Schoolmoestuintjes stimuleren gezonde voeding!

“Schoolmoestuintjes bevorderen het gebruik van gezond, streekeigen en seizoensgebonden groente en fruit, maar ook de kennis ervan en de interesse voor tuinieren”, aldus Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.
Dat was ook de aanleiding voor zijn vraag hierover aan minister van Landbouw Joke Schauvliege in de commissie Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid.
Minister Schauvliege antwoordde:
“ik ben het er volledig mee eens dat scholen moeten inzetten op gezonde voeding maar ook op het bewustmaken van jongeren van wat streekeigen producten zijn en hoe ze worden geproduceerd.
Als we een oproep lanceren voor volkstuinen, kunnen ook scholen intekenen. De initiatieven die reeds bestaan, zijn vaak ook samenwerkingen met dichtbijgelegen volkstuinen.
Ook via het Programmeringsdocument voor Plattelandsontwikkeling (PDPO) kunnen dergelijke projecten gesubsidieerd worden. Als er op het platteland een voorstel is om vanuit scholen iets te doen rond moestuinen en volkstuinen, kan subsidie worden gegeven.”
De Meyer is tevreden dat de minister zich aangesproken voelt door zijn vraag en bereid is om extra ruchtbaarheid te geven aan de projecten van volkstuinen en de projecten binnen PDPO naar scholen toe.
“Fundamenteel gaat het erover de aandacht van kinderen te vestigen op gezonde en streekeigen voeding,” besluit De Meyer.

Jaarlijkse LRV-jumping “Grote prijs Jos De Meyer”

Het voorbije Pinksterweekend vond op domein De Ster in Sint-Niklaas de 23ste editie plaats van de LRV-jumping “Grote prijs Jos De Meyer”
Jos overhandigde de trofee in de klasse “zwaar” aan de winnende amazone Dagmar Veldeman uit Appels.

Ruime investeringen in waterzuivering in het Waasland en in de regio Dendermonde

Ruime investeringen in waterzuivering in het Waasland

Uit het antwoord van Vlaams minister Joke Schauvliege op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer blijkt dat de Vlaamse minister bevoegd voor milieu de voorbije jaren in het Waasland zwaar geïnvesteerd heeft in waterzuivering en de daarbij horende infrastructuurwerken en dat ook voor 2015 en 2016 reeds een aantal projecten in uitvoering zijn die in de loop van 2015 of 2016 zullen beëindigd zijn.

In 2014 werd in het Waasland voor 8 subsidieprojecten een betaling van subsidie uitgevoerd, voor een totaal bedrag van 4.147.803 euro:
→twee in de gemeente Beveren:
-gecombineerd dossier met Aquafinproject ‘KWZI Haasdonk en toevoerleiding’ – aanleg van een gescheiden stelsel in de Zandstraat van Poerdam tot de bestaande collector thv Hof ter Saksen
– heraanleg van de riolering in Gentsweg (N70) tussen de Grote Heidestraat en de Middenheide

→zes in de stad Sint-Niklaas:
-KWZI De Ster met aansluitende riolering Recreatiepark De Ster en de woningen van de Lange Rekstraat en de Van Landeghemstraat
-afkoppelen van de industrieparken in de stad Sint-Niklaas – Europark-Oost
-2DWA-leiding Entrepotstraat
-weg- en rioleringswerken in de Uilenstraat (deel) vanaf het spoor tot de Grote Heimelinkstraat
-wegenis- en rioleringswerken in de Kerkstraat
-aanleg van regenwaterafvoer (gracht) vanaf de Heihoekstraat, naast de spoorwegbedding met aansluiting op de bestaande waterloop en aanleg van gescheiden riolering in de Heihoekstraat, vanaf huis nummer 30 tot de nieuwe KMO-zone Heihoekstraat

In 2014 werden door Aquafin in het Waasland 4 projecten afgerond, voor een totaal bedrag van 8.404.057,96 euro:
-collector Nieuwkerken-Waas fase West
-optimalisatie toevoer vuilvracht naar KWZI Lokeren
-collector Haasdonk
-RWZI Temse fase 2

Begin 2015 waren in het Waasland 4 Aquafin-projecten in uitvoering, voor een totaal investeringsbedrag van 4.899.619,44 euro :
-renovatie gemeentelijke collector Nieuwkerken-Waas
-aansluiting Rechtstraat Lokeren
-Aansluiting Heimolen op RWZI Sint-Niklaas
-sanering Jachtbeek Temse
__________

Ruime investeringen in waterzuivering in de regio Dendermonde

Uit het antwoord van Vlaams minister Joke Schauvliege op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer blijkt dat de Vlaamse minister bevoegd voor milieu de voorbije jaren zwaar geïnvesteerd heeft in waterzuivering en de daarbij horende infrastructuurwerken en dat ook voor 2015 en 2016 reeds een aantal projecten in uitvoering zijn die in de loop van 2015 of 2016 zullen beëindigd zijn.

In 2014 werd in de regio Dendermonde voor 20 subsidieprojecten een betaling van subsidie uitgevoerd, voor een totaal bedrag van 7.582.435 euro:
→twee in de gemeente Buggenhout:
-wegen- en rioleringswerken in Kasteelstraat tussen huis nummer 164 en de grens met Merchtem
-wegen- en rioleringswerken in gedeelte van de Kasteelstraat tussen Kalkenstraat en centrum, Maalderijstraat, Elzendreef, wachtkom en waterloop 6.02.69

→twee in de stad Dendermonde:
– wijk ‘Hof Ten Rode’ namelijk De Leksstraat, Hof Ten Rode, Meirgatstraat en Zwarte Beekstraat: wegen- en rioleringswerken: heraanleg van de afvalwaterriolering, aanleg van hemelwaterleiding
– aanleg van een volledig gescheiden stelsel in de Vijfbunderstraat en Groeneweg te Grembergen

→twee in de gemeente Laarne:
-wegen- en rioleringswerken in Dorpsstraat en omgeving
-wegen en rioleringswerken in Nerenweg, Krimineelstraat, Meirestraat, Vaartweg-Menneweg, Kalkendorp, Kleine Molenstraat-voetweg

→vijf in de gemeente Lebbeke:
-Brusselsesteenweg
-wegen-en rioleringswerken Brusselsesteenweg (deel tussen Kleine Beek en Flor Hoflanslaan): RWA-leiding
-aanleg gescheiden riolering in de Heesterstraat, Benoit de Donderstraat en Frabriekstraat en het stelsel aansluitend op het Aquafinproject 22.050 ‘sanering klein Antwerpen’
-aanleg riolering Trieststraat tlv TMVW
-aanleg riolering Trieststraat tlv Aalst

→één in de gemeente Waasmunster:
-weg- en rioleringswerken in de Dommelstraat

→vier in de gemeente Wetteren:
-gecombineerd dossier met Aquafinproject 96.461 ‘Collector Molenbeek fase 1’ – aanleg gescheiden stelsel in de Watermolenstraat, Molenweg en Loweestraat
-N9 – structureel onderhoud + aanleg van fietspaden, wegenis- en rioleringswerken in de Brusselsesteenweg
-herinrichting Kortenbosstraat tussen Kriephoek en Kruisstraat
-aanleg dienstriolering in Oude Wetterstraat

