Nog eens 557 ha natuurcompensaties voor de verdere uitbreiding van de haven op de Linkerscheldeoever

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ondervroeg de Vlaamse Regering over de geplande natuurgebieden die worden aangelegd ter compensatie van de verdere uitbreiding van de haven op de Linkerscheldeoever en waarmee de Vlaamse Regering een evenwicht wil zoeken tussen de groei van de haven, de leefbaarheid van de polderdorpen, landbouw en natuurontwikkeling.
Bij de landbouwers uit het betrokken gebied heerst hierover immers grote bezorgdheid.

Het havengebied op de Linkerscheldeoever ligt voor een groot deel in het Vogelrichtlijngebied “Schorren en polders van de Beneden-Schelde”, dat deel uitmaakt van het Europese plan Natura 2000. Dat netwerk wil in heel Europa leefgebieden beschermen waar allerlei waardevolle dier- en plantensoorten voorkomen. Prosperpolder Zuid wordt een leefgebied voor allerlei vogelsoorten die voor hun voeding en voortplanting afhankelijk zijn van grote plassen water.

De bouwvergunning voor de werken is aangevraagd, het openbaar onderzoek liep tot 2 oktober. De eigenlijke grondwerken beginnen ten vroegste in het voorjaar van 2015 en zullen ongeveer twee jaar duren. In een latere fase zal de Prosperpolder Zuid verbonden worden met twee aangrenzende natuurgebieden: Prosperpolder Noord en Doelpolder Midden.

Minister Joke Schauvliege gaf het volgende antwoord:

“Onderstaande tabel geeft de gevraagde informatie weer over de drie nieuwe natuurgebieden op de Linkerscheldeoever.

Prosperpolder Zuid:
– oppervlakte (ha): 169
– geraamde prijs verwerving (mio euro): 10,45
– geraamde prijs inrichting (mio euro): 15
– timing inrichting:
*start werken: voorjaar 2015
*einde werken: einde 2016/begin 2017

Prosperpolder Noord:
– oppervlakte (ha): 194
– geraamde prijs verwerving (mio euro): 9,51
– geraamde prijs inrichting (mio euro): 25,5
– timing inrichting:
*start werken: augustus 2008
*einde werken: einde Vlaams deel voorzien 2015

Doelpolder Midden:
– oppervlakte (ha): 194
– geraamde prijs verwerving (mio euro): 14,4
– geraamde prijs inrichting (mio euro): 32
– timing inrichting:
*start werken: begin 2016
*einde werken: einde 2017/begin 2018

Bij bovenstaand overzicht moeten enkele randbemerkingen gemaakt worden:

-De Vlaamse overheid draagt niet alle kosten. Voor Prosperpolder Zuid en Doelpolder Midden heeft het Vlaamse Gewest met de partners in het projectgebied, met name het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen en de Maatschappij Linkerscheldeoever, per gebied een verdeelsleutel afgesproken.
-Prosperpolder Noord is reeds volledig verworven. De in de tabel weergegeven prijs voor verwerving is de werkelijke prijs. De beide andere gebieden zijn nog niet volledig verworven. De cijfers voor verwerving zijn ramingen.
-In Prosperpolder Noord is de inrichting al gestart maar niet afgerond. Het project past binnen het estuarien gebied ‘Hedwige-Prosper’. Het Vlaamse deel zal in 2015 afgerond zijn, het Nederlandse deel in 2019.
-Gezien de onzekerheid over de precieze kosten is het niet aangewezen om nu reeds een kostprijs per hectare te berekenen.”

Jos De Meyer wijst erop dat het zeker in deze periode van budgettaire besparingen moeilijk is om dergelijke grote investeringsbedragen voor natuurcompensaties uit te leggen aan landbouwers die hun vruchtbare gronden moeten afgeven.

