Protocolakkoord voor leningen in scholenbouw

De Vlaamse regering heeft met de banken een nieuw akkoord gesloten over het waarborgen van lang- lopende leningen voor de bouw van scholen in het vrij gesubsidieerd onderwijs. Ze wil zo tegemoet komen aan de infrastructuurnoden in het onderwijs. Dat heeft minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a) in het Vlaams Parlement geantwoord op een vraag van Jos De Meyer (CD&V). Vlaams minister van Financiën Philippe Muyters (N-VA) moet nog zijn handtekening zetten. (De Tijd)

De vraag is natuurlijk of de realiteit zo eenvoudig is als het antwoord van minister Smet!?

Wordt vervolgd…

Het volledige verslag kan u lezen binnenin.

Handelingen Plenaire Vergadering van 26 juni 2013

Actuele vraag van de heer Jos De Meyer tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over scholenbouw en gewaarborgde leningen

Voorlopig verslag
Nog niet goedgekeurd door de sprekers
Niet citeren zonder de bron te vermelden

De voorzitter:
De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer:
Voorzitter, ik heb even geaarzeld aan welke minister ik deze actuele vraag zou stellen. Uiteindelijk heb ik dan toch maar gekozen voor de vakminister Onderwijs.

Minister, scholen uit het vrij gesubsidieerd onderwijs kunnen bij het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) terecht, enerzijds voor de subsidiëring van hun infrastructuur voor 60 of 70 procent, anderzijds voor leningen voor 30 of 40 procent. Op dit moment worden de dossiers afgehandeld die ingediend werden in de tweede helft van 2001. Onnodig daaraan toe te voegen dat het over een immens lange wachtlijst gaat.

Bijkomend probleem: sinds maanden weigeren de banken om nieuwe langlopende leningen voor schoolinfrastructuur af te sluiten. Reeds enkele jaren is het protocolakkoord met de banken vervallen. Blijkbaar verlopen de onderhandelingen via de federatie van de Belgische financiële sector (Febelfin) uitermate – om niet te zeggen: tergend – traag. Het is bijzonder belangrijk – want de toestand wordt onhoudbaar, minister, dat weet u – dat er nog voor het reces een doorbraak komt in het dossier. Kunnen we daarop rekenen?

De voorzitter:
Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet:
Wat mij betreft wel, mijnheer De Meyer. Ik heb mijn werk gedaan. We hebben inderdaad met Febelfin en AGIOn en andere onderhandeld. Dat werd afgerond met een nieuw protocolakkoord op 17 mei. Ik heb dat op diezelfde dag overgemaakt aan minister Muyters. Hij is als minister van Financiën en Begroting betrokken. U zei zelf dat u niet goed wist aan welke minister u de vraag zou stellen.

Het dossier ligt sinds 17 mei bij mijn collega. Wij dringen erop aan dat het snel ondertekend wordt zodat we kunnen formaliseren en de scholen uit hun moeilijke situatie kunnen komen. Eigenlijk is uw vraag al deels beantwoord. Er moet nu alleen nog ondertekend worden. Ik ga ervan uit dat mijn collega dat eerstdaags en in ieder geval voor het zomerreces zal doen.

De heer Jos De Meyer:
Ik hoop dat mijn vraag er minstens toe bijdraagt dat minister Muyters zijn verantwoordelijkheid op korte termijn opneemt. Het protocol was afgelopen in 2001. Er is een nieuw sinds 17 mei 2013. Het heeft wel even geduurd. U zult het me niet kwalijk nemen als ik binnen veertien dagen weer een vraag indien, voor minister Muyters dan, als de zaak nog niet in orde is. In het belang van het vrije gesubsidieerde onderwijs moet het dossier voor het zomerreces rond zijn.

U kent mijn engagement: als het nodig is, ziet u mij over twee weken terug.

De voorzitter:
Dan zien we u hoogstwaarschijnlijk terug.

De heer Jos De Meyer:
Ik hoop van niet.

De voorzitter:
De actuele vraag is afgehandeld.

Leerkrachten niet meer op non-actief met loon

Een omstreden tbs-systeem wordt afgevoerd. Maar een alternatief is er nog niet.

De ‘terbeschikkingstelling (tbs) wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst’ wordt afgeschaft. Dat gebeurt door middel van een amendement bij onderwijsdecreet XXIII. Het is goedgekeurd in de commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement, en moet enkel nog door het voltallige Vlaams Parlement bezegeld worden.

Deze vorm van tbs lag onder vuur(DS 4 mei). Het systeem liet toe om leerkrachten of directieleden voor onbepaalde duur op non-actief te zetten, met twee jaar behoud van de wedde, nadien met een wachtgeld. Het werd gebruikt om mensen die niet goed functioneerden (onder meer om gezondheidsredenen) of met wie de samenwerking moeilijk was geworden te laten vertrekken uit de school, zonder dat de omslachtige procedure voor ontslag in gang moest worden gezet.

Jos De Meyer (CD&V) had het amendement ingediend. De minister van Onderwijs, Pascal Smet (SP.A), wacht nog op een voorstel van de netten om een alternatief op te zetten.

‘Wij hebben gezegd dat we akkoord kunnen gaan met de afschaffing, als er een “derde weg” komt, naast de negatieve evaluatie en de tuchtprocedure’, zegt Sarina Simenon, woordvoerster van het GO!. ‘Dat zou er op korte termijn komen.’

Er zaten volgens de recentste cijfers 28 mensen in het systeem, goed voor 1,7 miljoen euro aan lonen. (De Standaard, Tom Ysebaert)

GON een gedeeltelijk succesverhaal

GON of “geïntegreerd onderwijs” is het systeem dat nu bestaat om sommige leerlingen in het “gewone” onderwijs te helpen met enkele uren extra begeleiding. Op die manier blijft voor bepaalde leerlingen met autisme bijvoorbeeld de deelname aan het “gewone” school-en klasgebeuren mogelijk.
GON-begeleiders komen uit het buitengewoon onderwijs, en ze werken vaak samen met verschillende “gewone” scholen. Daardoor besteden ze vaak veel tijd aan verplaatsingen: gemiddeld bijna 5 uur, maar met een maximum van 30 uur. Dat vernam Vlaams parlementslid Jos De Meyer in een antwoord van minister Smet op een schriftelijke vraag.

