaanderen ten gevolge van deze feiten zouden moeten gebeuren.
De heer Wilfried Vandaele:
Minister-president, in het Nederlandse regeerakkoord staat dat een alternatief voor de ontpoldering van de Hedwigepolder zal worden gezocht in overleg met u, in overleg met Vlaanderen. In een mededeling van 17 juni heeft staatssecretaris Bleker gezegd dat er geen formeel overleg met u is geweest. Op dezelfde datum – 17 juni – zie ik een persbericht van de Rijksvoorlichtingsdienst, waarin staat dat u wel voortdurend op de hoogte werd gehouden van de stand van het dossier.
Ik ben wat benieuwd hoe die informatiestroom dan precies is verlopen. Is dat gebeurd bij de koffie in, bijvoorbeeld, de marge van de Europese Landbouwraad, waar u uw collega toch ongeveer om de maand ziet? Of werd dat op een ernstiger manier aangepakt?
De heer Johan Deckmyn:
Minister-president, u zegt dat ik me geen zorgen moet maken en dat er binnen de regering eensgezindheid bestaat. Het was niet daarover dat ik me zorgen maak. Ik maak me meer zorgen over de eensgezindheid die er niet is binnen de meerderheid. Het is een detail, ik weet het, maar wel een belangrijk detail. Ik heb verwezen naar het feit dat stemmen binnen de socialistische partij heel duidelijk hebben aangegeven dat nu al stappen gezet moeten worden om het dossier aanhangig te maken bij het Internationaal Arbitragehof in Den Haag.
We moeten ons alleszins gelukkig prijzen dat we ook in Nederland nog bondgenoten hebben. Daarnet werd er al naar verwezen. De Nederlandse hoogleraar Verschuuren zegt dat Nederland niet het recht heeft om af te wijken van die verdragen met Vlaanderen. Wat mij betreft, is dat alvast één stap in de goede richting.
De voorzitter:
De heer Reekmans heeft het woord.
De heer Peter Reekmans:
Minister-president, de afgelopen dagen werden aan beide zijden, door Vlaanderen en Nederland, veel sterke verklaringen afgelegd. Eentje is me bijgebleven. Ze is vandaag niet aan bod gekomen. Het gaat om de reactie uit uw eigen partij, namelijk van gewezen staatssecretaris en eresenator Ferdinand De Bondt. In de media vergeleek hij de Vlaamse reactie met een façade. Volgens zijn informatie waren er vooraf geheime vergaderingen en heeft Vlaanderen zich allang bij deze wending neergelegd. In het akkoord zijn er trouwens voldoende artikelen die een eventuele wijziging om technische redenen toelaten, aldus de gewezen staatssecretaris.
Minister-president, het gaat om iemand van uw eigen partij en niet om iemand van de oppositie, zoals ik. In dit debat in dit parlement wil ik toch eens horen of deze uitspraken van de heer De Bondt kloppen, want dat is toch wel heel belangrijk in deze discussie.
De voorzitter:
De heer Peeters heeft het woord.
De heer Dirk Peeters:
Met genoegen stel ik vast dat er in het parlement grote unanimiteit is over het dossier. Ik steun dan ook de minister-president als hij zegt dat hij die unanimiteit verder zal uitdragen bij de Nederlandse regering.
Ik wil twee zaken zeggen. In Nederland zijn er natuurlijk nog bondgenoten. Onze collega’s van GroenLinks hebben dat dossier altijd mee gesteund. Ze hebben altijd gezegd dat een verdrag een verdrag is en dat ze het willen respecteren, ook nu nog. Ook op provinciaal niveau blijven ze pleiten voor respect voor het verdrag.
Minister-president, bij de afweging wil ik nog een ander argument op tafel leggen. We hebben het over natuurlijkheid. Die is belangrijk. Ik veeg dat echt niet onder de mat. Als gevolg van de klimaatwijziging en de stijging van de zeewaterspiegel moeten we echter ook oog hebben voor het aspect veiligheid van de stad Antwerpen. Dat gebeurt nu via de waterberging in het land van Saeftinghe. Daarvoor is de ontpoldering van de Hedwigepolder zo belangrijk. Dat argument moet u ook gebruiken. U moet het niet alleen hebben over de natuurlijkheid.
Minister-president Kris Peeters:
Mevrouw De Ridder, toen er problemen waren met de uitvoering van de uitdieping van de Schelde hebt u, als ik me niet vergis, de mosseloorlog uitgeroepen. Wij zijn toen rustig gebleven. Waar gaat dat eindigen, vroeg ik me af. Het is geëindigd met de uitvoering van dat deel van het verdrag, namelijk de uitdieping van de Westerschelde. (Opmerkingen van mevrouw Annick De Ridder. Rumoer)
