Verlichting als er voldoende fietsers zijn op N41 in Belsele

Als er voldoende fietsers gebruikmaken van het fietspad langs de gewestweg N41 zal er openbare verlichting worden geplaatst. Dat heeft Vlaams minister voor Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) laten weten na een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V). Tussen het kruispunt met de Heimolenstraat en de rotonde van de westelijke ringweg beschikt de N41 niet over verlichting. Gevolg is dat ook de fietspaden langs dat deel van de N41 na zonsondergang in duisternis zijn gehuld. En dat blijkt een grote bekommernis in de buurt. In december nog verzamelde sp.a-gemeenteraadslid Hasan Bilici een 300-tal handtekeningen met een petitieactie voor verlichting langs de N41. Ook bij het schepencollege leeft de vraag, omdat er ook enkele fietsoversteekplaatsen op de N41 zijn. Minister Weyts gaat mee in het verhaal, maar wil wel eerst concrete cijfers over het aantal fietsers dat dagelijks gebruikmaakt van dat traject. Het Agentschap Wegen en Verkeer zal het dossier samen met de stad verder aanpakken. (Het Laatste Nieuws, JVS)

Heraanleg E17-N47 Lokeren start in augustus

De heraanleg van het op- en afrittencomplex en de N47 nabij de E17 begint in augustus. “De stedenbouwkundige vergunning wordt binnen enkele dagen verwacht. Het bestek kan dit voorjaar worden afgerond en vervolgens aanbesteed, zodat na het bouwverlof kan worden gestart,” antwoordde minister Ben Weyts (N-VA) op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V). De werken omvatten de herinrichting van de N47 vanaf de Dijkstraat tot en met de op- en afrit aan de kant van Zele. Er komt een nieuwe ontsluiting voor het industriepark E17/3 en het toekomstige E17/4. Ter hoogte van de nieuwe aftakking komt een carpoolparking. De werken zouden zowat 5 miljoen euro kosten. (Het Nieuwsblad, ies)

Gedichtendag

Het kind ziet de dauw
op elk blad als een parel
leest wat een ander niet merkt

(mijn medewerker inspireerde mij om ter gelegenheid van gedichtendag mijn tussenkomst vandaag in de commissie Onderwijs te beginnen met deze door hem geschreven haiku)

Levenslang leren in Vlaanderen mag beter scoren!

Het aandeel van de bevolking dat ook na de leerplicht deelneemt aan onderwijs of vorming (bij ons ongeveer 7%) ligt in Vlaanderen nog steeds lager dan het Europese gemiddelde, bevestigde minister Crevits van Onderwijs na een vraag hierover van Vlaams parlementslid Jos De Meyer.

Uit vroegere studies werd afgeleid dat vooral Nederland en de Scandinavische landen goed scoren, en uit de meest recente Vlaamse Regionale Indicatoren (VRIND, 2015) blijkt dat Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in 2014 de Europese doelstelling gehaald hebben om 15% van de bevolking te betrekken bij “levenslang leren”. Het Vlaamse “levenslang leren” bereikt dat doel voorlopig nog niet.
In het formele volwassenenonderwijs daalt het totale aantal cursisten, hoewel er een sterke toename is bij de inschrijvingen voor de basiseducatie en het onderwijs Nederlands tweede taal. Op vier jaar tijd (vergelijking tussen de cijfers van 2011 en 2015) noteert men daar een toename met 9,6%.
In het leerplichtonderwijs worden de middelen die de scholen krijgen rechtstreeks berekend op het aantal leerlingen. Een basisschool of secundaire school die groeit, kan meer leraren inzetten en krijgt ook meer geld voor leermiddelen. In het volwassenenonderwijs gebeurt dat niet vanzelf. Jaarlijks legt de Vlaamse Regering een groeinorm vast. De laatste jaren mocht het aantal leraarsuren en punten per Centrum voor Volwassenenonderwijs maximaal met 0.8% stijgen.
“Levenslang leren in Vlaanderen mag beter scoren,” concludeert De Meyer.

Samen met minister Crevits op bezoek in een OKAN-klas in Dendermonde

Ruim 3900 anderstalige nieuwkomers krijgen op dit moment onthaalonderwijs voor anderstaligen in het gewoon Nederlandstalig secundair onderwijs. Dat heeft Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits bekend gemaakt tijdens haar bezoek aan een OKAN-klas in het Oscàr Romerocollege in Dendermonde. Sinds het begin van het schooljaar is het aantal anderstalige nieuwkomers in het gewoon secundair onderwijs in het Nederlandstalig secundair onderwijs bijna verdubbeld. In Dendermonde woonde minister Crevits een les bij en ontmoette ze directies en leerkrachten.

