“Interactie tussen onderzoek en praktijk kan nog beter”

Uit een recent Europees rapport blijkt dat de kennis- en innovatiesystemen in de landbouw in alle lidstaten voor dezelfde uitdaging staan, met name het verhogen van de productiviteit en duurzaamheid van de productie. Nog blijkt dat veel lidstaten het Vlaamse systeem met praktijkcentra, ILVO en universiteiten benijden. “Maar dat wil niet zeggen dat het niet beter kan”, stelt minister Peeters.

Zo verklaart Peeters naar aanleiding van een parlementaire vraag van volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V).

Het Europese rapport , waaraan het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en het Departement Landbouw en Visserij meewerkten, wil vooral meer interactie tussen onderzoek, voorlichting, onderwijs en de sector. Dit opdat land- en tuinbouwers optimaal zouden ondersteund worden bij de implementatie van innovaties op hun bedrijf. Vlaanderen sluit zich daar volgens Peeters bij aan, omdat het gelooft dat die vernieuwingen er op hun beurt voor kunnen zorgen dat bedrijfsleiders ook in de toekomst hun productiviteit, duurzaamheid en concurrentiekracht kunnen behouden en verbeteren.

“In zekere zin scoort Vlaanderen al goed volgens het rapport. Andere lidstaten benijden immers ons systeem waarbij praktijkcentra erg dicht bij de land- en tuinbouwers staan, ILVO zowel toegepast als basisonderzoek uitvoert en de universiteiten zich concentreren op wetenschappelijk onderzoek”, stelt Peeters. Hij voegt daar echter meteen aan toe dat het nog beter kan. “Onder meer de link met het onderwijs zou beter uitgewerkt kunnen worden, en meer aandacht zou nog kunnen uitgaan naar de dierlijke sector. Daarom hebben we bijvoorbeeld besloten een kennisloket voor varkens op te richten.”

Wat de versnippering van onderzoek, voorlichting en onderwijs betreft, is Peeters eveneens hoopvol. “Op verschillende niveaus wordt al samengewerkt. Zo zijn alle actoren vertegenwoordigd in het Platform voor Landbouwonderzoek, het forum voor overleg tussen onderzoek en de sector. Verder wordt veel samengewerkt in de technische comités van de praktijkcentra en het raadgevend comité van ILVO, en ontstaat regelmatig samenwerking rond specifieke thema’s, zoals in het Coördinatiecentrum voorlichting en begeleiding duurzame bemesting.”

Het Europees Innovatiepartnerschap ‘Productieve en duurzame landbouw’, dat door de Europese Commissie wordt voorgesteld, vormt volgens Peeters echter een opportuniteit om de interactie in de toekomst nog te versterken. Hij zegt dan ook aan het Platform voor Landbouwonderzoek gevraagd te hebben om de ontwikkelingen daaromtrent op te volgen en tegen de zomer een advies te formuleren.

Over de uitvoering van het Vlaamse beleid omtrent onderzoek en innovatie stelt Peeters dat het Platform zich toch nog toe vooral heeft geconcentreerd op de organisatorische aspecten in het Witboek Landbouwonderzoek. Zo werd onder meer ingegaan op de mogelijkheden om beter in te spelen op Europese onderzoeksfinanciering. “De realisatie van de inhoudelijke thema’s is moeilijker op te volgen aangezien er geen budget werd gelinkt aan het witboek. Wel passen ILVO2020 en de laatste oproepen voor demonstratieprojecten rond duurzame landbouw volledig in dit kader. Ook wordt naar het witboek gekeken bij de evaluatie van de voorstellen voor het Programma Landbouwonderzoek en de Landbouw-trajecten van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT).”

Bij de evaluatie van onderzoek in Vlaanderen wordt verder nog gekeken naar relevantie voor de praktijk en het beleid. Bijna alle beleidsondersteunende onderzoeksprojecten van ILVO worden bovendien ontwikkeld op vraag van de sector, of worden op voorhand afgetoetst met partners uit de sector.