Let u dus toch op met wat u zegt vooraleer u een nieuwe mosseloorlog uitroept.
We zullen er sterk over waken. We hebben trouwens al kosten gemaakt voor de uitvoering van de natuurlijkheid. Maakt u zich dus geen zorgen. U zult me wel op tijd opnieuw bevragen indien u ongerust zou zijn.
Mijnheer Vandaele, ik heb Henk Bleker regelmatig gesproken in de Landbouwraad. We hebben in verband met de EHEC-bacterie nauw overleg gepleegd. Hij heeft me daarbij meegedeeld dat hij op zoek was naar een alternatief. Dat alternatief zou dan besproken worden. Ik zei dat ik dat niet kon verhinderen, maar dat onze lijn dezelfde blijft: pacta sunt servanda – verdragen moeten worden uitgevoerd.
Mijnheer Reekmans, ik heb dat ook gelezen. Ik kan hier zeggen dat er geen geheime akkoorden afgesloten zijn, dat er niets formeels afgesproken is. Ik ben met de vorige minister-president van Nederland meegegaan in een dubbelbesluit. In Vlaanderen is dan ook een dubbelbesluit geformuleerd. Ik heb daar slechte ervaringen mee, ik ga dat niet meer doen. Maak u geen zorgen. Er zijn zeker geen geheime akkoorden.
De Nederlanders weten zeer goed dat indien Europa en de milieuverenigingen akkoord zouden gaan, dat ze hun huiswerk serieus zouden mogen overdoen.
Mijnheer Peeters, we hebben over de toegankelijkheid en natuurlijkheid al veel gediscussieerd. U legt terecht de nadruk op de derde pijler: de veiligheid. Daar zijn de nodige stappen al gezet, en we gaan daarmee door, om Antwerpen en andere woongebieden veilig te stellen tegen overstromingen en om de veiligheid op de Schelde te verhogen. Dat is een belangrijk element.
Voorzitter, ik voel me gesteund door meerderheid en oppositie in dit parlement. Ik wil u danken dat we allemaal samen zeggen: verdragen moeten worden uitgevoerd. Als er een alternatief is dat is goedgekeurd door Europa en de natuurverenigingen, willen wij dat bekijken. De omgekeerde volgorde, wat Nederland misschien zou willen, wijzen we af.
Mevrouw Annick De Ridder:
De geesten zijn gerijpt. De media wijden spontaan bladzijden lang uit over onze geliefde en gekoesterde Schelde. Twee jaar geleden was dat veel moeilijker. Er waren dus driester middelen nodig om aandacht te krijgen, wat mij gelukt is. Ik ben blij dat u toegeeft dat alle middelen op dat moment geholpen hebben.
Terug naar de kern van de zaak: u zult in ons een partner vinden voor deze inhoudelijke benadering. U gaat ons standpunt, pacta sunt servanda, nogmaals naar buiten uitdragen. U gaat geen verdere stappen nemen op dit ogenblik. Ik reken er wel op dat u dat wel gaat doen als de tijd rijp is, voor de Antwerpse haven, en breder voor de Vlaamse economie. Nogmaals, onze geloofwaardigheid voor toekomstige aanspraken hangt af van de manier waarop wij met de huidige verdragen en afspraken omgaan.
De heer Jos De Meyer:
Voorzitter, ik heb ook het artikel gelezen waar de heer Reekmans naar verwijst, maar ik heb dat anders geïnterpreteerd. (Opmerkingen)
Ik heb begrepen dat er in de maand maart een vergadering geweest is tussen de Nederlandse en Vlaamse administratie en dat het thema mede onderwerp van de gesprekken was. Voor de rest kan ik alleen herhalen wat ik al gezegd heb. Ik pleit voor voldoende empathie aan de twee kanten van de grens.
De heer Wilfried Vandaele:
Minister-president, u hebt het over de veiligheid van Antwerpen. De vraag leeft inderdaad of Antwerpen met dit nieuwe plan nog voldoende beveiligd is tegen overstromingen. Ik zou zeggen: laat dat onze laatste zorg zijn. In elk geval blijkt weer eens dat grote Nederlands-Vlaamse infrastructuurwerken nooit van een leien dakje lopen. We hebben de waterverdragen, de IJzeren Rijn, de hogesnelheidstrein. Straks gaan we ook de Benelux-trein tussen Brussel en Amsterdam afschaffen. In dit Scheldedossier wil ik u zeggen: hou u aan het verdrag en laat de Nederlanders dat bij herhaling weten.
De heer Johan Deckmyn:
Minister-president, de Scheldeverdragen zijn moeizaam tot stand gekomen. Het is een broos evenwicht dat uiteindelijk bereikt werd. Ik zou u willen waarschuwen. Zorg ervoor dat het broze evenwicht niet in het gedrang komt door ondoordacht te handelen, zowel in Vlaanderen als in Nederland. Ik wil ook waarschuwen voor de nefaste gevolgen dat zoiets kan hebben.
De voorzitter:
Het incident is gesloten.

