Effectieve splitsing Wereldoriëntatie overgelaten aan volgende regering

BRUSSEL 27/03 (BELGA) = De effectieve splitsing van de eindtermen voor het vak Wereldoriëntatie in het basisonderwijs wordt overgelaten aan de volgende legislatuur. Minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a) bevestigde bij de bespreking van het decreet aan Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) dat de uitvoeringsbesluiten niet meer worden genomen voor de verkiezingen.
In de commissie Onderwijs van het Vlaams parlement ligt ‘onderwijsdecreet 24’, een verzameldecreet, voor. Daarin is onder meer sprake van de splitsing van het vak Wereldoriëntatie in een deel ‘mens en maatschappij’ en een deel ‘wetenschap en techniek’. Volgens Pascal Smet is dat een eerste stap naar de introductie van vakleerkrachten in het lager onderwijs.
Deze week stelden de grootste onderwijskoepels en -vakbonden echter een gezamenlijke tekst op waarin ze zich samen afkeren van het voorstel. CD&V wil niet doof blijven voor de bezwaren van het veld en vroeg de minister naar zijn concrete plannen. Daarop werd besloten het principe overeind te houden in het decreet en de uitvoeringsbesluiten over te laten aan een volgende regering.
Volgens Smet was het van bij het begin de bedoeling de uitvoering aan de komende legislatuur te laten. De effectieve invoering zou dan vanaf 1 september 2015 kunnen.
“Dit doet niets af aan het principe dat verankerd is”, zegt ook parlementslid Kris Van Dijck (N-VA). “Iedereen heeft de mond vol van de noodzaak van meer aandacht voor wetenschap en techniek, ten voordele van de leerlingen en de arbeidsmarkt. Met dit decreet voegen we de daad bij het woord.”
Het decreet wordt normaal gezien volgende week gestemd in de commissie.(Belga)

Is heropening Russische markt voor varkensvlees nabij?

Naar aanleiding van een parlementaire vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer naar de stand van zaken rond de Russische importban voor Europees varkensvlees, somde Peeters de stappen op die al zijn ondernomen om de ban op te heffen. Zo was er op 4 maart, minder dan een week na de instelling van de importstop, een onderhoud tussen het Belgische Voedselagentschap en Rosselkhoznadzor, de Russische voedselveiligheidsdienst.

Hoewel een onderhoud tussen het Belgische Voedselagentschap en de Russische voedselveiligheidsdienst nog niet tot resultaat heeft geleid, geeft minister-president Kris Peeters de hoop niet op dat de Russische markt weldra opnieuw opengaat voor ons varkensvlees. Piet Vanthemsche, voorzitter van Boerenbond, is pessimistischer: “Het is niet ondenkbeeldig dat het conflict rond de Krim en Oekraïne verder escaleert in een handelsoorlog.”

Naar aanleiding van een parlementaire vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer naar de stand van zaken rond de Russische importban voor Europees varkensvlees, somde Peeters de stappen op die al zijn ondernomen om de ban op te heffen. Zo was er op 4 maart, minder dan een week na de instelling van de importstop, een onderhoud tussen het Belgische Voedselagentschap en Rosselkhoznadzor, de Russische voedselveiligheidsdienst.

“Uit dit overleg kwam duidelijk naar voor dat Rusland vertrouwen heeft in de aanpak van België van de Afrikaanse varkenspest en de traceerbaarheid en certificering binnen de varkensketen. Er werden geen specifieke knelpunten vastgesteld die het hervatten van de import van Belgisch varkensvlees zouden bemoeilijken”, legde Peeters uit. Maar omdat het gaat om een importstop voor varkensvlees uit heel Europa, kon het gesprek geen einde maken aan de importban.

Op 13 maart heeft Peeters vervolgens een overleg gehad met de verschillende schakels in de varkensketen. “Daarbij heeft de sector aangegeven dat hij akkoord is, dat wanneer de Europese inspanningen niet tot resultaat zouden leiden, er kan overgegaan worden op bilateraal overleg met Rusland. Daarbij werd er ook op aangedrongen op het onderhouden van goede contacten met de andere belangrijke varkens-exporterende lidstaten, zoals Frankrijk, Nederland, Denemarken en ook Duitsland, onze belangrijkste afzetmarkt.”

Een volgende stap van de minister-president was een overleg met zijn Nederlandse collega, Sharon Dijksma. “Ook daar kwam de importstop van varkensvlees naar Rusland ter sprake. We hebben afgesproken dat we elkaar goed op de hoogte gaan houden over de wederzijdse stappen die genomen worden richting Rusland.”

Tot slot zal ook VLAM op zeer korte termijn bekijken welke extra promotie-ondersteunende maatregelen er kunnen genomen worden om enerzijds de binnenlandse afzet van het varkensvlees te bevorderen en anderzijds te anticiperen op een mogelijke heropening van de Russische markt. “En als de importstop blijft aanhouden, zal VLAM de nodige begeleiding bieden bij de prospectie naar mogelijk nieuwe afzetmarkten”, zei Peeters.

Op de vraag of private opslag een oplossing kan zijn om de daling van de varkensprijs als gevolg van de Russische importstop tegen te gaan, antwoordde de minister-president dat de beslissing daarover op Europees niveau genomen moet worden. “Maar tijdens mijn overleg met de sector kwam naar voor dat zij in de eerste plaats willen dat alles op alles wordt gezet om de export met Rusland te hervatten. Een private opslag heeft als grote nadeel dat er opnieuw druk op de prijzen komt wanneer het varkensvlees uit de opslag wordt gehaald.”

