Schauvliege werkt aan nieuw decreet op landinrichting

Minister van Leefmilieu Joke Schauvliege werkt aan een vernieuwing van het decreet op landinrichting. Hiermee wil ze een antwoord bieden op de zwakkere juridische basis van landinrichting, aan de lange doorlooptijd van zo’n project en bovendien moet het een meer flexibel instrumentarium ter beschikking stellen. Dat antwoordde de minister op een parlementaire vraag van Jos De Meyer (CD&V).

Bij haar evaluatie maakt minister Schauvliege een onderscheid tussen ruilverkavelings- en landinrichtingsprojecten. Een ruilverkaveling herschikt landbouwpercelen binnen een afgebakend gebied waarbij gestreefd wordt naar aaneengesloten, regelmatige en gemakkelijk toegankelijke kavels om zo de rendabiliteit en duurzaamheid van de bedrijfsvoering te bevorderen. Ondertussen zijn de doelstellingen wel veel ruimer geworden: ook met ruimtelijke ordening, milieu- en natuurbeleid en plattelandsbeleid wordt rekening gehouden.

Landinrichting is dan weer van toepassing op landelijke gebieden, recreatiegebieden, woongebieden met een landelijk karakter en ontginningsgebieden. Het is opgezet als een instrument voor de inrichting van de open ruimte. Landinrichtingsprojecten willen gebieden zodanig inrichten dat alle facetten die in het gebied aanwezig zijn (milieu, natuur, landbouw, recreatie, cultuurhistorie, …), zich volwaardig kunnen ontwikkelen.

In totaal telt Vlaanderen vandaag zowel tien ruilverkavelingen als tien landinrichtingsprojecten in voorbereiding. Er zijn negen ruilverkavelingen in uitvoering en 28 landinrichtingsprojecten. Sinds begin 2010 werd één ruilverkaveling en drie projecten van landinrichting afgerond. Een budget kleven op de kostprijs van deze projecten is volgens minister Schauvliege niet evident omwille van de lange looptijd van sommige projecten.

Wel deed het Rekenhof in 2010 een audit over de subsidiëring van de landinrichting. In het eindverslag van deze audit werden een aantal aanbevelingen opgenomen, zoals het verbeteren van de zwakke juridische basis van landinrichting en het verkorten van de doorlooptijd van een landinrichtingsproject. “Om hierop in te spelen, werken we momenteel aan een vernieuwd decreet. Dat moet een antwoord bieden op deze opmerkingen van het Rekenhof”, aldus Schauvliege.

De minister is ervan overtuigd dat de ruilverkavelings- en landinrichtingsprojecten beantwoorden aan bestaande behoeftes. In 2009 liet de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) een tevredenheidsenquête uitvoeren bij de betrokken partners over de dienstverlening gekoppeld aan landinrichtings- en ruilverkavelingsprojecten. Op een schaal van vijf behaalden deze projecten respectievelijk 4,15 en 3,96. “Dit geeft aan dat de partners tevreden zijn”, klinkt het.
(Vilt)

Loden drinkwaterleidingen in schoolgebouwen moeten dringend vervangen worden!

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer: “Sinds 1958 worden in principe geen loden leidingen meer gebruikt maar het gebouwenpark van ons onderwijs is verouderd. Vermits maar liefst 30% van deze gebouwen van voor 1950 dateert, is de realiteit dat in vele van onze scholen ook nog loden leidingen aanwezig zijn. Dit is onrustwekkend, zeker gezien het gezondheidsrisico dat kinderen en onderwijzend personeel hierbij lopen.”

Omdat lood zich opstapelt in het lichaam kan kraantjeswater een probleem zijn voor de volksgezondheid. Het wordt dan ook afgeraden water uit loden leidingen dat enige tijd heeft stilgestaan – bijvoorbeeld na een nacht – te gebruiken om koffie of thee te zetten of gewoon te drinken.

