Hand in Hand

Naar jaarlijkse goede gewoonte heeft “Hand in hand” opnieuw een aantal zeer waardevolle sociale projecten in onze stad financieel ondersteund met niet minder dan 5.000 euro. Het betreft dit jaar volgende instellingen: Dagcentrum, Home Vesta, Jamas (Kracht en Geduld), Jonathanschool, MPI ‘t Zonneken.
Proficiat aan alle medewerkers voor dit sterk engagement!
Zoals steeds waren we hier graag bij.

Meeste kans op werk met diploma technisch onderwijs

Vlaanderen telde eind september 200.140 werkzoekenden. 42,2 procent daarvan is meer dan één jaar werkzoekend. Meer dan een op de vier van deze langdurig werkzoekenden heeft slechts een diploma lager onderwijs en/of eerste graad secundair onderwijs.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) kreeg de cijfers na een schriftelijke vraag aan minister van Werk Philippe Muyters (N-VA). Uit de werkloosheidscijfers blijkt heel duidelijk dat hoe hoger je einddiploma, hoe kleiner de kans op langdurige werkloosheid. Opmerkelijk is dat wie stopt na het middelbaar onderwijs, best een tso-diploma heeft. Van die groep heeft 37 procent na een jaar nog geen werk.

Bij de jongeren met een diploma van het algemeen secundair onderwijs (aso) is meer dan 41 procent na een jaar nog steeds werkloos. Aso’ers vinden met andere woorden het minst gemakkelijk werk.

Zelfs een diploma van de derde en vierde graad beroepsonderwijs (bso) en van de derde graad kunstonderwijs (kso) leidt minder vaak tot langdurige werkloosheid. Van de bso’ers heeft 37,5 procent na een jaar nog geen werk, bij de kso’ers is dat 38,6 procent.

Hervormingen

De cijfers bewijzen eens te meer dat ouders die hun kind koste wat kost in het aso willen houden, niet noodzakelijk de goede beslissing nemen. Wie na het aso niet voortstudeert, heeft immers minder kans op werk dan een tso’er of bso’er. De aangekondigde hervorming van het secundair onderwijs is er ook op gericht om de schotten tussen aso, tso, bso en kso weg te werken.

Bachelors

Dat academische bachelors volgens deze cijfers minder vaak in de langdurige werkloosheid belanden (20 procent) dan professionele bachelors of zelfs masters (28 procent), is verwonderlijk.

Volgens onderwijsspecialisten heeft dit mogelijk te maken met het feit dat deze jongeren vervroegd hun hogere studies afbreken omdat ze werk aangeboden krijgen. De graad van academische bachelor (vroegere kandidaturen op universitair niveau) is immers niet bedoeld als einddiploma. Voorlopig nog niet, want Europa vraagt wel dat een academische bachelor in de toekomst onmiddellijk voorbereidt op de arbeidsmarkt. Maar zo ver zijn we in Vlaanderen nog niet.
(Gazet van Antwerpen, Sabine Deman)

Eén op de twaalf leraren met brugpensioen

Zeventig procent heeft gezondheidsproblemen bij loopbaaneinde

In het onderwijs daalt de belangstelling voor het brugpensioen onder de zestig jaar niet. Veel oudere leerkrachten kampen met buitensporige stress of een burn-out.

Het aantal leerkrachten in het Vlaams onderwijs dat jonger is dan zestig en gebruik maakt van de brugpensioenregeling van het Onderwijs – TBS en vergelijkbare formules – daalt niet. Het blijft schommelen net boven de 10.000, dat is één op de twaalf. Dat blijkt uit het antwoord van minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V).

In de privé-sector daalt het aantal bruggepensioneerden jonger dan zestig wel. Die leerkrachten krijgen een uitkering ter waarde van 70 procent van hun wedde. Dat kost het departement Onderwijs dik 230 miljoen euro per jaar.

