Mist boven het havengebied

RUIMTELIJKE ORDENING
Vlaams parlementslid Jos De Meyer stelde vorige week enkele vragen aan Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Philippe Muyters, over de beslissing van de Vlaamse regering omtrent het GRUP voor het Antwerpse havengebied.
In zijn vragen legde Jos De Meyer de klemtoon op een gefaseerde inrichting van de natuurgebieden en op de noodzaak om de natuurontwikkeling de nodige tijd te geven voor een definitieve evaluatie van de gerealiseerde effecten. Hij onderstreepte het standpunt van Boerenbond dat een uitstel tot enkele jaren na 2025 noodzakelijk is voor een objectieve evaluatie in het kader van een definitieve omvorming van de Nieuw Arenbergpolder en de Muggenhoek naar natuur.

Alleen zo kan de minister aantonen dat hij het meent met een eerlijk evaluatiesysteem. Het poldergebied van 112 ha in de Nieuw Arenberg en vlakbij de Muggenhoek, tussen de dorpskernen van Porsperpolder en Kieldrecht, zou immers pas aangesproken worden indien de evaluatie van de eerder gerealiseerde natuurgebieden uitwees dat de effecten onvoldoende waren. Een goed verstaander moet daarbij weten dat de begroting van de benodigde natuurcompensatie gebaseerd is op schattingen van hoeveel broedparen van een bepaalde vogelsoort zich op een hectare ingericht natuurgebied kunnen huisvesten. Wanneer de natuur in de andere gebieden voldoende ontwikkelt, hoeft deze 112 ha niet aangesneden te worden. Jos De Meyer wees erop dat volgens het besluit deze regio in 2025 automatisch omgezet wordt in natuurgebied. Niet alleen wordt de bewijslast omgedraaid, bovendien is de tijd wel erg krap om serieuze effecten te realiseren na afloop van de inrichtingswerken.
In zijn antwoord ging de minister in op een aantal detailpunten, maar hij verwaarloosde het om ook maar iets te zeggen over de evaluatieprocedure. De vraag over de hoogdringendheid van onteigeningen in Doelpolder Midden werd door Muyters verdraaid naar een vraag over de hoogdringendheid van alle onteigeningen voor natuur, en ook in die zin – dus niet – beantwoord. Hij schuift als verantwoordelijke minister voor de Ruimtelijke Ordening in Vlaanderen alles door naar zijn collega’s van CD&V. In zijn antwoord lijkt het alsof minister Muyters maar één doel voor ogen heeft: het GRUP zo snel mogelijk door ieders strot duwen.
In zijn repliek sprak Jos De Meyer zijn verwondering uit over de manier waarop de minister het voorafgaande overleg met de gemeente Beveren en ook met de landbouworganisaties in de verf zette. Hij begrijpt niet waarom beide dan overwegen om naar de Raad van State te stappen. Hij vroeg de minister om zijn terechte bezorgdheid over te maken aan de volledige Vlaamse regering. (Patrick Dieleman, Boer en Tuinder)

Herstellingswerken aan de Scheldebrug in Temse

“Het betreft hier de verharding van het beweegbaar gedeelte van de oude Scheldebrug Bornem – Temse. De toplaag van het beweegbaar gedeelte is op verschillende plaatsen losgekomen en verdwenen.
Er is nog geen timing van de werken opgemaakt.
Een voorlopige raming bedraagt 150.000 euro, excl. BTW,” deelde minister voor Openbare Werken minister Crevits mee aan Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer als antwoord op één van zijn schriftelijke vragen.

Minister Crevits investeert in lig- en rustplaatsen in de wachthaven van Evergem

Als antwoord op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer over de geplande investeringen aan de waterwegen in de regio Gent deelde minister voor Openbare Werken Hilde Crevits het volgende mee:

“In de wachthaven van Evergem op het Noordervak van de Ringvaart om Gent worden een aantal steigers voorzien om de capaciteit van deze wachthaven te optimaliseren. Door deze steigers zullen binnenvaartschepen kops kunnen aanmeren op de bestaande kaaimuur. Het voorziene bedrag op het investeringsprogramma omvat het tweede deel van het budget dat nodig is voor de bouw van deze steigers.
Momenteel lopen de voorbereidende werken door de aannemer, i.e. het studiewerk en het opmaken van werkhuistekeningen voor de staalconstructies.
Vermoedelijk zullen de werken- die geraamd worden op ca. 575.000 euro exclusief BTW – op het terrein medio 2013 van start gaan. De oplevering is voorzien in de tweede helft van 2013.”

