400 flitspalen in Vlaanderen doen het niet!

27% van de flitspalen functioneert niet!

Op vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer antwoordde minister Ben Weyts dat er in Vlaanderen momenteel 27% van de flitspalen op gewestwegen niet werkt. De oorzaken zijn heel divers. In sommige gevallen is de inactiviteit te wijten aan bijvoorbeeld de toplaag van de weg die vernieuwd moet worden, of beschadiging door een verkeersongeval. Maar soms is het probleem van meer structurele aard zoals een lopende (her)keuringsprocedure, heraansluitingen na ombouw van verkeerslichten (LED), kabels die hersteld moeten worden, …

In onze regio zijn er meerdere flitspalen defect, in Lokeren 4 op 10, in Dendermonde 11 en ook een aantal in Sint-Niklaas en Temse.

De minister maakt zich sterk dat hij binnen enkele maanden naar een operationeel percentage zal kunnen gaan van 80%.

Dat een aantal flitspalen niet operationeel is, is logisch. Toch is Jos De Meyer geschrokken van het hoge aantal:
“Een goede weginrichting en een duidelijke wegcode is belangrijk, maar ook de handhaving is een essentiële schakel in een goed verkeersveiligheidsbeleid. De minister moet zo snel mogelijk werk maken van een structureel onderhoud en de opvolging van kapotte flitspalen. 1 op 4 niet-werkende flitspalen is echt van het slechte teveel.”

——————————

400 flitspalen doen het niet

Langs Vlaamse gewest- en autosnelwegen staan in totaal 1.429 camera’s. Naast ruim duizend roodlichtcamera’s – voor bestuurders die het rode licht negeren – staan er nog eens 300 snelheidscamera’s. Al die flitspalen zijn jaarlijks goed voor zo’n 2 miljoen overtredingen.
In de praktijk moeten laag¬vliegers niet bij elke camera de voet van het gaspedaal halen. Uit cijfers die Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V) te pakken kreeg, blijkt dat 27,6 procent van de flitspalen van de Vlaamse overheid niet functioneert. “Een ontstellend cijfer, want in cijfers uitgedrukt gaat het om zo’n 400 flitspalen”, aldus De Meyer.
Hij vraagt met aandrang dat de Vlaamse overheid orde op ¬zaken stelt, “kwestie van te bewijzen dat we de verkeers¬veiligheid en de handhaving van de verkeers¬regels voldoende ernstig nemen’”. Volgens De Meyer zijn sommige flitspalen soms maanden aan een stuk buiten werking, “omdat men wacht op wegenwerken die op die plaats gaan gebeuren.”
Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) bevestigt de cijfers over het aantal defecte flitspalen. De redenen waarom de palen niet “gebruiksklaar” zijn, lopen erg uiteen, aldus Weyts. “Soms moet de flitspaal worden hersteld na een aan¬rijding, moeten de detectielussen opnieuw in het wegdek worden vernieuwd of opnieuw worden ingeslepen, bijvoorbeeld na wegenwerken, of moeten kabels worden gerepareerd.”
Ruimte voor verbetering
Ook sabotage blijft een groot probleem. Zo beschadigden vandalen in 2014 nog bijna vijftig flitspalen, vooral in West- en Oost-Vlaanderen. Dertien exemplaren waren zo zwaar beschadigd – door brandstichting of graffiti – dat ze in hun geheel moesten worden vervangen.
Toch erkent Weyts dat er ruimte voor verbetering is. Hij heeft ‘zijn’ Agentschap Wegen en Verkeer nu opgedragen dat te allen tijde minstens 80 procent van alle Vlaamse flitspalen móét functioneren. “Een voorbeeld. Wanneer vandaag verkeerslichten met ledlampen worden uitgerust, vereist dat aanpassingen aan de plaatselijke flitscamera’s. We hebben gevraagd dat die aanpassingen sneller gebeuren dan vandaag het geval is”, aldus het kabinet-Weyts. Daar wil men allesbehalve de indruk wekken dat er onvoldoende hard op snelheid wordt gecontroleerd.
Toch klinkt ook de boodschap dat wanneer flitspalen maar kort kapot zijn, de verkeers¬veiligheid daar niet dramatisch onder lijdt. “Passerende bestuurders kunnen immers niet weten dat de flitspaal tijdelijk buiten werking is, waardoor ze toch hun snelheid matigen. Er zijn zelfs ooit proeven geweest, waarbij flitspalen uit niets meer dan karton bestonden. En ook voor die exemplaren gingen bestuurders op de rem staan.”
(Het Nieuwsblad, Werner Rommers)