Minister Crevits onderzoekt problemen met het Nationaal Waarborgfonds voor scholen

Mijn administratie neemt contact op met de federale regering, beloofde minister Crevits van Onderwijs, toen Vlaams Parlementslid Jos De Meyer vroeg naar een oplossing voor scholen in geldnood, die terugbetalingsproblemen hebben met het Nationaal Waarborgfonds.
Veel scholen zijn in financiële moeilijkheden geraakt door te zware leningen voor scholenbouw die bij het NWF werden afgesloten tussen 1974 en 1989. In die periode lagen de rentevoeten veel hoger dan tegenwoordig, en de terugbetaling wordt daardoor steeds moeilijker. In 2005 waren er vijf dossiers van scholen met afbetalingsproblemen, in 2012 waren er al negen schoolbesturen die de terugbetalingen niet meer aankonden. Naast die negen scholen zijn er nog scholen die meer dan 50% van hun werkingstoelagen moeten gebruiken voor hun leninglast, wat uiteraard de rest van hun takenpakket in het gedrang brengt. Het NWF is federale materie, maar Onderwijs is een Vlaamse bevoegdheid.
Zodra de federale regering gevormd is, gaan we via overleg met de bevoegde federale minister aan het werk om een oplossing uit te werken voor de betrokken scholen in nood, beloofde minister Crevits. Vermits die regering ondertussen gevormd is, komt er nu hopelijk schot in deze zaak, die al aansleept van voor 2005, aldus De Meyer.

Bijna kwart leerkrachten ouder dan 50 zit in deeltijds verlofstelsel

11.027 vijftigplussers in het onderwijs bevonden zich op 1 februari 2014 in een deeltijds verlofstelsel. Dat is 22,54 procent van het totale aantal, blijkt uit het antwoord van Vlaams Onderwijsminister Hilde Crevits op een schriftelijke vraag van Jos De Meyer (CD&V). Personeelsleden die in een volledige uitstapregeling zitten zijn in deze cijfers niet meegerekend.
8.350 personen (17,06 procent) bevonden zich in een deeltijds verlofstelsel dat gerelateerd is aan het einde van de loopbaan, de andere in een deeltijds verlofstelsel dat voor iedereen geldt. Het meeste succes kent de halftijdse loopbaanonderbreking voor 50-plussers (3.516), gevolgd door de 1/5e verlofregeling voor dezelfde leeftijdsgroep (1.299), verminderde prestaties om persoonlijke aangelegenheden (1.197), verminderde prestaties vanaf de leeftijd van 50 (864) en verminderde prestaties om sociale en familiale redenen (810).
Crevits stelt de intentie te hebben om met de vakorganisaties en onderwijsverstrekkers een pact af te sluiten ‘om de lerarenloopbaan weer aantrekkelijk te maken en het behoud van mensen in het beroep te verhogen’. “In het bijzonder wil ik aandacht hebben voor de werving van leraren, de aanvangsbegeleiding, de taakbelasting, de werkzekerheid van startende leraren en de professionalisering in het algemeen”, aldus de minister. (Belga)

Landbouwinvesteringsfonds subsidieert stroomgenerator

Het was CD&V-volksvertegenwoordiger Jos De Meyer die de kat de bel aan bond. De problematiek schetste hij als volgt: “Boerderijen zijn geëvolueerd tot hoogtechnologische bedrijven die permanent over energie moeten beschikken voor licht- en klimaatregeling in stallen en serres, voor koeling, voor melkrobots en voor stuursystemen voor de voeding van plant en dier. In bedrijven die met levende materie werken, kan een periode zonder stroom naast economische schade ook ethisch onverantwoorde situaties creëren inzake dierenwelzijn.”

Landbouwers die geen goed oog hebben in de stroomvoorziening de komende winter kunnen bij het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) steun aanvragen voor de plaatsing van een stroomgenerator. Daar legde landbouwminister Joke Schauvliege de nadruk op tijdens de hoorzitting in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement. “De steun is enkel bestemd voor generatoren op intensieve veebedrijven omdat continuïteit in de energievoorziening nodig is om dierenleed te vermijden”, verduidelijkt ze.

