Onderwijs: geen gegevens over uitval zij-instromers

Minister Smet wil meer zij-instromers als leraar inzetten. Meestal volgen die dan een lerarenopleiding “na de uren” terwijl ze al op een school aan de slag zijn. Het rapport Biesta over de lerarenopleiding stelt dat ook deze mensen te maken krijgen met een “praktijkschok” bij hun start als leraar. Over de uitvalcijfers van deze zij-instromers heeft het ministerie van Onderwijs echter geen cijfers, antwoordde minister Smet aan Vlaams parlementslid Jos De Meyer.

Herman Van Rompuy: ‘Ik ben geen cynicus maar heb cynische humor”

Zijn moeder zag hem liever op de universiteit werken. Zelf droomde hij van een (onzeker) bestaan als beroepspoliticus. Na een half leven in de Belgische politiek werd Herman Van Rompuy tot zijn eigen verbazing voorzitter van de Europese Raad. “Twee dagen discussiëren met alleen Obama, Poetin, de Japanse premier en de Europeanen rond de tafel. Zelfs al heb ik de meesten al vele keren gezien, ik blijf verwonderd. In die zin is het leven voor mij nog altijd een ontdekkingstocht.”

U kan het volledige interview lezen via onderstaande link:

Herman Van Rompuy: ‘Ik ben geen cynicus maar heb cynische humor’


Veiligheid Kennedytunnel: blijvende zorg!

“Tijdens de eerste helft van oktober 2013 heeft er een overleg plaatsgehad met alle betrokken actoren. Hierbij is de verkeersveiligheidsproblematiek in en rond de Kennedytunnel opnieuw besproken geweest. Onder andere de problematiek van de tussenafstanden voor vrachtwagens kwam aan bod, alsook de technische haalbaarheid om een systeem van trajectcontrole ter hoogte van de Kennedytunnel in te voeren,” vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer van Vlaams minister voor mobiliteit Hilde Crevits als antwoord op een schriftelijke vraag die hij stelde naar aanleiding van twee dodelijke ongevallen in augustus 2013.

Er zijn al de voorbije jaren al enkele maatregelen genomen die de veiligheid aan de Kennedytunnel reeds gevoelig hebben verhoogd: de snelheidsverlaging, de elektronische borden en de controles met flitspalen. Deze maatregelen hebben het aantal en de ernst van de ongevallen de laatste jaren in belangrijke mate beperkt.

Bijkomende maatregelen zijn echter noodzakelijk om het aantal ongevallen met vrachtwagens op de E17 voor de Kennedytunnel nog te verminderen.

Minister Crevits deelde Jos De Meyer verder nog mee dat dit najaar de veiligheidsuitrustingen in de Kennedytunnel zullen vernieuwd worden. Deze vernieuwing en upgrading van de veiligheidsuitrustingen in de Kennedytunnel kaderen in een aantal ingrijpende werkzaamheden in de verschillende tunnels gelegen op het TERN-T netwerk met als doel de veiligheid in deze tunnels gevoelig te verhogen conform de Europese richtlijnen.
__________
Onderzoek naar veiliger Kennedytunnel

Er heeft een overleg plaatsgevonden over de verkeersveiligheid in en rond de Kennedytunnel. Onder meer de problematiek van de tussenafstanden voor vrachtwagens kwam aan bod, maar ook de technische haalbaarheid van trajectcontrole aan de tunnel.

Dat vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) van zijn partijgenote en Vlaams minister voor Mobiliteit Hilde Crevits, na een vraag naar aanleiding van twee dodelijke ongevallen in augustus dit jaar. Een oplossing is volgens Crevits niet eenvoudig. “De onmiddellijke omgeving van de Kennedytunnel kent door de vele op- en afritten veel weefbewegingen, met veel vrachtverkeer dat zowel vanop de E34 als vanop de E17 komt. Dat maakt het aanhouden en doen naleven van een onderlinge tussenafstand van 50 meter voor trucks niet evident. Er is continu een spanningsveld tussen de optimale benutting van de wegcapaciteit en de verkeersveiligheid.” Een structurele oplossing zit vervat in het Masterplan 2020: het invoeren van een vrachtwagenverbod in de Kennedytunnel. In afwachting hiervan werden de jongste jaren al maatregelen genomen, zoals het installeren van dynamische borden voor het aansturen van het verkeer, het invoeren van een snelheidsbeperking van 70 per uur op werkdagen, de installatie van snelheidscamera’s en een controlesysteem op tussenafstanden in Kruibeke. Dit najaar worden ook nog de veiligheidsuitrustingen in de Kennedytunnel vernieuwd volgens de Europese richtlijnen. (Het Laatste Nieuws,PKM)

15-17/11/2013 – Innestocongres en Goed Gezindweekend

Op 15, 16 en 17 november houdt CD&V haar Goed Gezindweekend in Center Parcs De Vossemeren in Lommel. Onze leden, hun familie en onze sympathisanten hebben de gelegenheid om een fijn weekend door te brengen en tegelijk in gesprek te komen met de CD&V-politici.

Tijdens het Goed Gezindweekend vindt ook het Innestocongres plaats. Het congres betekent het sluitstuk van een jaar lang dialoog binnen CD&V over Operatie Innesto, de inhoudelijke vernieuwing van de partij.

Ikzelf heb meegewerkt aan de congresteksten over Onderwijs. Op het congres zal ik de amendementen met betrekking tot Onderwijs toelichten.