Weer water aan Reep begin 2018

Het goede nieuws voor Gent blijkt uit het antwoord van Vlaams minister Ben Weyts (N-VA) aan Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer. Het idee om de Reep weer open te leggen en de Nederschelde en de Leie weer te laten samenvloeien, dateert al van de jaren 90. Tegen 2009 zou de Reep écht open liggen, klonk het ooit. Maar nu, begin 2016, is er nog geen meter grond verlegd. Sinds 2012 is wel al de Scaldissluis naast de Oude Beestenmarkt klaar. Die was nodig om het niveauverschil tussen beide waterlopen te overbruggen, met een schuif-af voor kayaks.
“Het openleggen van de Reep is meer dan gewoon graafmachines aan het werk zetten”, zegt Claudia Van Vooren van W&Z. “Er waren veel technische moeilijkheden en onduidelijkheden. Zo hadden we er geen idee van wat de staat was van de kaaimuren toen de Reep werd gedempt (in de jaren 60, red.), laat staan hoe ze er nu aan toe zijn. Omdat die onder de grond zitten, vereiste dat studiewerk, want er bestaan nauwelijks plannen van de situatie onder de grond. Er zijn heel wat proefboringen gebeurd. Nu zijn we er uit hoe we het technisch aanpakken, want de kaaimuren moeten gestabiliseerd worden. We hebben daar weinig ruimte voor. De bedoeling is om na deze zomer te starten met de graafwerken. Eind 2017, ten laatste begin 2018 vloeit er weer water door de Reep.”
Nog voor de Gentse Feesten moeten alle nutswerken worden uitgevoerd. Er worden heel wat leidingen verplaatst. “Het project zal bijna 3,5 miljoen euro kosten”, zegt minister Weyts. “Farys (het waterbedrijf, red.) betaalt de rioleringskosten van 695.000 euro. De stad Gent zorgt voor de aanpassing van de wegen, wat 513.000 euro kost. W&Z draait op voor de grote werken, iets meer dan 2 miljoen euro. Dan betaalt elke partner nog een derde van de overige kosten, 126.660 euro.”
Zelf spitten
Bij de stad Gent zijn ze meer dan gelukkig met de nieuwe – hopelijk definitieve – timing. “Wij zijn al lang vragende partij”, zegt Filip Watteeuw (Groen), schepen van openbare werken. Ongetwijfeld zijn ook heel wat Gentenaars blij dat er schot in de zaak komt. In januari 2014 werd via Facebook een actie georganiseerd om de Reep zélf open te leggen. Een dertigtal Gentenaars kwam – ludiek – graven. Sindsdien is er geen spade meer de grond in gegaan. (Het Laatste Nieuws, Sabine Van Damme)

