Vlaams Parlement zet zes anciens in de bloemetjes

In het Vlaams Parlement zijn woensdag zes ‘anciens’ in de bloemetjes gezet. Parlementsleden Mieke Vogels (Groen), Karim Van Overmeire (N-VA), Jos De Meyer (CD&V) en minister Jo Vandeurzen worden gehuldigd omdat ze 20 jaar op de parlementaire teller hebben, Dirk Van Mechelen (Open Vld) 25 jaar en Eric Van Rompuy (CD&V) zelfs 30.

Parlementsvoorzitter Jan Peumans sprak voor elk van de zes jubilarissen een lofrede uit. In tijden waarin een parlementair mandaat gemiddeld 8 à 9 jaar duurt, vormen de zes volgens Peumans stilaan een uitzondering. De zes jubilarissen kregen elk een ereteken en mochten nadien een dankwoord uitspreken.

CD&V’er Jos De Meyer blikt terug op het parcours dat hij als parlementslid heeft afgelegd in de Vlaamse assemblee. De Meyer werd door Peumans geprezen als een harde werker en dossiervreter, geen tafelspringer. Een stijl die De Meyer naar eigen zeggen ook niet meer zal veranderen.

De voorzitter:
Lofrede aan de heer Jos De Meyer voor zijn 20 jaar parlementair mandaat

Collega De Meyer, beste Jos, normaal zou u nu met uw commissie in Canada hebben gezeten. Is het uw geringe enthousiasme om te vliegen of is het uw verlangen om vandaag in het Vlaams Parlement gehuldigd te worden dat u niet vertrokken bent? Ik weet het niet, maar ik weet wel dat ik blij ben dat u hier vandaag bent.

Als jongste zoon uit een groot boerengezin ging u rechten studeren in Leuven. U volgde er vervolgens nog landbouweconomie, boekhouden en financiering aan de landbouwfaculteit, terwijl u al nationaal leider van de Katholieke Landelijke Jeugd was. In 1979 werd u directeur van het Technisch Instituut Sint-Isidorus in Sint-Niklaas, de landbouwschool , wat u bleef tot eind 1991, toen u senator werd. In 1995 werd u verkozen als Vlaams volksvertegenwoordiger. Vanaf 1989 zetelt u in de gemeenteraad van Sint-Niklaas. U was daar ook ruim 12 jaar schepen. Na de verkiezingen voor het Vlaams Parlement in 2009 hebt u er resoluut voor gekozen om die twee mandaten niet langer te combineren en u als schepen te laten vervangen. Als gemeenteraadslid blijft u echter dienstbaar in uw stad aanwezig. Uw stad: Sint-Niklaas. Uw streek: het Waasland. En hoewel u er niet geboren bent, bent u er trots op. Die verbondenheid met uw streek is een van de rode draden in uw carrière.

Uw curriculum vitae verklaart uw belangstelling voor de landbouw en uw ijver voor een leefbaar platteland: een platteland met veel open ruimte en met blijvende kansen voor een duurzame land- en tuinbouw. Maar u wilt ook een platteland met ruimte voor de mensen. Een platteland waar gezinnen wonen en werken, zich kunnen ontspannen en genieten.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat u zich binnen het Vlaams Parlement op dat gebied actief inzet, in de eerste plaats als voorzitter van de Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid, een commissie die trouwens sinds deze legislatuur een zelfstandige commissie is en niet langer een subcommissie. Ondertussen heb ik mij laten vertellen dat die commissie al een zekere reputatie verworven heeft: uw commissie vergadert op woensdagvoormiddag met de minister-president, en laat niemand op dat moment de minister-president claimen! Ik zie u lachen en bevestigend knikken. Maar ook buiten uw eigen commissie bent u bezig met de problematiek van de landbouw en het platteland via vragen aan onze ministers, bijvoorbeeld over de boetes in verband met de mestbank en over de toekomstige natuurcompensaties die samenhangen met de uitbreiding van de Antwerpse haven.

In veel dossiers komt uw bezorgdheid om het Waasland naar voren. Bezorgdheid over overstromingsgevaar bijvoorbeeld: ik noem de gevolgen van de verhoging van het waterpeil van het kanaal Gent-Terneuzen, het veiligheidsniveau in het Scheldebekken, de uitvoering van het Sigmaplan of nog, de aanleg van een potpolder in Kruibeke. U wordt wel eens de waakhond van het Waasland genoemd en in die ‘functie’ – als ik dat zo noemen mag –, houdt u zich bepaald niet alleen met landbouw en plattelandsbeleid bezig maar met alle domeinen, gaande van openbare werken en mobiliteit tot toerisme. Ik denk aan het mobiliteitsplan van Interwaas om de files op te lossen en de kwestie van verdubbeling van de Scheldebrug in Temse, maar ook aan uw strijd voor de uitbreiding van de veerdiensten tussen de beide Scheldeoevers en de vernieuwing van de veersteigers om het toerisme aan te zwengelen. U pleit voor een betere samenwerking tussen de Wase politici, over de partijgrenzen heen. En ik citeer: “De belangen van onze regio moeten in het parlement sterker verdedigd worden dan tot nog toe het geval was.” Daarmee verwees u onder andere naar het lot van Doel. De beslissingen van de Vlaamse Regering over de verdere ontwikkeling van de Waaslandhaven hebben u sterk geraakt. U hebt lang gehoopt dat Doel zou kunnen overleven. Uw aandacht ging daarbij vooral uit naar het erfgoed van het dorp en de getroffen landbouwgebieden.

Ik weid misschien iets te veel uit over landbouw en plattelandsbeleid en over uw verknochtheid met uw streek – ik begrijp die, want ik ken die verbondenheid zelf ook, met mijn eigen streek dan. Maar laten we niet vergeten dat u nog in een ander domein specialist bent, namelijk onderwijs. Niet verbazingwekkend, want als voormalig schooldirecteur bent u erg begaan met de schoolproblematiek.

