Eresenator Ferdinand De Bondt verdient een straatnaam in Sint-Niklaas!

Vlaams volksvertegenwoordiger en gemeenteraadslid Jos De Meyer vindt dat eresenator Ferdinand De Bondt een straatnaam verdient in Sint-Niklaas. Daarom vroeg hij dit punt te agenderen op de volgende gemeenteraad van vrijdag 18 december.
De grote verdienste van wijlen eresenator Ferdinand De Bondt is in Sint-Niklaas, in het Waasland en in heel Vlaanderen genoegzaam bekend, aldus De Meyer.
De Bondt, geboren op 23 september 1923 in Sint-Niklaas, was gecoöpteerd Senator voor CVP van 11 april 1968 tot 24 november 1991. In 77 werd hij Staatssecretaris voor de Hervorming van de Instellingen in de regering Tindemans II; hij was belast met het omzetten van het Egmontpact in wetteksten waarbij hij uitging van een ruime federalistische interpretatie.
De Bondt was rechtlijnig en overtuigd Vlaming. Hij was naast openbaarvervoerspecialist, voorvechter voor het behoud van de Wase Scheldepolders. Vanaf de eerste plannen voor de expansie van de haven van Antwerpen was de Bondt actief in de strijd om de havenexpansie te beperken en landbouw en bewoning te vrijwaren. In 1978 werd in het gewestplan de zogenaamde De Bondtlijn vastgelegd (die het polderdorp Doel voor verdwijnen behoedde).
Eresenator De Bondt overleed op 22 februari 2014, op 91-jarige leeftijd.
“Ferdinand De Bondtstraat” zou hem de eer geven die hem toekomt!

Crisis bij varkensboeren nog lang niet opgelost

Jos De Meyer: “Blijvers een toekomstperspectief geven, wijkers sociaal begeleiden.”

