Naargelang de provincie tussen 58 en 69% pachtgronden

Grond blijft voor land- en tuinbouw een belangrijke productiefactor. De gemiddelde boer heeft ongeveer twee derde van zijn areaal in pacht zodat de sector met spanning uitkijkt naar de modernisering van de pachtwet die deze legislatuur op stapel staat. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) vroeg aan de minister voor Landbouw of een voorafgaandelijke monitoring niet wenselijk is voor de modernisering van de pachtwet. Joke Schauvliege deelde hem schriftelijk mee dat het brede middenveld momenteel bevraagd wordt om een gefundeerd beleid mogelijk te maken. Qua cijfermateriaal beschikt de minister reeds over het aandeel landbouwgrond dat in elke provincie gepacht wordt (Vlaams-Brabant is met 69% de uitschieter, nvdr.) maar tast ze in het duister wat het aantal hectare landbouwgrond in seizoen- en loopbaanpacht betreft.
De zesde staatshervorming maakte van de pachtwetgeving een Vlaams bevoegdheid. Die regionalisering wordt aangegrepen om de pachtwetgeving te moderniseren, als het kan deze legislatuur nog. Ter voorbereiding daarvan vond op 25 maart een hoorzitting plaats in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement. In opvolging van dit dossier peilde commissievoorzitter Jos De Meyer bij minister Joke Schauvliege naar cijfers die het beleid inzake pacht kunnen onderbouwen.
Het antwoord dat hij van de minister ontving, leert dat gemiddeld 63 procent van het totale Vlaamse landbouwareaal gepacht wordt. In de provincie Antwerpen is dat aandeel het kleinst (58%), in de provincie Vlaams-Brabant het grootst (69%). Het belang van pacht voor het grondgebruik van de landbouw wijkt in de drie overige provincies minder sterk af: Limburg (59%), West-Vlaanderen (63%) en Oost-Vlaanderen (64%). Op andere vragen, bijvoorbeeld omtrent seizoenpacht en het aantal gepachte bedrijfszetels, moest de minister het antwoord schuldig blijven.
Schauvliege deelde nog mee dat zij het brede middenveld bevraagt om een goed gefundeerd beleid mogelijk te maken. Er wordt naar de mening van landbouwers, eigenaars, overheden, landbouwadviesbureaus, juristen en notarissen geluisterd. Jos De Meyer kijkt met belangstelling uit naar de resultaten van die bevraging. Hij wijst erop dat bij de hervorming rekening moet worden gehouden zowel met de bekommernissen van de pachters als van de eigenaars. “Starters moeten makkelijker toegang hebben tot pachtgrond”, benadrukt de CD&V’er. “Het zou een grote stimulans zijn mocht voor gronden of gebouwen die verpacht worden met een nieuw of vernieuwd langdurig pachtcontract een verlaagd tarief gelden van drie procent voor de successie- en de schenkingsrechten. (Vilt)

De crisis in de varkenshouderij nog niet voorbij!

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement opnieuw aandacht voor de crisis in de varkenssector.
Eerst schetste hij het belang van de sector: de varkenshouderij is in Vlaanderen goed voor 40 procent van de economische waarde van dierlijke productie. Varkens vertegenwoordigen 1,46 miljard euro productiewaarde, tegenover 3,56 miljard euro voor alle dierlijke producten samen en 5,48 miljard euro voor heel de Vlaamse landbouwsector.
De sector realiseert jaar na jaar een positief saldo op de handelsbalans, vertegenwoordigt één procent van de wereldproductie en vijf procent van de totale Europese varkensproductie.
Hoe is de situatie van de varkenshouders? Het Prijzenobservatorium zocht dat uit voor een actualisatie van zijn studie over de varkenskolom. Blijkt nu dat er tussen 2007 en 2013 niets verdiend is op zeugen- en gesloten varkensbedrijven. Alleen door geen vergoeding voor eigen arbeid aan te rekenen, geraken die varkenshouders op papier uit de rode cijfers.
De varkenshouderij wordt de jongste jaren gekenmerkt door een sterk concentratietendens. Tussen 2000 en 2013 nam het gemiddeld aantal varkens per bedrijf toe tot 1.273 in 2013, een stijging met 77 procent ten opzichte van 2000.
Aan de kostenzijde neemt varkensvoeder de grootste hap uit het budget op de drie types varkensbedrijven. De varkensboer betaalde vorig jaar gemiddeld 40 procent meer voor varkensvoeder van in 2006, terwijl de opbrengstprijs voor een varkenskarkas op nagenoeg hetzelfde niveau uitkwam.