Ook IWT, een belangrijke financier van landbouwonderzoek, heeft volgens Peeters steeds meer oog voor praktijkrelevantie bij de goedkeuring van projecten. “Uit een portfolio-analyse van het Programma Landbouwonderzoek in 2011 bleek dat beroepsorganisaties regelmatig betrokken worden bij het opzetten van onderzoeksvoorstellen, maar dat de projecten nog niet overwegend vraaggestuurd zijn. Onder meer omwille van die resultaten, hervormde IWT vorig jaar zijn subsidies aan landbouwonderzoek naar ‘landbouwtrajecten’. Die hebben als doel om projecten te financieren die ontstaan vanuit een concrete probleemstelling in de praktijk of een vraaggedreven opportuniteit vanuit bedrijven. Op die manier wil IWT de doelgroep beter betrekken bij het onderzoek en ervoor zorgen dat de betrokken bedrijven baat hebben bij de resultaten en ze bijgevolg ook effectief toepassen. Deze aspecten worden dan ook meegenomen in de evaluatie van projectaanvragen.” (Vilt)

Onderwijs vindt geen masters

Het tekort aan leerkrachten met een masterdiploma neemt weer toe. Frans en wiskunde zijn knelpunten.
Het aantal openstaande vacatures voor leerkrachten secundair met een masterdiploma (de vroegere licentiaten) ligt dit schooljaar weer een stuk hoger dan het jaar daarvoor. Er werden er in december 2011 125 gezocht, tegen 75 in dezelfde maand een jaar voordien.
De dalende trend van de voorgaande twee jaren is daarmee gekeerd. Een en ander staat in het antwoord dat de Vlaamse minister van Onderwijs, Pascal Smet (SP.A), gaf op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V). Smet baseerde zich voor zijn antwoord op de databanken van de VDAB.

De vraag naar leerkrachten algemene vakken – wiskunde, Frans – is groter dan het aanbod.
Vallen er nu gaten in de scholen? Zover zijn we nog niet. ‘Ze lossen dat voorlopig op door mensen met niet het vereiste maar wel een voldoende diploma voor de klas te zetten’, zegt Chris Smits van het katholiek secundair onderwijs. Een leraar lichamelijke opvoeding gaat dan biologie geven, bijvoorbeeld.
Het tekort dreigt wel steeds nijpender te worden. Er komt een leerlingenboom aan, er gaan duizenden leraren met pensioen (zelfs als de vervroegde uittreding TBS ingeperkt wordt) en de instroom van nieuwe leerkrachten kan dat niet goedmaken. Het aantal gediplomeerde leerkrachten is de jongste jaren afgenomen, terwijl er in 2010 en 2011 veel anciens met pensioen gingen.
Minister Smet onderhandelt over dat probleem met de vakbonden en de onderwijskoepels; daar moet een groot loopbaanpact uit voortvloeien voor de zomer. De bedoeling is het beroep aantrekkelijker te maken.
Een prioriteit daarbij is dat beginnende onderwijsmensen beter begeleid moeten worden. ‘Tot één op de vier beginners haakt binnen de vijf jaar af. Als we dat kunnen keren zullen we al een deel van het tekort opvangen’, zegt Hugo Deckers van de socialistische bond ACOD.
Jonge leerkrachten knappen af op het gebrek aan werkzekerheid, het wachten op de benoeming en het feit dat ze van de ene naar de andere school moeten hollen. (De Standaard, Tom Ysebaert)

Regularisering DAC’ers in vrije internaten opnieuw op de lange baan?

In het begin van de jaren tachtig werd het “derde arbeidscircuit” (DAC) ingesteld om banen te creëren voor werklozen. Ondertussen zijn de meeste DAC-projecten reeds geregulariseerd, zodat de betrokkenen hun rechten kunnen doen gelden inzake loon, ancienniteit en pensioen. Vlaams parlementslid Jos De Meyer merkte in de vergadering van de commissie Onderwijs op dat op dit ogenblik in de internaten van het vrije onderwijs nog 262 DAC’ers aan de slag zijn, samen goed voor 175,5 fulltime-equivalenten. In het gemeenschapsonderwijs daarentegen zijn zo goed als alle werknemers al opgenomen in de reguliere omkadering.

Aanvankelijk was vooropgesteld dat ook de DAC’ers uit de Vlaamse internaten net als alle werknemers uit de andere zogenaamde “nepstatuten” tegen 1 januari 2012 een volwaardig statuut zouden krijgen, maar dat is niet gelukt. Een tweede streefdatum werd dan 1 juli 2012, maar in reactie op een vraag van De Meyer meldde de minister dat ook die datum niet meer haalbaar zou zijn. Als verontschuldiging haalde hij de onderhandelingen aan over het loopbaandebat en de tbs-regelingen in het onderwijs, maar hij engageerde zich wel om het probleem daarna aan te pakken, na de onderhandelingen van de nieuwe CAO’s.

