Voorlopig GEEN plan om werkzekerheid van jonge leraren te verbeteren.

“Mirakeloplossingen bestaan niet, “ dat was zowat het enige waar Vlaams parlementslid Jos De Meyer en minister Smet het met elkaar eens waren op de vergadering van de Commissie Onderwijs van 21 februari. Het probleem is ondertussen bekend: tegen 2020 zal ons onderwijs 20.000 leerkrachten te weinig hebben, en tegelijk verlaat 1/3 van de startende leerkrachten binnen de vijf jaar het korps omdat ze geen werkzekerheid vinden. Omdat het contract van starters elk jaar afloopt op 30 juni, wordt de vakantie bovendien gelijkgesteld met een periode van werkloosheid, waardoor startende leraren sinds de recente aanpassingen aan de werkloosheidsreglementering veel sneller dan andere jongeren uitkomen bij een lagere werkloosheidsvergoeding.
Om hen de gelegenheid te geven ervaring op te doen, had De Meyer een systeem gesuggereerd waarbij jonge leraren een jaar lang werkzekerheid konden krijgen in team met meer ervaren vakcollega’s. Vrijwilligers onder de oudere collega’s zouden in tijdelijke projecten samen een soort “vervangingspool” uitmaken en op die manier een nieuwe uitdaging kunnen vinden waarin ze hun ervaring op een andere manier zouden kunnen laten renderen. Als de meeste vervangingen en tijdelijke afwezigheden in een scholengemeenschap ermee konden worden opgelost, hoefde het niet eens duur te zijn, en zowel de schoolbesturen als de vakbonden waren blijkbaar bereid erover te praten. Minister Smet blijkbaar niet; jonge werkloze leraren konden volgens hem best zoeken naar regio’s waar veel vacatures waren. “Hoe ze dan zouden weten welke scholen ze moeten aanschrijven met spontane sollicitaties is mij een raadsel, en bovendien is het huidige systeem erop gebaseerd dat je pas een doorlopende aanstelling kunt krijgen na minstens drie jaar werken in één en dezelfde scholengemeenschap,” merkt De Meyer op. “Als het systeem om anciënniteit te verwerven niet aangepast wordt, is het rondreizen op zoek naar werk zinloos voor leraren. En als de minister geen tijd heeft gevonden om na te denken over mijn suggestie van een vervangingspool, is het eerlijker dat hij dat gewoon zegt. Een echt antwoord heb ik niet gekregen.”

Groepshuisvesting van zeugen alert opvolgen!

Vlaams volksvertegenwoordigers Jos De Meyer en Jan Verfaillie vroegen Minister-President Kris Peeters in de Commissie Landbouw naar de stand van zaken van de groepshuisvesting voor drachtige zeugen conform de Europese richtlijn. Dit vanuit de bekommernis om concurrentie te vermijden tussen bedrijven die reeds voldoen aan de Europese richtlijnen en diegenen die daaraan niet voldoen en om Europese sancties te vermijden.

De minister-president antwoordde dat op 1 januari 2013 – volgens rapportering van de FOD Volksgezondheid aan de Europese Commissie – 89% van de Belgische bedrijven voldeed aan de Europese richtlijnen, terwijl in Vlaanderen het aandeel dat in orde is nog iets hoger zou liggen.

Kris Peeters vernam dat er op federaal niveau een wetsontwerp wordt voorbereid om als sanctie dwangsommen te kunnen opleggen aan de bedrijven die onvoldoende hebben gepoogd de deadline te halen. Met dit systeem wil men bedrijven er toe aanzetten om te stoppen met het houden van zeugen of om op korte termijn groepshuisvesting toe te passen in de bestaande infrastructuur.

De Vlaamse overheid tracht aan de hand van investeringssteun via het VLIF, voorlichtingscampagnes en acties in het kader van het actieplan varkenshouderij de best mogelijke voorwaarden te scheppen opdat de restgroep zich zo snel mogelijk in regel stelt. De Vlaamse overheid, de varkenssector en onderzoeksinstituten hebben zich gezamenlijk ingezet om de varkenshouders voor te lichten en te begeleiden in de overstap naar groepshuisvesting.

Tot slot stelde de minister-president dat de Europese Commissie recent een inbreukprocedure heeft opgestart tegen de lidstaten die in de rapporteringen eind vorig jaar aangegeven hebben niet 100 % conform te zullen zijn. Ook België ontving hiervoor een schrijven. In reactie hierop werden de meest recente cijfers meegedeeld en de begeleidende maatregelen die door de FOD Volksgezondheid genomen werden. Het Directoraat-Generaal voor Gezondheids- en Consumentenbescherming financiert een onderzoeksproject waaraan vanuit Vlaamse zijde het ILVO participeert en waarbij bekeken wordt hoe via kennisoverdracht een betere naleving van de dierenwelzijnswetgeving in de EU-lidstaten kan bekomen worden. Eén van de cases is groepshuisvesting bij zeugen.
__________

EU tikt België op de vingers vanwege zeugenhuisvesting

België en acht andere lidstaten voldoen volgens de Europese Commissie nog niet aan de Europese richtlijn die stelt dat zeugen in groep gehouden moeten worden. Op 1 januari 2013 was 89 procent van de zeugenbedrijven in orde. In Vlaanderen zou dat aandeel iets hoger liggen, verduidelijkte landbouwminister Kris Peeters in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement.