Aparte fietspaden voor N461

KNESSELARE/ ZOMERGEM
Aparte fietspaden voor N461
Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits (CD&V) plant werken aan de N461 in Knesselare. Dat vernam Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V) na een vraag aan de minister. Meer bepaald gaat het om het structureel onderhoud van de rijweg bij de aanleg van rioleringen en van vrijliggende fietspaden aan de Gentseweg (N461) tussen Ursel en Zomergem. De aanbesteding gebeurt volgend jaar. De kostprijs wordt geraamd op 3,8 miljoen euro, waarbij TMVW, Zomergem en Knesselare meefinancieren.
Het tweede deel van het project behelst de aanleg van vrijliggende fietspaden langs de Urselseweg (N461) tussen Ursel en Knesselare. Deze werken bevinden zich in de opstartfase. Binnenkort wordt met de ontwerpstudie begonnen. De verdere timing hangt af van de ontwerp- en goedkeuringsetappes en van het verloop van de onteigenings- en vergunningsprocedures. De kostprijs voor dit project is nog niet bekend. (Het Nieuwsblad, Erwin Mynsberghe)

Toenemende medicatie op school: probleem voor personeel én leerlingen

Hoewel er blijkbaar geen gegevens bestaan over het totale aantal doses medicatie dat op school wordt toegediend, mag men volgens Vlaams parlementslid Jos De Meyer toch aannemen dat medicijngebruik op school steeds frequenter wordt. Aanwijzingen daarvoor ziet hij in de schrikwekkende toename van medicatie die aan schoolgaande jongeren wordt voorgeschreven.
Het totale bedrag dat het Riziv terugbetaalt voor Rilatine is op vijf jaar tijd verdubbeld, en het aantal voorgeschreven doses ADHD-medicatie is tussen 2004 en 2007 met 387% toegenomen. Een deel daarvan wordt toegediend op scholen en internaten, en het gebeurt door personeelsleden die de leerlingen willen helpen, maar die vaak niet weten of ze daarmee al dan niet het verbod overtreden op het stellen van medische handelingen. De Meyer pleit daarom voor een duidelijk kader omtrent medisch handelen op school, en minister Smet van Onderwijs was het op de commissievergadering met hem eens.
Een wettelijke regeling ontbreekt nog steeds, want het koninklijk besluit over de uitoefening van gezondheidsberoepen spreekt zich niet uit over wat personeelsleden in het onderwijs al dan niet mogen doen. Als het KB niet wordt uitgebreid, moet er een aparte bijlage komen voor onderwijs, ofwel moet er een apart protocolakkoord gemaakt worden zoals dat ook bestaat voor het departement Welzijn.
Dat de minister ook contact neemt met federaal minister Onckelinckx om dit dossier sneller op te lossen, vindt De Meyer een goed idee. Personeelsleden in het onderwijs of in de internaten die kinderen helpen met medicatie op school, moeten immers rechtszekerheid krijgen, net zoals de zorgverstrekkers. Die rechtszekerheid betekent volgens hem overigens niet dat medicatie op school als een normale zaak beschouwd moet worden. We moeten ons ook vragen stellen over de enorme toename van het medicijngebruik op school en over wat er de oorzaak van is.

Overheid koos scheiding landbouw-natuur in havendossier

Door de uitbreiding van de Antwerpse haven en de erbij horende natuurcompensaties wordt landbouw twee keer het slachtoffer. Op een vraag van Jos De Meyer antwoordt minister Muyters dat hij de ontevredenheid van de landbouwsector begrijpt, “maar het behoud van het polderlandschap en de bestaande natuurverweving zouden ontoereikend zijn voor het behalen van de vooropgestelde natuurdoelstellingen”.

