Structurele oplossing van de capaciteitsuitdagingen

Na een eerste kennismaking met het Masterplan Scholenbouw dat de Vlaamse Regering op vrijdag 17 juli 2015 goedkeurde, spreekt Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer zijn grote appreciatie uit voor dit plan, dat voor een historische kentering zal zorgen in het beleid op het vlak van schoolinfrastructuur. Voor het eerst is er een plan dat een geïntegreerde aanpak toelaat en er mee zal voor zorgen dat er aan een structurele oplossing van de capaciteitsuitdaging kan worden gewerkt.

Hij schaart zich achter de vijf strategische doelstellingen van het masterplan en wenst in een eerste reactie volgende elementen eruit in het licht plaatsen.

Zonder meer cruciaal voor het doelgericht aanpakken van het verouderd patrimonium en de opgelopen achterstand in de scholenbouw, is de keuze om de zogenaamde standaardprocedure meer te promoten en af te stappen van een buitenmatig gebruik van uitzonderingsprocedures. De ambitie om minstens 50% van de dossiers via de standaardprocedure te laten verlopen is een immense stap voorwaarts ten opzichte van de huidige praktijk, waar middelen al te versnipperd worden ingezet.

Het integreren van middelen voor projecten die in het bijzonder zijn gericht op het aanpakken van de capaciteitsproblematiek in de reguliere middelen, zal voor het eerst toelaten dat deze uitdaging structureel en vanuit een langetermijnperspectief kan worden aangegaan. Het was hoog tijd om de ad hoc-ingrepen en een kortetermijnvisie achter ons te laten. En dat is wat het masterplan doet.

Wat het aanpakken van de capaciteitsuitdaging betreft, blijft Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ervoor pleiten om een hoger subsidiepercentage toe te kennen aan het gesubsidieerd onderwijs dan wat gangbaar is in het bestaande reguliere systeem. Alleen zo kunnen ook gesubsidieerde scholen uit het vrij en officieel onderwijs op een optimale manier mee instaan voor een snelle realisatie van bijkomende capaciteit naar verhouding van hun belang in het Vlaamse onderwijslandschap.

Een belangrijke focus wordt terecht ook gelegd op het bevorderen van de multifunctionaliteit en het medegebruik van schoolgebouwen. ‘Multifunctionaliteit’ wordt niet alleen één van de nieuwe criteria die zullen uitmaken of een bouwdossier voor subsidiëring/financiering in aanmerking zal komen, het is tegelijk de kern van meerdere operationele doelstellingen en acties. Voor Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer opent deze focus in het bijzonder kansen op nieuwe partnerschappen waarbij schoolbesturen, gemeentebesturen en andere actoren samen de verantwoordelijkheid opnemen voor toekomstgerichte gemeenschapsinfrastructuur, ook op financieel vlak. De nieuwe kleinschalige DBFM-projecten die het masterplan voorziet, moet en zal deze dynamiek versterken.

Met het masterplan beschikken Vlaanderen en Brussel voor het eerst over een solide basis om een meer dan uitdagend probleem aan te pakken. In combinatie met een meerjarenbudget – zoals aangekondigd in het regeerakkoord, de beleidsnota onderwijs en waarnaar wordt verwezen in het masterplan – zal het ervoor zorgen dat we meer dan ooit de beschikbare middelen planmatig kunnen inzetten om alle leerlingen een toegankelijke, duurzame en moderne klas en school te garanderen, die in een multifunctionele context tot hun volle recht kunnen komen.