Iedereen is van harte welkom!

Meer info: www.cdenv.be/innestocongres

Versnelde aanpak van de heraanleg van de N446 Grembergen – Waasmunster nodig!

Naar aanleiding van een ongeval waarbij een fietser het leven liet bij het oversteken van de N446 nabij de Durmebrug in Sint-Anna pleit Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer voor een versnelde heraanleg van de gewestweg N446 en informeerde hij bij minister voor Openbare Werken Hilde Crevits naar de stand van zaken van de heraanleg.

De minister antwoordde dat voor de realisatie van het project langs de N446 in totaal over de drie betrokken gemeenten (Grembergen, Hamme en Waasmunster) 209 grondinnames noodzakelijk zijn waarvan er tot op heden 144 gerealiseerd zijn.
Om deze innames te bespoedigen, hebben de betrokken gemeenten een bijkomende onderhandelaar aangesteld, waarvan de kosten kunnen worden opgenomen in de subsidieerbare kosten van de aanleg van fietspaden langs de gewestweg door de gemeente. Dit zal de onteigeningen verder bespoedigen.
Het project is opgenomen op het indicatief meerjarenprogramma van het Agentschap Wegen en Verkeer. Afhankelijk van de afronding van de grondinnames zullen de werken zo spoedig mogelijk kunnen starten.
__________

Extra onderhandelaar voor heraanleg N446

Jos De Meyer (CD&V) informeerde bij Vlaams minister voor Openbare Werken Hilde Crevits (CD&V) naar de heraanleg van de N446 tussen Waasmunster en Grembergen. Hij deed dat naar aanleiding van het ongeval waarbij begin september een 72-jarige fietsster het leven liet, bij het oversteken van de Durmebrug. “De minister antwoordde dat voor het project 209 grondonteigeningen nodig zijn, waarvan er tot op heden 144 gerealiseerd zijn”, zegt De Meyer. “Om de onteigeningen te bespoedigen, hebben de betrokken gemeenten Waasmunster, Hamme en Grembergen een bijkomende onderhandelaar aangesteld.” Crevits liet ook optekenen dat het project is opgenomen in het meerjarenprogramma van het Agentschap Wegen en Verkeer. Afhankelijk van de afronding van de onteigeningen zullen de werken snel starten. (Het Laatste Nieuws,YDS)

Levenslang leren in Vlaanderen:Volwassenenonderwijs groeit sneller dan omkadering

Om onze kenniseconomie verder te laten evolueren is het volgens de Europese Unie nodig onze kennis, vaardigheden en competenties te onderhouden en op te waarderen. De doelstelling van Pact 2020 is een bereik van 15% “levenslang lerenden.” Met 7,5% deelnemers aan “levenslang leren” zit Vlaanderen nog een eind af van die doelstelling, vindt ook minister Smet in zijn antwoord op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer.
Blijven we levenslang leren? Als we ons land willen vergelijken met andere Europese landen, moeten we eigenlijk beter weten wat in de verschillende landen gezien wordt als “leeractiviteit”, stelt een onderzoek rond de deelname aan volwasseneneducatie. Met de 7,5% “lerenden” neemt Vlaanderen een gemiddelde positie in Europa in, maar het grootste deel ervan leert in een formele situatie en haalt zelfs een getuigschrift. Met dat grote aandeel “formeel” lerenden hoort Vlaanderen dan zelfs tot de absolute top in Europa, samen met de Scandinavische regio en het Verenigd Koninkrijk.
Het aantal cursisten in het Vlaamse volwassenenonderwijs ligt hoog, maar het aantal cursusuren per week ligt daarbij niet zo hoog: de deelnemers kiezen eerder voor een minder intensief lessenpakket.
Uit cijfers van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen blijkt dat het aantal cursisten in Vlaanderen op vijf schooljaren is toegenomen met meer dan 5%. De minister wil die stijgende lijn verder aanhouden, maar ziet zich om budgettaire redenen verplicht om de toename van personeel en werkingstoelage te beperken tot 2,59%.

Succesvolle Toppers & Trekkersdag in Gent!

Gisterenavond vond de Toppers & Trekkersdag plaats in Gent. Meer dan 200 lokale toppers & trekkers waren present om mee te denken en te dialogeren.
We zagen een boeiende plenaire zitting, een versterkend rondetafelgesprek en tal van mensen gingen met elkaar in dialoog.
Ikzelf leidde de workshop “Onderwijs”: enthousiaste deelnemers en inspirerende discussies.

Opletten met reuzenberenklauw

In de negentiende eeuw werden reuzenberenklauwen in onze streken ingevoerd als sierplant. Ondertussen zijn veel reuzenberenklauwen verwilderd; deze exoten doen het goed op vruchtbare en verstoorde grond, en kunnen zich sterk verbreiden. In opdracht van het Agentschap voor Natuur en Bos wordt nu een vademecum uitgewerkt voor de bestrijding van zulke invasieve plantensoorten, antwoordde minister Schauvlieghe op de vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer.