→twee in de gemeente Wichelen:
-rioleringswerken Hulst – gemeentelijk aandeel
-gecombineerd dossier met Aquafinproject ’22.006’ – aanleggen van een gescheiden stelsel in de Hoekstraat

→twee in de gemeente Zele:
-afkoppelen regenwaters industriezone ‘Station West’ (Moerstraat, A. De Beulelaan (deel), Industriestraat (deel), Zevensterrestraat, Spinnerijstraat (deel), N47)
-vernieuwing Veldekensstraat (deel) met aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel
In 2014 werden door Aquafin in de regio Dendermonde 2 projecten afgerond, voor een totaal bedrag van 1.530.791,22 euro:
-afkoppeling inlaten Pijpoelstraat – Hoekstraat in Wichelen
-aansluiten LP Ripipiabergstraat/Stuyfbergen in Hamme

Begin 2015 waren in de regio Dendermonde 6 Aquafin-projecten in uitvoering, voor een totaal investeringsbedrag van 5.215.698,54 euro :
-collector Jabekestraat – Ruiterken in Wetteren
-sanering Klein Antwerpen – Lindeken en afkoppeling zijloop in Lebbeke
-aansluiten LP Leopold III-laan/Loystraat in Hamme
-collector Bieststraat, Nerenweg en Kleine Molenstraat in Laarne
-collector Steentjesstraat – Rivierstraat – deel Heirweg in Laarne
-PS + PL Kortenbosstraat in Wetteren

In de loop van 2015 werd voor één dossier een betaling uitgevoerd, voor een bedrag van 638.455,86 euro:
-herinrichting Geemstraat in Hamme

Leraars in de kelder kosten nog steeds veel geld

Het Vlaamse onderwijs betaalde vorig schooljaar 1,4 miljoen euro loon voor mensen die van hun schoolbestuur geen toestemming krijgen om te werken, vernam Jos De Meyer van minister Crevits van Onderwijs. Met het systeem “terbeschikkingstelling wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst” kon een schoolbestuur vastbenoemde personeelsleden zonder negatieve evaluatie of speciale voorwaarden op nonactief zetten. Zulke “leraars in de kelder” mochten niet komen werken maar werden wel doorbetaald, terwijl het schoolbestuur nieuwe mensen kon aanstellen.
Sinds vorig schooljaar is het systeem op suggestie van De Meyer afgeschaft, maar dat betekent niet dat de scholen die personeelsleden terug moeten in dienst nemen of begeleiden naar een nieuwe aanstelling. Ze kunnen uiteraard wel zelf op zoek gaan naar ander werk, maar dat is met hun statuut niet altijd eenvoudig. Van de 29 “leraars in de kelder” van het schooljaar 2012-2013 (23 in het Gemeenschapsonderwijs, 4 bij het officieel gesubsidieerd onderwijs en 2 bij het vrij onderwijs) zijn er ondertussen 3 terug aan de slag.
Niemand wordt verplicht om die mensen terug aan te nemen, merkt De Meyer op, en dus wordt hun loon doorbetaald tot ze met pensioen gaan. In het kader van de nieuwe strenge besparingen op loonkost in het onderwijs roept dat toch vragen op.

Assistentiehonden mogen mee in de klas!

“Assistentiehonden en honden in opleiding mogen in principe mee naar school,” antwoordde minister voor Onderwijs Hilde Crevits op een schriftelijke vraag van
Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.

In 2013 werd het decreet van 20 maart 2009 over de toegang tot publieke plaatsen van assistentiehonden en honden in opleiding aangepast. De uitvoeringsbesluiten bij het decreet zijn gepubliceerd in het Belgische Staatsblad op 19 juli 2013.

Omwille van het feit dat er soms interpretatieverschillen zijn over de regelgeving ondervroeg De Meyer minister Crevits over deze problematiek.

De minister antwoordde verder: “Een school kan dus in algemene regel de aanwezigheid van een assistentiehond niet verbieden. Van dit principe kan enkel afgeweken worden indien het zou gaan om een aanwezigheid op een locatie waar een verbod wel toegelaten is (wat bij sommige stages eventueel mogelijk zou kunnen zijn). Ik wil er op wijzen dat er ook dan gezocht moet worden naar redelijke aanpassingen die de verderzetting van het onderwijstraject mogelijk maken.
Gezien een school de toegang van de assistentiehond niet mag weigeren is een voorafgaandelijke toestemming niet aan de orde. Uiteraard is het altijd aangewezen dat alle partijen mekaar goed informeren.”

Brug maanden dicht voor werken

Het wegdek van de Zelzatebrug wordt in 2016 vernieuwd. Fietsers en voetgangers zullen tijdens de werken met een veerpont het kanaal kunnen oversteken.
Zelzate ‘Het wegdek van de Zelzatebrug wordt volgend jaar helemaal vernieuwd. Dit werk zal in twee fasen van telkens drie maanden uitgevoerd worden. Alles samen met een prijskaartje van een miljoen euro. Tijdens de werken, in de zomer van 2016, zal een veerdienst de voetgangers en fietsers ter hoogte van de Groenstraat overzetten, terwijl het wegverkeer langs de tunnel of de brug van Sas van Gent moet.’
Dit antwoordde minister van Openbare Werken Ben Weyts (N-VA) op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer(CD&V).

De brug van Zelzate dateert van 1968. Sindsdien is de brugdekbekleding al verschillende keren hersteld, maar dergelijke projecten
verstoren de mobiliteit in de gemeente zwaar.
De recentste herstelling dateert van 2004 en dit was maar twee jaar na een ‘mislukte’ poging in 2002. Toen kwam de verharding immers in geen tijd weer los. De brugdekbekleding is nu al enige tijd opnieuw dringend aan vernieuwing toe. Het wegdek werd intussen trouwens al vaak opgelapt.
De brug van Zelzate bestaat uit drie delen. Een beweegbaar middengedeelte, dat twee basculebruggen (klapdelen) omvat, en twee vaste zijoverspanningen. Op het beweegbare gedeelte wordt de bestaande brugdekbekleding verwijderd tot op de stalen onderbouw.
Hierbij wordt rekening gehouden met de bijzondere opbouw van de brugdekbekleding.
Geen simpele klus
Op de stalen brugdekplaat zijn ongeveer 66.000 stiften gelast die een vier tot acht centimeter dikke laag gietasfalt moeten vasthouden.
Bij de originele bouw waren dit nog rubberen tegels die op de brug waren vastgekleefd.
Het wordt geen simpele onderneming, want deze grote stalen klapdelen zetten zich bij warmte of koude en zodra de brug openstaat, moet de verharding mooi blijven hangen.
‘Er zijn geen referenties van gelijksoortige bruggen te vinden. Vandaar dat in een eerste fase de opdrachtnemer samen met het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw onderzoek zal uitvoeren naar de ideale opbouw en samenstelling van de nieuwe
brugdekbekleding in gietasfalt’, klinkt het nog bij de minister. Tijdens de werken worden ook de trottoirs van de brug vernieuwd, wordt binnenin het beton aangepakt en krijgt de brug ook nog eens nieuwe leuningen over de hele lengte.
(Het Nieuwsblad, Dirk Ververs)

Twijfel en onzekerheid bij land- en tuinbouwers wegnemen

De Vlaamse wielerklassiekers zijn achter de rug. Dit jaar werden de wielerwedstrijden gekleurd door de massale aanwezigheid van landbouwers met tractoren. Waardige acties die werden ondersteund met ruimere affichecampagnes. Zaterdag laatst was er ook in Limburg nog een grootschalige actie met tractoren. De land- en tuinbouwers maken zich zorgen over hun toekomst en die van hun bedrijven. Moeilijke marktomstandigheden gecombineerd met een lawine aan wetsaanpassingen zaaien twijfel en onzekerheid.