Nog vier mogelijk locaties voor bouwdok Oosterweeltunnel

Voor de bouw van de Oosterweeltunnel moet een bouwdok worden gegraven. Er zullen in totaal 24 betonnen tunnelelementen moeten worden gegoten die dan nadien in de Schelde worden verzonken. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister van openbare werken Hilde Crevits waar dit bouwdok zal komen. Momenteel blijken er nog vier mogelijke locaties in aanmerking te komen.

Momenteel worden in de Antwerpse haven twee locaties onderzocht, aldus Crevits, onder andere de plaats waar de toekomstige uitbreiding van het Verrebroekdok zou komen en de plaats van het Saeftingedok. In het verleden zijn ook de locaties bestudeerd in de Zeebrugse haven (zuidelijk insteekdok) en in Nederland (Barendrecht). Ook deze laatste twee locaties zijn nog niet helemaal afgeschreven.

Volgens de huidige inzichten zou het bouwdok moeten zijn gerealiseerd en ter beschikking staan voor de realisatie van de tunnelelementen tegen 1 januari 2015. Indien het mogelijk is om de realisatie van een bouwdok in te passen in de voorziene uitbreiding van de haven – hetzij in Antwerpen, hetzij in Zeebrugge – dan is dit uiteraard wenselijk vanwege de zorgzame en optimale besteding van overheidsmiddelen, benadrukte de minister.

Ze wees er ook op dat het bouwdok waarin destijds de tunnelelementen van de Kennedytunnel werden gebouwd, nu het slikken- en schorrengebied Burchtse Weel vormt. Daarom, zo stelt zij, dat een eventuele realisatie van een bouwdok in de zone van Saeftingedok niet per se een voorafname hoeft te zijn van een beslissing over de noodzakelijkheid en de timing van dit Saeftingedok.

Vlaanderen wil extra inspanningen EU in EHEC-nasleep

De Vlaamse overheid heeft de Europese Commissie om extra promotiemiddelen gevraagd ter ondersteuning van de groentesector na de EHEC-crisis. Daarnaast dringt Vlaanderen aan op een compensatie voor telers die groenten verkocht hebben onder de ophoudprijs en op een staking van de importbeperkingen van derde landen zoals Rusland. Dat antwoordt Kris Peeters op een vraag van CD&V-parlementslid Jos De Meyer.