Voor 2012 wordt een lichte daling verwacht, omdat de leeftijd, zoals jaren geleden beslist, licht omhoog gaat: naar 56 jaar voor de kleuteronderwijzers en naar 58 voor de leerkrachten van de andere niveaus. Het jaar daarop zal het aantal opnieuw oplopen.

Burn-out

Een nog niet bekendgemaakt onderzoek van de vakgroep sociologie van de VUB leert dat veel leerkrachten gezondheidsklachten hebben bij hun loopbaaneinde. Maar drie op de tien leerkrachten zegt géén last hebben van buitensporige stress, burn-out, rug- of stemklachten of andere chronische kwalen. Zo heeft de helft van de kleuteronderwijzers rugklachten bij het loopbaaneinde.

Dat verklaart meteen waarom veel leerkrachten die met brugpensioen gaan, zeggen dat ze op dezelfde leeftijd zouden stoppen, ook al wordt het brugpensioen afgeschaft. Ziekte-uitkeringen zijn dan de uitweg. Dat is ook een trend in de privé-sector.

Wie nog helemaal gezond is én gelukkig is in het onderwijs, werkt vaak door na zestig. Een rem is dan wel dat het doorwerken zelden extra pensioen oplevert.

Deeltijds werken

Nog uit het onderzoek blijkt dat vrouwen iets vroeger stoppen dan mannen. In het kleuteronderwijs stopt men iets vroeger dan in de andere onderwijsniveaus. Wie een partner heeft, stopt vroeger dan een alleenstaande. Ook wie een eigen woning heeft die al afbetaald is, stopt vroeger dan wie nog afbetaalt of wie een woning huurt. Nog een merkwaardige vaststelling: vakbondsleden stoppen gemiddeld vroeger dan anderen.

Opvallend is dat de formules van deeltijds werken, die werden ingevoerd om mensen langer aan het werk te houden, het omgekeerde effect bereiken.

Jos De Meyer maakt zich zorgen omdat de minister opnieuw weigert te zeggen wat hij gaat doen met dit brugpensioenstelsel. Van bij zijn aantreden zegt Smet dat hij dit ‘zal behandelen in het Groot Loopbaanoverleg’, met de lerarenvakbonden en de onderwijskoepels.

In dat overleg proberen ze de loopbaan zó te hertekenen dat ze interessanter wordt voor jongeren, die vaak na enkele jaren het onderwijs verlaten, en voor ouderen, die erg vroeg stoppen met werken. Dat overleg verloopt in strikte geheimhouding.

Aanpak blijft uit

Maar tweeëneenhalf jaar na de start van de regering, is alles nog altijd geheim, zegt Jos De Meyer. Het doet hem vrezen dat er tegen het einde van de regeerperiode nog niets gebeurd zal zijn, ‘en dat het dan weer op het bord van een volgende regering belandt’.

Jos De Meyer stuurt aan op ‘een goed sociaal overleg’, en is tegen ‘bruuske veranderingen’ in dat domein. ‘Maar het is onhoudbaar om de beslissingen daarover almaar uit te stellen. De rest van de samenleving kan dat niet dulden en het groeiend tekort aan leerkrachten laat dit niet toe.’ Ook neemt de druk van de Europese Unie toe op de al vroege pensioenstelsels in ons land.

Ook andere parlementsleden uiten hun ongenoegen over het feit dat ze maar geen zicht krijgen op wat er gebeurt in dat sociaal overleg over de hertekening van de lerarenloopbaan. Maar ze zeggen dit niet openlijk ‘om de minister, de inrichtende machten of de vakbonden niet voor het hoofd te stoten’. (De Standaard, Guy Tegenbos)

Investeringsbijdrage van 173.060,46 euro voor de stad Sint-Niklaas!

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vernam van Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits dat zij een investeringsbijdrage van 173.060,46 euro voorzien heeft voor de aanleg van een fietsweg langs spoorlijn L59 vanaf de Hoge Bokstraat tot aan het vernieuwde Westerplein.

Jos De Meyer verheugt zich over dit positieve nieuws voor zijn stad.