Op de vraag van De Meyer welke inspanningen minister Schauvliege en haar kabinet reeds leverden voor de varkenssector en wat haar toekomstplannen dienaangaande zijn, antwoordde de minister: “De varkenssector zit nog steeds in een heel kwetsbare situatie.
Op Europees niveau hebben wij inderdaad gepleit voor een breed pakket aan maatregelen, waarbij ondersteuning van de markt via particuliere opslag geflankeerd werd door onder andere aanbod beheersende maatregelen. De Europese Commissie heeft toen een andere keuze gemaakt, die niet tot grote oplossingen heeft geleid. Nieuwe steunmaatregelen vanuit Europa zijn niet onmiddellijk aan de orde. We blijven wel de acute situatie benadrukken bij Europa, onder meer de vraag naar volledige en accurate marktinformatie.

Minister Borsus heeft al een aantal oplossingen gevonden met de export naar China. We mogen ons wel niet enkel richten op China. We willen verschillende markten bespelen. Het is wel eigenaardig dat sommige markten maar geïnteresseerd zijn in bepaalde delen van een varken.

Vanuit Vlaanderen ondersteunen we de export van varkensvlees mee via het Belgian Meat Office (BMO), een onderdeel van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). Het Belgian Meat Office ontving in april van de Europese Commissie 650.000 euro subsidie om een specifieke promotiecampagne op te zetten om varkensvlees naar Azië en Australië uit te voeren.
Door overleg met andere overheden is het Prijzenobservatorium tot stand gekomen.

Er zijn ook nog een aantal andere initiatieven, gericht op de varkenshouderij, o.a.: de demoprojecten om bijvoorbeeld op basis van reductie van voedselgebruik de rendabiliteit te verhogen, er is veel aandacht voor jonge landbouwstarters in het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), de VLIF-steun voor bedrijfsovernames, maar ook nieuwe betalingsrechten uit de reserve.

Wij blijven er, binnen de mogelijkheden die we hebben, alles aan doen om die sector zo veel mogelijk te ondersteunen.”

Jos De Meyer zal de minister blijven aanmoedigen om deze sector te volgen en te steunen en om voldoende ondersteunende maatregelen te nemen.

Vlaams minister van Onderwijs Crevits opent nieuwe school in Sint-Niklaas

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits heeft in Sint-Niklaas de nieuwe schoolgebouwen van Campus Aangepast Onderwijs officieel geopend. Het gaat om de opening van de tweede school in het kader van het publiek-privaat programma Scholen van Morgen. 450 leerlingen zullen in de nieuwe campus school lopen. Er gaat een investering van 9 miljoen euro mee gepaard.
Het nieuwe schoolgebouw voor lager en secundair buitengewoon onderwijs in Sint-Niklaas telt 22 klaslokalen, een turnzaal, verzorgingslokalen en een internaat. Ook werd er geïnvesteerd in de buitenruimte. Het gebouw heeft een duurzaam karakter door de integratie van een extensief groen dak, recuperatie van het regenwater en het gebruik van zonnepanelen. Er gaat een investering van 9 miljoen euro mee gepaard.
Het schoolgebouw biedt onderdak aan de basisschool MPI Kompas, sbso Baken (secundaire school voor buitengewoon onderwijs) en het internaat-ipo De Link. Voortaan zijn de drie scholen verenigd in één volwaardige campus met een nieuwe gemeenschappelijke naam: GO! campus aangepast onderwijs.
Het gaat om het tweede afgewerkte project van de publiek-private samenwerking Scholen van Morgen, het eerste afgewerkte schoolbouwproject van het gemeenschapsonderwijs binnen dit programma.
De bedoeling van dit programma is 165 projecten of 200 gebouwen te realiseren, goed voor een totaal investeringsbedrag van 1,5 miljard euro. De vennootschap ‘Scholen van Morgen’ staat in voor het ontwerp, de bouw, de financiering en het 30-jarig onderhoud van de schoolgebouwen.
Gemiddeld één nieuwe schoolwerf per week via Scholen van Morgen
Meer dan 100 schoolbouwwerven werden intussen opgestart in het kader van ‘Scholen van Morgen’. 40 andere bouwprojecten werden al gegund aan een aannemer en krijgen de komende weken en maanden het aanvangsbevel. Het komende half jaar worden meer dan 20 nieuwe gebouwen opgeleverd, gemiddeld 1 nieuw schoolgebouw per week. Stuk voor stuk zijn het unieke ontwerpen, gebaseerd op de lokale noden en visie, duurzame, uitnodigende gebouwen voorzien van alle modern comfort en aangepast aan de onderwijsuitdagingen van de 21e eeuw.
Daarnaast heeft Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits onlangs 36 miljoen euro toegekend voor extra klassen in capaciteitsgemeenten. Het gaat om investeringen in steden en gemeenten waar er nu en in de toekomst plaatsen te kort dreigen te zijn.
Minister Crevits legt ook de laatste hand aan het nieuwe Masterplan Scholenbouw.
Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Op deze nieuwe campus in Sint-Niklaas krijgen 450 leerlingen met specifieke onderwijs- en opvangbehoeften de beste zorgen. De basisschool MPI Kompas, de secundaire school sbso Baken en het internaat-ipo De Link slaan hiervoor de handen in elkaar. Met de opening van dit tweede schoolbouwproject raakt het programma ‘Scholen van Morgen’ stilaan op kruissnelheid. Al 100 werven werden opgestart. Het komende half jaar worden meer dan 20 nieuwe gebouwen opgeleverd, gemiddeld 1 nieuw schoolgebouw per week. Dagelijks zijn er 750 arbeiders in de weer om die nieuwe scholen te realiseren.”

