“Vanuit beleid zorg dragen voor sierteeltsector”

De Vlaamse sierteeltsector ondergaat een laagconjunctuur. Het aantal bedrijven blijft systematisch afnemen en op goede prijzen moeten de bloemen-, bomen-, planten- en knollentelers tegenwoordig ook al niet meteen rekenen. Daarom ondervroeg Jos De Meyer (CD&V) minister Joke Schauvliege in de Landbouwcommissie van het Vlaams Parlement over wat er vanuit het beleid kan gedaan worden om de sector te ondersteunen. De minister toonde zich bezorgd en actiebereid.

Net zoals in andere landbouwtakken is ook in de sierteeltsector de uitstroom de laatste decennia fors toegenomen. Terwijl Vlaanderen in 1980 nog 2.079 sierteeltbedrijven telde, waren dat er vorig jaar maar 408 meer. Daartegenover staat – ook vergelijkbaar met andere landbouwsectoren – dat het sierteeltareaal al die jaren vrij stabiel is gebleven, wat wijst op schaalvergroting. Sierteelt is goed voor 34 procent van de productiewaarde binnen de tuinbouwsector, biedt aan 2.600 mensen een vaste job en realiseert een productiewaarde van 600 miljoen euro en een exportwaarde van 150 miljoen euro.

Maar de sector beleeft moeilijke tijden, en dus vroeg Vlaams parlementslid Jos De Meyer minister Joke Schauvliege wat het beleid kan doen om de sector een duw in de rug te geven. De minister toont zich actiebereid en vindt dat de sierteeltsector een sector is “waar we trots op mogen zijn en waarvoor we zorg moeten dragen vanuit het beleid”. Concreet denkt de minister daarbij aan extra promotie-inspanningen via het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM), of meer investeren in openbaar groen. Dat kan onder meer via het aanplanten van geveltuinen, een relatief nieuwe specialisatie waarover in de praktijkonderzoekscentra (PCS) heel wat nieuwe knowhow en expertise wordt verzameld.

“Ook de promotie van het streekeigen groen dat bij ons wordt gekweekt is in het voordeel van onze siertelers”, aldus minister Schauvliege. “Dat gebeurt onder meer op de website www.groenvanbijons.be. We moeten daarop blijven inzetten om onze lokale besturen daarvan bewust te maken.” We kunnen daarbij volgens De Meyer ook van onze buren leren, verwijzend naar Nederland, waar de Greenports voor een geoliede samenwerking zorgen tussen de overheid, de sector en de kennisinstellingen.

Wat het wetenschappelijk onderzoek betreft, is er de voorbije jaren via de Technopool Sierteelt al een sterke samenwerking tot stand gekomen, gaf Schauvliege nog aan. “Maar ook de Europese erkenning van de Gentse azalea en de Vlaamse laurier als streekproducten met een beschermde geografische aanduiding zijn resultaten van bestaande samenwerkingen”, aldus Schauvliege. “Die erkenningen helpen de promotie in het buitenland enorm vooruit. Op het vlak van logistiek kan er dan weer nog beter worden samengewerkt”, aldus nog Schauvliege.

Geen studieduurverlenging voor industrieel ingenieurs

De ingenieursopleiding moet up-to-date blijven en de studenten voorbereiden op voortdurend wijzigende veranderingen in het toekomstige werkveld, maar dat betekent niet dat er op dit ogenblik nood is aan een verlenging van de studieduur, antwoordde minister Crevits van Onderwijs op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer. Op dit ogenblik zijn de afgestudeerden van de opleiding industrieel ingenieur zeer gegeerd op de arbeidsmarkt, terwijl er ook nog ruimte is voor innovatiestages, vindt De Meyer.

Het volledig verslag vindt u hier: http://ow.ly/TT66r

Sociale huisvestingsmaatschappijen Dendermonde – Sint-Niklaas – wachtlijsten

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer informeerde bij minister van binnenlands bestuur, inburgering, wonen, gelijke kansen en armoedebestrijding naar de wachtlijsten van de sociale huisvestingsmaatschappen in het arrondissement Dendermonde – Sint-Niklaas.
Sociale huisvesting is immers in het kader van de armoedebestrijding bijzonder belangrijk.

ANTWOORD op vraag nr. 925 van 16 september 2015
van JOS DE MEYER

Hieronder vindt u een overzicht met de toestand einde 2014. De kandidaat-huurders zijn verdeeld over standaarddossiers (nieuwe kandidaat-huurders) en mutatiedossiers (zittende huurders).