De Europese Commissie heeft vorige week aangekondigd dat het 210 miljoen euro vrijmaakt voor telers van komkommer, sla, tomaten, courgetten en paprika, die schade hebben geleden door de EHEC-crisis. Dit bedrag dekt 50 procent van de referentieprijs, waarbij de Commissie zich baseert op het Europese prijsgemiddelde van de betrokken producten in het jaar 2008 tot en met 2010.

De ‘crisismaatregelen’ die hiermee gecompenseerd worden, zijn het uit de markt nemen en het ‘groen’ of helemaal niet oogsten tijdens de periode van 26 mei tot en met 30 juni. “Alles moet daarbij verlopen via de erkende producentenorganisaties”, luidt het voorstel van de commissie. En de betalingen moeten zo snel mogelijk gebeuren, maar uiterlijk voor 15 oktober.

“In deze vorm heeft het Europese Beheercomité voor groenten en fruit het voorstel van de commissie woensdag ter stemming voorgelegd”, antwoordt minister-president Kris Peeters op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer. “Dit voorstel kent wellicht nog een aantal zwakke punten, maar het was belangrijk om snel maatregelen te treffen en zodoende de stabiliteit in de markt te herstellen.”

Toch dringt Vlaanderen aan op een aantal bijkomende inspanningen. Zo wordt gevraagd dat Europa de importbeperkingen in derde landen zoals Rusland nauwgezet blijft opvolgen en dat het zo snel mogelijk een voorstel doet voor het vrijmaken van extra Europese middelen voor een promotiecampagne.

Daarnaast wil Vlaanderen dat Europa waakt over de toekenning van Europese steun in de komende jaren, waarbij de lage cijfers van 2011 als referentiejaar zullen worden gebruikt, en wil het dat de juridische mogelijkheden bestudeerd worden van een compensatie voor telers die geen producten hebben vernietigd maar onder de ophoudprijs hebben verkocht. Ten slotte vraagt Vlaanderen dat Europa samen met alle lidstaten lessen trekt uit de crisis, “die even spijtig als overbodig is geweest”, aldus Peeters. (Vilt)

Plattelandsfonds op komst

Het Vlaams Parlement keurde in 2008 een resolutie goed betreffende het onderhoud van landbouwwegen op het platteland. Deze resolutie kwam er vanuit de vaststelling dat er een gestage achteruitgang viel waar te nemen van de kwaliteit van deze landbouwwegen. Toenmalig eerste indiener Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ondervroeg minister-president Peeters over de concrete opvolging. Inzake het aanpakken van het sluipverkeer werd onlangs een praktisch voorbeeldboek voorgesteld dat moet resulteren in een efficiënter en goedkoper onderhoud. Ook is er een decreet in voorbereiding voor het oprichten van een plattelandsfonds.

Na een proefproject binnen Doelstelling 2 van EFRO rond ‘landbouwwegen in de Westhoek’ (2007-2013) zullen in samenwerking met VVSG ook in vier andere plattelandsregio’s functietoekenningsplannen worden opgemaakt. Het is de bedoeling dat de werkmethodes die daarbij ontwikkeld worden in alle plattelandsgemeenten toegepast kunnen worden, aldus Peeters.

Binnen het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg (IPO) werd ondertussen ook al een werkgroep ‘oneigenlijk gebruik van plattelandswegen – aanpak sluipverkeer’ opgericht. Dit heeft onlangs geresulteerd in een voorbeeldenboek waarin goede praktijken worden beschreven. Op basis hiervan heeft IPO gevraagd aan minister Crevits een beleidswerkgroep op te richten onder het voorzitterschap van het departement Mobiliteit en Openbare Werken om zo tot structurele oplossingen te komen.

