Septemberverklaring

Traditiegetrouw ben ik op de eerste werkdag na 15 augustus opnieuw gestart met mijn werkzaamheden en met de inhoudelijke voorbereiding van het nieuwe werkjaar.
Op 2 september zat ik reeds de eerste commissie Landbouw voor.
Ook voor de commissie Onderwijs zijn de werkzaamheden volop aan de gang.
De fractiedagen liggen al 14 dagen achter ons.
Voorbije maandag sprak de minister-president van de Vlaamse Regering de septemberverklaring uit.
Vandaag is het de hele dag bespreking.
Hierna vindt u de tussenkomst van CD&V-fractieleider Koen Van den Heuvel.

TOESPRAAK SEPTEMBERVERKLARING
Koen Van den Heuvel

DE VLAAMSE CENTEN
ZIJN IN GOEDE HANDEN

Collega’s

Dit is een evenwichtige begroting. Bij de begrotingscontrole in juni sprak ik over een regering die slim bespaart, hervormt en niet nalaat te investeren. De begroting 2016 bewijst dat deze driedeling nog steeds opgaat. En meer: opnieuw straalt deze begroting de daadkracht uit om economische groei te realiseren mét sociale vooruitgang. Ruim de helft van de nieuwe investeringen situeren zich in de departementen onderwijs, welzijn en natuur: de Vlaamse centen zijn in goede handen.

De Vlaamse regering zit 1 jaar in het zadel. Ik hoef er geen tekening bij te maken: het voorbije jaar was geen wandeling in het park. Een aantal vaststellingen kaderen helder dat we ook voor de jaren die komen werken in een nieuwe realiteit die enerzijds getekend wordt door weinig rooskleurige economische vooruitzichten, maar waarin de regering tegelijk een onomkeerbaar proces startte om Vlaanderen in de kop van het peloton te houden en daar nog lange tijd te blijven.

Daarvoor is groei nodig. Duurzame groei.

Die moet budgettaire ruimte creëren. Geen sinecure aangezien de economische crisis nog niet voorbij is. De Vlaamse economie toont tekenen van heropleving: onze loonhandicap verkleint, de export piekt op recordhoogte, het aantal investeringen oogde het voorbije jaar niet slecht, het jobaanbod nam toe, het aantal starters stijgt opnieuw significant. Maar dat alles neemt niet weg dat de mondiale economie nog steeds worstelt met instabiliteit. Een nieuw evenwicht is nog niet verworven. Die impact blijft ook in Vlaanderen voelbaar. De groeivooruitzichten vallen lager uit dan oorspronkelijk verwacht.
Het heeft de Vlaamse meerderheid ertoe aangezet ook nu weer op een verstandige manier op zoek te gaan naar de best mogelijke aanpak om de beperkte financiële overheidsmiddelen in te zetten zonder onze economie te schaden en de sociale vooruitgang te bevriezen. Dat betekent dat we onze economie niet fnuiken door onszelf kapot te besparen.
Tegelijk is het niet te verantwoorden dat we de Vlaamse huishoudens inspanningen vragen, zonder het overheidshuishouden zelf op orde te zetten. Die oefening dwingt tot keuzes, maar niet zonder de kwaliteit van de diensten waarvoor mensen hun bijdrage leveren te waarborgen op lange termijn. Ik kom er straks op terug.

In elk geval is het bittere noodzaak om de tering naar de nering te zetten. We hervormen dus waar nodig, maar zullen ten allen tijde bewaken dat dit op een respectvolle manier gebeurt. In dit opzicht geldt de hervorming van de VRT voor ons als voorbeelddossier. Ja, er moet hervormd worden. Daarover kan geen discussie zijn. Maar wat voor CD&V van tel is in dit dossier, is dat dit gebeurd met respect voor de vele medewerkers. Vlaanderen moet trots kunnen blijven op haar sterke mediahuis. We zullen er dan ook alles aan doen om de komende 5 jaar de nodige middelen te voorzien om dit transitieproces en het sociaal overleg alle kansen te geven.

Ik kijk uit, collega’s, – en ik ben ervan overtuigd: velen van u met mij – naar het economische kantelpunt. Het moment waarop de inspanningen die de Vlaming vandaag levert volop zullen renderen en de jobcreatie in een hogere versnelling schakelt. We doen er alles aan wat in onze macht ligt om het bereiken van dat ‘point pivot’ te versnellen.
Maar iedereen weet dat echt sociaal beleid, echte solidariteit langer moet stand houden dan morgen en overmorgen.
En dus is het van groot belang dat de budgettaire discipline wordt gehandhaafd. Geen cijferfetisjisme, maar een begroting, met een minimaal tekort, die blijft aanknopen met het traject dat tot een duurzaam evenwicht in 2017 moet leiden. We besparen ons niet kapot, maar kunnen en willen de teugels niet vieren. Geen ‘nooit genoeg’-lijstje zoals de oppositie hanteert. Geen aanvaarding van het onhoudbare status quo. Ons instrumentarium is aan herziening toe willen we Vlaanderen duurzaam laten groeien en de dienstverlening aan en de zorg voor de Vlaming te vrijwaren.

Het verbaast me in deze steeds opnieuw dat de oppositie het licht van de zon blijft ontkennen, door telkens weer de hervormingen die deze regering doorvoert, in vraag te stellen. Ik doe nog één poging: wij willen de volgende generaties niet opzadelen met een schuldenberg. Terwijl wij orde op zaken stellen, de toekomst waarborgen en daarbij tegelijk de zwaksten opvangen, vragen jullie je luidop af of besparen eigenlijk wel nodig is. Als u zich nog eens afvraagt waarom u niet in de regering zit, dan is dit gebrek aan ernst en realiteitszin daar zeker niet vreemd aan.

De federale taxshift herkanaliseert maar liefst 8 miljard. Nee, hij is niet af. Maar de impact van de verschuiving op de loonkost in ons land versterkt onze concurrentiepositie zonder enige discussie. Hij zorgt ervoor dat in tijden van laagconjunctuur minder jobs verloren gaan, en dat in tijden van hoogconjunctuur extra jobs worden gecreëerd. Dat is voor de kracht van heel wat Vlaamse gezinnen van levensbelang. Vlaanderen mag die boot niet missen. Door investeringen in infrastructuur – scholen, ziekenhuizen, wegen – creëren we nieuwe jobs. Maar dankzij de 6de staatshervorming kunnen we nog meer doen. We kunnen nu ook zelf de loonkost verminderen. Wie het het moeilijkst heeft op onze arbeidsmarkt kunnen we een duwtje in de rug geven. Ook voor de werkgevers in de arbeidsintensieve sectoren zoals horeca, bouw of textiel kunnen we zo het verschil maken.
Het is echter nog wachten op de concrete uitwerking van de loonkostverminderingen voor jongeren, 55-plussers en mensen met een handicap. Deze begroting biedt zelfs ruimte om meer te doen. En ook de beloofde hervorming van het werkervaringsbeleid blijft voorlopig uit. We mogen de Vlaamse werkge‎vers, werknemers en werkzoekenden niet langer laten wachten. We hebben de middelen en de bevoegdheden. Er moet nu werk gemaakt worden van werk!