Gemeente – 2014: standaard, mutatie, totaal – 2012: standaard
– Berlare: 170, 9, 179 – 173
– Buggenhout: 195, 3, 196 – 182
– Dendermonde: 998, 190, 1.123 – 879
– Hamme:429, 81, 504 – 366
– Laarne: 115, 7, 121 – 96
– Lebbeke: 290, 22, 303 – 235
– Waasmunster: 113, 16, 128 – 109
– Wetteren: 447, 72, 515 – 346
– Wichelen: 103, 9, 112 – 91
– Zele: 435, 21, 452 – 399
Totaal Dendermonde: 3.295, 430, 3.633 – 2.876

– Beveren: 924, 215, 1.133 – 872
– Kruibeke: 275, 43, 315 – 263
– Lokeren: 994, 170, 1.154 – 873
– Sint-Gillis-Waas: 216, 13, 227 – 182
– Sint-Niklaas: 2.086, 293, 2.343 – 1.740
– Stekene: 221, 11, 232 – 187
– Temse: 591, 137, 707 – 510
Totaal Sint-Niklaas: 5.307, 882, 6.111 – 4.627

Om de evolutie van de wachtlijsten correct te analyseren moet rekening gehouden worden met de tweejaarlijkse cyclus van de actualisering van de wachtlijsten. De cijfers van 2014 worden dan ook best vergeleken met de resultaten van 2012 die ik aan bovenstaande tabel heb toegevoegd (standaarddossiers, zonder mutaties). De gemiddelde aangroei bedraagt ca. 15% ten opzichte van 2012. Een deel van de aangroei heeft zeker te maken met het optrekken van de inkomensgrens met ca. 13% vanaf 23 december 2013. Enerzijds werd bij de actualisatie in 2013 hiermee al rekening gehouden waardoor minder kandidaat-huurders werden geschrapt. Anderzijds verhoogde deze maatregel natuurlijk ook de instroom op de wachtlijsten in 2014.

De evolutie van de wachtlijst is afhankelijk van de inkomende en uitgaande kandidaat-huurders op de wachtlijst. Deze evolutie is afhankelijk van tal van factoren. Het optrekken van de inkomensgrens heeft, zoals al aangegeven, zowel invloed gehad op het aantal nieuwe kandidaat-huurders als op het aantal geschrapte kandidaat-huurders.

Voor het effectief toewijzen van woningen aan de kandidaat-huurders is het in eerste instantie belangrijk dat het sociaal huurpatrimonium uitgebreid wordt door bijkomende woningen te realiseren en leegstaande woningen te renoveren. In dit verband kan worden gewezen op de inspanningen die gedaan worden om het groeipad binnen het decreet grond- en pandenbeleid te realiseren.

Daarnaast staat ook in mijn beleidsnota dat ik wil afstappen van het principe van levenslange huurovereenkomsten, waardoor op termijn woningen vrij kunnen komen en beschikbaar kunnen worden gesteld aan mensen die meer woonbehoeftig zijn.

Boeiend bedrijfsbezoek bij Van Hoecke!

Sint-Niklaas, 16 oktober 2015- Van Hoecke mocht vandaag hoog bezoek ontvangen. CD&V Sint-Niklaas nodigde immers minister Joke Schauvliege en staatssecretaris Pieter De Crem uit om kennis te maken met een” lokaal bedrijf dat werk maakt van maatschappelijk verantwoord ondernemen”. De partij wil met dit initiatief haar waardering tonen voor alle ondernemers die het economisch hart van de stad en de streek vormen. CEO Peter Van Hoecke licht graag de huidige stand van zaken in zijn onderneming toe.

Investeren in duurzaam ondernemen
Van Hoecke zet heel actief in op duurzaam ondernemen. Alle medewerkers dragen dit uit. De productieprocessen zijn zodanig gekozen dat ze minimaal milieubelastend zijn, de keuze van grondstoffen wordt op een dergelijke manier gekozen dat ze optimaal kunnen gerecycleerd worden. Bij de productontwikkeling van Van Hoecke wordt er permanent gekeken naar een reductie van het transportvolume voor alle bestemmingen van de afgewerkte producten. Als klimaatpioneer van de stad Sint-Niklaas wil Van Hoecke een voorbeeldrol spelen op vlak van milieu, recuperatie van materiaal, reductie van afvalstromen en een gezondere omgeving.

Factory of the future 2016
“We zijn officieel weerhouden als kandidaat voor de zeer belangrijke erkenning van ‘Factory of the Future Award 2016 van Agoria”, licht CEO Peter Van Hoecke toe. “Als kandidaat voor deze Award zetten we sterk in op maatschappelijk verantwoord ondernemen. We nemen als bedrijf de verantwoordelijkheid voor de effecten van de bedrijfsactiviteiten op mens, milieu en bedrijfsvoering. Ons bedrijf maakt bewuste keuzes om een balans te bereiken tussen de drie P’s: People, Planet en Profit. Deze benadering levert lange termijn winst op, zowel voor ondernemers als voor de maatschappij.”
Eigen productie met ambitieuze exportplannen
Sinds 1973 is Van Hoecke invoerder van het meubelbeslag van het Oostenrijkse Blum voor Benelux. Blum is wereldklasse op het vlak van producten en toebehoren voor toepassingen in metaal (staal, aluminium) en kunststof. Aangezien hout daar niet bij hoort , zette dit Peter Van Hoecke aan het denken. “Wat als we de houten lades voor onze klanten(schrijnwerkers en interieurbouwers) voor hen maakten?” Zo ontstond TA’OR, het ladesysteem in hout, als een eigen merk van Van Hoecke. De uitdaging was niet min: Vanaf een bestelling van 1 houten lade reeds kan de klant kiezen uit een oneindig gamma van kleuren en afmetingen, vervaardigt in een state-of-the-art productie in Sint-Niklaas en 72u later ter plekke geleverd. Een ware revolutie in de meubelsector!
Als verdeler van Blum in de Benelux zijn we ook gaan kijken over de grenzen heen. Met TA’OR kunnen wij ons actieterrein gevoelig uitbreiden en waar ook ter wereld proberen marktaandeel te verwerven.”, vervolledigt Peter Van Hoecke. “De eerste handelspartners in Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk zijn vol enthousiasme aan boord, met Franse en Italiaanse partners zijn we in de afrondende fase. En ook vanuit de Verenigde Staten is er interesse voor ons productie-concept. We zijn er klaar voor!“