Gezien al de stappen die al genomen zijn, gaat Peeters er van uit dat de contacten met Rusland vrij snel tot positieve resultaten zullen leiden. Dit positivisme leeft ook bij zijn Nederlandse collega. “En als de Russen voor Nederland een uitzondering maken, zullen ze dat ook doen voor België en omgekeerd. De bezorgdheid is dat Duitsland niet tot de landen behoort waarvan het varkensvlees opnieuw Rusland in mag. En zoals al eerder gezegd, we moeten ten alle tijden vermijden dat Duitsland dit verkeerd interpreteert, want als de Duitse markt problemen zou geven voor ons, dan zitten we natuurlijke met een andere problematische situatie”, besloot Kris Peeters.

In zijn voorwoord in Boer&Tuinder deelt Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche het positivisme van de minister-president niet. “De hoop om tot een bilateraal akkoord te komen tussen de Europese Unie en Rusland is ijdel gebleken. De Russische markt blijft afgesloten”, schrijft hij. “Het conflict rond de Krim en Oekraïne heeft geleid tot een soort Koude Oorlog en heeft de koppige en onredelijke houding van de Russen nog versterkt. Ik heb de indruk dat zij in de huidige omstandigheden in geen geval akkoorden zullen sluiten met de EU. Integendeel, het is niet ondenkbeeldig dat deze Koude Oorlog verder escaleert in een handelsoorlog.” (Vilt)

Zij-instromers in het onderwijs niet ten nadele van jonge personeelsleden

Als het Vlaamse onderwijs meer ervaren zij-instromers aantrekt uit andere sectoren, zal dat niet ten nadele zijn van jonge personeelsleden, vernam Vlaams parlementslid Jos De Meyer bij de bespreking van zijn vraag daarover op de commissie Onderwijs.
Het te verwachten besluit van de Vlaamse regering zal het mogelijk maken dat zij-instromers wel geldelijke anciënniteit kunnen meenemen naar het onderwijs, maar geen andere vormen van anciënniteit. Voordat ze kunnen benoemd worden, moeten ze dus ook nog voldoende dagen presteren als personeelslid in het onderwijs; het is niet de bedoeling dat ze op basis van hun buitenschoolse ervaring jonge collega’s verdringen die hun carrière gestart zijn in het onderwijs.
De mogelijkheid om geldelijke anciënniteit mee te nemen zal wel enkel gelden voor nieuwe zij-instromers. In sommige scholen leidt dat tot extra problemen bij vervangingen, merkt De Meyer op. Zij-instromers die willen starten in het onderwijs, houden nu de boot af, zodat ze op het moment dat het Besluit van de Vlaamse Regering afgekondigd wordt nog beschouwd kunnen worden als “nieuwe” zij-instromers.

Resolutie over Wase mobiliteit goedgekeurd in het Vlaams Parlement

De resolutie betreffende de mobiliteit over de weg in het Waasland is bijzonder belangrijk voor een vlotte doorstroming van het verkeer op de E17 en de E34 en voor meer veiligheid in de dorpskernen, die nu lijden onder sluipverkeer. Dat stelde Jos De Meyer bij de bespreking in de plenaire zitting van het Vlaams Parlement op 26 maart.
De resolutie vraagt aan de Vlaamse regering om de conclusies van de studie over de Wase mobiliteit op te nemen in de instrumenten van ruimtelijke planning, en om de middelen te voorzien voor de nodige infrastructuurwerken. De studie stelt in het Waasland een kleinschalige verbinding voor tussen de E17 en de E34 met de realisatie van de oostelijke tangent in Sint-Niklaas. Er wordt een dubbele kamstructuur voorgesteld door de aanleg van parallelwegen naast de E17 (tussen Sint-Niklaas en Zwijndrecht) en naast de E34 (tussen Moerbeke en Antwerpen) en de nodige aansluitingen. Op die wijze wordt het regionale verkeer beter gedraineerd naar het hoofdwegennet en worden de kernen ontlast. Ook wordt een verbinding voorgesteld tussen de E17 via de oostelijke tangent naar de N 70, vanaf het Doornpark te Beveren, naar de Waaslandhaven, met aansluiting op de verkeerswisselaar E34-N451. Er moet op Vlaams niveau ook een oplossing komen voor de capaciteitsproblemen van de Kennedytunnel en de onderbenutting van de Liefkenshoektunnel.
Indiener Jos De Meyer dankte de mede-ondertekenaars van het voorstel van resolutie Bart Van Malderen (S.P.a.), Marius Meremans (N.V.A.) en Marc Van de Vijver (C.D.&V.). De resolutie werd goedgekeurd door de drie meerderheidspartijen, en ook door Open VLD en Vlaams Belang.
Met deze resolutie geven de indieners een duidelijk signaal aan de Vlaamse Regering. Een snelle realisatie van het mobiliteitsplan is immers cruciaal voor veilig en vlot verkeer in het Waasland. De spoedige uitvoering van het plan is ook opgenomen in het nationale programma van C.D.&V.