Gelet op de federale plannen om gemeenten af te schakelen van het elektriciteitsnet bij stroomtekorten communiceert Vlaams minister Joke Schauvliege dat er investeringssteun voorzien is voor veehouders die een stroomgenerator willen plaatsen om problemen in hun stallen te vermijden. De VLIF-steun voor deze categorie investeringen is niet nieuw, maar bestaat al langer voor de intensieve veehouderij en heeft het garanderen van het dierenwelzijn als beleidsdoelstelling.

Schauvliege liet dat in het Vlaams Parlement weten aan de leden van de commissie Landbouw die het energiedossier ten behoeve van de land- en tuinbouw opvolgen. Het was CD&V-volksvertegenwoordiger Jos De Meyer die de kat de bel aan bond. De problematiek schetste hij als volgt: “Boerderijen zijn geëvolueerd tot hoogtechnologische bedrijven die permanent over energie moeten beschikken voor licht- en klimaatregeling in stallen en serres, voor koeling, voor melkrobots en voor stuursystemen voor de voeding van plant en dier. In bedrijven die met levende materie werken, kan een periode zonder stroom naast economische schade ook ethisch onverantwoorde situaties creëren inzake dierenwelzijn.”

Nog namens CD&V opperde Tinne Rombouts dat we ons moeten voorbereiden op een worst-case-scenario. “Bedrijven vragen zich vaak af wie er verantwoordelijk is bij een afschakeling en welke verzekering dan moet worden aangesproken. De vraag die leeft bij de sector en die een antwoord zou moeten krijgen, is in welke mate de verzekering ook bij het afschakelen kan worden ingezet”, zegt Rombouts. Volgens de politica ondermijnt het afschakelplan het draagvlak voor decentrale energieproductie. “Terwijl het ene landbouwbedrijf energie produceert die weg wordt getransporteerd, wordt de buurman effectief afgeschakeld.”

Hun jonge collega bij Open Vld Francesco Vanderjeugd wees erop dat de tijdelijke stroomonderbreking in eerste instantie plattelandsgemeenten viseert, en derhalve ook landbouwbedrijven. Hij vindt het dan ook jammer dat landbouwbedrijven hun potentieel als energieproducent niet volledig kunnen benutten, bijvoorbeeld door windmolens te plaatsen. Stefaan Sintobin van Vlaams Belang valt de andere parlementsleden bij en voegt nog toe dat de overheid moet zorgen voor goede eenduidige communicatie en niet aan paniekzaaierij over de stroomvoorziening mag doen.

Vlaamse reaffectatiecommissie overbodig?

“Het is absoluut mijn bedoeling om een kosten-batenanalyse te maken van de overkoepelende Vlaamse reaffectatiecommissie,” antwoordde minister Crevits van Onderwijs op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer in de commissie.

De Vlaamse reaffectatiecommissie moet ervoor zorgen dat vastbenoemde personeelsleden uit krimpende scholen toegewezen worden aan scholen waar men hen nog wel kan inzetten.

Voordat de overkoepelende “Vlaamse” reaffectatiecommissie daarmee start, hebben de plaatselijke reaffectatiecommissies al de meeste toewijzingen gedaan in de eigen scholengemeenschap. Bijna 99 procent van de reaffectaties worden plaatselijk geregeld; enkel wat dan overblijft, wordt doorgegeven aan de Vlaamse reaffectatie. Het gaat daarbij vaak om zeer kleine deeltjes van een opdracht. Volgens de laatste cijfers ging het in totaal om 17 voltijdsequivalenten, gespreid over vele individuele personeelsleden.
Voor het uitwerken van die laatste toewijzingen over de scholengemeenschappen heen waren vorig jaar vijf vergaderingen nodig met gemiddeld 27,5 aanwezigen; in totaal ging het om 137,5 werkdagen. Na de toewijzingen, die tot laat in het schooljaar kunnen gebeuren, moet de werkregeling in de scholen uiteraard ook worden aangepast. Men kan zich dus inderdaad afvragen of het sop de kool wel waard is, en of het niet zuiniger is om de laatste deeltjes van de toewijzing te doen in alternatieve taken in de eigen school.
“De Vlaamse reaffectatiecommissie werkt ongetwijfeld correct, “ stelt Jos De Meyer, “maar misschien moeten we sommige regels aanpassen om een betere benutting te krijgen. Men kan ook bezuinigen door anomalieën aan te pakken. Personeelsleden die al meer dan 80% werken in drie scholen, moeten wel besproken worden op de Vlaamse reaffectatiecommissie, maar ze moeten geen toewijzing krijgen, ook als al die scholen eigenlijk administratieve delen zijn van één vestiging op één adres. Daar tegenover staan dan voorbeelden van personeelsleden die zich elke week voor één lesuur 104 km moeten verplaatsen.”