Op de vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer in hoeveel Vlaamse schoolgebouwen de loden drinkwaterleidingen nog moeten worden vervangen,
antwoordde Minister van Onderwijs Pascal Smet dat hij niet op de hoogte is van dergelijke detailinformatie in verband met de toestand van de huidige schoolinfrastructuur. De minister gaat er van uit dat nog heel wat scholen beschikken over loden waterleidingen.
Om de scholen nogmaals te wijzen op het gevaar van de aanwezigheid van loden waterbuizen, zal de minister dit item opnemen in een volgende communicatie naar de scholen.

Minister Smet beloofde dat AGIOn voor de gesubsidieerde sector – gelet op de hoogdringendheid – de noodzakelijke werken bij voorrang zal subsidiëren maar dat dit een budgettaire weerslag zal hebben en nog verder druk zal zetten op de reeds beperkte middelen voor scholenbouw.

Het is evident, besluit Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer, dat het hoe dan ook noodzakelijk is dat Minister Smet de middelen voor schoolinfrastructuur verhoogt.

Het flankerend landbouwbeleid bij het MAP

Bij de behandeling van het MAP is er aangekondigd dat er werk zou gemaakt worden van het zogenaamde flankerend landbouwbeleid om de gevolgen van het MAP mee te helpen opvangen.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ondervroeg de Minister-president hierover in de Commissie Landbouw.

Minister Peeters antwoordde dat dit flankerend beleid steunt op 5 pijlers:

1. Oprichting van een platform voor onderzoek en voorlichting voor een duurzame bemesting. Dit platform heeft als opdracht kennishiaten inzake duurzame bemesting weg te werken en het uitvoeren van onderzoek ter voorbereiding van de onderhandelingen voor MAP 5. Hiervoor wordt 1 miljoen euro per jaar voorzien.

2. Oprichting van een coördinatiecentrum voor begeleiding en voorlichting voor duurzame bemesting, afgekort CVBB vzw, voor het overgrote deel samengesteld uit vakorganisaties en praktijkcentra. Er werden reeds twee werkgroepen in het leven geroepen: enerzijds voor de individuele begeleiding van bedrijven, anderzijds voor de oprichting en concrete werking van waterkwaliteitsgroepen op het terrein. Voor 2011 werd voor dit centrum 100.000 euro begroot; voor de periode 2011-2014 wordt voor de werking in totaal 10 miljoen euro voorzien.

3. Lanceren van een oproep voor demonstratieprojecten duurzame bemesting via het Departement Landbouw en Visserij. Deze projecten hebben tot doel de land- en tuinbouwers te helpen omgaan met de nieuwe en verstrengde bemestingsnormen om enerzijds een zo goed mogelijk bedrijfseconomisch resultaat te behalen en anderzijds de waterkwaliteit te verbeteren. De projecten zullen toegewezen worden voor een totaalbedrag van 1 miljoen euro.

4. Ondersteuning van investeringen die een uitbreiding van de mestopslagcapaciteit voor vaste mest en/of mestscheiding op bedrijfsniveau tot doel hebben sinds 2 augustus 2011.

5. Administratieve vereenvoudiging en gecoördineerd controlebeleid. Hierover heeft de afgelopen maanden intens overleg plaats gevonden tussen de VLM en ALV. Voor 2012 zal via het e-loket aan de landbouwers een berekening worden aangeboden van de mestafzetmogelijkheden voor hun percelen op basis van de perceelsgegevens.

Jos De Meyer dankte de Minister-president. Hij zal dit verder alert blijven opvolgen.

Sterke toename van het aantal dwangbevelen bij Mestdecreet

Het mestdecreet voorziet in een bijzondere procedure indien een opgelegde administratieve geldboete niet wordt voldaan.
Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ondervroeg minister voor Leefmilieu Joke Schauvliege hierover.

De met de invordering belaste ambtenaar kan een dwangbevel uitvaardigen. De betekening van het dwangbevel gebeurt bij gerechtsdeurwaardersexploot of bij aangetekend schrijven.
Het Vlaams gewest heeft een algemeen voorrecht op alle onroerende goederen van betrokkene en kan een wettelijke hypotheek nemen op al de daarvoor vatbare en in het Vlaamse Gewest gelegen of geregistreerde goederen van betrokkene.