Jos De Meyer zet druk op minister

Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V) wil aan de vooravond van het akkoord de puntjes op de i zetten. Hij volgt de scholenbouw al sinds begin jaren 90 in het Vlaams Parlement. Toch is zijn sortie opvallend, want het is zijn partijgenote die aan het akkoord werkt. De Meyer vraagt dat bij de verdeling van het geld voor scholenbouw vooral naar de chronologie van de dossiers op de wachtlijst wordt gekeken. De katholieke scholen moeten voor capaciteitsdossiers een hoger steunpercentage krijgen, want vandaag worden zij maar 70 procent gesubsidieerd. Daardoor missen ze vaker de boot dan het GO! (gemeenschapsonderwijs), waar de dossiers volledig worden gefinancierd. De Meyer ziet sowieso weinig heil in het geld dat wordt uitgetrokken voor investeringen in capaciteit. ‘We moeten meer doen dan brandjes blussen’, zegt hij. Dat geld moet gebruikt worden voor het inkorten van de wachtlijst. Tot slot wil hij dat de regering kostenefficiënter bouwt door de regelgeving kritisch te bekijken, en ziet hij mogelijkheden in een kleinschalige samenwerking met private partners. De voorstellen van De Meyer vertonen opvallende parallellen met die van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen, maar beiden ontkennen een een-tweetje om de beslissing van de minister in de richting van de Guimardstraat te duwen.(Barbara Moens, De Tijd”

Baggerwerken Durme krijgen vervolg

Waasmunster/Lokeren Het baggeren van de Durme wordt voortgezet. Dat heeft Vlaams minister Ben Weyts (N-VA) laten weten. De volgende fase speelt zich af van aan de brug in Waasmunster tot in Lokeren.
Het was Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V) die van minister Ben Weyts (N-VA) te weten kwam dat de Durme verder wordt gebaggerd tot in Lokeren.

‘De werken worden in fases uitgevoerd’, weet De Meyer. ‘Ze zijn al opgeschoten van aan de monding van de Schelde tot aan de brug in Waasmunster.’ Het baggeren is nodig om overstromingen tegen te gaan. De overheid investeerde al 12 miljoen euro. ‘Daar komt de nog eens zoveel bij’, gaat Jos De Meyer verder. De maatregelen tegen de wateroverlast omvatten ook de aanleg vanwetlands en overstromingsgebieden. Het gewonnen zand uit de baggerwerken wordt opgeslagen en nadien gebruikt voor de aanleg van ringdijken rond de overstromingsgebieden. De voorstudie voor de werken tot in Lokeren is nog bezig. Van een concrete startdatum is nog geen sprake. (Het Nieuwsblad, Stef Van Overstraeten)

“Waasland sterker structureel betrekken bij het havenbedrijf Antwerpen.”

Dit was de teneur van mijn korte tussenkomst bij de bespreking van het voorstel van decreet houdende de omvorming van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen tot een naamloze vennootschap van publiek recht, dat woensdag 8juli in de plenaire zitting van het Vlaams parlement besproken werd.

Hierbij mijn tussenkomst:

“Voorzitter, collega’s, het is duidelijk dat de inzichten kunnen rijpen. De tonaliteit van een aantal collega’s is genuanceerder geworden en wat mijn vragen betreft, positiever dan in de commissie.
Ik had een lang betoog voorbereid, maar ik leg dat eventjes terzijde. Ik wens enkele elementen te onderstrepen. In de commissie heb ik al gezegd dat de omvorming via dit voorstel van decreet tot een nv van publiek recht voor de haven, een goede zaak is. Ik wil er toch nog eens ten overvloede op wijzen dat het Waasland uitzonderlijk grote offers heeft gebracht voor de havenontwikkeling. Ik verwijs naar de duizenden hectare die er onteigend zijn voor havenontwikkeling en natuurcompensatie.
Collega’s, als men de recente geschiedenis van de mobiliteit in het Waasland bekijkt, is dit een processie van Echternach wat betreft de oplossingsgerichtheid. Ook hiervoor zal de overheid de komende jaren bijzondere aandacht moeten hebben, anders zullen een aantal infrastructuurwerken zinloos zijn. In de toekomst zal er een beheersovereenkomst moeten worden afgesloten voor Saeftinghedok. Ik zou het bijzonder appreciëren als men de startfase en het begin van de gesprekken daarrond meer participatief zou aanpakken dan dit het geval was voor dit voorstel van decreet.
Er is voor mij nog een onduidelijkheid. Men spreekt van structurele betrokkenheid van het Waasland bij het havenbestuur. Ik verwijs graag naar het decreet voor de haven van Gent. Van in het begin zijn de gemeenten Evergem en Zelzate betrokken, die voor de haven van Antwerpen een totaal andere betekenis hebben dan bijvoorbeeld de inbreng en de ruimtelijke inbreng van de gemeente Beveren. Voor mij is het duidelijk onvoldoende – en ik denk ook voor het Waasland – dat er één excuustruus in de raad van bestuur van Antwerpen komt. Dit is duidelijk niet een structurele betrokkenheid. Ik heb een engagement gehoord, maar als men mij hierover nog meer duidelijkheid kan geven, dan is het voor mij ook gemakkelijker om een stemhouding te bepalen.“
Het volledige verslag van de bespreking in de plenaire zitting vindt u hier: https://www.vlaamsparlement.be/plenaire-vergaderingen/996756/verslag/998143