Erasmus plus graag gebruiksvriendelijker!

Hoewel de nieuwe regelgeving rond Europese projecten voor scholen in principe vereenvoudigd is, hebben veel scholen het nu moeilijker om eraan te voldoen, antwoordde minister Crevits van onderwijs op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer.
De Europese Commissie heeft de programma’s rond internationale projecten gebundeld en gestroomlijnd, maar ze wil ook meer impact realiseren, niet alleen op het niveau van de individuele deelnemers, maar ook op de onderwijssystemen. De lat is daardoor wel heel hoog gelegd, zodat kleinschalige internationale projecten met leerlingen niet meer voldoen. De vroegere slaagpercentages voor schoolpartnerschappen lagen rond de 70%, ruim boven het Europese gemiddelde van 40%. In 2014, het eerste jaar van het nieuwe Europese programma voor onderwijs, vorming, jeugd en sport, Erasmus + , konden slechts 20 Vlaamse scholen een project starten. Het slaagpercentage was daarmee gedaald tot 10%; dat is zelfs lager dan het ook gedaalde Europese gemiddelde van 20%.
Het Nationaal Agentschap EPOS vzw probeert realistische verwachtingen te scheppen bij de scholen die een internationaal project willen starten en werkt samen met Ryckevelde en Alden Biesen, organisaties die informeren en projectadvies kunnen verlenen.
“Het klopt zeker dat Erasmus+ bedoeld is om de veelheid van projecten te vereenvoudigen, maar als de gemotiveerde leerkrachten er op de school nu meer moeite mee hebben dan vroeger, dan kan men zich afvragen of dat wel gelukt is,” besluit De Meyer. “Wat nu juist moet worden aangevraagd, en op welke manier, is nu minder duidelijk voor de mensen in de scholen.”

Uitstapregeling onderwijs: langetermijnbesparing!

Toen de leeftijd voor het vervroegd afsluiten van een onderwijsloopbaan de eerste keer werd opgetrokken, heeft dat niet geleid tot meer ziektedagen bij de oudere personeelsleden, antwoordde minister Crevits van Onderwijs op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer. Men verwacht daarom ook geen grote meerkost door het verder optrekken van de uitstapleeftijd. Het afschaffen van de vervroegde uittreding is dus hoe dan ook een langetermijnbesparing, zelfs al zijn de oudere personeelsleden door hun hogere anciënniteit duurder dan jonge. In 2011 werd de kost van het systeem geschat op 93.647 euro.

In 2011 werd een vervroegde uitstap toegestaan aan 1292 personeelsleden, in 2012 aan 913, in 2013 aan 1491 en in 2015 aan 1540. Vooral het verschil tussen 2013 en 2012 is opmerkelijk: direct na de beslissing tot afbouw van het systeem maakten rechthebbenden nog gebruik van hun mogelijkheden. In 2015 zijn op dit ogenblik al 525 personeelsleden vervroegd uitgestapt; er is nog een uitstapdatum voorzien op 1 september, maar daarvoor zijn nog geen gegevens beschikbaar.
Of oudere personeelsleden in plaats van vervroegde uittreding nu meer gebruik maken van deeltijds verlof zonder wedde is niet uit de cijfers op te maken. Dat het aantal opgenomen ziektedagen bij oudere leraars niet verhoogd is na de eerste aanpassing van de uitstapleeftijd is alvast positief, stelt De Meyer, maar een aanpassing van 55 naar 58 jaar is wellicht niet volledig vergelijkbaar met een aanpassing van 58 naar 62 of 64 jaar.