Al vanaf begin 1992 bent u lid van de commissie Onderwijs. Ook toen al vond u dat “vrijheid en gelijkheid van onderwijs een uitdaging waren zodat alle leerlingen, ouders, leerkrachten en onderwijsinstellingen op een vergelijkbare en correcte wijze aan bod zouden komen en pleitte u voor een inhoudelijke herwaardering van het leerkrachtenberoep.” Het waren niet de gemakkelijkste jaren voor het onderwijs, meer bepaald de financiering ervan was nogal eens een probleem. Wie herinnert zich niet de zogenaamde ‘verborgen pot’ van 876 miljoen frank voor de basisscholen, te verdelen tussen het vrij onderwijs en het gemeenschapsonderwijs, verder de ‘midihervorming’ van het secundair onderwijs, het Tivoli-akkoord, de ‘Definitiestudie van de objectiveerbare verschillen’ van het bureau Deloitte & Touche, die de verschillen in kostprijs tussen scholen moest verklaren? U stelde dat het CVP-uitgangspunt was dat alle leerlingen gelijk zijn, in de betekenis van artikel 24 van de Grondwet. U wilde een doorzichtige financiering die ouders, leerlingen en scholen gelijk zou behandelen. Volgens u kon dat door voor iedere leerling te voorzien in een basissubsidie, te vermeerderen met extra’s op basis van objectief meetbare criteria.

Ook in verband met het optrekken van de uitstapleeftijd voor leerkrachten van 55 naar 58 jaar had u een eigen mening. U vond die optrekking een verkeerd signaal omdat het miskent dat leerkrachten een zwaar – want stresserend – beroep hebben. De laatste jaren gaat de discussie in Onderwijs vaak over de grootscheepse inhaalbeweging voor scholenbouw. In de kwestie van de lange wachtlijsten, de verschillende toelageregels of de publiek-private samenwerking was regelmatig uw stem te horen.

Collega De Meyer, beste Jos, u bent een van die typische hardwerkende parlementsleden. U bent geen tafelspringer, u verschijnt niet om de haverklap op tv, u komt misschien niet vaak in de krant, maar u bent, getuige onze statistieken, een bijzonder actief Vlaams parlementslid. U haalt een goed rapport als het gaat om initiatieven: voorstellen van decreet, interpellaties, actuele vragen en vragen om uitleg, interventies in commissievergaderingen en in plenaire vergaderingen. En ook in het Bureau van het Vlaams Parlement bent u als ondervoorzitter een waardevol lid. U bent een gedreven politicus, en als waardering voor uw inzet overhandig ik u met veel genoegen het ereteken. (Applaus)

– De voorzitter overhandigt de medaille aan de heer Jos De Meyer.

__________

Gelegenheidstoespraak Vlaams Volksvertegenwoordiger Jos De Meyer:

Viering naar aanleiding van 20 jaar Vlaams volksvertegenwoordiger – woensdag 22 mei 2013

Inleiding
Een viering vraag je niet, een viering weiger je niet. Het is een gelegenheid om even stil te staan, om terug te blikken, om vooruit te kijken en om te danken.
Toen ik als jongste lid van onze senaatsfractie startte in november 1991 was het nog de tijd van het dubbelmandaat (federaal parlement en Vlaamse Raad), je kreeg toen nog een legislatuur de tijd om je job te leren, je kwam in een senaatsdebat slechts tussen als het moment zogezegd geschikt was, de commissies verliepen nog achter gesloten deuren, de verslaggever maakte nog zelf het verslag, Janssens en Peeters werden niet vermeld in het verslag, wel “een lid stelde dat” en “een ander lid zei”, de fax zorgde voor de snelle communicatie, de apple-computer deed pas zijn intrede, gsm’s bestonden nog niet, het was nog de periode van het ambachtelijk werk.
Om de veertien dagen vergaderde de Vlaamse Raad in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Politici zonder zitdagen voor dienstbetoon bestonden niet.
De meeste senatoren droomden ervan om na de hervorming van de Senaat in de Hoge Vergadering te blijven, de federale Kamer was nog aanvaardbaar, maar het Vlaams Parlement – minachtend door sommigen de veredelde Vlaamse gemeenteraad genoemd – was voor sommige collega’s geen optie. Ik hoopte zelf wel om kandidaat te kunnen zijn bij de eerste rechtstreekse verkiezing van “ons” parlement, toen nog met arrondissementele in plaats van provinciale kieskringen.
Ik heb het steeds als een voorrecht beschouwd om volksvertegenwoordiger te mogen zijn. Een “jongensdroom” om mee gestalte te mogen geven aan een betere en meer solidaire samenleving, trouw aan mijn wortels.

Landbouw
Twee domeinen liepen steeds als een rode draad door mijn werk: landbouw en onderwijs. Als jongste van acht in een landbouwersgezin, als gewezen nationaal leider van de Katholieke Landelijke Jeugd, als voormalig directeur van een land- en tuinbouwschool, ben ik steeds bekommerd gebleven om deze uitdagende sector. Weinig sectoren uit ons economisch leven zijn de voorbije 50 jaar zo innovatief geweest. Het Europese en mondiale beleid zorgden voor volatiele markten, maar daarnaast legden de milieu- en natuurwetgeving, de volksgezondheid, het dierenwelzijn, de erfgoedbepalingen, de landschapszorg en vele andere bepalingen permanent bijkomende spelregels op. Maar “de boer hij ploegde voort”… Onze Vlaamse consument kreeg in ruil een rijk pakket aan gezond, veilig, gevarieerd, betaalbaar voedsel. De uitdagingen voor het komend Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn er niet geringer op geworden. Een wereldbevolking die de komende jaren nog met enkele miljarden mensen zal toenemen, zal moeten kunnen rekenen op een duurzame landbouw die op dezelfde oppervlakte voldoende voedsel produceert. In Vlaanderen wordt de landbouwoppervlakte dagelijks geringer, vandaar mijn blijvende zorg – gisteren, maar ook vandaag – bij de havenontwikkeling en de daarbij horende natuurcompensaties om zuinig, gefaseerd en doelmatig te werken. Ik was gecharmeerd toen wijlen ere-gouverneur André Denys in zijn boek “Mijn Ronde” schreef dat hij mij leerde kennen als collega-parlementslid die in de parlementaire havendebatten steeds de kaart trok van het behoud van de landbouwruimte. De gouverneur schreef: “Op het eerste gezicht leek dat defensief, maar persoonlijk heb ik die houding bij hem nooit ervaren als het afremmen van de onvermijdelijke economische groei maar eerder als het in stand houden van een gezond evenwicht.” André, bedankt voor dit compliment.