EERSTE STAPPEN IN STRUCTURELE AANPAK CAPACITEITSUITDAGING SCHOOLINFRASTRUCTUUR

Met het toekennen en verdelen van 120 miljoen euro de volgende drie jaar pakt Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits de capaciteitsuitdagingen op het vlak van schoolinfrastructuur aan. Elk jaar wordt er een bedrag van 40 miljoen euro voorzien om de meest acute capaciteitsnoden te lenigen. Sint-Niklaas kan rekenen op 6,3 miljoen euro, gespreid over de periode 2016-2018.
Net drie weken nadat hij in het Vlaams Parlement een vraag om uitleg had gesteld aan de minister, stelt Vlaams Volksvertegenwoordiger Jos De Meyer met grote tevredenheid vast dat er hiermee eindelijk succesvolle stappen worden gezet in de structurele aanpak van de capaciteitsproblematiek.
In 2016 wordt er 40 miljoen euro verdeeld tussen 15 gemeenten en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op basis van een zo nauwkeurig mogelijke langetermijnvergelijking tussen de vraag- en aanbodzijde inzake schoolcapaciteit in onze Vlaamse en Brusselse gemeenten. Deze middelen kaderen binnen de 500 miljoen die de regering voor deze legislatuur al voorzag voor scholenbouw.
Doordat met een tijdsperspectief tot 2030 de vraaggegevens op basis van de wetenschappelijke capaciteitsmonitor zijn aangevuld met aanbodgegevens die door de steden en gemeenten zijn aangeleverd, is met deze middelenverdeling over drie jaar bovendien de basis gelegd voor een grotere continuïteit van het in de volgende jaren te voeren beleid.
De lokale taskforces capaciteit hebben nu als opdracht om een aantal capaciteitsprojecten te selecteren met als doel extra plaatsen in de scholen te creëren. Zowel de gefinancierde scholen van het GO!-Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap als de gesubsidieerde scholen uit het vrij en officieel onderwijs kunnen zo mee instaan voor een snelle realisatie van bijkomende capaciteit in hun gemeente. In constructief overleg kunnen alle onderwijsnetten hun verantwoordelijkheid opnemen en dankzij een evenwichtige selectie behouden alle leerlingen ook in gemeenten en steden met capaciteitsgebieden hun recht op vrije schoolkeuze.
Ook het feit dat Sint-Niklaas kan rekenen op extra middelen, verheugt Jos De Meyer: “In totaal kunnen de Sint-Niklase scholen rekenen op 6,3 miljoen extra middelen gespreid over de komende 3 jaar. Daarmee kan ook in onze stad een belangrijke stap worden gezet in het wegwerken van het capaciteitstekort dat zich in eerste instantie in het basisonderwijs manifesteert.”

Vlaamse Regering moet beslissen over het precieze alternatief voor de uitbreiding van de E34!

Jos De Meyer stelt:
“Het Waas mobiliteitsplan voorziet in de aanleg van parallelwegen naast de E17 en de expresweg E34 (en de gedeeltelijke verbreding) om een oplossing bieden voor de plaatselijke en regionale verkeersproblemen. Daarenboven voorziet het in een bijkomende kleinschalige verbinding tussen de E17 en de E34: de oostelijke tangent vertrekkende vanuit de E17, verder langs de N70, de doorsteek naar het Doornpark in Beveren en de verdere doortrekking tot de E34.

Om sommige onderdelen te realiseren moet vermoedelijk het GRUP-Vlaanderen wijzigen, voor meerdere onderdelen moeten er gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP’s) worden opgemaakt.”

Minister Joke Schauvliege antwoordde op de schriftelijke vraag van De Meyer:

“Wat de uitbreiding van de E34 betreft, zal een voorontwerp van GRUP worden opgemaakt van zodra de Vlaamse Regering heeft beslist over het precieze alternatief. De afdeling Maritieme Toegang bereidt hiertoe een nota voor. De E34 wordt geoptimaliseerd vanaf het complex Vrasene tot en met de aansluiting op het project Oosterweel (net voor het complex Waaslandhaven-Oost). De E34 wordt uitgebreid en de bestaande complexen op het tracé worden aangepast in functie van het opvangen van toenemende verkeersintensiteiten en het garanderen van de permanente verkeersdoorstroming in functie van de containerterminals in het havengebied. Het lokaal en economisch verkeer wordt hierbij, ten behoeve van de verkeersveiligheid, gescheiden. Bovendien wordt het nieuw aansluitingscomplex ‘Waaslandhaven-West’ voorzien, dat het grootste deel van het wegvervoer van de Saeftinghezone zal afwikkelen.
Na afronding van het voorontwerp van GRUP kan de plenaire vergadering worden georganiseerd.