In 2001 besloten de Europese landbouwministers dat de varkenshouders moesten overstappen van individuele zeugenboxen naar groepshuisvesting. De lidstaten kregen tot eind 2012 tijd om het nieuwe, meer diervriendelijke systeem in te voeren. De Commissie stelde echter vast dat België en acht andere lidstaten de regel onvoldoende naleven. Zo schaden ze niet enkel het dierenwelzijn, aldus de Commissie, maar veroorzaken ze ook concurrentienadelen voor bedrijven die wel de investeringen deden. De betrokken lidstaten ontvangen een schriftelijke aanmaning.

Op een vraag van sp.a-parlementslid Jurgen Vanlerberghe antwoordde Vlaams minister-president en landbouwminister Kris Peeters eerder dit jaar nog dat economische onzekerheid en een gebrek aan investeringsruimte aan de basis liggen van de laattijdige omschakeling. Veel bedrijven hebben tot vlak voor de deadline gewacht om het aantal plaatsen in te perken, of om te stoppen met het houden van zeugen. De Vlaamse varkenshouders investeerden tussen 2004 en 2012 bijna 209 miljoen euro in de omschakeling naar groepshuisvesting.

Woensdag vroegen de Vlaamse volksvertegenwoordigers Jos De Meyer en Jan Verfaillie (allebei CD&V) Kris Peeters nog naar de stand van zaken van de groepshuisvesting voor drachtige zeugen conform de Europese richtlijn. De minister-president antwoordde dat op 1 januari 2013 – volgens rapportering van de FOD Volksgezondheid aan de Europese Commissie – 89 procent van de Belgische bedrijven voldeed aan de Europese richtlijnen, terwijl in Vlaanderen het aandeel dat in orde is nog iets hoger zou liggen.

Kris Peeters vernam dat er op federaal niveau een wetsontwerp wordt voorbereid om als sanctie dwangsommen te kunnen opleggen aan de bedrijven die onvoldoende geprobeerd hebben om de deadline te halen. Met dit systeem wil men bedrijven er toe aanzetten om te stoppen met het houden van zeugen of om op korte termijn groepshuisvesting toe te passen in de bestaande infrastructuur.

De Vlaamse overheid tracht aan de hand van investeringssteun via het VLIF, voorlichtingscampagnes en acties in het kader van het actieplan varkenshouderij de best mogelijke voorwaarden te scheppen opdat de restgroep zich zo snel mogelijk in regel stelt. De Vlaamse overheid, de varkenssector en onderzoeksinstituten hebben zich gezamenlijk ingezet om de varkenshouders voor te lichten en, bijvoorbeeld via de antwoorden van het Varkensloket op al hun vragen, te begeleiden in de overstap naar groepshuisvesting.

In reactie op de aanmaning door de Europese Commissie heeft ons land de meest recente cijfers meegedeeld en de begeleidende maatregelen die door de FOD Volksgezondheid genomen werden. Het directoraat-generaal voor Gezondheids- en Consumentenbescherming financiert een Europees onderzoeksproject waaraan vanuit Vlaamse zijde het ILVO participeert en waarbij bekeken wordt hoe via kennisoverdracht een betere naleving van de dierenwelzijnswetgeving in de EU-lidstaten kan bekomen worden. Eén van de cases is groepshuisvesting bij zeugen. (Vilt)

De E40 wordt aanpakt!

Minister van openbare werken Hilde Crevits gaf aan Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer als antwoord op een aantal schriftelijke vragen een overzicht van de werken die gepland zijn op de E40.

In Gent gaat het om een inhaaloperatie van de achterstand bij het structureel onderhoud van de autosnelwegen:
-in 2013 voor fase 1, Sint-Denijs – Aalter, het herstellen van de wegverharding tussen kmpt. 47 en 63, rijrichting Oostende. De werken zijn geraamd op 7.000.000 euro. De uitvoering ervan wordt gepland in het eerste semester van 2013.
-in 2014 voor fase 2, Aalter – Sint-Denijs, het herstellen van de wegverharding tussen kmpt. 63 en 47, rijrichting Gent/Brussel. De werken zijn geraamd op 6.000.000 euro. Het aanbestedingsdossier is in voorbereiding. De aanbesteding wordt gepland eind 2013.
-in 2015 voor fase 3, Merelbeke – Vlekkem, het herstellen van de wegverharding tussen kmpt. 43 en 27, rijrichting Brussel. De werken zijn geraamd op 5.000.000 euro. Het aanbestedingsdossier is nog niet opgestart.

