Samen voor een beter Sint-Niklaas

Op zondag 14 oktober vinden belangrijke gemeente- en provincieraadsverkiezingen plaats.

U bepaalt mee welke partijen en welke mensen de volgende zes jaar het beleid zullen voeren in Sint-Niklaas.
CD&V – Sint-Niklaas pakt uit met een sterke lijst: een mix van ervaren en nieuwe kandidaten.
Ik duw de lijst met de slogan “samen voor een beter Sint-Niklaas”.

1. VAN DAELE Lieve
2. VREBOS Jens
3. EL MOUSSAOUI Saloua
4. HEYNDERICKX Marc
5. DHOLLANDER Anita
6. VERCAUTEREN Guy
7. STUER Karla
8. GHESQUIERE Julien
9. VAN HECKE Monique
10. VANHUFFEL Marleen
11. SELVI Nuray
12. VAN EYNDE Ben
13. SCHELFAUT Roeland
14. DE CUYPER Jo
15. UYTDENHOUWEN Johan
16. MAñAS-FERNANDEZ Christine
17. DE CUYPER Tom
18. JACOB Nikita
19. VAN GASSE Freddy
20. VAN BELLEGHEM Anik
21. SYVERTSEN Viviane
22. DE GRAVE Christel
23. VAN HIMST Annelies
24. MAES Mario
25. DE JONGHE Birgit
26. VAN RAEMDONCK Marita
27. DIERICKX Maarten
28. BEIRNAERT Stephan
29. SMET Raf
30. VERSCHUEREN Florence
31. DE ROECK Trygve
32. DE COCK Chris
33. CATHOIR Marleen
34. VANDENBRANDEN Johan
35. SEGHERS Veerle
36. VERHEGGEN André
37. FOUBERT Chris
38. CORNELIS Monique
39. DE COCK Marc
40. GORREBEECK Patric
41. DE MEYER Jos

Op dezelfde lijst mag meer dan één voorkeurstem gegeven worden.

Scholenbouw heeft prioriteit op premies

“Goed onderwijs veronderstelt een goede, aantrekkelijke en voor iedereen toegankelijke infrastructuur”, citeerde parlementslid Jos De Meyer op de commissie Onderwijs uit het regeerakkoord van de Vlaamse regering. Hij interpelleerde de minister over de vooruitzichten van scholen met bouwplannen en over de mogelijkheden om vanaf de begroting 2013 meer geld uit te trekken voor scholenbouw. 29% van de Vlaamse schoolgebouwen dateert immers van voor 1950 en er zijn vaak zeer dringend onderhouds-, vernieuwings- en uitbreidingswerken nodig waarvoor de schoolbesturen subsidies aanvragen. De wachtlijst daarvoor is hallucinant lang: op dit ogenblik worden de dossiers behandeld die ingediend werden in juni 2001. Het is dus volgens de minister niet mogelijk om te zeggen wanneer de dossiers aan bod komen die op dit ogenblik ingediend worden. Alle verschillende scholenbouwdossiers samen zouden bijna 5 miljard kosten, waarvan het leeuwendeel voor de nog te behandelen subsidiedossiers van het vrije onderwijs.

Bij het afsluiten van het regeerakkoord ging men ervan uit dat tegen het eind van de legislatuur ruimte zou komen om inderdaad in scholenbouw te investeren, maar door de huidige financiële crisis moeten de verwachtingen getemperd worden. Over een substantiële verhoging voor de middelen voor scholenbouwfinanciering in de begroting van 2013 kon de minister zich niet uitspreken, maar hij toonde begrip voor de stelling van De Meyer: “de beste besteding van bijkomende middelen voor kinderen is investeren in onderwijs.”

Groepshuisvesting voor zeugen

In opvolging van zijn vroegere vraag vroeg Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer aan de minister-president hoever de omschakeling in de varkenshouderij naar groepshuisvesting voor zeugen om te voldoen aan de Europese richtlijnen gevorderd is.

Uit het antwoord van de minister-president blijkt dat nu reeds 63 % van de bedrijven conform zijn. Tegen eind van dit jaar zou dit oplopen tot 93 %.
Binnen de restgroep van 7 % roept ruim 60 % het wachten op vergunningen of financieringsredenen in als verantwoording van de achterstand.