Op de dag dat de Europese steun van 3,6 miljoen euro aan de varkensboeren werd uitbetaald, is het Belgische overleg vastgelopen. De landbouworganisaties, retail, slachthuizen en vleesverwerkers onderhandelden drie maanden over hoe en wie de beloofde 24 miljoen euro aan de boeren zou betalen. Gisteren bleek dat de verschillende partijen geen engagement wilden of konden aangaan.
Van onze redactrice Inge Ghijs
1. Colruyt, Makro en Carrefour beloofden gisteren na het mislukken van het overleg dat ze tijdelijk 10 cent per kilo vlees aan hun varkensboeren zouden betalen, Delhaize 18 cent. Zijn de varkensboeren nu gered?
Helemaal niet. De supermarkten betalen het geld rechtstreeks aan de boeren die aan hen leveren, maar dat is maar een kleine groep. Zeventig procent van het varkensvlees dat in Vlaanderen geproduceerd wordt, is voor de export. Van die overige dertig procent gaat een groot deel naar de slagers. Net daarom wilden de landbouworganisaties een fonds waarin alle partners in de keten geld zouden storten om te verdelen onder de varkensboeren.
2. Waarom is dat niet gelukt?
‘Aan de melkboeren konden we een extra steun geven van 2,7 cent per liter melk’, zegt Jacques Steenbergen van de Belgische Mededingingsautoriteit. ‘Maar een gelijkaardige hulp aan de varkenssector kan niet, omdat de crisis daar structureel is, en Europa zulke steun nooit zou aanvaarden. Er zijn wel mogelijkheden om de varkensboeren te helpen, maar een concreet plan heb ik daarover niet gekregen.’
3. Gaan de consumenten meer betalen?
De supermarkten zeggen dat ze het niet zullen doorrekenen. Misschien is dat meteen ook de zwakte van het verhaal: consumenten leren zo niet dat we ons voedsel te goedkoop betalen. Bovendien zal het engagement tijdelijk zijn als de supermarkt de meerkosten moet dragen.
4. Zou zo’n toeslag een oplossing zijn voor de boeren?
Hij zou even soelaas brengen – eind december moeten leningen worden afbetaald – maar is zeker niet de oplossing op lange termijn. De varkenssector is al acht jaar in crisis door de te lage prijzen als gevolg van een Europese overproductie.
5. Wat is dan wel de oplossing?
Volgens Hendrik Vandamme van het Algemeen Boerensyndicaat is een warme sanering, waarbij de overheid middelen vrijmaakt om boeren te begeleiden bij het stopzetten van hun bedrijf, de enige mogelijkheid omdat anders de sector gewoon doodbloedt. Maar noch de Boerenbond noch de regering wil daarvan weten omdat de overblijvende boeren daardoor nog geen betere prijs krijgen. De Nederlanders of Duitsers zullen dan gewoon meer varkens kweken en de prijs laag houden.
‘Elke boer moet een bedrijfseconomische analyse maken. Er zullen blijvers en wijkers zijn. De overheid moet maken dat wie wil stoppen, dat op een verantwoorde sociale manier kan doen’, zegt Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V). ‘Maar zonder een faire prijs en meer macht voor de boer zullen ook de overblijvers geen behoorlijk inkomen hebben. De varkenssector heeft producentenorganisaties nodig: boeren die zich verenigen en als groep onderhandelen met de andere spelers in de keten over de prijs. De minister heeft ook geld om de oprichting en werking te ondersteunen.’
‘Het zou ook niet meer zo’n taboe mogen zijn om als varkenshouder op contract te werken, wel voor een eerlijke prijs. In andere sectoren, zoals aardappelen, is dat al veel meer ingeburgerd.’
‘Nog een optie is zelf je varkensvlees vermarkten. Maar in elk dorp is er ruimte voor zo één varkensboer, twee zou al te veel zijn’, zegt De Meyer. ‘Ook kan de boer kiezen voor nichemarkten en andere soorten varkens kweken waarvoor wel meer betaald wordt.’
Een voorbeeld is het Belvid’ha varken dat dinsdag werd voorgesteld: een kruising van het Belgisch Landvarken en een Piétrain. Belvid’ha is grootgebracht op basis van een specifiek rantsoen, rijk aan algen, waardoor het vlees rijk is aan omega 3-vetzuur.
‘Diversificatie is wat we nodig hebben’, zegt ook Pieter Verhelst van de Boerenbond. ‘Want met ons standaardvarken redden we het niet. Daarom hebben we de Belgian Pork Group opgericht, waarbij we slachterijen, versnijderijen en verwerkers samenbrengen om te investeren in de ontwikkeling van nieuwe soorten, een individuele boer kan dat niet.’
6. Hebben andere spelers in de varkensketen het ook moeilijk?
Er wordt in de sector echt nog wel geld verdiend, in de slachthuizen en de vleesverwerkende bedrijven. Deze week stelde de Fod Economie vast dat de prijs van varkensvlees voor de consument constant blijft maar dat de boer steeds minder krijgt. De kloof wordt dus groter. (De Standaard, Inge Ghijs)

Gelijke bezoldiging directies Basisonderwijs prioritair bij financiële ruimte!

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer kaartte in de commissie Onderwijs van het Vlaams parlement de problematiek aan van de bezoldiging van directies Basisonderwijs op basis van het leerlingenaantal van hun school. Directeurs van scholen met 350 leerlingen en meer worden bezoldigd volgens weddeschaal A, directeurs van scholen met 180 tot 349 leerlingen krijgen salarisschaal B, en directeurs van scholen met minder dan 180 leerlingen krijgen salarisschaal C.
De taken en verantwoordelijkheden van een directeur in een kleine school zijn echter vergelijkbaar met die van een directeur van een grotere school en de salarisschalen zouden dan ook gelijkgeschakeld moeten worden, vindt De Meyer.

“Het is bekend dat veel directeurs basisonderwijs ontevreden zijn over hun bezoldiging, waarin rekening gehouden wordt met het leerlingenaantal van de school. Deze regeling is er gekomen door de uitvoering van verschillende cao’s. Deze differentiatie houdt niet in dat we het werk van de directeur in een kleine basisschool minder waarderen of dat we denken dat het daar minder druk is. Ik ben daar ook mee geconfronteerd, maar in de huidige budgettaire context is het moeilijk om een loonsverhoging te realiseren. Het gaat eigenlijk om een gelijkschakeling. Volgens mij is dat een van de prioriteiten zodra er extra middelen komen,” antwoordde minister voor Onderwijs Hilde Crevits.