Medio maart legde de Vlaamse regering de nieuwe grenzen vast waarbinnen de Antwerpse haven zich in de toekomst verder kan ontwikkelen. In het GRUP kiest de regering voor een uitbreiding van het havengebied met ongeveer 1.000 hectare. Het Verrebroekdok wordt verlengd, de Deurganckdoksluis wordt gebouwd, en naast het Deurganckdok wordt plaats gemaakt voor een nieuw havengebied: de Saeftinghezone.

Het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) voorziet ook in honderden hectaren natuurontwikkelingsgebied. Er komt een belangrijk areaal slikken en schorren tussen de Saeftinghezone en de Nederlandse grens, aansluitend op het Verdronken Land van Saeftinghe.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) luisterde naar de argumenten die ter plekke leven. “De 250 getroffen landbouwfamilies zijn uitermate ontgoocheld over de gang van zaken, en de reacties van Boerenbond op het GRUP zijn dan ook ongemeen hard.” De landbouworganisatie pleit voor zuinig ruimtegebruik als algemeen principe. “Begrijpelijk”, zegt De Meyer, die twee aspecten daarvan toelicht: enerzijds een gefaseerde inrichting van de gebieden, en anderzijds een definitieve evaluatie van de voortschrijdende natuurontwikkeling in de al ingerichte gebieden.

Concreet vragen de landbouwers volgens De Meyer om landbouwgebruik van gronden in de Nieuw-Arenbergpolder en de Muggenhoek nog een kans te geven op termijn. “De evaluatie van de natuurontwikkeling komt veel te vroeg”, aldus het parlementslid. “Ook ziet niemand de noodzaak in om vandaag Doelpolder-Midden te onteigenen bij hoogdringendheid, rekening houdend met de vroegst mogelijke inrichting als natuurgebied, als dat al het geval zou zijn.”

Over die ‘hoogdringendheid’ zegt Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Philippe Muyters: “Grote delen van het huidige havengebied kunnen niet ontwikkeld of in concessie gegeven worden, omdat ze vandaag een belangrijke natuurwaarde hebben of zijn ingeschakeld als tijdelijke natuurcompensatie. Daarom is de ontwikkeling van robuuste natuur dringend nodig. De realisatie daarvan vraagt tijd. Voor de natuurtypes is een volledige herinrichting van het gebied nodig met een totaal nieuw landgebruik.”

De mogelijkheden om binnen de bestaande bestemmingen oplossingen te zoeken voor de noodzakelijke natuurcompensaties, zijn volgens de minister uitgeput. Muyters benadrukt nog dat er sprake is van een gefaseerd verhaal, “waarbij de landbouwers hun gronden in gebruik kunnen houden tot ze werkelijk nodig zijn voor haven- of natuurontwikkeling”. De Vlaamse regering is zich ervan bewust dat heel wat landbouwers getroffen worden in dit dossier, en Muyters begrijpt het onbegrip waarop vooral de natuurontwikkeling stoot.

Volgens de minister waren er echter geen goede alternatieven. “Er zijn vele scenario’s onderzocht voor de ontwikkeling van de haven en haar omgeving. Indien de overheid de natuurdoelstellingen wil behalen terwijl de gronden in landbouwgebruik blijven, zou dit een grootschalige extensivering van het huidige landbouwareaal betekenen. Dit scenario is, mede op vraag van de landbouwsector, niet behouden.”

Daarom werd gekozen voor een strikte scheiding van functies. Minister Muyters verduidelijkt: “In overleg met de landbouwsector is gekozen voor intensieve landbouw in de hiervoor bestemde agrarische gebieden en voor hoogwaardige natuur in de natuurkerngebieden. Er is daardoor een relatief kleine oppervlakte natuur nodig om de vooropgestelde natuurdoelstellingen te kunnen realiseren.” (Vilt)

Kunnen leerkrachten in de toekomst nog gebruik maken van loopbaanonderbreking?