Naast het economische verhaal en de uitdagingen die ermee gepaard gaan mogen we niet uit het oog verliezen dat economische groei nergens voor staat, wanneer die niet ook resulteert in sociale vooruitgang. Enkel wanneer de vruchten van onze welvaart, vergezeld worden van een breed ervaren gevoel van welzijn is sprake van een succesvolle, warme, kwalitatieve samenleving.

Het aanhouden van de groei aan middelen in de beleidsdomeinen onderwijs en welzijn is daarom cruciaal.

Collega’s, de modernisering van ons secundair onderwijs moet jongeren met goesting hun talent laten ontwikkelen en hen succesvol oriënteren naar een hogere opleiding of de arbeidsmarkt. Het Masterplan Scholenbouw staat voor de efficiënte afbouw van de wachtlijst en verdere capaciteitsuitbreiding. Het loopbaanpact zal onze leerkrachten versterken en motiveren. Deze veranderingsprocessen ogen indrukwekkend. Een intense dialoog met leerkrachten, directies, schoolbesturen en onderwijskoepels is ons recept en een noodzakelijke voorwaarde voor succes. Maar sta me toe ook u op te roepen de lopende processen breed te steunen, over de partijgrenzen heen. Sta me toe u op te roepen ook in dit veld de ernst te laten prevaleren op de electorale verleiding.

CD&V zet ook volop in op de bescherming en versterking van wie kwetsbaar is.

Onze gezinnen kunnen blijvend rekenen op substantiële ondersteuning via de schoolpremie en de kinderbijslag. Voor het eerst kan Vlaanderen zelf de financiële modaliteiten van haar gezinsondersteunend beleid bepalen. De invulling van de Vlaamse kinderbijslag vormt daarvan de kern. CD&V heeft alvast haar huiswerk af. Elk kind is voor ons gelijk, ongeacht de socio-professionele status van zijn of haar ouders. De nieuwe kinderbijslag wordt een recht van het kind.
Het zal er de komende maanden op aan komen iedereen te overtuigen van de noodzaak aan een systeem dat elk kind alle kansen geeft, en voldoende rekening houdt met de draagkracht van elk gezin.

Het is u opgevallen dat deze regering onder onze impuls van het in het regeerakkoord afgesproken groeipad voor welzijn aanhoudt. We realiseren een omslag in het ondersteunen van personen met een beperking. De persoonsvolgende budgetten laten mensen toe de regie van hun leven zelf in handen te nemen, én maken dat met de beschikbare middelen meer mensen worden ondersteund. We breiden de kinderopvang en de ouderenzorg uit. De vermaatschappelijking van de zorg wordt meer en meer het antwoord op de vraag van zorgbehoevenden om een echte plaats in ons midden. Niet aan de rand. Niet in aparte instellingen als het niet moet. Maar thuis, in een vertrouwde, liefdevolle en zorgzame omgeving.

Dat alles vormt de basis voor een echte Vlaams Sociale Bescherming. Een vangnet voor wie om gezondheidsredenen uit de boot dreigt te vallen. Ik ga hier niet pretenderen dat we er al zijn, of dat we al een begin van oplossing hebben voor alle noden die zich stellen. We gaan stap voor stap, maar met het vooruitzicht op een performant en stabiel gefinancierd solidariteits- en verzekeringssysteem waarop u, ik, elke Vlaming, zal kunnen terugvallen wanneer het tegen zit. Ook dat wordt de komende maanden en jaren een speerpuntdossier.

Net als wonen.

Een absolute basisbehoefte voor elke Vlaming. Ondanks de inspanningen stellen we vast dat heel wat gezinnen het moeilijk hebben om betaalbaar en kwaliteitsvol te wonen. Het grote woononderzoek leert dat het aandeel huishoudens dat meer dan 30% van het inkomen aan wonen besteedt is toegenomen tot 20% in 2013. Meer dan 52% van de huurders op de private markt besteedt meer dan 30% van hun inkomen aan huur. En de huurprijzen gaan nog steeds in stijgende lijn. Ook voor afbetalende eigenaars nemen de betaalbaarheidsproblemen toe. Het zijn maar enkele van de signalen die duidelijk maken dat dringend een versnelling hoger moet worden geschakeld. We moeten ten volle inzetten op de realisatie van bijkomende woningen en het versterken van de private huurmarkt. Ook hier ligt de verantwoordelijkheid voortaan integraal bij Vlaanderen. We moeten dringend werk maken van een nieuwe Vlaamse huurwetgeving. We moeten op zoek naar een evenwicht tussen de bescherming van de huurder en het stimuleren van de verhuurder. We moeten op zoek naar financieringsformules die de energierenovatie van woningen versnelt en formules die ook privaat kapitaal voor sociale woningbouw aantrekken. Het huis van de Vlaming is het startpunt van alles. Hij heeft recht op een kwalitatieve woonst. Hier is intens werk aan de winkel.

Collega’s

Het is goed leven in Vlaanderen, maar we leven niet onder een stolp. Vlaanderen is voor de groei van haar welvaart en welzijn afhankelijk van internationale ontwikkelingen.

Het was bijzonder terecht dat de minister-president in zijn Septemberverklaring verwees naar de diepe crisis in de land- en tuinbouwsector. Vlaanderen leverde de laatste weken al belangrijke inspanningen, maar blijvende inspanningen van Europa dringen zich op om een duurzaam landbouwmodel in onze regio uit te bouwen.

Niemand kan ook voorbij aan de klimaatuitdagingen waarvoor we staan om onze leefomgeving te vrijwaren.

Kyoto is gehaald, en verdere investeringen laten toe de waterzuiveringsnormen te realiseren. De kilometerheffing voor vrachtwagens is intussen een feit. De belasting op in verkeersstelling is vergroend en ook de verkeersbelasting gaat nu die kant op. Eerlijke fiscaliteit volgens het principe: de gebruiker betaalt. Ik herhaal mijn pleidooi om ook de leasingwagens hier snel te vatten. Vlaanderen moet in dit dossier het voortouw nemen.