De verplaatsingstijd mag uiteraard niet ten koste gaan van de effectieve begeleidingstijd voor de leerlingen zelf, en wordt daarom in veel gevallen niet beschouwd als arbeidstijd voor de begeleiders. Op dit ogenblik is het niet duidelijk hoe men binnen de bestaande structuren kan werken aan een rendabeler tijdsgebruik.
Volgens een recent onderzoek (OBPWO 10.01) is GON overigens een succes voor veel betrokken leerlingen: ze slagen erin om een diploma te halen.
Het onderzoek tekent ook het profiel van de “gemiddelde” GON-leerling: hij of zij is bovengemiddeld begaafd en is afkomstig uit een gezin met twee werkende ouders. Leerlingen uit kansarme gezinnen maken veel minder gebruik van GON-begeleiding. Zij komen veel vaker in het buitengewoon onderwijs terecht. Volgens De Meyer is GON minder bekend bij kansarme gezinnen, en vreest men vaak ook de kost voor aanvullende begeleiding. GON zelf is gratis, maar bijna de helft van de GON-leerlingen krijgt nog extra ondersteuning buiten de lesuren, en die wordt door de ouders betaald.

Een nieuwe fietsers- en voetgangersbrug brug over de Zeeschelde voor Wetteren in 2014!

Dat antwoordde minister Crevits aan Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer op zijn schriftelijke vraag.
“De bestaande fietsers- en voetgangersbrug over de Boven-Zeeschelde te Wetteren is stilaan aan vervanging toe. Waterwegen en Zeekanaal NV (W&Z) heeft in 2011 een algemene offerte-aanvraag voor aanneming van diensten uitgeschreven voor het ontwerpen van een nieuwe fietsers- en voetgangersbrug. Dit ontwerp moest voldoende esthetisch inpassen in de bestaande omgeving en tevens in enkele nieuw te realiseren projecten in de onmiddellijke buurt, zoals het project “Wetteren aan de Schelde”. Dit project betreft de renovatie van een verlaten industrieterrein met de bouw van een nieuw administratief centrum, kleinhandelszaken en woongelegenheden. Daarenboven moest de nieuw te bouwen brug op een hoger niveau dan de bestaande worden geconcipieerd om de scheepvaart op de Boven-Zeeschelde niet te hinderen. Dit alles heeft ertoe geleid dat de betrokken partners (gemeentebestuur Wetteren, W&Z en Schelde-Landschapspark VZW) hebben geopteerd voor een tuikabelbrug. Op de linkeroever van de Boven-Zeeschelde is een aanloophelling voorzien die aansluit op “Kapellendries”, zodat de fietsers eenvoudig de brug kunnen bereiken. Op de rechteroever sluit de brug aan op het deelproject “Wetteren aan de Schelde”.

Momenteel kan de timing van deze werken als volgt worden ingeschat:
• Opmaak definitief ontwerp: medio 2013;
• Aanvraag stedenbouwkundige vergunning: 2de helft 2013;
• Opmaak aanbestedingsdossier: 2de helft 2013.
• Uitvoering: vanaf 2014.

In voorontwerp worden de kosten voor de bouw van de nieuwe fietsers- & voetgangersbrug geraamd op ongeveer 2,6 mio. euro, excl. BTW. Momenteel is het voorontwerp van de nieuwe fietsers- en voetgangersbrug in opmaak.”
__________

Nieuwe kabelbrug over Schelde krijgt groen licht

In 2014 wordt in Wetteren een nieuwe fiets- en voetgangersbrug gebouwd over de Schelde. De keuze is gevallen op een kabelbrug, zoals er momenteel al één over de Ringvaart in Gent wordt gebouwd voor wagens (zie foto). De kostprijs wordt geraamd op 2,6 miljoen euro.

Vlaams Volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) vroeg en kreeg een stand van zaken in het Parlement van de bevoegde minister Hilde Crevits. “De bestaande fietsers- en voetgangersbrug over de Schelde in Wetteren (de passerelle in de volksmond, red.) is stilaan aan vervanging toe. Waterwegen & Zeekanaal heeft in 2011 een algemene offerte-aanvraag uitgeschreven voor het ontwerpen van een nieuwe fietsers- en voetgangersbrug. Dit ontwerp moest voldoende passen in de bestaande omgeving en in enkele nieuw te realiseren projecten in de onmiddellijke buurt, zoals het project ‘Wetteren aan de Schelde’. Dat project omvat de renovatie van een verlaten industrieterrein, met de bouw van een nieuw administratief centrum, kleinhandelszaken en woningen. Daarenboven moest de nieuwe brug op een hoger niveau komen dan de bestaande, om de scheepvaart op de Boven-Zeeschelde niet te hinderen. Een kabelbrug bleek daarvoor ideaal te zijn. Op de linkeroever van de Schelde is een aanloophelling voorzien die aansluit op de Kapellendries, zodat fietsers de brug eenvoudig kunnen bereiken. Op de rechteroever sluit ze aan op het project ‘Wetteren aan de Schelde'”, aldus de minister. Dit jaar moet het definitieve ontwerp er zijn en start de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning. Een aanbesteding is voorzien in de tweede helft van dit jaar en de uitvoering gebeurt in 2014. De kosten worden geraamd op 2,6 miljoen euro. (DVL, Het Laatste Nieuws)
__________
Brug vervangt passerelle

Wetteren – Brug vervangt passerelle

Omdat de passerelle in Wetteren in slechte staat is, komt er in 2014 een nieuwe fiets- en voetgangersbrug, die past in het ‘Wetteren aan de Schelde’-project. Dat antwoordde minister Hilde Crevits (CD&V) op een schriftelijke vraag van partijgenoot Jos De Meyer. De nieuwe brug komt verder stroomafwaarts te liggen dan haar voorganger. Het nieuwe exemplaar moet ook hoger zijn dan de bestaande brug om de scheepvaart op de Boven-Zeeschelde niet te hinderen.