Het commissieverslag vindt u hier:
http://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2014-2015/g397-2.pdf

Jos De Meyer vraagt aandacht voor de crisis in de varkenshouderij in de plenaire zitting van het Vlaams Parlement

“Geregistreerde wegingen verplichten in slachthuizen”
Vlaams landbouwminister Joke Schauvliege wil werk maken van een black box in slachthuizen die de wegingen van varkens registreert. Ze heeft daarover al overlegd met federaal minister van Economie Kris Peeters. De maatregel moet er voor zorgen dat er meer transparantie ontstaat. Dat zei Schauvliege in een plenaire zitting van het Vlaams Parlement in haar antwoord op een vraag van parlementslid Jos De Meyer (CD&V). Verder liet Schauvliege – met instemming van de meerderheidspartijen – opnieuw een ballonnetje op om de Rendac-factuur te verlichten.

Tijdens de laatste plenaire zitting van het parlementaire werkjaar kwam andermaal de varkenscrisis aan bod. “Normaal is het zo in de zomer, in het zogenaamde barbecueseizoen, dat de prijzen wat opgewaardeerd worden, maar vandaag dalen de prijzen nog steeds, waardoor zelfs de sterkste bedrijven in de sector het moeilijk krijgen”, richtte Jos De Meyer zich tot minister Schauvliege. “Ik ben het met u eens dat de situatie in de varkenssector alarmerend en dramatisch is, en dat sleept al veel te lang aan”, beaamde zij.
Om die reden had de minister eerder op de dag een varkensoverleg georganiseerd met de belangrijkste stakeholders uit de varkenskolom, inclusief landbouworganisaties Boerenbond en het Algemeen Boerensyndicaat. Daar stelden alle aanwezigen vast dat de beperkte maatregel die Europa heeft genomen omtrent de tijdelijke opslag niet het verhoopte markt-kalmerende effect had. “Dat wisten we op voorhand, en daarom waren we daar ook niet echt vragende partij voor”, aldus Schauvliege, die beloofde op de tafel te zullen blijven kloppen voor bijkomende maatregelen.
Blijft de vraag of er in Vlaanderen niet meer kan gedaan worden om de varkenshouders uit de penarie te helpen? “Niet veel”, aldus Schauvliege, “omdat we niet zomaar steun mogen en kunnen geven.” Toch kwam de minister met een nieuw initiatief op de proppen: het verplichten van een black box in slachthuizen die de wegingen moet registreren en zo voor meer transparantie moet zorgen. “Op die manier krijgt de sector veel meer informatie”, gelooft Schauvliege, die de maatregel al aftoetste met economieminister Kris Peeters. “We zullen daar goede afspraken over maken en een heus handhavingsplan opstellen, goed rapporteren en er conclusies uit trekken”, aldus Schauvliege.
Verder kwam ook nog de vraag van de sector om de factuur van Rendac te verlichten aan bod. Schauvliege gaf aan die vraag naar bijkomende middelen – het zou om drie miljoen euro gaan – in het najaar opnieuw op tafel te leggen bij de begrotingsbesprekingen voor 2016 en werd daarbij gesteund door de meerderheidscollega’s van N-VA en Open Vld. Tenslotte blijft het volgens de minister een feit dat er extra promotie moet gevoerd worden om de consumptie van varkensvlees op te krikken en nieuwe markten aan te boren. (Vilt)