Grote werken Sigmaplan vanaf 2012

2012 wordt een belangrijk jaar voor het Vlaamse Sigmaplan, concludeerde Vlaams parlementslid Jos De Meyer uit de antwoorden van minister Crevits (openbare werken) op zijn parlementaire vragen over die materie. Het Sigmaplan moet rampen zoals de watersnood van 1953 en de overstroming van Ruisbroek in 1976 voorkomen. Daarom worden hogere ringdijken aangelegd om de bewoonde gebieden te beveiligen, en naast sommige delen van de rivieren uit het Scheldebekken komen gecontroleerde overstromingsgebieden (GOG’s) achter een lagere overloopdijk.

De prijs en de timing van de geplande werken hangt af van de complexiteit van de ingrepen in een bepaald gebied. De werken in Kruibeke, Bazel en Rupelmonde zouden in 2013 beëindigd kunnen worden, de werken aan de Dijlemonding en in de buurt van Hamme en Dendermonde zullen in totaal ongeveer vijf jaar duren. Het gaat hem daar dan ook over grote projecten met bufferbekkens en nieuwe dijken: niet enkel een hogere ringdijk, maar ook compartimenteringsdijken, aanpassingen aan de pompstations en in-en uitstroomconstructies met terugslagkleppen zodat de afwatering van die gebieden gegarandeerd kan blijven. Bovendien moeten de nutsleidingen in de GOG’s daar verlegd worden.

Het is ook de bedoeling om rekening te houden met de recreatieve en ecologische mogelijkheden van de GOG’s, onder meer door de aanleg van vistrappen en recreatieve paden.

Bij bepaalde inrichtingsvormen van overstromingsgebieden blijft landbouw mogelijk. Het is dan zinvoller om die gronden niet te laten onteigenen, maar om gebruik te maken van een goede schaderegeling. Die werd overigens al voorzien in het decreet integraal waterbeleid van 2003. Dat ook bij de volgende fases in de uitvoering van het Sigmaplan de doelstellingen van het flankerend beleid landbouw overeind blijven, vindt De Meyer een goede zaak. Op die manier kan er mogelijks een maatschappelijk draagvlak groeien voor het nodige evenwicht tussen milieu, recreatie en landbouw in de betrokken gebieden. Toch stipt Vlaams volksvertegenwoordiger De Meyer aan dat men in tijden van besparing vragen kan hebben bij het kostenplaatje van sommige onderdelen van de grote projecten.
__________

“2012 wordt een belangrijk jaar voor het Sigmaplan”

2012 wordt een belangrijk jaar voor het Sigmaplan, concludeert Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) uit de antwoorden van minister van Openbare Werken Hilde Crevits op zijn parlementaire vragen over de materie. Dat ook bij de volgende fases in de uitvoering van het Sigmaplan de doelstellingen overeind blijven van het flankerend beleid voor de landbouwers in het betrokken gebied, vindt De Meyer een goede zaak.

Het Sigmaplan moet rampen zoals de watersnood van 1953 en de overstroming van Ruisbroek in 1976 voorkomen. Met dat doel worden hogere ringdijken aangelegd om de bewoonde gebieden te beveiligen en naast sommige delen van de rivieren uit het Scheldebekken komen gecontroleerde overstromingsgebieden (GOG’s) achter een lagere overloopdijk. De prijs en de timing van de geplande werken hangt af van de complexiteit van de ingrepen in een bepaald gebied. De werken in Kruibeke, Bazel en Rupelmonde zouden in 2013 beëindigd kunnen worden.

De werken aan de Dijlemonding en in de buurt van Hamme en Dendermonde zullen in totaal ongeveer vijf jaar duren. Het gaat hem daar dan ook over grote projecten met bufferbekkens en nieuwe dijken. Er komt niet enkel een hogere ringdijk, maar ook compartimenteringsdijken, aanpassingen aan de pompstations en in-en uitstroomconstructies met terugslagkleppen zodat de afwatering van die gebieden gegarandeerd kan blijven.

Het is ook de bedoeling om rekening te houden met de recreatieve en ecologische mogelijkheden van de GOG’s, onder meer door de aanleg van vistrappen en recreatieve paden. Bij bepaalde inrichtingsvormen van overstromingsgebieden blijft landbouw mogelijk. Het is dan zinvoller om die gronden niet te laten onteigenen, maar om gebruik te maken van een goede schaderegeling. Die werd overigens al voorzien in het decreet Integraal waterbeleid van 2003.