Onderwijs
Onderwijs was en blijft mijn andere grote bekommernis. ” Elk kind telt en verdient kansen. Kinderen en jongeren uitdagen om hun talenten maximaal te ontwikkelen.” Dit moet het basisprincipe zijn van elk onderwijsbeleid. Als gewezen directeur van een technische middelbare school heb ik de onderwaardering van ons meer beroepsgericht onderwijs vele malen aangeklaagd. Het is goed als scholen in hun informatie kunnen mededelen hoeveel procent van hun oud-leerlingen in het hoger onderwijs slagen, maar het is even belangrijk als andere scholen kunnen melden hoeveel procent van haar oud-leerlingen schitterende vaklui en technici zijn geworden. Ook zij zijn onmisbaar voor onze samenleving. Als jonge schooldirecteur had ik het voorrecht een volledige nieuwe school met bijhorende praktijkruimtes en serres aan de rand van mijn stad te bouwen. Na tien jaar voorbereiding door mijn voorganger en nog vier jaar onder mijn leiding, om nog te zwijgen over de moeilijke zoektochten naar de nodige financiële middelen, konden we de eerste steen leggen. Het was wijlen minister Daniël Coens die de school opende. Het was toen nog een project onder het zogenaamde Nationaal Waarborgfonds. Deze moeilijke zoektocht van het vrij onderwijs naar de financiële middelen om haar patrimonium ten dienste van onze kinderen te moderniseren, is mij in mijn parlementair werk blijven inspireren. Als ik een goede raad aan deze en volgende regering mag geven dan is het wel de volgende: “investeer wijs, dus voldoende in onderwijs”.

Dank
Je hebt ook al begrepen collega’s: mijn opdracht is nog lang niet vervuld. Alleen al in de twee domeinen die ik dagelijks opvolg, zijn de uitdagingen bijzonder groot. Maar ik mag deze viering niet laten voorbijgaan zonder iedereen te danken die dit voor mij heeft mogelijk gemaakt. Voorzitter, ik dank vooreerst al mijn collega’s, zowel van mijn als van de andere fracties; ik dank het personeel van het Vlaams Parlement, van griffier tot bodes, ik dank de vele mensen uit het middenveld die ons mede inspireerden, ik dank mijn voormalige en huidige medewerkers, ik dank mijn familie en gezin, mijn echtgenote en kinderen.
Voorzitter, collega’s, goede vrienden en familie, ik heb nooit de grote woorden gezocht, ik heb geprobeerd steeds mezelf te blijven zonder theatraal gedoe, wél plichtsbewust. Ik ga vandaag dus ook niet van stijl veranderen en jullie overstelpen met goede raad. Ik sluit af, niet in het Latijn, wél met een citaat van de Romein Seneca in mijn moedertaal: “Er bestaat geen gunstige wind voor een schip dat zijn bestemming niet kent.”

Jos De Meyer

Saeftinghezone blijft landbouwgebied zolang Saeftinghedok economisch niet noodzakelijk is

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer is niet blind voor de economische ontwikkeling en het belang van de zeehaven Antwerpen maar hij pleitte nogmaals voor een gefaseerde aanpak waarbij rekening gehouden wordt met de reële economische ontwikkelingen. Hierbij het antwoord van minister-president Kris Peeters, tevens bevoegd voor Landbouw.
__________

“Landbouwgrond zo veel en zo lang mogelijk behouden”

Minister-president Kris Peeters verzekert Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer dat er een objectieve evaluatie komt van de natuurontwikkeling als compensatie voor de uitbreiding van de Antwerpse haven. Als daaruit blijkt dat de natuurdoelstellingen gehaald worden zonder de fase-2-gebieden Muggenhoek en Nieuw Arenberg als natuur in te richten, dan blijft dit agrarisch gebied behouden.

Op 30 april kwam de Vlaamse regering een tweede maal samen om de beslissing over de havenuitbreiding te bekrachtigen. “Er is ingegaan op onze vraag om een eerlijke evaluatie van de natuur- en havenontwikkeling, die toelaat op een objectieve manier te beslissen in hoeverre de inname van vruchtbare grond op de Nieuw Arenbergpolder en de Muggenhoek nodig is”, zegt CD&V-parlementslid Jos De Meyer, die zich het lot van de land- en tuinbouwers in de regio aantrekt.

Toch wou De Meyer van de minister-president zelf horen dat het landbouwgebruik van Nieuw Arenbergpolder en Muggenhoek mogelijk gevrijwaard wordt. “De Vlaamse regering besliste om elke 5 jaar, en voor het eerst in 2017, een objectieve evaluatie te laten doorvoeren van de stand van de havenontwikkeling en de natuurcompensaties, in functie van de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen”, schetst Kris Peeters. Als de instandhouding van de speciale natuurbeschermingszone gewaarborgd is zonder Muggenhoek en Nieuw Arenberg-fase 2 als natuur in te richten, dan blijft de bestemming agrarisch gebied.

Zolang Doelpolder Midden niet fysiek in gebruik genomen wordt voor natuurontwikkeling of bijhorende infrastructuren, kunnen de gronden verder in gebruik blijven voor landbouw. Peeters voegdt daar expliciet aan toe dat de Vlaamse regering er voor opteerde om ongewenste effecten op nog resterende landbouwgebieden te vermijden. Voor het gebied van de Grote Geule, en de voorziene aanleg van een stuw, geldt bijvoorbeeld dat de regering wil vermijden dat de omliggende landbouwpercelen vernatten.