Terugvordering landbouwsubsidies beperken met e-loket

Door het gebruik van het e-loket verder te stimuleren, kan het aantal foutieve aangiftes worden beperkt en ook het bijhorende aantal terugvorderingen van landbouwsubsidies”, antwoordde minister-president Kris Peeters op een schriftelijke vraag van CD&V-parlementslid Jos De Meyer. Een infosessie tijdens Agribex zal nog meer landbouwers vertrouwd maken met het elektronisch indienen van de verzamelaanvraag.

Uit het antwoord van Kris Peeters blijkt dat de Vlaamse landbouwadministratie naast het gebruik van het e-loket ook veel aandacht besteedt aan het duidelijk communiceren van alle voorwaarden die gesteld worden aan het verkrijgen van landbouwsubsidies, en dat zij ook ruchtbaarheid geeft aan de meest voorkomende tekortkomingen die aanleiding geven tot kortingen en terugvorderingen van inkomenssteun aan landbouwers.”

Vlaams volksvertegenwoordiger De Meyer steunt het verder ontwikkelen en stimuleren van het gebruik van het e-loket. Tussen 2009 en 2011 werd jaarlijks immers honderdduizenden euro teruggevorderd omwille van fouten die mogelijk vermeden konden worden door het gebruik van het e-loket. Daarnaast werd jaarlijks 1,1 tot 1,6 miljoen euro in mindering gebracht bij betalingen aan begunstigden van landbouwsubsidies. (Vilt)

Parlementsleden vragen maatregelen tegen bijensterfte

“De problematiek van de verhoogde bijensterfte is ernstig”, beseffen de parlementsleden Karlos Callens (Open VLD), Dirk Peeters (Groen!), Jos De Meyer (CD&V), Els Robeyns (sp.a) en Mark Demesmaeker (N-VA). “Daarom moeten alle betrokken stakeholders de nodige inspanningen doen om de toekomst van deze voor onze voedselvoorziening en biodiversiteit levensnoodzakelijke sector te vrijwaren.”

Door de uitzonderlijke sterfte van de afgelopen jaren staan bijen in Vlaanderen, zoals elders in de wereld, sterk onder druk. Daarom stelt de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement in een unaniem goedgekeurde resolutie een resem ‘bijvriendelijke maatregelen’ voor. Ook de EU-parlementsleden maakten zich deze week ongerust over het verdwijnen van bijenpopulaties.

Professor Frans Jacobs van de Universiteit Gent gaf in mei uitleg over de ‘verdwijnproblematiek’ van bijenpopulaties aan de parlementsleden van de commissie Landbouw. Hij verklaarde dat het probleem veroorzaakt wordt door een samenspel van factoren, maar vooral de varroamijt en het gebrek aan geschikt voedsel door een verminderde biodiversiteit spelen de bijen parten.

Wanneer die twee factoren de vitaliteit van bijen onder druk zetten, beginnen ook andere factoren mee te spelen zoals de invloed van ziekteveroorzakende virussen en eencelligen die aanwezig zijn op bijen, het onzorgvuldig agrarisch en particulier gebruik van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen, niet-optimale imkerpraktijken en milieuvervuiling.

“De problematiek van de verhoogde bijensterfte is ernstig”, beseffen de parlementsleden Karlos Callens (Open VLD), Dirk Peeters (Groen!), Jos De Meyer (CD&V), Els Robeyns (sp.a) en Mark Demesmaeker (N-VA). “Daarom moeten alle betrokken stakeholders de nodige inspanningen doen om de toekomst van deze voor onze voedselvoorziening en biodiversiteit levensnoodzakelijke sector te vrijwaren.”

Eerst en vooral vragen zij dat de knelpunten aangehaald op de rondetafel over de ‘verdwijnproblematiek’ aangepakt worden samen met het Praktijkcentrum Bijen. Acties moeten betrekking hebben op educatie van het brede publiek, op vorming van imkers, de beschikbaarheid van geneesmiddelen, de deskundigheid van dierenartsen, het verhogen van de beschikbaarheid van stuifmeel in de dode periode, het registreren van imkers en het Europese honingprogramma.