Verder werken aan de realisatie van de Oostelijke tangent in Sint-Niklaas!

Het idee om de Oostelijke Tangent in Sint-Niklaas te realiseren, is niet nieuw. De belofte daartoe werd reeds gedaan door de toenmalige minister van Openbare Werken Steve Stevaert. De daaropvolgende ministers van Openbare Werken hebben dit idee verder laten uitwerken en de onteigeningen hiervoor opgestart.

Het Waasland en de stad Sint-Niklaas in het bijzonder wachten echter nog steeds ongeduldig op de realisatie.

Jos De Meyer, die het dossier op de voet volgt, ondervroeg hierover nogmaals de minister van Openbare Werken Ben Weyts en de minister van Ruimtelijke Ordening Joke Schauvliege.

Op de vergadering van 26 november 2014 werd vastgesteld dat nog onderzoekswerk moet gebeuren om inhoudelijke input voor het GRUP aan te leveren. Het gaat onder meer over de waterbeheersing en de Barbierbeek, de inpassing van een gasvulstation en andere inrichtingsopties. De verwachting is dat die informatie zo spoedig mogelijk zal worden aangeleverd door AWV en het ondersteunend studiebureau, aldus minister Weyts.

Minister Schauvliege antwoordde:
“De beoogde timing voor de opmaak van het GRUP Oostelijke tangent in Sint-Niklaas is als volgt. Na het aanleveren van de inhoudelijke elementen zal eind mei een afstemmingsvergadering worden georganiseerd. Voor dit overleg zal Ruimte Vlaanderen de verwerking van de input in een aanzet tot GRUP voorleggen. Na deze afstemmingsvergadering eind mei kan er eind juni/begin juli een plenaire vergadering worden georganiseerd.

Van de plenaire vergadering wordt een schriftelijk verslag opgemaakt. Dit verslag wordt binnen de maand bezorgd aan de instanties die op de plenaire vergadering aanwezig dienden te zijn. Eventuele reacties op het verslag kunnen worden ingediend door de instanties die effectief aanwezig waren op de plenaire vergadering, en moeten binnen de maand na ontvangst van het verslag, bezorgd worden aan de Vlaamse Regering.

Daarna kan de Vlaamse regering overgaan tot de voorlopige vaststelling. Binnen de maand daarna wordt het openbaar onderzoek afgekondigd, dat twee maanden duurt (en uiterlijk op de dertigste dag na de afkondiging van start gaat, maar dit is een termijn van orde.)

De Vlaamse Regering stelt binnen de zes maanden na het einde van het openbaar onderzoek, het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vast. Deze termijn wordt echter geschorst gedurende de behandeling van het wetgevingsadvies door de Raad van State voor maximaal één maand, en kan bovendien verlengd worden met een termijn van maximaal twee maanden.

Indien het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan niet definitief wordt vastgesteld binnen deze termijnen vervalt het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.”

Jos De Meyer dringt bij de bevoegde ministers aan op spoed, weliswaar met respect voor de procedure-regels om elke vormfout te vermijden wat opnieuw tot tijdsverlies zou leiden. Hij begrijpt wel uit het antwoord dat de volledige procedure voor een GRUP nog zeker een jaar in beslag kan nemen.

Heldere rechtspositieregeling uitwerken voor personeelsleden van het hoger onderwijs

In de commissie Onderwijs ging minister Crevits in op een vraag van Vlaams parlementslid Jos de Meyer over de rechtspositieregeling van het personeel van de hogescholen. Hoewel de juridische vorm van hun schoolbestuur kan verschillen, geldt voor alle personeelsleden van een hogeschool de zelfde rechtspositieregeling.
De vraag is of personeelsleden van gesubsidieerde vrije hogescholen daardoor nog volledig onder het toepassingsgebied vallen van de Arbeidsovereenkomstenwet van 1978. Bij betwistingen zijn door de arbeidsrechtbanken al uiteenlopende uitspraken gedaan, wat bewijst dat er wel een probleem is. De minister erkende dat, en zal overleg starten via een taskforce binnen het Vlaams Onderhandelingscomité voor het hoger onderwijs (VOC). Het is niet de bedoeling om te werken met ad hoc-oplossingen, maar wel om te streven naar een algemene optimalisatie.

Het volledig verslag is te lezen op https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/984339/verslag/986699

Leningen scholenbouw met NWF: eindelijk stappen om het probleem aan te pakken!