“In mijn functie van minister van Landbouw heb ik alles gedaan om de havenuitbreiding aanvaardbaar te maken voor de landbouw”, alsnog Kris Peeters. “Ik weet dat dit hevige reacties heeft uitgelokt na de eerste beslissing. Met de tweede en definitieve beslissing heeft de Vlaamse regering alles uit de kast gehaald om maximaal tegemoet te komen aan de verzuchtingen van de landbouwers aldaar.” (Vilt)

Groen licht voor geluidsschermen Temse – Velle!

“Op 26 september 2012 werden geluidsmetingen ter hoogte van verschillende straten in Temse – Velle langs de autosnelweg E17, uitgevoerd. Het geluidsniveau varieert tussen 60,4 dB in de Eigenlo tot 73,9 dB in de Elsstraat,” antwoordde minister voor Openbare Werken Hilde Crevits op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.

De meetresultaten werden op in november 2012 met de gemeente Temse besproken. Op vraag van de gemeente Temse werden de lengtes van de schermen berekend. Er werden 2 varianten berekend.
Een eerste waarbij de woningen tot op 100 m van de snelweg meegenomen worden (lengte 1,2 km scherm).
Een tweede waarbij de woningen tot op 250 m van de snelweg meegenomen worden (lengte 2,5 km scherm).

Op 15 april heeft de gemeente Temse beslist om de nodige budgetten voor de bijdrage van de gemeente in dit project in functie van variant twee op middellange termijn te voorzien. Binnen de beschikbare budgetten wordt dit project ingepast in het indicatief meerjarenprogramma van het Agentschap Wegen en Verkeer.

Samen met de omwonenden en het gemeentebestuur van Temse hoopt Jos De Meyer dat minister Crevits bij het opstellen van de volgende begroting de nodige middelen vrijmaakt voor deze geluidsschermen.

Mannen in het onderwijs? Enkel nog in jobs met status…

De verhouding tussen aantallen mannen en vrouwen verschilt naargelang het onderwijsniveau, maar zowel in de basisschool als in het secundair onderwijs wordt het korps vrouwelijker naarmate oudere leerkrachten met pensioen gaan. In het gewoon lager onderwijs gaat het snel: acht jaar geleden waren nog 18,1 van de leerkrachten mannen, nu is hun aandeel al gezakt naar 14,2%. In het secundair onderwijs gaat de vervrouwelijking aan een iets lager tempo: het aandeel mannelijke leerkrachten is daar op ongeveer tien jaar tijd van 42% naar 39% gedaald. Dat antwoordde minister Smet van Onderwijs op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer.

Volgens de minister zijn binnen het onderwijs net als in de ruimere arbeidsmarkt de vrouwen oververtegenwoordigd bij de deeltijdse opdrachten. In de basisschool zijn 87% van de deeltijdse werknemers vrouwen, hun aandeel is daar nog groter dan de 85,8% die ze hebben in het totaal. In het gewone secundair onderwijs is de verhouding tussen mannen en vrouwen bij de deeltijdsen echter zo goed als identiek aan de verhouding bij de fulltimers.
Tewerkstelling in een deeltijdse functie is niet steeds een bewuste keuze, stelt de minister. Scholen hebben vaak geen volledige opdracht ter beschikking, en het is zeer goed mogelijk dat meer vrouwen dan mannen geneigd zijn om daar genoegen mee te nemen. Bij de studenten die beginnen aan een lerarenopleiding zijn de vrouwen al sterk oververtegenwoordigd, en ze hebben ook minder problemen om hun diploma te halen. Zowel vrouwelijke als voor mannelijke afgestudeerde leerkrachten kunnen tegenwoordig ook elders terecht dan in het onderwijs. Als de scholen enkel deeltijdse en tijdelijke jobs kunnen aanbieden, zullen vooral mannelijke afgestudeerden sneller werk zoeken buiten het onderwijs.
Er moet op zeer korte termijn hoe dan ook een beleid komen dat jonge leerkrachten aan de slag kan houden voor een heel schooljaar, vindt De Meyer. Zelfs los van de grote plannen voor scholenassociaties moet het mogelijk zijn om daar concrete verbeteringen te doen. Het groeiende genderonevenwicht toont aan dat de aantrekkelijkheid van het beroep achteruitgaat.
De status van een professor of een directeur is wel hoger dan die van een leerkracht. Het is dan ook niet eigenaardig dat het hoger onderwijs voor de verhouding mannen/vrouwen een totaal ander beeld geeft: aan de universiteiten zijn de mannen met 55% globaal wel nog in de meerderheid. Maar dat komt vooral door hun oververtegenwoordiging in de beroepen met de hoogste status: het professorenkorps bestaat voor 76,5% uit mannen, terwijl ze bij het “assisterend academisch personeel” in de minderheid zijn met 47%. Als je over het geheel van het onderwijs het bestuurspersoneel bekijkt, is van de voortsnellende vervrouwelijking weinig te merken. Enkel in de basisscholen en in de opleidingen verpleegkunde zijn de vrouwelijke directeurs in de meerderheid. In het secundair onderwijs, het hoger onderwijs en het deeltijds kunstonderwijs is de directeur meestal nog steeds een man. De schaalvergroting die minister Smet in het leerplichtonderwijs wil doorvoeren, zou het aandeel van de mannen op bestuursniveau zelfs nog kunnen doen toenemen, vreest de minister zelf, die verwijst naar de situatie in andere landen, bv het Verenigd Koninkrijk.
De bestaande “genderkloof” tussen het korps op de werkvloer en “het management” moet zeker niet verder toenemen. Er zijn geen wetenschappelijke aanwijzingen dat de kwaliteit van het onderwijs zou verminderen door een toename van vrouwelijke leraren, maar beroepsactieve mensen werken blijkbaar liefst in organisaties met een genderevenwicht.
Er bestaat sinds oktober vorig jaar een plechtige verklaring over gender en seksuele geaardheid dat gendermechanismen en stereotypen moet tegengaan, maar zonder een plan dat jonge leerkrachten een jaar werkzekerheid kan bieden, heeft dat weinig kans op effect, vindt De Meyer. Dan stevenen we dan af op een situatie waar mannen in het onderwijs enkel nog te vinden zijn in jobs met status. En dat geldt blijkbaar niet meer voor het lesgeven zelf, hoewel dat op school nog steeds het allerbelangrijkste is.
_________