Begrazing is de meest ecologische, en ook de meest efficiënte bestrijding van reuzenberenklauwen. Men kiest daarbij best voor donkere schapen, geiten of runderen, want op blote, niet-gepigmenteerde huid kan de reuzenberenklauw ontstekingen veroorzaken.
Menselijke huid is nog veel gevoeliger, en het aanraken of plukken van reuzenberenklauw is dus geen goed idee. Aanraking irriteert niet, maar de gifstof in het plantensap leidt bij blootstelling aan zonlicht na ongeveer 24 uur tot pijnlijke blaren en uitslag. De letsels, die op brandwonden lijken, genezen pas na enkele weken en kunnen blijvende bruinachtige littekens achterlaten. Sap dat in de ogen terechtkomt, kan blindheid veroorzaken.

Te weinig taalleraren in opleiding in internationale uitwisseling

Het Erasmus-uitwisselingsprogramma is bedoeld om universiteits-en hogeschoolstudenten de kans te geven internationale ervaringen op te doen. Sinds 2001 is het aandeel Erasmusstudenten uit Vlaanderen licht gestegen, vernam Vlaams parlementslid Jos De Meyer van minister Smet.
Om de evolutie na te gaan, werden het aantal Erasmusstudenten van een bepaald academiejaar vergeleken met het aantal afgestudeerden van dat zelfde jaar. Van 8,5% in 2001-2002 ging het naar 10,6% in 2010-2011. Voor studenten die een opleidingsonderdeel (“studies” in de enge zin van het woord) in het buitenland wilden volgen, blijkt Spanje al drie jaar lang de populairste bestemming te zijn, gevolgd door Frankrijk. In de topvijf worden deze landen aangevuld met Italië, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, dat in 2011 de vijfde plaats overnam van Portugal. Twee op de drie Vlaamse Erasmusstudenten gaat naar een land uit de topvijf.
Ook voor stages in het buitendland kiezen twee op de drie studenten een land uit de topvijf. Voor stages is Frankrijk populairst, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Spanje en Duitsland.
De duur van een Erasmusproject is in Vlaanderen lager dan het Europese gemiddelde: stages duren gemiddeld 3,5 maand voor Vlaamse studenten in het buitenland, tegenover 4,3 maand voor het Europees gemiddelde. Voor studies in de enge zin van het woord zijn Vlaamse studenten gemiddeld 4,8 maand in het buitenland, tegenover een Europees gemiddelde van 6,3 maand.
Vooral studenten uit de sociale wetenschappen, handelswetenschappen en de rechten nemen deel aan het Erasmusprogramma. De humane wetenschappen en de kunsten zijn oververtegenwoordigd, terwijl natuurwetenschappen, wiskunde, gezondheid en welzijn ondervertegenwoordigd zijn. Ook de lerarenopleidingen sturen verhoudingsgewijs minder studenten naar het buitenland. Volgens De Meyer kan dat te maken hebben met het inplannen van stageperiodes, maar voor leraren moderne vreemde talen zou een Erasmusproject anderzijds toch een groot voordeel kunnen betekenen.
__________

Leraren in spe niet vaak naar buitenland

Studenten uit de humane wetenschappen en de kunsten vind je in verhouding vaak terug in het Europese uitwisselingsprogramma Erasmus. Studenten uit de lerarenopleidingen, de natuurwetenschappen en wiskunde, en gezondheid en welzijn zijn dan weer ondervertegenwoordigd. Dat staat in een antwoord van Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) op een vraag van Jos De Meyer (CD&V). De Meyer vindt het jammer dat leraren niet vlot naar het buitenland trekken. ‘Als zij vreemde talen gaan geven, hebben ze daar toch een voordeel bij.’ Een en ander kan te maken hebben met het inplannen van stageperiodes. (De Standaard, Tom Ysebaert)
__________
Aantal Vlaamse Erasmusstudenten neemt nog steeds toe

BRUSSEL 22/10 (BELGA) = In het academiejaar 2011-2012 hebben een recordaantal van 4.001 Vlaamse studenten geparticipeerd aan het Erasmus-uitwisselingsprogramma. Dat blijkt uit het antwoord van Onderwijsminister Pascal Smet op een schriftelijke vraag van Jos De Meyer (CD&V).
Sinds het academiejaar 2001-2002 toen er 2.728 studenten deelnamen is het aantal Erasmusstudenten bijna continu aangegroeid. In 2008-2009 (3.243) werd voor het eerst de kaap van de 3.000 gehaald. Het aandeel Erasmusstudenten op het totaal aantal afgestudeerden (professionele bachelors en masters) van hetzelfde academiejaar steeg sinds 2001-2002 van 8,5 tot 10,6 procent in 2011-2012.
Van de 4.001 Erasmusstudenten in 2011-2012 waren er 2.254 afkomstig van hogescholen en 1.747 van universiteiten.
De top-3 van landen voor een SMS (mobiliteit voor studies) tijdens het academiejaar 2011-2012 was Spanje, Frankrijk en Duitsland. Voor de SMP’s (mobiliteit voor stages) is dat Frankrijk, het VK en Nederland.
Het zijn vooral studenten uit de sociale wetenschappen, handelswetenschappen en rechten die deelnemen aan het Erasmusprogramma. Humane wetenschappen en kunsten zijn oververtegenwoordigd, terwijl lerarenopleidingen, natuurwetenschappen en wiskunde, en gezondheid en welzijn ondervertegenwoordigd zijn. (Belga,KVH)

CD&V wil einde aan rechtsonzekerheid rond trage wegen

De CD&V-fractie in het Vlaams Parlement heeft een voorstel van decreet uitgewerkt dat de regelgeving rond trage wegen moet verbeteren. De huidige regelgeving dateert volgens CD&V van 1841 en leidt tot rechtsonzekerheid. Een opfrissing van de regelgeving moet een einde maken aan die rechtsonzekerheid. Dit weekend organiseert de vzw Trage Wegen de “Dag van de Trage Weg”.