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg nogmaals aandacht voor de acute problemen van leningslast van scholen. Meerdere scholen hebben problemen met de aflossing van hun lening bij het Nationaal Waarborgfonds voor scholenbouw. Negen zitten zelfs in een precaire situatie!
Ministers Vandenbroucke en Smet beloofden reeds een oplossing. De Meyer waardeert dat minister Crevits in overleg met haar federale collega voor Financiën Van Overtveldt eindelijk het probleem aanpakt.
Minister Crevits antwoordde:
“Op 13 februari is er een overleg geweest tussen mijn kabinet, het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) en het kabinet van de federale minister van Financiën, Johan Van Overtveldt en de diensten van de Thesaurie. Er werd gevraagd én beslist om in het kader van de niet-terugbetaalde leningen samen een praktische methode uit te werken om de uitbetaalde waarborgen te recupereren en een regeling te vinden voor de problematiek van de terugbetalingslasten van scholen in het kader van het Nationaal Waarborgfonds.
Vervolgens is er op 24 maart een technische werkvergadering gehouden tussen de diensten van de Thesaurie en AGIOn. Er is daarbij een ontwerp van stappenplan uitgewerkt voor de recuperatie bij de bestaande waarborgdossiers. Zoals hier terecht werd opgelijst, gaat het over negen scholen met een uitstaande schuld van 10.340.000 euro. Er werd ook een ontwerp van gelijkaardig stappenplan uitgewerkt voor scholen met moeilijkheden om hun leningslasten terug te betalen.
Het dossier wordt nu verder opgevolgd door het kabinet van de federale minister van Financiën. Conform de afspraak hebben ze het ontwerp van stappenplan recent voorgelegd aan de Inspectie van Financiën. Die heeft een aantal bijkomende vragen gesteld ter verduidelijking. Die vragen zijn nu ongeveer beantwoord. Het is nu wachten op het advies van de federale Inspectie van Financiën. Dan weten we of dit ontwerp van stappenplan een positief advies krijgt, aldus de Thesaurie. Als dat zo zou zijn, kunnen we het verder uitwerken en concretiseren.
In nauw overleg met de school moet een voorstel van aflossingsplan worden onderhandeld dat maximaal 25 procent van de werkingsmiddelen kan worden besteed aan de afbetaling.
Wat betreft de recuperatie van de geactiveerde waarborgen voor scholen die hun lening of waarborg niet hebben terugbetaald, zijn er vijf Antwerpse scholen, drie West-Vlaamse scholen en één Limburgse school op dit ogenblik bij AGIOn bekend. In totaal zijn dat er dus negen.”
De Meyer vindt dit een stap in de goede richting en apprecieert dat de minister al het nodige zal doen om een defintieve oplossing te vinden voor de dossiers bij het Nationaal Waarborgfonds.
Hij blijft dit dossier op de voet volgen.

“Financiële put zie je aan de berg onbetaalde facturen”

“Erg confronterend”, zo reageerde voorzitter Jos De Meyer (CD&V) op het beeld dat Riccy Focke in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement schetste van boeren en tuinders in nood. Zonder te veralgemenen naar de ganse land- en tuinbouw had de directeur van hulporganisatie Boeren op een Kruispunt de problemen op tafel gelegd waarmee zijn doelgroep worstelt: een lage rendabiliteit, leveranciersschulden die meegedragen worden, administratie waar de boer niet wijs uit geraakt, psychische problemen die nog lastiger op te lossen zijn dan bedrijfsproblemen, controles die voor veel stress zorgen, enz. Wat dat laatste betreft vroeg Focke om meer empathie bij controleurs. “Die mensen moeten hun job doen, maar met de juiste stijl van communicatie zouden ze minder agressie uitlokken. Je bereikt zo meer bij iemand die geen geld heeft om de openstaande facturen te betalen en vreest voor een boete die weeral geld kost.”