Dat ook bij de volgende fases in de uitvoering van het Sigmaplan de doelstellingen van het flankerend beleid landbouw overeind blijven, vindt De Meyer een goede zaak. “Op die manier kan er mogelijks een maatschappelijk draagvlak groeien voor het nodige evenwicht tussen milieu, recreatie en landbouw in de betrokken gebieden”, meent De Meyer. De volksvertegenwoordiger stipt nog wel aan dat men in tijden van besparing vragen kan hebben bij het kostenplaatje van sommige onderdelen van de grote projecten. (Vilt)

Overgangsmaatregelen voor scholenbouw met REG-procedure

In 2006 werkte het ministerie van onderwijs een speciale procedure uit om scholen sneller te kunnen helpen met subsidies voor werkzaamheden die het rationeel energiegebruik (REG) bevorderden. Op 2 februari 2012 werd die procedure nogal bruusk afgeschaft, en Vlaams parlementslid Jos De Meyer vroeg zich af of er geen overgangsprocedure nodig was voor scholen die al een correct dossier hadden ingediend en die daarvoor al onkosten gemaakt hadden. Sommige “kleine” dossiers van minder dan 125.000 euro voldoen aan de eisen van de “verkorte procedure”; enkele scholen met grote dossiers zullen misschien een deel van hun project kunnen afsplitsen en inperken tot een kleiner project, dat dan misschien ook nog voor subsidie in aanmerking komt.

Scholen met een groot renovatiedossier kunnen geen gebruik maken van de verkorte procedure, en moeten dus hun aanvraag opnieuw indienen voor de reguliere subsidie. Zij komen dan compleet achteraan op een wachtlijst, waarin men binnenkort met decennia rekent in plaats van met jaren. Toch hebben ze om te voldoen aan de REG-procedure bv al meer dan 65% van de ereloonnota’s voor de architect moeten betalen, en soms hebben ze al voorbereidende werkzaamheden gefinancierd. Vooral scholen uit het vrije net zouden volgens De Meyer de dupe worden

Behoud Ouden Doel en Rapenburg

Momenteel loopt de procedure van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) voor de afbakening van het zeehavengebied Antwerpen. Een aantal elementen in de huidige versie van het GRUP zijn echter niet in overeenstemming met eerder gemaakte beleidskeuzes, en volgens Vlaams parlementslid Jos De Meyer moeten ze dan ook aangepast worden.

Hoewel vroeger was afgesproken dat de gehuchten Ouden Doel en Rapenburg behouden konden blijven, zijn ze in de voorliggende plannen ingekleurd als natuurgebied en is er een onteigeningsplan voor Ouden Doel opgemaakt. In het GRUP worden de Muggenhoek en Nieuw Arenbergpolder nu voorzien als agrarisch gebied met nabestemming natuurgebied, terwijl eerst voorzien was dat de agrarische activiteit er langer behouden kon blijven. Voor de thermische centrale van Kallo moet ook een ruimer gebied voorzien worden en het geluidsscherm ter hoogte van de Fabrieksstraat te Kallo moet verder oostwaarts ingetekend worden: zoals het nu is ingetekend zal het niet volstaan om de geluidshinder van de spoorweg te voorkomen voor de bewoners.

Volgens De Meyer moet ook de verdeling tussen agrarisch en natuurgebied ter hoogte van de Grote Geule meer in overeenstemming gebracht worden met de realiteit. In het GRUP is bovendien te weinig ruimte voorzien voor wonen, landbouw, landschapszorg en toeristische activiteiten in Prosperpolder. Hiermede vertolkt Jos De Meyer de ideeën van de betrokken gemeenten en van Interwaas.

In antwoord op de parlementaire vraag over deze materie meldde minister Muyters (ruimtelijke ordening) dat het GRUP op dit ogenblik ter bespreking voorligt bij de Vlaamse regering, en dat de discussie over het al dan niet behouden van Ouden Doel en Rapenburg hernomen zal worden. We blijven dit dossier kritisch volgen, besluit parlementslid Jos De Meyer.

Onderhoudsbaggerwerken Durme

Sinds vele jaren dringt Vlaams Volksvertegenwoordiger Jos De Meyer bij de ministers van Openbare Werken aan op de noodzakelijke baggerwerken op de Durme.
Minister Crevits heeft hiervoor de nodige beslissingen genomen en de kredieten in haar begroting voorzien. Zij informeerde mij ook over de planning van de werkzaamheden.

Onderstaand wordt de planning van de tweede fase van de onderhoudsbaggerwerken op de Durme toegelicht.