Trage wegen zijn wegen, paadjes of jachtpaden die niet gebruikt worden voor gemotoriseerd verkeer (tenzij door landbouwvoertuigen). Netwerken van trage wegen zijn vaak een belangrijke schakel in lokaal woon-werkverkeer en worden vaak gebruikt door recreatieve fietsers en wandelaars. Maar de huidige toestand van de trage wegen wordt gekenmerkt door rechtsonzekerheid voor gebruikers, lokale besturen en eigenaars. Die rechtsonzekerheid heeft vooral te maken met de verouderde en achterhaalde wetgeving uit 1841.

CD&V’ers Dirk De Kort, Jos De Meyer, Karin Brouwers, Tinne Rombouts en Els Kindt hebben nu een voorstel klaar om die wetgeving te vervangen. Bedoeling is dat er gemeentelijke plannen rond trage wegen worden opgesteld. Die plannen moeten de rechten rond de trage wegen “onweerlegbaar” vastleggen. Zo zal bijvoorbeeld duidelijk worden vastgelegd welke trage wegen open zijn en welke wegen door niet-gebruik definitief gesloten zijn. “De grijze zone waarin gebruiker of eigenaar het (niet-)gebruik moet aantonen, met wisselende rechtspraak, behoort dan definitief tot het verleden”, luidt het. (Vilt)

Windturbinepark Sint-Gillis-Waas feestelijk geopend

Seneca schreef ooit dat “Voor wie niet weet naar welke haven hij moet varen, geen enkele wind gunstig is”. De gemeente Sint-Gillis-Waas weet dat, samen met Electrabel, wèl. Zij kiezen vandaag resoluut voor een duurzame koers.

Zondag werd met veel wind het windturbineopark in Sint-Gillis-Waas geopend.
Naast Burgemeester Remi Audenaert, de heer De Clercq van Electrabel mocht ik het woord voeren namens de minister-president.
Hieronder vindt u de volledige toespraak.

TOESPRAAK DIE IK UITSPRAK NAMENS VLAAMS MINISTER-PRESIDENT EN
VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITENLANDS BELEID,
LANDBOUW EN PLATTELANDSBELEID

Inhuldiging Windturbinepark Sint-Gillis-Waas
13 oktober 2013

Mijnheer de burgemeester,
Mijnheer De Clercq,
Dames en heren,

Seneca schreef ooit dat “Voor wie niet weet naar welke haven hij moet varen, geen enkele wind gunstig is”. De gemeente Sint-Gillis-Waas weet dat, samen met Electrabel, wèl. Zij kiezen vandaag resoluut voor een duurzame koers. Het probleem dat Seneca schetste, zal zich hier dus niet meer stellen. Want vanaf nu is voor u letterlijk elke wind gunstig.

Deze 3 windturbines zullen zorgen voor genoeg hernieuwbare energie om 4.000 gezinnen te bevoorraden. De besparing van 6.400 ton CO2 per jaar, zet Sint-Gillis-Waas bovendien stevig op de kaart als een gemeente die mee strijdt tegen de wereldwijde klimaatuitdaging.

Om al die redenen wil ik graag de burgemeester en Electrabel danken en feliciteren met deze prachtige realisatie.

Hiermee zet u zich volledig op de lijn die de Vlaamse regering uitzet. Hernieuwbare energie is een wezenlijk onderdeel van een gezonde mix van verschillende energiebronnen. Zo een mix is essentieel voor een stabiele en competitieve energieproductie.

De Vlaamse overheid stimuleert investeerders via de groene stroomcertificaten om op een structurele manier hernieuwbare energie te produceren, én aan het net te leveren. Dit systeem werd deze legislatuur herzien.

Op die manier konden we een evenwicht vinden tussen de beheersbaarheid van de kosten voor de verbruiker, én een voldoende stimulans voor de investeerder.

Het is ontzettend belangrijk dat we op deze weg verder gaan. Zekerheid moet gekoppeld worden aan vooruitgang. Stabiliteit aan innovatie. Daarvoor hebben we tal van mogelijkheden. Om groene stroom op te wekken, beschikken we over biomassaproductie, zonne-energie, waterkrachtkoppeling, geothermie én uiteraard windenergie. Voor al die vormen van hernieuwbare energie is er bovendien nog veel marge voor bijkomende groei. De drie windturbines die vandaag in werking worden gezet, zijn dan ook zeer welkom.

Dames en heren,

Wie vandaag een windturbinepark wil bouwen, moet met veel meer dan alleen het technisch aspect bezig zijn. Al te vaak gaat het investeringsproces gepaard met sterke tegenstand en actiecomités.

Dat is een situatie die voor niemand goed is. Het maakt de gemiddelde ontwikkelingskosten duurder, de gevraagde subsidies hoger en het zorgt voor veel stress voor al wie hier bij betrokken is.

Zulke omstandigheden moeten uiteraard vermeden worden. Het is daarom van cruciaal belang dat ontwikkelaars van bij de start in dialoog treden met lokale bestuurders, eigenaars en omwonenden. Dat is de meest efficiënte manier om een dergelijk project te ontwikkelen.