Aandacht voor loden waterleidingen in schoolgebouwen

“De problematiek van loden waterleidingen verdient heel wat aandacht,” antwoordde minister Hilde Crevits in de commissie Onderwijs op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.
De Meyer situeerde de problematiek als volgt: “Vroeger werd vaak gewerkt met loden leidingen voor drinkwatertransport. Vanuit gezondheidsoogpunt is dat geen goede optie, want lood kan zich opstapelen in het lichaam en een chronische loodvergiftiging veroorzaken. Sinds 1958 worden door de nutsbedrijven geen loden leidingen meer gebruikt, en de watermaatschappijen hebben de loden toevoerleidingen ondertussen vervangen.
Binnen in de huizen en gebouwen zijn echter wel nog loden leidingen te vinden, vooral in infrastructuur die dateert van voor 1958. Veel schoolinfrastructuur dateert zelfs van voor 1950. Ook daar lopen wellicht nog loden drinkwaterleidingen.”
De minister antwoordde: “Het is een problematiek die heel wat aandacht verdient. Uw suggestie om de loden waterleidingen op te nemen in de schoolgebouwenmonitor, vind ik heel interessant.
Ik zal zeker niet nalaten om nog vóór de start van het nieuwe schooljaar dit thema nogmaals in de kijker te zetten. We moeten eigenlijk niet veel nieuwe dingen doen. We moeten dit onderwerp gewoon onder de aandacht brengen. Het materiaal bestaat, we weten hoe we ermee moeten omgaan en wat de gezondheidsrisico’s zijn.
Subsidiedossiers van het vrij gesubsidieerd onderwijs die betrekking hebben op het vervangen van loden leidingen, worden door AGIOn behandeld met een afwijking van de chronologie van de wachtlijst. Dat valt onder de rubriek ‘milieusanering’. Deze dossiers worden dus al versneld behandeld. Ik weet niet of alle scholen dat weten.
Ook het GO! hecht vanuit preventief oogpunt veel belang aan dit dossier. Daarom werken de GO!-scholen mee aan het project van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening waarmee een convenant werd afgesloten inzake loodpreventie in drinkwater.”

Investeringswerken aan de N437 in Nevele in het vooruitzicht

“De rondweg rond de dorpskern van Hansbeke kost 12,7 miljoen euro,” antwoordde minister voor Openbare Werken Ben Weyts aan Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.

Het betreft de aanleg van een rondweg aan de N437 rond de dorpskern van Hansbeke, naar aanleiding van de afschaffing van de spoorwegovergang in het centrum, en ook de aanleg van twee nieuwe tunnels onder de sporen, één voor voetgangers en fietsers in het centrum en één voor gemotoriseerd verkeer ten oosten van de dorpskern. Dit project wordt grotendeels door de NMBS/Infrabel gefinancierd en deels door het Vlaamse Gewest (een deel van de rondweg).

Een exacte timing geven voor de uitvoering van het project is, gezien de nog lopende onteigeningen, voorbarig.

Er is een bouwvergunning voor dit project en de onteigeningen zijn momenteel lopende.

Het aandeel van het Vlaamse Gewest in de investeringskost voor het totale project wordt geraamd op 1,7 miljoen euro (incl. BTW), dat van de NMBS/Infrabel op 11 miljoen euro (incl. BTW).

Met duizend aan de boerentafel

Gisteren was ik te gast op het fruitbedrijf ” Berckelaer” van Berten en Isabel Meersschaert in Sint-Gillis-Waas.
Berten leidt dit fruitbedrijf op een gepassioneerde wijze maar tevens als een heel deskundig ondernemer: innovatief en onderlegd.
Schitterend initiatief naar aanleiding van 125 jaar Boerenbond!
De consument kreeg de kans achter de schermen te kijken van onze moderne land- en tuinbouwbedrijven.