In antwoord op de vraag van uw kabinet met ref. KAB/2012/016 naar de stand van zaken betreffende de baggerwerken van dinsdag 31 januari 2012 werd de problematiek van de te beperkte watervoerende capaciteit van de Durme reeds geschetst en werden de krachtlijnen beschreven van het rivierherstelplan dat Waterwegen en Zeekanaal NV (W&Z) heeft uitgewerkt.

De tweede fase van de onderhoudsbaggerwerken op de Durme omvat de ruiming van ca. 400.000 m³ zand uit de bedding ter hoogte van de gemeenten Hamme, Temse en Waasmunster. Gelet op het feit dat het grootste knelpunt in de afwatering van de Durme zich thans bevindt ter hoogte van het pompgemaal aan de Ten Rijendreef in Waasmunster, opwaarts van de op stapel staande onderhoudsbaggerwerken, en dat dit probleem een urgente aanpak vereist werd besloten om de geplande werken zo spoedig mogelijk te laten aanvatten, op 27 februari 2012, en tegelijk tussentijdse maatregelen voor te bereiden ter hoogte van het pompgemaal Ten Rijen in samenspraak met de gemeente Waasmunster en het bestuur van de polder Schelde-Durme Oost. Een overleg inzake de tussentijdse maatregelen is voorzien op vrijdag 9 maart 2012.

De baggerspecie zal worden ontwaterd en in afwachting van toepassing in dijkwerken gestockeerd binnen de contouren van de Sigmaprojecten Bunt te Hamme, Klein Broek ter Temse en Groot Broek te Temse en Waasmunster op percelen die vervat zijn in bestaande onteigeningsplannen, waardoor geen extra grondinname noodzakelijk is. De terreinen worden voorafgaand aan de ontwatering en stockage van baggerspecie ontdaan van plantengroei en genivelleerd. De totale uitvoeringstermijn van de voorbereidende werken en de onderhoudsbaggerwerken zelf bedraagt 200 werkdagen. Deze termijn dient te worden vermeerderd met de tijd die nodig is om te voldoen aan de verplichtingen inzake archeologisch onderzoek (geraamd op 5 weken), de duur van de ontwatering van de baggerspecie (maximaal 6 maanden per zandstock) en de tijd die nodig is om de slibfractie af te voeren naar een erkende stortplaats (80 werkdagen).

Aangezien Hamme het meest stroomafwaarts gelegen is zullen hier de eerste ingrepen worden uitgevoerd. De indicatieve planning van de werken op grondgebied van de gemeente Hamme is als volgt:

27 februari 2012 – 2 maart 2012 – werfinrichting
27 februari 2012 – 16 maart 2012 – sloopwerkzaamheden en verwijderen vegetatie
12 maart 2012 – 6 april 2012 – archeologisch onderzoek
16 april 2012 – 15 juni 2012 – grondwerken
18 juni 2012 – 22 juni 2012 – mobilisatie baggermaterieel
25 juni 2012 – 18 januari 2013 – baggerwerken
8 april 2012 – 31 mei 2013 – afvoer slibfractie

Volgens deze planning zullen de voorbereidende grondwerken, dewelke het meest zichtbaar zijn, afgerond zijn voor de zomervakantie. Vanaf dat ogenblik tot de jaarwisseling zullen enkel de onderhoudsbaggerwerken zelf en de lagunering van de specie plaatsvinden. De hinder hiervan is zeer klein aangezien deze werken zich concentreren op de waterweg. In de zandstock beperkt de activiteit zich dan tot het uitspreiden van het zand.

De planning van de werken op grondgebied van de gemeenten Temse en Waasmunster is nog niet in detail uitgewerkt. Afhankelijk van het bekomen van de nodige machtigingen worden in het najaar van 2012 reeds plantengroei verwijderd. De onderhoudsbaggerwerken zelf sluiten in principe aan op het voorgaande traject dat overeenkomstig bovenstaande tabel eindigt op 18 januari 2013.

Volgende maatregelen worden genomen om de hinder van de werken voor de omgeving te beperken:
– het werfverkeer in Hamme verloopt via het jaagpad op de rechteroever van de Durme;
– het werfverkeer in Temse verloopt via een zijstraat van de Legen Heirweg;
– het werfverkeer in Waasmunster verloopt via het jaagpad tussen de werfzone en de Koolputten;
– baggerleidingen worden zodanig aangelegd dat het jaagpad niet onderbroken wordt voor voetgangers, fietsers en bromfietsen klasse A;
– indien het jaagpad wordt afgesloten voor de uitvoering van werken wordt een omleiding voorzien, dewelke wordt besproken met de mobiliteitsambtenaar van de gemeente;
– de veerdienst Hamme-Tielrode zal ten hoogste vijf maal onderbroken worden gedurende maximaal 11 uur. Elke onderbreking wordt twee weken op voorhand bekend gemaakt.
– tijdens de werken wordt schade aan het jaagpad hersteld; na de werken wordt waar nodig een nieuwe asfaltlaag aangebracht.
– het gebaggerde zand zal maximaal worden hergebruikt bij dijkwerken: enerzijds wordt de afvoer en berging van baggerspecie drastisch ingeperkt en anderzijds wordt de noodzaak tot aanvoer van grond voor de dijkwerken tot een minimum herleid.

