Wensen

De zachte dingen blijven toch bestaan
hoe hard en ruig de wereld wordt daarbuiten:
ik zie de sterren blinken op de ruiten
ik hoor de voeten van de herders gaan

Anton Van Wilderode

Hartelijk dank voor de samenwerking in 2012.
Gelukkig en voorspoedig 2013

Jos De Meyer

Zorgvuldig handelen bij medicatie op school

We moeten er alles aan doen om kinderen en jongeren naar school te laten gaan, en dus moeten ook sommige medische handelingen op school kunnen gebeuren, als de school zich hiertoe bereid toont. Dat antwoordde minister Smet van Onderwijs op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer over het toedienen van medicatie op school.
Met het oog op de gezondheid van de kinderen, maar ook in verband met de aansprakelijkheid, is zorgvuldig handelen daarbij zeer belangrijk, daarom is vorig jaar een overleg gestart over medisch handelen op school. Op dit ogenblik zijn er nog geen duidelijke afspraken of formele procedures.
De minister heeft geen gegevens over het aantal leerlingen dat op basis van een officiële vaststelling (een “label” , zoals bv ADHD) speciale zorgen krijgt op school, of er medicatie krijgt. Over het aantal doses medicatie dat op school wordt ingenomen, bestaan ook geen gegevens. Als het gebruik van ADHD-medicatie tussen 2004 en 2007 met 387% is toegenomen, dan zou dat ook op de scholen merkbaar kunnen zijn, aldus De Meyer.

Arrest Raad van State kost VLIF bijna vijf miljoen euro

De Raad van State vernietigde recent de terugwerkende kracht waarmee twee jaar geleden de steun uit het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) verlaagd werd. In de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement werd duidelijk dat dit zware financiële gevolgen heeft voor het VLIF. Voor maximaal 1.379 dossiers moet de steun met 2 tot 22 procent verhoogd worden. Dat zal de Vlaamse overheid bijna vijf miljoen euro extra kosten, antwoordde minister-president Kris Peeters aan Vlaams volksvertegenwoordigers Jos De Meyer en Jurgen Van Lerberghe.

Midden oktober heeft de Raad van State zich uitgesproken over de vordering tot nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse regering van 23 december 2010. Met dit besluit werd de steun voor landbouwinvesteringen lineair met twee procent verlaagd en daalde de VLIF-steun voor zonnepanelen van 30 naar 8 procent. Een vermindering die noodzakelijk was om bij gelijkblijvend budget alle steunaanvragen te kunnen blijven subsidiëren die voldoen aan de voorwaarden.

Met de terugwerkende kracht die de steunverlaging kreeg, werd een aanzuigeffect vermeden want dat zou de beheersing van de uitgaven van het VLIF verder bemoeilijken. Wel was het zo dat landbouwers, in afwachting van de definitieve goedkeuring van het regeringsbesluit, ingelicht werden over de nakende besparingsmaatregelen via een omzendbrief. De afdeling wetgeving van de Raad van State zette alleszins het licht op groen voor de steunverlaging met terugwerkende kracht. Toch oordeelde de afdeling bestuursrechtspraak van hetzelfde rechtscollege, na een klacht van een landbouwer die zich benadeeld voelde, dat de manier waarop de Vlaamse overheid de VLIF-steun retroactief heeft verminderd, onwettig was.

Minister-president Kris Peeters, tevens bevoegd voor landbouw, bevestigt aan de Vlaamse parlementsleden Jurgen Vanlerberghe (sp.a) en Jos De Meyer (CD&V) dat de steunaanvragen waar het arrest op slaat, allemaal herbekeken zullen worden mits zij aan de (gewijzigde) VLIF-voorwaarden voldoen. Met uitzondering van de retroactieve steunverlaging bleef het regeringsbesluit van 23 december 2010 overeind. De aangepaste voorwaarden, die onder meer betrekking hebben op bedrijfsomvang en het inkomen uit landbouw en niet-landbouwactiviteiten, blijven dus onverminderd van kracht.

Maximaal 1.379 steunaanvragen worden opnieuw bekeken. Samen vertegenwoordigen deze dossiers een investeringsvolume van 144,7 miljoen euro. Dit bedrag zal nog wijzigen (verminderen, nvdr.) naarmate de dossierbehandeling vordert en de eindcontroles plaatsvinden. “Door het arrest zou de steun op 9,15 miljoen euro investeringen in zonnepanelen met 22 procent verhogen”, kondigt Kris Peeters aan. “Op 135,55 miljoen euro landbouwinvesteringen moet de steun met twee procent verhogen.” Het tweede en grootste investeringsvolume slaat op investeringen in materiaal, stallen, loodsen en in meer duurzame landbouwtechnieken.