Het is echter geen geheim dat deze dossiers voor CD&V slechts startpunten zijn in de steeds verdergaande vergroening van ons mobiliteitsbeleid. In die optiek blijven we het betreuren dat we voorlopig onvoldoende medestanders vinden om het sluitstuk, het rekeningrijden voor personenwagens, te realiseren. Geesten moeten soms rijpen. In afwachting zal mijn fractie de komende jaren verder focussen op alternatieven voor de auto. In ons Vlaanderen van de toekomst is er een prominente plaats weggelegd voor de fiets, de vergroening van het openbaar vervoer, het CD&V-wetsvoorstel rond het mobiliteitsbudget, onze visie op basisbereikbaarheid, … No more time to waste!

Onze klimaatambitie mag evenwel zo ambitieus zijn als ze wil, ze heeft geen schijn van kans als niet alle relevante departementen even ambitieus aanpikken. CD&V kijkt in die optiek reikhalzend het energiepact. Nog dit voorjaar werden tegen deze Septemberverklaring concrete maatregelen beloofd om onze Vlaamse gezinnen en bedrijven duurzame en betaalbare energie te garanderen op lange termijn. Doelstellingen inzake energie-efficiëntie, hernieuwbare energieproductie, energieopslag, de energienorm, … Kortom, een totaalvisie voor ons energiebeleid is snel broodnodig.

Collega’s

Er is nog een werelddossier dat ons de komende jaren moet bezig houden en waarvan ik hoop dat het met de nodige politieke ernst wordt benaderd.

De stroom oorlogsvluchtelingen richting Europa test onze kracht als samenleving, en daardoor bij uitstek ook onze kracht als politici.
Miljoenen mensen zijn op de vlucht voor oorlog en geweld. Het grote merendeel bevindt zich in kampen aan de Syrische grens. Honderdduizenden reizen verder en zoeken hun heil in Europese landen, ook België, ook Vlaanderen.

Niemand kan voorbij aan de mix van solidariteit en onbehagen, noem het angst voor mijn part, die dit ook in Vlaanderen oproept. Het is geen optie dit onbehagen te negeren. Het moet benoemd worden. Iets anders is wanneer het ook bewust gevoed wordt. Sommigen noemen het een opinieoorlog. Mij heeft het soms meer weg van een propagandaoorlog. De race ‘om ter strafst’ om het zogenaamde buikgevoel van de Vlaming te vatten is in de context van zoveel miserie onkies. Alsof de kwetsbare Vlaming er beter van wordt door andere mensen in miserie niet verder te helpen.

Er is niets mis mee de grenzen van onze solidariteit te bepalen en die ook te bewaken, om plichten tegenover rechten te zetten, maar de solidariteit zelf kan nooit in vraag worden gesteld alleen omdat ons dat electoraal beter uitkomt.
Wij hebben de opdracht om antwoorden te vinden voor de Vlaming die geconfronteerd wordt met de nieuwkomers, én voor de nieuwkomers die op onze bescherming rekenen. Niet de confrontatie tussen beide groepen te organiseren. Niet de provocaties tellen, wel de realisaties.

In tegenstelling tot wat sommigen CD&V aanwrijven: Vlaanderen kan niet onbeperkt vluchtelingen opvangen. Maar het ontslaat ons niet van de verplichting op een humane manier oorlogsvluchtelingen in bescherming te nemen en hen te begeleiden naar duurzame, niet-vrijblijvende integratie. Het verheugt ons dat de minister-president duidelijkheid verschafte, en aangaf dat deze visie door deze regering en ÀL zijn ministers wordt onderschreven.

Laat dit duidelijk zijn: we zullen nooit toelaten dat kinderen die onze bescherming nodig hebben het slachtoffer worden van doffe oorlogsellende. Om die reden mag Vlaanderen zijn verantwoordelijkheid niet ontvluchten en moet het doen wat moet.
Vlaanderen heeft een traditie in het opvangen en begeleiden van kwetsbare mensen. We hoeven dus geen nieuwe structuren te creëren. Wat we hebben is sterk genoeg om mensen te begeleiden en in te leiden in de waarden die onze samenleving rijk is. De uitbreiding van onder andere taallessen, woon- en psychosociale begeleiding, pleegzorg maakt dat nieuwkomers hun integratie kunnen starten, zonder dat de Vlaming die nood heeft aan vergelijkbare ondersteuning daarvan de dupe wordt.

Ik weet, dames en heren van de oppositie, dat u het in dit opzicht met mij eens bent. Maar sta me toe u een spiegel voor te houden. Terecht hekelt u met ons de bangmakerij in het vluchtelingendossier. Ik stel evenwel vast dat u zich van dezelfde techniek bedient als het u goed uitkomt. U verwijt deze regering ongenuanceerd asociaal te zijn. U overdrijft de hervormingen als zouden ze onze sociale zekerheid in het gedrang brengen. Dat u daarbij voorbijgaat aan de sociale correcties die als een rode draad overal doorheen lopen, bewijst mijn punt. Uw houding is inconsequent en ondermijnt evenzeer de maatschappelijke samenhang. U bent dus in hetzelfde bedje ziek. Als u die analyse maakt is enkel schaamte op zijn plaats.
Ik ben er trots op dat mijn partij hier in beide gevallen boven staat: boven de bangmakerij in het vluchtelingendossier, boven de bangmakerij in de zoektocht naar een nieuw en duurzaam budgettair evenwicht. Wie vandaag niet vat dat politiek meer is dan een mediastrijd om het hart van de publieke opinie, wie niet vat dat politiek draait om het maken van moeilijk keuzes in functie van het welzijn van de Vlaming en de welvaart van Vlaanderen, heeft de uitdagingen van vandaag niet begrepen. Hij of zij ondermijnt de sokkel van onze samenleving en legt een bom onder solidariteit die nodig is om ervoor te zorgen dat zorg wordt gedragen voor iedereen die dat nodig heeft.
Om het met Edmund Burke te zeggen: ‘Wanneer politieke leiders ervoor kiezen om bieder te worden op een populariteitsveiling, verworden ze tot vleiers in plaats van wetgevers, tot instrumenten van in plaats van gidsen van het volk’.

Collega’s

Ik besluit door zeer duidelijk te stellen dat CD&V met overtuiging deze regering steunt. Omdat we willen meebouwen aan een Vlaanderen dat ambitieus stand houdt en groeit in die nieuwe realiteit waarover ik het in het begin van mijn toespraak had. Dat doe je niet door aan de zijlijn wars van elke realiteitszin te staan jengelen dat het allemaal niet genoeg is. Dat is te gemakkelijk en irrelevant. Als je wil hervormen moet je de nek durven uitsteken. De handen uit de mouwen. En ook al loopt in een partnerschap niet alles zoals je het zelf echt zou willen, dat weegt niet op tegen de hervormingen die je kan doorvoeren met het oog op toekomstige generaties. Dat resultaat, collega’s, is voor ons de enige maatstaf van belang. En die balans oogt, na 1 jaar bestuur, en met deze nieuwe begroting in het verschiet, ruimschoots positief.