Continuïteit van de onderneming garanderen
Vanuit de ondernemingsvisie van Van Hoecke staat de persoonlijke groei van de medewerker centraal. Het bedrijf stelt dat de onderneming verder kan ontwikkeld worden doordat ze zelfdragend wordt en enkel door zelfverantwoording van elke medewerker de continuïteit kan garanderen. De medewerkers werken in een uitdagende omgeving, waarbij verantwoordelijkheidszin en initiatief positief ondersteund worden. Teams en medewerkers bepalen zelf de ontwikkeldoelen (technisch en sociaal) en stellen processen continu in vraag ter verbetering van de onderneming.

Doelse kogge in Maritiem Museum

De Doelse kogge krijgt een prominente plaats in het toekomstige Maritiem Museum in Antwerpen. Dat heeft Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) geantwoord op een vraag van volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V). Het nieuwe museum komt op het Droogdokkeneiland. “Het wordt een belevingsmuseum, waarbij naast het tentoonstellen van maritiem erfgoed ook het ervaren van scheepsherstellingen en de zorg voor varend erfgoed centraal zullen staan”, zegt Bourgeois. “De stad Antwerpen heeft zich geëngageerd om de Doelse kogge er te huisvesten. Het project ondersteunt perfect het imago van Antwerpen als wereldhaven met een rijke geschiedenis.” (Het Laatste Nieuws, PKM)

‘Behoefte kind belangrijker dan diagnose’

2.661 In het buitengewoon onderwijs waren in september 2.661 leerlingen minder ingeschreven dan vorig jaar. Dat blijkt uit cijfersdie Jos De Meyer (CD&V) opvroeg bij onderwijs minister Hilde Crevits (CD&V). De daling wordt deels toegeschreven aan de inwerkingtreding van het M-decreet waardoor minder kinderen naar het buitengewoon verwezen worden, maar …

2.661 – In het buitengewoon onderwijs waren in september 2.661 leerlingen minder ingeschreven dan vorig jaar. Dat blijkt uit cijfers die Jos De Meyer (CD&V) opvroeg bij onderwijs minister Hilde Crevits (CD&V).
De daling wordt deels toegeschreven aan de inwerkingtreding van het M-decreet waardoor minder kinderen naar het buitengewoon verwezen worden, maar de trend was het vorige schooljaar al ingezet.

2.318 – Het nieuwe type 9 dat in het buitengewoon in het leven geroepen is voor kinderen met een autismespectrumstoornis noteerde in september 2.318 ingeschreven kinderen, basis- en secundair onderwijs samen. (De Standaard, Tom Ysebaert)
______________________________
Behoefte kind belangrijker dan diagnose