Dit project geeft dan ook het goede voorbeeld. De specifieke lokale aanpak is hier gericht op wederzijds vertrouwen én op een actieve rol voor de inwoners. CoGreen is een fantastisch concept. Het gaat uit van de kracht van samenwerking. Dit concept grijpt terug naar het eeuwenoud recept van de coöperatie, en giet het in een moderne vorm.


U beseft hier maar al te goed dat Alexander Graham Bell het bij het rechte eind had toen hij zei dat “grote uitvindingen en verbeteringen, zonder uitzondering de samenwerking van vele geesten vergen”.

Deze realisatie verdient dan ook niets dan lof. De gemeente Sint-Gillis-Waas en Electrabel geven hier het goede voorbeeld. Zij tonen hoe vergroening hand in hand gaat met samenwerking. Zij bewijzen dat inspraak wel degelijk kan leiden tot uitspraak. Ik wens jullie daarom heel veel succes met dit schitterende windturbinepark, én met de verdere uitbouw van het CoGreen-concept.

Ik dank u.

DBFM: eerste steen voor GO!

Op dinsdag 15 oktober 2013 legt minister Smet van Onderwijs de eerste steen voor de nieuwe gebouwen van Baken, een DBFM-project van een school voor buitengewoon onderwijs te Sint-Niklaas. “DBFM” staat voor “design, build, finance, maintain” en is een vorm van publiek-private samenwerking. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer, die ook aanwezig zal zijn, kreeg van de minister een stand van zaken over de DBFM-projecten.
Het Sint-Niklase bouwproject is het tweede DBFM-project waarvoor de werken dan van start gaan. Het is het eerste DBFM- project voor het gemeenschapsonderwijs. Daarnaast zijn al 53 projecten in de aanbestedingsfase, 89 projecten in de vergunningsfase en 21 projecten in de ontwerpfase.
Oorspronkelijk waren meer projecten voorzien. Eerst waren meer dan 165 scholen geïnteresseerd, maar 34 daarvan haakten af omdat de financiële last te zwaar werd.
In het basisonderwijs zou een DBFM-project gemiddeld tussen de 47 en 65% van de werkingstoelage per leerling kosten, terwijl men gehoopt had dat te kunnen beperken tot 15 of desnoods 25%. Blijkbaar was het niet zo eenvoudig om het beoogde schaalvoordeel te halen. De dalende rente heeft ook weinig effect gehad omdat de bouwkosten ondertussen enorm zijn opgelopen. Verder betekent werken met DBFM ook werken met een prestatiebestek, en dat wordt niet steeds door alle partijen op dezelfde manier begrepen. De Meyer zal de minister daarom nog verder bevragen om te vermijden dat nog meer schoolbesturen moeten afhaken of in de problemen komen.

Aanpak vervuilde schoolterreinen

In 2009, bij het begin van de legislatuur, werd de versnelde sanering van vervuilde schoolterreinen als een prioriteit aangegeven in de beleidsnota’s van Leefmilieu en Natuur en van Onderwijs. Vlaams parlementslid Jos De Meyer vroeg in de commissie Onderwijs wanneer de eerste resultaten van die versnelde sanering verwacht konden worden. Het samenwerkingsprotocol tussen de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) en het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) is immers pas op 5 september 2013 ondertekend.
Volgens minister Smet zal het programma voor de aanpak van vervuilde schoolterreinen zes jaar in beslag nemen. Eerst worden de scholen geïnformeerd, en dan krijgen de schoolbesturen een jaar om dossiers in te dienen. Er wordt gewerkt met een prioriteitenindex, want sommige werken zijn dringender dan andere. Pas als duidelijk is welke werken nodig zijn, zal uitgezocht worden welke bijkomende middelen voorzien moeten worden in de begrotingsopmaak voor 2015-16.
Dat zal nodig zijn, stelt ook De Meyer, want AGIOn heeft op dit ogenblik zelfs onvoldoende middelen om de “gewone” bouwdossiers op een normaal tijdstip aan bod te laten komen.

Onderwijshervorming in plenaire zitting van Vlaams parlement

Op de plenaire zitting van 9 oktober 2013 vroeg Marleen Vanderpoorten welke visie minister Bourgeois over de onderwijshervorming uitdroeg in zijn ronde van Vlaanderen. De minister verwees meteen naar de presentatie die hij die avond in Gent zou geven.
Vlaams parlementslid Jos De Meyer vroeg aandacht voor een aantal fundamentele bekommernissen van de CD&V.

Minister, ik moet mij voor vanavond verontschuldigen. Had u mij uitgenodigd, ik was graag aanwezig geweest. (Applaus. Gelach)
Om misverstanden te vermijden, wil ik toch even kort ons standpunt weergeven, voor het geval u daarover zou worden ondervraagd. CD&V wil alle kansen geven aan de onderwijshervorming. Dat betekent voor ons: borgen wat goed is en uiteraard snel en absoluut verbeteringen aanbrengen waar dat noodzakelijk is. Daarbij vragen wij uitdrukkelijk respect voor de vrijheid van onderwijs, ook wat betreft de CLB-keuze. Laat dat duidelijk zijn. We vinden dat er samen moet worden gewerkt aan voldoende draagvlak, zowel bij leerkrachten, ouders en schoolbesturen als bij directies.
Wij pleiten ook voor een geleidelijke invoering met voldoende subsidiariteit. Wij zijn er namelijk van overtuigd dat dat de snelste weg is om de doelstelling te bereiken.
Voorzitter, op de studiedag van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) en op de studiedag over de lerarenopleiding van verleden week, hebben wij geleerd dat structuren uiteraard een grote betekenis hebben, maar dat mensen ook bijzonder belangrijk zijn.
Collega’s, als we de domeinscholen kansen willen geven, zal de minister van Financiën uiteraard naar een hogere versnelling moeten schakelen. (Applaus)

Stationsstraat feestelijk geopend!