– Een budget onder controle;
– Nu al 500 miljoen nieuwe investeringen in onder andere scholenbouw, ziekenhuizen, kinderopvang, waterzuivering, ouderenzorg, personen met een beperking, landbouw en natuur, wonen, onderzoek & ontwikkeling;
– Middelen om de organisatie van de opvang van vluchtelingen mogelijk te maken zonder dat ook maar iemand daarvan het slachtoffer hoeft te worden.

CD&V herkent in het regeringsbeleid de ambitieuze doelstellingen van Vlaanderen in Actie. De naam is weliswaar verandert, maar de doelstellingen en de indicatoren van Kris Peeters’ Pact 2020 blijven de leidraad. Welke kleur de kat heeft, is van geen tel. Zolang ze maar muizen vangt.

Daarom grijpt CD&V de kans in deze regering tal van uitdagingen te tackelen. We zullen dat blijven doen op de ons eigen manier: in dialoog met de betrokken actoren in het veld. In dialoog met de zorgsector, het onderwijsveld, onze bedrijven, ons socio-culturele middenveld, … kunnen we Vlaanderen verder klaarstomen voor de volgende generaties. Zij moeten een Vlaanderen erven dat economisch sterk staat, en internationaal de maatstaf is en blijft op sociaal vlak. Wanneer zij het stuur overnemen moeten zij een overheid aantreffen die flexibel is, vertrouwen geeft, en ondersteuning biedt. Die iedereen kansen biedt en creativiteit stimuleert. Die zorg draagt voor wie het moeilijk heeft en onze leefomgeving duurzaam vrijwaart.

Dat, collega’s, is de unieke bijdrage van CD&V en het perspectief waarmee we ons regeringsproject verantwoorden. Die lijn bewaken we, samen met zij die ijveren voor werkbaar werk, zij die in moeilijke economische tijden werk aanbieden, zij die willen investeren en zij die durven ondernemen, zij die onze jongeren opleiden en zijn die onze ouderen verzorgen, zij die gewoon jong zijn, zij die zich belangeloos inzetten voor anderen. Want alleen met hun steun kunnen we de tanker keren en blijvend aansluiten bij groei en vooruitgang, zowel sociaal als economisch.

Een Vlaanderen waar het goed is om leven, waar mensen een uitdagende job hebben, een goed dak boven hun hoofd, waar mensen zorg dragen voor elkaar en hun omgeving, én zelf mee initiatief en verantwoordelijkheid kunnen nemen. Dat is wat ons bezig houdt. Dat is waar we dag in dag voor knokken. Dat is waar CD&V voor staat.

Bescherming Kiekendief wordt polderboer niet opgelegd

Nog voor Chris De Stoop met zijn boek ‘Dit is mijn Hof’ een ander licht wierp op de natuurontwikkeling rond de Antwerpse haven heeft Vlaams parlementslid Jos De Meyer minister Schauvliege al schriftelijk geïnterpelleerd over de samenwerking tussen haven en ‘groenen’. Het stootte hem tegen de borst dat een beschermingsplan voor de Bruine Kiekendief met een schuin oog kijkt naar het agrarisch gebied dat nog rest op Linkerscheldeoever. Het plan zou mikken op 45 hectare aan vogelvriendelijke perceelranden. De minister probeert De Meyer gerust te stellen met de boodschap dat landbouwers niet opgezadeld worden met nieuwe verplichtingen. Het staat de plaatselijke polderboeren volledig vrij om al dan niet, en in ruil voor een vergoeding, maatregelen te nemen voor de bedreigde akkervogel.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) kreeg lucht van een beschermingsplan voor de Bruine Kiekendief dat het Havenbedrijf opstelde samen met Natuurpunt en de Vlaamse natuuradministratie zonder dat daarover consensus was bij het middenveld. Met name de landbouworganisaties maken er zich ernstig zorgen over. “Naast maatregelen binnen het GRUP Zeehavengebied Antwerpen vermeldt dit soortenbeschermingsplan ook foerageergebied in agrarisch gebied, buiten de grenzen van het GRUP”, leidt De Meyer zijn schriftelijke vraag in. Het plan dat hij onder ogen kreeg, mikt op 45 hectare aan 10 tot 12 meter brede perceelranden waar de Bruine Kiekendief op zoek kan naar voedsel.

Voor hij van de minister tekst en uitleg kreeg, vond het parlementslid dit een slag in het gezicht van de landbouwers uit de Wase polder die reeds duizenden hectaren landbouwgrond aan haven- en natuurontwikkeling hebben opgeofferd. Daarom wou hij weten of de soort niet beschermd kan worden op de restgronden binnen het havengebied en binnen de robuuste natuurkernen die gerealiseerd zullen worden. Vlaams minister van Natuur én Landbouw Joke Schauvliege verduidelijkt dat het beschermingsprogramma voor de Bruine Kiekendief wil vermijden dat de resterende elf broedparen op Linkerscheldeoever verdwijnen vooraleer de ‘natuurkernstructuur’ gerealiseerd is die moet garanderen dat de instandhoudingsdoelstellingen voor de roofvogel gehaald worden.

“Hiertoe worden de beschikbare terreinen binnen de haven maximaal ingezet”, verzekert de minister. “Op Linkerscheldeoever wordt in het havengebied ongeveer 197 hectare permanent en ongeveer 362 hectare tijdelijk foerageergebied gevrijwaard en ontwikkeld tijdens de looptijd van het soortenbeschermingsprogramma. Andere restgronden binnen de haven kunnen om verschillende redenen niet ingezet worden. Het leefgebied van één broedpaar bestaat uit vijf tot tien hectare moerasvegetatie als nestplaats en 100 à 200 hectare foerageergebied. “Na de realisatie van de robuuste natuurkernen op Linkerscheldeoever zal er 1.363 hectare permanent foerageergebied in natuurgebied gerealiseerd zijn. Deze oppervlakte is te beperkt om de instandhoudingsdoelstellingen voor deze soort (28 tot 32 broedparen) te behalen”, aldus Schauvliege.