De meester sterft uit

Ondanks inspanningen om de job van leerkracht aantrekkelijker te maken bij mannen, neemt de vervrouwelijking van het onderwijs verder toe. In het lager onderwijs is nog amper een op de zeven onderwijzers mannelijk. Dat blijkt uit een antwoord van Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a) op een parlementaire vraag van Jos De Meyer (CD&V). Het is vooral onrustwekkend met welke snelheid de mannen verdwijnen uit de klaslokalen. Tien jaar geleden was nog bijna een op de vijf leerkrachten in het lager onderwijs een man. In het secundair onderwijs gaat de evolutie iets trager, maar is de opmars van leraressen ook merkbaar. In het schooljaar 2003-2004 waren er nog 42 procent mannelijke leerkrachten, vorig jaar was dat gedaald naar 39 procent. En de mannen die er zijn, gaan vaak richting pensioen. Bij de zestigplussers is nog een op de vier leerkrachten in het basisonderwijs een meester, bij de jongste groep, de 20- tot 24-jarigen is dat niet eens meer een op de tien. De mannen die er zijn kiezen daarenboven vaker voor bestuursfuncties op directieniveau.(Kim Herbots, De Morgen)

Aardbeien betoveren Melsele

Al voor de 51ste keer staat het normale leven in Melsele even stil en draait alles vijf dagen lang rond de aardbei. Ook de weergoden vieren mee, want de eerste twee dagen van de Aarbeifeesten konden de organisatoren alvast rekenen op een lentezonnetje, en dat bracht veel volk op de been.(PVL)

Naar jaarlijkse gewoonte was ik aanwezig.
Op de foto samen met minister Geens, schepen Dirk Van Esbroeck en de aarbeiprinses.

Werken ter ontsluiting van het bedrijventerrein Woestijne in Aalter nog dit jaar van start!

“Volgens de huidige inzichten wordt de start van de werken op het terrein voorzien voor eind 2013.
De totale raming voor de bouw van de brug bedraagt ca. 4,6 miljoen euro, excl. BTW.
Het bestek is in afwerking en de aanbesteding van het dossier is gepland voor medio 2013,” Vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer van minister Crevits.

Het RUP dat de bouw van de brug moet mogelijk maken (genaamd ‘Regionaal bedrijventerrein Aalter met het oog op de optimalisatie van de mobiliteit door de aanleg van een brug’), werd op 18 juli 2012 door de bevoegde minister goedgekeurd. De onteigeningsprocedure is momenteel lopende.

De werken omvatten de bouw van de Woestijnebrug over het Kanaal Gent-Oostende te Aalter ter ontsluiting van het bedrijventerrein Woestijne via het bedrijventerrein Lakeland, met inbegrip van de aanleg van wegenis en groenaanleg.

Vlaanderen verdedigt de Europese suikerregeling

De Europese Commissie stelt voor om de suikerquota in 2015 te laten verdwijnen. Anderen pleiten voor het behoud ervan tot 2020. CD&V-parlementslid Jos De Meyer constateert dat de verdeeldheid tussen Commissie, Parlement en lidstaten groot is en ondervroeg Kris Peeters. Vlaanderen ondersteunt de vraag tot behoud en hecht veel belang aan het voortbestaan van interprofessionele akkoorden.

Jos De Meyer prijst in zijn vraagstelling de “goede, intense en dus voorbeeldige samenwerking tussen de suikerbietplanters en de suikerfabrieken in Vlaanderen”. Het behoud van de quota is een economische noodzaak, stellen de telersverenigingen. Anderen oordelen dat het afschaffen ervan net een kans zou kunnen zijn. “Het behoud van het systeem van interprofessionele samenwerking blijft in elke situatie ongetwijfeld belangrijk”, meent De Meyer.

De discussie over de suikerquota wordt op Europees niveau als politiek gevoelig beschouwd. Enerzijds zijn er 14 lidstaten die tegen de afschaffing in 2015 zijn en het behoud, bij voorkeur tot 2020, steunen. Behalve België gaat het ook om Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Polen, Hongarije, Finland, Spanje, Portugal, Griekenland, Slovakije, Litouwen, Roemenië en Kroatië. Anderzijds zijn er acht lidstaten die akkoord gaan met een vroege afschaffing van de quota.

“Tijdens de landbouwraad van 19 maart hebben de lidstaten aan de Raad het mandaat gegeven om tijdens de trilogen een verlenging van twee jaar van de suikerregeling, tot 30 september 2017, te bepleiten”, vertelt minister-president Kris Peeters. Vlaanderen ondersteunt de vraag tot behoud van de suikerregeling met enkele jaren. “Op deze manier kan de suiker(biet)sector plannen maken op langere termijn en zich voorbereiden op een tijdperk zonder quota. Vlaanderen pleit echter vooral voor het behoud van een sterke interprofessionale werking, gesteund op gedetailleerde bepalingen betreffende de aankoopvoorwaarden voor suikerbieten.”