De werkzaamheden zijn voor 2014. De kosten voor de bouw van de nieuwe brug worden geschat op 2,6 miljoen euro. De huidige passerelle wordt afgebroken. (pdx, De Standaard)

Het aantal land- en tuinbouwbedrijven neemt af maar de resterende bedrijven worden groter!

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ondervroeg minister-president Kris Peeters in de Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid over de conclusies van het rapport over de rentabiliteit in de land- en tuinbouw “Economische resultaten van de Vlaamse land- en tuinbouw 2001-2012”.

De minister-president antwoordde:
“De resultaten uit het rapport berusten op de verwerking van de boekhoudgegevens van 760 Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven die deel uitmaken van het Landbouwmonitornetwerk (LMN). Deze cijfers worden vervolgens geëxtrapoleerd naar de gehele Vlaamse land- en tuinbouw. Daarnaast wordt de algemene landbouweconomische situatie besproken. Deze studie geeft een inzicht in de structurele en economische situatie van de verschillende bedrijfstypes voor het boekjaar 2011. Ik citeer enkele in het oog springende vaststellingen uit het rapport.
Wat de economische situatie betreft, blijkt uit dit rapport dat het inkomen zeer sterk varieert van jaar tot jaar. Zo tekent het globale inkomen in 2012 een sterke verbetering op na het extreem lage cijfer in 2011 en bereikt daarmee ongeveer het niveau van 2010. Dit is vooral te danken aan de sterke stijging van de productiewaarde. De kosten nemen ook toe, maar in mindere mate.
Het globaal inkomen maskeert een grote variatie tussen de bedrijfstakken. In de varkenssector was 2011 een crisisjaar. 2012 was een veel beter jaar met record varkensprijzen, hoewel de voederkosten eveneens op een hoog niveau bleven zodat er van geen echte inhaaloperatie sprake kon zijn. Om tot slot nog iets over de heel korte termijn te zeggen, de varkensprijs is vorige week in één klap met maar liefst 7 % gestegen, wat de rust in de sector enigszins heef doen weerkeren. De sector moet zich m.i. toch eens ernstig bezinnen of een prijs op bijvoorbeeld maandbasis niet te verkiezen is, zodat prijsschommelingen zoals in mei door een lager slachtaanbod als gevolg van een aantal feestdagen niet kunnen uitgeschakeld worden. Ook in de groentesector was het inkomen in 2011 ondermaats en hier ligt de oorzaak bij de EHEC-crisis. Maar ook dat heeft zich in 2012 sterk hersteld.
De melkveehouders behaalden in 2011 de op één na hoogste opbrengst per liter sinds 2006. Het saldo van melkvee wordt in 2012 neerwaarts bijgesteld door een sterke melkprijsdaling en opgelopen kosten. Het gemiddeld inkomen in de akkerbouwsector daarentegen was in 2011 het op één na beste resultaat van de afgelopen 6 jaar. De hogere graan- en aardappelprijzen hebben het inkomen in 2012 in deze sector positief beïnvloed.
Tenslotte komt uit het rapport ook duidelijk een grote inkomensspreiding tussen de bedrijven onderling naar voren. Het verschil tussen de “beste” en “slechtste” resultaten binnen een bepaalde bedrijfstak liggen soms zeer sterk uit elkaar.
Deze studie focust op de bedrijven zelf, en de situatie is natuurlijk sterk onderhevig aan marktschommelingen.”

Minister Peeters deelde ook mee dat over de problematiek van de schaalvergroting in verschillende sectoren in de land- en tuinbouw momenteel een project loopt binnen zijn departement. Het doel is bedrijven die aan schaalvergroting wensen te doen, een beter inzicht te geven in het proces van schaalvergroting in de Vlaamse land- en tuinbouw. Tevens zullen er beleidsaanbevelingen geformuleerd worden rond het stimuleren en ondersteunen van schaalvergroting en bedrijfsovername.

Geslaagde onderwijsdialoog in Sint-Niklaas!

Vorige vrijdag vond in Syntra Sint-Niklaas – in aanwezigheid van Vlaams minister Joke Schauvliege – een boeiende onderwijsdialoog plaats over de hervorming van het Secundair Onderwijs. Een dertigtal geïnteresseerden nam deel aan de dialoog.
De grote bekommernis was voldoende betrokkenheid van directies, leerkrachten en schoolbesturen om deze belangrijke hervorming te doen slagen.
Dat deze hervorming geleidelijk moet gebeuren met voldoende draagkracht van de scholen was een ander aandachtspunt.

Op het provinciaal congres van voorbije zaterdag was ik voorzitter van de werkgroep “Leren”. In deze geanimeerde vergadering werden niet minder dan 42 amendementen besproken waarvan 26 aanvaard.
Over de schoolvakantie werden 5 amendementen ingediend en besproken. Het amendement van de regio Dendermonde – Sint-Niklaas werd unaniem goedgekeurd:

R. 198 – 202/schrapping en vervanging
.. nagaan hoe het “zomerverlies” bij kinderen uit een minder stimulerende omgeving kan worden tegengegaan. Wetenschappelijk onderzoek moet nagaan of het inkorten van de grote vakantie en het verlengen van kortere vakantieperiodes daar een oplossing voor kan bieden. Bovendien moet onderzocht worden of het organiseren van speelse taalactiviteiten op het eind van de grote vakantie voor de specifieke doelgroep wenselijk is. Beide suggesties kunnen enkel uitgewerkt worden na grondig overleg met jeugdraad, ouderverenigingen, gezinsbond, de onderwijskoepels en de onderwijsvakbonden.

Meer informatie over het provinciaal en nationaal congres kan u opvragen op het provinciaal secretariaat: secretariaatoostvlaanderen@cdenv.be.

Monumenten krijgen nieuwe bestemming

Nu de Vlaamse regering heeft beslist over de afbakening van het Zeehavengebied Antwerpen en het einde van het polderdorp dichterbij komt, is de vraag wat moet gebeuren met de historische monumenten in Doel en waar die terecht zullen komen.
‘De procesmanager van de Ontwikkeling Havengebied Antwerpen kreeg als taak overeenkomsten af te sluiten over de restauratie en herbestemming van de monumenten van Doel’, antwoordde Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur en Toerisme Geert Bourgeois (N-VA) aan Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V).