Er is dan ook dringend nood aan positieve signalen van de Vlaamse overheid naar de land- en tuinbouwsector toe. Vlaanderen mag zich niet verschuilen achter Europa. Integendeel, Vlaanderen moet creatief omgaan met de Europese context. De opdracht is het evenwicht bewaren. Respect voor natuur, milieu, economische en sociale context maken onze land- en tuinbouw duurzamer. Het is een en/en-verhaal. CD&V trekt hier de kar: voor landbouw en voor rechtszekerheid, voor iedereen. CD&V engageert zich ertoe om nieuwe regels daarom blijvend te toetsen aan de praktijk en te evalueren op hun haalbaarheid.

Internationaal

De hervorming van het Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) zorgt voor een daling van de rechtstreekse inkomenssteun. De afschaffing van het melkquotum laat de melkveehouders toe meer melk te produceren, maar de prijsvolatiliteit neemt toe.
De Ruslandboycot heeft een blijvende impact op prijsvorming in de varkens-, pluimvee- (vooral eieren) en in de groenten- en fruitsector. Land- en tuinbouwers dragen individueel de last van geopolitieke keuzes.
De prijzenslag tussen supermarktketens drukt op de verkoopprijs van de producent.

De impact van de Vlaamse overheid op prijsvorming is beperkt. Minister Schauvliege blijft op het Europese forum aandringen op bijkomende maatregelen. De komende weken en maanden zijn cruciaal.

En/en-uitdagingen

Maar Vlaanderen kan wel een duidelijk signaal geven met het oog op rechtszekerheid voor de land- en tuinbouwsector.

Minister Joke Schauvliege neemt het binnen de Vlaamse Regering op voor een leefbare land- en tuinbouw. Binnen de commissie landbouw van het Vlaams parlement is het begrip voelbaar voor de precaire situatie van de land- en tuinbouwers over de partijgrenzen heen. Dit begrip moet nu vertaald worden in concrete maatregelen ten gunste van de sector.

• Momenteel ligt de aanpassing van het mestdecreet op tafel. Vele landbouwers houden hun hart vast voor MAP5. Bij de aanpassingen volgen we de richtlijnen maar soepelere maatregelen zullen van toepassing zijn op bedrijven die goede resultaten boeken op bedrijfsniveau
• Net zo met het dossier van de poldergraslanden. Respect voor de graslanden gaat hand in hand met het bieden van voldoende zekerheid aan landbouwers.
• Het flankerend beleid voor de door de instandhoudingsdoelstellingen (IHD) getroffen bedrijven moet snel voelbaar worden op het terrein. In een eerste stap verkleinen we de zoekzones tot definitief afgebakende actuele habitats, zodat het aantal getroffen bedrijven daalt. Vervolgens zorgen we voor voldoende budget om een degelijke oplossing te vinden voor getroffen bedrijven.
• In erosie- en vergroeningsmaatregelen moet de theorie afgestemd worden op de praktijk en haalbaarheid voor land- en tuinbouwbedrijven. Hier zijn quick wins mogelijk. Kleine beslissingen kunnen daar veel ademruimte geven.

In al deze dossiers moeten we op relatief korte termijn komen tot werkbare oplossingen voor onze landbouwers, met respect voor de natuur.

Dialoog

Als leden van de commissie landbouw van het Vlaams parlement willen wij ons geloof in de toekomst van onze Vlaamse land- en tuinbouw ondubbelzinnig uitspreken. De CD&V-commissarissen landbouw steunen de minister in haar zoektocht naar oplossingen en juichen het toe dat ze de landbouwsector uitnodigt voor een ronde tafelgesprek. Hierbij zullen de hierboven vernoemde uitdagingen aangekaart en besproken worden.
Dit is een noodzakelijke stap in richting van gedragen oplossingen. CD&V verwacht van de hele Vlaamse regering snel concrete stappen om de sector te ondersteunen, zodat het vertrouwen wordt hersteld. Wij rekenen daarbij op het draagvlak over de partijgrenzen heen.

Bart DOCHY, Jos DE MEYER, Tinne ROMBOUTS en Lode CEYSSENS
Vlaams Volksvertegenwoordigers

EU-steun voor varkensvleesopslag is maat voor niets

In Vlaanderen hebben zes vleesbedrijven gebruikgemaakt van de (intussen stopgezette) Europese subsidie voor tijdelijke opslag van varkensvlees. In totaal werd 1.836 ton varkensvlees vanuit Vlaanderen aangemeld voor steun, wat drie procent is van de totale hoeveelheid varkensvlees die in Europa in de vriezer ging. Vlaams minister van Landbouw Joke Schauvliege voorspelde dat de steun voor opslag geen mirakeloplossing zou zijn en dat is ook gebleken. “Er is weinig of geen positieve impact op de marktsituatie geweest”, laat ze volksvertegenwoordiger Jos De Meyer weten. De minister verwacht meer heil van de promotie van varkensvlees door VLAM op verre markten. Daarvoor heeft Vlaanderen 850.000 euro ontvangen van Europa.