Telers zitten immers in een afhankelijke positie omdat de ongeveer 8.200 suikerbietplanters in ons land hun bieten moeten afzetten bij nog slechts twee suikerfabrieken. De interprofessionele bepalingen moeten volgens Kris Peeters ook na 2020 behouden blijven. “Immers, enkel mits goede interprofessionele afspraken, verankerd in een Europees kader, mits het behoud van een zekere bescherming aan de EU-grens en mits het voortbestaan van het nodige vertrouwen en respect tussen de partners van de suiker(biet)sector kan een afschaffing van de suikerquota op termijn opportuniteiten scheppen.” (Vilt)

Rerum Novarum in Sint-Niklaas

Vorige week was ik graag aanwezig op de Rerum Novarumviering in mijn stad. Het was duidelijk dat de rol van het ACW in het maatschappelijk en politiek leven niet voorbij is, integendeel!
Samen met gastspreker, Senator Etienne Schouppe op de foto met GUSTA (symbool voor de strijd tegen de armoede).

Scheldeveer Driegoten krijgt vlottende steiger

Hamme

De bestaande steiger van het veer Driegoten in Hamme, dat de verbinding maakt met Weert (Bornem), wordt vervangen door een nieuw vlottende exemplaar.

Dat heeft Vlaams minister van Openbare Werken Hilde Crevits (CD&V) geantwoord op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V).

Dit project wordt nog dit jaar aanbesteed, zodat de werken begin 2014 kunnen starten. De werken, waarvan de kostprijs geraamd wordt op 750.000 euro exclusief BTW, duren ongeveer anderhalf jaar. Het veer van Driegoten naar Weert is een van de vijf veerdienst op grondgebied Hamme.

Het gaat om één veer over de Durme naar Tielrode en vier veren over de Schelde met naast Weert ook overzetten naar Mariekerke , Sint-Amands en Baasrode. Het veer van Weert werd reeds eerder vernieuwd en vervangen door een vlottend veerpont. (WO, Gazet van Antwerpen)

Nieuwe stuwsluizen op Dender pas vanaf 2014

Geraardsbergen/Aalst/Ninove
Minister Hilde Crevits (CD&V) zegt dat eind dit jaar de werken voor de vernieuwing van de stuwen in Aalst en Geraardsbergen worden aanbesteed, in 2014 kan dan wellicht met de al lang beloofde werken worden begonnen. De nieuwe stuwen vormen een onderdeel van waterwerende ingrepen in de nasleep van de grote overstroming van eind 2010. Crevits liet aan Vlaams volskvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) ook nog weten dat er dit jaar waterkeringen komen in Ninove, Geraardsbergen en Roosdaal.

Het gaat om blokken van het zogenaamde New Jersey-type. Vlaams volksvertegenwoordiger Vera Van Der Borght (Open VLD) meent echter dat het allemaal nogal lang duurt. ‘De minister kondigt steeds maar maatregelen aan voor een structureel aanpakken van de wateroverlast in het Denderbekken. Er zijn de geplande investeringen in nieuwe stuwen en dijkwerken zoals in Overboelare. Een aantal zaken zijn intussen in beweging gezet maar de procedures en plannen vorderen heel traag. Elke keer worden deadlines verschoven.’ (jlg, Het Nieuwsblad)

Onderwijsinfrastructuur moet blijven renderen voor onderwijs.

In het gemeenschapsonderwijs komt weinig of geen leegstand voor, antwoordde minister Smet van Onderwijs aan Vlaams parlementslid Jos De Meyer op zijn vraag daarover. Onderwijsinfrastructuur kan wel voor maximaal 9 jaar ter beschikking gesteld worden aan verenigingen of vzw’s, en de eventuele opbrengsten daarvan moeten een onderwijsbestemming krijgen.
“Leegstand” is natuurlijk relatief, vindt De Meyer, die het voorbeeld aanhaalt van de vestiging Terbiest te Sint-Truiden. De hoofdschool is in Hasselt gevestigd, en in Terbiest is inderdaad geen leegstand. Er volgen minder dan 20 leerlingen les op een terrein van meer dan 10 hectare, met 3 voetbalvelden, 4 overdekte petanquevelden, 42 petanquevelden in openlucht, een boogschutterslokaal met 8 banen, 8 banen voor karabijnschieten, geweerschieten en revolverschieten, 1 hondensportterrein en 1 polyvalent veld, en de accomodaties worden aangeprezen op de website “Uit in Sint-Truiden”.

Vooral in het gemeenschapsonderwijs zitten leraars “in de kelder”

Geen prestaties mogen leveren, toch betaald worden.

In het Vlaamse onderwijs vreest men op zeer korte termijn voor een toenemend lerarentekort. Toch zijn er benoemde personeelsleden die geen taak mogen uitvoeren. Het gaat niet om mensen die verhinderd zijn of in ziekteverlof, maar over personeelsleden die volgens hun schoolbestuur “in het belang van de dienst” beter thuisblijven dan hun opdracht op school uit te oefenen. Tijdens het huidige schooljaar is daar meer dan 1,7 miljoen euro voor uitgetrokken. Meer dan 1,3 miljoen euro daarvan komt voor rekening van het gemeenschapsonderwijs. Dat antwoord kreeg Vlaams parlemenstlid Jos De Meyer van minister Smet van Onderwijs op zijn vraag hierover.