Deze maatregelen werden reeds toegelicht aan de betrokken gemeentebesturen van Hamme, Temse en Waasmunster.

Diep geraakt

Diep geraakt door het tragische busongeval in Zwitserland wil ik mijn medeleven betuigen aan alle nabestaanden van de verongelukte kinderen, hun leerkrachten, begeleiders en buschauffeurs. Ik wens hen sterkte om verder te gaan na dit onnoembare verlies.

De voorzitter, het Bureau, de leden en het personeel van het Vlaams Parlement betuigen hun diepste medeleven aan de familieleden van de verongelukte leerkrachten, begeleiders en chauffeurs en aan de ouders, familieleden en klasgenootjes van de verongelukte kinderen bij het tragische busongeval van 13 maart in Zwitserland.

Tal van Infrastructuurwerken waterwegen in 2012 in Oost-Vlaanderen

In het indicatief investeringsprogramma van Waterwegen en Zeekanaal plant Minister van Openbare Werken Hilde Crevits tal van werkzaamheden aan Oost-Vlaamse waterwegen in 2012. Dat vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer als antwoord op een schriftelijke vraag.

Het betreft in Aalst en Geraardsbergen: de vernieuwing van de stuwsluizen.
In Aalst komt een volledig nieuwe stuwsluis met dienstgebouw. De huidige stuwsluis wordt afgebroken. Daarbij zullen tussen de oude en de nieuwe stuwsluis het waterpeil en de waterbodem van de Dender worden verlaagd. Het project omvat dan ook de aanleg van nieuwe oeververdedigingen die op deze verlaging van waterbodem en – peil zijn afgestemd. Verder omvat het project het vergroten van de zwaaikom stroomafwaarts van de nieuwe stuwsluis geschikt voor schepen van CEMT Klasse II, en de bouw van een visnevengeul om vrije vismigratie toe te laten.
De aanbesteding van de werken voor de stuwsluis te Aalst is voorzien in 2012. De huidige raming bedraagt 28,5 mio euro.

De vernieuwing van de stuwsluis te Geraardsbergen dient rekening te houden met een beschermingskader voor landschappen en monumenten. Zo zijn een aantal onderdelen van de stuwsluis, waaronder de Oude Grote stuw, beschermd als monument. De nieuwe stuwen worden bijgevolg stroomopwaarts in de stuwgeul van de Oude Grote stuw gebouwd. Hierbij worden de nodige kokers voorzien om een deel van de waterafvoer om de Oude Grote stuw te leiden. Verder wordt een nieuw dienstgebouw voorzien en worden de sluisdeuren gemechaniseerd. Ook wordt een vistrap gerealiseerd om vrije vismigratie toe te laten. Tot slot worden een aantal aanhorigheden (bvb. kajak aanlegplaatsen) en omgevingsaanleg (bvb. verfraaiing kaaiplateau, …) voorzien.
De aanbesteding van de werken voor de stuwsluis in Geraardsbergen is voorzien in 2012. De huidige raming bedraagt 5,2 mio euro.

Het betreft in Dendermonde: het bouwen van de Bogaerdbrug ter hoogte van de huidige afdamming van de Oude Dender en het lokaal open leggen van de Oude Dender. De werken zullen van start gaan in de eerste jaarhelft van 2012. De totale kostprijs is geraamd op 2,5 mio euro.

Het betreft in Gent: de renovatie van de kaaimuren aan het Houtdok in het Oud havengebied. De start van de werken wordt momenteel voorzien in het najaar van 2012. De totaalprijs van de renovatie wordt voorlopig geraamd op circa 6,5 mio euro.
Een ontwerp van bestek is voorhanden, maar dient nog te worden bijgestuurd in overleg met de stad Gent. De vastgestelde milieuverontreiniging in het Handelsdok noopt tevens tot een bijkomend milieuhygiënisch onderzoek aan het Houtdok. Deze informatie wordt in het voorjaar van 2012 verwacht, zodat een aanbesteding tegen de zomer mogelijk moet zijn.