Vluchtelingencrisis – Scholen kunnen aanvragen indienen voor huur van tijdelijke klassen

Schoolbesturen kunnen vanaf vandaag een aanvraag indienen voor de plaatsing van tijdelijke klassen. Dat heeft Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits in het Vlaams Parlement geantwoord op een vraag van Jos De Meyer (CD&V).

Het gaat om de plaatsing van modulaire units voor scholen die te maken krijgen met plaatsgebrek in hun klassen door de instroom van leerplichtige nieuwkomers. Minister Crevits maakt 1,1 miljoen euro vrij voor de maatregel.
De voorbije maanden is er een grote stroom van vluchtelingen en asielzoekers op gang gekomen in Europa en Vlaanderen. Leerplichtige leerlingen hebben recht op onderwijs en moeten binnen de 60 dagen in een school ingeschreven zijn. Om tegemoet te komen aan tijdelijk plaatsgebrek in scholen beschikt maakt minister Crevits middelen vrij vo or de huur van tijdelijke klassen.
De units worden gesubsidieerd en gefinancierd voor een periode van minimaal 3 en maximaal 24 maanden met als einddatum 31 december 2017. Het is mogelijk om in de contracten een clausule tot verlenging op te nemen.
Schoolbesturen kunnen zowel aanvraagdossiers als verlengingen indienen bij AgODi, het Agentschap voor Onderwijsdiensten. (Belga)

Feest voor Sint-Antoon

In Puivelde zijn pensen, worsten en varkenskoppen aan de man of vrouw gebracht. Sint-Antoon met het varkentje was daar de aanleiding toe.
In het Sint-Niklase gehucht bestaat deze traditie al lange tijd. Sint-Antoon blijkt er een vaste afspraak te zijn voor sommige bezoekers die jaarlijks op post zijn.
Eerst staat er een eucharistieviering in de Sint-Jobkerk op het programma en daarna volgt de veiling van allerlei lekkers dat met varkensvlees te maken heeft.
In een zijportaal van de kerk worden worsten, pensen, beulingen, spek, varkenskoppen en zelfs bakken appels te koop aangeboden voor het goede doel.
De bezoekers kijken op geen cent omdat het toch voor de goede zaak is. De werking van de lokale gemeenschap kan er alvast wel bij varen. Bovendien zorgt de verkoop voor animo en zelfs grapjes, want er wordt flink wat afgelachen.(Het Nieuwsblad, Sylvain Luyckx – foto: Sint-Niklaas)
Uiteraard was ik hier aanwezig.

Boeren op een Kruispunt schakelt meer psychologen in

In de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement werd Boeren op een Kruispunt geprezen voor zijn erg verdienstelijke werk. Dat gebeurde toen Jos De Meyer (CD&V) de aandacht vestigde op de soms moeilijke sociaaleconomische situatie in de landbouwsector. Een terechte bezorgdheid als je het Vlaams minister Joke Schauvliege vraagt. Zo heeft Boeren op een Kruispunt het voorbije jaar 60 procent meer middelen moeten uittrekken voor de psychologische begeleiding van land- en tuinbouwers. De verwachting is dat de vzw in de toekomst nog vaker een beroep zal moeten doen op gediplomeerde psychologen. Om daarop te anticiperen start een Leader-project ‘Zot van (‘t) boeren’, met de bedoeling om “warme oplossingen te verspreiden om problemen te voorkomen of aan te pakken”.