Minister Schauvliege deelde mee dat de laatste vijf jaar ruim 2.000 dwangbevelen werden uitgevaardigd (280 in 2007, 291 in 2008, 93 in 2009 en 1.255 in 2010) en dat sinds de start van de inschrijving van de wettelijke hypotheken in 2008, 21 hypotheken werden genomen (4 in 2008, 10 in 2009 en 7 in 2010).

Jos De Meyer stelt dat het belangrijk is dat de regelgeving wordt toegepast; er is geen plaats voor cowboys in de sector! Hij vraagt zich wel af of de maatregelen en boetes wel altijd in verhouding zijn tot de overtredingen en de doelstellingen.
_________
Meer dwangbevelen in 2010 wegens onbetaalde mestboetes

Het Mestdecreet voorziet in een bijzondere procedure indien een opgelegde administratieve geldboete niet wordt betaald. “De voorbije vijf jaar werden 2.254 dwangbevelen uitgevaardigd waarvan 1.255 in 2010”, antwoordt minister van Leefmilieu Joke Schauvliege op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V). Sinds 2008 werden 21 hypotheken genomen op onroerende goederen.

Vooraleer over te gaan tot een dwangbevel krijgt de debiteur bij niet-betaling van een heffing of boete eerst een aangetekende herinnering. Als niet wordt gereageerd op de herinnering en er geen bezwaar meer in behandeling is, wordt het dossier overgemaakt aan de gerechtsdeurwaarder ter betekening van een dwangbevel. “Tussen 2006 en 2010 werden 2.254 dwangbevelen uitgevaardigd aan landbouwers met openstaande boetes in het kader van het Mestdecreet”, laat minister Schauvliege weten.

Met de inschrijving van wettelijke hypotheken op onroerende goederen van de overtreders werd gestart in 2008. Een hypotheek wordt ingeschreven na het verlopen van de betalingstermijn van 30 kalenderdagen waarover de debiteur na de betekening van het dwangbevel beschikt en voor zover de totale openstaande schuld minstens 3.000 euro bedraagt.

De gemiddelde grootte van de 21 inschrijvingen die sindsdien plaatsvonden, bedraagt 83.300 euro. In drie gevallen werd na de inschrijving de openstaande heffingen en boetes betaald door de schuldenaar. Tot op heden werden nog geen hypotheken effectief uitgewonnen. “Regelgeving moet worden toegepast want er is geen plaats voor cowboys in de sector”, erkent CD&V-parlementslid De Meyer, “maar de vraag is of de maatregelen en boetes wel altijd in verhouding zijn tot de doelstellingen en overtredingen.” (Vilt)

De Belseelse Trappers – kampioenschap 2011

Zaterdag 15 en zondag 16 oktober vond het jaarlijkse kampioenschap plaats van de Belseelse Trappers.
Chris Thoen haalde het bij de jeugd, vóór Kevin Aerssens en Tomas De Schryver.
Bij de dames behaalde Marina Poppe haar tweede titel, vóór Christine Van Osselaer en Nicole De Clercq.
Traditiegetrouw was ik samen met collega gemeenteraadslid Julien Ghesquière aanwezig.
In mijn kort woordje sprak ik mijn waardering uit voor de sportieve prestaties van de meer dan 100 leden en ook mijn respect voor de inzet van de voorzitter en de hele bestuursploeg.

Scholenbouw : ook de architecten hebben zorgen!

De DBFM-operatie “Scholen van Morgen” zit ondertussen in een operationele fase . Signalen vanuit de sector van architecten/ingenieurs duiden erop dat de samenwerking tussen de bouwheer AG Real Estate en de architecten/ingenieurs allerminst vlot loopt. Dit was aanleiding voor Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer om minister Smet hierover te ondervragen.