Federaal minister van Werk De Coninck wil op korte termijn de loopbaanonderbreking voor ambtenaren en personeelsleden in het onderwijs terugbrengen tot maximum één jaar. Vlaams parlementslid Jos De Meyer vroeg minister Smet van Onderwijs of over deze materie al overleg geweest is met zijn federale collega, want een aanpassing van de regelgeving zou zeer ingrijpende effecten kunnen hebben.
Op dit ogenblik zijn de mogelijkheden tot loopbaanonderbreking voor leraren immers veel ruimer, en ze worden vooral gebruikt om als oudere leraar deeltijds aan de slag te blijven, en om in bepaalde periodes van de carrière de combinatie van werk en gezin gemakkelijker te maken.
Een inperking van de loopbaanonderbreking zou financieel nadelig kunnen zijn voor het Vlaamse onderwijs, als oudere leraars verplicht voltijds aan de slag zouden moeten blijven. Het zou ook ingaan tegen de tendens om langer, maar lichter te werken.
Het is absoluut noodzakelijk om te zorgen voor duidelijke afspraken zodat de federale en de Vlaamse regelgeving elkaar niet tegenspreken, vindt De Meyer, die aangeeft dat het probleem niet mag onderschat worden. Er bestaan immers nu al ongerijmdheden. Een voorbeeld? Een leraar van 53 jaar die in deeltijdse loopbaanonderbreking is, kan bv twee weken loopbaanonderbreking nemen voor palliatieve zorg. Volgens de Vlaamse omzendbrief over loopbaanonderbreking is dat personeelslid verplicht om na die twee weken weer in zijn of haar opdracht weer deeltijds op te nemen, maar de federale RVA weigert de toestemming daarvoor, omdat de leeftijdsvoorwaarde ondertussen is opgetrokken tot 55 jaar. De betrokkene moet dus weer voltijds aan de slag, zelfs al is het midden in het schooljaar en al zijn er misschien zelfs al andere mensen benoemd in het deel van de opdracht waarvoor het personeelslid loopbaanonderbreking had genomen…en zelfs al màg het niet van de Vlaamse regelgeving.

Denkdag “De school van de toekomst” – zaterdag 4 mei 2013 – Vlaams Parlement

Op zaterdag 4 mei 2013 organiseert CD&V een denkdag rond onderwijs.
U bent van harte welkom in de vergaderruimte De Schelp van het Vlaams Parlement, Leuvenseweg 86 te Brussel. De denkdag start om 9u.30 uur.
Hieronder vindt u het programma.
Inschrijven kan tot 25 april via www.cdenv.be/onderwijsdialoog

Programma

9.30 Onthaal

10.00 Welkom door Kathleen Helsen

10.15 Thema 1: Autonomie en identiteit (Moderator: Sabine Poleyn)

Halfuur gesprek met Mieke Van Hecke (VSKO) Hans Annoot (Steinerscholen), Jean-Pierre Verhaeghe (LOP-voorzitter), André Verdegem (VCLB)

Interactieve werkvorm

11.15 Sanitaire pauze

11.30 Thema 2: Diversiteit en talentontwikkeling (Moderator: Kathleen Helsen)
Halfuur gesprek met Piet Van Avermaet (directeur Centrum voor diversiteit en leren), Jo Lebeer (UA), Roland Vermeylen (oprichter circusschool), Marianne Coopman (COV)

Interactieve werkvorm

12.30-13.00 broodjeslunch

13.00-14.00 Humoristische toets door Piv Huvluv

14:00 Thema 3: Scholenbouw en capaciteit (Moderator: Jos De Meyer)
Halfuur gesprek met Dirk Van Stappen (directeur DIKO, VSKO), Marc Dillen (directeur-generaal Vlaamse Confederatie Bouw), Rik Schepers (voorzitter Bouwcommissie scholencampus Peer), Peter Lambers (voorzitter scholengemeenschap Beveren-Bazel
Interactieve werkvorm

15.00 Sanitaire pauze

15.15 Thema 4: Leerkrachten en lerarenopleiding (Moderator: Paul Delva)
Halfuur gesprek met Wim Bergen, verantwoordelijke lerarenopleiding Leuven, Kristien Arnouts (COC),) Lyle Muns (Vlaamse scholierenkoepel), Tom Cox (schooldirecteur Hasselt)