Het totale investeringsvolume voor de herinrichting van zeugenstallen bedroeg niet minder dan 8,8 miljoen euro vanaf 2010 tot nu.

Jos De Meyer sprak zijn waardering uit voor de enorme slagkracht en flexibiliteit van de sector.
Tevens vroeg hij bijzondere aandacht voor de “wijkers” die niet overschakelen, ook niet op een ander segment van de landbouw en evenmin pensioengerechtigd zijn.
De minister-president verwees hier naar het belangrijke werk dat “Boeren op een kruispunt” verwezenljken.

Opnieuw 64 besluiten en omzendbrieven te laat in de scholen

In de unaniem door het Vlaams Parlement aanvaarde resolutie van Jos De Meyer van 28 mei 2003 werd aan de Vlaamse Regering gevraagd om vanaf 1 september 2004 alle besluiten en omzendbrieven aan de scholen mee te delen uiterlijk op 25 juni, voor bepalingen die in werking treden op 1 september. Tevens werd toen gevraagd om aan de scholen geen omzendbrieven mee te delen waarvoor de decretale basis ontbreekt.

Jos De Meyer waakt, in het kader van de ordentelijke start van het schooljaar, over de naleving hiervan.

Uit het antwoord van minister Smet blijkt dat 24 besluiten en 42 omzendbrieven die moesten toegepast worden per 1 september, na 25 juni in de scholen toekwamen.

Smet verontschuldigt zich en antwoordt:
“Zoals ook in de antwoorden op de vragen van de voorbije schooljaren meegedeeld streven mijn kabinet en mijn administratie zoveel als mogelijk naar een rechtszekere en ordentelijke start van het schooljaar. We doen al het mogelijke om nieuwe maatregelen tijdig mee te delen aan scholen. Er worden daarvoor permanent en structureel inspanningen geleverd om via allerlei kanalen rechtstreeks met het onderwijsveld (directies, schoolsecretariaten, … ) te communiceren én toe te lichten.”

De Meyer hoopt dat volgend schooljaar de resolutie van het Vlaams Parlement zal nageleefd worden.

Minister-president Kris Peeters te gast in Sint-Niklaas

Minister-president Kris Peeters was te gast in de Stationsstraat in Sint-Niklaas.
Samen met de plaatselijke CD&V bezocht hij Slaapgoed Verlinden, delicatessen Van Poeck en Horizon (gespecialiseerd in buitensportmateriaal).
Daarna ging het bezoek naar bedrijf Van Remoortel in het Eeckelaerthof in Belsele.
Jos De Meyer lichtte hier ook het programma “Voor een meer bedrijfsvriendelijk Sint-Niklaas” toe.

Voor een meer bedrijfsvriendelijk Sint-Niklaas

1 Onze stad is geen slaapstad maar moet het economische middelpunt en kloppende winkelhart van een hele regio zijn.

2 Een ondernemersvriendelijk klimaat moet het doel zijn: waar de ondernemer zich thuis voelt, waar ruimte voor initiatief en
dynamiek is.

3 Administratieve vereenvoudiging – ook op vlak van fiscaliteit – en permanent overleg zijn noodzakelijk.

4 Het stadscentrum moet voor bestemmingsverkeer beter bereikbaar zijn. Voldoende en goed bereikbare parkeerlocaties zijn noodzakelijk.

5 Aantrekkelijke winkelstraten zijn levendige straten zonder leegstand, met kwaliteitsvolle handelszaken en opgeknapte gevels. Via subsidiëring trachten wij effectief in te grijpen.

6 Citymarketing, promotie van de economische opportuniteiten, innovatie en meer synergie bij de evenementen zijn een
belangrijk hulpmiddel.

7 Wij willen een dienstbare en efficiënte éénloketoplossing voor alle belangrijke thema’s die het lokale bedrijfsleven, de
middenstand en de zelfstandigen aangaan.

8 Het middenstandsbeleid moet niet alleen aandacht hebben voor de stadskern maar ook voor Belsele, Sinaai en Nieuwkerken.