Het gaat hier specifiek over het orgel uit de kerk van Doel, het Hooghuis en de Dijkmolen.
Zo zal het Hooghuis een nieuwe locatie krijgen buiten het dorpscentrum van Prosperpolder, maar het wordt wel gelinkt aan de poldercontext. Het beschermde gebouw werd in 1612 gebouwd door Jan Brant.
‘Er is nog geen beslissing genomen over de exacte plaats,’ zegt de minister, ‘maar er zijn al twee zones voorgesteld: één langs de Hertog Prosperstraat en een andere langs de Belgische Dreef.’
Wat de nieuwe plaats wordt van de Dijkmolen, is nog niet duidelijk. De gemeente Beveren, eigenaar van dat monument, speelt daarin volgens de minister een belangrijke rol. Het orgel heeft evenmin al een nieuwe bestemming gekregen.
Door zijn omvang en opstelling neemt het behoorlijk veel ruimte in beslag en het aantal kerken in Vlaanderen dat een dergelijk orgel kan plaatsen, is daardoor zeer beperkt.

De Maatschappij Linkerscheldeoever of het Gemeentelijk Havenbedrijf staan in voor de kosten voor de gedocumenteerde en oordeelkundige ontmanteling van de monumenten en de heropbouw ervan. (De Standaard, Paul Van Landeghem)

Luxeverzuim aan het einde van het schooljaar

In de plenaire vergadering van het Vlaams parlement van 12 juni stelde Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer een actuele vraag aan minister voor Onderwijs Pascal Smet over de reclamecampagne van een reisorganisator met namaakdoktersbriefjes en het beleid van de Vlaamse Regering tegen het luxeverzuim aan het einde van het schooljaar.
Het volledige verslag kan u lezen binnenin.

Handelingen Plenaire Vergadering van 12 juni 2013

Actuele vraag van mevrouw Ann Brusseel tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over de publiciteitsactie van een touroperator met nepziektebriefjes en het beleid van de Vlaamse Regering tegen het luxeverzuim aan het einde van het schooljaar

Actuele vraag van mevrouw Goedele Vermeiren tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over de publiciteitsstunt van een touroperator en de onderliggende problematiek van het kwaliteitsvol invullen van de laatste dagen van het schooljaar

Actuele vraag van de heer Jos De Meyer tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over de reclamecampagne van een touroperator met namaakdoktersbriefjes en het beleid van de Vlaamse Regering tegen het luxeverzuim aan het einde van het schooljaar

De voorzitter:
Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel:
Geachte collega’s, minister, het is met de discussie over het luxeverzuim een beetje zoals met de paashaas: het is seizoensgebonden en het keert elk jaar terug.

Minister, ik kan uw teleurstelling begrijpen. De stunt van Neckermann deed bij veel mensen de wenkbrauwen fronsen. Maar de problematiek is niet nieuw. We hebben er de voorbije jaren discussies over gehad. In 2011 zei u mij dat het een kwestie was van cijfers te verzamelen. U zei dat u maatregelen ging treffen. In 2012 was er in Het Nieuwsblad een groot artikel over deze problematiek. Dat was trouwens rond Pasen. Minister, daarin stelde u dat u het kotsbeu was, dat er maatregelen kwamen. Er werd ook gesuggereerd dat de touroperators hun prijzen zouden moeten aanpassen en de kortingen schrappen. Waarvoor uiteraard niet de minister van Onderwijs, laat staan iemand binnen de Vlaamse Regering, bevoegd is.

Minister, nu, in 2013, zie ik dat u weer verontwaardigd bent. En met alle begrip, want er is wel een probleem. Ik wil weten of al die maatregelen waarover u het de voorbije jaren hebt gehad, effect hebben gehad. Zijn ze überhaupt genomen? Aan de krantenartikels te zien, lijkt het niet dat er maatregelen zijn geweest. Minister, vindt u dit probleem nog altijd prangend? Gaat u in uw winkel, in uw boetiek, maatregelen nemen? Of gaat u nogmaals de touroperators viseren?

De voorzitter:
Mevrouw Vermeiren heeft het woord.

Mevrouw Goedele Vermeiren:
Voorzitter, minister, de vakantie lonkt naar iedereen. Misschien ook naar u, minister. Ook naar mij. In de scholen zijn de examens bezig en het probleem komt er weer aan. Het reisbureau brengt het nog eens in de actualiteit met de zogenaamd ludieke doktersbriefjes. U hebt daarop gereageerd. Dat vind ik zeer goed want het luxeverzuim is een steeds weerkerend fenomeen: de ouders vertrekken vroeger op vakantie met hun kinderen.

We hebben het er de voorbije jaren al meerdere keren over gehad. Er waren vragen om uitleg, er was een gedachtewisseling, er is een discussienota geweest. Minister, na die gedachtewisseling beloofde u dat u met die nota naar de regering zou gaan. Ik vermoed dat in die nota concrete acties zouden worden aangekondigd. Mijn vraag is eenvoudig: wat is de stand van zaken? Kunt u ons daarover alstublieft meer inlichtingen geven?

De voorzitter:
De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer:
Voorzitter, minister, collega’s, de reisorganisatie heeft met haar stunt de hele problematiek van het spijbelen aan het eind van het schooljaar nog verder gebagatelliseerd. Dat valt te betreuren.

Minister, u hebt vorig jaar gesproken over een rondetafel die zou worden georganiseerd. U hebt overleg aangekondigd met de vakbonden en met de koepels. U hebt gezegd dat u dit in kaart zou brengen. Maar we zijn opnieuw bij het eind van het schooljaar en men zou graag zo spoedig mogelijk duidelijkheid krijgen.

Ik begrijp dat het probleem complex is. Het lager onderwijs is iets gemakkelijker. In het secundair onderwijs moet er ook gedelibereerd worden. Vakleraars kunnen moeilijk op twee plaatsen tegelijk zijn. Bovendien worden die deliberaties steeds belangrijker, in de eerste plaats voor de toekomst van de kinderen. Tegelijk worden er steeds meer juridische eisen gesteld. Dat vergt natuurlijk allemaal tijd.