Het gaat hem niet om personeelsleden die een negatieve evaluatie hebben gekregen of die betrokken zijn in een tuchtprocedure, maar om benoemde personeelsleden die door hun schoolbestuur op non-actief gezet worden voor onbepaalde tijd, met op zijn minst twee jaar volledig behoud van wedde.
Via de “terbeschikkingstelling in het belang van de dienst” kan een school de goede orde herstellen als een personeelslid problematisch functioneert. Wat dat problematisch functioneren inhoudt, wordt bepaald door het schoolbestuur. Het moet niet omschreven worden.
Een schoolbestuur dat iemand “in het belang van de dienst” op non-actief plaatst met behoud van wedde, moet daar bovendien geen reden voor opgeven aan de administratie. Het is dus perfect mogelijk dat een schoolbestuur en een bepaald personeelslid onderling akkoord gaan over een periode ongemotiveerde langdurige afwezigheid met behoud van wedde.
Soms past een schoolbestuur de maatregel toe, terwijl het personeelslid gewoon wil blijven werken. Verscheidene betrokken personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hebben daarom tegen hun terbeschikkingstelling gereageerd bij de Kamer van Beroep, maar die is volgens de Raad van State niet bevoegd terzake.
Wie het systeem kent, gebruikt soms de term “leraars in de kelder” voor personeelsleden die op deze manier weggehouden worden uit de dienst. Het systeem wordt meest toegepast in het Gemeenschapsonderwijs. Tijdens schooljaar 2012-2013 was in het GO! sprake van 21 “personeelsleden in de kelder”, tegenover 2 in het vrije onderwijs.
“Het feit dat de terbeschikkingstelling in het belang van de dienst niet moet gemotiveerd worden en dat de beroepsprocedure niet vastligt, is op zijn minst dubieus,” vindt De Meyer. “in het onderwijs zijn we constant op zoek naar geld, en via deze weg wordt geld besteed dat niet rendeert. Het is ook opmerkelijk dat in het gemeenschapsonderwijs met ongeveer 17% van de leerlingen bijna 78% van de kosten van dit systeem voor zijn rekening neemt.” Na intern overleg met zijn administratie ging minister Smet akkoord met de stelling dat de TBS ambstontheffing best zo snel mogelijk kan opgeheven worden. De lopende terbeschikkingstellingen in het belang van de dienst kunnen echter enkel beëindigd worden door de schoolbesturen zelf, of door de Raad van State. De minister kan daar in principe niet in tussenkomen.
__________
Leerkrachten op non-actief, maar wel betaald

‘Dit stelsel wordt best zo snel mogelijk opgeheven. Maar we hebben nog geen voorstel gekregen’

Op non-actief, met behoud van wedde en zonder dat de overheid de reden moet kennen? Het bestaat in het onderwijs. Koepels, vakbonden en de minister willen er van af.

BRUSSELHaal eens een leraar uit de kelder. Die kelder, dat is de schertsende naam voor de ‘terbeschikkingstelling (tbs) wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst’.

Een hele mondvol voor een systeem dat toestaat leerkrachten voor onbepaalde duur op non-actief te zetten, met twee jaar behoud van de wedde, nadien met een wachtgeld dat overeenkomt met het vervoegd pensioen.

Het is een ordemaatregel waarmee een school van een moeilijk iemand af kan raken, zonder de klassieke twee wegen te bewandelen: de tuchtprocedure of de negatieve evaluatie, die heel omslachtig zijn. Handig: de schoolbesturen moeten de motivering voor de maatregel niet eens doorgeven aan de overheid.

Als we het aan de onderwijsmensen vragen, zeggen ze dat het vaak gaat om mensen met een ‘probleem’ dat hun functioneren verstoort. Een drankprobleem, verslaving, depressie. In een fase voor het zodanig ernstig wordt dat ze op het ziekenfonds belanden.

‘Er zijn gevallen bekend waar dit in samenspraak is gebeurd met het personeelslid, vaak om erger te voorkomen en om snel een problematische situatie op te lossen’, zegt Raf De Weerdt van de socialistische vakbond ACOD.

Het ging soms om oneigenlijk gebruik, zoals een directeur diefin de carrière is en het op een akkoordje gooit met zijn bestuur om er vanonder te muizen. Maar evengoed is het personeelslid het er niet mee eens en wordt de maatregel aangevochten.

Deze vorm van tbs is een reliek uit de jaren zeventig en ontworpen voor toen nog het Rijksonderwijs, vandaag het GO!.

Niet verwonderlijk dus dat het merendeel van de mensen die in het systeem zitten – 21 – uit het GO! komt. En hoewel het eigenlijk niet kan, hebben toch 2 leerkrachten van het vrij en 4 van het officieel gesubsidieerd onderwijs er ook gebruik van gemaakt.

Opgeschort

Alles samen zitten er 28 mensen (leerkrachten of directeurs) op dit moment in het stelsel.

Dat zijn er niet veel. Maar toch, het kost de overheid aan lonen 1,7 miljoen euro. Het systeem ligt dan ook onder vuur.

‘In tijden van tekort aan leerkrachten en besparingen kun je dit niet laten voortbestaan,’ vindt Jos De Meyer, Vlaams volksvertegenwoordiger voor CD&V, die de cijfers over deze tbs opvroeg.

Ook de Vlaamse minister van Onderwijs, Pascal Smet (SP.A), vindt dat het stelsel ‘best zo snel mogelijk opgeheven wordt’.

Het is dit schooljaar alvast opgeschort. In afwachting van een alternatief. Maar dat is er nog niet. ‘We hebben nog geen voorstel van de onderwijsverstrekkers gekregen’, zegt Smet.

‘Ook voor ons hoeft het niet in stand gehouden worden, maar wij vragen wel dat er een derde weg mogelijk blijft bestaan, naast de tuchtprocedure en de negatieve evaluatie,’ zegt Sarina Simenon, woordvoerster van het GO!.

Schaf het maar af, zegt behalve de ACOD ook Jos Van Der Hoeven, secretaris-generaal van de christelijke onderwijsbond COC, ‘wij vinden het niet kunnen dat scholen zich willekeurig van mensen kunnen ontdoen’. ‘Er is echt behoefte aan een alternatief. Stel dat het gaat om mensen die psychisch ziek zijn. Die moet je niet straffen maar een uitweg bieden.'(Tom Ysebaert, De Standaard)

Carrouselvervangingen voor schooldirecties mogelijk?

In het Vlaamse onderwijs kan een leerkracht reglementair vervangen worden zodra hij of zij meer dan 10 werkdagen afwezig is. Directeurs kunnen echter vanaf de eerste dag vervangen worden, omdat de aanwezigheid van een directeur op school in sommige periodes onmisbaar is. Zeker in de maand juni moet een directeur deliberaties leiden en alle leerlingenattesten ondertekenen.

Het meest logisch is dat een afwezige directeur vervangen wordt door iemand van de eigen school, maar als dat gebeurt, kan het personeelslid dat de directeur vervangt, zelf pas vervangen worden na 10 werkdagen, en in juni is het bovendien volledig onmogelijk, hoewel het probleem in die examenmaand net het grootst is. Vervangen van een leraar in juni is immers niet mogelijk.

