Vlaanderen muziekland in Sint-Niklaas!

Vorige week was “Vlaanderen muziekland” opnieuw te gast in Sint-Niklaas.
Naast de duizenden mensen die van de optredens genoten op de markt, hebben niet minder dan 774.000 kijkers de uitzending gevolgd op tv.
Ik ben fier dat ik enkele jaren geleden er mee voor gezorgd heb dat dit evenement in onze stad kon plaatsvinden.
Wil je meer weten over de zomerse evenementen in onze stad, dan kan je terecht op website www.sint-niklaas.be.

Zijn rode pijlen duidelijk?

“Kleurenblindheid” is een niet helemaal correcte naam voor gestoorde kleurwaarneming of daltonisme. Die afwijking komt voor bij ongeveer 7% van de mannelijke bevolking; het is dus zeker geen zeldzame aandoening. Daarom gebruikt het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) geen verkeerssignalen waarbij enkel de kleur van het signaal doorslaggevend is. Dat antwoordde minister Crevits van Mobiliteit en Openbare Werken op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer.

De functie van lichtsignalen in verkeerslichten met “volle lenzen” hangt steeds samen met hun positie in het lichtblok: het rode licht staat bovenaan, het oranje licht in het midden en het groene licht onderaan. In Vlaanderen is een enkelvoudige pijl altijd groen. De groene pijl kan aangeven dat men linksaf kan rijden zonder problemen, of dat men in de richting van de pijl kan rijden hoewel er een rood verkeerslicht brandt.

Dat “bijgevoegde” pijlen steeds groen zijn, is duidelijk: de pijl geeft de richting aan waarin men mag rijden, en de kleur versterkt de boodschap. Tegenwoordig wordt echter steeds meer gebruik gemaakt van pijllichten in blokken. In plaats van de volle lens staat op de bovenste positie dan een rode pijl, en die geeft dan net de verboden richting aan. Uiteraard klopt de positie met de boodschap “verbod”, maar de pijl wordt onbewust ook geassocieerd met de boodschap “naar die richting”. De boodschap in dit type verkeerslichten is dus psychologisch complexer dan in gewone verkeerslichten. Vergelijk het met de problemen en de aarzeling die je hebt om het woord “groen” te lezen als het zonder context gepresenteerd wordt in rode letters.

Net om die verwarring te vermijden is er bij verkeersborden met pijlen steeds een volle witte pijl als de richting wordt aangegeven, en een doorgehaalde pijl bij verbodsborden, stipt De Meyer aan. Een doorgehaalde pijl bij rood zou dus duidelijker zijn. Of gestoorde kleurwaarneming een rol speelt bij bepaalde ongevallen is overigens niet na te gaan, want er bestaan geen officiële gegevens over.

52,7 miljoen euro meer voor het basisonderwijs

“Het debat over de hervorming van het secundair onderwijs mag het bijzonder belangrijke decreet i.v.m. de omkadering van het lager onderwijs, en zeker voor het kleuteronderwijs niet doen vergeten.
Een bijkomende financiering van 52,7 miljoen euro is, zeker in tijden van besparingen, een belangrijk punt. Onze fractie heeft steeds gepleit voor bijkomende middelen voor het kleuteronderwijs,” stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.

Het compromis in verband met de invloed van SES-leerlingenkenmerken op de omkadering is voor ons aanvaardbaar, zeker door het engagement van de minister als antwoord op onze vraag in de commissie onderwijs en in de plenaire vergadering om de werkingsmiddelen in het basisonderwijs te evalueren en in deze legislatuur nog bij te sturen.
Deze verschillen gebaseerd op basis van leerlingenkenmerken kunnen we beter verantwoorden in de omkadering dan in de werkingsmiddelen.

Onze fractie hecht zeer veel belang aan de dorpsscholen en de vestigingsplaatsen ervan. Dit is niet alleen pedagogisch belangrijk, maar ook voor de leefbaarheid en het sociaal weefsel in de lokale gemeenschappen. Op dit vlak is er een lange weg afgelegd sinds het eerste ontwerpdecreet (juli vorig jaar) en de teksten die vandaag voorliggen. De bijkomende goedgekeurde amendementen voor enerzijds de schooltjes in de landelijke gebieden met minder dan 100 inwoners per km² extra 5 procent omkadering te geven, en voor anderzijds de afstandsregel van 1,5 km in vogelvlucht niet van toepassing te maken voor scholen die in een aanpalende gemeente liggen, onderlijnt deze bezorgdheid nog maar eens.
Dit neemt niet weg dat ik bezorgd blijf over de nauwkeurigheid, en de identieke uitvoering van de zogenaamde GIS-metingen. Minister Smet verwees hiervoor naar de bevoegdheid hiervoor van minister Bourgeois, maar daar hebben de betrokken scholen natuurlijk minder een boodschap aan.

De zorg voor voldoende leerkrachten – door bijna alle fracties geformuleerd – leert dat versneld moet worden gewerkt aan het reeds lang aangekondigde loopbaanpact.

Onze fractie wil dit belangrijk decreet alle kansen geven. Wij zullen uiteraard de implementatie ervan waakzaam volgen. Vandaar ook onze vraag om ons digitaal de berekening van de omkadering van de scholen te bezorgen. Evident dat nog meer middelen – wat gemakkelijker te verantwoorden is in tijden dat het economisch en financieel beter gaat – de scholen nog meer kansen zou geven om nog doeltreffender in te spelen op de vele nieuwe uitdagingen.

Jos De Meyer