Ouders wensen ook duidelijkheid. Ze willen weten of hun kinderen naar school moeten. Zo ja, dan willen ze dat die kinderen daar iets zinvols kunnen doen. Zo neen, dan willen ze weten waarom ze niet op reis mogen vertrekken. Iedereen vraagt met andere woorden duidelijkheid.

Minister, ik las deze morgen dat maandag 30 juni 2014 voor de leerlingen geen schooldag zal zijn. U doet al grote aankondigingen voor volgend schooljaar. Maar volgende week zijn de examens gedaan. Wat de week daarna? Ik had daar graag duidelijkheid over.

De voorzitter:
Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet:
Voorzitter, laat me het laatste bevestigen: het klopt dat ik heb beslist om volgend schooljaar op 30 juni 2014, een maandag, vrijaf te geven zodat een probleem op dat moment al voor een stukje opgelost is.

Er zijn een aantal dingen. Eerst en vooral hebben we de rondetafels georganiseerd. We hebben dat in het parlement overgedaan. Mevrouw Brusseel heeft dat een beetje gemist, daar heeft mevrouw Vermeiren terecht op gewezen. We zijn dan tot dezelfde conclusie gekomen, namelijk dat de oplossing van het probleem bij de mentaliteit van de ouders ligt. Zij nemen uiteindelijk de beslissing om al dan niet vroeger op vakantie te vertrekken.

Er is toen ook heel duidelijk gesteld dat we niet naar een systeem met boetes moeten gaan. Er is toen ook heel duidelijk gesteld dat we niet naar een systeem moeten gaan waarbij we proberen om de reizen duurder te maken, want in het internettijdperk kunnen ouders dat heel makkelijk omzeilen door via een Nederlandse, Duitse of andere websites vakanties te boeken.

We hebben keuzes gemaakt en we hebben met zijn allen beslist – want er was een grote consensus over in de onderwijswereld, de medische wereld, de toeristische wereld en het parlement – om in te zetten op de mentaliteitswijziging en op het sensibiliseren. Dat hebben we vorig jaar gedaan en dat zullen we dit jaar opnieuw doen, via Klasse. We hebben ook heel de medische sector gesensibiliseerd, vandaar ook de reactie van de medische sector, die heel duidelijk was en een rechtstreeks gevolg is van de sensibilisatieactie. In het najaar van dit jaar zal die actie herhaald worden.

We hadden inderdaad met de toeristische sector afgesproken dat er geen acties zouden zijn om ouders ertoe aan te zetten om vroeger te vertrekken – ik kom daar zo dadelijk op terug.

Daarnaast is er ook een ontwerp van besluit, het bevindt zich in de finale onderhandelingen met de vakbonden en de onderwijsverstrekkers. Wie goed heeft geluisterd naar de heer De Meyer, heeft al een beetje gevoeld welk spanningsveld erin zit. In dat besluit willen we de deliberatieperiode regelen op het einde van het jaar. We willen ook de aanwezigheid en de activiteiten die op school worden georganiseerd, regelen. Dat besluit is al gepasseerd langs de Vlaamse Regering, maar u weet dat we voor onderwijs over alles moeten onderhandelen – en er moet over veel onderhandeld worden, want we doen ook heel veel. Dat is nu een eerste keer gebeurd en alles zal nog voor het zomerreces worden afgerond zodat we het besluit in principe nog voor het zomerreces op de agenda van de Vlaamse Regering kunnen plaatsen.

We zijn ook nog altijd bezig met het goed in kaart brengen van het fenomeen. U zult zich herinneren dat uit de rondetafel ook gebleken is dat heel wat mensen uit het onderwijs, zowel uit directies, als uit leerkrachtenvertegenwoordigingen, als uit vakbonden, maar ook uit de toeristische sector, de hoegrootheid van het fenomeen in twijfel trokken. U weet dat er geen centraal registratiesysteem bestond en dat er ook geen registratiesysteem was om aanwezigheden of afwezigheden te registreren. Dat is nu allemaal operationeel en zal volledig uitgerold zijn vanaf 1 september van volgend schooljaar. Dat betekent dat we nu voor het bijna voorbije schooljaar al een eerste zicht zullen hebben en dat we voor volgend schooljaar nog veel fijnere cijfers zullen hebben om alles in kaart te brengen.

Samengevat, we hebben gedaan wat we hebben aangekondigd te zullen doen, dat loopt, het enige dat we nog moeten doen, is het besluit nemen. Het is vooral een kwestie van mentaliteitswijziging, dat is heel duidelijk. We kunnen ouders niet verplichten om bepaalde dingen te doen. Ik heb al gezegd dat ik niet de ambitie heb om naar de luchthaven te gaan om er alle ouders tegen te houden, dat is niet aan de orde.

Neckermann was natuurlijk een beetje een andere kwestie. U hebt kunnen lezen dat ik een constructief gesprek heb gehad met de grote baas van Neckermann. De campagne werd dan ook ingetrokken na één dag. Neckermann heeft natuurlijk wel heel wat publiciteit gekregen, de mensen zullen ervan onthouden dat Neckermann goedkope reizen aanbiedt en dat was wellicht de bedoeling. Maar goed, de campagne werd ingetrokken en de CEO heeft zich ervoor verontschuldigd. Het ging er immers om dat mensen ertoe werden aangezet om valse verklaringen af te leggen. Je gebruikt een ziektebriefje wanneer je echt ziek bent. In het besluit zullen we daarover trouwens ook een meer stringente regelgeving opnemen. Neckermann heeft me gezegd dat het eigenlijk de bedoeling was om zich tot ouders te richten met niet-schoolgaande kinderen, maar dat lijkt toch een beetje op uitleg achteraf.

Maar goed, men zag in dat de campagne verkeerd was en we hebben dan ook geen verdere juridische stappen tegen Neckermann ondernomen. Ik kan u wel zeggen dat ik aan mijn administratie de opdracht heb gegeven – en die werd ook effectief uitgevoerd – om de hele voorbereiding te maken om naar de rechter te gaan indien de campagne werd voortgezet, zowel naar de strafrechter als naar de burgerlijke rechter. We hebben dat uiteindelijk niet moeten doen omdat het licht is nedergedaald – om het in die terminologie te zeggen – bij Neckermann. Dat was een goede zaak.