Overgangsmaatregelen onderwijspensioenen

De regelgeving in verband met pensioenen is sinds het aantreden van de federale regering ingrijpend gewijzigd: zowel in de bedrijven als in de openbare sector moet men langer werken.
In het Vlaamse onderwijs is bovendien de mogelijkheid afgeschaft om twee jaar voor de vroegste pensioendatum af te haken. Via een uitdoofscenario zijn op dit ogenblik nog overgangsmaatregelen van kracht, maar die zijn financieel minder aantrekkelijk, en op 1 september 2012 zijn er dan ook minder “uitstappers” dan het jaar voordien. Dat antwoordde minister Smet van Onderwijs op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer hierover.

In september 2011 was er een terbeschikkingstelling (TBS) voor 1302 personeelsleden, in 2012 waren er slechts 1038 die van die mogelijkheid gebruik maakten. De kosten voor TBS in 2012 liggen daarmee 4,4 miljoen euro lager dan in 2011 het geval was.
Er is ook een langetermijnraming gemaakt. De winst die men zou maken door afschaffing van het systeem zou daarin jaar na jaar oplopen van 3 miljoen (dus nog geen 4,4) in 2012 tot 61 miljoen in 2019.

De korte termijn waarop de pensioenregeling voor onderwijsmensen wordt omgebouwd, had in eerste instantie een vreemd effect: leraren die in december zouden voldoen aan de vereisten van overgangsmaatregelen voor het jaar 2013, mogen pas in januari 2014 met pensioen gaan, en daardoor verliezen ze de voordelen van de overgangsmaatregelen. De minister stelde De Meyer gerust hierover: er komt nog een paragraaf bij in de wet, die voor deze personeelsleden garandeert dat ze hun pensioendatum niet ineens twee jaar zien achteruitschuiven.
__________
Minder leerkrachten weg door terugschroeven TBS

In vergelijking met vorig schooljaar zijn al 264 leer­krachten minder vervroegd met pensioen vertrokken.

Bij het begin van het schooljaar zijn er 1.038 leerkrachten vroeger uit het beroep gestapt. Dat is een stuk minder dan de 1.302 leerkrachten die dat vorig jaar deden. Dat is het eerste zichtbare gevolg van het terugschroeven van de vervroegde uitstapregeling, de zogenaamde terbeschikkingstelling (TBS). Dat heeft de minister van Onderwijs, Pascal Smet (SP.A), geantwoord op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V).

In mei van dit jaar schafte de Vlaamse regering de mogelijkheid voor leerkrachten af om via de TBS twee jaar voor de pensioen­datum af te haken. Er zijn nog overgangsmaat­regelen, maar die zijn financieel minder aantrekkelijk.

Doordat er minder leerkrachten vertrekken, dalen de kosten van de TBS voor de overheid. Ze liggen dit jaar al 4,4 miljoen euro lager. Smet heeft ook een langetermijn­raming laten maken. De ‘winst’ voor de overheid zou jaar na jaar oplopen en in 2019 61 miljoen euro bedragen.

Er werd ook een correctie gemaakt voor leerkrachten die in december voldoen aan de vereisten van overgangsmaat­regelen voor het jaar 2013. (De Standaard, Tom Ysebaert)

Vrije Tribune van Jos De Meyer uit De Standaard: “Terug naar school, maar in wat voor gebouwen?”

Als het dak lekt, moet een school geen emmertjes krijgen om het regenwater op te vangen, maar subsidies voor dakwerken.

Is het normaal dat scholen tot twintig jaar moeten wachten op een overheidssubsidie voor broodnodige verbouwingen en herstellingen? Dat kan niet de bedoeling zijn, stelt JOS DE MEYER, en hij roept minister van Onderwijs Pascal Smet op het matje.

Binnenkort start het nieuwe schooljaar in Vlaanderen. In 6.318 vestigingen gaan de schooldeuren weer open, in 260.935 lokalen wordt weer les gegeven. Vorig jaar werd herhaaldelijk aangestipt dat er in de grote steden te weinig ruimte was om alle kandidaat-leerlingen van de grotere steden een plaats te geven in de basisschool, en dus is er geld uitgetrokken om dat capaciteitsprobleem aan te pakken.

Maar die ruimte- en infrastructuurproblemen zijn er niet alleen in scholen of gemeenten waar het aantal schoolgaande jongeren plots is toegenomen.