Aanvang nieuwe voetgangers- en fietserbrug over de Boven-Zeeschelde in Wetteren voorzien voor 2015

In het indicatief investeringsprogramma Waterwegen en Zeekanaal plant minister van Openbare Werken Hilde Crevits o.a. de bouw van een nieuwe voetgangers- en fietsersbrug over de Boven-Zeeschelde te Wetteren. Dat vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer als antwoord op een schriftelijke vraag.
De nieuwe voetgangers- en fietsersbrug moet de bestaande voetgangers- en fietserbrug vervangen. Het pleintje “Kapellendries”, waar de aanloophelling van de nieuwe brug op zal aansluiten, zal heraangelegd worden. Het ontwerp van de nieuwe brug is afgestemd op het ruimtelijke project “Wetteren aan de Schelde” en wordt uitgewerkt in nauw overleg tussen Waterwegen en Zeekanaal NV (W &Z), de gemeente Wetteren en het intergemeentelijk samenwerkingsverband Schelde-Landschapspark.
De aanbesteding van de werken is voorzien voor 2014. Men verwacht dat de werken zullen kunnen aanvatten in 2015.
De totale kostprijs voor de bouw van de brug, de afbraak van de bestaande brug, de heraanleg van de Kapellendries en de aansluiting van de nieuwe brug op de rechteroever worden voorlopig geraamd op ca. 4,5 miljoen euro.
De aanbestedingsprocedure en de bouwvergunningsaanvraag zullen voorbereid worden op basis van de voorbereidende ontwerpstudie die nagenoeg klaar is.
Jos De Meyer is tevreden met deze nieuwe voetgangers- en fietsersbrug in Wetteren.

“Ik werk voor jou” … Goede pers voor Jos

Vandaag pakten verschillende Vlaamse kranten uit met een rapport voor de Vlaamse parlementsleden. Daarvoor baseerden ze zich op cijfers van de website www.Zewerkenvoorjou.be, een initiatief in samenwerking met de Universiteit Antwerpen. TV Oost haalde Jos De Meyer voor het voetlicht als meest actief parlementslid uit de regio.
Meer informatie is te lezen in de gedrukte versie van Gazet van Antwerpen, in Het Laatste Nieuws via http://ow.ly/uWhjA , in Knack via http://ow.ly/uWhrG, in Het Nieuwsblad via http://ow.ly/uWhI6 . Klik op http://ow.ly/uWhTp voor het interview met TV-Oost.

“De Wissel”

1,8% Vlaamse landbouwers jonger dan 30 en 10,8% ouder dan 65. Slechts 14% van de vijftigplussers denkt een opvolger te hebben. Bedrijfsopvolging faciliteren!
Samen met Piet Vanthemsche nam ik deel aan het debat georganiseerd door Groene Kring.

__________

De do’s en don’ts voor een geslaagde bedrijfsovername

Niets mooier voor een bedrijfsleider dan zijn levenswerk, het familiebedrijf, door te geven aan zijn nageslacht. Het onbezonnen, jeugdig enthousiasme dat een nieuwe wind doet waaien door de onderneming, een nieuwe stuurman/-vrouw die vol overgave aan een nieuw hoofdstuk begint te schrijven. In een ideaal scenario. Want een bedrijfsovername loopt niet altijd over rozen. Ook niet bij familiale landbouwbedrijven, waar de opvolger groot werd in de stal, de schuur, de serre of op het veld, waar familie en bedrijf synoniemen zijn, en waar de dagelijkse directievergadering gewoon aan de keukentafel doorgaat. Wat zijn de succesfactoren, en waar loopt het steeds mis? In deze geVILT zoeken we het voor u uit.

Voor een (jonge) landbouwer is de overname van een bedrijf zowat het belangrijkste moment in zijn professionele loopbaan, voor de overlater betekent het dan weer het einde van een tijdperk. “Fiscale en economische obstakels, angst voor verantwoordelijkheid of een doodgezwegen familievete kunnen van een overname een onontwarbare knoop maken”, zegt An Baert van Levuur, een communicatiebedrijf dat gespecialiseerd is in het begeleiden van participatieprocessen. Naast haar aan tafel zitten Marijke Jordens, voorzitter Groene Kring, en Jacky Swennen, productmanager Landbouw bij adviesbureau SBB. Dit interview was voor hen een goede opwarmer voor ‘De Wissel’, een uniek evenement van Groene Kring over familiale bedrijfsoverdracht in de land- en tuinbouwsector.