Interactieve werkvorm

16.15 Afsluitend moment (met pers) : Wouter Beke en Kathleen Helsen

16.30 Receptie en afscheid

Minder leerlingen per leerkracht in het gemeenschapsonderwijs

BRUSSEL 17/04
Dit schooljaar is er in het gemeenschapsonderwijs één voltijdse leerkracht aan het werk voor 15 kleuters en 15,6 leerlingen van het lager onderwijs. In het officieel gesubsidieerd onderwijs is dat respectievelijk één leerkracht voor 16 en 16,6 leerlingen en in het vrij onderwijs één leerkracht voor 16,3 en 17 leerlingen. Dat blijkt uit het antwoord van Onderwijsminister Pascal Smet op een schriftelijke vraag van Jos De Meyer (CD&V).
Het aantal kleuters en leerlingen van het lager onderwijs per leerkracht lag de voorbije schooljaren in alle netten telkens een stuk hoger dan nu, maar dit is het gevolg van een nieuwe berekeningswijze die sinds dit schooljaar gehanteerd wordt. Het aantal leerlingen per leerkracht bleef in de periode 2009-2010 tot 2011-2012 overigens vrij constant. Wat het kleuteronderwijs betreft was er over alle netten heen een lichte stijging van 17,8 tot 17,9 kleuters per leerkracht. In het lager onderwijs bleef dit constant op 17 leerlingen.
In het kleuteronderwijs daalde het aantal voltijdse equivalente kinderverzorgsters in verhouding tot het aantal kleuters. Het aantal kleuters per kinderverzorgster steeg over alle netten heen van 370,4 in het schooljaar 2009-2010 tot 386,5 nu.
In het gemeenschapsonderwijs verhoudingsgewijs ook meer kinderverzorgsters aanwezig. Dit schooljaar is er in het gemeenschapsonderwijs één kinderverzorgster per 346,2 kleuters, in het vrij onderwijs was dat één per 393,1 kleuters en in het officieel gesubsidieerd onderwijs (gemeente- en provinciescholen) één per 397,9 kleuters. (Belga, KVH)

Studenten burgerlijk ingenieur: hoog studierendement, maar ook hoog uitvalpercentage

De overgang tussen secundair onderwijs en hoger onderwijs verloopt niet altijd even vlot. Het is ook duidelijk dat niet elke studierichting van het secundair onderwijs geschikt is als vooropleiding voor gelijk welke studie aan de universiteit. Daarom bestond er vroeger een toelatingsproef voor de opleiding tot burgerlijk ingenieur. Wie daarvoor geslaagd was, had meteen ook een goede slaagkans voor de rest van de opleiding.
Er bestaan geen concrete plannen om al dan niet “indicatieve” toelatingsproeven in te voeren voor sommige opleidingen in het hoger onderwijs, antwoordde minister Smet van Onderwijs op een vraag daarover door Vlaams parlementslid Jos De Meyer.
Exacte gegevens over de slaagpercentages van studenten voor het eerste kandidatuur-of bachelorjaar zijn niet beschikbaar. Omdat de laatste jaren veel flexibele leertrajecten gelopen worden (lees: als hij niet geslaagd is, neemt een student “ een vak mee” naar het volgende jaar), is een vergelijking met gegevens van vroeger dan ook niet mogelijk. Of de slaagkans van ingenieursstudenten beter was toen de toelatingsproef nog bestond, kan dus ook niet worden vastgesteld. Het is wel zo dat het gemiddeld studierendement van generatiestudenten beter is bij de studenten ingenieurswetenschappen dan voor het gemiddelde van alle academische bacheloropleidingen. In 2011-2012 slaagden de generatiestudenten bij de ingenieurs gemiddeld voor 70,27% van de studiepunten waarvoor ze waren ingeschreven, tegenover een algemeen gemiddelde van 66,27%.
Het aantal afgestudeerde burgerlijk ingenieurs gaat er ook lichtjes op vooruit en neemt jaar na jaar toe, van 629 in 2009 tot 793 in 2012. Dat ligt in de lijn van de gegevens uit Hoger onderwijs in cijfers, (addendum december 2012). Dat rapport geeft aan dat de belangstelling in het hoger onderwijs stijgt voor de wetenschappelijke en technische richtingen.
Dat is een gelukkige evolutie, want onze maatschappij heeft dringend nood aan hoger opgeleiden met wetenschappelijke en technische achtergrond.
In die zin is het zeer eigenaardig dat toch een zeer groot aantal studenten burgerlijk ingenieur afhaakt in de loop van de opleiding. Tijdens de laatste vijf academiejaren haakte ongeveer de helft van de startende ingenieursstudenten af na het eerste jaar, tegenover een gemiddelde van ongeveer 35% uitval in andere richtingen.
Het zou interessant zijn om te onderzoeken of studenten die afhaken tijdens de opleiding burgerlijk ingenieur dan wel een diploma halen in andere technische opleidingen, vindt ook De Meyer.