Toch betekent dat volgens de minister niet dat landbouwers extra verplichtingen moeten vrezen door de uitvoering van dit soortenbeschermingsprogramma. Het is de bedoeling dat de nieuwe natuurgebieden op Linkerscheldeoever door optimale inrichting en beheer maximaal gaan renderen in functie van de vooropgestelde Europese natuurdoelen. Schauvliege: “De komende jaren zal eveneens werk gemaakt worden van het optimaliseren van de reeds aangelegde natuurkernen, onder meer de natuurcompensaties voor het Deurgangdok. In het Groot Rietveld, Haasop, Drijdijk, Zoetwaterkreek, Rietveld Kallo, Putten West, Brakke kreek en Doelpolder, samen 480 hectare groot groot, zijn er belangrijke bijkomende inrichtingswerken voorzien, gericht op een beter beheer van het gebied ter realisatie van de natuurdoelstellingen overeenkomstig het maatschappelijk meest haalbare alternatief.

Naar het omliggende landschap wordt enkel gekeken voor “bijkomende maatregelen in goede samenwerking met de landbouwers ter optimalisering van het foerageergebied van de Bruine Kiekendief”. Het agrarisch gebied binnen het Vogelrichtlijngebied valt weliswaar ook onder de monitoring van het aantal broedparen. Minister Schauvliege benadrukt twee zaken, enerzijds het vrijwillig karakter van de maatregelen in agrarisch gebied en anderzijds de economische meerwaarde voor de landbouwers die aan de bescherming van de Bruine Kiekendief willen meewerken. “De beheerovereenkomsten van de Vlaamse Landmaatschappij bieden bijkomend een aantal mogelijkheden om landbouwers aan te moedigen tot het realiseren van natuurmaatregelen.”

Hoewel de minister gewag maakt van “eerste reacties op deze aanpak die positief zijn”, werden er tot op heden nog geen vrijwillige overeenkomsten afgesloten door de landbouwers uit de regio. Ook volksvertegenwoordiger Jos De Meyer blijft enige argwaan koesteren omdat de minister zelf aangeeft dat het foerageergebied voor de Bruine Kiekendief door de aanleg van nieuwe natuur 1.363 hectare groot wordt maar dit nog altijd te weinig is om de vooropgestelde doelstelling van 28 tot 32 broedparen op Linkerscheldeoever te behalen.(Vilt)
______________________________
Bruine kiekendief zoekt landbouwgrond

NATUUR

Het Havenbedrijf Antwerpen stelde met Natuurpunt en het ANB (Agentschap voor Natuur en Bos) een soortenbeschermingsplan op voor de bruine kiekendief voor de periode 2014-2019. Dit plan wil de instandhouding van de bruine kiekendief garanderen vooraleer de natuurkernstructuur gerealiseerd is. Naast maatregelen binnen het GRUP Zeehavengebied Antwerpen, vermeldt dit soortenbeschermingsplan ook foerageergebied in agrarisch gebied, buiten de grenzen van het GRUP. Jos De Meyer (CD&V) vroeg uitleg aan Joke Schauvliege (CD&V), Vlaams minister voor Omgeving, Natuur en Landbouw.
Restgronden binnen de haven
De Meyer vroeg of de restgronden binnen de haven kunnen dienen voor maatregelen voor de bruine kiekendief. Op Linkerscheldeoever wordt zo in het huidige havengebied van het GRUP ongeveer 197 ha permanent foerageergebied en ongeveer 362 ha tijdelijk foerageergebied gevrijwaard en ontwikkeld tot 2019. Uit het antwoord van de minister blijkt dat de resterende restgronden binnen de haven zelf niet kunnen ingezet worden omwille van hun ingesloten en kleinschalig karakter of om reden van hun private karakter.
Ruimtebehoevende soort
De bruine kiekendief is een ruimtebehoevende soort. Hij komt voor in grote open landschappen met grote moeras- en rietvegetaties. Volgens de criteria voor de beoordeling van de lokale staat van instandhouding heeft deze vogel een kwaliteitsvol leefgebied voor 1 broedpaar meer dan 5-10 ha geschikte moerasvegetatie als nestplaats en meer dan 100-200 ha als geschikt foerageergebied. Gezien de doelstelling van 28-32 broedparen, reikt het foerageergebied van deze vogel dus veel verder dan het havengebied. De minister bevestigde dat bruine kiekendieven die waargenomen worden in agrarisch gebied (binnen het vogelrichtlijngebied) op Linkerscheldeoever ook meetellen voor de monitoring.
Fase 2-gebieden
In het GRUP zijn afspraken gemaakt over 120 ha ‘fase 2-gebieden’. Die worden in 2028 automatisch omgezet naar natuur. Wanneer blijkt dat de natuurdoelstellingen gehaald worden, kan de overheid initiatief nemen om ze terug in landbouwbestemming om te zetten. De Meyer vroeg minister Schauvliege welke initiatieven zij verder neemt om deze ‘gemakkelijkheidsoplossing’ te vermijden. De minister verwijst naar het Maatschappelijk Meest Haalbare Alternatief (MMHA). Met zuinig ruimtegebruik als uitgangspunt moeten maximale broeddensiteiten behaald worden op een minimale oppervlakte natuurkerngebied.
“De bruine kiekendief heeft zijn naam niet gestolen … Hij blijft op zoek naar landbouwgrond.”
Jos De Meyer (CD&V)
Buiten de grenzen van het GRUP
Het soortenbeschermingsplan mikt op een oppervlakte van 45 ha buiten de grenzen van het GRUP door aanleg van perceelranden (10-12 m). Er wordt een aanbod van maatregelen voor landbouwers ontwikkeld. Landbouwers bepalen volledig vrijwillig of ze al dan niet op dit aanbod ingaan. Ook de subsidies vanuit beheerovereenkomsten (VLM) zullen ingezet worden. De minister benadrukt dat bij de uitvoering van dit soortenbeschermingsprogramma geen extra verplichtingen op de schouders van de landbouwers gelegd zullen worden.
Vrijwillige overeenkomsten
De Meyer vroeg ten slotte hoeveel vrijwillige overeenkomsten al afgesloten werden. In opdracht van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen werden namelijk enkele landbouwers gecontacteerd en werd gepeild naar mogelijke interesse. Tot op heden werden nog geen vrijwillige overeenkomsten afgesloten. De administratie meldde positieve reacties van de betrokken landbouwers aan de minister.
Standpunt Boerenbond
Het hoeft geen betoog dat de realisatie van deze extra natuur in het overblijvende agrarische gebied op de Linkerscheldeoever een slag in het gezicht van de landbouwers is die al duizenden hectaren opgeofferd hebben. In 2009 formuleerde Boerenbond al met enkele lokale bestuursleden in de audit achtergrondnota Natuur dat er extra gebieden voor bruine kiekendief nodig zouden zijn. De voorstellen werden toen naar de vuilbak verwezen. Er zijn voor Boerenbond echter nog verschillende onduidelijkheden: hoe zit het met de tijdelijkheid van deze natuur? Kan er een overeenkomst voor minder dan 5 jaar afgesloten worden? Welke financiële middelen staan er tegenover? Wat is de complementariteit met de vergroening in het GLB? Voor Boerenbond zijn de vrijwilligheid van de maatregelen en de garantie op tijdelijkheid van deze natuur cruciaal. De signalen die Boerenbond ontvangt geven alleszins geen blijk van positieve reactie.