Samengevat, voorzitter, we hebben gedaan wat we aangekondigd hebben, het besluit zit in de finale fase, maar het is een illusie om te denken dat ook als we dit besluit genomen hebben, meteen alle luxeverzuim verdwenen zal zijn.

Mevrouw Brussel, u behoort tot een partij die de vrije keuze hoog, veronderstel ik toch nog altijd, in het vaandel draagt. (Opmerkingen van mevrouw Ann Brussel)

Het is een beslissing van de ouders en het is toch uit respect voor de onderwijswereld dat we die ouders moeten overtuigen dat het niet zo wijs is om vroeger op vakantie te vertrekken. Maar dat betekent uiteraard ook dat de scholen moeten zorgen voor opvang en voor zinvolle activiteiten. Daar ben ik het ook mee eens. Dat staat ook in het besluit dat we aan het voorbereiden zijn.

Mevrouw Ann Brusseel:
Minister, het klopt dat u hebt gezorgd voor veel onbetaalde reclame voor Neckermann. Dat is zeker. (Opmerkingen van minister Pascal Smet).

Als u er zedig over gezwegen had, dan was het natuurlijk geen issue geweest. In die zin bent u de grootste steun geweest van de vrije markt de voorbije dagen. Dat doet me plezier.

Minister, u hebt een rondetafel gehad maar het resultaat is nog altijd dat, wat u al jarenlang als een groot probleem bestempelt, nog altijd niet in omvang is verminderd. Ik zal het niet hebben over de hoegrootheid – taaltip voor u, minister: dat is geen Nederlands substantief.

Ik denk dat er inderdaad sprake is van een mentaliteitsprobleem. Uit een kleine rondvraag die ik de afgelopen dagen heb gedaan, is gebleken dat bijna alle leerlingen van de twintigtal scholen die ik heb gecontacteerd, op 21 juni hun laatste examen hebben. Slechts een van die scholen organiseert daadwerkelijk activiteiten. Ja, de ouders hebben een verantwoordelijkheid, maar misschien moet de school er ook voor zorgen dat die ouders niet zo gemakkelijk kunnen zeggen dat hun kind niet meer naar school hoeft te gaan. Want die laatste dagen zijn belangrijk, en dan zeker de bespreking van de evaluatie met de leerkrachten. (Applaus bij Open Vld en LDD)

Mevrouw Goedele Vermeiren:
Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord, voor uw terugblik en voor uw vooruitblik. U hebt gelijk dat dit geen eenvoudige zaak is die op een-twee-drie kan worden opgelost. Ook als de maatregelen waarover u spreekt, er komen, zal het probleem van het luxeverzuim niet zomaar van de baan zijn.

Ik heb nog een bijkomende vraag. Luxeverzuim doet zich niet alleen voor op het einde van het schooljaar maar ook in het begin van het schooljaar en tijdens andere vakanties. Ik heb ook gehoord dat DISCIMUS volledig geïmplementeerd zou kunnen worden, waardoor er ook voor andere periodes beter kan worden gemeten. Neemt u dat ook op?

De heer Jos De Meyer:
Minister, in het lager onderwijs worden tijdens de laatste dagen van het schooljaar normaal gezien wel nog zinvolle activiteiten georganiseerd. Toch worden we ook daar met het probleem geconfronteerd. Wanneer wordt het besluit genomen en bekendgemaakt? Wanneer gaat het besluit in?

De voorzitter:
Mevrouw Deckx heeft het woord.

Mevrouw Kathleen Deckx:
Mevrouw Brusseel, ik vind het heel eigenaardig dat u zegt dat het de minister is die reclame maakt voor Neckermann. Voor zover ik weet, was gisteren de bui al gaan liggen. Nu rakelt u zelf de zaak weer op door hier een actuele vraag te stellen.

Wat mij in deze campagne stoorde, was onder meer de aanzet tot schoolverzuim en het feit dat een bepaalde beroepscategorie in het vizier werd genomen en werd afgeschilderd als mensen die zomaar valse attesten uitschrijven.

Minister, u zegt dat u nog geen zicht hebt op de precieze cijfers omdat u bezig bent met het organiseren van een registratiesysteem. Maar hebt u enige aanwijzing over hoeveel leerlingen het gaat? Hoe groot is het probleem van het luxeverzuim? Gaat het over veel leerlingen?

De voorzitter:
De heer Van Dijck heeft het woord.

De heer Wim Van Dijck:
De reclamestunt van een bepaalde reisorganisatie met een nepdoktersbriefje is natuurlijk laakbaar en storend maar het echte probleem zijn de echte doktersbriefjes waarmee ouders het zogenaamde luxeverzuim kunnen organiseren. En er zijn helaas nog altijd artsen, een minderheid weliswaar, die bereid zijn om daaraan mee te werken.

Meestal hebben de ouders echter zelfs dat niet nodig, aangezien ze voor meerdere dagen afwezigheid zelf mogen tekenen. Bewustmaking zal niet meer helpen, vrees ik. Ouders weten immers goed genoeg wat mag en wat niet mag. Dat heeft inderdaad te maken met normvervaging of in veel gevallen zelfs met een culturele achtergrond. Wat blijft, is controle, en sancties, zoals de schooltoelage verminderen. Men kan zeggen dat dit behoort tot de helaasheid der dingen, maar ik vrees dat er geen andere remedie meer is. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister Pascal Smet:
Mevrouw Brusseel, men moet inderdaad altijd een afweging maken. Men heeft me gevraagd wat ik daarvan vond. Had ik daar niets op geantwoord, dan had u me vandaag gezegd het een grote schande te vinden dat ik dat niet heb veroordeeld, dat ik daar niets aan heb gedaan. Dan had u dat hier vandaag ongetwijfeld staan debiteren. Daarvan ben ik 100 procent zeker, of zelfs 200 procent. We hebben er toch maar voor gezorgd dat die campagne de volgende dag gedaan was. Dat lijkt me een belangrijke verdienste.