In de landbouwsector ploegen boeren wel eens verder na hun 65ste en zijn starters vaker ervaren dertigers dan prille twintigers. Een nadeel bij de bedrijfsoverdracht, of net niet?
Marijke Jordens: Uit het Landbouwrapport (LARA) 2012 blijkt dat amper 1,8 procent van de bedrijfsleiders jonger is dan 30 jaar en dat 10,5 procent ouder is dan 65 jaar. Uit een enquête die we vorig jaar samen met SBB organiseerden, leren we dan weer dat 85 procent van de starters tussen de 21 en 40 jaar oud is, al is dat heel sterk afhankelijk van de sector. Varkenshouders en melkveehouders beginnen er bijvoorbeeld vaak iets vroeger aan dan akkerbouwers en vleesveehouders. Bijna de helft van de overlaters is ouder dan 60, zo bleek uit dezelfde bevraging. Ik denk niet dat er één enkele perfecte overnameleeftijd bestaat, maar het is natuurlijk wel zo dat als kandidaat-overnemers 35 zijn, en ze nog steeds geen garantie hebben dat ze het bedrijf kunnen overnemen, ze dat vaak niet veel langer volhouden en op zoek gaan naar iets anders. Langs de andere kant zie je dat wanneer mensen 65 gepasseerd zijn, ze zich steeds meer gaan vastklampen aan het bedrijf, en dan wordt de kans steeds kleiner dat ze het gaan loslaten op een constructieve manier.
jongere1.bmpAn Baert: Vanaf 50, 55 jaar moet je als bedrijfsleider aan de overname beginnen denken, want voor het hele proces mag je makkelijk tien jaar rekenen. Als je er op tijd mee begint, dan kan je je tijd nemen en op een rustige, transparante manier met iedereen rond tafel zitten. Als je al 65 bent, kan er plots heel veel druk op de ketel komen, wat uiteraard niet bevorderlijk is.
Jacky Swennen: Ik denk dat de ideale leeftijd om te starten ergens tussen de 23 en de 27 jaar ligt. Jonger dan dat is te riskant omdat ze nog te groen achter de oren zien. Als ze veel ouder zijn dan dat, dan ebt het vuur stilaan weg en mis je een stuk ambitie om nieuwe plannen uit te broeden. Starters zijn misschien soms jong en onbezonnen, maar als ze gestuurd kunnen worden door hun ouders, een bank of een financieel plan, dan zorgen ze voor een onmisbare dynamiek. Het is ook zo dat je pas van een forse investering kan profiteren als je er jong genoeg aan begint. Dat soort kansen moet je benutten in de fleur van je leven.
Marijke Jordens: Ervaring heeft ook niet zozeer met leeftijd te maken, maar eerder met de mate waarin je als overnemer betrokken wordt bij de bedrijfsvoering. Als je al snel mag meedenken en mee beslissen zowel bij de dagelijkse bedrijfsvoering als bij bijvoorbeeld grote investeringen, kan je ervaring opdoen in alle facetten van het bedrijf. De overlater kan hierin dus een belangrijke rol spelen.

“Jonge overnemers zorgen voor vuur en een onmisbare dynamiek in het bedrijf”

En dan moeten de ouders willens nillens een stapje opzij zetten?
Jacky Swennen: Als je 25 bent, dan zijn je ouders normaal gezien nog maar 50-55 jaar, waardoor ze nog geen terugvalpositie hebben en je in een situatie terechtkomt waarin je een generatieoverlap van 10-15 jaar moet overbruggen. Dat wil zeggen dat het bedrijf plots een inkomen voor twee bedrijfsleiders moet genereren om dan tien jaar later opnieuw terug te vallen op één kostwinner.

Wordt het niet steeds moeilijker voor een jongeling van 25 om voldoende middelen op tafel te leggen om medebedrijfsleider te worden?
Jacky Swennen: Dat hoeft geen probleem te zijn: in de meeste situaties gaat het over familiaal verwantschap. Je moet niet noodzakelijk een goed gevulde spaarrekening hebben om een bedrijf over te nemen, je kan het ook via een geleidelijke overdracht doen. Bij een klassieke overname draag je eerst de roerende goederen over, en dan de onroerende. Maar als je je bedrijf overlaat via een vennootschap, dan kan je de aandelen van die vennootschap geleidelijk overdragen. Het verhaal verandert wanneer de overnemer kiest voor wat wij een doorstart noemen. Als zoon of dochter de omvang van het bedrijf wil verdubbelen, dan zal de bank 10 tot 15 procent eigen inbreng vragen. Jij neemt namelijk een risico, maar de bank doet dat ook. Vanuit het perspectief van de kredietverlener is het niet abnormaal dat wanneer een bedrijf echt in zichzelf gelooft, het ook bereid is om een deel risico te nemen.
bedrijfsbeplanting_Oost-Vlaanderen.1.bmpAn Baert: Bij veel ouders speelt geld niet de belangrijkste rol. Terwijl jongeren zich soms snel te kort gedaan voelen en er jaloezie ontstaat tussen broers en zussen, merk je bij ondernemers die al twintig of dertig jaar ervaring hebben meer sereniteit. Op die leeftijd heb je al wat verwezenlijkt, met pieken en met dalen. Je hebt magere en vette jaren meegemaakt, en dus heb je geld leren relativeren. Meer dan over geld gaat het bij ouders over rechtvaardigheid. Hoe kan ik iemand waarderen voor zijn interesse, overgave of inzet?
Jacky Swennen: Die overgave is cruciaal. Ook van een klein bedrijf kun je iets maken. Na de overname moet je het totale gezinsinkomen beschouwen, en dat is meer dan het melkquotum of het aantal hectare grond. De verschillen binnen een sector zijn zo groot dat het weinig uitmaakt in welke sector je start , als je maar bij de besten bent. Je economische resultaten, die tellen. Want de beste 25 procent haalt het sowieso. En dat zou eigenlijk ook een vuistregel moeten zijn bij overnames; niet hoe kan ik groter worden, maar hoe kan ik beter worden? Uiteraard als je eenmaal bij de beteren bent, zal de neiging (terecht) groot zijn om te investeren en groter te worden.

