Ambtenaren vaker ziek dan werknemers privé

De personeelsleden van alle administratieve diensten van de Vlaamse overheid waren vorig jaar 379.891dagen afwezig door ziekte. Het ziekteverzuim bij de ambtenaren ligt op 6,42 procent. Daarmee doen ze het beter dan hun federale collega’s.

Het ziekteverzuim bij de Vlaamse ambtenaren steeg in 2010 lichtjes van 6,35 naar 6,42procent. In totaal gaat het over bijna 380.000ziektedagen. ‘De cijfers blijven de laatste jaren schommelen tussen de 6,3 en 6,9procent’, zegt Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V), die daarover een vraag stelde aan minister Geert Bourgeois (N-VA). Opvallend: het aantal ambtenaren dat slechts één dagje ziek is, daalde in 2010 van 26.723 naar 26.087.

Het gemiddelde stagneert dan wel, maar de verschillen tussen de administratieve diensten onderling blijven groot. Terwijl bij de ene dienst iedereen kwam werken, bedroeg het afwezigheidspercentage bij een andere dienst meer dan 22procent. Al moeten die statistieken gerelativeerd worden, omdat de hoge percentages dikwijls slaan op afdelingen waar weinig personeel werkt. Eén ziektegeval trekt daar meteen ook het gemiddelde omhoog.

In vergelijking met de federale overheid scoort Vlaanderen niet eens zo slecht. Volgens de medische controle-instantie Medex was in 2010 6,83procent van de federale ambtenaren afwezig wegens ziekte. Volgens datzelfde rapport waren de Waalse ambtenaren gemiddeld 7,35procent van het totaal aantal werkdagen ziek.

Meer controles

De preventieve maatregelen, die getroffen worden om het aantal zieken terug te dringen, blijken hun effect niet te missen, stelt De Meyer. ‘Gezondheidcampagnes werden gevoerd, het aantal controles werd opgedreven.’ Maar toch kan het op Vlaams niveau nog beter, vindt De Meyer. ‘We blijven slechter scoren dan de privé. Volgens recente statistieken van dienstenbedrijf Securex bedroeg het totale ziekteverzuim in de private sector vorig jaar 5,68procent. Alleen wanneer de onderneming meer dan 1.000 werknemers telt, stijgt dat percentage naar 8,94procent.’ (Het Nieuwsblad, Christine De Herdt)

Schuldeisers incasseren premies van 134 Vlaamse boeren

In 2011 werden de subsidies van 42 landbouwers gedeeltelijk en 92 landbouwers geheel afgeleid naar schuldeisers, voornamelijk banken. In totaal gaat het om 1,57 miljoen euro landbouwsubsidies. De Mestbank heeft voor 421.000 euro beslag laten leggen op premies bij 25 landbouwers. Volgens Vlaams parlementslid Jos de Meyer (CD&V) illustreert dit de problemen bij de Vlaamse boeren.

Landbouwsubsidies kunnen enkel afgeleid worden naar schuldeisers als daar een juridische grondslag voor is. “De Mestbank kan dwangbevelen uitvaardigen via een gerechtsdeurwaarder voor niet geïnde administratieve geldboetes”, illustreert minister-president Kris Peeters. “De FOD Financiën kan zelf dwangschriften uitvaardigen en verwijst hierbij steeds naar de betrokken reglementering. Banken verwijzen steeds naar het betrokken artikel in de kredietakte. Leveranciers kunnen premies opvragen als ze de instemming van de betrokkene kunnen aantonen.”

In 2010 heeft de Mestbank deze praktijk voor de eerste maal toegepast in één dossier. In 2011 werd voor 25 dossiers opdracht gegeven aan de gerechtsdeurwaarder om tot beslag over te gaan van de premies. De totale onderliggende schuld bedraagt 421.000 euro. “Dit wil niet zeggen dat er nu meer overtredingen plaatsvinden, maar toont aan dat de boeren de boetes moeilijker kunnen betalen door de crisis”, zegt De Meyer.

Behalve naar de Mestbank vloeien subsidies ook naar banken (in 73 van de 92 gevallen waarbij de premies integraal naar de schuldeiser gingen), leveranciers die met achterstallige facturen zwaaien of curatoren in het kader van een faillissement. De totale schuldvordering die op landbouwsubsidies verhaald wordt, bedraagt dit jaar 1,57 miljoen euro bij 134 land- en tuinbouwers. Vorig jaar ging het om 123 dossiers, ten belope van 1,36 miljoen euro.

De vzw Boeren op een Kruistpunt, die landbouwers in moeilijkheden begeleidt, bevestigt dat veel boeren een gebrek aan liquide middelen hebben. Het beslag op Europese landbouwsubsidies is voor de schuldeiser een handig middeltje om toch aan geld te geraken wanneer de boer al op droog zaad zit. “Het is een manier om geld te recupereren want mensen kunnen de boetes nu wat moeilijker betalen door de crisis”, bevestigt Jan Mosselmans, woordvoerder van de Vlaamse Landmaatschappij. “Maar het is inderdaad niet zo dat de Mestbank nu meer overtredingen vaststelt.”