Het is mijn bedoeling het besluit nog voor de zomer door de Vlaamse Regering te laten nemen, zodat dit kan ingaan. We moesten nog één keer met de vakbonden aan tafel zitten. Dat is gebeurd, en in principe kunnen we dat besluit nemen.

Het is moeilijk om de hoegrootheid van het fenomeen in te schatten, omdat we daar heel tegenstrijdige berichten over horen. De scholen zelf, de vakbonden en ook de ouderkoepels – want we hebben heel ruim inlichtingen ingewonnen – minimaliseerden dat wel. Ze ontkenden niet dat er een probleem is, maar vroegen ook dat men dat probleem niet zou opblazen. Daarom is er dat registratiesysteem. Willen we dat goed bekijken, dan moet het toch minstens een jaar in zijn volledigheid worden geregistreerd. U weet dat dit systeem ook geleidelijk is ingevoerd. We wilden de scholen immers de tijd geven om zich aan te passen, op hun uitdrukkelijke vraag. We zullen daar in de toekomst dus een beter zicht op hebben. Nogmaals, het is niet omdat we dat besluit nemen, het is niet omdat we activiteiten organiseren, het is niet omdat we de deliberatieperiode zullen inkorten, het is niet omdat we nog vele andere maatregelen nemen, dat ouders dan niet zullen beslissen om dat te doen. Dat geldt ook voor de ziektebriefjes. Ook wat dat betreft, zullen we een maatregel nemen met betrekking tot de mate waarin ouders dat nog kunnen doen tegen het einde van schoolperiodes.

We zullen dat doen, maar dan nog zal er nog altijd die keuze van ouders zijn, dat maatschappelijke respect voor wat het onderwijs doet, die verantwoordelijkheid. Dat is een wisselwerking. Mevrouw Brusseel, ik hoop echt dat we dat kunnen veranderen, maar ik ben het er absoluut mee eens dat niet alleen de ouders verantwoordelijk zijn. Ook de scholen moeten ervoor zorgen dat kinderen kunnen worden opgevangen, dat er activiteiten zijn. Dat evenwicht moet men zoeken. Daar ben ik het absoluut mee eens. Anderzijds heeft ook de heer De Meyer gelijk: zeker in het secundair onderwijs – dat geldt minder voor het basisonderwijs – hebben de scholen ook tijd nodig om te delibereren. Dat moet goed gebeuren. Ook daar moet een evenwicht worden gezocht. In het licht van de gesprekken van de afgelopen weken en maanden kan ik u verzekeren dat het niet altijd even evident is om evenwichten te vinden en iedereen op dezelfde golflengte te krijgen. U hebt ondertussen immers ook al wel begrepen dat er in het onderwijs altijd heel veel meningen zijn en dat die niet altijd in dezelfde richting gaan, om het zacht uit te drukken.

Mevrouw Ann Brusseel:
Minister, ik ben toch blij dat ik u enigszins heb kunnen overtuigen. De school heeft inderdaad een verantwoordelijkheid.

Mevrouw Deckx, misschien nog een woordje uitleg: ik vind dat uw aantijgingen op zijn minst in de richting van schriftvervalsing gaan. Als een reclamebureau zich laat inspireren door het doktersbriefje om iets te maken dat er amper op lijkt, dan kunnen we niet spreken van valse doktersbriefjes. U moet correct blijven. (Opmerkingen van minister Pascal Smet)

Minister, het feit blijft dat u vandaag nog altijd moet antwoorden dat de omvang van het probleem in kaart moet worden gebracht. Dat hebt u in 2010 al gezegd aan mevrouw Van Steenberge, in 2011 aan mij en in 2012 aan Het Nieuwsblad. Ik vraag me dan af of er elk jaar zoveel heisa moet worden gemaakt. Ofwel is het belangrijk, en dan lost u het op, ofwel is het geen prioriteit en dan organiseren we niet een jaarlijkse mediashow.

Mevrouw Goedele Vermeiren:
Minister, dit valt inderdaad niet zo heel eenvoudig op te lossen. Het is een en-enverhaal. Er zijn de ouders, en de scholen moeten activiteiten kunnen organiseren, zoals de heer De Meyer zei. Dat is niet evident of gemakkelijk in een secundaire school. Wel moeten we zeker blijven sensibiliseren. Ik weet absoluut niet of er al gevaar is voor een afglijden, maar dat moeten we blijven doen. Ik weet ook zeker dat elke leerkracht het schooljaar op 30 juni wil afsluiten, samen met al zijn leerlingen. Ik hoop dat u daaraan blijft voortwerken.

De heer Jos De Meyer:
Minister, ik dank u voor uw engagement. We kijken uit naar de oplossing. Ik heb via de media vernomen dat u eraan denkt naar Brazilië te trekken en daar een B&B te openen. Ik zeg dit met enige mildheid en humor. Ik ben ervan overtuigd dat u dit probleem, hoewel het niet het belangrijkste probleem in ons onderwijs, zeker en vast nog zult oplossen voor u op reis vertrekt.

Leerkrachten, ouders, leerlingen en werkgevers: wij komen naar u toe!

Beste leerkrachten,
beste ouders,
beste leerlingen,
beste werkgevers

Wij komen naar u.

Schrijf u in voor onze Innesto onderwijsdialoog die plaatsvindt op vrijdag 14 juni 2013 om 19u.30 in Syntra, Hogekouter 1, 9100 Sint-Niklaas.

Het akkoord roept gelukkig veel vragen op. Omdat onderwijs belangrijk is voor een grote groep mensen. Daarom willen wij het akkoord toelichten en in dialoog gaan met u.

Net als u, dromen wij van een degelijk onderwijs dat rekening houdt met elk kind, elke situatie en dat kansen biedt voor de toekomst. En net als u, wil CD&V dat elke hervorming de kwaliteit van ons onderwijs verhoogt. Want de arbeidsmarkt is divers en heeft diverse profielen nodig. En iedere ouder wil toch een kind laten studeren om later werk te hebben?

CD&V heeft haar eigen verhaal en bekijkt het akkoord ook vanuit die hoek. Voor ons ligt de oplossing in het versterken van mensen.