Aflossingplan op maat voor leningen nationaal waarborgfonds

Verscheidene scholen die nog bouwleningen moeten afbetalen aan het Nationaal Waarborgfonds zijn daardoor in financiële problemen geraakt. Die leningen werden immers afgesloten in periodes van hoge interestvoeten, en de afbetaling eiste een onevenredig groot aandeel op van de werkingskosten van de scholen. Reeds jaren brengen we deze problematiek ter sprake, en nu komt er eindelijk een oplossing met een stappenplan dat ondertussen ook is doorgesproken met de federale overheid.
De federale Inspectie van Financiën had voorgesteld om beslag te leggen op de volledige werkingsmiddelen van de scholen met afbetalingsproblemen, maar zo ver komt het gelukkig niet: de scholen moeten kunnen overleven. Voor elke school wordt daarom een aflossingsplan op maat uitgewerkt. Er komt nu schot in de zaak: voor twee scholen is al een concreet voorstel tot oplossing uitgewerkt.
Beter laat dan nooit…

Toekomstplan voor de varkenshouderij in Vlaanderen

“In de varkenshouderij is het niet vijf voor, maar vijf na twaalf. De toestand is ronduit dramatisch,” aldus Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer in de plenaire zitting van het Vlaams parlement.

In de pers lezen we dat 20 tot 30% van de Vlaamse varkensboeren virtueel failliet is. Hun betalingsachterstallen lopen op tot 250.000 euro, maar het kan gaan tot 500.000 of zelfs 1 miljoen euro.
De sector staat voor 5.000 varkenshouders in Vlaanderen, goed voor 1,5 miljard euro productiewaarde, en een ganse keten van toeleverings- en afzetbedrijven.
Een toekomstplan kan inhouden dat:
-sommige bedrijven heroriënteren en meer toegevoegde waarde op een bedrijf creëren;
-zelfstandig verder werken en gesterkt worden door branche- of producentenorganisaties;
-kiezen voor contracten maar dan wel voor een faire prijs;
-sommige bedrijven spijtig genoeg moeten stoppen maar dan wel op een menswaardige manier en bij faillissement met verschoningsgronden.

Een toekomstvisie vergt een sterk engagement van de bedrijfsleiders, van de ganse keten en van de Vlaamse en Europese overheid.
Lees ook het verslag:

https://www.vlaamsparlement.be/plenaire-vergaderingen/1020183/verslag/1021146

Samenwerkingsproject lerarenopleiding

Afgestudeerde masters die in het onderwijs willen werken, moeten naast hun vakdiploma ook nog een onderwijsbevoegdheid halen. Vroeger gebeurde dat meestal aan de universiteit zelf, in de aggregaatsopleiding, maar een groeiend aandeel afgestudeerden kiest tegenwoordig voor een cursus aan een centrum voor volwassenenopleiding.

De KU Leuven start vanaf volgend academiejaar met een pilootproject waarin ze gaat samenwerken met enkele centra voor volwassenenonderwijs die zo’n traject lerarenopleiding aanbieden, antwoordde minister Crevits van Onderwijs op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer.

Volgens Brecht Henkens van de Cel Lerarenopleiding in de KU Leuven is het de bedoeling de sterke punten van de opleidingen te combineren. De universiteit biedt een vakdidactische specialisatie, de CVO’s kunnen flexibele trajecten aanbieden. Voorlopig gaat het om een beperkt aantal vakken die aan de centra voor volwassenenonderwijs zullen worden gedoceerd door docenten van de universiteit met wie het centrum samenwerkt. Het pilootproject zal in eerste instantie enkel toegankelijk zijn voor cursisten met bepaalde masterdiploma’s . Die kunnen zich inschrijven in een Centrum voor volwassenenonderwijs en vallen dus ook volledig onder de CVO-regelgeving. Dat betekent dat ze geen punten van het universitair leerkrediet moeten inzetten.