Feestelijke opening nieuwe kleuterafdeling Priester Poppeschool te Elversele

Onderwijs is inderdaad meer dan stenen, maar je hebt wel stenen nodig om een huis te bouwen, en je hebt een huis nodig om je ergens thuis te kunnen voelen. Scholen waar men zich kan thuis voelen, moeten goed en eigentijds gehuisvest zijn.
De Priester Poppeschool wil een school zijn waar men zich thuis kan voelen, en mag met recht en reden fier zijn op de vernieuwde infrastructuur.
Ik wil ze daarom dan ook van harte feliciteren met deze verwezenlijking!
De volledige tekst van mijn speech vindt u hieronder.

Onderwijs, geachte vergadering, is meer dan stenen. Zo citeert mevrouw directeur onze nieuwe onderwijsminister.

Het lijkt misschien vreemd om net voor die zin aandacht te vragen nu we hier zijn om op deze feestelijke aangelegenheid kennis te maken met vernieuwde infrastructuur en gebouwen, met stenen dus. Maar ik denk dat die zin vooral vreemd lijkt voor slechte verstaanders, voor mensen die het verband tussen de stenen en het onderwijs niet in de juiste context zien.

En als ik zie wie hier aanwezig is, dan denk niet dat ik u tot die groep van “slechte verstaanders” mag rekenen. Als we het hebben over een vernieuwde kleuterschool, dan hebben we het inderdaad over gebouwen, maar ook over de energie van mensen die hier dag aan dag het beste van zichzelf geven voor onze kinderen, voor ons onderwijs en voor de maatschappij.

Dat onderwijs zo’n belangrijk aandeel heeft in de begroting van Vlaanderen is niet toevallig, en het is ook niet onterecht. Onze grijze cellen zijn onze enige grondstof, wordt soms gezegd, en degelijk onderwijs is de enige manier om die te benutten. Gelukkig mogen we in Vlaanderen terecht fier zijn op onderwijs van topkwaliteit, maar dat betekent niet dat we niet mogen of moeten nadenken over het bewaken van die kwaliteit, iets waar in het Vlaamse regeerakkoord dus ook terecht aandacht voor is. Al geruime tijd heeft Vlaanderen zich tot doel gesteld om de schooluitval te verminderen en om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk mensen minstens hun diploma secundair onderwijs halen, om daarna hun weg te vinden in het hoger onderwijs of als geschoolde kracht in het beroepsleven . Hoewel we het ook inzake schooluitval in vergelijking met de OESO-landen of de Europese Unie zeker al heel goed doen, willen we die uitval verder terugdringen. Recent onderzoek heeft aangetoond dat we eigenlijk wel weten welke leerlingen meest risico lopen op schooluitval.