Uit het verslag van de jongste bijeenkomst van de commissie Landbouw in het Vlaams Parlement spreekt een grote bezorgdheid voor sociale problemen in de landbouw. Problemen die uitgelokt kunnen worden door de huidige economische malaise. Als het over landbouwers in moeilijkheden gaat, dan komt onvermijdelijk Boeren op een Kruispunt ter sprake. De Vlaamse politici die de landbouwdossiers behartigen, schatten de inspanningen van de hulporganisatie naar waarde. Zoveel is zeker. Commissievoorzitter Jos De Meyer heeft het over “zeer verdienstelijk en deskundig werk in moeilijke omstandigheden”.
Ook landbouwminister Joke Schauvliege stak een pluim op de hoed van de vzw. Zij hecht er belang aan dat Boeren op een Kruispunt over voldoende middelen kan beschikken. Met dat geld moet de vzw niet alleen de eigen werking financieren, maar ook externe experten inhuren. Het voorbije jaar hebben land- en tuinbouwers in moeilijkheden bijvoorbeeld veel meer (+60%) nood gehad aan psychologische bijstand.
Gelet op de economische malaise in de landbouw kan je verwachten dat die behoefte de komende periode eerder groter dan kleiner wordt. Daarom start Boeren op een Kruispunt met een nieuw Leader-project ‘Zot van (‘t) boeren’. De komende drie jaar is het de bedoeling om de klassieke voorlichting aan landbouw preventief te verbinden met het reguliere zorgaanbod, de geestelijke gezondheidszorg en OCMW’s. Ook door problemen bespreekbaar te maken en een netwerk van zogenaamde buddy’s op te zetten, wil de hulporganisatie vermijden dat problemen escaleren. (Vilt)
Hieronder staat een link naar het volledige verslag:
http://ow.ly/XiV4e

Minimumpakketten kritisch bekijken

Minimumpakketten, waarmee een school meer uren krijgt dan waar ze volgens de telling recht op heeft, zijn soms nodig om de vrije schoolkeuze te garanderen, maar is het dan logisch dat die school leerlingen mag weigeren of dat ze die uren gebruikt in andere afdelingen?
De minister gaat in op mijn vraag om dat te onderzoeken.
Hieronder staat een link naar het volledige verslag:
https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1022270/verslag/1028881

Flankerend landbouwbeleid Linkerscheldeoever

De gevolgen van de afbakening van het GRUP “afbakening zeehavengebied Antwerpen” en in het bijzonder het flankerend landbouwbeleid Linkerscheldeoever blijft de landbouwgemoederen beroeren. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ondervroeg hierover de verantwoordelijke minister Ben Weyts.
Toen de Vlaamse Regering het toekomstbeeld voor de ontwikkeling van de haven vastlegde, besliste ze tegelijkertijd om een sociaal begeleidingsplan op te maken. Dat plan moet de maatschappelijke gevolgen van de havenontwikkeling opvangen voor al wie getroffen wordt door onteigening. Het sociaal begeleidingsplan werd voorbereid door de bemiddelaar grootschalige Vlaamse infrastructuurwerken en in 2012 definitief door de Vlaamse Regering goedgekeurd. Indien nodig kan het plan nog bijgestuurd worden.

Uit het antwoord van minister Weyts kunnen we volgende punten onthouden:
“Sinds de start van het GRUP “Afbakening Zeehavengebied Antwerpen” (2012) hebben op Linkerscheldeoever (LSO) 110 landbouwers vrijwillig het gebruik van een gedeelte van hun gronden beëindigd, gebruik makend van een financiële vergoeding of in ruil voor compensatiegrond.
Op Rechterscheldeoever (RSO) hebben tot op heden 11 landbouwers vrijwillig hun gebruik in het projectgebied volledig stopgezet, gebruik makend van een financiële vergoeding of in ruil voor compensatiegrond.
Sinds de start van het GRUP “Afbakening Zeehavengebied Antwerpen” (AZA) hebben landbouwers vrijwillig het gebruik van gronden beëindigd voor een totale oppervlakte op LSO van 419 ha en op RSO van 50 ha.
Op LSO zijn twee bedrijfsverplaatsingen momenteel lopende.
Op LSO werden tot op heden 20 adviezen van een erkende adviesdienst terugbetaald, voor een totaal bedrag van 40.971,46 euro.
Een cruciaal element in het flankerend landbouwbeleid is begeleiding op maat. De Vlaamse Landmaatschappij, de bemiddelaar grootschalige infrastructuurprojecten van het departement Mobiliteit en Openbare Werken en de afdeling Vastgoedtransacties van de Vlaamse Belastingdienst hebben veelvuldig contacten met getroffen landbouwers om een oplossing op maat uit te tekenen. Vooral (potentiële) bedrijfsverplaatsingen vragen veel voorbereiding, zowel van de landbouwer zelf als van de overheid. De dossiers in het kader van het havengebied Antwerpen leren dat het niet eenvoudig is om elders in Vlaanderen de nodige vergunningen te krijgen om een nieuw landbouwbedrijf op te starten of uit te breiden. Die context beperkt de mogelijkheden voor een bedrijfsverplaatsing, maar dat kan niet worden opgelost door het flankerend landbouwbeleid bij te sturen.
Een mogelijke bijsturing is de uitbreiding van de mogelijkheden van de grondenbanken, om zo de slagkracht ervan te verhogen. De mogelijke uitbreiding heeft betrekking op het werkingsgebied van de grondenbank LSO en op de samenwerking tussen de grondenbanken:
Bij de start van de grondenbanken is afgebakend in welke gebieden zij gronden kunnen verwerven. Het valt te overwegen om deze afbakening ruimer in te tekenen. De druk op de landbouwgrond in het Waasland is immers sterk toegenomen, onder meer als gevolg van de ruimte die nodig is voor de havenontwikkeling en voor de ermee samenhangende natuurinrichting.
Er zijn verscheidene grondenbanken actief in dezelfde regio. Een nauwere samenwerking tussen verscheidene grondenbanken kan voordelen hebben voor de betrokken landbouwers.
Het patrimonium van de Grondenbank LSO bevat 331ha aan landbouwgronden en gebouwen. 265ha is gelegen binnen de haven- en natuurontwikkeling zoals weergegeven op het GRUP AZA, 66ha is gelegen buiten de haven- en natuurontwikkeling zoals weergegeven op het GRUP AZA. De Grondenbank LSO heeft ongeveer 60ha ruilgrond ter beschikking. (Landbouwleven)
____________________