Nieuwe brug over Durme

GEWESTWEG WORDT VOLGEND JAAR IN NIEUW KLEEDJE GESTOKEN

De drukke gewestweg tussen Waasmunster en Dendermonde (N446) wordt volgend jaar volledig heraangelegd. Het definitieve ontwerp is klaar. Er moeten alleen nog enkele onteigeningen gebeuren. Aan het project hangt een prijskaartje van 4 miljoen euro. 1,5 miljoen euro daarvan gaat naar de bouw van een nieuwe brug over de Durme. “Die zal een pak breder zijn, zodat er plaats is voor veilige fietspaden”, zegt minister Hilde Crevits (CD&V).

De gewestweg N446 verbindt Grembergen via Hamme-Zogge (Heirbaan) en Waasmunster met Sint-Niklaas en geeft aansluitingen op de N70 en de E17. Langs de druk bereden gewestweg ligt momenteel alleen een smal, gelijkgronds fietspad dat alleen met wegmarkeringen wordt afgescheiden van de rijbaan. De betrokken gemeenten dringen al lang aan op een heraanleg met gescheiden fietspaden.

Ontwerp

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) kreeg van partijgenote en minister van Openbare Werken Hilde Crevits goed nieuws. Voor de heraanleg van de N446 is een definitief ontwerp klaar. De start van de werken is afhankelijk van de snelheid van de onteigeningen door de gemeenten, maar de aanbesteding van de werken zal eind dit jaar gebeuren. De werken kunnen dan in principe in 2014 starten. Over een afstand van 6,5 kilometer worden vrijliggende fietspaden aangelegd en dat op het grondgebied van Waasmunster, Hamme en Dendermonde. Tegelijk komt er een gescheiden rioleringsstelsel. De geraamde kostprijs bedraagt 2,5 miljoen euro. Nog eens 1,5 miljoen euro wordt uitgetrokken voor de vervanging van de Durmebrug in Waasmunster. “Om de veiligheid van fietsers te verzekeren zal de nieuwe brug breder zijn dan de huidige”, laat minister Crevits weten. “We willen voldoende plaats cre�ren voor veilige fietspaden. Momenteel is de afdeling Expertise Beton en Staal een studie aan het maken. Dat gebeurt in overleg met zowel Wegen en Verkeer, die verantwoordelijk is voor de bovenbouw van de brug, als de NV Waterwegen & Zeekanaal, die verantwoordelijk is voor de onderbouw van de brug.” Volgens Crevits is het de bedoeling om ook deze werken eind dit jaar of begin volgend jaar aan te besteden.

Blij

In Waasmunster is men blij met het nieuws. Omdat de Durmebrug een gevaarlijke hindernis is voor wie het smalle fietspad gebruikt, werd vorig jaar al een rode coating aangebracht om het fietspad te accentueren. Ook kwam er een snelheidsbeperking van vijftig kilometer per uur tussen het kruispunt van de Rodendries en het kruispunt met de Pontravelaan. Op vraag van het Waasmunsterse gemeentebestuur zal het Gewest gekoppeld aan de heraanleg van de N446 ook een rotonde aanleggen aan het kruispunt met de Pontravelaan, de Roosenberglaan en de Kerkstraat.
(Kristof Pieters,Het Laatste Nieuws)

Zalig Paasfeest!

Daar is de lente, daar is de zon
Bijna, maar ik denk dat ze weldra zal komen.
De falus inpudibus staat al in bloei
En de blaadjes krijgen bomen.
(Daar is de lente, Jan De Wilde)