In de huidige fase selecteert AG Real Estate architecten/ingenieurs om over te gaan tot het ontwerpen van de in het project voorziene scholen. De geselecteerde architecten krijgen een contract aangeboden van bijna 500 pagina’s (bijlagen inbegrepen) waarbij AG Real Estate risico’s die zij uit hoofde van de DBFM-relatie dient te dragen, tracht door te schuiven naar architect en ingenieur. Dit gebeurt zodanig dat het evenwicht tussen rechten en plichten van de partijen niet is gerespecteerd, de wettelijke onafhankelijkheid van de architect in het gedrang wordt gebracht en het takenpakket en de verantwoordelijkheid van de architect in een compleet nieuw perspectief worden geplaatst.

De architectensector heeft de voorbije maanden alles in het werk gesteld om AG Real Estate te motiveren alsnog cruciale aanpassingen aan te brengen, evenwel met geen of weinig resultaat.

De minister stelt dat de DBFM-operatie “Scholen voor morgen”, wordt uitgevoerd d.m.v. een publiek-private samenwerking en dat dit inhoudt dat de vennootschap en de AG Real Estate als Afgevaardigd Bouwheer zelf dienen in te staan voor de realisatie van de inhaalbeweging. Hij wijst erop dat dit nu net het onderscheid is met de klassieke aanbesteding, waarbij de overheid zelf zou verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de opdracht.

Minister Smet wenst zich niet te mengen in de operationele verantwoordelijkheid en bevoegdheid van de private vennootschap bij deze kwestie.

Hij stelt dat men niet tegelijk een PPS-project kan opzetten en daarbij een opdracht toekennen aan een private vennootschap om een operatie te realiseren, en dan tegelijk als overheid willen “druk uitoefenen”, aansturen of zich inmengen wat het operationele luik betreft.

De minister heeft beloofd alle aandachtspunten te zullen meenemen bij eventuele nieuwe inhaaloperaties voor scholenbouw van de Vlaamse overheid. Jos De Meyer kijkt met grote belangstelling uit naar deze nieuwe inhaaloperatie die reeds werd aangekondigd bij de start van de legislatuur.

De commissie Landbouw van het Vlaams parlement bezocht de Anuga-beurs in Keulen op 10 en 11 oktober

De commissie Landbouw bracht een tweedaags werkbezoek aan de Anuga-beurs in Keulen, één van de toonaangevende internationale foodbeurzen, een landbouwexportbeurs voor professionelen.
Meer dan 6.500 standhouders verwelkomden 200.000 bezoekers in 5 dagen.

De commissie bezocht vele Vlaamse standen en uiteraard bezocht ik ook de stand van de Sint-Niklase Cock’s vleeswaren.

“Geen structureel probleem met Scheldebrug”

Temse

Sinds de opening van de nieuwe Scheldebrug tussen Temse en Bornem zijn er op nog geen 2,5 jaar tijd al dertien incidenten geweest met de brug. Toch is dat voor Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits (CD&V) geen punt. “Er is geen enkel structureel gebrek aan de brug”, stelt de minister.

Over de kwaliteit van de nieuwe Scheldebrug tussen Temse en Bornem worden steeds meer vragen gesteld. Het bouwwerk vertoonde sinds de opening immers al heel wat problemen. De meest frappante incidenten waren het verschuiven van een brugpijler, problemen door de vrieskou, defecten aan het automatisch besturingssysteem en recent nog een losgekomen stalen afdekplaat die een groot gat sloeg in het fietspad van de brug. Alles samen gaat het om dertien incidenten op minder dan 2,5 jaar tijd, die de Scheldebrug vaak urenlang lam legden. Opmerkelijk genoeg is er volgens Crevits geen vuiltje aan de lucht. “Er is geen enkel structureel gebrek of probleem aan de Scheldebrug. De brug werd in februari 2011 nog uitvoerig getest en ook in mei 2011 volgde nog een grondige controle-inspectie. Dat heeft geen enkel gebrek aan het licht gebracht”, antwoordde minister Crevits op vraag van volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V).