Bijna een derde van de ruim 16.000 Vlaamse schoolgebouwen dateert van voor 1950. Ze zijn dus minstens 62 jaar. Niet onlogisch dat er in veel gevallen dringend onderhouds- of vernieuwingswerken nodig zijn. De kosten daarvoor kunnen niet zomaar betaald worden met de werkingstoelagen die de scholen krijgen op basis van hun leerlingenaantal krijgen. De meeste schoolbesturen hebben dat geld al evenmin ‘in kas’.

Voor dat soort investeringen doet een schoolbestuur doorgaans een beroep op subsidies van Agion, het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs. Het niet door de subsidie gedekte deel van de kostprijs moet vaak geleend worden, omdat de schoolbesturen zelfs dat geld niet zomaar kunnen neertellen.

Meer dan twintig jaar wachten

Dat een subsidieaanvraag niet van de ene dag op de andere groen licht krijgt, is normaal, maar de wachtlijst bij Agion is wel heel erg lang geworden, en dat omdat er simpelweg onvoldoende fondsen zijn voor scholenbouw. Voor specifieke, kleinere projecten is wel voorzien in een versnelde subsidiëring, maar een school die vandaag een subsidie aanvraagt voor een grote investering, moet rekening houden met een wachttijd van minstens twintig jaar voordat het geld beschikbaar gemaakt kan worden. Twintig jaar, jawel.

De school kan onmogelijk weten of ze over twintig jaar nog dezelfde noden zal hebben en of ze dan voldoende werkingsmiddelen zal hebben om die lening af te betalen. Als het leerlingenaantal in die twintig jaar fors toeneemt, is het zeer goed mogelijk dat men al weet dat er ruimtegebrek komt in gebouwen waarvoor subsidie aangevraagd is, nog voor ze gerealiseerd zijn.

Op zo’n lange termijn is het ook onmogelijk de juiste kosten voor een bouwproject in te schatten. Zo zijn de laatste tien jaar de lonen en de prijzen voor materialen in de bouw met 40 procent gestegen. Houden we ook rekening met de meerkosten in de bouw door nieuwe reglementeringen en wijzigende behoeften, dan wordt rekening gehouden met een stijging van de kostprijs met meer dan 60 procent.

In 2006 heeft toenmalig minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (SP.A) voor de scholenbouw een inhaaloperatie gelanceerd in privaat-publieke samenwerking. Probleem is dat het uitgetrokken bedrag slechts een oplossing bieden voor 4 procent van de nodige vloeroppervlakte in de Vlaamse scholen. Bovendien heeft Agion geen extra ruimte gekregen voor de gewone financiering. Ondertussen zijn we zes jaar verder en stelt minister Smet, nu bevoegd voor onderwijs, dat het totale bedrag van de bouwprojecten op de wachtlijst ondertussen is opgelopen tot 4 miljard euro voor alle Vlaamse scholen samen.

Lekkende daken

Binnenkort zal de Vlaamse regering voor het vrije onderwijs dertig jaar lang 60 miljoen euro besteden aan de bouw van scholen, maar dat blijft dus beperkt tot 4 procent van de totale nodige oppervlakte aan infrastructuur. Voor de resterende 96 procent blijft 95 miljoen euro over. Met dat bedrag kan de wachtlijst van Agion alleen nog aangroeien. Er moet dus een groter budget komen voor scholenbouw vanaf de begroting 2013, los van de zinvolle bijsturingen die de minister nu al doet. Komt er geen extra geld voor scholenbouw, dan kunnen we tegelijk ook een kruis maken over de nodige renovatie- en uitbreidingswerken aan bestaande gebouwen. En dat terwijl het welbevinden van leerlingen op school volgens recent onderzoek toch sterk bepaald wordt door het comfort en de aantrekkelijkheid van de gebouwen.

De hallucinant lange wachtlijst van Agion vormt stilaan een bedreiging voor ons onderwijs. Als het dak lekt, moet een school geen emmertjes krijgen om het regenwater op te vangen, maar moet ze op korte termijn een subsidie krijgen en een lening kunnen afsluiten om dakwerken uit te voeren.

Daar is meer geld voor nodig dan voor het plaatsen van containerklassen in de Antwerpse basisscholen. Maar het is zeker zo belangrijk voor de toekomst van het onderwijs in Vlaanderen, en dus moet minister Smet zijn verantwoordelijkheid opnemen.
(De Standaard, Vrije tribune)