De minister-president raamt de minimale meerkost voor het VLIF op 4,72 miljoen euro. Als verondersteld wordt dat 60 procent van die steun de vorm van een rentesubsidie op tien jaar aanneemt, dan verhoogt de kost tot 4,86 miljoen euro. “Gelet op de budgettaire gevolgen van het arrest en de praktische problemen die de uitvoering ervan meebrengt, zal de uitvoering niet meteen kunnen gebeuren”, merkt Peeters nog op.(Vilt)

Leesvaardigheid bij kinderen bevorderen

Onze 15-jarigen lezen over het algemeen minder graag dan hun leeftijdsgenoten in het buitenland. Die minder goede resultaten hebben hun voedingsbodem in de basisschool. Daarom ziet de onderwijsadministratie graag meer initiatieven rond leesplezier, antwoordde minister Smet van Onderwijs op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer. Met plezier blijven lezen tijdens de vakantie is een goede zaak voor de leesvaardigheid van jongeren.
In overleg met de mensen uit het boekenvak heeft de CANON cultuurcel daarom de actie Boekenjuf in de basisschool versterkt. Sinds oktober 2012 loopt ook de actie Leeskaart . Met een “leeskaart” kunnen kinderen vanaf 6 jaar hun leesontdekkingen delen. Verschillende lerarenopleidingen lager onderwijs hebben de kaarten al geïntegreerd in hun opleiding.

Wie is aansprakelijk?

Op school wordt steeds vaker aandacht besteed aan werkplekleren, en ook stage-opdrachten buiten de school worden belangrijker. De leerling die buiten de school aan de slag is in het kader van zijn opleiding, wordt daarom ook verzekerd door de schoolverzekering, vernam Vlaams parlementslid Jos De Meyer van minister Smet.
De school moet natuurlijk voorzorgen nemen en rekening houden met de mogelijke risico’s op de stageplaatsen, en zo nodig moet de schoolpolis daaraan aangepast worden.
Om de schoolbesturen te adviseren had de minister al een studiemiddag georganiseerd, maar op vraag van De Meyer zal ook Klasse, het informatieblad voor onderwijspersoneel, een artikel opnemen over deze materie. Zo krijgen ook de leerkrachten zelf meer duidelijkheid over aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid.

Discussie over één publiek net geopend

‘We moeten een nieuwe schoolstrijd voorkomen’

Als er schaalvergroting komt in het onderwijs, lijkt een samensmelting van de drie officiële netten (gemeenschaps-, gemeentelijk en provinciaal) onvermijdelijk. Dat staat in een nota uit het loopbaandebat.

Nog maar één publiek net in het Vlaamse onderwijs. Het opmerkelijke idee wordt gelanceerd in een discussienota die wordt besproken in de werkgroep tussen de kabinetten van de Vlaamse ministers en enkele parlementsleden van de meerderheid.De Standaard kon de tekst inkijken. De werkgroep buigt zich behalve over de hervorming van het secundair ook over het loopbaanpact dat het beroep van leerkracht aantrekkelijker moet maken.

Het is in dat tweede dossier dat deze nota past. Leerkrachten zouden meer werkzekerheid kunnen krijgen in grotere scholengemeenschappen, die dan associaties gaan heten. Die zouden minder regionaal omschreven zijn en zowel basis als secundair omvatten. In zulke grotere samenwerkingsverbanden zouden de middelen efficiënter besteed kunnen worden.

‘Maar het huidige landschap van het officieel gesubsidieerd onderwijs(van steden, gemeenten en provincies, red.) maakt het bijna onmogelijk om dit te realiseren’, stelt de nota.

‘Het is dan ook aangewezen dat het gemeenschapsonderwijs en het officieel gesubsidieerd de krachten bundelen en zo tot één publiek net uitgroeien.’

Er komt één net, één bestuur, één koepel. De publieke scholenassociatie wordt de ene inrichtende macht. Ook het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs zouden in deze structuur opgenomen worden.

Om een en ander te concretiseren zal er een bijzonder decreet en een tweederdemeerderheid nodig zijn in het Vlaams Parlement. Dit raakt de gevoelige kwestie van de vrijheid van onderwijs.

De minister van Onderwijs, Pascal Smet (SP.A), wijst erop dat het geen standpunt van hem betreft maar louter een nota die nu afgetoetst wordt: is het haalbaar, wat zijn de voor- en nadelen? Het idee kwam op vraag van gemeentebesturen op tafel, laat hij weten.

Verhaal van opslokken

Er rijzen meteen vragen over de investeringen van steden en gemeenten die zullen wegvallen, over het patrimonium, en over het personeel natuurlijk. Toen er in 2010 sprake was de provincies af te bouwen en hun scholen over te hevelen naar een ander net, leidde dat meteen tot fel protest. Ook voor de financiering zal er een ingreep nodig zijn. Vandaag wordt het GO! voor honderd procent gefinancierd door de Vlaamse overheid voor infrastructuur, de lokale besturen voor 60 of 70 procent. En hoe gaan het groot instituut in de stad en het kleine dorpsschooltje zich verhouden in de nieuwe structuur?

Raymonda Verdyck, de afgevaardigd bestuurder van het gemeenschapsonderwijs (GO!), heeft er ‘weet van dat het voorstel circuleert’.