De belangrijkste groep bestaat uit leerlingen die soms al van in de lagere school vertraging oplopen in hun schoolcarrière, in veel gevallen door taal-en begripsproblemen. De beste manier om dat te voorkomen is ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk kinderen aanwezig zijn in de kleuterschool. In de voorbereiding naar het leerplichtonderwijs is de kleuterschool immers veel belangrijker dan veel buitenstaanders denken. Vroeger had men het soms over de “bewaarschool” als men het had over kleuteronderwijs, alsof het enkel ging om de kleuters een soort oppas te geven. Tegenwoordig gaat het niet over “bewaren”, maar over “ontwikkelen”: over jonge kinderen in contact brengen met een taalrijk milieu in een stimulerende omgeving. Die stimulerende omgeving kan je enkel realiseren in een goede infrastructuur; maar daar kom ik later nog kort op terug.

De Vlaamse regering ziet het belang van goed kleuteronderwijs wel degelijk in, en maakt er daarom in het regeerakkoord een punt van om nog meer kleuters effectief naar school te halen. Dat sluit zeer sterk aan bij het beleid dat men wil voeren naar taalvaardigheid.
De nieuwe Vlaamse regering kiest voor een actief talenbeleid in ons onderwijs. Het allerbelangrijkste is en blijft de beheersing van het standaardnederlands, maar als het niveau daarvan voldoende hoog is, mogen in de basisschool ook taalinitiaties gebeuren in moderne vreemde talen, niet enkel in het Frans.

Goed onderwijs kan enkel verwezenlijkt worden met goede leerkrachten. Daarom opteert de nieuwe Vlaamse regering ook voor een verbetering van de lerarenopleiding en zo nodig voor een bijsturing van de pedagogische begeleidingsdiensten.

Die nieuwe accenten en extra mogelijkheden mogen echter niet leiden tot meer planlast in het onderwijs. Onze minister is er zich van bewust dat onderwijs niet enkel meer is dan stenen, maar zeker ook meer dan papieren en dossiers.

Een vermindering van de planlast en de administratie in het onderwijs moet er volgens haar toe kunnen leiden dat docenten, leraars en kleuterleid(st)ers minder tijd moeten besteden aan administratie en meer bezig kunnen zijn met hun kerntaak: vormen en onderwijzen. Voor een goed begrip: ook aan de directies wordt een planlastvermindering beloofd!

Werken in het onderwijs werd vroeger door buitenstaanders gezien als een zeer stabiele vorm van tewerkstelling, met de vaste benoeming als uithangbord. Toch is het voor jonge, startende leerkrachten tegenwoordig niet zo eenvoudig om aan een vaste benoeming te geraken. Ze worden ingezet voor vervangingen en deeltjes van een opdracht, en moeten veel langer wachten dan ze gehoopt hadden voordat ze kunnen worden aangesteld voor doorlopende duur. Wie niet vlot van de ene naar de andere interim geraakt, verliest soms de moed: te veel goede jonge leerkrachten verlaten het onderwijs na enkele jaren. Daarom wil de minister werken aan een loopbaanpact, in grondig overleg met zowel de onderwijsverstrekkers als de vertegenwoordigers van het personeel in de vakorganisaties. We stevenen af op een lerarentekort in 2020, en toch zijn er veel jonge krachten die niet aan het werk geraken. Sommige vormen van bestuurlijke schaalvergroting zouden hier een oplossing kunnen bieden door de vraag en het aanbod beter op elkaar af te stemmen. Tegelijk moet men zich ervan bewust zijn dat scholen een eigen pedagogische en sociale identiteit hebben en dat het soms net daardoor is dat leerlingen en personeel zich er goed thuis voelen. Administratieve schaalvergroting is dus niet het zelfde als karakterloosheid of vervlakking.

Heeft de Vlaamse regering nog plannen voor het onderwijs? Zelfs in een periode van bezuinigingen en streng financieel beheer zal het nodig zijn om meer middelen te investeren in scholenbouw, en dat heeft men ook begrepen. Scholen met bouwplannen mogen niet terechtkomen op wachtlijsten van tien jaar, en dus moet er ruimte zijn voor infrastructuur en kwaliteitsvolle uitrusting van de scholen. Vandaar de noodzakelijke bijkomende investeringen deze legislatuur.

