Commissie Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid steekt licht op in Nederland

Op maandag 16 en dinsdag 17 april bracht de commissie Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid onder leiding van voorzitter Jos De Meyer een werkbezoek aan Nederland.
Het programma startte maandag met het bezoek aan pluimveebedrijf Kempenkip in Vessem en aan rundvee- en varkensbedrijf Vlemminx in Oirschot, beiden gelegen in Noord-Brabant. Tijdens de rondrit door het dichtbevolkte veehouderijgebied kwam de schaalvergroting in de veehouderij aan bod.
Tijdens de broodjeslunch in het provinciehuis van Noord-Brabant in Den Bosch waren de Waterschappen het onderwerp van gesprek.
In de late namiddag vond een informele ontmoeting plaats met enkele leden van de Vaste Commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van de Tweede Kamer.
Dinsdag werd de Nederlandse glastuinbouw onder de loep genomen. De groep bracht een bezoek aan ‘Greenport Westland-Oostland’ en aan het onderzoeksinstituut Glastuinbouw van de universiteit van Wageningen.
Het mag gezegd: het waren twee leerrijke dagen!

Zomerseizoen Belseelse Trappers gestart!

Naar jaarlijkse gewoonte ben ik samen met collega Julien Ghesquière de Belseelse Trappers gaan groeten.
Wij hebben hen een schitterend en veilig zomerseizoen gewenst met veel sportiviteit en plezier!

Op de borrel met CD&V…

CD&V- Sint-Niklaas wil graag de mening kennen van zoveel mogelijk inwoners.
Daarom worden verschillende wijkborrels georganiseerd om te luisteren naar de verzuchtingen van de Sint-Niklazenaars.
Uit de gesprekken blijkt dat de mensen veel belang hechten aan een propere stad, een veilige stad, een stadscentrum dat goed bereikbaar is.

Het culinaire wordt niet vergeten tijdens de wijkborrels: de mensen kunnen genieten van een lekkere pannenkoek en een glaasje jenever.

“De uitdagingen voor ons katholiek onderwijs in de 21ste eeuw”,

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer nodigt u uit voor een voordracht
van mevrouw Mieke Van Hecke, directeur-generaal van het VSKO, over “de uitdagingen voor ons katholiek onderwijs in de 21ste eeuw”,
op dinsdag 5 juni om 20.00 uur in de Anton Van Wilderodezaal van het Sint-Jozef-Klein-Seminarie, Collegestraat 31 te Sint-Niklaas.

Daarna is er mogelijkheid tot korte vraagstelling bij een drankje.

Inschrijven met een mail naar jos.demeyer@vlaamsparlement.be vóór 2 juni met vermelding van de namen van de deelnemers.

Positief advies na aanpassing restauratiedossier Sint-Andreas- en Sint-Ghislenuskerk

Toen Belsele in 1217 een zelfstandige parochie werd, stond daar reeds een stenen kerk in romaanse stijl, die de basis werd voor de huidige Sint-Andreas- en Sint-Ghislenuskerk. In de 15e eeuw werd een hooggotisch koor toegevoegd, en daarna werden de twee transeptarmen bijgebouwd, waarmee de kerk haar huidige typische kruisvorm kreeg.
In de 17e eeuw werd de binnenhuisarchitectuur aangepast met nieuwe gotische zuilen, stenen kruisbooggewelven en een nieuwe vloer. Mede door het prachtige 18e-eeuwse houtsnijwerk presenteert de kerk zich nu als een indrukwekkend geheel: een exterieur dat eenvoud uitstraalt, wordt gecombineerd met expressief beeldhouwwerk binnenin.

Sinds de klassering in 1936 zijn er geen grote werken meer gebeurd aan de kerk, maar ondertussen zijn er toch belangrijke herstellingen nodig, vooral aan de dakstructuur.
Op de vraag daarover door Vlaams Parlementslid Jos De Meyer antwoordde minister Bourgeois dat het restauratiedossier van de kerk na aanpassing kan ingediend worden, zodat het op de wachtlijst kan komen voor vastlegging van de restauratiepremie. De kosten die voor die premie in aanmerking komen, belopen ongeveer 820.000 euro.
“Een goede zaak dat er al een principieel positief advies is door Onroerend Erfgoed,” vindt De Meyer, die hoopt dat de reastauratie nu niet te lang op zich moet laten wachten, “want de toestand is ondertussen zorgwekkend door de vochtaantastingen van het houtwerk.”