Laat de behoeften van een leerling doorslaggevend zijn, niet de diagnose van een stoornis. De vrije CLB’s suggereren bijsturingen van het veelbesproken M-decreet, na een ‘turbulente’ start.
Het M-decreet heeft de criteria om toegelaten te worden tot het buitengewoon onderwijs strenger gemaakt. In de manier waarop dat is gebeurd, zien de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB’s) nog een ‘struikelblok’. Dat is een van de conclusies die de directeurs van de vrije CLB’s hebben geformuleerd op hun jongste congres.
‘Zoals het decreet nu geformuleerd is, is er nog te vaak een diagnose, een label nodig om ondersteuning te krijgen voor speciale onderwijsbehoeften’, zegt Stefan Grielens, directeur van de koepel van vrije CLB’s. ‘Dat betekent dat je bijvoorbeeld naar een kinderpsychiater moet om eenbriefje te halen. Dan krijg je met wachttijden van een half jaar tot een jaar te maken. Er hangt ook een prijskaartje aan vast voor de ouders.’
‘We zien ook dat ouders op zoek gaan naar een diagnose om de extra ondersteuning op school te kunnen afdwingen, die ze anders niet krijgen. De wereld op z’n kop.’
De vrije CLB’s vragen nadrukkelijk om het label niet langer als criterium te hanteren, maar uit te gaan van de behoeften van het kind. ‘De school en de CLB’s zijn in staat die goed in te schatten,’ aldus Grielens.
Poortwachter
De diagnose is vandaag de sleutel tot ondersteuning en de CLB’s hebben het gevoel in de rol van poortwachter gedwongen te zijn. Zij moeten op een bepaald moment de knoop doorhakken of een kind naar het buitengewoon wordt doorverwezen, of recht krijgt op ondersteuning in het gewoon. En dat dus niet op basis van de behoeften van het kind, maar op basis van de diagnose die het kind al dan niet heeft gekregen. Dat geeft aanleiding tot discussies met ouders en scholen. ‘Die rol ligt ons niet. Wij willen geen poortwachter zijn, wij zijn begeleiders die naar de beste oplossing voor het kind willen zoeken’, zegt Grielens.
De minister vroeg in een brief om in de startfase soepel om te springen met het decreet. ‘Terecht’, vindt Grielens. ‘Maar de inhoud van het decreet laat weinig ruimte voor interpretatie of soepelheid.’
De vrije CLB’s hebben nog aanbevelingen. Zo vinden ze de datum waarop een verslag voor doorverwijzing klaar moet zijn – 1 maart – te vroeg. ‘School en CLB leggen tijdens het schooljaar een traject af met het kind. Dat is niet af in maart. Het zou beter zijn pas na de paasvakantie een beslissing te nemen’, zegt Tine Gheysen, aanspreekpunt M-decreet bij de koepel van vrije CLB’s. Dat er door het decreet tijdens het schooljaar geen attestwijzigingen mogen gebeuren, zit de vrije CLB’s eveneens dwars. Er zijn situaties waarbij een wijziging van onderwijstype in de loop van het jaar noodzakelijk is en dit kan nu niet meer.
Het M-decreet werd op 1 september operationeel. De CLB’s noemen de introductie ervan ‘turbulent maar geslaagd’. De chaos is uitgebleven, stellen ze vast. Toch was het een ‘helse’ periode, met veel stress en overwerk voor de medewerkers. (De Standaard, Tom Ysebaert)

Over B-attesten, uitgestelde proeven en zittenblijven

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ondervroeg – samen met collega’s Ann Brusseel en Koen Daniëls – minister voor Onderwijs Hilde Crevits in de commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement over B-attesten, uitgestelde proeven en zittenblijven.

In de huidige regelgeving kan men met een B-attest toch nog kiezen voor overzitten, en ongeveer 5000 leerlingen per jaar maken ook van die mogelijkheid gebruik. In uitvoering van het masterplan secundair onderwijs wordt overzitten na een B-attest op termijn slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden toegestaan. Op die manier zou het aantal zittenblijvers kunnen verminderen. Het oordeel van de delibererende klassenraad zou er ook meer gewicht door krijgen, omdat het de keuzemogelijkheid van de leerling met een B-attest inperkt. In die beperkende context is het niet uitgesloten dat klassenraden in twijfelgevallen toch nog opteren voor het organiseren van “uitgestelde proeven” (de vroegere herexamens), hoewel dat zoals vermeld zeker niet wordt aangemoedigd.

Minister Crevits antwoordde: “de bedoeling van de maatregel is om het vertrouwen in het oordeel en de professionaliteit van klassenraden en schoolteams weerspiegeld te zien in de keuzes die we maken. Een herexamen heeft vandaag in de regelgeving een uitzonderlijk karakter. Een klassenraad kan, in elke graad en onderwijsvorm, een dergelijke beslissing nemen in het geval ze in het kader van de evaluatie van een individuele leerling noodzakelijk acht. “

“Essentieel is dat het belang van de leerling centraal staat. Het aandeel van de delibererende klassenraad gaan we waarderen en respecteren,” aldus De Meyer.

Het verslag vindt u via onderstaande link.

https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1005159/verslag/1010351

E34 wordt in 2019 uitgebreid

De Vlaamse regering wil in 2019 werk maken van de uitbreiding van de E34. Dat vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) van minister voor Mobiliteit en Openbare Werken Ben Weyts.
De Meyer wilde weten welke maatregelen de regering plant om de mobiliteitsproblemen in het Waasland op te lossen. Die zullen alleen maar groter worden als het Saeftinghedok wordt aangelegd.

Volgens Weyts is de Vlaamse Regering zich daarvan bewust. Hij benadrukt dat de ontwikkeling van het Saeftinghedok onlosmakelijk wordt verbonden met de mobiliteit in de Waaslandhaven en een derde Scheldekruising. Voor de uitbreiding van de E34 is er een plan-MER klaar – een milieueffectenrapport – en kan de procedure voor een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) worden opgestart. Volgens de huidige planning kunnen de werken in 2019 starten. De opmaak van een plan-MER voor de parallelwegen van de E17 staat op het programma van het Agentschap Wegen en Verkeer voor volgend jaar. Voor de ringweg E17-N70 in Sint-Niklaas loopt de procedure voor de opmaak van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP). Alleen voor de ringweg N70-E34 in Vrasene zijn nog geen stappen gezet. (Het Laatste Nieuws, PKM)

Hoe vaak oefent W&Z haar voorkooprecht uit in het Waasland?