Zuivelsector wapenen tegen volatiliteit met marktkennis

Door de lage melkprijs heeft de melkveehouderij het laatste jaar geen al te beste tijd achter de rug. Hoewel op lange termijn de perspectieven gunstig zijn, werden er vijf maatregelen getroffen om de crisis in de zuivelsector op korte termijn aan te pakken. Dat antwoordde Vlaams minister van Landbouw Joke Schauvliege op een parlementaire vraag van Jos De Meyer (CD&V). Ze gaf ook mee dat ze de bezorgdheid van De Meyer deelt dat de melkveehouders als ondernemers sterker moeten gemaakt worden. “Een beter inzicht in de marktsituatie en randvoorwaarden creëren voor een stabiel ondernemersklimaat zijn daarbij belangrijk.”
“Wat zijn de toekomstperspectieven van de Vlaamse melkveehouderij in een mondiale volatiele markt”, luidde de vraag van Jos De Meyer aan Schauvliege. De melkveesector ondervindt op dit moment immers heel wat problemen. Na een periode van goede melkprijzen, zijn de prijzen op de zuivelmarkt in een razendsnel tempo gedaald. Bovendien wordt de sector de jongste jaren gekenmerkt door een sterke concentratietendens: tussen 2000 en 2012 nam het aantal melkkoeien in België af met 18,3 procent, terwijl het aantal melkveebedrijven daalde met 46,3 procent. Ook is er een duidelijke productiestijging waar te nemen. Tussen 2006 en 2013 werd 22,5 procent meer melk geproduceerd met steeds minder koeien.
Net zoals de andere veehouderijsectoren, ondervindt de melkveehouderij ook moeilijkheden als gevolg van de stijgende voederkost. Sinds 2006 is de prijs van krachtvoeder met meer dan 60 procent toegenomen en de samengestelde voederprijs steeg met meer dan 80 procent. “Het beeld dat de Vlaamse zuivelbarometer schetst over de economische situatie in de melkveehouderij is in het eerste kwartaal van 2015 dan ook allesbehalve rooskleurig”, brengt De Meyer in herinnering. De opbrengsten zijn lager dan gemiddeld en de variabele kosten hoger. De recente opbrengstdaling is vooral toe te schrijven aan de sterke daling van de melkprijs: van 41,87 euro per 100 liter melk in december 2013 tot 29,2 euro per 100 liter melk in maart 2015.
Minister Schauvliege erkent dat de huidige marktsituatie voor de melkveehouderij niet gunstig is. “Maar aangezien de melkprijs in de Europese Unie daalde, worden we nu wel concurrentieel op de wereldmarkt. Het mag duidelijk zijn dat de export in de eerste helft van 2015 goed loopt.” Ze wijst er ook op dat er het afgelopen jaar al vijf maatregelen zijn genomen om de situatie in de melkveesector te verbeteren. “Na het Russische handelsembargo zijn er een aantal maatregelen gevraagd aan de Europese Commissie, zoals een snelle activering van crisismaatregelen in het kader van het GLB. In totaal hebben Belgische bedrijven steun gekregen voor 8.522 ton boter in particuliere opslag”, zegt de minister.
“Daarnaast heeft de Commissie, op aandringen van de lidstaten, in het najaar van 2014 beslist om naar aanleiding van de boycot 30 miljoen euro extra vrij te maken voor de promotie van landbouwproducten. Specifiek voor zuivel is er 960.000 euro voorzien, waarvan de helft gefinancierd wordt door de EU. Dit geld moet dienen voor exportpromotie gericht op China, Signapore, Indonesië, de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië. Deze groeimarkten werden in samenspraak met onze exportgerichte zuivelbedrijven aangeduid”, legt Schauvliege uit.
Ze wijst er ook op dat er pogingen werden ondernomen om extra landingsmaatregelen te nemen voor het einde van de melkquota. “Om onze Vlaamse melkveehouders zo goed mogelijk te informeren over het risico op superheffing, werden maandelijks alle gegevens van de melkleveringen publiek gemaakt. In samenspraak met de sector werd ook een voorschotsysteem op de superheffing uitgewerkt.” Uit de definitieve cijfers die de minister bekendmaakte, blijkt dat het Belgische plafond met 76 miljoen liter werd overgeschreden. “Dat is dankzij een franchise van 43.328 liter gunstiger dan we op voorhand durfden inschatten.” Schauvliege wijst er ook op dat het juridisch niet mogelijk is om de geïnde superheffing te laten terugvloeien naar de melkveesector. Ze komt terecht in het Europese Landbouwgarantiefonds van waaruit de diverse steunmaatregelen in het kader van de eerste pijler van het GLB worden gefinancierd.
Momenteel organiseert de minister ook verschillende visiedagen om de zuivelsector te begeleiden in het nieuwe tijdperk zonder de Europese quota. “Tijdens die visiedagen treden landbouwvertegenwoordigers, zuivelindustrie, adviesbureaus, banken, experten en overheid met elkaar in gesprek en wordt constructief gezocht naar oplossingen voor actuele problemen en worden nieuwe strategieën uitgewerkt”, klinkt het. Een eerste visiedag vond eind mei plaats en ging over de rentabiliteit in de melkveehouderij. De volgende visiedag, begin juli, gaat over marktstrategieën en afzetstructuren. In het najaar volgt dan nog een derde visiedag.
Schauvliege is van mening dat ook haar administratie voor een goede monitoring en analyse zorgt. Er gebeuren rentabiliteits- en kostprijsanalyses voor melkvee en de Vlaamse zuivelbarometer wordt periodiek geactualiseerd. Recent werd een studie uitgevoerd over de kostprijsanalyse voor het vervangen van melkvee en er is een studie in de maak over de economische impact van schaalvergroting in de melkveehouderij. “Kennis is voor ons de start van een goede onderhandelingspositie en daarom vind ik marktkennis bijzonder belangrijk. Op de website van het departement wordt alle informatie bijgehouden, ook de verslagen van de Europese beheercomités”, beweert de minister. “Maar ik ben bereid om te kijken of we nog andere zaken kunnen doen. Dat is ook de reden waarom we die visiedagen hebben georganiseerd.”
Ondanks de huidige precaire marktsituatie verwacht ze wel dat de markt zal keren. “De analisten zijn het erover eens dat de vraag sneller zal groeien dan de wereldproductie. Alleen al de komende tien jaren wordt verwacht dat de vraag met 36 procent zal toenemen op de wereldmarkt. Dat biedt perspectieven voor onze melkveehouders.” Dat kan ook afgeleid worden uit de investeringen in de zuivelsector. In de zuivelverwerkende industrie bedroeg het investeringsniveau van de laatste vier jaar 138 miljoen euro per jaar. Dat is 55 procent meer dan in de periode 2005-2010. En in de melkveebedrijven werd in de periode 2011-2013 voor 60 miljoen euro geïnvesteerd in de bouw en inrichting van melkveestallen.
De minister liet ook weten dat ze er zich van bewust is dat melkveehouderij zwaar getroffen wordt door de instandhoudingsdoelstellingen en de programmatorische aanpak stikstof (PAS). “We werken nu volop aan een verkleining van de zoekzones zodat een aantal bedrijven niet meer in de oranje of rode categorie zouden vallen. Daarnaast zijn we in een high level werkgroep hard aan het werken aan generieke maatregelen. Dat is ook belangrijk voor de zuivelsector, waar in plaats van specifiek gericht op één bepaald bedrijf, we generiek voor de sector de stikstof naar beneden zouden halen door een aantal generieke investeringen waardoor minder individuele bedrijven getroffen worden”, aldus nog Schauvliege. (Vilt)