De oorzaak van het incident eind augustus, waarbij de stalen plaat een gat sloeg in het fietspad, blijft echter nog onduidelijk. Ook vandaag is het voor fietsers geen sinecure om de brug op of af te rijden. Door werkzaamheden aan de fietsoprit is er een plank gelegd op de trappen naar de brug aan de Wilfordkaai. Fietsers hebben echter niet meteen door wat de bedoeling is, wat vooral oudere mensen in gevaarlijke situaties brengt. Toen het gemeentebestuur gisteren vernam dat de verzamelde pers aan de brug stond, werd halsoverkop de technische dienst uitgestuurd om extra signalisatieborden te plaatsen.
(Het Laatste Nieuws, Joris Vergauwen)

Gemeenten – openbaarheid van bestuur

De gemeenten moeten een burgernabije, democratische, transparante en doelmatige uitoefening van de gemeentelijke bevoegdheden beogen en zij dienen de inwoners zoveel mogelijk bij het beleid te betrekken. Dit stelt artikel 3 van het Gemeentedecreet. Hetzelfde artikel schrijft voor dat de gemeenten dienen te zorgen voor openbaarheid van bestuur.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg Minister Bourgeois op welke wijze de gemeentebesturen dienen om te gaan met de principiële actieve openbaarheid van bestuur die het decreet voorschrijft als het gaat om de notulen en agenda’s van het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad.

Minister Bourgeois antwoordde dat de gemeente zelf de manier bepaalt waarop zij de burger informeert en dat het bestuur daartoe de meest adequate middelen inzet: informatieblad, website, brochures, televisie, vergaderingen of andere informatiekanelen. Het belangrijkste – aldus de minister – is dat het doel wordt bereikt, net name de burger systematisch, correct, evenwichtig, tijdig en op verstaanbare wijze voorlichten over het optreden en de werking van het bestuur.

Vlaams Parlement unaniem achter extra inhaalbeweging bouw schoolgebouwen

De Vlaamse schoolgebouwen zijn sterk verouderd: 30% is van voor 1950 en slechts 15% is gebouwd na 1990. Om de minister van Onderwijs tot daadkracht aan te zetten heeft het Vlaams Parlement gisteren unaniem een motie goedgekeurd waarin de Vlaamse Regering wordt aangepord om vaart te zetten achter de DBFM-projecten. De motie kwam er na een interpellatie van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer. Aan de minister van Onderwijs Pascal Smet wordt gevraagd die realisatie voldoende transparant te maken voor de schoolbesturen.

Scholen die nu een aanvraag indienen, moeten minstens tien jaar wachten voor hun bouwproject kan worden gerealiseerd. Voor de vrije gesubsidieerde scholen duurt dat nog langer. Het gevolg is dat de wachtlijst is aangegroeid tot 2.315 dossiers, goed voor 2,2 miljard euro subsidie.

Het Vlaams regeerakkoord stelt dat de Design, Build, Finance and Maintain (DBFM)-operatie volledig moet worden uitgevoerd en dat de extra inhaalbeweging die voor de schoolinfrastructuur is ingezet om schoolgebouwen versneld te vernieuwen of te vervangen, moet worden herhaald. De minister van Onderwijs heeft beloofd de grootschalige inhaalope­ratie volledig uit te voeren, met aan­dacht voor duurzaamheid en milieuvriendelijkheid. Zo zouden alle scholen moeten voldoen aan de strenge E70-norm en dus 30% energiezuiniger moeten zijn dan de gangbare norm. Een aantal scholen zouden passiefscholen zijn.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer: “Vanwege de soms erbarmelijke toestand van de schoolgebouwen vragen we de Vlaamse Regering ook bij de begrotingscontrole 2012 bijzondere aandacht te besteden aan de begroting Onderwijs en aan de schoolinfrastructuur en – zodra een volwaardige federale regering is – de problematiek van het Nationaal Waarborgfonds (NWF) federaal aan te kaarten.”
__________
Met redenen omklede motie

van de heer Jos De Meyer
en de dames Kathleen Deckx en Vera Celis

tot besluit van de op 22 september 2011
door de heer Jos De Meyer
in commissie gehouden interpellatie
tot de heer Pascal Smet,
Vlaams minister van Onderwijs,
Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
over de onderfinanciering van de scholenbouw