Ondertussen is ook een decreet voor de oprichting van een plattelandsfonds in voorbereiding, stelde de minister-president. Een eerste belangrijke stap is ondermeer de studie ‘omschrijving van het platteland’ die recent werd afgerond. Dit document reikt een methodiek aan om aan de hand van indicatoren te visualiseren welke gemeenten kampen met een lage bestuurskracht. Deze methodiek moet er finaal toe leiden dat het plattelandsbeleid effectief ondersteund wordt en dat gebiedsgerichte instrumenten zoals het op te richten plattelandsfonds, PDPO III, landinrichting, ruilverkaveling en nieuwe oproepen tot plattelandsinitiatieven zo optimaal mogelijk worden aangewend.

‘Glazen huis van de wetenschap’ officieel geopend

Vlaams minister voor Landbouw Kris Peeters heeft vrijdag bij ILVO-Plant in Melle een nieuwe onderzoeksserre geopend. De bouw van de serre is een initiatief van de Vlaamse overheid, in samenwerking met ILVO, UGent en HoGent. Het complex telt 800 m² laboratoria en 3.650 m² serre. Het is niet de grootste serre van het land, wel de meest veelzijdige.

De bouw van ‘het glazen huis van de wetenschap’ werd gestart begin 2010. De faculteit bio-ingenieurswetenschappen van de Universiteit Gent had een nieuw administratief gebouw nodig, waardoor haar eigen verouderde serrecomplex zou worden afgebroken. In plaats van een nieuwe serre te bouwen op de terreinen van UGent, werd geopteerd voor een gezamenlijk bouwproject met de Vlaamse overheid en de Hogeschool Gent op het terrein van het Instituut voor Landbouw-en Visserijonderzoek (ILVO) in Melle.

In totaal werd 5,25 miljoen euro geïnvesteerd, 3,75 miljoen euro door de Vlaamse overheid en 1,5 miljoen euro door UGent en HoGent. Het resultaat is een complex van 800 m² onderzoekslaboratoria voor ILVO en 3.650 m² serreruimte, verdeeld in 31 compartimenten die gebruikt worden door ILVO en 16 compartimenten voor onderzoek van UGent en HoGent. De compartimenten zijn zodanig uitgerust dat ze verschillende onderzoeksdoelstellingen mogelijk maken met uiteenlopende technologische eisen. Daarnaast werd bij de bouw van het complex rekening gehouden met duurzaamheid, door gebruik te maken van de nieuwste serrebouwtechnieken.

De compartimenten van ILVO zijn afzonderlijk stuurbaar. Hierdoor kunnen de onderzoekers voor elk afzonderlijk gewas de geschikte groeicondities instellen. Globaal beschouwd zal ILVO de compartimenten gebruiken voor vier verschillende onderzoeksdomeinen. Zo zijn er productieserres, ggo-compartimenten, ruimtes voor ziekteonderzoek en een quarantaine afdeling voor onderzoek naar ziekteverwekkers die in bepaalde landen nog niet voorkomen.

De 16 compartimenten van UGent en HoGent zullen op hun beurt dienen voor drie andere onderzoeksdomeinen. Een paar afdelingen met tropisch klimaat en rijstteelt worden gebruikt voor onderzoek naar geïnduceerde resistentie tegen schadelijke schimmels. Twee andere afdelingen zijn speciaal uitgerust voor klassieke veredeling en nog andere compartimenten worden gebruikt voor onderzoek naar de fysiologie van land- en tuinbouwplanten.

De verschillende partners reageren opgelucht en tevreden op de realisatie van het project. “Samen zullen we op deze site twee doelen nastreven: fundamenteel onderzoek uitvoeren, maar ook de sector met raad en daad bijstaan via een toekomstgerichte aanpak van de problemen en uitdagingen”, luidt het. “Daarenboven biedt het samenwerken in één complex verschillende strategische voordelen”, stelt Paul Van Cauwenberge, rector van UGent. “Zo vormt het een sterke troef om nationale en internationale onderzoeksprojecten aan te trekken en stimuleert het samenwerking en nieuwe ideeën. Hierbij kan een prachtige synergie ontstaan tussen UGent met zijn fundamentele kennis, HoGent met zijn applicatiekennis en ILVO met zijn links naar de praktijk.”

