Zomerdag

De aarde voedzaam de gevulde hemel.
De wind beweegt de wolken en het koren
Volgens onheuglijk oude rituelen.
Loodrecht omhoog de leeuwerik te horen

En telkens verderaf de koekoek droever.
De lijnen van het land, horizontalen
Als lange golven aangaand naar een oever,
Veranderen en blijven zich herhalen.

Anton Van Wilderode

Havenbesturen zetten in op sport en cultuur

In twee schriftelijke vragen vroeg Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer aan Vlaams minister van havens Hilde Crevits welke sponsoringactiviteiten de Vlaamse havenbesturen zoal ontplooien. De laatste jaren is immers meer en meer duidelijk dat deze buiten hun strikt commercieel gerichte activiteiten op een veel bredere schaal aan sponsoring doen om zo hun maatschappelijk draagvlak te verhogen.

De minister kon echter niet direct antwoorden en verwees in haar antwoord door naar de vier betrokken besturen. Deze bezorgden nu hun antwoorden aan De Meyer. Naast een aantal klassieke havengebonden activiteiten zoals de organisatie van de Havendagen, zeilraces of havenbusdiensten valt vooral de grote inzet op cultureel en sportief vlak op.

Zo is het Stedelijk Havenbedrijf van Antwerpen hoofdsponsor van deSingel, deFilharmonie en het MAS maar het zet zich ook in voor een aantal topsportclubs in het basketbal, voetbal, baseball, volleybal en handbal. Ook de havenbesturen van Gent, Brugge en de Maatschappij Linkerscheldeoever (MLSO) blijken in te zetten op voetbal en cultuur. Zo ondersteunt MLSO bijvoorbeeld KV Red Star Waasland – Sportkring Beveren en volleybalclub Asterix Kieldrecht, het havenbedrijf van Gent het Gentse Filmfestival en het Brugse havenbestuur is bijvoorbeeld sponsor van het Concertgebouw, Club en Cercle Brugge.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer begrijpt dat het voor de havenbesturen belangrijk is te werken aan de nationale en internationale uitstraling en een maatschappelijk draagvlak maar vraagt toch een grotere transparantie. “De Vlaamse havens werken deels met overheidsgeld – zeker voor investeringen – en moeten over de aanwending van hun middelen best in alle duidelijkheid rapporteren.”

Volkstuintjes krijgen nieuwe stimulans

De vraag naar volkstuinen in Vlaanderen blijft groot. Kris Peeters, minister voor plattelandsbeleid, geeft daarom de Vlaamse Landmaatschappij de opdracht om de aankoop van gronden door lokale besturen of verenigingen te faciliteren en te prefinancieren. Verder voorziet hij dit jaar 105.000 euro voor de aankoop van gronden voor volkstuinparken. De aanleg van volkstuinparken kan ook PDPO-financiering krijgen.
De Minister-president kondigde dit aan bij zijn bezoek aan de volkstuinen “Akker Boel” in Temse waar ik ook aanwezig was.

Volkstuinieren in Vlaanderen zit in de lift. De behoefte aan volkstuinen is het grootst in en rond de grootstedelijke en regionaalstedelijke centra, maar ook nabij zeer dichtbevolkte kleinstedelijke gebieden en woonkernen in het buitengebied. “Een goede afstemming van vraag en aanbod kan in de toekomst aanleiding geven tot een breed draagvlak en intensief gebruik van de volkstuinen”, meent minister Peeters.

In 2009 werd aan vzw De Vlaamse Volkstuin een subsidie toegekend voor de realisatie van een aantal aanbevelingen van een studie uit 2007 en werd de behoeftebepaling uitgebreid naar een beperkt aantal kleine gemeenten. Ook het opstellen van een handleiding voor gemeenten over de aanleg van een volkstuinpark behoort tot de resultaten van het uitgebreide onderzoek van de UGent.

De UGent bracht in opdracht van de Vlaamse Volkstuin vzw ook knelpunten en potenties van bestaande volkstuinparken in beeld. Daaruit blijkt dat een modernisering van de invulling van het begrip ‘volkstuinpark’ van groot belang is. Dit geldt zowel voor de aanpassing van bestaande parken, als voor de inrichting van nieuwe complexen.

In de vernieuwing van volkstuinparken moet voldoende aandacht gaan naar de fundamenten van het volkstuinwezen, namelijk actief tuinieren, een groene omgeving, rust en privacy, betaalbaarheid en laagdrempeligheid, veiligheid en het sociaal netwerk. “Elke situatie, iedere omgeving is anders”, stellen de onderzoekers, “zodat het er telkens weer op zal aankomen om het aanbod af te stemmen op de lokale vraag.”

Minister Peeters heeft het initiatief genomen om de vraag en behoefte aan nieuwe volkstuinen te ondersteunen. In dat kader heeft hij de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) de opdracht gegeven om een faciliterende rol te spelen bij het verder stimuleren van de aanleg van nieuwe volkstuinparken.