Akkoord over tbs

Op 24 mei 2012 had de commissie Onderwijs het over de overgangsmaatregelen bij het uitdoven van de tbs-regeling voor personeelsleden. Jos De Meyer drukte zijn waardering uit voor het feit dat de onderwijsvakbonden en de Vlaamse regering het eens waren geworden over de afwikkeling van het dossier door op een redelijke en correcte manier te onderhandelen, maar hij stipte ook aan dat de communicatie na het akkoord toch nog aanleiding had gegeven tot misverstanden. De volledige en juiste informatie over de uitstapregeling voor onderwijspersoneel is te vinden op
http://www.ond.vlaanderen.be/nieuws/2012/doc/20120521-mededeling-TBS-niet-hoger-onderwijs.pdf

Blijvende aandacht voor arbeidsveiligheid in de land-en tuinbouw

Aandacht voor arbeidsveiligheid blijft een noodzaak in de Vlaamse landbouwsector.
Alleen al in het jaar 2011 kwamen 88 ongevallen in het nieuws, waarvan 22 met dodelijke afloop. Voor het jaar 2012 stond de teller half april al op 39 ongevallen met 10 doden. Incidenten met tractoren kwamen vaakst voor bij de dodelijke ongevallen, maar in het eerste kwartaal van 2012 kwamen ook drie mensen om het leven door aanvallen van een stier. De situatie moet kritisch gevolgd worden, vindt Vlaams parlementslid Jos De Meyer, die onlangs de recentste gegevens erover opvroeg. Hoewel arbeidsveiligheid een federale materie is, bestaat ook in de Vlaamse regering aandacht voor deze materie. In de landbouwsector werkt Prevent Agri rond arbeidsveiligheid door risicoanalyse, vorming en informatieverstrekking. Dat is zeker nodig, want geregeld wordt in de pers bericht over ongevallen in de Vlaamse land-en tuinbouw.

Die gegevens werden door PreventAgri verstrekt in antwoord op een vraag daarover door Vlaams parlementslid Jos De Meyer, die wou nagaan welke kant het uitgaat met de arbeidsveiligheid in de Vlaamse land-en tuinbouw. Enkel als we de situatie grondig kennen, is het mogelijk een passend preventiebeleid uit te tekenen. In antwoord op de vraag daarover door De Meyer stelde minister-president Kris Peeters, bevoegd voor landbouw in de Vlaamse regering, dat die cijfers eigenlijk nog onvolledig zijn, want PreventAgri verzamelt zijn gegevens door persartikels te analyseren, maar die berichtgeving beperkt zich tot grotere ongevallen en ongevallen met dodelijke afloop. Zelfs ernstige arbeidsongevallen met botbreuken komen vaak niet in de pers, en omdat er geen enkele vorm van meldingsplicht voor bestaat, komen ze dus ook niet in de gegevens van PreventAgri terecht. Het federale (Belgische) Fonds voor Arbeidsongevallen registreert enkel cijfers van bedrijven met werknemers en heeft dus ook geen relevante gegevens over de familiale bedrijven die de grote meerderheid vormen in de Vlaamse land-en tuinbouw. Tot in het jaar 2000 werden bedrijfsongevallen in de landbouwsector geregistreerd via de jaarlijkse landbouwenquête, maar sinds 2001 is dat niet meer het geval.

“Om gericht te kunnen werken naar meer veiligheid is het niet enkel belangrijk dat we de problemen kennen, we moeten ook weten of preventiecampagnes iets opleveren, en waar risicoanalyse nodig is. Meten is weten,” vindt De Meyer. Hij is dan ook tevreden dat de minister-president ingaat op zijn suggestie om met de betrokken federale diensten te laten bespreken of arbeidsongevallen opnieuw moeten worden opgenomen in de jaarlijkse landbouwenquête. Zowel de enquête als de verwerking gebeuren nu al volledig digitaal, zodat de bevraging kan gebeuren zonder extra planlast of aparte formulieren.

Open deur Land- en Tuinbouwcentrum Waasland: groot succes!

De driejaarlijkse opendeur van de Land – en Tuinbouwschool lokte duizenden bezoekers.
De opendeur startte vrijdagavond met een academische zitting met toespraken van directeur Luc De Bock, van voorzitter commissie Landbouw en voormalig directeur Jos De Meyer en van Minister-president Kris Peeters.
Zaterdag en zondag konden de bezoekers de spannende rundvee- en varkensprijskampen meemaken, de school en de serres en de vele land- en tuinbouwstanden bezoeken, een gezellige babbel doen met de aanwezigen en een pintje drinken onder een stralende zon.
Proficiat aan het ganse schoolteam!