‘Wij zijn voorstander van intensieve samenwerking tussen de officiële netten. We doen dat al in pakweg Gent en Antwerpen, maar ook in Duffel. Maar als het een verhaal van opslokken wordt, dan gaat het toch ver. Er zouden in ieder geval garanties moeten komen voor de grondwettelijke neutraliteit van dat onderwijs, gelet op de politieke invloed die er lokaal kan spelen.’

Van parlementaire kant laat Jos De Meyer (CD&V) enkele reserves blijken. ‘Schaalvergroting kan de scholen sterker maken en een antwoord bieden op veel problemen. Maar ik ben er niet van overtuigd dat dit ene publieke net daar de aangewezen oplossing voor is.’

Hij vraagt zich ook af of dergelijke gevoelige materie nog in deze regeerperiode uitgeklaard kan worden. ‘Het is historisch en ideologisch erg beladen. We moeten een nieuwe schoolstrijd voorkomen.’ (De Standaard, Tom Ysebaert)

Op voorstel van raadslid Jos De Meyer: stad wil dotatie Waasland Shopping Center niet kwijt

Het Sint-Niklase stadsbestuur vaardigt ereburgemeester Freddy Willockx (sp.a) af om deze week onderhandelingen met het Waasland Shopping Center aan te knopen. Inzet is de jaarlijkse dotatie van ruim 62.000 euro aan de vzw Centrummanagement, die volgens het contract dit jaar afloopt.

Bij de opening in 2004 engageerde de eigenaar van het Waasland Shopping Center (WaSC) zich ertoe om elk jaar een dotatie van 62.000 euro over te maken aan de vzw Centrummanagement. Dat werd in een contract gegoten dat dit jaar afloopt. CD&V-gemeenteraadslid Jos De Meyer riep op om dat contract opnieuw te onderhandelen. “Er is vanuit de stad altijd een grote solidariteit geweest voor het shopping center. Voor het Centrummanagement is die dotatie op een totaalbudget van 520.000 euro toch een aanzienlijke som.”

Ereburgemeester Freddy Willockx (sp.a) gaat nu namens de stad de onderhandelingen opstarten met het WaSC. “De afspraak is gemaakt. De onderhandelingen starten midden december”, aldus Willockx. Bij het WaSC wil men een grotere rol spelen in de samenwerking met de stad. Eigenaar CBRE, dat ING Real Estate overnam, staat in voor de financiële aspecten en zal de onderhandelingen voeren. Intussen geeft WaSC-manager Katrien Giebens aan ook echt bekommerd te zijn om de middenstand in de stadskern. “Wij willen ook dat de handelaars in de stad het goed doen. Leuk is het niet om steeds opnieuw als hét voorbeeld naar voren geschoven te worden van de invloed van een shopping center op een stadskern. Die eeuwige complementariteit, het blijft wel een zoektocht. Het zou fijn zijn als we onze expertise konden verlenen, hoe pretentieus dat ook klinkt. Op het vlak van marketing bijvoorbeeld hebben we al heel wat ervaring. De elektronische cadeaukaart die in de stad wordt gelanceerd, is al een stap in de goeie richting. Die is met onze leverancier en met onze input tot stand gekomen. Een stad runnen, is nog iets anders dan een shopping center. Maar er zijn zeker overeenkomsten. Kortom, We willen heel graag weten wat de noden en wensen zijn van het stadsbestuur, en wat wij daarin precies kunnen betekenen.” (Het Laatse Nieuws, JVS)

Kleuterparticipatie in het onderwijs neemt niet toe

Jaar na jaar blijkt uit de jaarboeken van het Vlaamse onderwijs een toename van het totale aantal op school ingeschreven kleuters. Die toename wordt verklaard doordat er meer kleuters zijn, niet doordat het aandeel kleuters op school verhoogd is sinds het “jaar van de kleuter” in schooljaar 2008-2009. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Jos De Meyer kreeg van minister Smet van Onderwijs.

Het aandeel kleuters op school ligt sinds 2008-2009 constant op 98,7%, maar er zijn geen gegevens beschikbaar over het aandeel kleuters met een andere thuistaal dat kleuteronderwijs volgt. Toch blijkt uit cijfers van AgODi (het Agentschap voor Onderwijsdiensten) dat vijfjarige kleuters met minder dan 220 halve dagen aanwezigheid op school een grotere kans hebben op “onderwijskansarmoede”. Bovendien staat hoe dan ook vast dat de kans op schoolse achterstand door taalproblemen veel groter is bij anderstalige kleuters die aan de lagere school beginnen zonder Nederlandstalig kleuteronderwijs. Dat de administratie Onderwijs nu gaat onderzoeken hoe we meer te weten kunnen komen over het profiel van de nog niet ingeschreven kleuters, is dus een goede zaak, aldus De Meyer. Als het algemene percentage op school aanwezige kleuters constant gebleven is, hebben we immers geen reden om aan te nemen dat de participatie verbeterd is bij de kleuters die ze meest nodig hebben.