De Europese steun voor private opslag van varkensvlees, bedoeld als remedie voor de marktcrisis, werd op 9 maart van kracht en heeft zeven weken gelopen. In Vlaanderen is er beperkt gebruik van gemaakt, door zes vleesbedrijven die samen 1.836 ton varkensvlees van de markt halen en tijdelijk, meestal voor een periode van drie maanden, in de koelcel bewaren. “In de zeven weken dat de EU-maatregel gold is de prijs van varkensvlees niet substantieel gestegen. Recent is er zelfs opnieuw een prijsdaling”, constateert Vlaams landbouwminister Joke Schauvliege. Een positief markteffect was er dus zeker niet, al is het volgens de minister de vraag hoe de markt gereageerd zou hebben zonder steunmaatregelen.
Naar aanleiding van de vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) verduidelijkte Schauvliege in de commissie Landbouw dat de EU-steun niet naar varkenshouders gaat, maar naar slachthuizen, uitsnijderijen en vleesgroothandelaars die kosten maken om het vlees maandenlang te bewaren. Het positieve effect voor de varkenshouders moest hem in een betere varkensprijs zitten, maar die kwam er dus niet. De Belgische varkensprijs ligt bijna tien procent onder het meerjarige gemiddelde.
Momenteel is er een groot aanbod varkensvlees in Europa en dat drukt op de prijs. “De verwachting is dat die situatie nog de rest van 2015 zal aanhouden”, zegt Schauvliege, maar de minister heeft niet alleen slecht nieuws voor de producenten. Begin dit jaar is een promotiecampagne van VLAM goedgekeurd door de Europese Commissie. Daardoor is er de komende drie jaar extra promotiebudget voor varkensvlees. “Promotie die vooral zal gebeuren in Aziatische landen en Australië. We hebben daarvoor 850.000 euro ontvangen van Europa”, vertelt Joke Schauvliege.
Als volksvertegenwoordiger voor Groen plaatst Bart Caron in Knack vraagtekens bij de manier waarop de varkenscrisis wordt aangepakt, met schaalvergroting en subsidies. Hij vindt dat onze boeren bevrijd moeten worden uit de wurggreep van veevoederfabrikanten, banken en grootdistributie. “De uitweg ligt in een afbouw van de varkensstapel en een grondgebonden veehouderij die lokale, duurzame en kwaliteitsvolle producten centraal zet.”
Caron is geen fan van het exportgerichte landbouwbeleid van de Vlaamse regering omdat het volgens hem leidt tot een uitzichtloze spiraal van overproductie en prijsdalingen. “Terwijl de binnenlandse vleesconsumptie jaar na jaar daalt, blijft de productie toenemen. Nu al wordt 70 procent van ons varkensvlees geëxporteerd, tot in Zuid-Korea en Japan.” Hij doet een aantal voorstellen waarvan hij hoopt dat de regering ze oppikt om te vermijden dat een nieuwe lichting boeren de boeken neerlegt of als ‘working poor’ door het leven gaat.
Bron: eigen verslaggeving / Knack (Vilt)

Onze samenleving schreeuwt om technisch geschoolden!

“Onze samenleving schreeuwt om technisch, technologisch personeel en om mensen die ingenieurswetenschappen hebben gedaan. Als er initiatieven in het veld zelf groeien, laat ons die dan alle kansen geven en laat ons die stimuleren en op de juiste manier sturen.”
Met deze zin besloot Jos De Meyer de actuele vragen over STEM in de plenaire zitting van het Vlaams Parlement.
Het volledige verslag vindt u hieronder.

Plenaire vergadering woensdag 6 mei 2015
Voorzitter
Jan Peumans

Actuele vraag over STEM-richtingen in aso-scholen
van Elisabeth Meuleman aan minister Hilde Crevits

Actuele vraag over de vraag naar een degelijke afstemming inzake STEM-richtingen en een correcte studie-oriëntering van leerlingen
van Kathleen Krekels aan minister Hilde Crevits

Actuele vraag over de optie STEM in het aso
van Jos De Meyer aan minister Hilde Crevits

De voorzitter
Mevrouw Meuleman heeft het woord.
Mevrouw Elisabeth Meuleman (Groen)
Minister, we zien in een sneltempo STEM-richtingen (Science, Technology, Engineering, Mathematics) opduiken. Dat zijn richtingen met een grote aandacht voor wetenschap, techniek en wiskunde.
Op zich is dat een ontzettend goede zaak. De aandacht voor wetenschap, technologie en wiskunde beantwoordt aan een nood op onze arbeidsmarkt, aan een nood die aanleunt bij de interesses en talenten van jongeren en bij datgene waar jongeren op dit moment mee bezig zijn. Het kan ook een richting zijn die jongeren creatief leert nadenken en competenties met betrekking tot probleemoplossend denken doet ontwikkelen. Die vernieuwde aandacht voor STEM is dus een absoluut goede zaak.
Alleen, minister, zien we die STEM-richtingen enkel binnen het aso opduiken. STEM wordt als het ware het nieuwe Latijn. De echte bollebozen, die vroeger voor Latijn kozen, kiezen nu voor die heel sterke STEM-aso-richting. Ik vraag mij af hoe dat past in de hervorming van het secundair onderwijs. Het was daarbij toch de bedoeling om technisch en beroepsonderwijs, tso en bso, op te waarderen en niet te verarmen? Het was dus niet de bedoeling om de sterke leerlingen daar weg te halen maar integendeel, om net die richtingen te versterken. We wilden een hervorming van het secundair onderwijs waarbij we de leerlingen niet vroeg in hokjes wilden steken maar later beter wilden laten kiezen, om zo alle leerlingen mee te krijgen.
Dit lijkt mij een beetje in te gaan tegen de geest van een goede onderwijshervorming, waarbij we de sociale ongelijkheid wilden aanpakken en alle leerlingen wilden meekrijgen. Minister, hoe spoort deze ontwikkeling met de plannen die de Vlaamse Regering toch heeft en onderschrijft op het vlak van de hervorming van het secundair onderwijs?

De voorzitter
Mevrouw Krekels heeft het woord.

Mevrouw Kathleen Krekels (N-VA)
Voorzitter, minister, collega’s, we herinneren het ons nog allemaal: de Pokemonkaarten, de Beyblades, de flippo’s, de mooie stickertjes van Diddl, enzovoort, enzoverder. Allemaal rages, rages die door onze kinderen in de scholen zijn gebracht.
Nu is er een nieuwe rage. Dit keer is die rage niet door de kinderen maar door de leerkrachten naar voren geschoven: het organiseren van STEM-richtingen. Veel scholen gaan daarop in. Aso-STEM-richtingen zijn een rage. Maar elke rage heeft een plus en een min. Ook in dit geval is dat zo. De plus van al die richtingen is dat we ons doel willen bereiken door kinderen aan te trekken in die richtingen. We willen hen daarnaartoe trekken, meesleuren en warm maken voor al die boeiende dingen van techniek. Dat lukt, want die richtingen zijn populair. De min is dat alles heel snel gebeurt en dat er van alles in verschillende maten en gewichten tot stand komt. Daardoor dekt de STEM-vlag spijtig genoeg de lading niet meer.
Minister, u wilt een voorstel doen om daarin meer eenvormigheid te brengen. Dat is nodig, want in het tso hebben we natuurlijk al lang de knowhow van de uitbouw van de technische richtingen. Een samenwerking tussen beide, elk in zijn eigenheid, zou beter zijn. Minister, de leerkrachten van de tweede en derde graad secundair onderwijs, die nu de wetenschappelijke vakken geven, vragen om een goede onderbouwing te geven aan de STEM-richtingen, maar ook om de leerlingen die daarin terechtkomen zeker en vooral goed te oriënteren.