Gelegenheidstoespraak door Jos De Meyer bij de opening van het opendeur weekend van het Land- en Tuinbouwcentrum Waasland – 12 mei 2012

Mijnheer de Minister-president,
Broeder Robert, voorzitter van het schoolbestuur,
Directeur en adjunct-directeur,
Dames en Heren genodigden,

Inleiding

Het is met een bijzonder genoegen dat ik op dit tiende opendeur weekend, in deze driejaarlijkse formule – hier in het Land- en tuinbouwcentrum in de Weverstraat – een korte gelegenheidstoespraak mag houden.

Als ik naar hier kom, doe ik dit niet met heimwee, daarvoor zijn we nog veel te jong, maar wel met enige trots en fierheid omdat het werk – waar we gedurende twaalf en een half jaar mochten aan meewerken als directeur, op een schitterende wijze door het ganse team wordt verder gezet.
De school groeit en bloeit en heeft opnieuw zoals ruim dertig jaar geleden, toen ik mocht starten in de Kroonmolenstraat, behoefte aan uitbreidingsmogelijkheden.

Sterkte van ons agrocomplex

Een belangrijke sterkte van onze land- en tuinbouw is zijn economische impact wat vaak wordt onderschat. In 2010 bedroeg het totale productiesaldo van de Vlaamse land- en tuinbouw 5,1 miljard euro. Landbouwproducten zorgen voor 10 % van het Belgische exportsaldo (waarvan 81 % vanuit Vlaanderen wordt geëxporteerd). Op de wereldrangschikking van de FAO, de wereldvoedselorganisatie, staat België nog steeds op de 6de plaats in de top 10 voor de export van agro-voedingsproducten. We laten daarmee landen als Italië, China, Spanje, Canada en Australië achter ons.

Ook qua tewerkstelling levert de land- en tuinbouwsector, ondanks een serieuze daling, toch nog steeds mooie cijfers op volgens de resultaten van de meitelling in 2011. Nog meer dan 26.000 bedrijven geven werk aan bijna 52.000 mensen en daardoor blijft deze sector een zeer belangrijke werkgever in Vlaanderen. Vandaar dat wij de economische rol van de land- en tuinbouw moeten blijven benadrukken. Bedrijven moeten competitief zijn en blijven. Want landbouw is vandaag divers en multifunctioneel. Binnen de beroepslandbouw is verbreding ook een manier om uit de kernactiviteit van de landbouw extra inkomen te halen. Door verbreding wordt gezocht naar bijkomend inkomen. Een professionele aanpak van deze verbredingsinitiatieven is essentieel om te kunnen slagen. Deze vorm van verbrede landbouw draagt bij tot een vernieuwde appreciatie voor land- en tuinbouw.

De langdurige economische crisis is jammer genoeg niet aan onze Vlaamse landbouwsector voorbij gegaan. De voorbije jaren zijn op vlak van inkomen van vele gezinnen in sommige sectoren dramatisch geweest. Vandaar ook de sterke daling vorig jaar voor de totale werkgelegenheid in de sector. Naast de algemene economische teruggang waren er een aantal specifieke tegenslagen in een aantal sectoren: denk maar aan de reeds sterk belaagde varkensboeren die vorig jaar ook nog eens de Duitse dioxinecrisis bovenop kregen. Vervolgens was er de EHEC bacterie die voor vele tuinders een serieuze aderlating betekende en vergeten we ook de stormschade in de fruitsector niet.

Anderzijds moet duidelijk gesteld worden dat er ook sectoren zijn die het goed tot bijzonder goed doen. Daarenboven was onze Vlaamse Minister voor Landbouw steeds paraat voor een arsenaal van steunmaatregelen om het ergste leed op te vangen. Maximale prioriteit ging hierbij naar het VLIF dat het instrument bij uitstek is om de innovatie en investeringen bij onze bedrijven te bevorderen en te ondersteunen.
De grote uitdaging voor de komende maanden is de laatste fase van het debat over het nieuwe Gemeenschappelijke Landbouw Beleid dat enerzijds een zo goed mogelijk antwoord moet bieden op alle toekomstige uitdagingen en voldoende gefinancierd moet blijven, want beide debatten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Mijnheer de Minister-president, de Vlaamse land- en tuinbouwers rekenen terecht op uw verdere alertheid in dit moeilijk dossier.