In Aalter zal het toegangscomplex heringericht worden en zullen geluidswerende schermen geplaatst worden. De aanbesteding van de herinrichting van het toegangscomplex wordt voorzien in het najaar van 2013. De start van de werken die geraamd zijn op 15.000.000 euro is gepland is het voorjaar van 2014. Voor de geluidswerende schermen is in 2013 200.000 euro voorzien voor een studie. De uitvoering ervan wordt gepland na beëindiging van de werken voor de herinrichting van het toegangscomplex Aalter.

In Nevele staan er dagelijks veel auto’s geparkeerd langsheen de op- en afritten van de E40. Het Agentschap Wegen en Verkeer voorziet daarom – in samenspraak met de gemeente – de aanleg van een carpoolparking in de lus van de afrit (in de rijrichting Gent). De uitvoering van de werken die geraamd zijn op 400.000 euro is voorzien in 2014.

In Merelbeke zal een nieuwe brug over de tijarm van de Schelde op de E40 gebouwd worden. Daarbij zal o.a. rekening gehouden worden met een eventuele uitbreiding van de autosnelweg van 2 X 3 naar 2 X 4 rijstroken. Momenteel wordt aan het ontwerp van de nieuwe brug gewerkt. De werken die geraamd zijn op 6.000.000 euro worden gepland in 2015. De timing van de uitvoering is afhankelijk van het verloop van de werken aan de R4-Zuid.
__________

Komende jaren grote werken gepland op E40

Gent/merelbeke/aalter De komende jaren wordt op verschillende plaatsen hard gewerkt aan de herstelling en herinrichting van de E40. Minister van Openbare Werken Hilde Crevits gaf aan Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer een overzicht van de werken die gepland zijn.

In Gent gaat het om een inhaaloperatie van de achterstand bij het structureel onderhoud van de autosnelwegen. In 2013 wordt tussen Sint-Denijs-Westrem en Aalter de wegverharding hersteld tussen kilometerpaal 47 en 63, in de rijrichting Oostende. De werken zijn geraamd op 7.000.000 euro. De uitvoering ervan wordt gepland in het eerste semester van 2013.

In 2014 wordt tussen Aalter en Sint-Denijs de wegverharding hersteld tussen paal 63 en 47, in de rijrichting Gent/Brussel. De werken zijn geraamd op 6.000.000 euro. Het aanbestedingsdossier is in voorbereiding. De aanbesteding wordt gepland eind 2013.

In 2015 wordt de E40 tussen Merelbeke en Vlekkem aangepakt. De wegverharding tussen paal 43 en 27 wordt hersteld in de rijrichting Brussel. De werken zijn geraamd op 5.000.000 euro. Het aanbestedingsdossier is nog niet opgestart.

In Aalter zal het toegangscomplex worden heringericht en zullen geluidswerende schermen worden geplaatst. De aanbesteding van de herinrichting van het toegangscomplex wordt voorzien in het najaar van 2013. De start van de werken die 15.000.000 euro zullen kosten, is gepland in het voorjaar van 2014. Voor de geluidswerende schermen is in 2013 200.000 euro uitgetrokken voor een studie. De uitvoering ervan wordt gepland na beëindiging van de werken voor de herinrichting van het toegangscomplex Aalter.

In Nevele staan er dagelijks veel auto’s geparkeerd langs de op- en afritten van de E40. Het Agentschap Wegen en Verkeer voorziet daarom – in samenspraak met de gemeente – de aanleg van een carpoolparking in de lus van de afrit (in de rijrichting Gent). De uitvoering van de werken die geraamd zijn op 400.000 euro is gepland in 2014.

In Merelbeke zal een nieuwe brug over de tijarm van de Schelde op de E40 worden gebouwd. Daarbij zal onder andere rekening worden gehouden met een eventuele uitbreiding van de autosnelweg van 2×3 naar 2×4 rijstroken. Momenteel wordt aan het ontwerp van de nieuwe brug gewerkt. De werken die geraamd zijn op 6.000.000 euro worden gepland in 2015. (Het Nieuwsblad)

Minister Crevits investeert in een veiligere N70

In antwoord op schriftelijke vragen van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer antwoordde minister Hilde Crevits dat zij verder investeert in een veiligere N70:

Sint-Niklaas:
– de herinrichting van het wegvak van de N70 tussen De Ster en de Jagersdreef, inclusief de kruispunten Ster en Kwakkelhoek, inclusief deheraanleg van de rioleringen. De vastlegging van de kredieten is voorzien voor 2014.
– de herinrichting van het wegvak op de N70 tussen de Koningin Astridlaan en de R42, inclusief de heraanleg van rioleringen. De vastlegging van de kredieten is voorzien voor 2013.