“De eerste vraag die je je als overnemer moet stellen is: hoe kan ik beter worden? Pas daarna hoe je groter kan worden”

Hoe komt het dat familiale relaties onder druk kunnen komen te staan door een overname binnen het gezin? En waarom is de wissel in sommige bedrijven een taboe?
An Baert: In een familiebedrijf is het zakelijke aspect automatisch heel sterk verweven met het familiale aspect. En daardoor wordt er vaak geen abstractie gemaakt van het feit dat het wel degelijk om een bedrijf gaat, en dat zakelijke relaties een andere logica volgen dan familiale relaties. Als het dan niet allemaal op wieltjes loopt, dan komt er al snel schaamte bij kijken. Terwijl het natuurlijk abnormaal zou zijn als er géén wrijvingen of frustraties zijn. Ik moet de eerste nog tegenkomen die in z’n leven, op z’n bedrijf of in z’n gezin nog nooit een probleem heeft gehad of momenten waarop je geen uitweg meer vindt. Wel, op die momenten moet iedereen samen rond de tafel komen zitten, want wie het probleem kent, kent vaak ook het antwoord. Daarom is het moeilijkste achter de rug als iedereen samen rond tafel komt zitten.

Komt het in de praktijk dan niet neer op het ontzenuwen van een generatieconflict, een verschil in visie?
An Baert: Ik zie alleen maar positieve kanten aan een generatieconflict. Kijk, diep vanbinnen worden we bewogen door een soort onderstroom die ons motiveert en in een bepaalde richting duwt. Uit die onderstroom borrelen concrete ideeën op die we met elkaar delen. Maar over die grondstroom, over onze koers op lange termijn, wordt vaak te weinig gecommuniceerd. Ok, jongeren vliegen er graag in en ouderen gaan al wat sneller op de rem staan, maar hoe waren ze zelf toen ze 25 of 30 jaar waren? Die spanning is volstrekt normaal en is ook gezond.
opvolging.generatiewissel.kind.jongelandbouwer.1_kathleenvandijck.jpgMarijke Jordens: Wat we generatieconflict noemen, gaat vaak over kleine dingen. Denk bijvoorbeeld aan de keuze van een loonwerker. Sommige landbouwers werken tientallen jaren samen met een loonwerker en krijgen er een persoonlijke band mee. Als de jongere dan voorstelt om eens te polsen of het bij een andere loonwerker niet goedkoper kan, dan versta je dat het wel eens kan botsen. Maar ik denk dat het vooral belangrijk is dat de overlater de overnemer bij al die beslissingen voldoende betrekt, en dat de overnemer zich in de dagdagelijkse bedrijfsvoering en naar de buitenwereld toe ook mag presenteren als (mede)bedrijfsleider en niet ongewild lang in de schaduw van zijn voorganger moet blijven lopen. Je moet de overnemer voldoende autonomie geven in de bedrijfsvoering. Als overlater mag je uiteraard je bezorgdheden uiten, maar de eindbeslissing ligt uiteindelijk bij de nieuwe zaakvoerder. Omgekeerd is het uiteraard niet altijd evident dat je van de ene op de andere dag op gelijke basis moet samenwerken met je zoon of dochter, die je tijdens zijn/haar kindertijd verteld hebt wat te doen en wat niet.
An Baert: Dat illustreert heel goed waarom het vaak jonge mensen zijn die met hun vragen bij mij terechtkomen. Ze durven of krijgen het zelf niet gezegd, en dat komt vaak omdat ze heel veel respect hebben voor de verwezenlijkingen van hun ouders. Een zakelijk argument kan op zo’n moment het ijs breken, precies omdat je dan het zakelijke van het familiale scheidt. En ouders beseffen dan dat het om meer dan louter emoties gaat, namelijk over het voortbestaan van hun zaak, aan vooruitgaan, en voelen zich op die manier gewaardeerd. Als ze het gevoel krijgen dat jongeren waarde hechten aan wat ze hebben opgebouwd dan zouden ze dubbel zo ver springen. En dan zijn het soms de jongeren die moeten temperen. Zo krijg je een heel gezonde dynamiek.

“Als ouders voldoende waardering voelen voor wat ze hebben opgebouwd, dan zouden ze bij de overname dubbel zo ver springen”

Hoe kan je die spanningen zo veel mogelijk voorkomen?
An Baert: Vertrouwen is het sleutelwoord. Ik kom situaties tegen waarbij de zaakvoerder een heel juridisch of financieel plan heeft uitgewerkt, wat dan op een zondagnamiddag vanuit het niets aan de rest van de familie wordt aangekondigd. De hele familie hoort het donderen in Keulen, en het spel zit op de wagen. Een voorbeeld van hoe het niet moet.
Marijke Jordens: Een correcte en transparante communicatie is absoluut cruciaal. Ik denk bijvoorbeeld aan landbouwgezinnen waar de zoon naar een landbouwschool gaat, en waar men er stilzwijgend vanuit gaat dat hij het bedrijf zal overnemen. Maar hebben ze hem dat ooit wel eens gevraagd? Of misschien ziet zijn partner dat helemaal niet zitten? Of andere situaties waarbij een zoon of dochter de stap wel zou willen maken, maar waarbij de ouders aanvoelen dat zoon- of dochterlief niet voldoende capaciteiten heeft om het bedrijf te runnen. Vergeet niet dat je voor een andere job een sollicitatie aflegt waarbij je min of meer objectief wordt beoordeeld op je eigenschappen, maar dat je diegene die je op een landbouwbedrijf aanduidt als opvolger al kent sinds zijn of haar geboorte. Of iemand die de boerderij wel wil overnemen, maar aan wie het niet wordt gevraagd. In al deze situaties zijn openheid en een transparante communicatie van levensbelang. Als we dat in een draaiboek gieten, moet je alle stappen van het overnameproces aanpakken (oriënteren, informeren, voorbereiden, uitvoeren, terugblikken) en er geen overslaan.