Diversificatie van appelen- en perenteelt uiterst belangrijk!

“Het is nooit goed om alle eieren in één mand te leggen, ook niet in fruitteelt…” aldus Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.
Jonagold en mutanten en Jonagored nemen 4.360 ha van de 7.074 ha (61,63%) appelteelt in, Conference 7.800 ha van de 9.080 ha perenteelt (85,90 %).
Door een te beperkt aantal variëteiten kan de appelen- en perenteelt in crisissituaties kwetsbaar zijn, leerde de Russische exportban.
Het is niet alleen voor de appelteelt, maar ook voor de perenteelt belangrijk voldoende variëteiten te hebben. Wat betreft de afzetmarkt is het belangrijk om naar voldoende landen te kunnen exporteren.
Voor de Belgen staat de appel nog steeds op nummer één binnen de fruitkorf. De binnenlandse perenconsumptie bedraagt slechts 40,54% t.o.v. de appelconsumptie.
De export van de Belgische peren kent een stijging, terwijl de export van Belgische appelen is gedaald. Het is belangrijk om – naast de bestaande markten – te blijven inzetten op nieuwe afzetmarkten.
In bijlage vindt u in het antwoord van de minister met het overzicht van het areaal van de appelen- en perenteelt in Vlaanderen en ook van de belangrijkste externe markten.