Jos De Meyer gaat met Kris Peeters de boer op!

Op woensdag 14 mei bracht minister-president Kris Peeters een bezoek aan de winnaars van de Agribex-wedstrijd, de familie Kenis van de Steenhovense Boshoeve in Brecht. Naast Kris Peeters mochten we ook nog enkele andere sterkhouders binnen CD&V verwelkomen, met name de burgemeester van Brecht Luc Aerts en de Schepen van Landbouw Annemie Van Dyck. Ook Tinne Rombouts, burgemeester in Hoogstraten en Vlaams Volksvertegenwoordiger (kieskring provincie Antwerpen) en Jos De Meyer, voorzitter van de commissie Landbouw in het Vlaams Parlement waren van de partij. De Steenhovense Boshoeve is een modern melkbedrijf met zo’n 80 melkkoeien. Naast het produceren van zuivel van topkwaliteit, werkt de familie ook mee aan de organisatie van klasbezoeken en rondleidingen.

De minister-president werd op gepaste wijze, tussen de strohalmen, ontvangen door de familie Kenis en een 20-tal collega’s uit de landbouwsector. Kris Peeters ging er in gesprek met de genodigden, stuk voor stuk gepassioneerde landbouwers uit de streek. Men sprak er onder meer over het VLIF (Vlaams Landbouwinvesteringsfonds) als onmisbaar instrument bij de vestiging. Over dierenwelzijn, dat vanaf midden dit jaar naar Vlaanderen komt. Onze partij wil een krachtig, afdwingbaar en haalbaar dierenwelzijnsbeleid. We hebben vandaag wel zeer strenge regelgeving, maar die wordt niet goed genoeg afgedwongen op federaal niveau. Vervolgens bespraken ze het “Carry Back Carry Forward”-systeem om de landbouwbedrijven sterker te maken en hen te wapenen tegen de volatiliteit van de markten. Het Carry Back-systeem wil vermijden dat landbouwers in crisisjaren met zeer hoge belastingen worden geconfronteerd als gevolg van winsten van het jaar voordien. Op dit moment kunnen landbouwers enkel hun verliezen doorschuiven naar een volgend fiscaal jaar, dat is Carry Forward. Er werd ook gepraat over het MAP5 (mestactieplan), waarbij de inspanningen die landbouwers al geleverd hebben, effectief gehonoreerd worden. CD&V gaat resoluut voor de derogatie, omdat die ontzettend belangrijk is voor de melkveehouderij en andere sectoren.

De minister-president sloot het gesprek af met de volgende boodschap: “De landbouwsector is een fantastische sector. We hebben unieke troeven die we ten volle uitspelen. We hebben een uitstekend klimaat, goeie grond, de beste rassen. En vooral: wij hebben de mensen, zoals de familie Kenis.”

Na het debat was het tijd om in actie te schieten. Kris Peeters kreeg een overall en laarzen aangetrokken en ging mee op pad met Tom Kenis en zijn collega-landbouwers. Kalfjes instrooien, de koeien voederen,… Slechts een tipje van de sluier van de echte boerenstiel, maar met veel enthousiasme uitgevoerd.

Tot slot verzamelde iedereen aan een gezellige picknicktafel, waar er gepraat en geluisterd werd naar de ervaringen, verzuchtingen en bevindingen van mensen uit de landbouwsector.

Samenvattend: CD&V wil een bondgenoot zijn. Meer dan ooit zullen wij schouder aan schouder vechten voor een rendabele Vlaamse landbouwstiel.

Betere samenwerking tussen verschillende vormen van deeltijds leren!

In Vlaanderen bestaan verscheidene systemen waarmee leerlingen kunnen voldoen aan de leerplicht en tegelijk een vak leren op de werkvloer. Onderlinge samenwerking en het op elkaar afstemmen van de verschillende systemen is wenselijk, antwoordden zowel minister Smet van Onderwijs als minister Muyters van Werk en Sociale Economie op de vragen hierover door Vlaams parlementslid Jos De Meyer.

In de “leertijd” krijgt de jongere één dag per week een opleiding in een SYNTRA-centrum, de andere dagen leert hij of zij praktische vaardigheden in het bedrijf. Daarnaast is er binnen het gewone onderwijssysteem ook de onderwijsvorm “deeltijds beroepsonderwijs” of dbso. In het dbso is de jongere twee dagen op school.
Op dit ogenblik bestaat er reeds samenwerking tussen de verschillende systemen. De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB) verwijst geregeld werkzoekende niet-leerplichtige jonge werklozen door naar het deeltijds beroepsonderwijs. Andersom kunnen jongeren uit het dbso ook gratis een VDAB-opleiding volgen binnen de component “leren” van hun schooltijd.
Nu ook de SYNTRA-opleidingen een diploma secundair onderwijs mogen uitreiken, zijn de mogelijkheden voor jongeren nog toegenomen, en is het volgens de overheid wenselijk om “leertijd” en DBSO beter op elkaar af te stemmen. Daarom is nu een project gestart “Naar een optimalisering van het landschap leren en werken, geïnspireerd door buitenlandse concepten.” Het departement Onderwijs en SYNTRA Vlaanderen zijn voor dit project vertegenwoordigd in het kernteam.
Samenwerking kan inderdaad een meerwaarde opleveren, vindt De Meyer, maar er moet ook verder gewerkt worden aan het verwezenlijken van stageplaatsen in het dbso. De systemen staan of vallen met het werkplekleren. Zonder voldoende stageplaatsen blijven problematisch spijbelen en uitstromen zonder diploma grote pijnpunten bij jongeren die niet deelnemen aan het gewone voltijdse onderwijs.