Het Vlaams Parlement,
– gehoord de interpellatie van de heer Jos De Meyer;

– gehoord het antwoord van Vlaams minister Pascal Smet;

– gelet op:
1° het feit dat het schoolgebouwenpark sterk verouderd is (30% van de gebouwen is van voor 1950, slechts 15% is gebouwd na 1990);
2° het gegeven dat scholen die nu een aanvraag indienen, minstens tien jaar moeten wachten voordat hun bouwproject kan worden gerealiseerd en dat dat voor de vrije gesubsidieerde scholen een veelvoud is;
3° de stijging van de reguliere wachtlijst tot 2,2 miljard euro subsidie en 2315 dossiers;
4° het regeerakkoord, dat stelt dat de Design, Build, Finance and Maintain (DBFM)-operatie volledig moet worden uitgevoerd en dat de extra inhaalbeweging die voor de schoolinfrastructuur is ingezet om schoolgebouwen versneld te vernieuwen of te vervangen, moet worden herhaald;
5° de beleidsnota Onderwijs 2009-2014 van de minister, die stelt: “Met het Design, Build, Finance and Maintain (DBFM)-project werd een grootschalige inhaaloperatie gestart. Ik zal deze operatie volledig uitvoeren. Deze investering levert extra jobs op en kadert dus in een proactief relancebeleid. Hierbij wordt ook extra aandacht geschonken aan duurzaamheid en milieuvriendelijkheid. Alle scholen zullen voldoen aan de strenge E70-norm en zullen dus 30% energiezuiniger zijn dan de gangbare norm. Bovendien zal een aantal scholen passiefscholen zijn. Deze scholen verbruiken nagenoeg geen energie. Ik zal de uitvoering van dit ambitieus project op de voet volgen en tussentijds evalueren. Op basis van de evaluatie zal ik beslissen over het opzetten van een bijkomende inhaaloperatie, onder welke vorm dan ook.”;

– vraagt de Vlaamse Regering:
1° de DBFM-projecten spoedig te realiseren en er daarbij zorg voor te dragen dat die realisatie voldoende transparant is voor de schoolbesturen;
2° de problematiek van het Nationaal Waarborgfonds (NWF) aan te kaarten bij, en aan
te pakken samen met de Federale Regering, zodra er een volwaardige regering is;
3° werk te maken van de extra inhaalbeweging met betrekking tot de schoolgebouwen, zoals aangekondigd in het regeerakkoord en de beleidsnota Onderwijs;
4° bij de begrotingscontrole 2012 bijzondere aandacht te besteden aan de begroting Onderwijs en aan de schoolinfrastructuur.
Jos DE MEYER
Kathleen DECKX
Vera CELIS

Invasieve exoten in waterlopen kosten jaarlijks 850.000 euro

Het grote publiek is er zich niet van bewust dat de verspreiding van exotische planten in de natuur problemen kan veroorzaken. De meest invasieve soorten worden geïntroduceerd als sierplant, maar ontsnappen uit tuinen, parken en siervijvers en verstoren ecosystemen door het verdringen van inheemse soorten.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ondervroeg minister Joke Schauvliege in de commissie Leefmilieu over de stand van zaken van de bestrijding van exoten in onze waterlopen.

De minister deelde mee dat de VMM afdeling Operationeel Waterbeheer in de zomer van 2009 startte met een intensieve bestrijdingscampagne, bestaande uit regelmatige controles van alle besmette waterlopen en verwijdering van alle voorkomende exoten. Jaarlijks is hiervoor een budget van 850.000 euro voorzien.