Stages in het onderwijs blijven toegankelijk voor iedereen die een lerarenopleiding volgt, in gelijk welk systeem. De gewone specifieke lerarenopleiding (SLO) aan de universiteit (het vroegere aggregaat) blijft bestaan.
Dat de universiteit dit pilootproject start, is op zich een goede zaak, stelt De Meyer, want het toont haar bekommernis voor het academisch niveau van de lerarenopleiding, maar het is anderzijds ook belangrijk dat de CVO’s verder hun rol kunnen blijven spelen in het aanbieden van die lerarenopleiding.

GRUP Oostelijke tangent Sint-Niklaas eindelijk goedgekeurd!

Vandaag keurde de Vlaamse Regering – op voorstel van minister van Omgeving Joke Schauvliege – eindelijk het GRUP voor de Oostelijke tangent in Sint-Niklaas goed, waarop Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer meermaals aangedrong.
Het Waasland en de stad Sint-Niklaas wachten immers reeds lang op de realisatie van de Oostelijke tangent die meer dan 10 jaar geleden beloofd werd. De Oostelijke tangent maakt trouwens ook deel uit van het Waas mobiliteitsplan.
“Een stap in de goede richting,” aldus De Meyer. Hij zal nu bij de minister van Openbare Werken Ben Weyts aandringen op een spoedige start van de nodige onteigeningen zodat de aanvang van de werken niet verder te lang op zich moet laten wachten.

Vlaams onderwijs vervrouwelijkt verder

Het onderwijs in Vlaanderen vervrouwelijkt verder, antwoordde minister Crevits van Onderwijs op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer.
De vervrouwelijking van het onderwijs doet zich niet enkel in Vlaanderen voor. In alle OESO-landen samen bedroeg het gemiddelde percentage vrouwen 97% in het kleuteronderwijs, 82% in het lager onderwijs, 67% in het lager secundair onderwijs en 57% in het hoger secundair onderwijs. Die percentages liggen in de buurt van de cijfers voor Vlaanderen.
Vrouwen vormen intussen de meerderheid in de groep Vlaamse hoogopgeleiden, en ze overwegen vaker dan mannen een onderwijsloopbaan. Over het algemeen aanvaarden ze ook gemakkelijker deeltijdse of tijdelijke opdrachten, die een belangrijk aandeel vormen in tewerkstelling binnen ons onderwijs.
Behalve in sommige, meestal kleinere, sectoren (zoals het deeltijds kunstonderwijs) gaat de vervrouwelijking echter verder. Vroegere cijfers toonden aan dat vrouwen niet enkel het grootste aandeel leverden van het onderwijspersoneel, maar dat hun aandeel kleiner werd naarmate het ging om jobs met meer prestige. Aan de universiteiten is dat nog steeds duidelijk: het aandeel mannen ligt bij de professoren op dit ogenblik rond 76%, terwijl bij de asssistenten de vrouwen al de meerderheid hebben met 53% tegenover 47% mannen. Bij het administratief en technisch personeel van de universiteiten is het aandeel mannen slechts 38%.
In andere taken met een hoger aanzien lijken de vrouwen echter ook letterlijk de leiding over te nemen van de mannen. Bij de schooldirecteurs in het basisonderwijs was het aandeel mannen in 2004 nog 52%, in 2014 is het gedaald naar 42,5%. In het basisonderwijs als geheel zijn de vrouwelijke directeurs nu in de meerderheid. In het secundair onderwijs zijn we nog niet zo ver, maar een zelfde evolutie tekent zich af: het aandeel mannelijke directeurs is op 10 jaar tijd afgenomen van 73% naar 63%.
Wie de leeftijdscategorieën in het onderwijspersoneel bekijkt, ziet daar geen teken van een kentering: in alle onderwijssectoren is het aandeel vrouwelijke personeelsleden veel groter bij de jongere leeftijdscategorieën dan bij de oudere. In het basisonderwijs is het aandeel “oudere mannen” (60+) nog 25,5%, het aandeel “jongere mannen” (20-24 jaar) is met 9,5% veel lager. In het secundair onderwijs hebben de “oudere mannen” in hun leeftijdscategorie nog een meerderheid van 52%, de “jongere mannen” zijn in hun categorie een minderheid van 25,5%.
De minister hoopt dat de maatregelen die ervoor moeten zorgen dat het lerarenberoep aantrekkelijker en duurzamer wordt, ook zullen leiden tot een kleiner onevenwicht, want hoewel ze geen ruimte heeft om in te grijpen in het aanwervingsbeleid van de scholen vindt ze toch dat diversiteit en evenwicht een meerwaarde zijn voor onderwijsinstellingen.
Maatregelen om het lerarenberoep terug aantrekkelijker te maken zijn zeker nodig, en ze kunnen allicht effect hebben op het genderonevenwicht, vindt ook De Meyer. Hij wijst bovendien op een Amerikaans onderzoek, dat tegen alle verwachtingen in aantoont dat faculteiten die docenten moesten aanwerven over het algemeen in grote mate de voorkeur gaven aan vrouwelijke kandidaten, ook voor STEM-richtingen. Vrouwen geraken volgens dat onderzoek gemakkelijker “gelanceerd” in een academische carrière, maar zelfs dames met een doctoraat zouden minder vaak solliciteren naar benoemingen tot professor. Buiten de professoraten aan de universiteiten echter lijkt het duidelijk: de vervrouwelijking van het onderwijslandschap in Vlaanderen zet zich door, ook bij het bestuurspersoneel.
______________________________
Vlaams onderwijs vervrouwelijkt verder