Het betreft in Wetteren: de bouw van een nieuwe voetgangers- en fietsersbrug over de boven-Zeeschelde in Wetteren, die de twee delen van de gemeente op een vlotte wijze met elkaar moet verbinden. De aanbesteding van de werken is voorzien eind 2012. De voorlopige raming is ca. 1,5 mio euro.

Het betreft in Zwijnaarde: het aanbrengen van gerecycleerde baggerspecie als ophoging van een bijkomend gedeelte van het noordelijk deel van het Eilandje in Zwijnaarde. De werken zullen aanvangen in het najaar van 2012. De kostprijs is geraamd op 600.000 euro.

Site “ Woestijne” in Aalter zal aangepakt worden!

Minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits deelde aan Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer als antwoord op een schriftelijke vraag mee dat de werken enerzijds de bouw van een brug over het kanaal Gent – Oostende ter ontsluiting van het bedrijventerrein Woestijne via het bedrijventerrein Lakeland omvatten en anderzijds het archeologisch onderzoek.

In 2012 zal de ontwerpstudie worden afgerond, de bouwaanvraag worden ingediend en zal het dossier worden aanbesteed. De start van de werken op het terrein is gepland voor 2013.
De opgravingen van het archeologisch onderzoek zijn afgerond. De verwerking loopt nog tot medio 2013.

De totaalprijs van de brug wordt geraamd op 6,65 mio euro. De raming van het archeologisch onderzoek bedraagt 350.000 euro.

Terugvordering Europese landbouwsubsidies

De Europese Commissie vordert dit jaar 54,3 miljoen euro aan landbouwsubsidies terug omwille van “tekortkomingen in de controles”.
De voorbije 5 jaar werden in Nederland 131 miljoen euro subsidies teruggevorderd, in Denemarken 134,1 miljoen euro en in België slechts 12,4 miljoen euro waarvan het overgrote deel in Wallonië.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer drukte zijn appreciatie uit voor het goede resultaat van België en inzonderheid van Vlaanderen in vergelijking met de omringende landen.

Dat Vlaanderen nog geen noemenswaardige terugvordering opgelegd gekregen heeft sinds de regionalisering van de landbouwbevoegdheden in 2002, heeft ondermeer te maken met de werking van het Agentschap voor Landbouw en Visserij.
Dit agentschap kon o.a. het door Europa vereiste Geïntegreerd Beheers- en Controlesysteem (GBCS) en LPIS ontwikkelen dank zij het budget dat daarvoor op de landbouwbegroting jaarlijks wordt voorzien.
_____

Vlaanderen goede leerling in toekenning EU-subsidies

De Europese Commissie vordert dit jaar in totaal 115,1 miljoen euro aan landbouwsubsidies terug, waarvan slechts 4.700 euro van Vlaanderen. Sinds de regionalisering van de landbouwbevoegdheden in 2002 heeft Vlaanderen geen enkele noemenswaardige terugvordering opgelegd gekregen. Volgens minister Peeters is dat onder meer te danken aan de werking van ALV.

Dat meldt hij naar aanleiding van een vraag van volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) over de evolutie van de terugvorderingen vanuit Europa. Eerder dit jaar was immers bekendgemaakt dat de Commissie 54,3 miljoen euro subsidies terugvordert omwille van ‘tekortkomingen in controles’, waarvan bijna 30 miljoen van Groot-Brittannië, 14,6 miljoen van Nederland en 2,7 miljoen van België.

Uit de cijfers van Peeters blijkt dat hiervan slechts 4.700 euro ten laste valt van Vlaanderen. En dat lage cijfers is geen unicum. “Sinds de regionalisering in 2002 heeft Vlaanderen geen noemenswaardig bedrag moeten terugvorderen”, klinkt het. “Dit heeft onder meer te maken met de werking van het Agentschap voor Landbouw en Visserij (ALV), dat als betaalorgaan fungeert. Dat agentschap heeft onder meer het Geïntegreerd Beheers- en Controlesysteem (GBCS) en LPIS kunnen ontwikkelen, wat door Europa als ‘best practice’ wordt beschouwd.

