Overnameprijs landbouwbedrijf 37 pct gestegen op 5 jaar

De gemiddelde overnameprijs van een landbouwbedrijf in Vlaanderen is de laatste vijf jaar met 37 procent gestegen. Terwijl starters in 2009 nog gemiddeld 185.650 euro moesten neertellen om een bestaand bedrijf over te nemen, was dat in 2014 gemiddeld 254.925 euro. Dat blijkt uit cijfers van landbouwminister Joke Schauvliege, die aangeeft dat ze alle middelen die het nieuwe gemeenschappelijkelLandbouwbeleid voorziet om starters te ondersteunen “maximaal” wil inzetten.

Dat het aantal land- en tuinbouwers in Vlaanderen jaarlijks afneemt, is geen nieuws meer. Om een idee te krijgen van de huidige situatie, vroeg Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer landbouwminister Joke Schauvliege naar het aantal starters in 2014 en naar de specifieke beleidsmaatregelen die de minister wil treffen om starters te ondersteunen.

Wat het aantal starters betreft, lijkt 2014 een uitstekend jaar geweest te zijn. Na respectievelijk 177, 202, 288, 157 en 148 starters in de jaren vanaf 2009, beslisten vorig jaar liefst 237 jongelingen om een land- of tuinbouwbedrijf te starten. De cijfers zijn afkomstig uit de databank van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF), maar moeten volgens de minister wel met het nodige voorbehoud geïnterpreteerd worden.

Een ander opvallend cijfer is de stijging met 37 procent van de gemiddelde overnameprijs van een land- of tuinbouwbedrijf. Terwijl je in 2009 nog een bedrijf op de kop kon tikken voor gemiddeld 185.650 euro, moest een overnemer daar in 2014 gemiddeld 254.925 voor betalen. Ze kunnen daarbij wel beroep doen op overnamesteun uitbetaald door het VLIF, waarvan het maximum in 2010 verhoogd werd van 55.000 naar 70.000 euro.

Gevraagd naar haar engagement in het vergrijzingsvraagstuk, legt Schauvliege de vinger op de wonde: “Jongeren zijn wel bereid om in te stappen in de land- en tuinbouw, maar ze kunnen dat niet altijd. De redenen hiervoor zijn onder meer de financieel zware investeringen die hiervoor nodig zijn en de risico’s die gepaard gaan met bedrijfsovernames, de beschikbaarheid van en de moeilijke toegang tot dure grond, de prijsvolatiliteit, de omvang van de bedrijven en de stijgende overnamekosten.”

De minister beseft naar eigen zeggen “dat aan alle starters de nodige ondersteuning moet worden geboden om de toekomst van de primaire voedselproductie op Vlaamse bodem te verzekeren”, en belooft “maximaal” gebruik te maken van de middelen die Europa ter beschikking stelt om jonge landbouwers te ondersteunen: “Jonge en startende landbouwers kunnen gratis betalingsrechten voor rechtstreekse inkomenssteun ontvangen. Daarenboven reserveer ik twee procent van het Europees budget voor directe betalingen voor een specifieke betaling aan jonge startende landbouwers.”

Verder belooft Schauvliege overnemers ook vestigingssteun, en heeft ze de minimale bedrijfsomvang voor toegang tot overnamesteun verlaagd. Ook wil ze bekijken of het stagegedeelte in de gesubsidieerde starterscursus voor starters die niet uit het landbouwonderwijs komen, kan uitgebreid worden. Tenslotte wil Schauvliege ook bekijken of bij een eventuele herziening van de pachtwet op Vlaams niveau de toegang tot grond voor jonge landbouwers kan verbeterd worden, met het nodige respect voor zowel eigenaar als pachter.(Vilt)

Dertien procent meer leerkrachten met vervroegde uittreding

BRUSSEL 22/01 (BELGA) = Het aantal leerkrachten dat vorig jaar een ‘TBS’ voorafgaand aan het pensioen heeft laten ingaan, lag dertien procent hoger dan een jaar eerder. De oorzaak ligt wellicht bij onzekerheid over de nakende pensioenhervorming.
Leerkrachten kregen tot nog toe de kans om op hun 58ste vervroegd te stoppen met werken via de terbeschikkingstelling (TBS). In principe blijven ze dan ter beschikking om in te springen waar nodig, aan een lager loon. Vorig jaar werd de TBS aangevraagd door 408 personen, met een piek van 56 in december, zei onderwijsminister Hilde Crevits donderdagochtend in het Vlaams parlement op een vraag van Jos De Meyer (CD&V).