FOTO: Pascal De Munck
ONDERSCHRIFT: Het Havenbedrijf Antwerpen stelde met Natuurpunt en het ANB een soortenbeschermingsplan op voor de bruine kiekendief voor de periode 2014-2019. Naast maatregelen binnen het GRUP Zeehavengebied Antwerpen, vermeldt dit soortenbeschermingsplan ook foerageergebied in agrarisch gebied, buiten de grenzen van het GRUP.(Boer & Tuinder, Stijn De Roo, regioconsulent Boerenbond)

Werken kruispunt N47/E17 Lokeren naderen!

“Bijzonder belangrijk voor onze Wase verkeersveiligheid zijn de werken aan het kruispunt N47/E17 te Lokeren,” aldus Vlaams volkvertegenwoordiger Jos De Meyer, die bij minister van Mobiliteit en Openbare Werken Ben Weyts blijft aandringen op de nodige spoed in dit dossier.

In opvolging van zijn vroegere vragen ondervroeg het parlementslid de minister opnieuw over de aanbesteding, de fasering, de kostprijs, de uitvoeringstermijn en de communicatie hierover.

De minister gaf volgend antwoord:

“Het dossier wordt momenteel voorbereid voor publicatie. Afhankelijk de beschikbaar¬heid van budgetten na het afwerken van het regulier investeringsprogramma volgt de aanbesteding eind 2015, dan wel in 2016.

De werken worden in een zestal fasen opgesplitst zodat er verkeer mogelijk blijft over de N47. De doorgaande verbinding langs de N47 Lokeren-Zele blijft beschikbaar op verminderde capaciteit van telkens één rijstrook per rijrichting.
De deelfasen worden zodanig georganiseerd dat de industriezones langs de N47 bereikbaar blijven.

Er is € 2.500.000 (incl. BTW) voorzien op het reserveprogramma van 2015.

De uitvoeringstermijn van de werken zal, naar schatting, 120 werkdagen bedragen.

Na de aanbesteding en zodra de definitieve timing en fasering zijn gekend, zal het Agentschap Wegen en Verkeer, samen met de stad, een infomoment voor bedrijven en omwonenden voorzien.”

De Meyer hoopt dat deze zo noodzakelijke werken in 2016 eindelijk zullen uitgevoerd worden!

Het Waasland wacht nog steeds op financiële middelen van de vroegere Boelwerf!

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer: “Op de site “de zaat”, de ex-terreinen van de Boelwerf in Temse, staat het monument “de Zaatman”, een blijvende hulde aan de Vlaamse scheepsbouwers. Het monument is een realisatie van de vzw de zaatman. Op 29 oktober 2015 zal het tien jaar geleden zijn dat het beeld plechtig werd ingehuldigd en dat “jubileum” wordt dit jaar op 29 oktober herdacht.”

Na syndicale actie en langdurige bedrijfsbezettingen werd een sociale enveloppe verkregen om de gevolgen van de sluiting van de Vlaamse scheepswerven op te vangen. Na betaling van de laatste financiële verplichting ingevolge de afgesloten collectieve arbeidsovereenkomsten – in het bijzonder inzake brugpensioen – werd de vzw vereffend met een positief saldo. Dit geld diende terug overgemaakt te worden aan de Vlaamse overheid. Dat is ook gebeurd. Op 8 februari 2012 besliste de Algemene Vergadering van de vzw Begeleidingsfonds Boelwerf Vlaanderen en de Algemene Vergadering van de vzw Begeleidingsfonds Vlaamse Scheepsbouw Maatschappij tot vrijwillige vereffening van de vereniging.

In de toelichting bij de begrotingsopmaak 2014 kunnen we lezen: “Het Hermesfonds ontving in 2013 twee stortingen: een bedrag van 3.779.990,44 euro van de vzw Begeleidingsfonds Boelwerf Vlaanderen en een bedrag van 204.445,82 euro van de vzw Begeleidingsfonds Vlaamse Scheepsbouw Maatschappij. Er werd bijgevolg een totaalbedrag van 3.984.436,26 euro ten gunste van het Hermesfonds gestort.” Verder stelt de toelichting: “Met deze middelen zullen er projecten worden gefinancierd die de economische relance bevorderen, met bijzondere aandacht voor sociaal-economische streekontwikkeling.

De toelichting bij de begrotingsopmaak 2015 herneemt deels deze informatie maar stelt: “Voor 2015 worden geen nieuwe initiatieven voorzien.”

DE MANIER WAAROP HET SALDO AAN MIDDELEN KAN INGEZET WORDEN, WORDT NOG BEKEKEN, aldus minister Muyters.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer roept het kabinet van de minister van werk Philippe Muyters op om samen te zitten met de burgemeester van Temse en met Interwaas om samen te onderzoeken hoe de resterende middelen zo spoedig mogelijk zinvol kunnen aangewend worden voor projecten van sociale economie in het Waasland en in de gemeente Temse in het bijzonder.
______________________________