Verder wensen de commissieleden dat er geïnvesteerd wordt in onderzoek naar biotechnische bestrijdingsmethoden van de varroamijt en dat erop wordt toegezien dat die methoden snel en zonder dure investeringskosten kunnen worden toegepast. De federale overheid wordt op haar verantwoordelijkheid gewezen om de nodige bestrijdingsmiddelen tegen de varraomijt ook in ons land te erkennen, en ervoor te zorgen dat de erkende middelen op een vlotte manier ter beschikking staan van de imkers.

Wat de problematiek van gewasbeschermingsmiddelen en hun invloed op bijen betreft, vraagt de resolutie een voortzetting van het onderzoek daaromtrent. En tot slot vragen de commissieleden om alle land- en tuinbouwers te sensibiliseren omtrent de voor hen mogelijk desastreuze economische gevolgen van de afname van de bijenpopulatie. De politici zijn overtuigd dat vrijwillige maatregelen hen kunnen aanmoedigen om bij te dragen aan een bijvriendelijke omgeving.

Deze week hield ook het Europees Parlement een pleidooi voor meer onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen voor bijen, een betere monitoring en dataverzameling van de bijensterfte in de lidstaten en meer kennisuitwisseling tussen labo’s, imkers, landbouwers en industrie. De land- en tuinbouwsector krijgt het advies om meer bijvriendelijke gewasbeschermingsmiddelen in te zetten en gebruikers nog beter te informeren over de impact van bepaalde pesticiden op bijen.

Meer info: Resolutie betreffende een actieplan voor behoud bijen in Vlaanderen
(Vilt)

Eéndagsziekteverloven aanpakken!

“Leerkrachten die ziek zijn, hebben recht op ziekteverlof. Leerkrachten die een snipperdag nemen, zijn niet fair ten aanzien van de leerlingen en niet collegiaal” stelt Jos De Meyer naar aanleiding van een schriftelijke vraag aan minister Pascal Smet die hem liet weten dat het aantal ééndagsziekteverloven in 2010 opnieuw met 5.595 is toegenomen.
“Overleg met de syndicale organisaties en de koepels om deze gegevens verder te analyseren en te remediëren is absoluut noodzakelijk”, aldus Jos De Meyer.
Hij verwacht dat een aanpassing van de regeling van het doktersattest de probleemsituatie niet onmiddellijk oplost maar vreest dat bij een verdere stijging van de ziektecijfers bij ééndagsziekten het op termijn moeilijk anders kan.

__________

Leerkrachten verlengen massaal weekends met ziektedag

Het aantal eendagsziektes in het Vlaams onderwijs is vorig jaar opnieuw gestegen. Bijna de helft van de leerkrachten die een dagje ziek thuis blijven, doet dat op maandag en vrijdag. Dat blijkt uit een nieuw rapport over het ziekteverzuim in het onderwijs.

Het totale ziekteverzuimpercentage van leerkrachten in het Vlaams leerplichtonderwijs is lichtjes gedaald in 2010. Vorig jaar werden 2.384.378 ziektedagen opgenomen. Dat zijn er 1.154 minder dan in 2009. Een zieke Vlaamse leraar blijft gemiddeld 24 dagen afwezig. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Agentschap voor Onderwijsdiensten. De algemene daling is ook meteen het enige goede nieuws. Een van de meest problematische soorten afwezigheid, die van één dag en dan nog bij voorkeur op een maandag of vrijdag, zit nog steeds in de lift. Vorig jaar werden er 97.334 eendagsziektes genoteerd. Dat zijn er bijna 6.000 meer dan het jaar voordien. Bijna de helft van die ziektedagen valt op het begin of het einde van de week en vooral leerkrachten tussen 26 en 35 jaar houden wel van een verlengd weekend.