De bever is terug in Vlaanderen

De bever is terug in Vlaanderen. Het dier zelf laat zich niet vaak zien, maar de resultaten van zijn werkzaamheden zijn op sommige plaatsen duidelijk. De door bevers aangelegde dammen kunnen immers grote oppervlaktes land onder water zetten. In de commissie Leefmilieu beantwoordde minister Schauvliege een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer, die wou vernemen welke maatregelen voorzien waren om met bevers en hun invloed op het landschap om te gaan.
Het is uiteraard de bedoeling dat de bever blijft, maar de landbouwers verwachten wel dat het plan van de minister een evenwicht vindt tussen natuur en landbouw. Op die manier kan het draagvlak voor de aanwezigheid van de bever enkel maar verbreden. “Voor ons mag de bever blijven, maar de landbouw mag er geen schade van ondervinden,” is de stelling van de landbouwers die in Zandhoven vorig jaar te maken kregen met overstroomde akkers achter een beverdam.
Wij wachten met spanning op het aangekondigde actieplan!
__________
Vlaanderen zoekt geschikte leefgebieden voor de bever

Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) is momenteel, samen met de waterbeheerders, op zoek naar potentiële leefgebieden voor bevers. Men zoekt uit in welke gebieden eventuele conflicten met het aanwezige landgebruik zeer beperkt zijn. Momenteel wordt het aantal beverfamilies op 50 geschat. Volgens ANB wordt de ‘gunstige staat van instandhouding’ bereikt bij een populatie van 100 families oftewel 400 bevers in Vlaanderen.

De bever is terug in Vlaanderen. Het dier zelf laat zich niet vaak zien, maar de resultaten van zijn werkzaamheden zijn op sommige plaatsen duidelijk zichtbaar. De door bevers aangelegde dammen kunnen immers grote oppervlaktes land onder water zetten. In de commissie Leefmilieu beantwoordde minister Joke Schauvliege een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V), die wou vernemen welke maatregelen voorzien zijn om met bevers en hun invloed op het landschap om te gaan.

Het is uiteraard de bedoeling dat de bever blijft, “maar de landbouwers verwachten wel dat de minister een evenwicht vindt tussen natuur en landbouw”, benadrukt De Meyer. Op die manier kan het draagvlak voor de aanwezigheid van de bever enkel maar verbreden. “Voor ons mag de bever blijven, maar de landbouw mag er geen schade van ondervinden”, citeert het parlementslid de stelling van de landbouwers die vorig jaar in Zandhoven te maken kregen met overstroomde akkers achter een beverdam.

Minister Schauvliege legt uit dat het Agentschap voor Natuur en Bos momenteel een ‘beveractieplan’ ontwikkelt. Daarin worden twee sporen bewandeld: enerzijds in specifieke gebieden de (beschermde) bever alle kansen geven, en anderzijds ervoor zorgen dat in de overige gebieden preventief en milderend kan worden opgetreden om schade te voorkomen. Bij de totstandkoming van dat actieplan stelt de minister ‘overleg’ en ‘maximale maatschappelijke gedragenheid’ voorop.

Om de periode tot het actieplan te overbruggen, werden de nodige afspraken gemaakt met de beheerders van de onbevaarbare waterlopen. “Zo kunnen ze tijdig en in regel met het Soortenbesluit de nodige initiatieven nemen om plaatselijke wateroverlast te voorkomen”, verklaart Schauvliege. De dammen in Zandhoven zijn ondertussen bijvoorbeeld uitgerust met drainagebuizen zodat de negatieve invloed op de aanwezige graslanden wordt beperkt. Er is tevens een afspraak met de waterbeheerders om andere dammen, gelegen buiten Habitatrichtlijngebied, af te breken indien er risico bestaat op vernatting van landbouwgebied.

Eén van de reeds uitgevoerde punten uit het stappenplan is het bepalen van de ‘gunstige staat van instandhouding’ van de Europese bever voor Vlaanderen. Daarvoor is volgens ANB een verdubbeling nodig van de huidige beverpopulatie van een 50-tal families. De zoektocht naar geschikte leefgebieden is bezig. “De volgende stap is de consultatie van de betrokken actoren over de keuze van de leefgebieden en de maatregelenpakketten die we kunnen nemen om de populatie onder controle te houden”, kondigt Schauvliege aan.

Ondertussen zijn in overleg met de doelgroepen ook al belangrijke maatregelen afgesproken ter preventie van vraatschade aan gewassen en bomen. Die maatregelen vormen een onderdeel van een code van goede praktijk ter preventie van schade door soorten waarover in de loop van dit jaar door ANB een communicatiecampagne zal worden opgestart. (Vilt)