Daartoe zal de VLM de mogelijkheden inventariseren voor de aanleg van volkstuinen in de context van (inrichtings)projecten waarvoor de VLM een mandaat heeft. Via de lokale en regionale netwerken en partners zoals de gemeenten, provincies, VELT vzw en Vlaamse Volkstuin vzw, zal VLM korte termijn opportuniteiten opsporen.

VLM zal ook nagaan welke gronden zij zelf in eigendom hebben die in aanmerking kunnen komen voor realisatie van volkstuinen. Ook staat overleg gepland met andere overheidsdiensten zoals NMBS en Waterwegen en Zeekanaal om na te gaan of zij gronden in eigendom hebben die geschikt kunnen zijn. Tot slot wordt een projectoproep georganiseerd naar lokale besturen die een volkstuin willen aanleggen met het oog op de prefinanciering hiervan.

Voor 2011 voorziet minister Peeters 105.000 euro voor de aankoop van gronden voor volkstuinparken. Ook kan via het Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007 – 2013 (PDPO II) de aanleg van volkstuinparken gefinancierd worden.

Meer info: Handleiding voor de aanleg van een volkstuinpark (Vilt)

11/jul

De Vlaamse feestdag is elk jaar opnieuw een hoogdag.
Het is dé feestdag van en voor alle Vlamingen.
Het is een dag waarop we met respect terugblikken op het verleden en met een gezond dosis zelfvertrouwen vooruitkijken.
Ik was aanwezig op de vieringen op 11 juli op het stadhuis in Brussel en in mijn eigen stad Sint-Niklaas; op de vooravond, op 10 juli in Nieuwkerken-Waas; op vrijdag 8 juli op de viering van “Vlaanderen Feest!” onder de noemer “Vlaanderen Muziekland” op de Grote Markt van Sint-Niklaas.

Naar aanleiding van 11 juli

1. Over de actuele situatie, de geblokkeerde formatie

CD&V is de partij van de dialoog. Het is en blijft onze overtuiging dat een communautair akkoord enkel mogelijk is via onderhandelingen.

Maar die onderhandelingen moeten wel kans op slagen hebben. Voor een staatshervorming en voor de splitsing van BHV heb je 2/3 van de stemmen nodig in het parlement. Daarvoor heb je ofwel de N-VA nodig, ofwel MR/FDF. Is er in Vlaanderen iemand die gelooft dat je een fatsoenlijk akkoord kan bereiken als je afhankelijk bent van Olivier Maingain? Nee toch. En dus is de N-VA mathematisch onmisbaar.

CD&V blijft al een jaar heel consequent in haar standpunt: een communautair akkoord en een federaal regeerakkoord moeten tot stand moeten komen op de as van PS en N-VA, de twee partijen die van de kiezer de verantwoordelijkheid kregen om tot oplossingen te komen. Ook formateur Di Rupo heeft dat de voorbije dagen herhaaldelijk bevestigd. Door het “nee” van de N-VA is het opstarten van onderhandelingen op dit moment niet mogelijk.

In zijn tien weken als koninklijk onderhandelaar heeft Wouter Beke zeer nauw samengewerkt met zowel Bart De Wever als met Elio Di Rupo. Dankzij die aanpak heeft hij samen met hen een oplossing voor BHV uitgewerkt en in negen wetsvoorstellen vertaald. Helaas is formateur Di Rupo in zijn nota buiten de grenzen van deze afspraken gegaan. Dat haalde een delicaat evenwicht onderuit.

De formateur maakte de fout om eenzijdig met een nota te komen, die niet vooraf was doorgepraat met de N-VA. Hij deed daarmee precies wat Bart De Wever in oktober deed. Maar zo bereik je geen akkoord. Een akkoord bereik je door de twee grootste partijen aan één tafel te zetten en stap voor stap aan een akkoord te werken.

Ondertussen is en blijft CD&V een verantwoordelijke partij, in lopende zaken én in de onderhandelingen. Al een heel jaar lang zijn wij de brandweerman van de Wetstraat. Wij houden het land sociaal-economisch en budgettair op koers en wij hebben de bouwstenen voor een communautair akkoord uitgewerkt. Het is nu de hoogste tijd dat PS en N-VA ook hun verantwoordelijkheid nemen.

2. Waarom eigenlijk een staatshervorming?

De staatshervorming is en blijft een middel, geen doel op zich. Maar het is wel een belangrijk middel om te komen tot een efficiëntere overheid, die de deelstaten sterker en dynamischer maakt en hen zo de kans geeft sneller en beter in te spelen op de noden van de mensen.

Een verschuiving van het zwaartepunt naar de deelstaten blijft daarom belangrijk voor Vlaanderen. De politieke realiteit is dat Vlaanderen een volwassen deelstaat is en een actieve, eigen rol heeft in de sociale welvaartsstaat, in Europa en in de wereld. De belangrijkste beleidsinitiatieven en de toekomstvisies die de welvaart en het welzijn van de burgers en de bedrijven moeten vrijwaren, worden vandaag al uitgetekend op het Vlaamse niveau. Het wordt nu tijd dat deze realiteit wordt bevestigd en versterkt in nieuwe staatsstructuren en in een nieuwe bevoegdheidsverdeling.