Moeilijk publiek

De regionale verschillen in het ziekteverzuim zijn eveneens opvallend: leerkrachten in het Genkse zijn het meest afwezig, gevolgd door onderwijsmensen uit Oostende. In Roeselare lopen de ‘gezondste’ leraars rond. “We kennen het probleem”, zegt Denis Vonckers, algemeen directeur van de scholen van het gemeenschapsonderwijs in regio Genk. “In Genk gaat niet altijd het makkelijkste publiek naar school en dat weegt op leerkrachten. Ook ouders die soms agressief zijn, hebben hun impact.” Ondanks de stijging van het aantal baaldagen daalde het aantal bezoeken van controleartsen licht. “Bij een afwezigheid van een dag geeft een controlearts in 99 procent van de gevallen de leerkracht gelijk”, zegt Vonckers. “Onlangs was er eens een leerkracht die toch ’s middags terug naar school moest, maar dat had ik nog nooit eerder meegemaakt. Ach, we willen ook geen heksenjacht beginnen. En soms ben je als directeur gewoon zo druk bezig met de afwezigheid praktisch op te vangen dat je er zelfs niet aan denkt een arts te sturen.” Het hoge aantal ziektedagen op maandag en vrijdag viel minister van onderwijs Pascal Smet (sp.a) al eerder op. Hij kondigde na het vorige rapport aan om met de sociale partners rond de tafel te gaan zitten om eventueel het ziekteverlof van een dag zonder doktersbriefje af te schaffen. Tot nu toe zijn er echter nog geen stappen ondernomen.

Last voor de rest

CD&V-parlementslid Jos De Meyer stelde Smet een parlementaire vraag over de kwestie. Hij is geen voorstander van een aanpassing van de regeling van het doktersattest. “Maar als de cijfers nog een paar jaar in stijgende lijn gaan, dan zullen we niet anders kunnen”, zegt hij. “Maar op dit moment denk ik dat we met de vakbonden moeten bekijken of er andere maatregelen mogelijk zijn en moet de zaak binnen scholen bespreekbaar gemaakt worden. Per slot van rekening belasten die ongegronde afwezigheden de rest van het team.”(De Morgen, Kim Herbots)

“Gids voor leraren” verdwijnt

Onderwijswetgeving is niet alleen erg ingewikkeld, ze is vaak ook moeilijk te begrijpen door het jargon en de specifieke termen die erin gebruikt worden. Daarom werd door het ministerie van Onderwijs een “Gids voor leraren” op het internet geplaatst, waarin men die informatie vertaalt naar gemakkelijk verstaanbaar, precies en helder Nederlands.
Een prachtig initiatief, alleen ontdekte Vlaams parlementslid Jos De Meyer dat de informatie in de Gids voor leraren niet klopt met de onderwijswetgeving.

Toen hij minister Smet daarover een schriftelijke vraag stelde, antwoordde die dat het door inkrimping van het personeelsbestand niet mogelijk was om de informatie uit de “Gids” actueel en correct te houden. Iemand die nu iets wil opzoeken over het presteren van overuren in het onderwijs, vindt nu dus nog steeds de informatie die al sinds september 2009 achterhaald is.
In het antwoord aan De Meyer stelt de minister meteen zijn wel heel originele oplossing voor: in afwachting van een “nieuw onderwijsportaal” wordt de Gids voor leraren gewoon van het internet gehaald.

Scheldebrug 13de keer defect

GEEN STRUCTUREEL PROBLEEM VOLGENS MINISTER CREVITS

De Scheldebrug tussen Temse en Bornem blijft maar met problemen kampen. Donderdagnamiddag bleven de slagbomen ruim een half uur dicht tijdens de avondspits. Scholieren waren het wachten beu en kropen niet zonder gevaar onder de slagbomen. De voorbije twee jaar haperde de brug al dertien keer, maar volgens minister Crevits is er ‘geen structureel probleem’.