De voorzitter
De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer (CD&V)
Voorzitter, minister, collega’s, gisteren was er veel goed nieuws. Laat me beginnen met iets persoonlijks: mijn vroegere school ontving de prijs van de Vlaamse overheid STEM Excellence Award. Gisteren was er een technologiebeurs in Mechelen, waar meer dan duizend kinderen deelnamen aan een poging om het wereldrecord van de grootste chemieles te breken, onder leiding van Frank Deboosere. De minister bevestigt dat de poging gelukt is. Dus goed nieuws.
Gisteren konden we ook lezen dat een vijftigtal scholen in de tweede graad wat betreft de studierichtingen, vooral met een aso-profiel, en in de eerste graad wat betreft de vijf keuze-uren, een aanbod doen van STEM. De bedoeling is om het probleemoplossend vermogen van leerlingen te versterken en te verhogen.
Agoria reageert heel tevreden, maar stelt ook de vraag om dit een duidelijke plaats te geven in de hervorming van het secundair onderwijs. De Vlaamse Scholierenkoepel is enthousiast, maar wijst op het belang van een goede studiekeuzebegeleiding. Er is ook een kritische stem van een lid van het STEM-platform dat zegt dat ze blij is met de vele initiatieven, maar vraagt om toch niet ondoordacht te zijn. Ik lees ook dat Lieven Boeve, de directeur-generaal van het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO) aan zijn scholen vraagt om een regionale afspraak te maken over welk aanbod in welke instelling moet komen.
Collega’s, we hebben vanuit het parlement jarenlang aangedrongen op meer interesse van het onderwijsveld voor alles wat te maken heeft met STEM. Laat ons tevreden zijn dat de basis zelf dit nu ten volle begint te realiseren.
Minister ik heb in het verleden steeds de bezorgdheid gehad voor alles wat technisch en beroepsonderwijs betreft – laat het ons in de toekomst beroepsgericht onderwijs noemen – en dat dit, mede door meer STEM-aandacht in de eerste graad, ook later een aanbod krijgt, waardoor deze richtingen kunnen worden versterkt met deze leerlingen. Minister, hoe plaats u dit binnen het kader van het globaal plan van de modernisering van het secundair onderwijs?

De voorzitter
Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits
Mevrouw Krekels, ik wil starten met uw opmerking over de rages. Minister Homans zei dat het nu voetbalkaarten zijn. Ik vind het een beetje spijtig, maar het zal zo wel niet bedoeld zijn, dat dat een depreciatie is voor de enorme inspanningen die de voorbije jaren gedaan zijn op het veld en ook vanuit het parlement, om STEM een beeld, een gezicht en een naam te geven.
U weet dat er een STEM-actieplan door de Vlaamse Regering is goedgekeurd. Daar worden allerlei initiatieven uit ontwikkeld. Nu voelen we voor het eerst dat de mayonaise pakt. Ik ben het ook eens met een aantal opmerkingen die gemaakt zijn door de collega’s. Maar voor mij is het fantastische nieuws dat scholen erop springen en dat de technische en technologische interesse van jongeren wordt aangewakkerd.
De heer De Meyer had het daarnet over gisteren. Ik zag de fractieleider van de N-VA verrast kijken. Gisteren is er dus een poging geweest om met meer dan duizend leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar in Technopolis de grootste chemieles te houden. Dat is gelukt, we staan in het Guinness Book of Records. Het enthousiasme van de leerlingen uit het vijfde en zesde leerjaar was spectaculair groot. We zien dat ook in de techniekacademies. Het is dus vrij logisch dat scholen kijken op welk manier ze een goed aanbod kunnen doen in het eerste middelbaar.
Het grote voordeel, collega’s, van die eerste graad in het middelbaar onderwijs is dat je daar de grote deling nog niet hebt. Er is een basisaanbod voor iedereen. We willen dat in ons masterplan secundair onderwijs ook versterken. Er kan vijf tot zeven uur vrij geprogrammeerd worden. Scholen besteden dat nu in een aantal gevallen aan Latijn. Nu zeggen een aantal andere scholen dat ze graag – de heer De Meyer heeft het juist geformuleerd – naast het basisaanbod techniek, natuurwetenschappen, wetenschappen en wiskunde dat er al in zit, een extra aanbod willen geven aan eerstejaars en tweedejaars om juist het praktisch werken en omgaan met wetenschap en techniek te versterken. Daarvan zeggen dat het een rage is, daar ben ik het niet mee eens.
U moet eens een paar scholen gaan bezoeken. In Turnhout, in Geel, in West-Vlaanderen en alle provincies zijn er dergelijke scholen. Veel van die scholen hebben zich één tot twee jaar zeer intensief laten begeleiden door een project dat wij in 2013 goedgekeurd hebben via het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT), STEM@school, waar een hele leerlijn wordt ontwikkeld, tot en met de tweede en de derde graad. Dat is dan ook de inpassing binnen ons masterplan secundair onderwijs.

Minister Hilde Crevits
Mevrouw Meuleman zegt dat het een goede zaak is als we dat aanbieden. Maar daardoor mogen we niet verhinderen dat jongeren in de tweede graad voor technisch onderwijs kiezen. Daar ben ik het zeker mee eens. Het is de bedoeling ons technisch en beroepsonderwijs te versterken. Het feit dat heel veel scholen dat nu aanbieden in de eerste graad, kan de technische alertheid van jongeren verbeteren en een goede doorstroming opleveren naar de tweede en derde graad.
Vandaag kunnen technische scholen die dat wensen, wiskunde-wetenschappen enzovoort programmeren. Vorig jaar hebben tien scholen dat aangevraagd en gedaan. Ik heb er al enkele bezocht die dat met heel veel succes doen. We willen dat leerlingen zich zo breed mogelijk kunnen oriënteren. Wat nu in de eerste graad gebeurt, moet een stimulans zijn om ook oriëntaties naar technische richtingen toe te staan.
Mevrouw Meuleman zei dat we moeten zorgen dat jongeren in de eerste graad niet allemaal voor de STEM-richtingen kiezen en later niet voor het technisch onderwijs. Heel veel van de scholen die dat inrichten, hebben al een brede eerste graad, werken ook samen met technisch scholen en met aso-scholen in de bovenbouw. Daar lijkt meer potentie te zijn dan gevaren.
Uiteraard bewaken we het kwaliteitskader. Gisteren was ik verrast toen ik hoorde dat de koepels en de netten zich zorgen maken. Niets weerhoudt hen ervan om samenwerkingsinitiatieven op te zetten. Ze kunnen zoveel doen. Er is heel veel creativiteit in de scholen. Ik ga geen eindtermen voor STEM opstellen, ik zou niet weten waarom dat nodig is. We moeten er wel voor zorgen dat de kwaliteit van wat wordt aangeboden, goed is. Scholen willen programmeren, toegepast werken met wiskunde en wetenschappen en dat is een bijzonder goede zaak.
STEM@school loopt nu. Er wordt een leerlijn ontwikkeld voor de tweede en derde graad. Scholen kunnen ook een beroep doen op expertise. Het is van belang voor de Vlaamse overheid dat we de ervaring die nu op het terrein is ontstaan, voor alle scholen ter beschikking stellen. Zo krijgen we een goed zicht op hoe we kwaliteitsvol onderwijs aanbieden. Zo kunnen we ervoor zorgen dat de technologische en technische interesse bij jongeren in het vijfde en zesde leerjaar blijft bestaan in het secundair onderwijs. Want dat ontbreekt vandaag in het onderwijs.
De zorgen vanuit de technische scholen capteren we volop, maar we moeten er een sterkte van maken. Het is een goede zaak dat de scholen hun vrije programmeerruimte eindelijk voor wetenschappen en techniek gaan gebruiken.