Wat de Oostelijke Tangent betreft, heeft de Vlaamse Regering op 4 december 2015 het GRUP voorlopig vastgesteld. Het openbaar onderzoek loopt van 19 januari 2016 tot en met 18 maart 2016. Tijdens deze periode kunnen bezwaren omtrent het plan overgemaakt worden aan de administratie.
Op basis van de ingediende bezwaren zal het plan zo nodig herwerkt worden. De Vlaamse Regering stelt binnen 180 dagen na het einde van het openbaar onderzoek, het GRUP definitief vast. Deze termijn wordt echter geschorst gedurende de behandeling van het wetgevingsadvies door de Raad van State, voor maximaal 30 dagen, en kan bovendien verlengd worden met een termijn van maximaal 60 dagen.

Andere gewestelijke planningsinitiatieven met betrekking tot mobiliteit op die plaats zijn momenteel niet aan de orde. De verbinding vanuit Doornpark naar de E34 is naar wegencategorisering geen hoofdweg of primaire weg, en dus komt het planinitiatief niet het Vlaamse Gewest toe.”

Jos De Meyer vraagt om zo vlug mogelijk werk te maken van de keuze van het precieze alternatief voor de uitbreiding van de E34, zodat het voorontwerp GRUP spoedig kan opgemaakt worden.
De uiteindelijke realisatie duurt dan nog jaren!

Food Pilot scoort en laat scoren

Het toepassings- en analysecentrum bij uitstek voor de agrovoedingsindustrie, de Food Pilot, liet nooit meer bedrijven proeven van toegepaste innovatie dan in 2015. Dat blijkt uit het antwoord van landbouwminister Joke Schauvliege op een parlementaire vraag van Jos De Meyer (CD&V). Het aantal piloottesten steeg van 219 in 2013 naar 353 in 2015. Die testen gebeuren voor de helft van de gevallen op vraag van grote bedrijven. Landbouwbedrijven zijn goed voor acht procent van het aantal aanvragen. Ook 2016 moet een topjaar worden, zo blijkt uit de planning.
De Food Pilot, een initiatief van Flanders’ FOOD en het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek, biedt bedrijven uit het agrovoedingscomplex de kans om innovatieve ideeën in de praktijk uit te testen en te experimenteren met ingrediënten en productieprocessen. Dat gebeurt via laboanalyses, piloottesten en advies. Zo werden er in 2015 in de Food Pilot liefst 7.600 laboanalyses uitgevoerd en 353 piloottesten voor 104 verschillende bedrijven. Het aantal testen is overigens flink gestegen: van 219 in 2013 naar 353 in 2015. De omzet lag in vorig jaar 175 procent hoger dan in 2013.
Elk bedrijf uit het agrovoedingscomplex kan bij de Food Pilot terecht, maar het blijken toch vooral grote ondernemingen (53%) die er gebruik van maken, gevolgd door KMO’s (30%) en kennisinstellingen (10%). Het aandeel landbouwbedrijven bedraagt slechts acht procent. Wat de specialisatie betreft, zag de verdeling er in 2015 als volgt uit: ingrediënten (17%), zuivel (16%), groenten en fruit (15%), consultancy (13%), vlees en vis (10%) en confiserie en dranken (6%). Allicht mede door de ligging maken vooral Oost-Vlaamse bedrijven (31) gebruik van de diensten van de Food Pilot. Op ruime afstand volgen Vlaams-Brabant (13), West-Vlaanderen (9), Limburg (9), Antwerpen (9), Brussel (3), Henegouwen (2) en Namen (1).
Ook 2016 belooft een druk jaar te worden voor de Food Pilot, zo blijkt uit een voorlopige planning. Dit jaar moet de Dry-On-Water technologie, die ontwikkeld werd in de Food Pilot, economisch gevaloriseerd worden. Er zal binnenkort met een machinebouwer in zee worden gegaan voor het commercialiseren van de technologie in Vlaanderen. Verder zullen er heel wat bedrijfsbezoeken en workshops georganiseerd worden, en ook een contactdag voor de zuivelsector. Via de strategische aanwezigheid op verschillende beurzen moeten nieuwe klanten worden aangetrokken.
Een andere taak die de Food Pilot in 2016 extra ter harte wil nemen is het faciliteren van starters. Testproducties moeten beginnende bedrijven de mogelijkheid geven om de slaagkans van hun product in te schatten, vooraleer ze investeren. Tot slot zal ook de communicatie van succesverhalen worden voortgezet, over starters die hun eerste product vermarkten na hulp van de Food Pilot, over nieuwe productlanceringen, of over investeringen in betere productielijnen na onderzoek in de Food Pilot. In 2015 werden 10 succesverhalen opgetekend: van een nieuwe saplijn tot een kant-en-klare pannenkoekenmix en patébonbons. (Vilt)