Volgens De Meyer liggen vaak administratieve vergissingen, en niet moedwillige overtredingen van de mestwetgeving aan de basis van een boete. “Wie niet genoeg geld heeft om adviesbureaus te betalen voor het invullen van alle documenten, maakt fouten. Dat levert een boete op, waarna een vicieuze cirkel volgt”, vreest Boeren op een Kruispunt. De Meyer noemt dat in De Standaard een scheefgetrokken situatie. “Voor cowboys is er in de sector geen plaats. Maar de boete moet wel in verhouding staan tot de overtreding.”
(Vilt)
__________
‘Loonbeslag’ voor mestovertredingen

‘Sommige boeren boekten dit jaar 250.000 euro minder omzet’

Europese subsidies voor Vlaamse landbouwers worden steeds vaker afgehouden nog voor ze bij de boer belanden. Het gaat in toenemende mate om boetes voor overtredingen op de mestwetgeving.

Van onze redacteur

Het afgelopen jaar werden bij 25Vlaamse boeren de Europese subsidies onmiddellijk ingehouden door de Mestbank. Daarbij worden boetes die voortvloeien uit overtredingen op de mestwetgeving volledig of gedeeltelijk van de premies afgehouden, nog voor ze bij de boer belanden. Zo zamelde de Mestbank dit jaar 421.019 euro in. Via een dwangbevel van de gerechtsdeurwaarder kan de Mestbank rechtstreeks beslag leggen op niet-geïnde boetes.

Vijfentwintig van zulke inningen het afgelopen jaar, terwijl er vorig jaar maar één keer naar die maatregel werd gegrepen. Toch wil dat volgens Vlaams parlementslid Jos de Meyer (CD&V) niet zeggen dat er nu meer overtredingen plaatsvinden. Het illustreert volgens hem vooral dat de Vlaamse boer het steeds moeilijker heeft. ‘Er komen nu verborgen problemen bij de Vlaamse boeren aan de oppervlakte’, stelt De Meyer. ‘Vroeger werden die boetes onmiddellijk betaald. Maar ja, toen was er nog geen crisis, hé.’

Eenzelfde geluid valt te horen bij ‘Boeren op een Kruispunt’, een vzw die landbouwers in moeilijkheden begeleidt. ‘De mensen hebben gewoon geen liquide middelen meer’, zegt directeur Riccy Focke. ‘Sommige boeren boekten dit jaar 250.000 euro minder omzet dan het jaar voordien. En het is niet dat ze in dat jaar voordien even veel winst boekten, hé. Zo gaan ze diep in het rood.’ Volgens Focke is het beslag op de Europese premies een handig middeltje om toch aan het geld te geraken wanneer de boer al op droog zaad zit.

‘Het is een manier om geld te recupereren, want mensen kunnen de boetes nu wat moeilijker betalen door de crisis’, bevestigt Jan Mosselman, woordvoerder van de Vlaamse Landmaatschappij die de Mestbank omvat. ‘Maar het is inderdaad niet zo dat er nu meer overtredingen zijn.’

En zelfs bij de overtredingen is nuance welkom, vindt De Meyer. Volgens hem zouden administratieve vergissingen immers vaak aan de basis liggen van een boete, zoals het verkeerd invullen van formulieren. Dat geldt dan als een inbreuk, terwijl heel wat boeren de mestwetgeving niet moedwillig zouden overtreden.

Voor die hele papierwinkel heb je al gauw een leger deskundigen nodig, vindt ook Focke. ‘Binnenkort zie je weer een massa boeren naar de Blokker lopen om veertien classeurs te kopen om het komend jaar al hun administratie in te bewaren’, zegt hij. ‘Heel wat boeren hebben verschillende specialisten nodig om die documenten in te vullen. En zij die niet genoeg geld hebben om hen te betalen, maken fouten. En dat levert een boete op.’ Waarna een vicieuze cirkel volgt.

Volgens De Meyer is dat een scheefgetrokken situatie. ‘Voor cowboys is er in de sector geen plaats. Maar de boete moet wel in verhouding staan tot de overtreding.’

Andere schuldeisers

Bovendien heeft niet enkel de Mestbank zijn oog op de premies laten vallen. Ook andere schuldeisers, zoals banken, leggen er steeds vaker beslag op, gebaseerd op een artikel in de kredietakte. Het afgelopen jaar werden de premies van 92landbouwers volledig naar derden doorgesluisd, en in 73 van de gevallen ging het om een financiële instelling. Vorig jaar kwamen de banken nog in 66 gevallen de MTR-premies opstrijken. Maar de subsidies vloeien ook regelmatig naar leveranciers die met achterstallige facturen zwaaien, of naar curatoren in het kader van een faillissement.

Bij de bovenstaande cijfers ging het om een volledig beslag op de premies. Maar daarnaast werd er bij 42landbouwers ook een gedeelte van de MTR-premies afgeroomd. Zo liep het totale ‘loonbeslag’ dit jaar op tot 1,57 miljoen euro, bij 134 Vlaamse landbouwbedrijven. Vorig jaar ging het om 123 dossiers, ten belope van 1,36 miljoen euro. (De Standaard, Karsten Lemmens)

Veiliger fietsen op de brug over de E17 in de Hoogkamerstraat

“De brug is in beheer bij het Vlaamse Gewest voor wat betreft de dragende constructie en de verharding. Aangezien het om een gemeenteweg gaat, zijn taken zoals het aanbrengen van markeringen een taak van de betrokken gemeente(n). Momenteel wordt door de gemeenten Temse en Sint-Niklaas een studie uitgevoerd over de aanleg van het ontbrekende fietspad over het viaduct. De bedoeling is langs dit traject verhoogd aanliggende enkelrichtingsfietspaden aan te leggen, volgens de richtlijnen van het Vademecum Fietsvoorzieningen,” antwoordde minister Crevits aan Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer op zijn vraag naar een veiliger fietsweg voor de vele fietsers die dagelijks van Temse naar Sint-Niklaas en/of omgekeerd fietsen voor woonwerkverkeer en de vele scholieren van het secundair onderwijs die vooral via de Hoogkamerstraat rijden. Ook de fietsersbond vraagt dit reeds geruime tijd.