Hoe vertaalt zo’n samenwerking zich naar een geschikte bedrijfsstructuur?
An Baert: Die vraag moet inderdaad steeds het uitgangspunt zijn: wat is de beste tactiek voor het bedrijf? Elke bedrijfsvorm, of het nu een eenmanszaak is of een bvba of een nv, heeft voor- en nadelen. Waar wil je met je bedrijf naartoe en welke structuur past daar het beste bij?
MarijkeJordens2.gifMarijke Jordens: Vanuit Groene Kring hebben we ook eens naar andere kmo-sectoren gekeken en het viel ons op dat eigendom en leiderschap niet steeds samen hoeven te vallen, terwijl dat in de landbouwsector heel vaak wel zo is. Ik denk dat vooral heel kapitaalsintensieve sectoren zoals tuinbouw daar wel wat van zouden kunnen leren. Al versta ik dat jonge landbouwers eigendom ook als vermogensopbouw zien. Maar toch, misschien moeten overnemers zich vaker de vraag stellen: moet ik het wel alleen doen?

“Overnemers moeten zich vaker de vraag stellen of ze het wel alleen moeten doen”

Jacky Swennen: Vergeet niet dat vandaag ongeveer 70 procent van de landbouwgrond wordt gepacht. Daar zit de eigendom van een belangrijke vermogensfactor binnen het bedrijf ook bij een vreemde financier, dus dat is op zich niet nieuw. Het kan wel best zijn dat dat aandeel toeneemt omdat de bedrijfsleider het financieel niet meer (alleen) kan dragen. Ook is het zo dat iemand die zijn kapitaal in iets steekt, logischerwijs ook rendement verwacht. Wel, als je nagaat wat de opbrengst is per 1.000 euro geïnvesteerd vermogen in de landbouwsector, dan is dat relatief weinig. En dat maakt dat de aantrekkingskracht voor vreemde financiers ook niet zo groot is. Dat gebeurt wel voor grond, maar daar zit het rendement in de waardestijging van de grond. Ook bij geïntegreerde bedrijfsconstructies zoals bijvoorbeeld in de varkenssector zien we dat de eigendomsstructuur soms voor een deel bij de veevoederfabriek zit, en de exploitatie bij de boer.
Marijke Jordens: Ik wil nog iets toevoegen aan het juridische aspect van de overname. Wat met de partner? Wat doe je als je uit elkaar gaat? Er zou meer aandacht moeten gaan naar de juridische positie van de partner bij bedrijfsovernames.
Jacky Swennen: Een terechte opmerking. We hebben in België geen exploitatievorm die man en vrouw 100 procent gelijkwaardig maakt en waar de vrouw evenwaardig landbouwer in hoofdberoep is, met gelijke rechten en plichten. Een vennootschapsstructuur komt het dichtst in de buurt. Ook al ben je getrouwd met gemeenschap van goederen, dan heeft de man nog altijd het eerste recht om de exploitatie over te nemen. En dan sta je als vrouw op straat, wat fundamenteel onrechtvaardig is.

“Er moet meer aandacht zijn voor de juridische positie van de partner bij overnames”