De nieuwe Scheldebrug werd in mei 2009 feestelijk in gebruik genomen. De vele pendelaars waren blij dat de brug eindelijk ontdubbeld was, maar de vreugde was van korte duur. In november dat jaar was er namelijk een storing, een eerste incident in een reeks van vele. Ruim twee jaar later zijn er al dertien geteld. Donderdagmiddag rond 16 uur was het opnieuw prijs. Een schip wachtte op de Schelde tot de bruggen opengingen. De spoorwegbrug stond al een tiental minuten naar boven, maar de twee wegbruggen bleven roerloos liggen. De slagbomen waren wel naar beneden gegaan. Toen er na twintig minuten nog steeds geen enkele beweging kwam in de bruggen, was de schoolgaande jeugd het wachten beu. De jongeren kropen massaal onder de slagbomen door, iets wat uiteraard niet zonder gevaar is. Uiteindelijk gaven de brugwachters het op en werden de slagbomen, zowel die voor de fietsers als voor het gemotoriseerd verkeer, terug geopend. Het is nog onduidelijk wat er dit keer haperde aan de bruggen. De vele pendelaars zijn de reeks incidenten meer dan beu. Recent nog vroeg Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) zijn partijgenote en Vlaams minister Hilde Crevits een overzicht van de technische mankementen. Volgens de minister zou er geen structureel probleem zijn. De defecten hebben namelijk de meest uiteenlopende redenen. Dit gaat van het verschuiven van een brugpijler, problemen door de vrieskou tot defecten aan het automatisch besturingssysteem en recent nog een losgekomen stalen afdekplaat die een groot gat sloeg in het fietspad van de Scheldebrug. De aannemer die de brug ontworpen en gebouwd heeft, is wel onderworpen aan een onderhoudsplicht gedurende zeven jaar. Volgens de minister heeft hij bij alle defecten steeds op correcte wijze ingegrepen en de herstellingen ‘snel en accuraat’ uitgevoerd. Het kabinet-Crevits spreekt van ‘kleine kwaaltjes’, maar de pendelaars hebben daarover intussen een andere mening gevormd. En ook de gemeente Temse trouwens. Die heeft intussen op eigen kosten een speciale kraan gekocht om bij panne de betonnen middenberm te kunnen verwijderen en zo alle verkeer over ��n brug om te leiden. (Het Laatste Nieuws, Kristof Pieters)

Geactualiseerd Sigmaplan in uitvoering

Het geactualiseerde Sigmaplan wordt in zijn globaliteit beschouwd als één groot investeringsproject dat is opgebouwd uit meerdere deelprojecten, zoals beschreven in het Meest Wenselijke Alternatief. Het geactualiseerde Sigmaplan dient nog (verder) te worden uitgevoerd tot 2030.

“Anno 2010 werden de globale kosten voor de uitvoering van het Sigmaplan in de periode 2005-2030 geraamd op 1.056 miljoen euro (prijspeil 2010), inclusief flankerende maatregelen.” antwoordde minister Crevits op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.

De deelprojecten die inmiddels werden afgerond, omvatten allen dijkverhogingen en dijkverstevigingen in het kader van het dijkenprogramma van het geactualiseerde Sigmaplan.

Ondermeer de volgende deelprojecten werden reeds beëindigd:
– Zeeschelde, dijkwerken ter hoogte van Polderstad Hoboken ;
– Zeeschelde. Dijkwerken ter hoogte van graf E. Verhaeren in St-Amands;
– Afleidingsdijle in Mechelen. Renovatie en versterking waterkeringen;
– Zeeschelde RO. Dijkwerken vanaf brug te Schoonaarde tot Paddebeek;
– Zeeschelde RO in Baasrode. Dijkversterkingen ‘De Briel’;
– Zeeschelde RO. Dijkwerken tussen Gentbrugge en spoorbrug;
– Zeeschelde LO in Wetteren. Dijkwerken ter hoogte van de voetgangersbrug;
– Zeeschelde. Dijkwerken Schellebelle-veer tot oude Uitbergenbrug;
– Zeeschelde. Dijkwerken tussen Overschelde en Schellebelle-Aard;
– Demer te Aarschot – vernieuwing waterkering;
– Zeeschelde LO in Zele-Berlare. Werken aan ringdijk Scheldebroek;
– Zeeschelde LO te Hamme Driegoten. Renovatie waterkering en vernieuwen damplanken­wand;
– Zeeschelde LO in Hamme-Moerzeke. Dijkversterkingen langsheen de Blankaart en De Gespoelde Put.