Jos De Meyer kijkt uit naar de resultaten van de studie en zal aandringen op een spoedige uitvoering van de werken!

Tijdelijke inkomensdaling verhindert VLIF-steun niet

Minister-president Kris Peeters voorziet geen problemen voor landbouwers die beroep doen op VLIF-steun, maar door een sectorcrisis dit jaar niet voldoen aan de inkomensvoorwaarde van 12.000 euro. “Zolang dit een tijdelijk gegeven is, dat zich oplost binnen de twee jaar, zal de steun hen niet ontzegd worden”, antwoordt hij op een parlementaire vraag van Jos De Meyer (CD&V).

Sinds vorig jaar is de toekenning van steun door het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) gekoppeld aan een ondergrens voor het landbouwinkomen van 12.000 euro. De sector maakt zich volgens De Meyer echter zorgen dat een aantal land- en tuinbouwers die ondergrens niet halen, door de crises waarmee ze afgelopen jaar geconfronteerd werden. Hij verwijst naar de varkenscrisis en de EHEC-crisis. “Toen we de VLIF-regeling aanpasten, konden we niet voorspellen dat dit ging gebeuren. Mijn vraag luidt nu hoe de minister op deze situatie zal reageren bij de toekenning van VLIF-steun”, aldus De Meyer.

Maar Peeters stelt gerust. Volgens hem is er geen probleem voor land- of tuinbouwers die tijdelijk niet aan de inkomensvoorwaarde kunnen voldoen. “In het verleden werd ook al begrip getoond wanneer die norm tijdelijk niet gerespecteerd kon worden, zowel in individuele noodsituaties als bij problemen op deelsectorniveau. De steun wordt niet stopgezet, tenzij het om een permanente situatie gaat. Wanneer binnen een termijn van twee jaar een voldoende inkomen kan worden aangetoond, zie ik geen problemen”, reageert hij.

Ook voor jonge landbouwers die om vestigingssteun vragen, geldt deze redenering. “Wanneer het halen van voldoende inkomen in principe geen probleem vormt, zal de eerste schijf van de vestigingspremie betaald worden zelfs wanneer het voldoen aan de voorwaarde nog niet formeel werd aangetoond.” Ook hier zal een tijdelijk individueel of sectorprobleem dus niet bepalend zijn voor het verkrijgen van steun. (Vilt)

Verkeerslichten op N70 in Sint-Niklaas in onderzoek

“Agentschap Wegen en Verkeer zal door middel van de noodzakelijke bijkomende tellingen in 2012 een evaluatie uitvoeren. Afhankelijk hiervan kunnen dan de noodzakelijke ingrepen overwogen worden,” antwoordde minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits aan Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer in antwoord op zijn vraag om de verkeerslichten op de N70 ter hoogte van de ambachtelijke zone op de vroegere vestigingsplaats van de fruitveiling Profuco – die enkel in noodsituaties werken – eventueel ook te laten werken in de dagelijkse spits om de verkeersveiligheid te bevorderen op dit drukke punt.

De Meyer hoopt dat uit de evaluatie zal blijken dat de verkeerslichten inderdaad zullen geactiveerd worden in de dagelijkse spits om zo de verkeersveiligheid te bevorderen.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer wil vlottere mobiliteit in het Waasland

Jos De Meyer vroeg aan Minister van Openbare Werken Crevits en aan minister van Ruimtelijke Ordening Muyters om werk te maken van de uitvoering van het Waas mobiliteitsplan zoals uitgewerkt door Interwaas.

Minister Muyters liet De Meyer weten dat voor twee projecten in de regio, die kaderen binnen de genoemde mobiliteitsstudie, een initiatief is opgestart voor de opmaak van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Het gaat om de oostelijke tangent te Sint-Niklaas, en de parallelwegenstructuur langs de E34 tussen Vrasene en Melsele.

Voor heel wat maatregelen die in de studie worden voorgesteld zijn slechts infrastructurele ingrepen van beperkte omvang noodzakelijk. Deze kunnen vergund worden zonder dat een bestemmingswijziging noodzakelijk is, onder meer op basis van het zogenaamde besluit voor toepassing van de regels rond kleine wijzigingen van algemeen belang aan lijninfrastructuur en nutsvoorzieningen.

Minister Crevits antwoordde: “De aanleg van de parallelwegen langs de E34 vanaf Vrasene/Verrebroek tot en met Kallo/Melsele is de verantwoordelijkheid van de Afdeling Maritieme Toegang. Op 22 november 2011 heeft hiervoor de ontwerptekstbespreking van de planMER plaatsgevonden. De configuratie van de parallelwegen is op basis van het MER onderzoek wel drastisch gewijzigd en deels vervangen door een verbreding van de E34. De werken worden vanaf 2015, gespreid over meerdere jaren, ingeschreven in de meerjarenbegroting. We voorzien de start van de werken vanaf 2016.”