Wat doe je als er meerdere kinderen zijn die het bedrijf willen overnemen?
Jacky Swennen: In de eerste plaats moet je een onderscheid maken tussen vermogen en exploitatie. De vraag is: hoe kan je het familiaal patrimonium op een eerlijke manier verdelen onder de kinderen, of tussen de ouders en de kinderen. Met de voorwaarde dat het patrimonium, en dan heb ik bijvoorbeeld over de gronden, samenblijft voor de exploitant, én met voldoende rechtszekerheid voor de exploitant. Als twee of meerdere mensen dat samen willen doen, dan kan dat via een langdurig samenwerkingsverband. Wat je in zo’n geval niet mag onderschatten is het feit dat er voldoende arbeid en inkomen moet zijn voor twee gezinnen.
An Baert: En als niemand de zaak wil overnemen, dan is het ook hun zaak niet meer om daarover te beslissen. De ouders kiezen in dat geval voor een overnemer, ontmanteling,… Daar kunnen ze best even ontgoocheld of gefrustreerd over zijn, maar uiteindelijk komt het erop aan de beste keuze te maken, je pensioen indachtig.
prei.oogst.tuinbouw.jongelandbouwer_LoonwerkDefour.1.jpgMarijke Jordens: In die context kan je je ook afvragen wanneer een overname gelukt of mislukt is? Als de juridische overname in kannen en kruiken is, maar heel de familie aan het ruziën is? Of als de familie gelukkig is, maar het bedrijf eronder lijdt en niet meer opbrengt? Iedereen moet voor zichzelf duidelijke doelen stellen. En ik neem aan dat je pas tevreden kan zijn als het bedrijf nog een generatie mee kan en de hele familie nog als een blok achter het bedrijf staat.
An Baert: Daar kan ik misschien nog een laatste waarschuwing aan toevoegen. Gewezen zaakvoerders die na de overname nog willen meedraaien in het bedrijf kunnen grote ontgoochelingen oplopen. Als de nieuwe aanpak van hun opvolger haaks staat op hun eigen ideeën, valt het hen soms heel moeilijk om de periode dat ze dubbel zouden lopen tot het eind met enthousiasme te volbrengen. Dus, als je voorziet om een tijd dubbel te lopen, is het van groot belang om al tijdens het overnameproces de toekomststrategie met elkaar af te stemmen. En als je overdraagt aan derden (buiten de familie), is de strategie van de korte pijn de beste.
Jacky Swennen: Terwijl je ziet dat de overnemer vandaag vaak beter voorbereid aan de start komt dan de vorige generatie. Als hij of zij een specifieke opleiding heeft gekregen, misschien ergens een stage heeft gedaan en enkele jaren in de agrarische wereld heeft gewerkt, dan is hij of zij doorgaans beter onderlegd dan zijn ouders. Als je daarbovenop thuis nog eens het goede voorbeeld te zien hebt gekregen, dan heb je al een hele streep voor. Voeg daarbij een goede economische bedrijfsbasis en een vlotte verstandhouding tussen ouders, broers en zussen, en je hebt het succesrecept voor een geslaagde bedrijfsovername.

Meer info: brochures De Wissel
(Vilt)

Rechtvaardige verdeling van de extra middelen voor capaciteitsproblemen

Uit CD&V-hoek is tot slot nog te horen dat zij de “bezorgdheid” over het evenwicht tussen de netten wel begrijpen. Jos De Meyer: “Je moet natuurlijk rekening houden met het feit dat het gemeenschapsonderwijs voor 100 procent betoelaagd wordt en dat het vrij onderwijs (zeg maar het katholieke onderwijsnet, red.) in een andere financieringssituatie zit. Zo duurt het daar langer om aan de nodige middelen te geraken voor het realiseren van projecten”.

BRUSSEL (BELGA) = Oppositiepartijen Groen en Open Vld zijn niet te spreken over de ‘evenwichtsclausule’ in de afsprakennota over de capaciteitsverdeling in het onderwijs. Volgens hen laat minister van Onderwijs Pascal Smet met de bewuste clausule “het evenwicht tussen de netten primeren op het belang van een plek voor elk kind”. “Hij wakkert de schoolstrijd opnieuw aan”, zo schieten Jo De Ro (Open Vld) en Elisabeth Meuleman (Groen) met scherp. Minister Smet countert de kritiek. “De nota beoogt helemaal geen strijd tussen de netten. Integendeel”. “Het evenwicht waarvan sprake, is enkel een aandachtspunt, geen selectiecriterium. Prioriteit blijft uiteraard een plaats voor alle kinderen”, stelt hij in een reactie aan Belga.
Begin maart lekte de afsprakennota van de Vlaamse regering over de capaciteitsproblematiek uit. De nota stroomlijnt de werking van de lokale taskforces en legt een aantal selectiecriteria vast voor de verdeling van de middelen. Uit de nota blijkt dat bij de selectie van de projecten voor schooluitbreiding niet enkel zal gekeken worden naar het aantal bijkomende plaatsen en de kostprijs, maar dat er ook zal gekeken worden naar “het evenwicht tussen de verschillende onderwijsnetten”.
Open Vld en Groen zijn niet te spreken over die evenwichtsclausule. “Smet laat het evenwicht tussen de netten primeren op het belang van een plek voor elk kind”, stellen Jo De Ro en Elisabeth Meuleman.
“Het historisch evenwicht tussen de netten kan toch geen excuus zijn om de weinige middelen die men heeft minder efficiënt in te zetten? “, aldus De Ro. “Blijkbaar is niet een plek op de schoolbanken voor elk kind prioritair, maar is men bereid geld te verspillen door een soort wafelijzerpolitiek tussen de verschillende netten toe te passen”, vult Meuleman aan. Groen en Open Vld vinden dat Smet met zijn nota “de schoolstrijd opnieuw aanwakkert”.
Minister Smet zelf spreekt dat tegen. “Ik ontken dit formeel. De opzet blijft om de middelen zo efficiënt mogelijk te beheren zodat maximaal plaatsen kunnen worden gecreëerd in de wijken waar die het meest nodig zijn”, zo stelt de sp.a-minister. Volgens Smet is het veelbesproken evenwicht tussen de netten in de nota ook niet opgenomen als selectiecriterium, maar enkel als “aandachtspunt”. “Prioriteit blijft uiteraard een plaats voor alle kinderen”.
De onderwijsminister dankt ook de koepels “en het GO! in het bijzonder” voor de inspanningen die ze op het vlak van capaciteitsuitbreiding hebben gedaan.
Uit CD&V-hoek is tot slot nog te horen dat zij de “bezorgdheid” over het evenwicht tussen de netten wel begrijpen. Jos De Meyer: “Je moet natuurlijk rekening houden met het feit dat het gemeenschapsonderwijs voor 100 procent betoelaagd wordt en dat het vrij onderwijs (zeg maar het katholieke onderwijsnet, red.) in een andere financieringssituatie zit. Zo duurt het daar langer om aan de nodige middelen te geraken voor het realiseren van projecten”.
De Meyer begrijpt ook niet waarom de nota aangegrepen wordt om te spreken van een nieuwe schoolstrijd. “Het zijn eerder zij die hun marktaandeel hebben opgekrikt in de hoop om met deze nota meer middelen te krijgen die me bezig lijken met een schooloorlogje”, klinkt het.