GRONDENBELEID
Stijn De Roo, regioconsulent Boerenbond
Waterwegen en Zeekanaal (W&Z) heeft in Oost-Vlaanderen voorkooprecht op vele percelen landbouwgrond. Jos De Meyer (CD&V) vroeg een overzicht voor het Waasland aan Vlaams minister Ben Weyts (N-VA), bevoegd voor openbare werken. De aankoop vanuit W&Z in het Waasland in de periode 2010-2014 is beperkt.

Uitgeoefende voorkooprechten
Het overzicht van de uitgeoefende voorkooprechten per gemeente en per categorie wordt weergegeven in bijgaande figuur. In de periode 2010-2014 kocht W&Z in totaal 16,6 ha aan. In meer dan driekwart van de gevallen ging het over landbouwgrond.
Tegen welke prijs
De Meyer polste naar de gemiddelde prijs voor akkerland en weiland. Een veralgemeende prijs gaf de minister niet, aangezien elke verkoop maatwerk is. De prijs per ha voor een bepaald type grond wordt immers bepaald op basis van lokale factoren zoals de ligging, de aard, de grootte en de gebruikersstatus van het goed (bv. verpacht, niet verpacht). Op basis van de uitgeoefende voorkooprechten van de afgelopen jaren geldt een gemiddelde prijsvork van ongeveer 20.000 tot 80.000 euro per ha. De prijs die W&Z geeft voor een bepaald type grond (akkerland, bouwland, weide …) is doorheen de jaren weinig gewijzigd.
Op basis van welke criteria
W&Z kan voor het maatschappelijk doel van de vennootschap een voorkooprecht uitoefenen op verschillende gronden in het Waasland. Hieronder valt ook de uitvoering van het geactualiseerde Sigmaplan. Indien een perceel in een te realiseren overstromingsgebied binnen het Sigmaplan via het e-voorkooploket aangeboden wordt, overweegt W&Z haar voorkooprecht uit te oefenen. Het is in het kader van de grondenbank van het Sigmaplan dat de gronden in de periode 2010-2014 verworven werden. Minister Weyts stelt dat het voorkooprecht een nuttige tool is die de overheid toelaat te anticiperen op een latere onteigening in het kader van openbaar nut.(Boer & Tuinder)

De zevende dag

Vandaag in De zevende dag een gesprek over de scholenbouw.
Jos De Meyer: ” …de zesde minister van onderwijs in mijn parlementaire carrière, en nu eindelijk aandacht voor visie op lange termijn en monitoring”

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/programmas/dezevendedag/2.41314?video=1.2466058

Kantoor koploper bij commissie

Tussen oktober 2012 en september 2015 schreven 13.902 studenten zich in voor de examencommissie secundair onderwijs. Het gros daarvan (12.860) voor de derde graad, met de bedoeling via deze weg een diploma te halen. Slechts 1.941 van hen behaalden hun diploma of getuigschrift. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) opvroeg bij minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V). De richting bso kantoor/kantooradministratie is veruit het populairst met 5.159 studenten en 923 diploma’s. Op twee staat bso organisatiehulp/organisatieassistentie (1.604 studenten, 311 diploma’s). Op drie vinden we aso humane wetenschappen (1.184 studenten, 95 diploma’s).
De toestroom van kandidaten bij de commissie is groot. In 2005, vóór de andere aanpak, schreven er zich 2.834 mensen in voor de derde graad secundair. Toen al had bso kantoor het grootste aandeel, voor aso humane wetenschappen. (De Standaard, Tom Ysebaert)
______________________________
Leerlingen ‘misbruiken’ examencommissie

‘Ze wedden op twee paarden.’ Johan Van Engelant, directeur van de Vilvoordse school Virgo+, ziet almaar meer leerlingen uit bso kantoor kiezen voor de combinatie van les volgen op school, maar examens afleggen bij de examencommissie (de vroegere middenjury) om een diploma te halen.
Hij schat dat een vijfde van de leerlingen in de derde graad (de jaren 5, 6 en 7) zich al aan de combinatie waagt. De trend werd vorig schooljaar zichtbaar.
‘Eigenlijk is dat misbruik’, vindt Van Engelant. ‘De examencommissie is daar niet voor bedoeld. Ze diende om leerlingen die bijvoorbeeld door ziekte lang afwezig waren via zelfstudie nog een kans te geven.’
De koepel Katholiek Onderwijs Vlaanderen speelde de signalen die hij van zijn scholen opving door aan de onderwijsadministratie. Ook het GO! bespeurt de trend en noemt hem ‘niet ideaal’. Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) laat weten dat er volgende week overleg plaatsvindt. Ze relativeert het oneigenlijk gebruik. ‘Langs de commissie passeren betekent niet per se voor de gemakkelijkste weg kiezen, want de examens worden per graad afgenomen.’
De trend lijkt vooral te verklaren doordat de werking van de commissie sinds 2012 veranderd is. Je kan nu het hele jaar door examen afleggen, tegenover twee zittijden per jaar voordien.
Maar het plaatst een school voor vervelende toestanden. ‘De leerlingen hebben het recht afwezig te zijn op de dag dat ze een examen bij de commissie afleggen’, vertelt Van Engelant. ‘Ze missen een deel stof. Wie ziek is, wordt daarna geholpen door de medeleerlingen. Maar wie wegblijft omdat hij naar de commissie moest, kan op minder bereidwilligheid rekenen. Hetzelfde voor wie het laat afweten in groepswerk.’
Dan is er nog het probleem van de stage. In een beroepsrichting toch goed voor een kwart van het pakket. ‘Ook daar blijken deze leerlingen op sommige dagen afwezig te blijven wegens examenverplichtingen in Brussel. De stagebedrijven vinden dat niet leuk, zij verwachten terecht een engagement van de leerlingen. Wij dreigen dus stageplaatsen te verliezen.’
White collar
Het fenomeen blijkt opvallend te zijn in bso kantoor maar bestaat ook in andere richtingen. Maar kantoor telt wel zonder concurrentie het grootste aantal kandidaten(zie hiernaast).
Vanwaar die grote populariteit? De VDAB dicht de richting weinig kansen toe op de arbeidsmarkt. Van Engelant moet dat alvast voor zijn regio tegenspreken. ‘In het Vilvoordse vinden de afgestudeerden werk. Een deel van het succes is te verklaren doordat het van alle bso-richtingen het meest dewhite collar-bijklank van de propere kantoorjob heeft bij ouders en jongeren, zeker ook bij allochtonen’, meent de schooldirecteur.( De Standaard, Tom Ysebaert)

