Binnenkort een museum voor de Doelse kogge?

Nog tijdens de huidige regeerperiode zal duidelijk worden of de Doelse kogge gereconstrueerd kan worden en of het haalbaar is om ze in Antwerpen te exposeren, antwoordde minister Bourgeois op de vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer.
De Doelse kogge is een vrij goed bewaard scheepswrak dat in 2000 werd ontdekt bij graafwerken aan het Deurganckdok. Het schip dateert uit 1325 en is daarmee het oudste ooit teruggevonden exemplaar van dit type vaartuig in Europa. Na het opgraven moesten de restanten van de kogge ontzout en geïmpregneerd worden; aansluitend volgt dan de planning van de reconstructie.

Bij het agentschap Onroerend Erfgoed verzekert een conservator de werkzaamheden aan de kogge. Het Antwerpse stadsbestuur heeft in zijn bestuursakkoord plannen opgenomen voor een maritiem park op de site van het Droogdokkeneiland. Daar zou een maritiem museum rond de kogge zijn plaats kunnen krijgen.

Minister Crevits wil de “minimumpakketten” in het onderwijs bijsturen

De “vrije keuze” in het Vlaams onderwijs moet gewaarborgd blijven, maar we moeten wel nagaan of er geen betere modaliteiten zijn dan het systeem van de minimumpakketten, antwoordde minister Crevits op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer.
Als het leerlingenaantal van een school daalt, krijgt die school minder middelen, en moet ze werken met minder personeel. Voor specifieke situaties worden echter minimumpakketten voorzien: die zijn bedoeld om scholen te helpen die in een bepaalde regio noodzakelijk zijn om de “vrije keuze” in stand te houden of om in Brussel het Nederlandstalig aanbod te kunnen behouden als het leerlingenaantal tijdelijk terugvalt.
Tijdens het lopende schooljaar 2014-2015 werd meer dan 16 miljoen euro besteed aan minimumpakketten: 12,6 miljoen wordt gebruikt in het gemeenschapsonderwijs en 2,6 miljoen in het vrij gesubsidieerd onderwijs. In het vrij onderwijs is dat meer dan het dubbele van vijf jaar geleden.
Minimumpakketten kunnen scholen voor sommige studierichtingen meer dan het dubbele opleveren dan de middelen die ze zouden krijgen via de gewone berekening. Jos De Meyer pleit er reeds lang voor om andere modaliteiten te voorzien om de vrije keuze te garanderen, en om het systeem van de minimumpakketten te herzien.

Dringend studieaanbod vereenvoudigen!

Interesse voor technische richtingen verhoogt niet door nieuwe programmaties of grote keuze aan afstudeerrichtingen

Vanaf dit schooljaar zijn nieuwe regels van kracht voor scholen die hun onderwijsaanbod willen aanpassen. Studierichtingen die passen in het Vlaamse actieplan om meer leerlingen te laten kiezen voor wetenschappen, techniek en wiskunde kunnen sinds september 2014 vrij worden geprogrammeerd, maar dat heeft eigenlijk niet geleid tot een merkbare verhoging van het leerlingenaantal in die richtingen. Dat vernam Vlaams parlementslid Jos De Meyer in antwoord op zijn vraag hierover aan minister Crevits van Onderwijs.