Aanbesteding Durmebrug op de N446 in Waasmunster dit jaar!

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ontving als antwoord op een schriftelijk opvolgingsvraag over de Durmebrug op de N446 in Waasmunster van minister van Openbare Werken Hilde Crevits het volgende antwoord:
“De werken zullen volgens de huidige planning eind 2014 worden aanbesteed. De raming van de werken voor de bovenbouw (fase 1) bedraagt 1.500.000 euro. De afdeling Expertise Beton en Staal van het departement Mobiliteit en Openbare Werken werkt momenteel het ontwerp af.”

De N70 in Sint-Niklaas, tussen “De Ster” en de Jagersdreef wordt heringericht

Minister van Openbare Werken Hilde Crevits liet Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer weten, als antwoord op een schriftelijke vraag, dat zij voor de herinrichting van de N70 tussen “De Ster” en de Jagersdreef in Sint-Niklaas voor het jaar 2014, 500.000 euro voorziet.

De definitieve plannen en het bestek zijn in opmaak. De werken worden in de loop van 2014 aanbesteed.

De N446 in Hamme wordt aangepakt!

Minister van Openbare Werken Hilde Crevits liet Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer weten, als antwoord op een schriftelijke vraag, dat zij voor de herinrichting van de kruispunten en voor het structureel onderhoud bij de aanleg van fietspaden op de N446 in Hamme voor de eerste fase voor het jaar 2015 2.500.000 euro voorziet.

De onteigeningen van de noodzakelijke percelen zijn lopende. De juiste timing van dit project is afhankelijk van de voortgang van de onteigeningen.

Geluidsschermen op de E17 in Temse worden aanbesteed in 2015

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister voor Openbare Werken Hilde Crevits in een opvolgingsvraag naar de stand van zaken voor wat betreft de geluidsschermen op de E17 in Temse.
Hij kreeg volgend antwoord:
“Voor het bouwen van geluidsschermen op de E17 in Temse zal een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Temse en het Agentschap Wegen en Verkeer worden afgesloten. Ik de loop van dit jaar zal de overeenkomst – die o.a. de financiële bijdrage bij het project van de betrokken gemeente regelt – worden voorbereid. Vervolgens kan het technisch dossier worden opgestart.
De aanbesteding van de werken is momenteel voorzien in 2015.
Op vraag van de gemeente Temse werden de lengtes van de schermen (twee varianten) berekend.
Variant 1: waarbij de woningen tot op 100m van de snelwegen worden meegenomen. 1,2 km scherm ter bescherming van een viertal woningen. De totale kost bedraagt 1.400.000 euro, waarvan ongeveer 300.000 euro ten laste van de gemeente.
Variant 2: waarbij de woningen tot op 250m van de snelweg worden meegenomen. 2,5 km scherm ter bescherming van een vijftiental woningen. De totale koste bedraagt 3.000.000 euro, waarvan ongeveer 650.000 euro ten laste van de gemeente.”

Studie mobiliteitsplan kost 13.500 euro minder

De door de gouverneur verplichte heraanbesteding van het nieuwe mobiliteitsplan blijkt meer dan goed af te lopen voor de stad. Het nieuw aangestelde bureau kan de opdracht voor 13.500 euro minder vervullen.

Eind december schorste gouverneur Briers de aanstelling van een studiebureau na een klacht van CD&V-gemeenteraadslid Jos De Meyer.

Het schepencollege had in augustus vorig jaar beslist dat het bewuste studiebureau een aantal extra opdrachten voor het nieuwe mobiliteitsplan moest uitvoeren, wat in totaal 83.732 euro zou kosten. De eerste toewijzing gebeurde in november 2012 voor 37.389 euro. Volgens de gouverneur ging het college in de fout omdat hetzelfde bureau voor die extra opdrachten zonder openbare aanbesteding werd aangeduid. Vorige week volgde de heraanbesteding. Het bureau Traject NV uit Gent krijgt nu de opdracht en werkt die af voor 69.454 euro, maar liefst 13.500 euro minder dus dan het eerder aangeduide studiebureau. Opmerkelijk: de nieuwe offerte van dat eerder aangeduide bureau lag nu op 72.091 euro, ook al een pak minder dan het eerst zou aanrekenen. Het college was niet te spreken over de klacht van Jos De Meyer, die drie maanden vertraging zou veroorzaken bij het opmaken van het mobiliteitsplan. “De realiteit is dus genuanceerder”, stelt De Meyer. “Niet alleen werd nu vermeden dat andere bureaus juridische stappen zouden zetten tegen de stad omdat ze niet konden meedingen maar bovendien is er nu ook een besparing van 13.500 euro. En naar verluidt zou dit bureau ook een heel pak sneller werken.” (Het Laatste Nieuws, Joris Vergauwen)