Al 57 miljoen geïnvesteerd in Vlaams glasvezelnet

Op een vraag van Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V) zegt Vlaams minister van Openbare Werken Ben Weyts (N-VA) dat het rendement van de investering niet meetbaar is. ‘Dat is opmerkelijk’, zegt De Meyer. ‘Hoe kan de minister dan de juiste beleidskeuzes maken?’

De Vlaamse overheid heeft de voorbije tien jaar 57 miljoen euro geïnvesteerd in een glasvezelnetwerk. Dat is aangelegd om allerhande telecommunicatie- en informaticatoepassingen snel met elkaar te verbinden. Het snelle netwerk wordt bijvoorbeeld gebruikt voor de infoborden boven de snelwegen, in universiteiten en onderzoeksinstel- lingen en in de administratieve gebouwen van de Vlaamse overheid.
(De Tijd, Katrien Verstraete)

Binnenkort een referentiekader voor STEM op school

Op dit ogenblik is de administratie bezig met het uitwerken van een referentiekader rond STEM, antwoordde minister Crevits aan Vlaams parlementslid Jos De Meyer. Veel secundaire scholen voor algemeen vormend onderwijs leggen tegenwoordig een accent op die “science, technology, engineering & mathematics,” en nog in oktober wordt het referentiekader daarvoor voorgelegd aan de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) voor een spoedadvies dat dan tegen half november in de scholen is. Wat STEM in de eerste graad betreft, herhaalt de minister het eerder ingenomen standpunt dat STEM wel een manier is om als verdieping een alternatief te vormen voor Latijn, maar dat het niet de bedoeling is om er een soort voorselectie van te maken voor de keuzes naar de tweede en de derde graad van het secundair onderwijs. Het is van belang dat leerlingen kunnen kiezen voor de richting van hun keuze, ook in de tweede graad, ook in het bso en het tso.
Belangrijk is dus zeker in het STEM-verhaal ook duurzaam bouwen aan een sterk beroepsgericht onderwijs. Daarbij is het essentieel dat de huidige tso- en bso-scholen er een duidelijke plaats in krijgen, vindt De Meyer.

https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1001384/verslag/1006481

Verplegers krijgen vierjarige bacheloropleiding

De studieduur voor de opleiding verpleegkunde verlengen was nodig om te voldoen aan de Europese voorschriften, antwoordde minister Crevits van Onderwijs op een vraag hierover door Vlaams parlementslid Jos De Meyer. De opleiding verpleegkunde wordt een vierjarige bachelor met minstens 2300 uren klinische praktijk en zal zo volledig aangepast zijn aan de Europese regelgeving. In de praktijk zal dat voor een groot aantal studenten niet echt een studieduurverlenging worden, omdat ze nu vaak al kiezen voor een extra specialisatiejaar bachelor na bachelor.
In de vernieuwde verpleegopleiding zal de mogelijkheid tot specialiseren en differentiëren ingebed worden, zodat de banaba in feite achterwege kan laten. De contractstage die ook in de opleiding voorzien wordt zou eventueel kunnen vergoed worden.
Studenten die vertraging oplopen in hun studietraject houden de mogelijkheid om af te studeren in het huidige systeem, en aan de HBO5-opleiding verpleegassistent worden geen veranderingen aangebracht. Op die manier blijfven de hoge kwaliteit van de Vlaamse verpleging en ook de verschillende leerwegen bewaard, stelt De Meyer.

https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1001384/verslag/1006539

Schaalvergroting aandachtspunt voor commissie Landbouw

De commissie Landbouw van het Vlaams Parlement wil het komende werkjaar van schaalvergroting in de land- en tuinbouwsector een aandachtspunt maken. De aanleiding voor de parlementaire commissie om meer aandacht te besteden aan het thema schaalvergroting vormt het rapport ‘Schaalgrootte en schaalvergroting in de Vlaamse land- en tuinbouw’ van het Departement Landbouw en Visserij. “Hoewel het rapport al begin 2014 verscheen, is het nog steeds zeer actueel”, legt CD&V-parlementslid Jos De Meyer uit. “Na het lezen rezen bij mij vanzelf een aantal vragen: Waar leidt het fenomeen schaalvergroting toe? Hoe lang kan die trend nog aanhouden? Hoeveel bedrijven blijven er dan nog over? En vinden we dat dan een normale of gewenste ontwikkeling of moeten we kijken of beleidsmatige bijsturing noodzakelijk is?”