Vorig weekend werd de heraangelegde Stationsstraat officieel geopend door minister Schauvliege en een aantal andere prominenten. Ook ik was daarbij aanwezig.
Een massa kijklustige kopers reageerde enthousiast op het eigentijds karakter dat de winkelstraat meekreeg.

“Onder impuls van CD&V, gaf het schepencollege uit de vorige bestuursperiode begin 2009 groen licht voor de heraanleg van de Stationsstraat.
Jos De Meyer legde als schepen van economie en middenstand toen de basis voor het project via de oprichting van een werkgroep die met alle betrokkenen de concrete plannen moest uitwerken. Vandaag heeft de nieuwe meerderheid de vruchten geplukt van al dit voorbereidende werk. Nu al is duidelijk dat de winkelstraat het kloppend hart van de stad zal worden”, aldus CD&V-voorzitter Johan Uytdenhouwen.

Tweede inhaaloperatie scholenbouw pas in volgende legislatuur?

In zijn interpellatie op de Commissie Onderwijs merkte Vlaams parlementslid Jos De Meyer op dat 29% van onze schoolgebouwen dateert van voor 1950. Daardoor zijn nu veel onderhouds-, vernieuwings- en uitbreidingswerkzaamheden nodig, die gesubsidieerd kunnen worden via het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn). De wachtlijst bij AGIOn is echter enorm: op dit ogenblik behandelt men dossiers uit 2001.

Als aanvulling op de gewone subsidies werd In 2006 gestart met scholenbouwprojecten in publiek-private samenwerking: de DBFM-operatie (DBFM staat daarin voor “design, build, finance, maintain). Volgens minister Smet van Onderwijs kan de moeizame start van DBFM toegeschreven worden aan de financiële crisis, maar de operatie begint nu wel op kruissnelheid te komen met contracten voor 200 schoolgebouwen. Eén project, het GTI in Londerzeel, is al in uitvoering: de gebouwen zullen in juni 2014 worden opgeleverd. Volgende week wordt in Sint-Niklaas de eerste steen gelegd voor een project van het gemeenschapsonderwijs.
De problematiek van de scholenbouw in Vlaanderen ligt De Meyer (zelf vroeger directeur van een secundaire school) nauw aan het hart, en hij volgt het thema al van voordat Onderwijs een Vlaamse bevoegdheid werd. Hij beklemtoont daarom ook de nood aan langetermijnvisie en dringt aan op de tweede grote inhaaloperatie die minister Smet in de beleidsnota van 2009 aankondigde.
Toen het Vlaamse regeerakkoord werd afgesloten in 2009, was daarin eigenlijk niet voorzien dat er ook middelen nodig zouden zijn om de capaciteit van de basisscholen te verhogen. Nu elk kind inderdaad een plaats heeft gevonden in het basisonderwijs, is nog niet het volledige budget besteed aan nieuwe scholen. Uit het antwoord van de minister op zijn schriftelijke vraag valt de minister op dat er voor 23 miljoen gebouwd is, dat er voor 18 miljoen projecten gestart zijn, maar ook dat er voor meer dan 26 miljoen euro nog gestart moet worden. Als we zien hoe het geld verdeeld wordt over de verschillende netten, zien we in de feiten een discriminatie van het vrij gesubsidieerd onderwijs, vindt De Meyer. De verdeling van de fondsen weerspiegelt zeker niet het leerlingenaandeel van de verschillende netten.
De beloofde tweede inhaaloperatie voor de “gewone” scholenbouw blijft absoluut nodig. “De volgende Vlaamse Regering zal van bij de start duidelijke keuzes moeten maken,” stelt ook minister Smet, maar “het zal nog minstens drie legislaturen duren vooraleer de wachtlijst weggewerkt is.”
De vraag blijft dan natuurlijk waarom deze regering al niet een tandje bijschakelt, merkt De Meyer op. Als we dat nu doen, wordt het voor de volgende regering gemakkelijker om in een hogere versnelling door te werken, wat in dit dossier zeker nodig is.
Het volledige verslag van mijn tussenkomst vindt u via onderstaande link.

http://docs.vlaamsparlement.be/docs/handelingen_commissies/2013-2014/c0m008ond2-02102013_voorlopig.pdf
__________

‘Smet schuift inhaaloperatie scholenbouw door’

De beloofde tweede inhaaloperatie voor de scholenbouw komt er niet meer, zegt Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V). Hij betreurt dat. Er staat nu al voor 4,5 miljard euro aan projecten op de wachtlijst.