Voor de Oostelijke Tangent werd in september 2011 de plan MER procedure gunstig afgerond. Momenteel zijn de voorbereidingen lopende voor de opmaak van het GRUP. Vanaf het voorjaar 2012 kan het GRUP opgemaakt worden. Deze procedure vraagt een doorlooptijd van een jaar. In 2013 kan dan gestart worden met de noodzakelijke onteigeningen. Parallel hieraan wordt de project MER of ontheffing opgemaakt, gevolgd door afronding van het definitief technisch ontwerp. De aanbesteding van de werken kan na voltooiing van de onteigeningen.

Jos De Meyer blijft de uitvoering van het Waas mobiliteitsplan op de voet volgen.

Hoe hou je jongens bij de les?

In de negentiende eeuw was hoger onderwijs niet weggelegd voor meisjes, en pas toen de traditionele rolpatronen in de jaren zestig in vraag gesteld werden, kwam daar verandering in. Tegen het eind van de jaren negentig sloeg de balans om en telden de universiteiten meer meisjes dan jongens onder hun studenten. Hun overwicht blijft echter toenemen: bij de diploma’s uit het Vlaamse hoger onderwijs is er al een verhouding 55/45 in het voordeel van de vrouwelijke studenten.

Als achtergrond bij zijn schriftelijke vraag daarover had Vlaams parlementslid Jos De Meyer nog enkele andere opmerkelijke gegevens aangestipt die erop wijzen dat jongens het tegenwoordig minder goed doen dan meisjes op school, en dat de verschillen vooral duidelijk worden tijdens het secundair onderwijs.

Na het lager onderwijs heeft 15% van de jongens al één jaar schoolse achterstand, tegenover 14% van de meisjes, maar na het secundair onderwijs is die verhouding verder scheefgetrokken tot 41% van de mannelijke en 29% van de vrouwelijke leerlingen. 7,7% van de meisjes verlaat de secundaire school zonder diploma of getuigschrift, tegenover 11,4% van de jongens.

Hoewel er per leeftijdscategorie ongeveer evenveel jongens als meisjes zijn, vind je in het buitengewoon onderwijs 2/3 jongens tegenover 1/3 meisjes. Dat verklaart minister Smet doordat jongens “gevoeliger” zijn voor leerstoornissen, problemen en aandoeningen als ADHD of autisme. Jongens zouden volgens de minister ook “hoger mikken” in het secundair onderwijs, en daardoor meer kans lopen op zittenblijven. Dat het deeltijds beroepsonderwijs 2/3 jongens telt tegenover 1/3 meisjes verklaart de minister doordat die opleidingen meer zouden aansluiten bij de klassieke interesses van jongens dan bij die van meisjes.

Toch is er hoe dan ook sprake van een kwalijke trend, waarin jongens blijkbaar in toenemende mate schoolse problemen kennen. De minister hoopt dat de vernieuwing van het secundair onderwijs daar een oplossing voor zal bieden, De Meyer denkt dat men zich bovendien moet afvragen hoe de “lagere schoolgerichtheid” van de jongenscultuur omgebogen kan worden, dat we met andere woorden wel iets moeten doen om jongens “bij de les” te houden.
__________

Jongens halen slechtere punten

Vroeger hadden meisjes achterstand op school, nu zijn de jongens aan de beurt
Jongens lopen op alle fronten achter in het onderwijs. De universiteiten van Leuven, Brussel en Gent starten met een groot actieonderzoek: over vier jaar gespreid willen ze nagaan hoe scholen ertoe kunnen bijdragen dat ook jongens beter presteren.
De ongelijke prestaties van jongens en meisjes op school baren wetenschappers en beleidsmakers zorgen. Niet dat élke jongen het slecht doet op school en elk meisje goed, maar de verschillen tussen beide groepen zijn frappant.
Na het lager onderwijs heeft 15 procent van de jongens een jaar schoolse achterstand, tegenover 14 procent van de meisjes. Na het secundair is die verhouding al scheefgetrokken tot 41 procent (jongens) en 29 procent (meisjes). Liefst 11,4 procent van de jongens verlaat het middelbaar onderwijs zonder diploma, tegenover 7,7 procent van de meisjes.
Er zijn ook twee keer zoveel jongens in het buitengewoon onderwijs en in het deeltijds secundair onderwijs. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) lijstte de cijfers op in een parlementaire vraag aan de minister van Onderwijs, Pascal Smet (SP.A).
De minister wijst er in zijn antwoord op dat er ook verschillen zijn in het eerste jaar van het hoger onderwijs: 75 procent van de meisjes zonder studiebeurs slaagt in dat eerste jaar (inclusief deliberaties); van de jongens doet maar 66 procent dat. Voor jongeren met een studiebeurs liggen de cijfers telkens tien procent lager.
Sociologen van de Universiteit Gent en pedagogen van de universiteiten van Leuven en Brussel slaan de handen in elkaar om het probleem gezamenlijk te ontleden. Ze willen in de Vlaamse scholen zelf gaan kijken hoe die tewerk gaan, en wat er praktisch kan gebeuren om jongens bij de les te houden. Het actieonderzoek gaat vier jaar in beslag nemen en wordt gefinancierd door het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT). Smet zegt er veel van te verwachten.
Tot in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw vertoonden meisjes schoolse achterstand: bij gebrek aan emancipatie stroomden ze onvoldoende door naar het hoger onderwijs. Keerpunt was het jaar 1998, toen voor het eerst meer meisjes hoger onderwijs aanvatten. Sindsdien regent het studies die wijzen op de slechtere prestaties van jongens.
‘In sommige landen lokt die omkering hevige polemieken uit’, zegt de Gentse sociologe Mieke Van Houtte, medepromotor van het onderzoek. ‘Er zijn bijvoorbeeld Britse feministes die niet van een achterstand bij jongens willen horen. Zij zeggen dat meisjes en jongens in het onderwijs nu gelijke kansen krijgen, en dat jongens gewoon minder goed zijn op schools gebied.’
Van Houtte en haar collega’s gaan daar niet van uit. Ze willen scholen ‘tools’ aanreiken om het beste uit beide seksen te halen. (De Standaard, Veerle Beel)
__________