Boeren op een Kruispunt is een vzw die werd opgericht met het idee om landbouwbedrijven in nood weer op de rails te zetten. Ondertussen is de vraag ook aan de orde hoe een deel van de doelgroep “veilig kan landen” omdat de landbouwactiviteit geen toekomstperspectief meer biedt. De wet continuïteit ondernemingen (WCO) heeft als nobel doel bedrijven in moeilijkheden te redden, maar brengt in land- en tuinbouw weinig zoden aan de dijk. “Een te dure en te lange procedure”, analyseert Riccy Focke, directeur van de hulporganisatie voor boeren en tuinders in nood. Op een faillissement rust nog altijd een taboe hoewel het een recht op verschoning geeft. Voor landbouwbedrijven die uitgebaat worden als vennootschap is het bovendien een probleem dat de meeste zaakvoerders persoonlijk en levenslang borg staan.
Op de website van Boeren op een Kruispunt staan tientallen getuigenissen van mensen die met spijt in het hart uit de landbouw gestapt zijn maar ondertussen het comfort ervaren van een zeker inkomen buiten de sector, naast of in de plaats van hun landbouwactiviteiten. “Voor veel mensen is bij een nakende stopzetting alleen het verlies duidelijk en oogt de fase daarna erg onzeker. Daarom hebben we nood aan positieve communicatie rond succesvolle en gelukkige stoppers.” Het is voor de vzw erg lastig om mensen te ‘motiveren’ voor een gedeeltelijke of volledige stopzetting van de boerderij. De hulpvrager moet daar zelf klaar voor zijn en dat vraagt tijd, net zoals het tijd vergt om nieuwe toekomstperspectieven binnen de landbouw in beeld te brengen.
Eenvoudige oplossingen bestaan in dat verband niet. Gelet op het commercieel succes van biolandbouw en zelfpluktuinen denkt de buitenwereld nogal snel dat een boer of tuinder in moeilijkheden beter zou omschakelen. “Interessant voor een starter maar niet voor een boer met 300.000 euro aan leveranciersschulden”, countert Riccy Focke, directeur van Boeren op een Kruispunt. Meer algemeen geldt dat je maar kan innoveren als je risicokapitaal ter beschikking hebt.
In de zoektocht naar oplossingen ziet Boeren op een Kruispunt een rol weggelegd voor andere erfbetreders. Ze kunnen meer doen dan alleen doorverwijzen bij problemen. Focke kijkt bijvoorbeeld hun richting uit om boeren te begeleiden die beroep willen doen op ons sociaal systeem. Alleen lukt hen dat vaak niet omdat ze wandelen gestuurd worden met inkomens- en andere toelatingsvoorwaarden. Een andere denkpiste is de ‘adviesraad’, een idee van het Innovatiesteunpunt, waarin alle erfbetreders tegelijk aan de keukentafel samenkomen vooraleer een boer zich in een financieel avontuur stort. “Zo kunnen er verrassend creatieve zaken aan de oppervlakte komen.” Riccy Focke heeft zelf weet van een tuinder die op advies van zijn bank met verschillende aardbeienautomaten startte en meer marge vond in de korte keten.
Een boer of tuinder in nood heeft in de eerste plaats behoefte aan een luisterend oor. Vandaag staat Boeren op een Kruispunt daar vrijwel op zijn eentje voor in. De adviseurs doen jaarlijks 1.000 huisbezoeken. In opdracht van de vzw leggen psychologen en vrijwilligers op hun beurt nog eens half zo veel bezoeken af. De vzw is permanent bereikbaar, zeven dagen op zeven. Dat legt de nodige druk op de medewerkers zodat er allianties gezocht worden. Een terugkerend probleem is dat andere organisaties soms iets te gemakkelijk doorverwijzen naar Boeren op een Kruispunt. Enerzijds is dat veelbetekenend voor de expertise van de vzw, maar anderzijds schort er toch iets als de doorverwijzing door een gespecialiseerd psychiatrisch centrum gebeurt.
Een bepaalde groep mensen zal na herhaaldelijk advies kwetsbaar blijven. Mede daarom speelt Riccy Focke met burgerparticipatie in de zorg als idee. “Het is onze ambitie om in iedere gemeente een vrijwilliger te vinden die naar boeren en tuinders in nood wil luisteren en ons helpt door de ‘schade’ niet groter te laten worden. Solidariteit is geen businessmodel maar een zaak van geloof en vertrouwen. Waarom zou je dat vertrouwen niet kunnen vinden bij een familielid, vriend of collega? Het is de kwetsbaarheid die mensen bindt.” Hij beseft zelf dat er één groot pijnpunt is. Binnen de land- en tuinbouw is iedereen altijd druk met het eigen werk. Wie gaat dan de tijd nemen om een ander te vragen hoe het er mee gaat? De broers en zussen van die boeren en tuinders misschien?”
Dat Boeren op een Kruispunt steeds klaarstaat om mensen in nood op te vangen, zorgt voor veel waardering in het Vlaams Parlement. Verschillende politieke fracties in de commissie Landbouw laten verstaan dat ze er mee voor geijverd hebben dat de vzw zou ontsnappen aan de jongste generieke besparingsoefening van de Vlaamse regering. Volksvertegenwoordiger Sofie Joosen (N-VA) verwijst naar de dunne scheidingslijn tussen landbouwbedrijf en landbouwersgezin om te verklaren waarom de hulpvraag vanuit de sector zo groot is en alle financiële steun van de regering verdient.
Francesco Vanderjeugd van Open Vld feliciteert Riccy Focke met het goede werk dat zijn kleine team van zes adviseurs en verder psychologen en vrijwilligers levert. Hij apprecieert dat Focke de minder mooie verhalen die meestal binnenkamers blijven kenbaar maakt. “Er zijn nog veel taboes in de sector en onze boeren zijn fiere ondernemers. Het is dus goed dat Boeren op een Kruispunt hun vertrouwen als gesprekspartner heeft.” Aangezien de medewerkers van de vzw overladen worden met de problemen van een ander toont Bart Dochy (CD&V) zich bezorgd over hun weerbaarheid.
In het besef dat het beleid weinig kan beginnen tegen de lage rendabiliteit in de sector, onthoudt Els Robeyns (sp.a) vooral dat de complexiteit van de administratie voor vele boeren in nood een breekpunt is. “Land- en tuinbouwers staan onder enorme druk”, stelt ook Bart Caron (Groen) vast. Gelet op de verwijzing van Focke naar agressie tijdens controles maakt Caron zich zorgen dat boeren hun kookpunt bereiken tijdens het bezoek van een controleur. Riccy Focke pleitte voor “meer empathisch vermogen” bij controlerende diensten. De voorzitter van de commissie Landbouw, Jos De Meyer (CD&V), doet daar nog een schep bovenop. Hij benadrukt dat een administratie zich altijd dienstbaar moet opstellen tegenover de burgers-belastingbetalers, ook al heeft ze als opdracht om regelgeving te doen naleven. (Vilt)