De Vlaamse regering wil dat leerkrachten die opteerden om geen gebruik te maken van de uitstapregeling, en dus langer zullen werken, niet geconfronteerd worden met strengere regels. Daarvoor is echter overleg met onder meer federaal pensioenminister Daniel Bacquelaine nodig.
Uit een onderhoud tussen de Vlaamse en federale regering is wel al gebleken dat er niets wijzigt voor wie in het systeem van TBS zit en voor wie een formele datum van pensionering is vastgesteld. Ook voor lopende of nieuwe aanvragen voor TBS waarbij de pensioneringsdatum nog binnen 2015 valt, blijft alles behouden.
“Als personeelsleden op termijn langer moeten werken, is het van het grootste belang aandacht te hebben voor een loopbaan die langer werken ook aantrekkelijker maakt”, stelt Crevits. “Dit zal een belangrijk deel uitmaken van het sociaal overleg over de loopbaan in deze legislatuur.”
./. KWO/GEJ/

./.
221243 JAN 15
__________

Vraag om uitleg nr. 738 van de heer Jos De Meyer tot mevrouw Hilde Crevits, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Onderwijs, over de meest recente ontwikkelingen inzake de eindeloopbaan- en pensioenregeling voor het Vlaams onderwijs

VRAAG 1:
Kan de minister aangeven wat de belangrijkste resultaten zijn van haar onderhoud van 20 november 2014 met minister Bacquelaine en de ministers van Onderwijs van de andere gemeenschappen?

ANTWOORD:
Het overleg heeft volgende resultaten en verduidelijking opgeleverd:
– De afbouw van de diplomabonificatie voor het vaststellen van de pensioneringsdatum zal pas starten in 2016.
– Er is nog geen sprake van een afbouw van de diplomabonificatie voor de berekening van het pensioenbedrag.
– Voor de personen wiens pensioen volgens de huidige wetgeving kan ingaan in 2015, wijzigt er niets.
– Al wie in 2015 aan de pensioenvoorwaarden voldoet maar zijn/haar beroepsactiviteit toch verder zet, kan zich ook in de toekomst op deze voorwaarden blijven beroepen.
– Voor de personen die zich reeds in terbeschikkingstelling voorafgaand aan de oppensioenstelling bevinden en waarvoor vooraf een formele datum van oppensioenstelling is vastgesteld, wijzigt er niets. De datum blijft behouden. Ook wanneer voor deze gevallen de vroegst mogelijke datum van oppensioenstelling zich situeert na 2015.
– Voor lopende of nieuwe aanvragen voor een terbeschikkingstelling voorafgaand aan de oppensioenstelling waarbij de pensioneringsdatum nog valt binnen 2015, wijzigt er niets.

VRAAG 2:
Is er inmiddels verder sociaal overleg geweest waar de Vlaamse en federale overheden bij betrokken waren? En zo ja, kan de minister aangeven welke elementen zij en de Vlaamse Regering hebben voorgelegd en wat mogelijke resultaten op dit ogenblik zijn?
ANTWOORD:
Het voorontwerp van wet die de wijzigingen aanbrengt aan de pensioenwetten, is op 19 december 2014 onderhandeld op het Comité A, het Gemeenschappelijk comité voor alle overheidsdiensten. De onderhandelingen zijn nog niet afgesloten en zullen in Comité A worden verdergezet op 29 januari 2015.