JONGENS EN SCHOOL: GEEN GEWELDIGE COMBINATIE
Jongens vertonen meer uitstelgedrag: als de deadline voor werkjes eraan komt, crashen er ineens een heleboel printers.
Hoe komt het toch dat jongens op school niet zo goed presteren? En vooral, wat kan men eraan doen? De cijfers zijn gekend, de remedies nog niet. De Gentse onderwijssociologe Mieke Van Houtte zet enkele ideeën op een rij.
In het antwoord op een parlementaire vraag over de schoolse achterstand van jongens (zie bladzijde 1) zegt minister Pascal Smet (SP.A) ook dat de hervorming van het secundair onderwijs komaf moet maken met de gewoonte om te hoog te mikken, en daarna ‘af te zakken’ in het watervalsysteem: een gewoonte die vooral jongens parten zou spelen.
De Gentse onderwijssociologe Mieke Van Houtte denkt dat de hervorming alleen niet zal volstaan. Er is ook een inhoudelijk andere aanpak nodig. Wat die moet inhouden, is wat het actieonderzoek Onderwijzen in het bed van het Procrustes gaat uitvlooien. Het ambitieuze onderzoek loopt over vier jaar en betreft een samenwerking tussen de UGent, de VUB en de KULeuven.
Wie was Procrustes?
Mieke Van Houtte: ‘Een herbergier uit de Griekse mythologie, die zijn gasten “aanpaste, aan het ene bed dat hij had. Als ze te groot waren, hakte hij hun ledematen af, waren ze te klein, dan rekte hij hen uit. Het is een symbolische verwijzing naar ons onderwijs, dat zich meer aan de leerlingen moet aanpassen, in plaats van omgekeerd.’
Gaat u pleiten voor het herinvoeren van jongensklassen of jongensscholen?
‘Nee, want jongens presteren echt niet slechter omdat ze met meisjes op school zitten. Veeleer omgekeerd: hoe meer meisjes een school proportioneel gezien telt, hoe beter zowel jongens als meisjes presteren.’
Willen de gemiddelde jongens liever geen hoge cijfers behalen?
‘Ze willen wel, ze zijn doorgaans zelfs competitiever dan meisjes. Maar er is een verschil tussen presteren en werken voor school. Echt werken, laten zien dat je iets doet voor school, is niet cool onder jongens. Hoge cijfers moet je als het ware toevallig halen. En je huiswerk maak je bij voorkeur ’s morgens vlak voor je naar school vertrekt. De groepsdruk is voor hen erg groot. Naarmate ze ouder worden, kunnen ze daar meer afstand van nemen, maar dan is het vaak al te laat.’
Niet alle jongens doen het slecht, toch?
‘Nee, natuurlijk niet. Er zijn meer jongens dan meisjes die falen, maar er zijn ook meer jongens die hoge toppen scheren. Er is een verklaring voor die naar hun hormonen verwijst, waardoor ze als groep meer geneigd zijn om risico’s op te zoeken. Uitgerekend dat gedrag maakt mannen in hun beroepsleven ook succesvoller: ze durven meer risico’s aan.’
Hoe concreet gaat het interuniversitaire onderzoek worden?
‘We gaan uitzoeken hoe groot de machocultuur is, hoe leerkrachten omgaan met leerlingen, welke disciplinemaatregelen er gelden. Al dat soort dingen. We willen echte tools ontwikkelen voor de scholen. Bijvoorbeeld: handboeken voor de lerarenopleidingen met concrete strategieën om beter met jongens om te gaan. We willen ook een soort barometer ontwikkelen waarmee scholen zelf kunnen nagaan hoe “gendergevoelig, ze zijn.’
Wat moet er volgens u veranderen op de scholen?
‘Er moet een grotere variatie aan werkvormen komen. Ook in de basisscholen. Niet elk kind houdt ervan om vier uur lang stil te zitten en te luisteren. De een discussieert liever, de ander wil vaker rondlopen, een derde houdt van groepswerk en de vierde juist niet.’
Jongens zouden niet zo graag groepswerk doen.
‘In hun latere werkleven moeten ze ook dingen doen die ze niet graag doen. Laat scholen vooral veel afwisseling en variatie invoeren, zodat iedereen ergens in kan uitblinken. Een beleid dat rekening houdt met de verschillen tussen jongens en meisjes, is goed voor iedereen.’
Jongens halen vaker een nul omdat ze hun werkjes te laat indienen.
(lacht) ‘Jongens vertonen over het algemeen meer uitstelgedrag. Dat zien we ook aan de universiteit: als de deadline voor de werkjes er is, crasht ineens hun pc of hun printer.’
‘Je kunt als school de deadlines niet afschaffen omdat jongens er zoveel moeite mee hebben. Wat wij aan de universiteit doen, is heel duidelijk waarschuwen: excuses worden niet aanvaard.’ (De Standaard, Veerle Beel)

Doelse Kogge – Kredieten 2012

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer volgt de problematiek van de Doelse Kogge op de voet. Vandaar zijn nieuwe vraag aan minister Bourgeois over de kredieten voor 2012.