3,1 miljoen euro wacht op sociale economie
Bijna 3,1 miljoen euro uit de sociale enveloppe blijft 20 jaar na het faillissement van de Temsese Boelwerf ongebruikt. Er wordt nu bekeken hoe dat geld gebruikt kan worden voor projecten rond sociale economie in het Waasland.
Temse Ruim duizend werknemers, waaronder bijna de helft Temsenaren, verloren hun job toen de Boel-scheepswerf failliet ging. Er kwam een sociale enveloppe om de gevolgen van de sluitingen van de Vlaamse scheepswerven op te vangen.
‘Na betaling van alle financiële verplichtingen, werd 3,98 miljoen euro overgemaakt aan het Hermesfonds. Met die middelen moeten projecten rond sociaal-economische streekontwikkeling gerealiseerd worden’, weet Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V). Hij stelt tegelijk ook vast dat er voor dit jaar geen enkel nieuw initiatief is. Minister van Economie Philippe Muyters (N-VA) liet weten dat er eerder al geld ging naar twee projecten uit de Antwerpse regio. De Steenschuit in Boom, dat langdurig werklozen met interesse voor maritiem erfgoed begeleidt, kreeg 500.000 euro. Werkvormm, dat werkt rond jeugdwerkloosheid, kreeg net geen 400.000 euro. Naar het Waasland, nochtans zwaar getroffen door het Boel-faillissement, kwam nog geen cent.
‘Op de Antwerpse projecten valt niets aan te merken: die zijn heel waardevol’, verzekert de Temsese burgemeester Luc De Ryck (CD&V), die niettemin ook centen naar het Waasland wil zien vloeien. Het zal echter niet gaan om nieuwe sociale tewerkstelling op De Zaat, zoals de vroegere Boelwerf nu heet. ‘De KMO-zone is volzet en biedt ruim duizend jobs: een geslaagde reconversie dus. We vroegen minister Muyters eerder zelf schriftelijk naar het resterende geld uit de sociale enveloppe, maar we kregen geen antwoord. Dankzij het antwoord op de vraag aan Jos De Meyer weten we nu wel waar we aan toe zijn. Gezien de werkloosheidscijfers, zijn projecten voor mensen die moeilijk aan werk raken zeker welkom.’
Geld snel aanwenden
Jos De Meyer roept het kabinet Muyters op om samen te zitten met het Temsese gemeentebestuur en met Interwaas, dat ervaring heeft met sociale tewerkstelling. ‘We moeten onderzoeken hoe dit geld zo snel mogelijk gebruikt kan worden voor projecten rond sociale economie in het Waasland en in Temse in het bijzonder. Gezien de stilte rond het geld, vrees ik immers dat het in de toekomst anders elders wordt aangewend.’
Voor De Meyer is het de hoogste tijd, tien jaar na de onthulling van het monument De Zaatman, een blijvende hulde aan de Vlaamse scheepsbouwers. (Het Nieuwsblad, Guy Van Hoeyland)

Vlaams parlement debatteert over landbouwcrisis

De commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid werd deze week door haar voorzitter Jos De Meyer vervroegd uit vakantie geroepen voor een debat over de landbouwcrisis. Voor Vlaams landbouwminister Joke Schauvliege was dat een gelegenheid om parlementaire steun te krijgen voor Vlaamse maatregelen en voor het Vlaamse standpunt met het oog op de Europese landbouwraad. Nu nog de Vlaamse regering achter al haar maatregelen krijgen…
Klik voor het volledige artikel op onderstaande link.

Grote politieke wil om iets te doen aan landbouwcrisis

In de wegens de crisis vervroegd samengeroepen landbouwcommissie van het Vlaams Parlement ontspon zich een interessant debat over de maatregelen die nodig zijn om de landbouwsector uit het slop te helpen. Vrijwel alle parlementsleden geloven dat het ketenoverleg een historisch resultaat heeft geboekt met een toeslag voor melkvee- en varkenshouders. Waardering is er ook voor de maatregelen die Vlaams minister Joke Schauvliege aankondigt. Samen met het federale maatregelenpakket moet dat het ergste financiële leed verzachten. Rest de vraag of het beleid niet bezig is met pijnstillers toedienen terwijl de oorzaak van de hoofdpijn niet weggenomen wordt. Uit het antwoord van de minister leiden we af dat iedereen zich onderhand bewust is van de structurele problemen. Binnen het ketenoverleg en op Vlaams, federaal en hopelijk maandag ook op Europees niveau werkt men aan de randvoorwaarden om boeren en tuinders weer een toekomstperspectief op langere termijn te bieden.

Tijdens een druk bijgewoonde zitting van de landbouwcommissie in het Vlaams Parlement werd de crisis in de landbouwsector besproken in de aanloop naar de Europese Landbouwraad op 7 september. Even los van de waan van de dag werd daar de vraag gesteld of de land- en tuinbouwsector onderhand niet structureel in moeilijkheden verkeert. Volgens Vlaams parlementslid Lode Ceyssens (CD&V) zijn de Russische handelsboycot en het wegvallen van de vraag vanuit China conjuncturele factoren en hebben ze niets te maken met de structuur van ons landbouwmodel. Stefaan Sintobin van Vlaams Belang is van mening dat er meer aan de hand is: “Al sedert 2004 stel ik vragen over de crisis in de varkenssector. Andere deelsectoren zijn ook in de problemen geraakt en de situatie is alleen verergerd. Is het Europees landbouwbeleid wel wat we er van mogen verwachten?”

Een pessimistisch gestemde Bart Caron, Vlaams volksvertegenwoordiger voor Groen, stelt de zaken nog iets scherper: “We kijken aan tegen een crisis die al heel lang duurt. Ik val het beleid niet af maar de maatregelen die genomen worden, veranderen niet veel aan de situatie. We nemen continu pijnstillers tegen de hoofdpijn maar doen niets aan de structurele oorzaken van die pijn. De Vlaamse landbouw zit vast in een model dat versmachtend werkt door de concurrentiestrijd die we verliezen als gevolg van de hoge kosten en kleinere schaal waarin landbouw in een druk Vlaanderen moet werken. Ons type landbouw kan niet op tegen de grootschaligheid elders in de wereld. Zolang Europa de agro-industrie blijft promoten zijn onze boeren de verliezende partij.”

Bij de oppositie voelt men blijkbaar aan dat landbouw in een straatje zonder eind zit want ook Els Robeyns van sp.a maakt zich zorgen over waar het naar toe gaat met de sector. “Landbouwers nemen alle risico’s maar verdienen niks. Ze gaan mee in de drang naar export en schaalvergroting. Dat is geen verwijt aan hun adres. Op Europees niveau moeten we de landbouw sturen in de richting van andere bedrijfsmodellen. Als dat niet lukt, dan vrees ik dat we in de toekomst nog vaak met een landbouwcrisis geconfronteerd zullen worden.” Het doet haar ook vrezen dat de maatregelen die de ministers Schauvliege en Borsus aankondigden geen structurele oplossingen bieden.

Ook oudgediende Herman De Croo (Open Vld) benadrukt dat structurele problemen om structurele oplossingen vragen. Binnen de meerderheid (CD&V, N-VA en Open Vld) is de urgentie zonneklaar maar is de teneur dat de Vlaamse en federale minister van Landbouw deden wat binnen hun macht ligt en het nu uitkijken is naar Europa. “Minister Schauvliege heeft niet stilgezeten. Nu is het belangrijk dat zij de voltallige steun van de regering krijgt zodat de nodige middelen vrijgemaakt kunnen worden en niet alle centen uit de pot landbouw moeten komen”, zegt Jos De Meyer (CD&V). Hij dringt aan op een snelle implementatie van de maatregelen “omdat het vijf na twaalf is voor de landbouw”. Nog meer dan aan maatregelen op korte termijn hecht hij belang aan het mechanisme waar binnen het ketenoverleg over nagedacht wordt om het landbouwinkomen op langere termijn te stabiliseren.