Ook minister Peeters reageert opgetogen. “Ik ben er zeker van dat dit complex de plantaardige productie in Vlaanderen aan de top zal houden. Met de samenwerking hebben de partners aangetoond een duidelijke toekomstvisie te hebben. Deze proefserre zal dan ook symbool staan voor een toekomstgerichte gezamenlijke aanpak van problemen in de land- en tuinbouw, wat een economisch krachtige en moderne sector is in Vlaanderen.”

EHEC-crisis in de plenaire zitting van het Vlaams Parlement

Door de paniekerige wijze van communiceren van Duitsland en door het niet-evenredig invoerverbod van Rusland verloor de consument zijn vertrouwen in verse groenten. En dit is jammer: de Vlaamse tuinders werken hard, in vele gevallen al generaties lang, om de Vlaamse consument een rijk, gevarieerd, betaalbaar en gezond voedselpakket aan te bieden. De geraamde schade in Vlaanderen is tot nog toe 6 miljoen euro voor de consument en de veilingen en 4 miljoen euro voor de exporteurs.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ondervroeg, samen met collega’s Robeyns, Reekmans, Sintobin en Callens, minister-president Kris Peeters over hoe het nu verder moet en hoe de schade vergoed kan worden. Deze bleef in zijn antwoord bij vier grote thema’s stilstaan: de blijvende aandacht voor de volksgezondheid, het herstellen van het vertrouwen van de consument zowel in binnen- als buitenland, de lessen die getrokken kunnen worden voor de communicatie bij dergelijke crisissen en tenslotte de schadeloosstelling van de sector.

94 rattenvangers in opdracht van de Vlaamse Overheid

Muskusratten, beverratten en bruine ratten graven gangensystemen die oeververzakkingen en dijkdoorbraken kunnen veroorzaken. Ze zorgen voor vraatschade aan de bedrading van sturingssystemen en aan landbouwgewassen. Ook dragen ze ziekten over op mens en dier. Allemaal redenen dat deze beestjes best voortdurend bestreden worden. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister van leefmilieu Joke Schauvliege naar de aanpak op Vlaams niveau.

De muskusrat- en beverratbestrijding gebeurt door de VMM in gans Vlaanderen overal continu en gebiedsdekkend. De bruine ratbestrijding wordt dan weer langs de bevaarbare en 1ste categorie onbevaarbare waterlopen bestreden. Vanaf 2011 zal de VMM ook langs alle wegen en parkings beheerd door het Agentschap Wegen en Verkeer de bruine ratten bestrijden, aldus de minister.

De VMM heeft de laatste vijf jaar voor de rattenbestrijding gemiddeld 90 bestrijders ingezet samen met 4 coördinatoren voor de sturing. De controleploeg die werkt in opdracht van de waterloopbeheerders bestaat uit 6 eenheden en een coördinator. Voor elke bestrijder, aldus Schauvliege, is er een dienstvoertuig, een aanhangwagen. Tevens is er een kano per twee bestrijders en een boot per vier bestrijders voorzien.

Er wordt voor de bestijding van de bruine rat langs de bevaarbare en 1ste categorie onbevaarbare waterlopen jaarlijks gemiddeld 12 000 kg rodenticide gebruikt in zo’n 8000 gifbuizen.

Sportkring Sint-Niklaas speelt volgend jaar in 2e nationale

Na een hoogstaand sportief seizoen en testwedstrijden tegen Hoogstraten, Turnhout en Woluwe-Zaventem deed SKS afgelopen zondag in de Meesterstraat wat ze moesten doen. Volgend jaar speelt de club van onze stad in 2e klasse. Samen met de CD&V-jongeren woonde ik de mooie wedstrijd bij en was ik er als één van de eersten bij (zie foto) om trainer Regi Van Acker proficiat te wensen met de prestatie.