Volgende deelprojecten zijn in uitvoering in 2011:

Dijkwerken:
– Zeeschelde, dijkwerken Fort Filip tot Noordkasteel – deelcontract 1 – raming 3,9 M euro;
– Zeeschelde, ontpoldering en dijkwerken t.h.v. Lillo: raming 3,7 M euro;
– Zeeschelde te Hoboken – raming 4,8 M euro;
– Zeeschelde LO, dijkwerken tussen Overschelde en Schellebelle-Aard:
raming 1,5 M euro;
– Zeeschelde, Melle, dijkwerken Gondebeek-Kwatrecht Zeeschelde. Dijkwerken:
raming 2,9 M euro;
– Demer, Rotselaar, aanleggen winterdijk – raming 0,7 M euro.

Hedwige-Prosperproject:
– ZS LO te Beveren – HPP (VL) – aanleg intergetijdegebied – deelcontract 2 –
raming 5,1 M euro.

Kalkense Meersen:
– ZS LO te Wichelen en Berlare – dijkwerken Wijmeers 2 – raming 0,8 M euro.

Aanleg GOG/GGG Kruibeke-Bazel-Rupelmonde:

– ZS LO te Kruibeke – inrichtingswerken GOG/GGG Kruibeke-Bazel-Rupelmonde in
2011 – raming 2,3 M euro.

De looptijd van de meeste van deze projecten ligt tussen twee en vijf jaar, afgezien van enkele meer grootschalige projecten.

Op de vraag van Jos De Meyer of rekening houdende met de huidige evolutie van de stijging van de zeespiegel de vooropgestelde veiligheidsnormen zullen worden gehaald, antwoordde de minister: “Om het vooropgestelde veiligheidsniveau te bereiken, dient het geactualiseerde Sigmaplan te worden uitgevoerd zoals voorzien. Dit betekent dat als in het gebied van het Zeescheldebekken de dijken op Sigmahoogte zijn gebracht, de ontpolderingen zijn gerealiseerd en de gecontroleerde overstromingsgebieden zijn aangelegd.”

Jos De Meyer dringt verder aan dat bij de realisatie van het Sigmaplan voldoende rekening gehouden wordt met de wensen van de gemeente- en polderbesturen zodat het draagvlak zo groot mogelijk is.

Europa mag niet besparen op voedselhulp

Vlaams volkvertegenwoordigers Cindy Franssen en Jos De Meyer vragen de Vlaamse Regering actie te ondernemen tegen de plannen van Europa om de middelen voor voedselbedeling met 80 procent te verminderen. In België doen jaarlijks 200.000 mensen een beroep op de voedselbanken om in hun basisbehoeften te voorzien. De volksvertegenwoordigers stelden hierover al verschillende vragen. Daaruit volgde een voorstel van resolutie van de meerderheidspartijen dat met een ruime meerderheid werd goedgekeurd. De Vlaamse Regering gaat nu in overleg met de Federale regering om zich voor te bereiden in geval Europa niet met de middelen over de brug komt. Dat antwoordde Vlaams minister-president en minister van Landbouw, Kris Peeters vandaag in het Vlaams Parlement op een actuele vraag van Jos De Meyer.

Sinds 1987 bestaat er een Europees programma voor voedselbedeling aan de meest behoeftigen. Het voedselhulpprogramma is ontstaan naar aanleiding van de uitzonderlijk koude winter in 1986/1987. Toen werden er landbouwoverschotten aan armoede-organisaties gegeven in de lidstaten. Door de hervormingen van het Europese landbouwbeleid sinds de jaren ’80 zijn de landbouwoverschotten echter gestaag gedaald en werd het voedselhulpprogramma gaandeweg meer en meer gesteund door directe financiële steun.