Francesco Vanderjeugd van Open Vld toont waardering voor het werk van de ministers Schauvliege en Borsus maar lijkt teleurgesteld in Europa. Hij dringt aan op een grondige evaluatie van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Sofie Joosen (N-VA) leidt uit verklaringen van EU-commissaris Hogan af dat hij niet gewonnen is voor een bijsturing van de markt. “Kan België zelf ingrijpen of hoe kan de Belgische delegatie Hogan proberen te overtuigen van de nood aan marktregulering”, wil Joosen weten. Haar partijgenote Grete Remen gelooft dat de agrovoedingsketen verder geresponsabiliseerd moet worden en de overheid hierbij ondersteunend kan werken. “Aan de gedragscode voor goede handelspraktijken moeten bindende regels gekoppeld worden zodat de zwakste schakel meer garanties heeft. Vandaag worden landbouwbedrijven en kleine en middelgrote voedingsbedrijven het slachtoffer van de ratrace tussen retailers.”

Vlaams minister van Landbouw Joke Schauvliege nam akte van alle vragen, suggesties en de responsabilisering van de consument die meermaals te horen was. Ze toonde zich tevreden met de gedachtewisseling in het parlement over de landbouwcrisis, én met de respectvolle manier waarop Vlaamse boeren de alarmbel geluid hebben. In nauw overleg met de sector heeft zij gewerkt aan maatregelen op korte termijn – “om drama’s te vermijden wanneer het water de boer aan de lippen staat” – maar ook aan structurele oplossingen. “Steeds in nauw overleg met mijn Waalse en federale collega want dat is de enige manier om tot een goed resultaat te komen”, aldus Schauvliege. Bij de contacten met de banken en met de actoren van het ketenoverleg waren zowel Schauvliege, Collin als Borsus aanwezig.

In de commissie gaf minister Schauvliege een kort overzicht van de maatregelen die ze op Vlaams niveau voorstelde aan de regering. De overheidstussenkomst in de Rendac-factuur zou nog dit jaar met drie miljoen euro verhoogd worden. In 2016 zou hier in totaal geen 11,3 maar zelfs 14,8 miljoen euro voor vrijgemaakt worden. “Als Vlaamse overheid kunnen we niet rechtstreeks in de markt ingrijpen zodat we zochten naar maatregelen die wel groen licht krijgen van Europa.” In datzelfde rijtje passen ook de volledige terugbetaling van fosfaatstalen (MAP5), een extra bijdrage van 100.000 euro in de factuur van Melkcontrolecentrum Vlaanderen aan de melkveehouders en een versnelde uitbetaling van de inkomenssteun mits daarvoor het fiat van Europa komt. Met de banken is afgesproken dat zij een individuele aanpak hanteren voor klanten-landbouwers die problemen ervaren bij het aflossen van hun schuld. Voor een herfinanciering van een lening of voor de urgente financiering van werkingsmiddelen komt er een Vlaamse waarborgregeling zodat de banken met meer vertrouwen op die vragen van landbouwers kunnen ingaan.

Structureel moet er ook wat veranderen en daar wil Schauvliege graag bij helpen. Ze heeft geld klaar liggen voor een producentenorganisatie van varkensboeren die samen een vuist willen maken en hun onderhandelingsmacht versterken. Verder verwacht ze veel van het nieuwe bedrijfsadviessysteem KRATOS dat boeren zal helpen om hun weg te vinden op de financiële en landbouwmarkten. Promotiebureau VLAM krijgt de opdracht om actief te zoeken naar nieuwe afzetmarkten. Voor zowel zuivel als varkensvlees zijn er grote budgetten beschikbaar met het oog op overzeese promotie. De transparantie in de keten kan nog altijd beter, beseft Schauvliege. De consument betaalt in de winkel vaak het tienvoud van de vergoeding die de producent ontvangt. Meer transparantie begint bij de slachthuizen, waar een zogenaamde ‘black box’ moet garanderen dat de correcte karkasgewichten gewogen en uitbetaald worden. Het overleg met alle sectoren loop ondertussen voort.

Net zoals de Vlaamse parlementsleden verwacht de minister veel van de Europese Landbouwraad van maandag die de crisis als enige onderwerp op de agenda heeft staan. Schauvliege, Collin en Borsus stappen met een gezamenlijk voorstel naar Brussel. Tijdens een persoonlijk onderhoud met EU-commissaris Hogan werden de voorstellen toegelicht. In andere lidstaten worden medestanders met gelijklopende ideeën gezocht. “Ook op EU-niveau ijveren we voor maatregelen op korte én lange termijn. Zo hebben we bij landbouwcommissaris Hogan gepleit voor meer transparantie en een andere berekening van de interventieprijs, één die meer rekening houdt met de kosten. Ook moet de marktmonitoring door de Europese Commissie accurater en moet dat voor de varkenshouderij gebeuren naar het model van de zuivelsector.”

Vooraleer er ballonnetjes opgelaten kunnen worden over aanbodbeheersing wil Schauvliege de ‘level playing field’ op Europees niveau aankaarten. Om een verzekering te kunnen introduceren die de risico’s van exporteurs indekt, moet Europa ook eerst de regels rond staatssteun aanpassen. Om één en ander financieel mogelijk te maken, heeft Schauvliege haar hoop gevestigd op het geld van de superheffing – 22 miljoen euro uit ons land, 880 miljoen in gans de EU – dat is teruggevloeid naar de Europese schatkist.

Het uitgebreide antwoord van minister Schauvliege viel in het Vlaams Parlement in goede aarde. Algemeen is de teneur dat er op Vlaams en federaal niveau goed werk is geleverd, maar blijft de vrees bestaan dat de crisis dieper snijdt en familiale landbouwbedrijven niet opgewassen zijn tegen de brutale prijsvolatiliteit van de (wereld)markt. Een historisch akkoord binnen het ketenoverleg betekent volgens CD&V-parlementslid Jos De Meyer niet dat het werk af is. Partijgenoot Tinne Rombouts hoopt dat het ketenoverleg voortgaat op het huidige élan en vooral werk maakt van een transparante prijsvorming.

“Het ketenoverleg bewijst zijn effectiviteit”, valt Sofie Joosen (N-VA) hen bij. “Het is positief dat de oplossing van de keten zelf komt, de overheid faciliterend werkt en er een aanzet is tot structurele maatregelen.” Joke Schauvliege gaf nog prijs dat Europees commissaris Phil Hogan lijkt te beseffen dat er op korte én lange termijn wat moet gebeuren. Maar verder liet hij niet in zijn kaarten kijken. Aan de buitengewone zitting van de landbouwcommissie in het Vlaams Parlement houdt Schauvliege een goed gevoel over van solidariteit met de boeren en tuinders, evenals de duidelijke wil om iets te doen aan hun problemen.