De wachtlijst in de scholenbouw dikt aan. De projecten die zijn ingediend bij het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGION) kosten samen al 3,1 miljard euro. Wanneer je daar de wachtlijst voor het gemeenschapsonderwijs bijtelt – dat geen beroep kan doen op AGION – komt men volgens Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a) uit op 4,5 miljard euro. Smet erfde de achterstand in de scholenbouw van zijn voorgangers. Hij wou bij zijn aantreden in 2009 naast ‘Scholen van Morgen’ (zie inzet) een tweede inhaaloperatie voor de scholenbouw opstarten. Maar enkele maanden voor het einde van de legislatuur is het nog steeds wachten op die inhaalbeweging. Onbegrijpelijk, zegt Jos De Meyer, Vlaams Parlementslid en ‘ancien’ van de commissie Onderwijs. ‘In het huidige tempo duurt het nog minstens drie legislaturen voor de wachtlijst is weggewerkt. Als deze regering een tandje bijsteekt, wordt het voor de volgende regering gemakkelijker om in een hogere versnelling te schakelen. We kunnen de lange wachtlijst nooit fors inkorten zonder bijkomende middelen.’ Smet erkent de nood aan extra geld voor de scholenbouw. ‘Het is geen geheim dat de volgende Vlaamse regering meteen duidelijke keuzes zal moeten maken, ook over de scholenbouw. Niemand heeft een toveroplossing. Het antwoord ligt in extra geld.’ Maar hij is het niet eens met de kritiek van zijn coalitiepartner CD&V dat er de afgelopen jaren niets gebeurd is. Er zijn alternatieve pistes uitgewerkt, zegt hij. Een tweede grootschalige publiek-private samenwerking is voor hem niet meer aan de orde. Maar investeringen in scholeninfrastructuur via het bankenplan van de Vlaamse regering en de volkslening van de federale regering zijn wel mogelijk. Daarnaast zet de regering in op alternatieve financieringsvormen met verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen. De vraag is wel of Europa groen licht zal geven voor die constructies. ‘Dat moet uitgeklaard worden aan de hand van een concreet project’, zegt Smet. De stad Antwerpen plant bijvoorbeeld de bouw van een kleuter- en een lagere school op de Linkeroever via alternatieve financiering. De voorbereiding is rond. ‘Het is wel jammer dat de stad Antwerpen niet wat sneller werkt’, zegt Smet. De Antwerpse schepen van Onderwijs, Claude Marinower (Open VLD), is niet opgezet met die kritiek. ‘We hebben de oproep van de minister niet nodig om haast te maken in dit dossier. Het wordt volop voorbereid. We nemen daar in november een principiële beslissing over.’
(De Tijd, Barbara Moens)

Armoede op den buiten

“Plattelandsarmoede, er wordt niet zoveel over gepraat, het is minder zichtbaar, maar het is er wel,” stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer. Onlangs heeft Welzijnszorg aandacht gevraagd voor plattelandsarmoede in het kader van de nieuwe jaarcampagne ‘Armoede (op den) buiten’. Ze verwijzen naar cijfergegevens uit het recent onderzoek van het Steunpunt Armoede waaruit blijkt dat sommige groepen op het platteland het moeilijker hebben dan het gemiddelde: oudere personen, eenpersoonshuishoudens en eenoudergezinnen.
De Meyer ondervroeg minister-president Kris Peeters in de commissie Landbouw over de bestrijding van de armoede op het platteland.
Kris Peeters antwoordde dat binnen het landbouwbeleid de werking van ‘Boeren op een Kruispunt’ onverdroten verder zal gezet en zelfs versterkt zal worden door een actieve rol van een aantal partners uit de agro-voedingsketen.
Binnen het plattelandsbeleid wordt gewerkt via drie sporen, één beleidsmatig spoor waaronder het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg en het Platform voor Plattelandsonderzoek, één spoor voor initiatieven op Vlaams niveau met onder meer het Plattelandsfonds en tenslotte een spoor voor gebiedsgerichte projecten met onder meer het PDPO. De drie sporen kaderen binnen het Vlaams Plattelandsbeleidsplan, waar ‘plattelandsarmoede aanpakken’ één van de subdoelstellingen is waaraan verschillende acties voor de periode 2013 – 2015 zijn gekoppeld. Die acties worden tevens opgenomen in het Vlaamse actieplan ter bestrijding van de armoede 2010 – 2014.
Armoedebestrijding is niet alleen een thema voor de minister bevoegd voor Landbouw en Platteland, maar raakt ook diverse andere aspecten aan. Er vindt dan ook regelmatig overleg plaats. Op ambtelijk niveau is er het Horizontaal Permanent Armoedeoverleg dat tweemaandelijks samenkomt. In dit horizontaal overleg komen de aandachtsambtenaren uit de verschillende departementen en agentschappen van de Vlaamse administratie samen met medewerkers van het ‘Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen’ en enkele bijkomende experts die de verschillende domeinen vertegenwoordigen waarin armoedebestrijding belangrijk is. Ook met de vakministers vindt regelmatig overleg plaats. Het dossier is immers een horizontaal beleidsveld dat werd opgenomen in de verschillende bevoegdheden.
__________

“Vlaanderen zet in op bestrijding plattelandsarmoede”

Zowel binnen het landbouwbeleid als binnen het plattelandsbeleid wordt vanuit Vlaanderen gewerkt om de armoede op het platteland te bestrijden. Dat antwoordde minister-president Kris Peeters op een parlementaire vraag van Jos De Meyer (CD&V) naar aanleiding van de nieuwe jaarcampagne ‘Armoede (op den) buiten’ van Welzijnszorg. Vooral alleenstaanden, eenoudergezinnen en oudere personen hebben het moeilijk op het platteland.