Minister Bourgeois antwoordde: “Het personeelskrediet 2012 bedraagt 190.000,00 euro. Deze verhoging van 26.000,00 euro ten opzichte van de begrotingscontrole 2011 is te wijten aan de verhoogde inzet van een conservatiespecialist.
In totaal bedraagt het vastleggingkrediet voor 2012 531.000,00 euro.
In 2012 zullen een 10-tal medewerkers vol- of deeltijds betrokken zijn bij het project van de Doelse Kogge. De werkzaamheden zullen in 2012 bestaan uit onderzoek, conservatie en ontsluiting (communicatie).
De werkingskredieten zullen gebruikt worden voor het scheepsarcheologisch en natuurwetenschappelijk onderzoek, voor uitgaven in functie van communicatie/erfgoededucatie en voor de producten die nodig zijn voor de ontzouting en impregnatie bij de conservatie.”

Te veel richtingen, te weinig leerlingen

343 richtingen moeten er 100 worden, belooft minister Smet

Sommige studierichtingen in het secundair tellen één luttele leerling. Is dat nog te verantwoorden? Na de hervorming zou minder dan de helft van het aantal richtingen overblijven.

Liefst 343 studierichtingen. Waarvan er verschillende 1, 2 of in ieder geval erg weinig leerlingen tellen (zie tabel). Dat leer je uit de gedetailleerde cijfers van de leerlingenaantallen in het secundair onderwijs, die Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) opvroeg bij de minister van Onderwijs, Pascal Smet (SP.A).

De meeste richtingen zijn er in TSO en BSO. De lage leerlingenaantallen zijn gemiddelden over een graad (twee jaren). Enig voorbehoud is dat het soms om een zevende specialisatiejaar gaat.

Wat treffen we aan: van animatie in de ouderenzorg over gemeenschapsrestauratie en kunststofvormgevingstechnieken tot wiskunde-topsport.

Het heeft veel van een wildgroei. ‘En zelfs al zitten de leerlingen voor heel wat vakken samen met andere richtingen, dan nog: dit is maatschappelijk niet meer te verantwoorden’, vindt De Meyer. ‘Is het zinvol een onderscheid te maken tussen ‘textiel en chemische technieken’, ‘textielproductietechnieken’ en ‘textiel en designtechnieken’ als die over heel Vlaanderen in het vijfde jaar maar elf jongeren tellen?’

De deur is opengezet bij de vorige hervorming en er is gretig gebruik van gemaakt door de scholen. Vaak uit concurrentieoverwegingen. Pas sinds het aantreden van deze Vlaamse regering mogen er geen richtingen bijkomen.

Minister Smet erkent dat een grote schoonmaak nodig is: ‘Dit is niet meer houdbaar. Het is een gevolg van de keuzevrijheid die we in ons onderwijs kennen.’

Er staat een grote hervorming van het secundair op stapel en snoeien in het aantal richtingen zal daar deel van uitmaken. Smet denkt dat we met een honderdtal richtingen zeker genoeg hebben. Specifieke technische richtingen zullen worden afgestemd op de (regionale) arbeidsmarkt.

Nijverheidstechnische richtingen hebben goede job-perspectieven, wat niet gezegd kan worden van bijvoorbeeld dierenverzorging of sport.

‘Er mogen richtingen in TSO en BSO zijn met weinig leerlingen, maar dan moeten ze kansen bieden op de arbeidsmarkt en niet naar de werkloosheid leiden’, vindt De Meyer.

De CD&V’er wacht liever niet op de grote hervorming om te snoeien. ‘Als we het probleem nu al zien, dan kunnen we het stap voor stap aanpakken.’

Smet volgt hem daarin niet. ‘Je kunt niet hier en daar op wat knopjes drukken. Alles hangt met alles samen. Je moet het in een grote, fundamentele hervorming aanpakken. Niets belet de scholen om nu al zelf te rationaliseren en onderling afspraken te maken.’

De koepels en de vakbonden zullen wellicht pas akkoord gaan met een rationalisatie als de besparing die daaruit voortvloeit, terugkeert naar het secundair onderwijs. ‘Een logische vraag’, meent De Meyer.

Minister Smet kan hem terzake geruststellen. ‘Een eventuele besparing zal zeker dienen om andere aspecten van de hervorming te financieren.’
(De Standaard, Tom Ysebaert)

Ongekwalificeerde uitstroom secundair onderwijs te hoog

In antwoord op zijn vraag over “ongekwalificeerde uitstroom secundair onderwijs” vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer dat gemiddeld 12% van de leerlingen het secundair onderwijs verlaat zonder diploma of getuigschrift. Cijfers van het Steunpunt Studie-en Schoolloopbanen over 2009 wijzen uit dat het daarbij ging om 9,2% van de meisjes en niet minder dan 14,7 van de jongens.