Goede opgeleide bedrijfsleiders

Onze Vlaamse land- en tuinbouw heeft voordelen van haar gunstig klimaat in onze regio, van een zeer grote afzetmarkt in de onmiddellijke omgeving met relatief kapitaalkrachtige consumenten, maar ook van goed opgeleide bedrijfsleiders. Deze instelling draagt in deze regio daar ruim toe bij.

Maar er zijn ook zorgen. Ons secundair onderwijs dat internationaal gewaardeerd wordt, kan ongetwijfeld nog verbeterd worden. Ik noem hier bijvoorbeeld de te hoge uitstroom van jongeren zonder enig diploma. De bekommernis van deze school om specifieke doelgroepen aan te spreken, niet enkel in het studiegebied land- en tuinbouw maar ook in de daardoor sterk bevolkte richting LO en Sport toont dat de school zich daarvan bewust is.
De minister van Onderwijs wil het probleem eerder oplossen met een totale structuurhervorming maar we moeten opletten dat wij het kind niet met het badwater weggooien. Vlaanderen beschikt over sterke beroepsgerichte opleidingen zowel in TSO als BSO. Laat ons deze versterken, wetende dat de arbeidsmarkt alleen maar veeleisender wordt, maar zorg ook voor voldoende waardering voor dit beroepsgericht onderwijs. Zij wachten reeds te lang op het opnieuw voorzien in de begroting van de zogenaamde uitrustingstoelagen om het machinepark en de labo’s up to date te houden. Het Vlaams Parlement heeft hiervoor – mede op ons permanent aandringen – enkele jaren geleden reeds de decretale basis voorzien.
Nog moeilijker wordt het als men gebouwen ernstig moet renoveren of aan nieuwbouw toe is omwille van een permanente toename van het leerlingenaantal. Ook deze school is hiervan een voorbeeld.
In moeilijkere economische en financiële tijden heeft iedereen begrip dat niet alle vragen onmiddellijk kunnen ingelost worden, maar de wachtlijst voor schoolinfrastructuur heeft een historisch record bereikt. Wie vandaag een aanvraag voor een nieuwbouw indient, dreigt voor twintig jaar op een wachtlijst te komen. Dit is uiteraard niet houdbaar. Ik heb het reeds gezegd, volgens de Oeso-rapporten scoort de kwaliteit van ons onderwijs gelukkig nog zeer behoorlijk, maar wat betreft de werkingsmiddelen en zeker de financiële middelen voor infrastructuur doen wij het veel minder goed.
Mijnheer de Minister-president, het is goed om deze dubbele boodschap nogmaals door te geven aan uw collega voor Onderwijs en uw collega voor Financiën.

Slot

Samengevat.
Proficiat aan het ganse schoolteam (schoolbestuur, directie, administratieve medewerkers, leraars en leraressen, onderhouds- en schoonmaakpersoneel, oudercomité) voor wat zij dagelijks presteren en zeker bij deze driedaagse.
Dank aan alle externe medewerkers bij deze opendeur: standhouders, adverteerders, sponsors en ouders en uiteraard ook schoolpersoneel in hun vrije tijd.

Jongeren die kiezen voor deze sector weten dat zij innovatief zullen moeten zijn, duurzaam zullen moeten boeren en tuinieren, dat zij een sterke basisopleiding en veel naschoolse vorming nodig hebben, het zijn – zoals de Minister-president zelf zegt “ondernemers in het kwadraat”.
Het is dan ook aan de overheid om te waken over de kwaliteit van deze opleidingen, onderwijspersoneel te motiveren (hervormingen zonder draagvlak hebben geen slaagkans) en blijvend voldoende financiële middelen te voorzien – zeker voor de meest kwetsbare onderwijssectoren.

Dames en heren, 10 maal feestelijk opendeur in dit Land- en tuinbouwcentrum Waasland, dit verdient respect van ons allen!

Peeters wil gelijke behandeling overdracht ILVO en CRA

De Waalse regering wil een compensatie van 30 miljoen euro voor de overdracht van het instituut voor landbouwonderzoek in Gembloux, waarvan sommige gebouwen in slechte staat verkeren. Als de federale regering dit toezegt, zal ook Vlaanderen een gelijkaardige compensatie vragen. Dat zei Vlaams minister voor Landbouw Kris Peeters in het Vlaams Parlement als antwoord op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.