“Lage rendabiliteit maakt iedereen nog jaren kwetsbaar”

Terwijl de bespreking en stemming van het Mestdecreet in de commissie Leefmilieu nog bezig was, deed Riccy Focke van de vzw Boeren op een Kruispunt het verhaal van boeren en tuinders in nood in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement. Alle signalen staan op rood voor de doelgroep van de hulporganisatie. Jaarlijks zijn er een 200-tal nieuwe aanmeldingen maar in het eerste kwartaal van 2015 staat de teller al op 76 gezinnen. De adviseurs van Boeren op een Kruispunt doen ieder jaar 1.000 (!) huisbezoeken. Tezelfdertijd gaan er in opdracht van de vzw psychologen en vrijwilligers ‘de boer op’. Directeur Focke relativeert zelf de cijfers: “Ons werk laat zich niet afmeten aan hulpvragen en huisbezoeken maar aan het resultaat dat we boeken bij boeren en tuinders in nood.” Hij benadrukt dat iedereen kwetsbaar is door de lage rendabiliteit in land- en tuinbouw maar evenzeer door onvoorziene omstandigheden, denk maar aan de beruchte brieven met ‘code rood’ voor veehouders.
Over de partijgrenzen heen wordt in het Vlaams Parlement met veel waardering gesproken over het werk dat Boeren op een Kruispunt doet. Naar aanleiding van het jaarverslag van de hulporganisatie gaf directeur Riccy Focke in de commissie Landbouw toelichting bij de problemen die land- en tuinbouwers in nood ervaren. “Bij de start acht jaar geleden hadden we ons verwacht aan 50 hulpvragen per jaar maar nu zijn er jaarlijks 200 nieuwe aanmeldingen. Bijna iedere werkdag belt dus wel ergens in Vlaanderen een boer of tuinder in nood. En er zijn nog zoveel boeren in nood die niet durven of kunnen bellen. ”
In 2014 ging het in de helft van de gevallen om een landbouwer of landbouwersgezin uit West-Vlaanderen. Rekening houdend met het aantal landbouwbedrijven komen er relatief gezien meer aanmeldingen vanuit Antwerpen. Bij Boeren op een Kruispunt ervaart men dat de grote investeringen die daar gebeuren, bijvoorbeeld in nieuwe melkveestallen, een rol spelen. “Als mens loop je dan sneller tegen je grenzen aan”, aldus Focke.
Verrassend maar waar blijken grote bedrijven in de melkveehouderij het meest kwetsbaar. Dat heeft te maken met de kostprijs van melkrobots of ingehuurde arbeid om al het werk gedaan te krijgen, de dure extra grond die nodig is voor mestafzet en ruwvoederproductie, hoge financieringskosten, enz. Bij de hulporganisatie kloppen mensen aan die met het oog op het verdwijnen van de melkquota zwaar investeerden maar nu geconfronteerd worden met een melkprijs die 30 procent onderaf ging. Aflossingsproblemen hoeven geen drama te zijn als dat voor de bank bespreekbaar is, maar een ondernemer maakt zich uiteraard zorgen als hij na amper een jaar financiering al om uitstel van aflossing moeten vragen terwijl de financiering reeds 20 jaar loopt.
Niet investeren, lijkt evenmin een goede strategie. “We krijgen heel wat aanmeldingen van melkveehouders die 200.000 tot 400.000 liter melk op jaarbasis produceren”, vertelt Riccy Focke. “Bij een cashflow van 10 cent per liter hebben zij weinig geld te besteden en zijn er geen reserves om de volatiliteit van de markt op te vangen. Dat verklaart de druk om te groeien. Maar dit ligt niet in ieders bereik want de grote boeren van morgen zullen grote ondernemers moeten zijn.”