Het onderwijs in Vlaanderen vervrouwelijkt verder. Dat blijkt uit het antwoord van minister van Onderwijs Hilde Crevits op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V). Zo is het percentage vrouwen in het gewoon basisonderwijs de voorbije tien jaar gestegen van 82 procent naar 86,5 procent en in het gewoon secundair onderwijs van 58 naar 62 procent.
Volgens minister Crevits is de ‘feminisering’ van het onderwijs geen uniek Vlaamse gegeven. In alle OESO-landen samen bedroeg het gemiddelde percentage vrouwen 97 procent in het kleuteronderwijs, 82 procent in het lager onderwijs, 67 procent in het lager secundair onderwijs en 57 procent in het hoger secundair onderwijs. “Deze OESO-gemiddeldes leunen opvallend sterk aan bij de percentages voor Vlaanderen”, aldu s Crevit s.
Vraagsteller De Meyer merkt op dat de vervrouwelijking van het Vlaamse onderwijs zich bijna over de hele lijn doorzet, op enkele kleinere sectoren zoals het deeltijds kunstonderwijs na.
Vroegere cijfers toonden aan dat vrouwen niet enkel het grootste aandeel leverden van het onderwijspersoneel, maar dat hun aandeel kleiner werd naarmate het ging om jobs met meer prestige. Aan de universiteiten is dat nog steeds duidelijk: het aandeel mannen ligt bij de professoren op dit ogenblik rond 76 procent, terwijl bij de assistenten de vrouwen al de meerderheid hebben met 53 procent tegenover 47 procent mannen. Bij het administratief en technisch personeel van de universiteiten is het aandeel mannen slechts 38 procent.
“In andere taken met een hoger aanzien lijken de vrouwen echter ook letterlijk de leiding over te nemen van de mannen”, stelt De Meyer. Bij de schooldirecteurs in het basisonderwijs was het aandeel mannen in 2004 nog 52 procent, in 2014 is het gedaald naar 42,5 procent. In het basisonderwijs als geheel zijn de vrouwelijke directeurs nu in de meerderheid. In het secundair onderwijs zijn we nog niet zo ver, maar een zelfde evolutie tekent zich af: het aandeel mannelijke directeurs is op 10 jaar tijd afgenomen van 73 procent naar 63 procent. (Belga)

Permanente aandacht voor minder antibioticagebruik bij nutsdieren

Antibiotica kunnen dierenlevens redden en dierenleed voorkomen, maar foutief preventief en foutief curatief gebruik van antibiotica leidt tot resistentievorming bij bacteriën. Zo worden ook infecties bij de mens moeilijker te behandelen.

Aangezien het verantwoord gebruik van antibiotica zowel de producent als de consument aangaat, is permanente aandacht hiervoor aangewezen.
Samen met collega’s van de meerderheid dienden we onderstaand voorstel van resolutie in.
http://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2015-2016/g572-1.pdf