Mevrouw Elisabeth Meuleman (Groen)
Minister, we hebben in de vorige legislatuur veel gedebatteerd over de hervorming van het secundair onderwijs. We zijn toen begonnen met het definiëren van een aantal noden en problemen van het onderwijs, waar iedereen het over eens was. Hoewel we een uitstekend en sterk onderwijs hebben voor heel wat leerlingen, laten we een grote groep leerlingen achter. In onze grote steden stromen 20 tot 25 procent jongeren uit het secundair onderwijs zonder een diploma te behalen. Dat is omdat ze in een soort hiërarchisch – hoe lelijk het woord ook klinkt – watervalsysteem terechtkomen. Ze worden schoolmoe en dat komt door de hiërarchische opdeling in aso, tso en bso, door het vroeg segregeren van de sterke en zwakke leerlingen, omdat we er niet kunnen voor zorgen dat we jongeren gelijke kansen geven om hen al hun talenten te laten ontwikkelen.
Die onderwijshervorming, waar we zo lang over hebben gedebatteerd en die voor ons nog niet perfect was, is wel noodzakelijk. Die hangt aan elkaar door een aantal schakels. Als je maar een schakel toepast door te zeggen dat je meer STEM gaat installeren, en dan nog in de eerste graad aso, zonder dat er bijvoorbeeld een bovenbouw op volgt, waarbij je domeinscholen creëert die wetenschap en techniek in al hun facetten aanbieden, dan zakt dat als een pudding in elkaar. Minister, het is aan u om een zeer duidelijk signaal te geven aan alle schakels, zodat een goede modernisering en onderwijshervorming worden gerealiseerd. Minister, wat is de timing en wat zijn uw plannen? (Applaus bij Groen)

Mevrouw Kathleen Krekels (N-VA)
Minister, ik heb het woord rage gebruikt om iedereen wakker te schudden. Er is natuurlijk wel een bezorgdheid: als het veel is en snel gaat, is het soms ook oppervlakkig. We moeten ervoor zorgen dat de kinderen die we naar die eerste graad trekken, de kennis, de knowhow en de interesse hebben om daarmee in de toekomst verder te gaan en de processen en theorieën die achter al die leuke, boeiende technische en technologische ontwikkelingen zitten, verder te kunnen uitbouwen. Dat is heel belangrijk.
Verder moeten we ons in dit debat focussen. Ten eerste: we hebben een tso met een prachtige knowhow over techniek, technologie, wetenschap en wiskunde. Die moeten we gewoon benutten. Ten tweede: de reden waarom wij in het aso die STEM-richting hebben aangevat, is juist om de kinderen binnen dat aso die een bredere interesse hebben, te kunnen triggeren voor die wetenschap en techniek en dan zo een goede studie-oriëntering te hebben naar die tweede en derde graad toe. Ten derde – last but not least –: we hebben gezegd dat we techniek en wetenschappen als een apart vak zouden inrichten in de lagere school. Maar hebben we die lagere school al voldoende mee? Zijn er voldoende leerkrachten die die richting nu al als aparte richting ontwikkelen? Vanaf september 2015 moet dat in volle gang zijn. Zijn al die leerkrachten al mee? Dat is toch ook heel belangrijk bij de oriëntatie.

De heer Jos De Meyer (CD&V)
Voorzitter, uit uw lichaamstaal heb ik begrepen dat ik kort moet zijn, dus zal ik dat ook zijn. Ik had bij mijn collega’s eigenlijk iets meer enthousiasme verwacht over de initiatieven die in het werkveld eindelijk genomen worden rond alles wat het STEM-actieplan betreft.
Minister, ik wil graag een bezorgdheid meegeven, ook naar de onderwijskoepels en schoolbesturen. Het zou goed zijn dat in de vroegere technische scholen – laat me toe dat ik ze zo kort omschrijf – de tweede en derde graad domeinscholen met alles wat te maken heeft met STEM zouden worden gelokaliseerd. Dat is niet alleen uw verantwoordelijkheid, minister, maar ook die van de schoolbesturen.

De voorzitter
Mevrouw Gennez heeft het woord.

Mevrouw Caroline Gennez (sp·a)
Mijnheer De Meyer, ik wil enthousiast aansluiten bij de opmerkingen van Agoria en uw pleidooi voor domeinscholen. Ik denk dat de aandacht voor en de implementatie van het STEM-aanbod een beetje een slag in het water blijft als dat niet in een brede eerste graad wordt ingeschakeld. Het allerbelangrijkste inzake de hervorming van het secundair onderwijs – en we hebben vorige week de studie van het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming (AKOV) besproken – is dat er minder studierichtingen komen, dat het aanbod duidelijker, uniformer is en dat – zeker in die eerste graad – in het volledige aanbod, in alle richtingen het STEM-kwaliteitsniveau wordt verhoogd en versterkt.
Ik las vandaag dat een directeur van een technische school in Bree heel duidelijk zegt dat, als we alle technische competenties van alle leerlingen oprecht waarderen, we de abstract denkende toekomstige ingenieurs en de concreet doende toekomstige mecaniciens zeker in die eerste graad samen moeten laten kennismaken met dat STEM-aanbod, omdat dat later op de arbeidsmarkt veel betere mensen zal afleveren.
Minister, hoever staat u met de hervorming van dat secundair onderwijs? Hoe zult u domeinscholen stimuleren, niet vrijblijvend, maar bindend? Ik zou graag een antwoord krijgen, minister, niet met een verwijzing naar de vorige regeringen, maar met een blik naar de toekomst.

De voorzitter
Mevrouw Gennez, u stelt veel te veel vragen. U moet één vraag stellen aan de minister. De minister krijgt dat allemaal niet verwerkt.
De heer De Ro heeft het woord.

De heer Jo De Ro (Open Vld)
Minister, wij zijn blij dat het experiment veilig is afgelopen. Ik hoop wel dat u tegen alle kinderen van 11 of 12 jaar hebt gezegd dat ze thuis niet moeten proberen hun handen in brand te steken. Daarover zijn we namelijk toch wel enigszins ongerust.
Mijnheer De Meyer, onze fractie is blij en enthousiast te merken dat er effectief met STEM aan de slag wordt gegaan op het terrein. We zijn wel wat bezorgd over de kwaliteit. We zijn dan ook blij dat u hebt gezegd dat we erover moeten waken dat wat men gaat doen ook kwaliteitsvol is.
Voor ons zijn er drie belangrijke elementen voor kwaliteitsvol STEM-onderwijs. Ten eerste: voldoende goed opgeleide leerkrachten die alle aspecten van STEM kunnen brengen. Ten tweede: de leerlijn. U hebt er zelf naar verwezen dat die leerlijn, waarbij men nu in het basisonderwijs de splitsing wetenschap en techniek uit WO haalt, door het hele secundair onderwijs loopt. Ten derde – en dat is voor ons een heel belangrijk element – mag STEM niet worden beperkt tot technologie, maar moeten effectief wetenschap en techniek in hun breedheid aan bod komen. Het moet ook onderzoeksgericht zijn, niet alleen theoretisch. (Opmerkingen van minister Hilde Crevits)

De heer Jo De Ro (Open Vld)
En daar was de boodschap gisteren dat ook het visueel beeld heel belangrijk is. Minister, wij vragen u om mee te waken over de kwaliteit van die drie elementen.