Door de algemeen lage rendabiliteit in land- en tuinbouw is het in elke deelsector knokken. In de varkenssector gaat het al langer niet goed. Bovendien zijn de leveranciersschulden bij veel boeren zodanig hoog opgelopen dat ze die schuld niet met één goed jaar kunnen aanzuiveren. “Op varkensbedrijven waar man en vrouw allebei 3.000 uur per jaar werken zonder er een cent aan over te houden, moet men zich toch eens de vraag stellen wanneer een leveranciersschuld van zes cijfers ooit terugbetaald zal geraken.”
In de fruitsector ervaren de adviseurs van Boeren op een Kruispunt dat de totale kostprijs van een teelt nog onvoldoende gekend is. De kosten voor arbeid en financiering worden bijvoorbeeld vaak over het hoofd gezien. Het gebrek aan verjonging aan het hoofd van fruitteeltbedrijven is een structureel probleem van de sector. Meer acuut is dat er na een financieel moeilijk seizoen nog veel openstaande facturen zijn. Het hoeft niet gezegd te worden dat dat een probleem is indien de vorige appel- of perenoogst reeds volledig verkocht is.
In de glastuinbouw is de angst groot door het wegvallen van de groene stroomcertificaten voor warmtekrachtkoppelingen (WKK’s). Tuinders waren tot voor kort ook ‘energieboeren’ maar nu wordt energie opnieuw een kost. Eén pijler van het inkomen valt dus weg en de tweede pijler, de opbrengst uit de teelt, is hoogst onzeker. Als de prijs van tomaten met 10 cent daalt, dan brengt dat op een hectare 60.000 euro minder centen in het laadje.
Ook in de vollegrondteelt kunnen ondermaatse prijzen in korte tijd een diepe put slaan in de financiën. Focke geeft prei als voorbeeld omdat de producentenprijs soms zo ver onder de kostprijs duikt dat een teler met 20 hectare prei in één jaar tijd 140.000 euro verlies maakt. “Je ziet bij die mensen de stapels onbetaalde facturen liggen en dan weet je dat het probleem zich de jaren daarna moet oplossen.”
Gegeven de moeilijke marktomstandigheden en het paperassenwerk waarover niet alleen een boer maar elke Vlaming zou struikelen, stoort het de directeur van Boeren op een Kruispunt dat er over zijn doelgroep gesproken wordt in termen van ‘geschikt of ongeschikt als boer’. “Ik zie vooral mensen die met passie in de boerenstiel gestapt zijn, bereid zijn om keihard te werken maar op latere leeftijd geconfronteerd worden met het gegeven dat een landbouwer tegenwoordig meer en meer manager en administratief bediende moet zijn. Niet iedereen is daartoe in staat. Veel boeren leerden bijvoorbeeld nooit verkopen of kunnen zelfs niet onderhandelen met hun leverancier of afnemer.”
Waarom veranderen die mensen niet van job, zo krijgt Focke vaak te horen. “Job hopping is voor een landbouwer niet evident. Ouders hebben jou een bedrijf toevertrouwd en ze verwachten dat je het voortzet. Dat engagement nam menig landbouwer ook naar zijn broers of zussen toe. En er is de status die een zelfstandige heeft en niet graag opgeeft. Over collega’s die stopten, werd in het verleden nogal denigrerend gesproken zodat een boer die nu in die situatie belandt beschaamd is.” Net omdat de boerderij stopzetten voor veel ondernemers zo moeilijk ligt, stuurt Boeren op een Kruispunt dikwijls aan op het vrijmaken van tijd voor rendabele activiteiten. Je beschikbare talenten inzetten naast je bedrijf loont soms meer dan steeds harder in de stal of op het veld ploeteren.
Lees morgen meer over de toekomstperspectieven die Boeren op een Kruispunt land- en tuinbouwers in nood biedt, en over de reacties van de Vlaamse parlementsleden op het werk van de vzw. (Vilt)