Volgens Joke Schauvliege, Vlaams minister voor Landbouw, is het belangrijk dat er over dit punt een ruim debat komt, maar ze wijst er wel op dat de overheid een bepaald landbouwmodel niet kan opleggen. “Ik geloof in de vrijheid van ondernemen en in de diversiteit van onze Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven”, klinkt het. “Maar het debat over schaalvergroting is één van de structurele discussies die we moeten voeren in verband met de marktsituatie die zich vandaag voordoet.”
De Meyer beseft dat die vragen niet eenvoudig te beantwoorden zijn. “Om daarin verder te geraken, moet het fenomeen dieper worden uitgespit per sector of op bedrijfsniveau. Daarnaast lijkt een brede discussie over deze problematiek zeer wenselijk, in elk geval binnen de landbouwsector, maar wellicht ook met de maatschappij.” Hij wijst erop dat het ook belangrijk is om aan te geven dat er naast schaalvergroting ook nog andere strategieën zijn die land- en tuinbouwers kunnen hanteren om voldoende inkomen te genereren of om de marge veilig te stellen. Het opnemen van verbredingsactiviteiten, de keuze voor een andere productiewijze of de productie van een nicheproduct zijn slechts enkele voorbeelden.
Een werkbezoek van de commissie Landbouw aan Nederland, waar de problematiek rond schaalvergroting al langer speelt, lijkt De Meyer een goede aanvulling op heel de discussie rond het thema. Hij krijgt meteen bijval van Bart Caron van Groen. “Ik zou het een fantastisch werkpunt vinden om in de werkzaamheden van deze commissie daar nog wat meer aandacht aan te besteden, bijvoorbeeld door eens met een aantal sectororganisaties of zelfs met buitenlandse experts, via hoorzittingen of een ander model, van gedachten te wisselen. Misschien kunnen we daar ook inspiratie, ideeën en voorstellen uit halen. Ik wil er dan ook echt voor pleiten om dit als werkpunt mee te nemen, ten bate van de landbouw, welk type landbouw dat ook is.”
Ook hun NV-A-collega Jelle Engelbosch schaart zich achter dit voorstel. “Maar we moeten het debat wel zonder taboes durven voeren. Het enige wat voor ons niet kan, is dat door schaalvergroting de milieudruk zou vergroten. Het is ook zeer belangrijk dat wij de huidige werking van de markt in de landbouwsector in vraag durven stellen.” Hij verwijst daarbij naar het voorstel rond warme sanering voor de varkenshouderij. “We moeten zien dat we geen pervers effect krijgen door vandaag financiële ondersteuning voor een warme sanering te geven en binnen een aantal jaren ondersteuning te geven voor de uitbreiding van de sector en schaalvergroting”, stelt Engelbosch.
Ook vanuit Open Vld is er animo om extra aandacht te besteden aan schaalvergroting. “Daarbij moeten we wel een aantal factoren voor ogen houden”, stelt Herman De Croo. “Ten eerste blijft de landbouwoppervlakte beperkt. Die zal niet meer verruimen, integendeel zelfs. Het is ook algemeen geweten dat het aantal beroepspersonen dat actief is in de sector, krimpt. En de ‘vervennootschappelijking’ van de sector is ook niet meer tegen te houden. Tegelijk moet er ook rekening gehouden worden met factoren als erosie, ruimtelijke ordening, natuur, enz.”, waarschuwt De Croo voor de complexiteit van het thema.
Volgens Vlaams minister van Landbouw Joke Schauvliege was het dan ook juist de bedoeling van de studie van de landbouwadministratie om een debat rond schaalvergroting op gang te brengen. “Het klopt dat in de studie veel vragen staan en niet altijd antwoorden. Maar ze bevat heel wat inzicht in de structuur van de belangrijkste land- en tuinbouwsectoren waarin de bedrijven de neiging hebben om te groeien. Er wordt vaak heel filosofisch over de landbouw gesproken, maar het is goed dat het op basis van objectieve gegevens gebeurt”, klinkt het.
Schauvliege wijst er op dat de discussie over de toekomstige ontwikkelingen van de landbouw op drie niveaus moet gevoerd worden. “Eerst en vooral binnen het bedrijf zelf. Vanuit de overheid kunnen we niet een bepaald bedrijfsmodel opleggen en betuttelend optreden. Elke ondernemer moet zelf beslissen welke strategie het meest geschikt is voor het eigen bedrijf.” Tegelijkertijd vindt de minister dat ook de bij de land- en tuinbouw horende toeleveraars, dienstverleners en afnemers aandacht moeten hebben voor het thema. “En tenslotte is er de omgeving: hoe gaan omwonenden om met grotere bedrijven en wat is de milieudruk? Met al deze aspecten moet rekening worden gehouden”, luidt het.
De minister benadrukt ook dat schaalvergroting niet de enige manier is om het inkomen te waarborgen als de marges dalen. “Alternatieve strategieën zijn verbreding of differentiatie, alternatieve productiewijzen of productie van nicheproducten. Iedere ondernemer moet zelf bekijken wat voor hem het meest haalbaar is binnen de op het bedrijf aanwezige interesses, capaciteiten en mogelijkheden”, stelt ze. Voor Schauvliege moet er gestreefd worden naar diversiteit bij de bedrijven. “Maar een duidelijke strategie hebben is niet voldoende, het is ook belangrijk om goed met cijfers om te kunnen gaan. Voldoende financieel en bedrijfseconomisch inzicht is cruciaal. Ook de behoefte van landbouwers voor het afdekken van prijsrisico’s, neemt toe.”
Volgens de minister is het dan ook meer dan waardevol om het debat over schaalvergroting aan te gaan. “Dat behoort ook tot de structurele discussies die we moeten voeren over de marktsituatie die zich vandaag voordoet. Maar het zou fout zijn om vanuit de overheid een bepaald bedrijfsmodel op te leggen. Daar geloof ik niet in. Het is aan de vrijheid van de ondernemer om daarover te beslissen. Maar waar we kunnen, moeten we als overheid die ondernemer wel ondersteunen.” (Vilt)