VRAAG 3:
Klopt het dat de Vlaamse Regering ervoor ijvert om de oude eindeloopbaanvoorwaarden intact te houden voor wie tot 1 januari 2015 gebruik kon maken van de TBS-regeling?
ANTWOORD
Op het overheidsoverleg voorafgaand aan het Comité A van 19 december 2014 heeft de Vlaamse overheid het standpunt ingenomen dat wie op 1 januari 2015 een recht had verworven op het stelsel van terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen, maar hiervan geen gebruik heeft gemaakt, nog volgens de oude pensioenvoorwaarden op pensioen zou kunnen gaan. Personeelsleden die vrijwillig opteerden om geen gebruik te maken van de uitstapregeling en dus langer gewerkt hebben, mogen niet geconfronteerd worden met strengere regels dan leeftijdsgenoten die wel al gebruik gemaakt hebben van deze uitstapregeling.

VRAAG 4:
Kan de minister bevestigen dat er de voorbije weken meer leraren dan aanvankelijk te verwachten viel het onderwijs vaarwel hebben gezegd en dat de onzekerheid over de federale pensioenhervorming daar aan de basis van lagen?
ANTWOORD
Het aantal personeelsleden dat op 1.1.2015 een TBS voorafgaand aan het rustpensioen hebben laten ingaan, bedraagt 408 ten opzichte van 361 op 1.1.2014. Dit is een stijging met 13 %. In december 2014 werden echter nog 56 aanvragen ingediend tegenover 17 in december 2013.

VRAAG 5:
Heeft de minister inmiddels het overleg gestart met de Vlaamse sociale partners en heeft ze al een aantal stappen gezet om na te gaan of er ook bijsturingen in de Vlaamse regelgeving nodig zouden zijn.
ANTWOORD
Samen met de sociale partners in Vlaanderen volg ik het effect van deze maatregelen van dichtbij op, zowel qua inhoud als qua timing, en ga ik na op welke manier in Vlaanderen bijsturingen aan de regelgeving nodig zullen zijn. Als personeelsleden op termijn langer moeten werken, is het van het grootste belang aandacht te hebben voor een loopbaan die langer werken ook aantrekkelijker maakt. Dit zal een belangrijk deel uitmaken van het sociaal overleg over de loopbaan in deze legislatuur.

VRAAG 6 :
Kan de minister aangeven op welk ogenblik er volledige duidelijkheid zal zijn over de pensioen- en eindeloopbaanregeling in het Vlaamse onderwijs?
ANTWOORD:
Zoals gezegd is het sociaal overleg over de nieuwe pensioenregeling nog gaande. Ik verwacht dat dit goed verloopt, maar ook zo snel als mogelijk duidelijkheid brengt.

Leegstand van onderwijsinfrastructuur rendeert … enkel voor Gemeenschapsonderwijs!