Sinds de Lambermont-staatshervorming in 2001 zijn de gewesten bevoegd voor landbouwonderzoek. De gebouwen van de twee instellingen voor landbouwonderzoek, het Waals centrum voor landbouwkundig onderzoek (CRA) in Gembloux en het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) in Merelbeke, zijn echter nog niet overgedragen. “Daarvoor is het wachten op het Koninklijk Besluit, dat al meerdere malen onderwerp van discussie is geweest tussen de regeringen”, stelt Peeters.

Daarbij gaat het telkens over de staat waarin sommige van de onderzoeksgebouwen verkeren en de vraag of de gewesten hiervoor een extra financiële compensatie moeten ontvangen. De federale regering heeft in de jaren voorafgaand aan de staatshervorming immers nog weinig geïnvesteerd in de onderzoeksinstellingen.

Bij het recentste overleg tussen de verschillende regeringen liet de Waalse regering verstaan dat ze de overdracht van de gebouwen in Gembloux slechts wil aanvaarden als daarvoor een compensatie van 30 miljoen euro wordt voorzien. Volgens Wallonië zal het 15 miljoen euro kosten om het gebouw in orde te maken, en moet nog eens 12 miljoen euro geïnvesteerd worden in andere gebouwen.

Minister Peeters reageert dat Vlaanderen de afgelopen jaren wél zijn verantwoordelijkheid heeft genomen, en zelf 20 miljoen euro geïnvesteerd heeft in ILVO. Hij heeft begrip voor de Waalse vraag, maar staat op een gelijke behandeling. “Als Wallonië vergoed wordt voor die investeringen of voor de bijkomende investeringen die nog moeten gebeuren, zullen wij vanuit Vlaanderen hetzelfde vragen”, stelt hij in het Vlaams parlement. (Vilt)

Individueel leertraject

In een voorstel van de Vlaamse Vereniging voor Leerkrachten werd gesuggereerd om in het lager onderwijs het jaarklassensysteem te verlaten en te opteren voor individuele leertrajecten voor alle leerlingen, zoals dat in sommige methodescholen nu gebeurt. In de commissie Onderwijs stelde Vlaams parlementslid Jos De Meyer dat de meeste scholen nog steeds werken met een jaarklassensysteem, omdat het de eenvoudigste manier is om leerstof te structureren in onderdelen die logisch op elkaar verder bouwen.
Er bestaat volgens de minister nog geen onderzoek over de voor-of nadelen van het jaarklassensysteem, en dus kan men er ook geen conclusies uit trekken. Bij het overstappen van de ene school naar de andere is het hoe dan ook eenvoudiger als de leerkrachten de basiskennis van hun leerlingen duidelijk kunnen inschatten, en dat gaat gemakkelijker via een jaarklassensysteem, al sluit dat volgens Jos De Meyer niet uit dat een school voor sommige leerlingen toch een individueel traject uitwerkt.

Vrijwillig statuut natuurverbindingsgebied bevestigd

“Natuurverbindingsgebieden moeten niet per definitie vertaald worden in stedenbouwkundige afbakeningen en kunnen ook op vrijwillige basis ingevuld worden. Ook andere instrumenten zoals beheerovereenkomsten zijn daarvoor nuttig”, antwoordde minister Schauvliege op een vraag om uitleg van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer in de commissie Leefmilieu.

Natuurverbindingsgebieden worden aangeduid in die gebieden die van belang zijn voor de migratie van dieren en planten tussen de gebieden van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN). Ze worden gekenmerkt door de aanwezigheid van lijnvormige kleine landschapselementen als verbinding tussen grotere natuurgebieden. Het zijn gebieden waar over het algemeen andere functies, bijvoorbeeld landbouw, als hoofdgebruik voorkomen en waar de natuurfunctie ondergeschikt is.

In het werkveld waren er meningsverschillen ontstaan over het juridisch statuut en de impact van deze natuurverbindingsgebieden. Natuurorganisaties zien die verbindingsgebieden als verplichte en noodzakelijke maatregel om de natuurdoelen in de speciale beschermingszones te realiseren. De landbouworganisaties betwisten dit, want volgens hen kan het niet dat er tussen de speciale beschermingszones natuurverbindingsgebieden worden aangelegd die hetzelfde statuut hebben als die speciale beschermingszones. Er zou in dit geval geen rekening gehouden worden met de ruimtelijke bestemming agrarisch gebied.