Om de “ongekwalificeerde uitstroom” voor een deel achteraf te compenseren, verwijst minister Smet van Onderwijs naar de Vlaamse examencommissie en een aantal kwalificerende trajecten voor werkzoekenden in samenwerking met de VDAB. Preventie en remediërende maatregelen ziet hij vooral als een taak voor de scholen zelf, die hun leerlingen kordaat en “kort op de bal” moeten volgen, en moeten zorgen voor een goede start van in het kleuteronderwijs. Leerlingen die geregeld spijbelen, halen bijvoorbeeld minder vaak hun diploma of getuigschrift.
Via onderwijsdecreten 20 en 21 zijn nu al “flexibele leertrajecten” mogelijk, waarbij een school leerlingen vrijstelling kan verlenen voor sommige vakken. Uiteraard wordt het dan eenvoudiger om toch een diploma te halen, maar het mag volgens De Meyer toch niet de bedoeling zijn om leerlingen die spijbelen de indruk te geven dat ze zelf een stuk van de opleiding kunnen laten vallen. Vrijstelling omwille van ziekte of fysieke problemen bestond immers voordien ook al.

Betere busverbinding Temse – Bornem

“Er werd afgesproken dat het dossier verder door De Lijn wordt onderzocht in het kader van de gebiedsevaluaties. Hierbij stemmen de drie betrokken entiteiten van De Lijn Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en Antwerpen, deze gebiedsevaluaties op elkaar af.” antwoordde minister van mobiliteit en openbare werken Crevits aan Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer op zijn schriftelijke vraag van 3 november 2011 over een betere busverbinding tussen Temse en Bornem.

De Lijn onderzocht de vraag tot aanpassing van het openbaar vervoer voor de verbinding Bornem – Temse. De resultaten werden door De Lijn op 25 oktober voorgesteld en besproken met alle betrokkenen met name vertegenwoordigers van de gemeentebesturen en van de werkgroep “Haal De Lijn over De Brug”.

“Er dient vooreerst opgemerkt te worden dat bij de organisatie van het openbaar vervoer, in het kader van het netmanagement, naar oplossingen dient gezocht te worden binnen de globale netstructuur van het openbaar vervoer en binnen de budgettaire randvoorwaarden. “ aldus Crevits.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer blijft de vraag van de gemeentebesturen en van de werkgroep “Haal de Lijn over De Brug” voor een betere busverbinding over de Schelde in ieder geval steunen!

Monumenten uit Doel verplaatsen op kosten van de Haven

De monumenten uit Doel moeten worden verplaatst op kosten van de haven, antwoordde Minister Bourgeois in de commissie op de vraag van Vlaams volkvertegenwoordiger Jos De Meyer.

Jos De Meyer stelde dat er volgens het begeleidend document bij het GRUP (het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan) van de Antwerpse haven naar gestreefd wordt het beschermde erfgoed van Doel zoveel mogelijk te behouden en dit bij voorkeur in situ met een herbestemming. ”De uitvoering van het ontwerp-GRUP blijkt nu echter onverenigbaar met het behoud van de molen op de Scheldedijk van Doel. Ook het behoud van het orgel in de kerk en het Hooghuis zouden onverenigbaar zijn met de noodzakelijke infrastructuur- en ophogingswerken. Als mogelijk denkspoor wordt nu het volgende voorgesteld: een gedocumenteerde ontmanteling gevolgd door heropbouw op een andere plaats.” De kostprijs daarvan zou moeten worden gedragen door de partij die de betreffende gronden zal ontwikkelen.

Minister Bourgeois repliceerde : “In het verleden werden reeds beschermde monumenten verplaatst omdat de omstandigheden dat vereisten. Een wijziging van het beschermingsbesluit is uiteraard steeds nodig.
De kosten voor de ontmanteling en de herplaatsing zullen moeten gedragen worden door de instantie – in voorkomend geval het Gemeentelijk Havenbedrijf of de MLSO – die instaat voor de ontwikkeling van de betreffende gronden.
Een mogelijke nieuwe plaats voor het Hooghuis is een braakliggend terrein naast de kerk van Prosperpolder. Ik wil in overleg met de gemeente en de administratie deze en andere opties onderzoeken.
Aan het woonhuis Hof ter Walle zijn reeds de nodige onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd; over de toekomstige bestemming van de site is nog geen beslissing genomen. De hoeve kan volledig worden hersteld, de hoofdstructuur van de schuur is behouden en er zijn voldoende elementen aanwezig om het geheel in de oorspronkelijke vorm te restaureren.”

Jos De Meyer herinnerde eraan dat hij in de vorige legislaturen steeds heeft geprobeerd het dorp Doel te behouden, niet uit nostalgie en ook niet tegen de verdere economische ontwikkeling van de haven maar uit zorg voor de plaatselijke leefgemeenschap. Nu verschillende regeringen in verschillende legislaturen anders beslist hebben, wil hij geen achterhoedegevecht leveren. Het is voor hem echter wel essentieel dat de komende generaties recht hebben op het behoud van het waardevol erfgoed en indien mogelijk ter plaatse.

Werktuigendagen in Oudenaarde: groot succes!

Zaterdag 24 september was ik aanwezig bij de opening van de 30ste Internationele Werktuigendagen te Oudenaarde.

“Duurzaam waterbeleid” was het centrale thema in de toespraak van Minister-president Kris Peeters en ook in de stand van het beleidsdomein “Landbouw en Visserij”.

Tienduizenden bezoekers bezochten de beurs in stralende weersomstandigheden.