Een schoolbestuur moet zich gedragen als een goede huisvader en moet dus zorgzaam omgaan met de middelen die het ter beschikking heeft. Dat middelen en infrastructuur renderen voor het Gemeenschapsonderwijs, bleek uit het antwoord van minister Crevits op de vragen hierover van Vlaams parlementslid Jos De Meyer.
In het gemeenschapsonderwijs treden de scholengroepen en de Raad van het gemeenschapsonderwijs (GO!) op als inrichtende macht. Geld dat niet direct besteed moet worden, kan door hen belegd worden, maar enkel in producten met een absolute kapitaalszekerheid. Het geld dat daarvoor gebruikt wordt, kan voortkomen van verkopen van goederen en infrastructuur, of van dotaties die nog niet werden uitgegeven.
Op dit ogenblik belegt de Raad voor het Gemeenschapsonderwijs 76 miljoen euro, en de verschillende scholengroepen van het Gemeenschapsonderwijs beleggen samen ook nog ongeveer 10 miljoen euro.
Scholengroepen kunnen ook inkomsten genereren door de verhuur van gronden en gebouwen aan derden. Volgens het GO! gebeurt dat in beperkte mate. De opbrengsten ervan moeten volgens het Bijzonder Decreet van 14 juli 1998 volledig aangewend worden voor onderwijsdoelen, maar er bestaat geen centrale databank waarop geregistreerd wordt welke infrastructuur ter beschikking wordt gesteld, wat de opbrengst is en de aanwending van die middelen. Meestal gaat het om sportinfrastructuur, parkeergelegenheid of gebruik van de gebouwen na schooltijd. Slechts uitzonderlijk worden schoolgebouwen van het Gemeenschapsonderwijs verhuurd aan andere onderwijsverstrekkers.
Tijdens de voorbije legislatuur werden in totaal voor ongeveer 28,5 miljoen euro gronden en gebouwen van het Gemeenschapsonderwijs verkocht. Daarnaast heeft het GO! een lijst opgemaakt van de leegstand, waarop schooldomeinen geregistreerd staan die op dit ogenblik niet worden aangewend voor onderwijsdoelen en die klaar staan voor verkoop. Op de lijst staat slechts één schoolgebouw, dat op dit ogenblik verhuurd is aan het Lucernacollege. Er worden drie CLB-gebouwen op vermeld, maar ook een sporthal, enkele woningen, een zwembad, drie kastelen en het historische art-deco-hotelpand “Le Grand Veneur” te Keerbergen, dat al enige tijd staat te verkommeren. Een volledig register van leegstaande gebouwen zal ten vroegste eind 2016 ter beschikking zijn.
Van het kasteeldomein Ter Biest te Sint-Truiden is volgens de minister reeds een stukje verkocht, terwijl het kasteelgedeelte nog te koop staat. De drie voetbalvelden, vier overdekte petanquevelden, 42 openlucht petanquevelden, het boogschutterslokaal met acht banen, de banen voor karabijn-, geweer- en revolverschieten, het polyvalente veld en het terrein voor hondensport worden verhuurd aan instanties uit de buurt.

Natuurlijk is het goed dat het GO! zijn geld en gebouwen zorgvuldig beheert, stelt De Meyer, maar men moet ook onderzoeken of leegstaande en onderbenutte gebouwen niet kunnen benut worden voor onderwijsdoelen (ook door andere netten) en om aan te moedigen dat schoolpatrimonium dat leeg staat of sterk onderbenut is, opnieuw voor onderwijsdoelen ter beschikking wordt gesteld. Dat is overigens één van de vragen in de door hem ingediende – en goedgekeurde – motie van 20 oktober 2014. Die motie vraagt ook dat er geen schoolgebouwen verkocht worden in gebieden waar leerlingen moeten zoeken naar een plaats op school, behalve natuurlijk als de opbrengst van de verkoop gebruikt zou worden om lokalen bij te bouwen of te vernieuwen.

Belang van sociaal overleg onderwijssector niet te onderschatten / Bijna 30% onderwijssector gaf signaal

In totaal namen 50.624 onderwijsmensen deel aan de nationale stakingsdag van 15 december laatstleden. Dat komt erop neer dat ongeveer 28% van de 181.555 personeelsleden in het Vlaamse onderwijs het werk neerlegde. In een reactie op de cijfers die hij bij minister Crevits opvroeg, zegt Vlaams parlementslid Jos De Meyer: “Dit is een niet te miskennen signaal.”

In totaal gaven de Vlaamse scholen 55.622 stakingsmeldingen door aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten, dat op basis daarvan een gedeelte van de wedde inhoudt van de betrokken personeelsleden. Of een personeelslid ook effectief een opdracht uitoefent op de stakingsdag wordt niet doorgegeven aan het Agentschap, dat ook niet beschikt over de individuele weekroosters van het personeel.
Het globale percentage stakers verschilt weinig naargelang de regio, het net of de onderwijsvorm. Uit een minieme informele steekproef in de eigen regio leidt De Meyer af dat er daarentegen wel vrij grote verschillen kunnen zijn tussen de scholen onderling.