Minister Hilde Crevits
Wat nu aangeboden wordt in de eerste graad, is een bouwsteen die, wanneer men het lager en secundair onderwijs samen bekijkt, moet voortbouwen op de vraag waarom we WO hebben gesplitst in Mens en Maatschappij en Wetenschap en techniek. Dat is intussen gebeurd en goedgekeurd door de regering. Er bestaat wel nog altijd wat weerstand tegen. We hebben WO gesplitst om wetenschappen en techniek in de lagere school al een plaats te geven. Scholen zijn vrij om daar zelf invulling aan te geven.
Wat de eerste graad betreft, herhaal ik dat u eens moet gaan kijken naar scholen die STEM inrichten in de eerste graad. Ik was een paar dagen geleden in Geel. Daar heeft men gedurende twee jaar gewerkt met de technische campus. Ook in mijn eigen Torhout is er een aanbod STEM, maar die hebben in de bovenbouw al beroeps- en technisch onderwijs. Zij hebben een brede eerste graad en voor hen is dat een manier om extra leerlingen aan te trekken naar het technisch onderwijs. Voor mij is dat elementair. Het is absoluut niet de bedoeling meer te segregeren maar integendeel, om technologie, wetenschappen en techniek vroeger en dichter bij de leerlingen te brengen dan vandaag het geval is. Heel veel van de scholen die dit willen programmeren, doen dat niet omdat het nu mode zou zijn maar wel na zeer grondig onderzoek.
Mevrouw Gennez, wat de modernisering van het secundair onderwijs betreft, hebben we een masterplan. Dat is gestart met de screening van de studierichtingen dat intussen ook in dit parlement is voorgesteld. De resultaten van die screening moeten nu de basis vormen voor een nieuw aanbod waarin STEM een belangrijk onderdeel zal zijn, ook in de tweede en derde graad. Als er één leerlijn is die we moeten bewaken en waarin we onze technische scholen voluit tot bloei kunnen laten komen, dan is het de leerlijn STEM. Dat staat helemaal niet haaks op het feit dat er minder richtingen zouden komen, dat kan zelfs een versterking zijn. We screenen, we rationaliseren en we verminderen het aantal richtingen, maar we bundelen op een goede manier om die leerlijn vorm te geven.
Voor mij is volgend jaar heel cruciaal om de uitrol van het masterplan volledig gestalte te geven. In het masterplan staat dat zowel campusscholen als domeinscholen gestimuleerd moeten worden, dus moet dat ook mee worden uitgewerkt.

Mevrouw Elisabeth Meuleman (Groen)
Minister, wij zijn heel blij met die aandacht voor STEM. Wij vragen u om de kwaliteit te bewaken en om er zeker voor te zorgen dat het niet alleen iets wordt voor de sterken, de happy few, de bollebozen in ons onderwijs maar iets dat voor iedereen toegankelijk is om het technisch onderwijs te versterken. En dan is het nodig dat u die hervorming van het secundair onderwijs snel in handen neemt en daar iets van maakt, want dat is nodig. (Applaus bij Groen)

Mevrouw Kathleen Krekels (N-VA)
Minister, ik wil er geen misverstand over laten bestaan dat we allemaal willen dat STEM een bijzondere plaats krijgt. We moeten erover waken dat de kracht in het tso zich uitzet in het aso en dat elkeen in zijn eigenheid de kracht van STEM naar voren kan brengen zodat we alle kinderen kunnen boeien en de kinderen die daar verder mee moeten, meteen meehebben in een goede oriëntering. Die oriëntering moet starten in de lagere school. We moeten ervoor zorgen dat die lagere school voldoende mogelijkheden en ontwikkelingskansen krijgt om die techniek en wetenschappen een goede invulling te geven. (Applaus bij de N-VA)

De heer Jos De Meyer (CD&V)
Voorzitter, ik denk dat het niet verboden is om eens enthousiast te zijn over datgene wat in het werkveld gebeurt. Onze samenleving schreeuwt om technisch, technologisch personeel en om mensen die ingenieurswetenschappen hebben gedaan. Als er initiatieven in het veld zelf groeien, laat ons die dan alle kansen geven en laat ons die stimuleren en op de juiste manier sturen. (Applaus bij CD&V)

De invloed van ggo’s op de pesticidenreductie en het milieu bij de aardappelteelt