Meer kleinschalige DBFM-projecten voor morgen!

“Alternatieve financiering bij scholenbouw zal in de toekomst evenwel noodzakelijk blijven willen we de bestaande wachtlijsten effectief aanpakken, gelet op de huidige beschikbare overheidsmiddelen. De gewijzigde financiële omgeving, de concrete ervaringen die de architecten, aannemers, AGIOn, schoolbesturen en onderwijskoepels ondertussen met het DBFM-concept hebben opgedaan, maken dat het vandaag wellicht mogelijk is om de schaal van de DBFM-projecten enigszins te verkleinen. In de conceptnota Masterplan Scholenbouw wordt daarom reeds aandacht besteed aan het uitwerken van mogelijke, nieuwe, kleinschalige projectspecifieke DBFM-projecten waarbij lering wordt getrokken uit de verschillende ervaringen opgedaan in het huidige DBFM-programma ‘Scholen van Morgen’. De Vlaamse Regering keurde op 17 juli 2015 op mijn initiatief het voorstel van plan van aanpak in die zin goed,” antwoordde minister Crevits op de vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer welke lessen zullen getrokken worden uit de huidige PPS-operatie.

Het totale investeringsbedrag van het DBFM-programma ‘Scholen van Morgen’ bedraagt 1,5 miljard euro.
De globale geraamde kost terzake, inclusief de bijpassingen aan het contractuele kader omwille van externe factoren, kan geraamd worden op ca. 0,2% van de investeringskost en bedraagt iets meer dan 3 miljoen euro.

AGIOn geeft mee dat tot op heden 161 DBFM-projecten een bouwvergunning hebben verkregen, 8 projecten volledig gerealiseerd en in gebruik genomen zijn, 115 projecten zich in de bouwfase bevinden, 38 projecten in de aanbestedingsfase zitten en 4 projecten zich in de ontwerpfase bevinden.

Begin september 2015 waren reeds 134 individuele DBFM-contracten ondertekend tussen de inrichtende machten en de DBFM-vennootschap. Voor de meerderheid van de resterende DBFM-projecten zal dit jaar nog een individueel DBFM-contract ondertekend worden, aldus de DBFM-vennootschap.

De globale kost die de overheid maakt om Katholiek Onderwijs Vlaanderen (KOV), het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten (OVSG), Provinciaal Onderwijs Vlaanderen (POV) en het GO! toe te laten om de inrichtende machten te begeleiden bij het DBFM-programma ‘Scholen van Morgen’ kan over de volledige periode van het DBFM-programma geraamd worden op circa 4 miljoen euro. Deze toelage van AGIOn aan de onderwijskoepels en het GO! bestaat enerzijds uit een basistoelage en anderzijds uit een recurrente toelage in functie van het aantal vierkante meter schoolinfrastructuur waarvoor een individueel DBFM-contract werd ondertekend. Tot op heden werd bijna 750.000 euro aan toelagen uitbetaald.

Jos De Meyer vindt het belangrijk om het kind niet met het badwater weg te gooien.
Hij gelooft er in dat meer kleinschalige PPS-projecten er in de toekomst zullen toe bijdragen om de wachtlijsten verder weg te werken.
Zij waarborgen vermoedelijk een meer flexibele werking en zorgen ervoor dat de opgebouwde knowhow niet verloren gaat.