Ster Hippique: geslaagde jumping!

Vorige zondag was ik aanwezig op “Ster Hippique”.
Prachtige wedstrijd, veel deelnemers en enthousiasme.
Proficiat aan de ruiters en amazones en ook aan de organisatoren onder leiding van Johan Rooms.

“Er wordt helemaal niets afgeschaft”

Voor alle duidelijkheid: er wordt helemaal niets afgeschaft. Het masterplan gaat over een verbetering. Een 12-jarige moet voor ons niet per se al een keuze maken die de rest van zijn leven bepaalt. Wie dat wel wil, zal dat kunnen. Wie daar nog niet klaar voor is, heeft tot zijn 14de de tijd om te kiezen. En wie daarna een algemene vorming wil, zal die ook krijgen. Op topniveau. Daar is niet de minste discussie over.

“We moeten talent opleiden voor jobs die vandaag nog niet eens bestaan. Dat vraagt wendbaarheid en aanpassingsvermogen,” stelde VOKA-voorzitter Michel Delbaere. De werkgeversorganisatie is pleitbezorger van een hervorming van het onderwijs in het besef dat het onderwijs het Vlaanderen van morgen moet voorbereiden. Ons onderwijs is kwalitatief van hoog niveau. We staan op de 2de plaats in Europa, mede dankzij de deskundigheid van onze leerkrachten. Maar dat mag ons er niet voor blind maken dat we gaandeweg terrein prijsgeven. Eén op de vijf 12-jarigen heeft minstens één jaar leerachterstand, één op de drie dubbelt, één op de tien verlaat de school zonder diploma, elk schooljaar verlaten 6000 jonge mensen het ASO en studeren daarna niet voort. Er is een watervalverloop: wie niet meekan in ASO rolt in TSO, rolt in BSO met een grote stigmatisering voor gevolg. Het nijverheidstechnisch onderwijs verloor de afgelopen tien jaar een vierde van z’n leerlingen, terwijl de arbeidsmarkt schreeuwt om technisch geschoolde werknemers. Dan zeggen christendemocraten niet: read my lips, wij veranderen niets.

Volgens het rapport Monard, de OESO, internationaal vergelijkend onderzoek en volgens àlle politieke partijen moeten we het secundair onderwijs beter maken. Dat inzicht heeft geleid tot het masterplan onderwijs dat de huidige Vlaamse regering eensgezind heeft goedgekeurd.

En toch ontstaat daarover onduidelijkheid sinds de voorzitter van de Vlaams-nationalisten het debat moedwillig heeft vervuild met het woord ‘eenheidsworst’. Uit kille electorale berekening brengt hij met deze desinformatie oningewijden op een dwaalspoor.

De N-VA zegt op haar website: “De hervorming is een pakket slimme maatregelen. Ze spelen in op specifieke knelpunten zonder dat ze aan de sterke fundamenten en de vrijheid van ons onderwijs raken.” De maatregelen in het masterplan zijn er inderdaad op gericht die eerste graad te versterken, met een betere oriëntering en net meer mogelijkheden voor àlle kinderen: de theoretisch begaafden met het oog op hoger onderwijs, de meer technisch begaafden met het oog op een job naar hun hart.

Door het debat te reduceren tot een keuze voor of tegen ‘eenheidsworst’, tot de keuze voor of tegen ASO, voor of tegen nivellering, verliezen we het échte debat uit het oog: hoe versterken we ons onderwijs?

Voor alle duidelijkheid: er wordt helemaal niets afgeschaft. Het masterplan gaat over een verbetering. Een 12-jarige moet voor ons niet per se al een keuze maken die de rest van zijn leven bepaalt. Wie dat wel wil, zal dat kunnen. Wie daar nog niet klaar voor is, heeft tot zijn 14de de tijd om te kiezen. En wie daarna een algemene vorming wil, zal die ook krijgen. Op topniveau. Daar is niet de minste discussie over.

Dit debat gaat om véél kinderen van veel ouders die terecht het beste van ons onderwijs verwachten. Het gaat om véél jonge mensen die we met goesting willen laten studeren en voldoende kansen op werk willen bieden. Het gaat om veel gedreven leerkrachten die niet de kans krijgen om hun expertise beter te laten renderen. Het gaat om véél werkgevers die schreeuwen om arbeidskrachten met het juiste profiel. Het gaat om véél verwachtingen die zonder hervorming niet zullen worden ingelost.

Dan zeggen wij niet: read my lips, wij veranderen daar niets aan. Wij berusten niét in het status quo als dat niet optimaal is. CD&V wil helemaal geen revolutie, wel een overlegde evolutie. De lat moet hoger, want ze kàn hoger.

Wij kiezen niet voor de verandering om de verandering. Wij kiezen voor verbetering die ten goede komt aan elk kind, elke jongere met welke capaciteiten ook. Het masterplan nivelleert geenszins. Het woord eenheidsworst is een pijnlijke poging tot misleiding die niet anders dan te kwader trouw in het debat kan zijn gegooid.

De enige vraag die telt na het bedenkelijke schijngevecht van De Wever is: voert zijn partij het gezamenlijk overeengekomen masterplan uit? Wil zijn partij daar nù al voorafnames op doen of staat ze nog open voor de oefening? Het échte belang van het onderwijs in Vlaanderen is in het geding, niet de populariteit van het Vlaams-nationalisme.

Hilde Crevits, Kathleen Helsen, Sabine Poleyn, Jos De Meyer, Paul Delva en Koen Van den Heuvel