Het Europees Hof van Justitie oordeelde dat Europa de voedselbedeling niet meer mag verder zetten volgens de huidige manier van werken omdat het geven van directe financiële hulp niet kadert binnen het landbouwbudget. Hierdoor ziet de Commissie zich genoodzaakt het budget voor 2012 terug te schroeven van 500 miljoen naar 113 miljoen euro.

Als de Europese maatregel doorgaat, betekent dat een meerkost voor Vlaanderen van 3 miljoen euro, om dit te ondervangen; middelen die Vlaanderen kan gebruiken voor eigen acties om armoede te bestrijden.

De Vlaams volksvertegenwoordigers vroegen in de resolutie aan de Vlaamse Regering om op de laatste Europese Landbouwraad dit onderwerp ter sprake te brengen en te zoeken naar oplossingen. De problematiek werd besproken, maar zonder resultaat.

Het verminderen van de voedselhulp ondermijnt de eigen Europese doelstelling om tegen 2020 in heel de Europese Unie het aantal mensen in armoede met 20 miljoen te verminderen.

Jos De Meyer: “Het is goed dat Vlaanderen in overleg gaat met het federaal niveau om een alternatief voor te bereiden indien Europa niet voor 1 januari 2012 met middelen over de brug komt. Hopelijk moet het niet zo ver komen.”

Cindy Franssen: “De uitspraak van het Hof van Justitie is een lelijke streep door de rekening van heel wat voedselbanken en caritatieve organisaties. Het is een omgekeerd signaal in de strijd tegen de armoede. Europa is het aan haar eigen doelstellingen verplicht deze middelen vrij te maken.”

Kostenbeheersing in het Secundair Onderwijs

In het kader van het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding was kinderarmoede en kostenbeheersing één van de 13 prioriteiten die door de Vlaamse Regering naar voren werden geschoven. Dat dit zeker geen overbodige luxe is, blijkt uit cijfers van het Hoger Instituut voor de Arbeid, dat becijferde dat de gemiddelde kostprijs voor ouders 978 euro per jaar secundair onderwijs bedraagt. Bij duurdere studierichtingen loopt die kost zelfs op tot 1400 euro. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ondervroeg Minister voor Onderwijs Pascal Smet over deze problematiek in de commissie Onderwijs. Meerdere collega’s sloten zich aan bij de vraag.

Jos De Meyer: “Uit studies blijkt dat het probleem niet het grootste is in de eerste graad, maar wel in de tweede en derde graad. Verder blijkt dat er ook enkel een probleem is in de richtingen van het algemeen secundair onderwijs (ASO) indien het over dure studiereizen in één van de eindjaren gaat. De probleemsituatie stelt zich vooral in de tweede en derde graad van het technisch secundair onderwijs (TSO), het beroepssecundair onderwijs (BSO) en het kunstsecundair onderwijs (KSO). Het gaat dan vooral om de studierichtingen slagerij, hotelwezen, fotografie, enzovoort.”

Op de vraag hoe de minister omgaat met de door de Koning Boudewijnstichting geformuleerde aanbevelingen, antwoordde de minister dat op het einde van de legislatuur zal overgegaan worden tot het automatisch toekennen van studietoelagen. Alle opmerkingen in verband met een kostenbeheersend beleid en de kennis van kansarmoede zullen opgenomen worden als prioritaire nascholingsthema’s. In de hervorming van het secundair onderwijs wordt de aanbeveling over de mechanismen meegenomen evenals het opstellen van een kosteneffectenrapportage bij nieuwe eindtermen, nieuwe leerplannen, hervormingen, enzovoort.

Jos De Meyer wees de minister op het structureel probleem dat TSO en BSO veel meer kosten dan ASO en dat deze scholen hiervoor nog steeds te weinig middelen hebben. De kostprijs van de opleiding tot een aantal knelpuntberoepen moet omlaag om jongeren en ouders te stimuleren voor deze richtingen te kiezen. Jos De Meyer pleitte om hiervoor structureel aandacht te hebben en ook het bedrijfsleven nauwer te betrekken bij de planning van de nodige uitrusting van sommige studierichtingen.