Tot september 2014 was in het Vlaamse onderwijs een programmatiestop van kracht als bewarende en besparende maatregel. Door de opheffing van die maatregel konden scholen nieuwe studierichtingen starten in een studiegebied dat ze voordien niet hadden, als het maar ging om wetenschappen en techniek. Als men echter de inschrijvingen per scholengemeenschap bekijkt, heeft die mogelijkheid in de praktijk enkel geleid tot een verplaatsing van leerlingen van de ene school naar de andere, niet tot een grotere belangstelling voor die nieuwe technisch of wetenschappelijk gerichte studiegebieden. Toch heeft Vlaanderen nood aan meer technisch en wetenschappelijk geschoolde studenten, zowel voor directe tewerkstelling als voor opleidingen in het hoger onderwijs.
Het is al geruime tijd een pijnpunt in ons onderwijs: studierichtingen die goede tewerkstellingskansen garanderen, trekken vaak te weinig leerlingen aan. De gemiddelde bezetting van veel nijverheidstechnische richtingen ligt laag tot zeer laag in alle netten,hoewel ze inzake tewerkstelling goede perspectieven kunnen bieden. Daartegenover staan net zoals vorige jaren hoge leerlingencijfers voor andere studierichtingen die minder kansen bieden op de arbeidsmarkt. De opleidingen “dierenzorg” en “lichamelijke opvoeding en sport” zijn hier goede voorbeelden van.
Dat de cijfers voor nijverheidstechnische richtingen laag blijven, is niet anders dan de voorgaande jaren, stelt de minister. Ze verwacht daar ook geen wijziging in zolang het studieaanbod niet wordt bijgestuurd.
Op dit ogenblik bestaan in Vlaanderen niet minder dan 333 afstudeerrichtingen in het secundair onderwijs. dat lijkt een vermindering tegenover 2011, toen er nog 348 studierichtingen bestonden, maar dat klopt niet volledig. In de laatste jaren werden veel studierichtingen gereorganiseerd en kregen ze nieuwe namen, terwijl leerlingen die zich vroeger hadden ingeschreven, nog steeds afstudeerden onder de vorige naam van de studierichtingen. Daardoor werden sommige studierichtingen als het ware dubbel geteld.
In de praktijk kan men in het Vlaamse onderwijs veel verschillende leerlingengroepen samen les laten volgen, als de leerplannen maar gevolgd worden en als de veiligheidsvoorschriften voor praktijkoefeningen gevolgd worden. Toch is een schoolorganisatie met voldoende grote klasgroepen veel gemakkelijker uit te werken dan een schema waarin veel groepjes zitten van een paar leerlingen.
Zulke groepen bestaan wel degelijk: over heel het Vlaamse onderwijs heeft de studierichting “textiel-en chemische technieken” in de derde graad gemiddeld slechts één leerling per school, net als de tweede graad “textieltechnieken”. Sommige lage bezettingen hangen samen met de onderwijskoepel. Een richting als “dentaaltechnieken en supra-structuren” heeft gemiddeld één leerling per klas in het provinciaal onderwijs, maar wel tien in het vrij onderwijs.
Het is natuurlijk belangrijk om in de opleiding een bepaald accent te kunnen leggen, maar De Meyer vraagt zich af of de huidige veelheid aan afstudeerrichtingen en specialisaties wel helder en zinvol is, en of ze niet eerder de schoolorganisatie bemoeilijken dan dat ze inspelen op de mogelijkheden van de leerlingen.

Afkoppelingsplan elektrische verzorgingstoestellen aan huis

Ook mensen die thuis medische apparatuur gebruiken, worden getroffen als het afschakelplan bij stroomschaarste toegepast wordt, aldus Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.
Als de elektriciteit in een bepaalde sector wordt afgekoppeld, valt de energietoevoer van beademingsmachines en andere elektrisch aangedreven medische toestellen ook weg. Minister van Energie Turtelboom antwoordde Jos De Meyer op zijn schriftelijke vraag dat het een optie is om mensen die zulke toestellen gebruiken dan tijdelijk samen te brengen op een plaats waar nog wel stroomvoorziening is: een gemeentelijk centrum of een ziekenhuis. De praktische regeling moet men dan uitwerken op lokaal gemeentelijk niveau, aldus de minister.
Alhoewel de kans op stroompanne in onze regio niet zo groot is, lijkt het me toch wenselijk hierover duidelijke afspraken te maken en tijdig een goede communicatie hierover op te zetten, besluit Jos De Meyer.
Hij informeert daarom ook de burgemeesters uit onze regio.

Crevits deelt bezorgdheid onderwijsveld inzake pensioenhervorming

In de commissie onderwijs stelde Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer minister Crevits de vraag naar de invloed van de geplande federale pensioenhervormingen op de pensioenregeling in het Vlaamse onderwijs. De minister antwoordde dat ze de doelstellingen van de federale hervormingen onderschrijft, maar dat ze in een brief aan de federale minister van pensioenen sterk de noodzaak aan sociaal overleg en overgangsmaatregelen benadrukte. Iets wat ze in een nakend overleg verder op het agenda zal plaatsen.

Dat overleg met minister Bacquelaine en de andere ministers van onderwijs is gepland op 20 november. Minister Crevits engageerde zich ertoe het parlement op de hoogte te houden van de resultaten.

Ze legde er evenwel nu al sterk de nadruk op dat sociaal overleg met de onderwijspartners en de geleidelijke invoering van de aanpassing via geconcretiseerde overgangsmaatregelen essentieel zullen zijn om het broodnodige draagvlak voor de pensioenhervorming te creëren.