Onderwijs is inderdaad meer dan stenen, maar je hebt wel stenen nodig om een huis te bouwen, en je hebt een huis nodig om je ergens thuis te kunnen voelen. Scholen waar men zich kan thuis voelen, moeten goed en eigentijds gehuisvest zijn.

En daarmee, geachte vergadering, zijn we terug bij het beginpunt. De Priester Poppeschool wil een school zijn waar men zich thuis kan voelen, en mag met recht en reden fier zijn op de vernieuwde infrastructuur.

Ik wil ze daarom dan ook van harte feliciteren met deze verwezenlijkingen.

Jos De Meyer
Vlaams volksvertegenwoordiger
Elversele, 3 oktober 2014

Pb – “Kleinschalig doelgroepenvervoer voor de ziekenhuizen van Bornem en Willebroek”

“De Lijn adviseert de uitbouw van specifiek kleinschalig doelgroepenvervoer voor de ziekenhuizen van Bornem en Willebroek. Ook dit impliceert een meerkost:
De Lijn berekende dat een taxi Temse – Bornem, in functie van de bezoekuren van het ziekenhuis, jaarlijks 46.000 euro zou kosten. Dergelijke taxi is dan enkel gericht op een specifieke doelgroep van ouderen,” kreeg Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer als antwoord op een schriftelijke vraag aan minister voor Openbare Werken Ben Weyts over een mogelijke busverbinding tussen Temse en Bornem en de stand van zaken van de door De Lijn uitgevoerde gebiedsevaluatie.

De minister stelde in zijn antwoord dat de gebiedsevaluatie Waasland is afgerond en dat voor de verbinding Temse-Bornem volgende conclusie werd getrokken:
“Er is sprake van een lokale vervoersspanning tussen Bornem en Temse, voornamelijk in de spits.
Deze is in omvang evenwel ondergeschikt aan de vervoersvraag op (middel-)lange afstand in het gebied.
Temse blijkt vooral gericht op Sint-Niklaas, Antwerpen en andere bestemmingen op linkeroever. Ook reizigers uit Kruibeke zijn hoofdzakelijk gericht op Antwerpen, Beveren en Sint-Niklaas.
Bornem en Puurs zijn dan weer meer gericht op Mechelen, Antwerpen en Brussel.
De grootste nood in de spits situeert zich op het vlak van woon-schoolvervoer.
Op basis van schoolgegevens blijkt dat meer dan de helft van de scholieren Temse-Bornem zich reeds op een duurzame manier verplaatst (trein + fiets). De NMBS biedt vandaag reeds ieder uur een trein tussen Bornem en Temse. De stations liggen centraal in de kernen van Temse en Bornem.
Modelsimulaties van een nieuwe buslijn wijzen steeds op een zekere substitutie van trein naar bus. Een buslijn op hetzelfde traject zou concurreren met de trein en geen meerwaarde hebben (want amper tussenliggende haltes).
Aanpassing van andere lijnen ten voordele van bediening Temse – Bornem is geen optie. Dit zou capaciteitsproblemen op reeds goed bezette lijnen teweegbrengen. Het is niet opportuun bestaand succesvol aanbod te verschuiven naar een nieuwe lijn over Temsebrug, die parallel loopt aan een treinlijn over hetzelfde traject.
De sterkste modelscenario’s van nieuwe lijnen vergen ook de meeste bijkomende middelen. Bovendien zijn er nog andere noden in het evaluatiegebied, die vaak meer prangend en prioritair zijn. Indien er toch middelen zouden vrijkomen zijn er tal van andere interessante projecten die eveneens in overweging moeten worden genomen.

De Lijn erkent wel de vraag voor een verbinding naar het ziekenhuis van Bornem vanuit Temse en het Waasland. Op basis hiervan alleen is echter geen reguliere buslijn te verantwoorden. De noden zijn zeer diffuus, de patiënten wonen zeer verspreid. De Lijn zal nooit met 1 buslijn alle verspreide noden kunnen opvangen. Er zal nog steeds slechts een beperkte groep van het aanbod kunnen gebruik maken
Het gebruik van het bestaande aanbod naar de Bornemse ziekenhuiscampus (lijn 252) is uiterst beperkt. Dit voedt de scepsis voor bijkomend aanbod i.f.v. deze attractiepolen.”