Binnen het landbouwbeleid ondersteunt de Vlaamse overheid de werking van Boeren op een Kruispunt, een hulporganisatie voor boeren in moeilijkheden. “Die steun zullen wij onverdroten verderzetten en door een actieve rol van een aantal partners uit de agrovoedingsketen zal de werking van deze organisatie zelfs versterkt worden”, aldus de minister-president.

Binnen het plattelandsbeleid wordt er via drie sporen aan armoede op het platteland gewerkt. Zo is er een beleidsmatig spoor waaronder het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg en het Platform voor Plattelandsonderzoek vallen. Daarnaast zijn er ook initiatieven op Vlaams niveau waarbij onder meer de begunstigde gemeenten van het Plattelandsfonds projecten kunnen indienen die de armoede bestrijden. Het laatste spoor zijn gebiedsgerichte projecten die onder meer binnen het PDPO passen.

“Die drie sporen kaderen binnen het Vlaams Plattelandsbeleidsplan, waar ‘plattelandsarmoede aanpakken’ één van de subdoelstellingen is waaraan verschillende acties voor de periode 2013-2015 zijn gekoppeld. Die acties worden eveneens opgenomen in het Vlaams actieplan ter bestrijding van de armoede 2010-2014”, verduidelijkt Peeters.

De minister-president wijst er ook op dat armoedebestrijding niet alleen een thema is voor de minister die bevoegd is voor landbouw en platteland. “Er vindt ook geregeld overleg met andere beleidsdomeinen plaats. Op ambtelijk niveau is er het Horizontaal Permanent Armoedeoverleg dat tweemaandelijks samenkomt”, klinkt het.

In dat horizontaal overleg komen ambtenaren uit verschillende departementen en agentschappen van de Vlaamse administratie samen met medewerkers van het ‘Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen’. Ook bijkomende experts die verschillende domeinen vertegenwoordigen waarin armoedebestrijding belangrijk is, komen daar samen. Andere ministers worden ook regelmatig bij het overleg betrokken.

Volgens cijfergegevens van het Steunpunt Armoede blijkt dat sommige groepen op het platteland het moeilijker hebben dan in de steden. Maar liefst 31 procent van de alleenstaanden is arm, net als 53 procent van de eenoudergezinnen. Bij de 64-plussers leeft 15 procent in armoede en maar liefst 10 procent van de woningeigenaars. Bovendien krijgt plattelandsarmoede vaak minder aandacht en is het minder zichtbaar.
(Vilt)

Steeds meer niet-burgemeesters worden voorzitter van de gemeenteraad

Sinds 2006 is de burgemeester niet meer automatisch ook de voorzitter van de gemeenteraad. In vier Vlaamse gemeenten is de voorzitter van de gemeenteraad nu zelfs iemand die niet tot de partijen van de bestuursmeerderheid behoort. Dat vernam Vlaams parlementslid Jos De Meyer in het antwoord op zijn vraag hierover aan minister Geert Bourgeois.
Nog niet alle Vlaamse gemeenten hebben hun cijfers doorgegeven, maar er is een duidelijke tendens: de voorzittershamer wordt steeds minder gehanteerd door de burgemeester (61% in 2006, nu 30%) en vaker door een “gewoon” raadslid van de meerderheid (33,5% in 2006, nu 65%).
De evolutie naar evenwicht tussen mannen en vrouwen gaat veel trager: in 2006 waren er 43 vrouwelijke voorzitters van de gemeenteraad (14 % van de 308 doorgegeven cijfers), nu is aantal opgelopen tot 48 (17% van de 277 doorgegeven cijfers).

Afstandsnorm voor tewerkstelling wordt niet aangepast voor kleine deeltijdse opdrachten

Wie in het onderwijs voltijds benoemd is, heeft recht op een voltijdse aanstelling, desnoods in een school die wat verder ligt. Sinds twee jaar is de afstandsnorm voor wedertewerkstelling en reaffectatie opgetrokken van 25 naar 60 km van de woonplaats. Die norm geldt niet enkel voor voltijdse aanstellingen, maar ook voor zelfs zeer kleine deeltjes van een opdracht, en minister Smet is niet van plan dat te wijzigen. Dat vernam Vlaams parlementslid Jos De Meyer als antwoord op zijn vraag daarover aan minister Smet van Onderwijs. De norm houdt ook geen rekening met de andere plaatsen waar het personeelslid werkt.
“Ik blijf erop vertrouwen dat de reaffectatiecommissies wijsheid aan de dag leggen bij het toewijzen,” stelt de minister in zijn antwoord. Dat is vanzelfsprekend, vindt De Meyer, maar als ze de norm moeten volgen, is een wijze oplossing soms onmogelijk. Vorig schooljaar leidde dat al tot absurde situaties, zoals een verplaatsing van 104 kilometer voor één lesuur

Nazomerontmoeting Boerenbond

Donderdag vond de jaarlijkse nazomerontmoeting van Boerenbond plaats.
Ondervoorzitter Sonja De Becker, voorzitter Piet Vanthemsche en minister-president Kris Peeters voerden het woord. Hun interessante toespraken vindt u hieronder.
Ik had een interessant gesprek met Kris Peeters en Piet Vanthemsche over landbouw en de zesde staatshervorming.