“110 landbouwers in havengebied hebben deel van hun gronden afgestaan”

110 landbouwers hebben sinds de start van het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) uit 2012 dat het gebied van de Antwerpse haven afbakent, vrijwillig een deel van hun gronden afgestaan. Ze kregen daarvoor een financiële vergoeding of compensatiegrond op een andere plaats buiten het havengebied.

Dat blijkt uit een antwoord van Vlaams minister Ben Weyts (N-VA) aan Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V).

Toen de Vlaamse Regering het toekomstbeeld voor de ontwikkeling van de haven vastlegde, besliste ze tegelijkertijd om een sociaal begeleidingsplan op te maken. Dat plan moet de maatschappelijke gevolgen van de havenontwikkeling opvangen voor al wie getroffen wordt door onteigening. Het sociaal begeleidingsplan werd in 2012 definitief door de Vlaamse Regering goedgekeurd. Indien nodig kan het plan nog bijgestuurd worden.

Op Rechterscheldeoever hebben tot op heden elf landbouwers vrijwillig hun gebruik in het projectgebied volledig stopgezet, gebruik makend van een financiële vergoeding of in ruil voor compensatiegrond. Sinds de start van het GRUP ‘Afbakening Zeehavengebied Antwerpen’ hebben landbouwers vrijwillig het gebruik van gronden beëindigd voor een totale oppervlakte van 419 hectare op Linkeroever en van 50 hectare op Rechteroever. Op Linkeroever zijn momenteel ook twee bedrijfsverplaatsingen aan de gang.

“Een cruciaal element in het flankerend landbouwbeleid is begeleiding op maat”, aldus Weyts. “De Vlaamse Landmaatschappij, de bemiddelaar bij grootschalige infrastructuurprojecten van het departement Mobiliteit en Openbare Werken en de afdeling Vastgoedtransacties van de Vlaamse Belastingdienst hebben regelmatig contact met getroffen landbouwers om een oplossing op maat uit te tekenen. Vooral bedrijfsverplaatsingen vragen veel voorbereiding, zowel van de landbouwer zelf als van de overheid. De dossiers in het kader van het havengebied Antwerpen leren dat het niet eenvoudig is om elders in Vlaanderen de nodige vergunningen te krijgen om een nieuw landbouwbedrijf op te starten of uit te breiden.”

De minister denkt er dan ook aan om de mogelijkheden van de grondenbanken uit te breiden. Op die manier zouden er op termijn meer gronden beschikbaar komen voor landbouwers die op een andere plaats een nieuw bedrijf willen opstarten.
(TV-Oost, Nick De Backer)