CD&V wil in dit land een nieuw samenlevingsmodel, met sterke deelstaten die samenwerken als partners, die een beleid op maat kunnen ontwikkelen en die daarvoor de verantwoordelijkheid dragen, ook financieel.

Goede afspraken geven tegelijk ook de federale overheid de nodige ademruimte om haar kerntaken waar te maken.

De fundamentele evenwichten tussen de twee grote gemeenschappen van dit land, moeten gerespecteerd worden, inclusief het specifieke statuut voor Brussel, waar de twee gemeenschappen elkaar ontmoeten.

Via constructieve onderhandelingen en met een duidelijk project voor ogen moeten we daartoe komen. Er is geen andere weg dan onderhandelen. De Octopusnota van de Vlaamse regering blijft daarbij het referentiekader.

3. Niet wachten op een staatshervorming

De staatshervorming is noodzakelijk, maar dat betekent niet dat we in afwachting niets doen. Vlaanderen wacht de bijkomende bevoegdheden niet af om een eigen, sterke koers te varen. De recente studie over de “Sociale staat van Vlaanderen”, toont aan dat Vlaanderen naar Europese normen een welvarende regio is. Dat betekent dat de doorsnee Vlaming verhoudingsgewijs een goed leven heeft.

D e Vlaamse regering van Kris Peeters zit niet stil. Het is de regering die haar begroting dit jaar al in evenwicht heeft, als één van de eersten van Europa. Het is ook de regering die ondanks de besparingen investeert in ouderen en zorgbehoevenden, inzet op innovatie in de zorg, de wegen herstelt, belangrijke mobiliteitsknopen ontwart, internationale akkoorden over klimaat en biodiversiteit faciliteerde, de Vlaamse kunstinstellingen hervormt, een nieuw industrieel beleid uittekent voor Vlaanderen en nog veel meer. Bovendien worden de CD&V-ministers door vriend en vijand erkend als de sterkhouders in deze ploeg.

Een welvarend Vlaanderen is belangrijk, maar niet genoeg. Vlaanderen moet een warme, sociale regio zijn. De welvaart moet ten goede komen van onze gezinnen en van de meest kwetsbaren in de samenleving: kinderen, ouderen, mensen met een handicap, zorgbehoevenden. Een warm Vlaanderen staat open voor de wereld en biedt ruimte voor diversiteit. Nieuwkomers worden er goed geïntegreerd. Een warm Vlaanderen investeert in gezondheid, sport, cultuur. Dat is het Vlaanderen van CD&V.

Daarom kiezen we voor een innovatief, duurzaam en sociaal Vlaanderen. Een Vlaanderen met evenveel zelfbewustzijn als bescheidenheid, met evenveel sociale en culturele als economische bekommernis. Daarom vult de Vlaamse regering haar bevoegdheden maximaal en creatief in.

Geen budget voor hervatten uitrustingstoelagen voor nijverheidsscholen?

In een recent tijdschriftartikel liet men de studiedienst van de VDAB en enkele woordvoerders van grote adviesbureaus m.b.t. human resources aan het woord over de oriëntering van studenten en de tewerkstellingskansen van bepaalde opleidingen in ons onderwijssysteem. Ondermeer over de studieoriëntering, de technische uitrusting van de nijverheidsscholen en de finaliteit van bepaalde studierichtingen liet men enkele pijnpunten horen. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer legde deze voor aan minister van onderwijs Pascal Smet.

De minister gaf toe dat een aantal studierichtingen in het secundair en in het hoger onderwijs weinig kansen bieden op de arbeidsmarkt. De invoering van de kwalificatiestructuur en de beroepscompetenties zou daaraan al veel kunnen verhelpen, stelde hij. Specifiek voor het secundair onderwijs moet dan weer in de aankomende hervorming van het secundair onderwijs de finaliteit van bepaalde richtingen worden verduidelijkt, ook zouden er in de derde graad minder studierichtingen moeten overblijven. Ondermeer de programmatiestop die momenteel reeds van kracht is, moet daartoe bijdragen.

Smet ging ook akkoord met het grote belang van de beschikbaarheid van moderne uitrusting – zeker voor het imago en de arbeidsmarktgerichtheid – voor de technische scholen. De laatste jaren werd via eenmalige operaties reeds 40 miljoen euro geïnvesteerd maar de minister wil op zoek naar een structurele aanpak zodat de scholen hun machineparken steeds up to date kunnen houden. Hij gaf wel toe dat er daarvoor momenteel geen budgettaire ruimte is. Jos De Meyer is het hier niet mee eens en herinnerde de minister aan zijn vroegere beloftes.

Voor heel gespecialiseerde apparatuur ziet Smet veel heil in de Regionale Technologische Centra. Zo verwees hij naar het project ‘diagnose car TB21’ in Antwerpen waar er een carrousel werd opgezet van wagens en de bijhorende diagnoseapparatuur. Meer info: http://www.rtc-antwerpen.be/Site/component/option,com_search/Itemid,116/