Minister Schauvliege stelde dat de voortgang van het AlterIAS-project positief is en dat de resultaten als doeltreffend worden gekwalificeerd. Het AlterIAS-project is een communicatieproject gericht op voorlichting en bewustmaking van de groensector over de problematiek van de invasieve planten. Het project bestaat uit drie campagnes: een algemene sensibilisatiecampagne, een promotiecampagne en een voorlichtingscampagne voor het tuinbouwonderwijs.

De minister is van oordeel dat het massale voorkomen van exoten in waterlopen weggewerkt werd maar dat nauwgezette opvolging noodzakelijk blijft. Jos De Meyer is tevreden met de aanpak van de minister maar vraagt om in de toekomst alert te blijven.

Evaluatie Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ondervroeg in een schriftelijke vraag Minister-president Kris Peeters over de evaluatie van het Vlaams programma voor Plattelandsontwikkeling die recentelijk werd uitgevoerd.

De minister stelt dat dit programma tot nu toe al een duidelijke positieve invloed gehad heeft op het milieu in Vlaanderen en dat deze impact zowel afkomstig is van de perceelsgebonden agromilieumaatregelen als van de milieugerichte VLIF-investeringen. De externe evaluator stelt dat deze milieu-investeringen kostenverhogend blijken te zijn en ook een negatief effect hebben op de toegevoegde waarde, op de arbeidsproductiviteit en op het inkomen.

Voor het volgend actieprogramma benadrukte de evaluator dat een grotere selectiviteit met behoud van impact dient nagestreefd te worden. Het Europees kader met bijhorende middelen zal immers niet toenemen maar misschien zelfs afnemen. Daarenboven is het essentieel dat het Vlaams-Europees gecofinancierd programma en de bijhorende maatregelen, de impact ervan maximaliseert.

De Minister-president deelde ook mee dat ter voorbereiding van de opmaak van het nieuwe programma het Vlaams Ruraal Netwerk in 2012 twee consultatiedagen zal houden met alle betrokken actoren om na te gaan welke uitdagingen men ziet voor het platteland in relatie tot het tweede pijlerbeleid van het GLB.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer, tevens voorzitter van de commissie Landbouw en Platteland geeft mee dat dit dossier in de bevoegde commissie van het Vlaams parlement verder zal opgevolgd worden.

Rechtszekere start van het schooljaar: vele late omzendbrieven en uitvoeringsbesluiten

Naar jaarlijkse gewoonte ondervroeg Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer minister van 0nderwijs Pascal Smet over de naleving van de resolutie van 28 mei 2003 over de ordentelijke start van het schooljaar. Deze resolutie vraagt de Vlaamse Regering om alle besluiten en omzendbrieven die in werking treden op 1 september uiterlijk op 25 juni aan de scholen mee te delen.

Het antwoord van de minister luidde als volgt: “Mijn kabinet en mijn administratie streven naar een rechtszekere en ordentelijke start van het schooljaar. Wij doen al het mogelijke om nieuwe maatregelen tijdig mee te delen aan de scholen. Er worden daarvoor permanent en structureel inspanningen geleverd om via allerlei kanalen rechtstreeks met het onderwijsveld (directeurs, schoolsecretariaten, …) te communiceren. De maatregelen die ingingen per 1 september werden ondermeer via School- en lerarendirect gecommuniceerd.
De uitvoering van de resolutie is een voortdurend aandachtspunt, maar het zal altijd moeilijk blijven om ze voor 100 % uit te voeren, omdat er vele factoren zijn die een proces kunnen vertragen. Bovendien is het van belang dat alle advies- en onderhandelingsprocedures gerespecteerd worden. Niettemin proberen we onze planning nog scherper te maken!”

Niettegenstaande dit zijn er 43 uitvoeringsbesluiten die uitwerking hebben vanaf
1 september 2011 pas na 25 juni 2011 door de Vlaamse Regering goedgekeurd, 13 omzendbrieven die uitwerking hebben vanaf volgend schooljaar werden na 25 juni 2011 verzonden en voor 23 omzendbrieven ontbrak de formele wettelijke basis.

Jos De Meyer zal de minister aan zijn belofte houden om de planning volgend jaar nog scherper te maken!