In vergelijking met vroegere stakingen was het aantal afwezige personeelsleden op 15 december vrij groot, wat te maken kan hebben met de ongerustheid over specifieke maatregelen naar het onderwijs.

Jos De Meyer: “Het signaal van 15 december is overduidelijk. Zeker inzake het verhogen van de pensioenleeftijd moet werk worden gemaakt van aanvaardbare overgangsmaatregelen. Gelukkig investeert minister Crevits nu al intensief in het overleg met de onderwijspartners. Morgen hebben we hierover nog een vraag in de commissie onderwijs.”

Een correct flankerend beleid bij IHD (instandhoudingsdoelstellingen)!

Vorige legislatuur (begrotingsjaren 2009, 2010, 2011, 2012 en 2013) werd 134.951.569,43 euro geïnvesteerd in bijkomende natuur en bos, antwoordde minister Schauvliege aan Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.
Vlamingen zijn zich de laatste jaren – met het schaarser worden van de open ruimten – meer en meer bewust geworden van het belang van groen, natuur, bos en open landbouwruimte in onze samenleving, zowel op het vlak van “beleving” als op het vlak van “recreatie”. Het beleid heeft deze tendens gevolgd en de voorbije jaren zeer zwaar geïnvesteerd in groen, natuur en bos om ook de volgende generaties voldoende open ruimte en biodiversiteit te kunnen garanderen.

Vlaamse overheid – Investeringen in groen, natuur en bos van 2009 tot 2013

Investering in aanleg van bos door de Vlaamse overheid: 456,67 ha, 2.432.000,00 euro

Investering in aankoop van bos door de Vlaamse overheid(ANB): 1.220,15 ha, 20.957.402,81 euro

Door de Vlaamse overheid gesubsidieerde aankoop van natuur en bos door de terreinbeherende verenigingen:
– Natuurpunt Beheer vzw: 2.676,90 ha, 31.252.860,23 euro
– Limbrugs Landschap vzw: 423,08 ha, 4.644.202,52 euro
– Durme vzw: 22,10 ha, 306.283,60 euro

Investering in de aanleg van natuur door de Vlaamse overheid:
– In lopende natuurinrichtingsprojecten: 14.495.357,00 euro
– Voor eenmalige inrichtingswerken in erkende natuurreservaten van terreinbeherende verenigingen: 924.358,32 euro
– Voor Quick Win-projecten natuur: 445.779,52 euro
– Voor het uitvoeren van natuurprojectovereenkomsten door derden: 35,04 ha, 96.555,00 euro
– Voor de aanleg van natuur in de domeinen van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB): 1.577.500,00 euro

Investering in aankoop van natuurgebied door de Vlaamse overheid (ANB): 2.916,59 ha, 57.819.270,43 euro

Totaal: 7.750,53 ha, 134.951.569,43 euro

Bovendien worden we geconfronteerd met de strenge Europese verplichtingen inzake instandhoudingsdoelstellingen, natuur en biodiversiteit. Zeer begrijpelijk dat de landbouwsector – die hierdoor zwaar getroffen wordt – vragende partij is voor een gedragen flankerend beleid. Dit impliceert dat de Vlaamse overheid hiervoor de nodige financiële middelen voorziet.
Wetende dat vorige legislatuur (begrotingsjaren 2009, 2010, 2011, 2012 en 2013) 134.951.569,43 euro is besteed aan bijkomende natuur, dan zou het niet meer dan rechtvaardig zijn dat de Vlaamse Regering ook de nodige financiële middelen voorziet voor een correct flankerend beleid bij de IHD- en PAS-beslissingen, besluit Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.