De minister deelde ook mee dat deze resultaten tijdens een overleg met de gemeenten werden besproken en op 17 december 2013 voorgesteld aan de gemeenten Temse, Bornem, en Kruibeke. Zowel de auditor als de gemeente Bornem bevestigen de conclusies van De Lijn.

Deze IGBC (Intergemeentelijke begeleidingscommissie) werd voorafgegaan door verschillende overlegmomenten met de betrokken gemeenten.

Vlaamse overheid wil schoner rijden

Administratie
Het wagenpark van de Vlaamse overheid wordt jaar na jaar minder vervuilend. Dat kan men afleiden uit de gemiddelde ecoscore van de voertuigen die in gebruik zijn: die score is van net onder 50% in 2000 nu verbeterd naar 69,93% in 2012.
De nieuwste omzendbrief van juli 2013 legt nog scherpere normen op. Vanaf de vierde aanschaf per jaar is men verplicht om een voertuig te kiezen met een ecoscore van 72 of meer. In de praktijk is dat alleen haalbaar met een hybride voertuig, of een auto op elektriciteit of aardgas. Dat streven naar milieuvriendelijker vervoer is ook belangrijk, als je ziet dat de Vlaamse overheid in totaal 3919 voertuigen in gebruik heeft. Het gaat daarbij niet enkel om grote wagens met status, maar ook over kleine bestelwagens en kleine voertuigen voor stadsverkeer, en de score naar milieuvriendelijkheid neemt toe in alle groepen wagens.
Kabinetten
Bij de wagens waarin de Vlaamse ministers en kabinetsleden zich verplaatsen, gaat het zowel om nieuwe als om reeds vroeger aangeschafte auto’s waarvan de prijzen en de ecoscores sterk uiteenlopen . Over het algemeen gaat het om wagens die veel kilometers maken en die dus voldoende comfort moeten bieden. Ook hier zijn de nieuwere wagens het meest milieuvriendelijk.

Europese landbouwsubsidies – terugvorderingen: Vlaanderen bij de beste leerlingen van de Europese klas.

In antwoord op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer over deze problematiek antwoordde minister Joke Schauvliege dat het Vlaams aandeel in de aan België gevraagde terugstortingen 0% bedraagt voor 2013 en 2014 en dat het bedrag van 2,47 miljoen (2013) en het bedrag van 310.000 euro (2014) volledig ten laste van het Waals gewest zijn.
Het is duidelijk dat Vlaanderen op dit vlak bij de beste leerlingen van de Europese klas behoort.

Het Europese gemeenschappelijk landbouwbeleid vormt via steunmaatregelen een belangrijke factor in onze agrarische economie. Elk jaar wordt landbouwsteun uitgekeerd, maar geregeld wordt nadien ook onterecht toegekende landbouwsteun teruggevorderd.

Correcties zijn uiteraard nodig, als blijkt dat niet voldaan werd aan alle voorwaarden voor steun. Uit de recente geschiedenis blijkt dat België, en daarbinnen ook Vlaanderen, de Europese richtlijnen voor steun steeds beter naleeft, en zeker hoort bij de betere leerlingen van de klas. In 2013 was het totaalbedrag van de terugvorderingen in Europa bijvoorbeeld van 54,3 miljoen euro fors verhoogd naar 414 miljoen, daarin bedroeg het totaalbedrag van de Belgische terugvorderingen 2,47 miljoen.

In 2014 is het totaalbedrag van de terugvorderingen in Europa opnieuw verlaagd tot 57 miljoen euro, en opnieuw is het Belgische aandeel in de terugvorderingen verminderd. Het gaat nu nog slechts om 310.000 euro.