Beveren:
– in 2013 wordt een studie uitgeschreven om een nieuwe een betere ontsluiting van het Doornpark op de N70 te onderzoeken.

Lokeren:
– de aanbesteding van de aanleg van een vrijliggend fietspad langs de N70 tussen de N47 en de Doorslaardam wordt voorzien in 2014 of 2015.

Lochristi:
– een studie voor de aanleg van fietspaden langs de N70 van kmpt 9,3 tot kmpt 11,0 wordt in 2013 aanbesteed.

Zeveneken:
– de aanbesteding van de werken voor de volledige doortocht van Zeveneken van kmpt 12,0 tot kmt 14,0, inclusief de de heraanleg van de riolering wordt voorzien in 2015.

Jos De Meyer hecht zeer veel belang aan de mobiliteit in onze regio. Een vlotte doorstroming en verkeersveiligheid op de N70 zijn essentieel. Hij blijft dit dossier dan ook alert opvolgen.

Mobiliteit in Waas en Dender

Op maandag 21 mei organiseerde Unizo een ochtendvergadering over de mobiliteit in de regio Waas en Dender.
Directeur Dirk Belon wees op het belang van de mobiliteit voor de economische ontwikkeling.
Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer schetste kort de problematiek in de regio Waas en Dender met enerzijds het Wase mobiliteitsplan en anderzijds de zorg voor de doortrekking van de N41.
Schepen Peter Deckers van Beveren en directeur DDS Kris Verwaeren gingen hier dieper op in.
Filip Boelaert, kabinetschef van minister Crevits beloofde werk te maken van deze dossiers. Hij pleitte voor een breed maatschappelijk draagvlak maar ook voor het nodige geduld.

Lagere bezoldiging in het beroepsonderwijs

Leraars die praktijk of technische vakken geven, worden voor hun lessen in de derde graad van het beroepsonderwijs minder betaald dan voor hun lessen in de derde graad van het technisch onderwijs, merkte Vlaams parlementslid Jos de Meyer op.
Het onderscheid in weddeschaal is historisch gegroeid, stelde minister Smet van Onderwijs, en het is maar één detail in de ingewikkelde regelgeving voor scholen.
De Meyer hoopt dat de minister dit volgens hem onterechte verschil in weddeschaal snel aanpakt. Hij moet daarvoor niet wachten op een eventueel groot loopbaanpact, want door het verschil in bezoldiging is het voor scholen immers heel moeilijk om leraren van buiten de school aan te trekken voor de derde graad beroepsonderwijs, en ook om hun leraars van het technisch onderwijs in te schakelen in het beroepsonderwijs.
Net nu iedereen de mond vol heeft van de herwaardering van het beroepsonderwijs geeft dit weddeverschil een totaal verkeerd signaal aan de samenleving.

(geen) studieduurverlenging onderwijsopleidingen?

Wie momenteel studeert voor industrieel ingenieur, heeft daar vier jaar voor nodig: na een bacheloropleiding van drie jaar volgt nog een éénjarige masteropleiding. Voor industrieel ingenieurs mag dat voorlopig zeker zo blijven, vindt Vlaams parlementslid Jos De Meyer, die hierover een vraag stelde aan minister Smet van Onderwijs. Uiteraard moeten ingenieurs zich constant aanpassen aan snel veranderende technologie en aan nieuwe inzichten, maar dat “continu leren” gebeurt best in de bedrijfsomgeving. Dat is ook de visie van de technologiefederatie Agoria.

In opdracht van de Vlaamse regering heeft minster Smet een beleidskader uitgewerkt dat een structuur uittekent voor de ingenieursopleidingen: daarin komen “onderzoeksmasters” van 120 studiepunten (tweejarige) naast de masteropleidingen die eerder gericht zijn op directe tewerkstelling. Die ingenieursmasters voor directe tewerkstelling beslaan dan “in principe” 60 studiepunten (eenjarig), maar ze kunnen “na strikte toetsing” ook uitgebreid worden naar 90 of 120 studiepunten.
Elke vraag om de studieduur te verlengen moet sterk geargumenteerd worden, en ze moet worden voorgelegd aan de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO), die dan een advies zal overmaken aan de Vlaamse Regering.
Die strenge voorwaarden voor studieduurverlenging zijn volgens De Meyer zeker nodig, want een studieduurverlenging is duurder voor zowel de student als voor de maatschappij, en de nood aan ingenieurs op de arbeidsmarkt is nu al zeer groot. Een jaar waarin bijna geen ingenieurs afstuderen zou dat probleem nog veel acuter maken.