Versterken heeft niets te maken met gepamper of spierballengerol maar met een onderwijs dat kinderen stimuleert tot nadenken en eigen verantwoordelijkheid helpt te ontwikkelen. Versterken heeft alles te maken met talenten zien en doen groeien tot welbevinden van het kind zelf, de ouders en de ganse maatschappij. Dat is waar CD&V voor wil ijveren in dit dossier.

Schrijf u nu alvast in voor het dialoogmoment in Sint Niklaas met Jos De Meyer en Joke Schauvlieghe.

Inschrijven kan via www.cdenv.be/onderwijsdialoog

Wel hervorming, maar geen revolutie in het secundair onderwijs!

Wat is voor ons fundamenteel? In de eerste plaats dat de kinderen er beter van worden, alle kinderen, en dat het gebeurt met respect voor de mensen die het dagelijks in het veld moeten waarmaken. Er ligt een grote verantwoordelijkheid zowel bij de koepels als bij de schoolbesturen, de directies, de leerkrachten en de ouders. U hebt enkel slaagkans als dat procesmatig gebeurt. Geen revolutie, zoals de minister-president heeft gezegd, maar wel in een evolutie.

…/… Maar toch blijft het voor mij belangrijk dat in ons onderwijs fundamenteel ruimte is voor de pedagogische eigenheid van de rijke en diverse opvoedingsprojecten die in
Vlaanderen bestaan.”

__________
Op woensdag 5 juni 2013 werd in de plenaire zitting van het Vlaams Parlement een
actualiteitsdebat gehouden over de hervorming van het secundair onderwijs.
Mijn korte tussenkomst schetste dat die hervorming eerder een groei zou worden naar
nieuwe organisatievormen dan een brutale revolutie:

“…Ik begrijp dat een collega onder andere kritiek heeft op de traagheid waarmee het proces wordt uitgevoerd. Ik wil echter even een directeur citeren die mij een mail stuurt die typerend is voor vele berichten die ik ontvangen heb. “Wat stellen we vast? Heel wat regio’s komen zelf, zonder beslissingen van de overheid, in beweging en bieden antwoorden op specifieke vragen. Ook wij in Oudenaarde zochten in overleg naar een onderwijsstructuur van en voor de toekomst. Maar elke lokale context heeft hierbij een eigen kader en er dient rekening te worden gehouden met infrastructuur, de ligging van de scholen, de reeds bestaande samenwerking, het studieaanbod, een mogelijk masterplan, het overleg met het basisonderwijs. Een hervorming zal zich niet laten dwingen. Het vraagt van alle betrokkenen visie, vertrouwen, bereidwilligheid en frequent overleg. Dit alles veronderstelt een langdurig groeiproces. Pas wanneer de ideeën gerijpt zijn, kunnen ze in consensus vorm krijgen,kunnen de scholen en schoolbesturen werk maken van de toekomst van hun onderwijs. De onderwijshervorming komt er beetje bij beetje, mits vertrouwen.”

Wat is voor ons fundamenteel? In de eerste plaats dat de kinderen er beter van worden, alle kinderen, en dat het gebeurt met respect voor de mensen die het dagelijks in het veld moeten waarmaken. Er ligt een grote verantwoordelijkheid zowel bij de koepels als bij de schoolbesturen, de directies, de leerkrachten en de ouders. U hebt enkel slaagkans als dat procesmatig gebeurt. Geen revolutie, zoals de minister-president heeft gezegd, maar wel in een evolutie.

Ik zeg u, collega’s, vandaag is een proces ingezet, is een belangrijke stap gezet. Geen enkele partijvoorzitter zal dit nog tegenhouden, neem dat van mij aan.

…/… Maar toch blijft het voor mij belangrijk dat in ons onderwijs fundamenteel ruimte is voor de pedagogische eigenheid van de rijke en diverse opvoedingsprojecten die in
Vlaanderen bestaan.”

Meer informatie (de volledige tekst van het masterplan) is te lezen op
http://www.vlaamsparlement.be/vp/pdf/20122013/masterplan_hervorming_so.pdf

Geslaagde “Dag van de afdeling”

Een paar honderd raadsleden en bestuursleden zakten zaterdag 1 juni af naar Sint-Niklaas voor de “dag van de afdeling”.
In de voormiddag nam ik actief deel aan de werkgroep Onderwijs.
in de namiddag leidde ik de werkgroep “Landbouw en Plattelandsbeleid”. Ik ging in dialoog met collega Vlaams volksvertegenwoordiger Jan Verfaillie en met West-Vlaams gedeputeerde Bart Naeyaert… Boeiende discusssies! Geslaagd initiatief!

Deeltijds in het onderwijs werken met degeneratieve aandoening

In het Vlaamse onderwijs bestaat een systeem van deeltijds ziekteverlof voor wie na een ziekteperiode nog niet direct terug voltijds aan de slag kan gaan. De formule is wel uitdrukkelijk bedoeld om mensen op termijn terug te plaatsen in hun volledige opdracht. Vlaams parlementslid Jos De Meyer vroeg aan minister Smet van Onderwijs of er ook gedacht wordt aan een systeem voor personeelsleden die wel nog willen blijven werken, maar voor wie een voltijdse opdracht om gezondheidsredenen te zwaar wordt. Voor mensen met een degeneratieve aandoening ( als mucoviscidose of multiple sclerose) is een volledig herstel geen realistische optie. Een blijvende voltijdse tewerkstelling is voor hen dan niet mogelijk, terwijl het maatschappelijk wel wenselijk is dat ze aan het werk blijven. In een langere deeltijdse opdracht blijft hun expertise renderen en blijven de betrokkenen gemakkelijker verder functioneren in hun gewone sociale netwerk.
Minister Smet heeft een voorstel uitgewerkt voor een nieuw stelsel van langer deeltijds ziekteverlof, en heeft dat al gepresenteerd in de werkgroep Geïntegreerd Welzijnsbeleid. Mogelijk wordt het verder besproken in de onderhandelingen voor de volgende collectieve arbeidsovereenkomst.
Een positieve evolutie, vindt De Meyer: zo vermijden we dat mensen te jong om medische redenen op pensioen moeten worden gesteld.