Termijn schoolgebouwenprogramma “Scholen van Morgen” verlengd tot 2020

De Vlaamse regering verlengt de termijn voor de realisatie van schoolgebouwen in het project “Scholen van Morgen” van 2017 naar 2020. Op die manier wordt de realisatie van 50 projecten die vertragingen hadden opgelopen verzekerd. Het doel blijft ook om alle 165 projecten, goed voor 200 schoolgebouwen, volledig te realiseren. Dat heeft minister van Onderwijs Hilde Crevits woensdag geantwoord op een vraag van CD&V-parlementslid Jos De Meyer.
Met ‘Scholen van Morgen’ wil de Vlaamse regering via publiek-private samenwerking zo’n 200 schoolgebouwen bouwen en/of vernieuwen. In totaal gaat het om een investering van 1,5 miljard.
Maar door opgelopen vertragingen dreigden 50 van de 165 projecten uit de boot te vallen omdat ze de voorziene timing (2017) niet zouden halen. De Vlaamse regering heeft daar nu een mouw aan gepast. Er komt een verlening tot 2020 waardoor die 50 projecten toch kunnen worden gerealiseerd, aldus Crevits. “Het volledige programma van de 165 projecten zal volledig uitgevoerd worden”, verzekerde de CD&V-minister.
Verder onderzoekt de regering ook de herziening van de langetermijnfinanciering omdat de rentekosten nu zo laag zijn. “De onderhandelingen daarover lopen op dit ogenblik”, aldus Crevits. Wat intussen wél al rond is, is een verlaging van de risicopremie ten gunste van de Vlaamse overheid. (Belga /DRM/KVH)

Verlofstelsels in het onderwijs: een complex kluwen

Volgens minister Crevits is het grote aantal mogelijkheden voor onderwijspersoneelsleden om tijdelijk minder te werken een “ongemeen complex kluwen van mogelijkheden”. Dat antwoordde ze op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer.
Op dit ogenblik bestaan er in het onderwijs negentien verschillende vormen van loopbaanonderbreking en negen andere stelsels van verlof of afwezigheid. Politiek verlof, omstandigheidsverlof en afwezigheid wegens ziekte, bevalling of nascholing zijn daar niet bij gerekend. In al die stelsels en combinatiemogelijkheden hebben het personeelslid en het schoolbestuur niet langer zicht op wat mogelijk is, en op de effecten op langere termijn.
De mogelijkheid om deeltijds te werken of voltijds thuis te blijven is één van de troeven van het onderwijs en is belangrijk om een goede combinatie van gezin en werk mogelijk te maken.Het aantal personeelsleden dat gebruik maakt van een loopbaanonderbreking of een tijdelijk verlof of tijdelijke afwezigheid is toegenomen. In schooljaar 2010-2011 ging het over 31087 personeelsleden, in schooljaar 2012-2013 over 35049, een toename met 12,75%. In 2010 bevond 19% van het totaal aantal personeelsleden in het onderwijs zich in een of ander verlofsysteem, in 2013 zelfs 21%. In die cijfers wordt gerekend met “fysieke personen” en niet met voltijdsequivalenten. De toename zit vooral in de gedeeltelijke, specifieke en korte loopbaanonderbrekingen, het aantal langere en voltijdse dienstonderbrekingen loopt zelfs sterk terug.
Enkele opmerkelijke cijfers: de “gewone” loopbaanonderbrekingen nemen af (17% minder voltijdse loopbaanonderbrekingen en 18% minder deeltijdse op één schooljaar), tegenover de forse toename van korte loopbaanonderbrekingen wegens bijstand aan een zieke (+26,9% voltijds, +39,34% deeltijds), wegens palliatieve zorgen (+ 17,74% voltijds, + 26,32% deeltijds) en beroepsopleidingen (+ 43,75% voltijds, +5,13% deeltijds).
De mogelijkheden om deeltijds te werken of korte onderbrekingen te nemen zijn bedoeld om een goede combinatie van gezin en werk mogelijk te maken, en om een antwoord te bieden op tijdelijke problemen. Ze worden ook duidelijk daarvoor gebruikt. Een keerzijde van de medaille is dat het voor jonge leerkrachten moeilijker wordt om “zich te vestigen” en om benoemd te worden, omdat de betrekking van de afwezige leerkracht niet vacant wordt. Ook door de toename van de kortere vervangingen wordt de startperiode in het onderwijs langer en wisselvalliger. “Dat kan alleen opgelost worden door specifieke maatregelen om jonge leerkrachten in het vak te houden,” vindt De Meyer. “Maar los daarvan is het hoe dan ook wenselijk om te werken aan een vereenvoudiging van het systeem: het is niet steeds duidelijk of je van het ene naar het andere systeem kan overstappen, en wat het verschil is tussen de diverse mogelijkheden. Als een personeelslid bijvoorbeeld een “afwezigheid voor verminderde prestaties” krijgt, wordt de periode afwezigheid niet meegeteld in de anciënniteit voor het pensioen, maar voor wie een “verlof voor verminderde prestaties” krijgt, telt die periode wel mee. Zowel voor schoolbesturen als voor het personeel is dit geen helder systeem, besluit De Meyer, maar als we het willen hervormen, is er uiteraard sociaal overleg nodig.