Punctueel gaf ze duidelijk te kennen dat het niet kan dat wie geen gebruik heeft gemaakt van de TBS-mogelijkheid voor vervroegde uitdiensttreding, geconfronteerd zou worden met strengere regels dan mensen die daarvan wel gebruik maakten.
Ze wil ook dat bij de bepaling van een nieuwe lijst van zware beroepen het beroep van kleuteronderwijzer wordt opgenomen. Dat deze beroepsgroep daarop aanspraak kan maken, wordt aangetoond doordat voor hen de Vlaamse TBS-regeling blijft bestaan.
Voorts zal ze er bij de minister van pensioenen op aandringen dat de onzekerheid ten aanzien van hangende pensioenaanvragen en mensen die de intentie hebben om op pensioen te gaan wordt weggewerkt. Het kan niet dat mensen die vandaag hun pensioen aanvragen op basis van de geldende wetgeving op zeer korte termijn geen antwoord krijgen van de pensioenadministratie omdat die zich op basis van bepalingen uit het federale regeerakkoord afwachtend opstelt. De onzekerheid die op die manier door de pensioenadministratie wordt gecreëerd is voor minister Crevits onaanvaardbaar.

Maar de minister brak in de huidige niet-evidente context ook opnieuw een lans voor het uitwerken van een loopbaanpact om de loopbaan van leraar aantrekkelijk te houden.

Jos De Meyer: “De minister toont in haar antwoord en in haar initiatief ten aanzien van Bacquelaine een grote sociale betrokkenheid. Ze deelt overduidelijk de grote bezorgdheid van het onderwijsveld. Haar engagement voor goede overgangsmaatregelen, het belang van duidelijkheid en rechtszekerheid voor wie vandaag pensioen aanvraagt, doorgedreven sociaal overleg en de erkenning van kleuteronderwijzer als zwaar beroep illustreren dat. Ook haar niet-afhoudende pleidooi voor een uitgewerkt loopbaanpact dat enerzijds werkzekerheid en begeleiding van jonge leerkrachten moet garanderen, en anderzijds ervaren leerkrachten van een uitdagende en haalbare opdracht verzekert, is hoopgevend.”

Wat met de toeslagrechten voor de actieve landbouwers die er geen ontvingen in 2013?

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ondervroeg minister van Landbouw Joke Schauvliege over de betaalrechten voor alle actieve land- en tuinbouwers.

Via de landbouwmedia vernam De Meyer dat landbouwers die in 2013 geen toeslagrechten hadden, in het nieuwe GLB evenmin kunnen rekenen op inkomensondersteuning. Zevenhonderd Vlaamse bedrijven – voornamelijk fruit- en groentetelers – dreigen hierdoor uit de GLB-boot te vallen.

Op de vraag van De Meyer of de minister over deze problematiek met de Europese Commissie de discussie kan aangaan en zo nodig juridische stappen kan zetten om deze oneerlijke uitsluiting ongedaan te maken, antwoordde zij:
“De basisbetaalregeling komt vanaf 2015 in plaats van de huidige bedrijfstoeslagregeling. Voor landbouwers die in het verleden reeds GLB-betalingen ontvingen, is de toegang tot de nieuwe regeling gevrijwaard. Vlaanderen had echter de intentie om ook andere landbouwers, die in het verleden nog geen GLB-betalingen aanvroegen, onder bepaalde voorwaarden toegang te verlenen tot de nieuwe regeling. Maar de Europese Commissie gaat daarmee niet akkoord. De Commissie heeft immers een andere interpretatie van de GLB-basisverordening van de Raad en het Europees Parlement, waardoor dit niet mogelijk is. Die basisverordening is rechtstreeks van toepassing in alle 28 lidstaten van de Europese Unie. De naleving ervan door de lidstaten, wordt door de Commissie gehandhaafd, waardoor we in de feiten verplicht zijn om de interpretatie van de Commissie te volgen.”

Intussen hebben er op vraag van minister Schauvliege twee bilaterale ontmoetingen plaatsgevonden met het Directoraat-Generaal Landbouw van de Europese Commissie. De Commissiediensten blijven erbij dat de Raads- en Parlementsverordening het niet toelaat om de betrokken landbouwers automatisch toegang te verlenen tot de nieuwe regeling. Er werd afgesproken dat men het juridisch onderbouwde standpunt zal bezorgen.

Jos De Meyer apprecieert dat de minister dit standpunt verder zal onderzoeken en eventuele alternatieve oplossingen zal bekijken.