Daarom vroeg Vlaams parlementslid Jos De Meyer aan minister Smet van Onderwijs of in de nabije toekomst “carrouselvervangingen” voor directeurs mogelijk zouden worden, zodat een personeelslid dat een vervanging doet van zijn of haar directeur ook voor kortere periodes in juni zou kunnen worden vervangen. Concrete plannen daarover had de minister nog niet, maar hij zou de denkpiste wel laten onderzoeken.

Vrijheid van onderwijs mag niet leiden tot averechtse neveneffecten

Vlaams parlementslid Jos De Meyer is een verdediger van de vrijheid van onderwijs, maar stelt zich wel vragen bij de budgettaire gevolgen van sommige interpretaties ervan.
Een school wordt georganiseerd met een pakket lesuren. Elk jaar wordt dat berekend op basis van de leerlingenaantallen van het jaar voordien. De gewone procedure bestaat erin “de tering naar de nering te zetten” : als een school minder leerlingen heeft, krijgt ze het jaar daarop minder lesuren en moet ze dus ook minder groepen organiseren en met minder personeel werken.
Voor specifieke situaties worden echter minimumpakketten voorzien: die zijn bedoeld om scholen te helpen die in een bepaalde regio noodzakelijk zijn om de “vrije keuze” in stand te houden of om in Brussel het Nederlandstalig aanbod te kunnen behouden als het leerlingenaantal tijdelijk terugvalt.
Vlaams parlementslid Jos De Meyer vroeg aan minister Smet van onderwijs meer informatie over die minimumpakketten in de verschillende netten, en deed enkele opmerkelijke vaststellingen.
Tijdens het lopende schooljaar 2012-2013 wordt (geschat) bijna 17 miljoen euro besteed aan minimumpakketten. 13,5 miljoen daarvan wordt gebruikt in het gemeenschapsonderwijs, en 2,3 miljoen in het vrij gesubsidieerd onderwijs. Die verhouding is opmerkelijk, als men weet dat het vrije onderwijs ongeveer 75% van het totale aantal leerlingen herbergt.
Ook bij het aantal scholen dat gebruik maakt van minimumpakketten is het gemeenschapsonderwijs in de meerderheid: van de 87 scholen die in 2012-2013 minimumpakketten krijgen, zijn er 63 athenea van het gemeenschapsonderwijs.
Van 2008 tot nu blijft het aantal scholen dat van minimumpakketten gebruik maakt ongeveer gelijk, maar het aantal lesuren dat ermee “bijgemaakt” wordt, stijgt. In schooljaar 2008-2009 ging het om 20151 uren op basis van minimumpakketten (6477,2 meer dan de betrokken scholen via de gewone berekening zouden krijgen). In 2012-2013 was dat aantal verhoogd tot 22.862 (6882,55 meer dan met de gewone berekening)
Het valt ook op dat bepaalde scholen jaar na jaar gebruik blijven maken van minimumpakketten. Het gaat hem daarbij zeker niet altijd om scholen in afgelegen gebieden of in regio’s met afnemend bevolkingsaantal. Sommige scholen krijgen via minimumpakketten zelfs meer dan het dubbel van het urenpakket waar ze volgens de gewone normen recht op zouden hebben. Soms gaat het daarbij om afgesplitste kleinere scholen, die wel een apart schoolnummer hebben maar die in de praktijk deel uitmaken van een groter geheel. Minimumpakketten worden echter per schoolnummer toegekend.
De huidige regelgeving over urenpakketten maakt het zeer verleidelijk om (te) dun bevolkte studierichtingen in stand te houden en om leerlingen zo te oriënteren dat de school er meest baat bij heeft. In het huidige systeem is het immers zeer goed mogelijk dat een school met recht op minimumpakketten lesuren verliest als ze leerlingen wint.
Als de urenberekening iets meer lineair was, zou de verleiding wel kleiner zijn, denkt De Meyer. Het feit dat je uren kunt verliezen door een leerling meer in te schrijven komt echter niet uit een verhaal van Kafka, maar uit de regelgeving van het Vlaamse onderwijs. Een verfijning en nuancering van het systeem van de minimumpakketten vergt uiteraard een breed voorafgaand overleg, maar zou wel heel wat besparingen kunnen opleveren. De vrijgekomen middelen zouden onder meer gebruikt kunnen worden om jonge leerkrachten een jaar rechtszekerheid te geven in ingroeibanen als stagiair.

De renovatie van de Maaltebrug in Gent nog dit jaar van start!

“De Maaltebrug wordt volledig gestript en structureel gerenoveerd.
De uit te voeren werken betreffen de vernieuwing van: de gecorrodeerde externe spankabels; de oplegtoestellen; de brugdekvoegen; de afwatering; het asfalt op wegenis en fietspad; het voetpad; de leuningen op brug en brughellingen. Het metselwerk op de landhoofden wordt verwijderd en vervangen door een bepleistering,” deelde minister voor Openbare Werken Hilde Crevits mee aan Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer als antwoord op één van zijn schriftelijke vragen.

Deze werken worden afgestemd op de heraanleg van het aanliggende kruispunt “De Sterre”. De werken zullen dit najaar starten en vermoedelijk een zestal maanden in beslag nemen.

De kostprijs van deze werken wordt thans geraamd op 1,2 mio. euro, excl. BTW voor Waterwegen en Zeekanaal NV (beheerder onderbouw) en 300.000 euro, excl. BTW voor het Agentschap Wegen en Verkeer (beheerder bovenbouw).

Op vlak van minder-hinder werd bij de omliggende bewoners een nieuwsbrief bezorgd. Op 21 maart jl. werd een infomarkt gehouden om alle gebundelde werken in de regio aan de betrokkenen toe te lichten. De komende weken wordt het bestek gefinaliseerd, waarna de publicatie en aanbesteding kunnen volgen.