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer informeerde bij minister voor Landbouw Joke Schauvliege in de commissie Landbouw naar haar standpunt over ggo’s bij de aardappelteelt om het pesticidenverbruik te verminderen en bijgevolg de milieudruk te reduceren.
Twintig procent van de wereldwijde aardappeloogst gaat immers verloren aan de aardappelziekte die veroorzaakt wordt door de schimmel Phytophthora infestans. Vooral in regio’s met een gematigd klimaat, zoals Vlaanderen, is de schimmel een van de grootste bedreigingen voor de aardappelteelt. De schimmel kost de Belgische landbouwers jaarlijks 55 miljoen euro.
Bovendien legt de controle van de ziekte een enorme druk op het milieu. In Vlaanderen moeten aardappelboeren hun gewassen 10 tot 15 maal per jaar besproeien. Dit resulteert in een gemiddelde van 17 kilogram fungicide per hectare. In België wordt meer dan 1000 ton fungiciden gebruikt voor de controle van Phytophthora. Genetische manipulatie biedt een mogelijke oplossing.
“De teelttoelating van ggo’s blijft in de eerste plaats een Europese bevoegdheid, “ aldus minister Schauvliege. “Een Europese teelttoelating is gebaseerd op een risico-evaluatie door de European Food Safety Authority (EFSA) en de lidstaten. Met de nieuwe Europese regelgeving kunnen lidstaten een uitzondering, in casu een verbod van teelt, vragen voor een regio of het grondgebied van de hele lidstaat. Vlaanderen beschikt dus ook over de mogelijkheid om tijdens of na de Europese autorisatieprocedure een verbod op teelt voor het Vlaamse grondgebied te vragen.
In principe zal ik de EU-autorisatie respecteren, omdat die op een wetenschappelijke beoordeling van de risico’s voor de gezondheid van mens en dier en het leefmilieu gebaseerd is, maar dat moet natuurlijk geval per geval worden bekeken. Het is wat mij betreft duidelijk dat er geen redenen zijn om landbouwers in Vlaanderen het telen van een in de toekomst Europees geautoriseerde plaagresistente aardappel bijvoorbeeld te ontzeggen. Integendeel, want het telen ervan kan zowel een milieuwinst opleveren als de rendabiliteit van de teelt verbeteren.
Het consortium van het UGent, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) werkt verder aan de ontwikkeling van cisgene plaagresistente aardappelen. Het onderzoek verloopt in nauw overleg en samenwerking met internationale partners binnen en buiten Europa.”
De Meyer vroeg de minister om ook op Europees en uiteraard op Vlaams niveau een grote bijdrage te blijven leveren en in Vlaanderen verder onderzoek te verrichten zodat de wetenschap in deze dossiers consequent kan worden gevolgd.
__________
Plaagresistente ggo-aardappel krijgt veel krediet
Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) informeerde recent bij minister voor Landbouw Joke Schauvliege naar haar standpunt over het gebruik van ggo’s in de aardappelteelt. “De controle van de aardappelplaag kost boeren handenvol geld en legt een enorme druk op het milieu. Vlaamse aardappelboeren moeten hun velden 10 tot 15 maal per seizoen sproeien zodat er per hectare gemiddeld 17 kilo fungiciden ingezet worden”, schetst De Meyer het probleem dat met de ontwikkeling van meervoudig resistente ggo-aardappelen opgelost kan worden. Minister Schauvliege ziet geen redenen om Vlaamse landbouwers de teelt van een door Europa toegelaten plaagresistente ggo-aardappel te ontzeggen. Een consortium van de UGent, ILVO en VIB werkt momenteel aan de ontwikkeling van een cisgenese plaagresistente aardappel.
Twintig procent van de wereldwijde aardappeloogst gaat verloren aan de aardappelplaag die veroorzaakt wordt door de schimmel phytophthora infestans. Vooral in regio’s met een gematigd klimaat, zoals Vlaanderen, is de schimmel één van de grootste bedreigingen voor de aardappelteelt. Opbrengstverlies en de bestrijding van de schimmel kosten Belgische akkerbouwers ieder jaar 55 miljoen euro. Bovendien legt de controle van de ziekte een enorme druk op het milieu. “In ons land wordt meer dan 1.000 ton fungiciden gebruikt voor de controle van de aardappelplaag”, weet Vlaams parlementslid Jos De Meyer.
De Meyer is van mening dat genetische modificatie het pesticidenverbruik en bijgevolg ook de milieudruk kunnen verminderen, en polst bij de minister wat zij daarvan denkt. Voor hij tot zijn vraag in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement komt, legt hij uit dat het voordeel van genetische modificatie tegenover klassieke veredeling hem zit in het veel sneller en gerichter ontwikkelen van resistente rassen. “Het is ook veel gemakkelijker om meerdere resistentiegenen tegelijk in te brengen. Via genetische modificatie kan dit bovendien zonder verlies van de eigenschappen van een aardappelras.”
Ook de minister gelooft in het grote potentieel van biotechnologie om een bijdrage te leveren aan het verminderen van de milieudruk door landbouw. Dat positieve aspect van ggo’s komt volgens haar veel te weinig aan bod. Over de teelttoelating van ggo’s zegt Schauvliege dat Europa in de eerste plaats bevoegd blijft. “Een Europese teelttoelating is gebaseerd op een risico-evaluatie door de European Food Safety Authority (EFSA) en de lidstaten. Met de nieuwe Europese regelgeving kunnen lidstaten een uitzondering, in casu een verbod van de ggo-teelt, vragen voor een regio of het grondgebied van de hele lidstaat.”
Vlaanderen beschikt ook over die mogelijkheid maar minister Schauvliege lijkt niet zinnens om daar beroep op te doen. “In principe zal ik de EU-autorisatie respecteren omdat die op een wetenschappelijke beoordeling van de risico’s voor de gezondheid van mens en dier en het leefmilieu gebaseerd is, maar dat moet natuurlijk geval per geval worden bekeken. Het is wat mij betreft duidelijk dat er geen redenen zijn om landbouwers in Vlaanderen het telen van een in de toekomst Europees geautoriseerde plaagresistente aardappel te ontzeggen. Integendeel, want het telen ervan kan zowel milieuwinst opleveren als de rendabiliteit van de teelt verbeteren.”
In 2012 publiceerde EFSA een opinie waarin ze aangeven dat cisgene-planten even veilig zijn als traditioneel veredelde gewassen. Toch is de vraag of cisgene-organismen al dan niet onder de ggo-regelgeving vallen vandaag nog altijd niet uitgeklaard. Ondertussen werken de Universiteit Gent, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) verder aan de ontwikkeling van cisgene plaagresistente aardappelen. De focus ligt op een plaagresistent bintje omdat dit aardappelras nog steeds op grote schaal in Vlaanderen geteeld wordt.(Vilt)

STARTBANEN EEN RENDERENDE INVESTERING VOOR KANSARME JONGEREN

De doelstellingen van de startbaanprojecten worden bereikt, antwoordde minister Crevits van Onderwijs op een vraag van Vlaams Parlemenslid Jos De Meyer. in 2013 en 2014 werd op het Vlaamse onderwijsbudget 5.743.000 euro ingeschreven voor startbanen. Daarnaast was telkens ook een enveloppe met middelen voorzien bij de RVA. In 2014 werden die middelen na de zesde staatshervorming een Vlaamse verantwoordeljkheid. In dat jaar werd 30,7 miljoen euro begroot voor globale projecten rond startbanen.
In een startbaanproject zoals “Scholen voor jongeren – jongeren voor scholen” doen laaggeschoolde, allochtone en kansarme jongeren arbeidservaring op . Ze worden ingeschakeld voor taken op een school, en tegelijk moeten die jongeren proberen zelf een onderwijskwalificatie te behalen. In 2013 lukte dat voor 132 (dus 23%) van de 567 startbaners: zij haalden een diploma secundair onderwijs via de centrale examencommissie. Daarnaast waren er nog 278 ingeschreven aan een centrum voor volwassenenonderwijs, maar er zijn geen gegevens beschikbaar waaruit men kan opmaken of ze daar ook een diploma halen.
Volgens de minister doen jongeren het na een startbaan ook significant beter op de arbeidsmarkt. In 2014 had 42% van de uitstromende startbaners werk, tegenover 24,9% uit de vergelijkingsgroep.
Volgens de cijfers van het Agentschap voor Onderwijsdiensten werd aan de 670 startbaanprojecten van 2013 in totaal 10,8 miljoen euro besteed, wat neerkomt op 16.121 euro per startbaan per jaar.
Bij een deel van de doelgroep bereiken de startbanen zeker hun doel, stelt De Meyer, maar er staat wel een grote investering tegenover. We moeten dus ook kritisch bekijken hoe de middelen besteed worden, en wie in aanmerking komt voor een startbaan, want het Vlaamse onderwijs moet zeker blijvend aandacht hebben voor kansarme allochtone jongeren.

M-decreet bijgestuurd?

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vestigde in de commissie Onderwijs opnieuw de aandacht op een aantal belangrijke uitdagingen, dat de implementatie van het M-decreet met zich meebrengt.
In het bijzonder uitte hij zijn zorg voor de tewerkstelling van leraars in gewoon en buitengewoon onderwijs en voor het behoud van de bestaande expertise die een optimale ondersteuning en begeleiding van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften garandeert.
Vlaams minister van Onderwijs deelt de aandacht en zorg die Jos De Meyer formuleerde. Ze gaf aan dat ze – op basis van de decretaal voorziene permanente en performante monitoring door de onderwijsadministratie – samen met het veld, de onderwijskoepels en het GO! en de erkende vakorganisaties vier mogelijke pistes verkent om mogelijk de regelgeving over de teldata aan te passen naar aanleiding van de genoemde uitdagingen.
Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer is bereid om – van zodra er meer duidelijkheid is over de beste piste – om een decretaal initiatief te nemen om de meest aangewezen oplossing mogelijk te maken, ook met het oog op het vermijden van mogelijke problemen bij reaffectatie van leraren.

Het volledige verslag kan u lezen:
http://docs.vlaamsparlement.be/docs/handelingen_commissies/2014-2015/commOND-20150430-975483_voorlopig.pdf