Openbaar onderzoek oostelijke ringweg start op 19 januari

Het openbaar onderzoek voor de oostelijke ringweg van Sint-Niklaas gaat op 19 januari van start. Eind deze maand is er een infomarkt in het stadhuis over het ingrijpende wegenproject. De oostelijke ringweg zal de N70 en de Singel verbinden met de E17, waar een nieuw oprittencomplex komt. Met de goedkeuring van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan komt de realisatie in een definitief stadium. “Al blijft een timing geven moeilijk”, gaf Vlaams minister Joke Schauvliege aan op vraag van parlementslid en partijgenoot Jos De Meyer (CD&V). “Het openbaar onderzoek loopt van 19 januari tot 18 maart. Tijdens die periode kunnen bezwaren overgemaakt worden. Op basis daarvan zal het plan binnen de 180 dagen herwerkt worden.” De stad en het Vlaams Gewest organiseren op 26 januari, van 15 tot 20 uur, een infomarkt in het stadhuis. Rechtstreeks betrokken bedrijven en bewoners uit Sint-Niklaas en Temse worden binnenkort apart ingelicht. (Het Laatste Nieuws, JVS)

Gelijk speelveld voor lokale kweekvis en import?

Hoewel aquacultuur vermijdt dat de zeeën leeg gevist worden, heeft kweekvis last van een kwalijke reputatie door een milieuvervuilende productie en vragen omtrent de voedselveiligheid. De Vlaamse viskwekerij Aqua4C voor omegabaars, die onlangs werd geopend, is een voorbeeld van hoe het wel moet: in een gesloten systeem wordt gewerkt met een strikte hygiëne zonder input van hormonen of antibiotica en de vis wordt gevoed met lokale en rendabel geproduceerde plantaardige grondstoffen. Opdat aquacultuur in Vlaanderen alle kansen zou krijgen, is een gelijk speelveld nodig. “Voor voedselveiligheid is dat er, voor duurzaamheid niet”, antwoordt minister Joke Schauvliege op een vraag van CD&V-parlementslid Jos De Meyer.

Wereldwijd wordt jaarlijks ongeveer 97 miljoen ton vis gekweekt. Dat komt neer op ongeveer 43 procent van de globale visconsumptie. “90 procent van de gekweekte vis komt uit Azië”, weet Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V). Wanneer die vis hier ingevoerd wordt, blijkt die niet altijd zuiver op de graat. Zo bevat pangasius uit Vietnam een hoog aantal bacteriën, weliswaar nog binnen de wettelijke norm. Onderzoeksinstituut ILVO en Universiteit Gent die de vaststellingen deden, zien de resultaten van hun microbiologisch onderzoek als “een wake-up call”. Het verschil met de strikte hygiëne van het Vlaamse Aqua4C is volgens De Meyer opvallend. Zorgen zijn er ook over de milieucondities van de Aziatische visproductie.

Op de vraag van Jos De Meyer of er een gelijk speelveld voor aquacultuur bestaat, antwoordt minister Schauvliege deels bevestigend en deels ontkennend. “Op het vlak van voedselveiligheid dienen de ingevoerde visproducten te voldoen aan dezelfde normen. Op het vlak van duurzaamheid gelden er duidelijk andere normen in Europa, die vaak ook strenger zijn.”

Derde landen kunnen slechts visserijproducten exporteren naar de Europese Unie na een gunstige audit door het Voedsel- en Veterinair Bureau van de Europese Commissie. De audits worden op regelmatige basis herhaald. Een lidstaat mag zelf ook controles uitvoeren om te kijken of de producten voldoen. Dat gebeurt bij de grensinspectieposten. Het is het Voedselagentschap dat daarvoor instaat in ons land.

Tot nog toe is de productie van kweekvis in Vlaanderen zeer beperkt, maar daar komt stilaan verandering in. Twee maanden geleden werd in Kruishoutem een grote kwekerij van omegabaars in gebruik genomen. De 2.600 vierkante meter grote kwekerij Aqua4C, goed voor een investering van vier miljoen euro, werkt als een gesloten systeem. Lokale productie moet wel innovatief zijn om zich te kunnen onderscheiden van pangasius en andere goedkope importvis.

Vlaamse aquacultuurprojecten die aan de voorwaarden voldoen, worden tot 40 procent gesubsidieerd, deels door Europa en deels door Vlaanderen, wat toch wel een serieuze duw in de rug is voor een sterke concurrentiepositie. Voor de periode die loopt tot uiterlijk 2023 trekt minister Schauvliege in totaal 10 miljoen euro uit voor deze sector. Ze hoopt dat ook private investeerders zich aangetrokken voelen tot aquacultuur. (Vilt)

wensen

Kind in de winternacht
zo wit en lang geleden,
verhevig onze kracht
voor een bewind van vrede.
Anton Van Wilderode

Hartelijk dank voor de samenwerking in 2015.
Gelukkig en voorspoedig 2016!

Jos De Meyer