Rerum Novarum te Sint-Niklaas

Ook het ACW van mijn stad vierde afgelopen donderdag Rerum Novarum. Ik was graag te gast op het actiemoment dat ze onder de naam Gusta! hielden om de noodzakelijke strijd tegen armoede onder de aandacht te brengen. Uit de Rerum Novarumspeeches in het Vlaamse land onthield ik de vraag om de bij een staatshervorming en budgettaire maatregelen een sterke sociale zekerheid te behouden. Proficiat aan de organisatoren!

Vlaams Parlement veroordeelt gewelddadige anti-GGO-actie

Op 29 mei maakten actievoerders een GGO-aardappelveld in Wetteren onbruikbaar. Het onderzoeksproject liep dermate schade op, dat de proef, net als de geïnvesteerde middelen, deels verloren is.

Reeds op 27 april 2011 riep Vlaams volksvertegenwoordiger en voorzitter van de commissie landbouw Jos De Meyer zijn collega’s op tot duidelijke stellingname tegen dergelijke praktijken.

Deze actie deed hem nu een versnelling hoger schakelen. Hij bracht het Vlaams parlement ertoe wat voorviel krachtig te veroordelen en de regering te vragen het overheidsgestuurd biotechnologisch onderzoek, verder te zetten.

Op 1 juni keurde de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement de resolutie waartoe De Meyer het initiatief nam goed. Met deze resolutie vraagt het Parlement de regering om de uitvoering van goedgekeurde onafhankelijke onderzoeken onder de vorm van veldproeven met genetisch gemanipuleerde organismen, te vrijwaren.

De resolutie gaat uit van het belang van de uitvoering van onafhankelijke, wetenschappelijk ondersteunde en begeleide praktijktests in een gecontroleerde omgeving en gefinancierd met overheidsmiddelen.

Ze toont respect voor eventuele meningsverschillen en erkent het recht op het uiten daarvan, maar beklemtoont dat het vernielen van wetenschappelijk materiaal op geen enkele manier te rechtvaardigen is.

Naast het verder zetten van dergelijk onderzoek, pleiten Jos De Meyer en zijn collega’s er ook voor het constructieve publieke debat over GGO’s onverminderd verder te zetten.

De resolutie werd gesteund door alle fracties behalve Groen en één onthouding bij Vlaams Belang.

Meer impact op de prijsvorming door producentenorganisaties

De Afdeling Monitoring en Studie (AMS) van het Departement Landbouw en Visserij ging in een recent rapport na hoe samenwerking in de land- en tuinbouw gestimuleerd kan worden. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister-president Peeters welke lessen hieruit te trekken vallen. Onder meer de samenwerking op het gebied van innovatie en de producentenorganisaties vindt hij interessante pistes.

In het gemeenschappelijk landbouwbeleid zal tegen 2020 innovatie een nog prominentere rol spelen. Als we over de grenzen kijken, is de maatregel die gericht is op samenwerking bij innovatie een interessante piste. Op deze manier worden land- en tuinbouwbedrijven dichter bij kennisinstellingen en andere actoren gebracht om zo nieuwe producten, procedés en technologieën te ontwikkelen.

De minister-president toonde zich ook een groot voorstander van het behoud van de steun aan producentenorganisaties na 2013 voor de sector groenten en fruit. Deze soort concentratie van aanbod zorgt immers voor een markgerichte planning van de productie en vooral een solidere ondersteuning van de leden zodat ook de kleinere producenten meer gewicht in de schaal kunnen leggen bij marktonderhandelingen.

Hij wil ook elk initiatief om producentorganisaties in andere sectoren te introduceren mee ondersteunen. Onder andere voor de zuivelsector zit een dergelijke organisatie in de pijplijn.

Jos De Meyer ziet in het oprichten van sterke producentenorganisaties ook kansen om bijvoorbeeld de onderhandelingspositie van de noodlijdende varkenssector te versterken. Een invalshoek die de minister-president alleen maar kon beamen en die hij ook zal agenderen op de dialoogdagen varkenshouderij.