Daarom vroeg Jos De Meyer meer duidelijkheid aan minister Schauvliege. Zij bevestigt dat natuurverbindingsgebieden los staan van de instandhoudingsdoelstellingen en de afbakening van de speciale beschermingszones. “Deze functie moet dus niet per definitie vertaald worden in stedenbouwkundige afbakeningen. Het kan ook op vrijwillige basis ingevuld worden of via beheerovereenkomsten. Een ander belangrijk instrument zijn de soortenbeschermingsprogramma’s”, aldus de minister.

Natuurverbindingsgebied is dus een mogelijke planologische nevenbestemming die enkel kan aangewezen worden via provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen. “Ten aanzien van eigenaars of grondgebruikers kunnen enkel stimulerende maatregelen genomen worden die erop gericht zijn de verbindingsfunctie of de bestaande natuurelementen in stand te houden of te verbeteren en de kleine landschapselementen te onderhouden of beheren”, zegt Schauvliege. Ze benadrukt ook dat er daardoor geen sprake kan zijn van afstandsregels of andere geboden en verboden in deze gebieden.(Vilt)

Kinderzorg knelpuntberoep!

Vanaf 2015 moet iedereen die kinderopvang organiseert daar een officiële toelating voor hebben, om het even of het nu gaat om opvang in een gezin, een crèche of aan huis. Dat is zo vastgelegd in het recente decreet over de kinderopvang. Minister Vandeurzen heeft bovendien gesteld dat er dit jaar 1000 opvangplaatsen bij komen, en dat er tegen 2016 niet minder dan 3000 opvangplaatsen voorzien moeten worden. De sector breidt dus uit, terwijl het beroep “kinderverzorg(st)er” volgens de VDAB nu al bij de knelpuntberoepen hoort.
Er mag dus verwacht of gehoopt worden dat de studies die leiden tot werk in de kinderopvangsector inzake leerlingenaantallen minstens op peil blijven en liefst nog extra belangstellenden aantrekken, maar ook dat de kwaliteit van die opleidingen op niveau is.
Net over de kwaliteit van die opleidingen werden onlangs in de media bedenkingen gemaakt, en Vlaams parlementslid Jos De Meyer vroeg minister Smet van Onderwijs daarom of de onderwijsinspectie daar ook opmerkingen over had, of het nodig was een opleiding kinderzorg op tso-niveau uit te werken, of de onlangs uitgewerkte bacheloropleiding “pedagogiek van het jonge kind” voldeed inzake leerlingenaantallen en opleidingsniveau, en of de opleiding “begeleider kinderopvang” in het deeltijds beroepsonderwijs afgestudeerden kon afleveren met de vereiste competenties. Omdat het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming (AKOV) momenteel bezig is met het uitwerken van erkende beroepskwalificaties wou de minister zich voorlopig niet uitspreken over het niveau van de verschillende opleidingen, maar “kinderzorg” werd wel opgenomen in de lijst met beroepenclusters die eerst aan bod moeten komen bij AKOV.
Voor de bacheloropleidingen “pedagogiek van het jonge kind” is blijkbaar voldoende belangstelling, zodat de kinderzorg binnenkort een beroep kan doen op afgestudeerden uit die richting; zij zullen dan een eerder coachende taak krijgen in de sector.
Dat de minister het probleem erkent, is volgens De Meyer een goede zaak, en het is zeker positief dat de beroepskwalificaties kinderzorg prioriteit krijgen bij AKOV, maar ondertussen is het niet helemaal duidelijk of de negatieve bedenkingen over de afgestudeerden Kinderzorg gebaseerd zijn op de opleiding in het gewoon beroepsonderwijs of op de deeltijdse opleidingen, besluit Jos De Meyer.

“De uitdagingen waar wij voor staan”

Gewezen eerste minister, huidig adjunct-secretaris-generaal van de Oeso, was op vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer en Confederatie Bouw Waasland en Landelijke Gilden en Boerenbond te gast in Sint-Niklaas op 4 mei.
Yves Leterme hield een schitterende toespraak. Hij sprak over de crisis in de Eurozone, de uitdaging waarmede wij geconfronteerd worden wereldwijd, en hij gaf een aantal raadgevingen om de problemen aan te pakken.
De aanwezigen waren bijzonder enthousiast over deze prachtige avond die afgesloten werd met een feestelijk glas.