Wel waarschuwt Peeters dat waakzaamheid vereist blijft. “Het risico op terugvordering is permanent aanwezig, aangezien het ALV regelmatig geauditeerd wordt door de EU. Zo lopen er momenteel drie auditprocedures voor Vlaanderen die mogelijks kunnen leiden tot een terugvordering. In al deze dossiers echter probeert het ALV de twijfels van de Commissie te ontkrachten, en stuurt zij de beheers- en controlesystemen bij waar nodig. Ik moet evenwel nog toevoegen dat de audits bijzonder streng zijn en diepgaand, en dat de auditoren alleen kijken naar de letterlijke toepassing van de Europese verordeningen.”

“Het zal er dus op aankomen dat ALV in de toekomst zijn rol als performant betaalorgaan kan blijven waarmaken, en daarbij de systemen operationeel, effectief en efficiënt kan houden”, besluit hij.(Vilt)

Vergoedingsaanvragen wildschade

“Sinds de wijziging van de regelgeving (in werking op 1 september 2009) werden 224 administratieve dossiers ingediend. Daarvan werden er 153 ontvankelijk verklaard, voor een totaal bedrag van 172.471,15 euro,”antwoordde minister Schauvliege op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.

Van de 224 ingediende dossiers waren er 7 uit de provincie Antwerpen, 49 uit Limburg, 60 uit Oost-Vlaanderen, 19 uit Vlaams-Brabant en 89 uit West-Vlaanderen.

Van de 153 ontvankelijk verklaarde dossiers waren er 1 uit de provincie Antwerpen, 36 uit Limburg, 38 uit Oost-Vlaanderen, 16 uit Vlaams-Brabant en 62 uit West-Vlaanderen.
__________
7 op 10 wildschadedossiers ontvankelijk verklaard

Sinds de wijziging van het wildschadebesluit op 1 september 2009 werden 224 administratieve dossiers ingediend om wildschade te vergoeden, waarvan er 153 ontvankelijk werden verklaard. In totaal werd een schadebedrag van ruim 172.000 euro uitgekeerd. Dat antwoordde minister van Leefmilieu Joke Schauvliege op een parlementaire vraag van Jos De Meyer (CD&V).

Voor 1 september 2009 moest een landbouwer een juridische procedure aanspannen bij de vrederechter om een vergoeding te bekomen wanneer zijn zijn gewassen schade hadden opgelopen door bejaagbaar wild of door een beschermde soort. Sinds de wijziging van het wildschadebesluit kan dit via een administratieve procedure. Het besluit voorziet ook in een beroepsprocedure.

Van de 224 ingediende dossiers werden er 153 ontvankelijk verklaard. In de provincie West-Vlaanderen werden de meeste dossiers ingediend: 89 aanvragen tot schadevergoeding waarvan er 62 werden goedgekeurd. Uit Oost-Vlaanderen kwamen er 60 aanvragen en werden er 38 aanvaard. Op de derde plaats staat Limburg met 49 ingediende dossiers, waarvan 36 ontvankelijk. Vlaams-Brabant kende 19 aanvragen en 16 daarvan werden aanvaard. In Antwerpen werden slechts zeven dossiers ingediend en werd maar in één geval overgegaan tot effectieve vergoeding. Het totale schadebedrag liep op tot 172.471,15 euro. (Vilt)

“Buitenkans” in commissie Landbouw

Minister-president Kris Peeters overhandigt Plattelandsmagazine aan Jos De Meyer, voorzitter van de Commissie.

Het tweede nummer van “Buitenkans”, het magazine over het Vlaamse platteland vandaag en morgen, is uit. Vandaag kregen de leden van de Commissie Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid, de primeur voor dit tweede nummer. Minister-President Kris Peeters overhandigde Jos De Meyer, voorzitter van de Commissie, het eerste exemplaar.

Het is geen toeval dat dit tweede nummer van Buitenkans vandaag in de Commissie Landbouw werd verspreid. De Commissie behandelde immers, ondermeer, twee impactstudies van de huidige voorstellen voor het nieuw Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB) op de Vlaamse landbouw. En laat het GLB nu ook het coverartikel van de nieuwe “Buitenkans” zijn.

De redactie van “Buitenkans” zocht Europees Commissaris Dacian Ciolos op voor een interview omtrent het nieuwe GLB. Zij deed dit samen met de redactie van “Landgenoten”, het tijdschrift voor de Vlaamse land- en tuinbouwers. In “Buitenkans” praat Ciolos over zijn voorstellen rond plattelandsontwikkeling binnen het GLB, in “Landgenoten” gaat de Europese commissaris in op de landbouweconomische aspecten van zijn GLB-voorstellen.

Een digitale versie zal ook beschikbaar zijn op de website van de VLM, www.vlm.be.
Het magazine wordt ook ondersteund via Facebook, Twitter en een blog.