Melkveehouderij op een keerpunt – bedrijfsvoorlichting belangrijk!

De melkveehouderij staat op een keerpunt, aldus Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer. Na de relatief stabiele periode van melkquota, komen binnen enkele maanden onze melkveehouders in een andere marktsituatie.
De vrije wereldmarkt zal sterker de prijzen bepalen; meer volatiliteit, meer risico’s, forsere inkomensverschillen worden mogelijk ten gevolge van deze Europese beslissingen. De melkveehouders zullen als volwaardige ondernemers met deze risico’s moeten leren omgaan!
Precies daarom is een goede bedrijfsvoorlichting morgen nog belangrijker dan vandaag. De minister voor Landbouw was het hiermee eens in de commissie Landbouw van het Vlaams parlement.
Minister Schauvliege antwoordde op de vraag van De Meyer welke “Europese vangnetten” wel overeind blijven: particuliere opslag, interventie voor boter en magere melkpoeder, enz…
Daarnaast werd ook ingegaan op de vraag op welke wijze “toegevoegde economische waarde” kan gecreëerd worden op eigen bedrijf. Voor sommige bedrijven is dit ongetwijfeld een opportuniteit.
Voor het volledige verslag: http://www.vlaamsparlement.be/Proteus5/showJournaalLijn.action?id=945743&download=true

Beste wensen!

Waar loopt het spoor
de winter door?
Waar staat de ster te branden?
Geen oosters heer,
geen herder meer
geen één in zoveel landen.

Maar alle daad
en toeverlaat
ligt in Zijn kleine handen.

Anton Van Wilderode

Hartelijk dank voor de samenwerking in 2014.
Gelukkig en voorspoedig 2015!

Jos De Meyer

Hypotheek op onze varkenshouderij: letterlijk en figuurlijk!

De aanhoudende crisis in de varkenshouderij die ten gevolge van de Rusland-exportban exponentieel is toegenomen, is zorgwekkend; aldus Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.
In opvolging van zijn vroegere tussenkomsten ondervroeg Jos De Meyer minister voor Landbouw Joke Schauvliege in de commissie Landbouw van het Vlaams parlement over de vorderingen in de Europese gesprekken en de mogelijke bijkomende Vlaamse maatregelen (grotere tegemoetkoming bij Rendacfactuur, versnelde uitbetaling VLIF-steun, …). De minister gaf een nauwkeurig overzicht van de gevoerde gesprekken en de komende agenda.
De Meyer wees er ook op dat sommige veevoederbedrijven geruisloos en onzichtbaar een hypotheek nemen op de varkensbedrijven. Tijdelijk kan dit voor de varkenshouder soelaas bieden maar op termijn is dit structureel een ongezonde en zelfs gevaarlijke evolutie voor onze familiale bedrijven. Minister Schauvliege beloofde om aan deze trend de nodige aandacht en onderzoek te besteden want ook zij beschouwt dit als een slechte evolutie.
Voor het volledige verslag: http://www.vlaamsparlement.be/Proteus5/showJournaalLijn.action?id=945712&download=true