Op de foto o.a.: Minister-president Kris Peeters, Voorzitter Piet Vanthemsche, Burgemeester Oudenaarde, Hoofdbestuurslid Georges Van Keerbergen, Gedeputeerde Sander Vercamer, Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.

Europese ondersteuning voor schoolmelk kan efficiënter

Naar aanleiding van een kritisch rapport van de Europese Rekenkamer ondervroeg CD&V-parlementslid Jos De Meyer minister-president Kris Peeters over de efficiëntie van het schoolmelkprogramma. “Kinderen stimuleren tot gezonde voeding is van essentieel belang en zal op lange termijn zijn vruchten afwerpen”, aldus Peeters, “maar het Europese subsidiebedrag is te laag voor een positief effect terwijl de kosten hoog zijn.”

“Het schoolmelkprogramma dat door de Europese Unie wordt gesubsidieerd, is weinig doeltreffend en heeft een geringe impact”, schrijft de Europese Rekenkamer in zijn rapport. Het schoolmelkprogramma stelt sinds 1977 subsidies beschikbaar aan de lidstaten voor de verstrekking van zuivelproducten aan schoolkinderen tegen verlaagde prijzen, terwijl de gratis verstrekking in het kader van het schoolfruitprogramma pas in het schooljaar 2009-2010 is gestart.

“Volgens de Rekenkamer zou het merendeel van de gesubsidieerde zuivel, groenten en fruit ook zonder de subsidie deel uitmaken van de schoolmaaltijden of gekocht worden door de begunstigden”, vat Vlaams volksvertegenwoordiger De Meyer het rapport samen. De Rekenkamer dringt aan op een grondige hervorming, een mening die gedeeld wordt door minister-president Kris Peeters. “Een grondige herwerking van de steun voor schoolmelk is nodig want de kosten voor scholen, verdelers en overheden zijn nu hoog in verhouding tot de potentieel gunstige effecten”, aldus Peeters.

“Ik ben voorstander van efficiënte en doelgerichte systemen om de voedingsgewoontes van kinderen te verbeteren”, legt Peeters uit. “Met 18 euro per 100 kg melk is het Europese subsidiebedrag zo laag dat er geen positief effect is”, meent Peeters, “terwijl de kosten voor de scholen, verdelers en overheden in verhouding hoog zijn.” Tot nu toe werd ook de kans gemist om op zoek te gaan naar synergievoordelen met het schoolfruitprogramma. (Vilt)

Eenvoudigere procedure bij planschade?

Op 9 februari 2011 vroeg Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer minister Muyters naar een eenvoudigere procedure om mensen die door een Ruimtelijk Uitvoeringsplan geconfronteerd worden met waardevermindering van hun eigendommen, vlotter en eenvoudiger te compenseren.
De minister refereerde toen naar een studie die hij had opgestart rond deze problematiek. Tevens verwees hij naar een werkgroep die een advies zou voorbereiden omtrent de administratieve afhandeling van planschadedossiers.

In opvolging daarvan ondervroeg De Meyer de minister op 29 november in de commissie over het advies van de werkgroep met betrekking tot de procedure bij planschadedossiers.

De minister antwoordde dat de werkgroep de voorbereidingen nog niet heeft afgerond en dat hij daarom het gevraagde advies nog niet kan bezorgen. Ondertussen is, aldus minister Muyters, duidelijk geworden dat het vervangen van de bestaande procedure door een administratieve procedure complex is en dat het omwille daarvan niet mogelijk is om een precieze timing mee te delen waarbinnen de hervorming zal worden afgerond.

Vermits De Meyer bezorgd is dat de afspraken inzake planbaten en planschade correct worden nageleefd zoals ze zijn vastgelegd, zal hij de minister over deze problematiek opnieuw ondervragen voor het einde van dit parlementaire werkjaar.

Steun voor natuuraankopen in herbevestigde agrarische gebieden

Naar aanleiding van het wekelijks opniniestuk van Piet Vanthemsche, voorzitter Boerenbond, in “Boer en Tuinder” van 1 oktober 2011 over steun voor natuuraankopen in herbevestigde agrarische gebieden in Vlaanderen, ondervroeg Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer minister Schauvliege over deze problematiek in de commissie Leefmilieu van 29 november.

Ook in Vlaanderen worden de natuurverenigingen gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. Wat Piet Vanthemsche en ook Jos De Meyer hierbij stoort is dat deze gesubsidieerde aankopen mogelijk blijven in herbevestigde agrarische gebieden en in de gebieden die in de nieuwe uitvoeringsplannen voor landbouw worden voorzien.

Minister Schauvliege antwoordde dat het besluit van 27 juni 2003 dat de subsidie voor aankoop van natuurgebieden en tevens de voorwaarden voor erkenning van natuurreservaten regelt, dateert van voor er sprake was van Herbevestigde Agrarische Gebieden (HAG). Juridisch-technisch is het mogelijk percelen in HAG te subsidiëren voor aankoop en beheer. Sinds de eerste vaststellingen van de afbakening van HAG worden er geen percelen gelegen in HAG meer erkend en bijgevolg niet gesubsidieerd voor beheer.

De Meyer vraagt de minister te onderzoeken of het niet zinvol is dat de regelgeving op termijn zou uitsluiten dat er in HAG’s verenigingen zouden worden gesubsidieerd om daar natuurgebieden te realiseren en zo de juridische zekerheid in het HAG’s nog sterker te verzekeren.