Parlement ijvert voor landbouw in de kmo-portefeuille

In een motie vraagt het Vlaams Parlement aan de regering om de kmo-portefeuille open te stellen voor land- en tuinbouwbedrijven, zoals het ook in het regeerakkoord staat. Vlaams landbouwminister Joke Schauvliege is vragende partij en wil samen met haar collega Muyters nagaan wat de mogelijkheden zijn. “De kmo-portefeuille geeft advies, coaching en technologieverkenningen op bedrijfsniveau. Ook land- en tuinbouwers zouden daar heel goed gebruik van kunnen maken”, aldus Schauvliege. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer kaartte de kwestie aan bij minister Muyters. Die laat uitschijnen dat het maar een kleine moeite is om de kmo-portefeuille uit te breiden met de NACE-codes voor land- en tuinbouw … als er vanuit de ministerportefeuille landbouw het nodige budget ter beschikking wordt gesteld.
De kmo-portefeuille is een laagdrempelige webtoepassing waarlangs ondernemers jaarlijks subsidies kunnen bekomen van de Vlaamse overheid om te ondernemen, innoveren en internationaliseren. Het gaat over een jaarlijks bedrag van 10.000 euro of een subsidie van 30 procent voor kleine bedrijven en over 15.000 euro of 40 procent voor middelgrote bedrijven. Geld dat gebruikt kan worden voor advies, coaching en technologieverkenning.
Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) klaagt aan dat land- en tuinbouwbedrijven geen beroep kunnen doen op de subsidies. “De landbouw-, tuinbouw- en voedingssector vormt nog steeds een belangrijk onderdeel van ons Vlaams kmo-landschap. De sector realiseert jaarlijks een eindproductiewaarde van meer dan vijf miljard euro”, onderbouwt De Meyer zijn onbegrip over de uitsluiting.
In het regeerakkoord staat het volgende: “We creëren mogelijkheden voor de ‘landbouwportefeuille’ naar analogie met de succesvolle kmo-portefeuille. Via de landbouwportefeuille krijgen individuele landbouwbedrijven de mogelijkheid om nieuwe innovaties uit te testen bij de onderzoeksinstellingen, bij voorkeur geïntegreerd in de kmo-portefeuille.” De Meyer geeft het voorbeeld van land- en tuinbouwers die nieuwe producten willen ontwikkelen en testen bij de Food Pilot van onderzoeksinstituut ILVO.
“Technisch gezien is het geen enkel probleem om de kmo-portefeuille open te stellen voor de land- en tuinbouw. Dat is een kwestie van de activiteitencodes of NACE-codes van die sectoren toe te voegen via een ministerieel besluit”, reageert minister Muyters op de vraag van De Meyer die aan bod kwam in de commissie Economie. De voorwaarde die Muyters daaraan koppelt, maakt duidelijk wat de complicatie is. Volgens de minister van Economie moet de minister bevoegd voor landbouw budget ter beschikking stellen.
Muyters beklemtoont dat heel wat bedrijven uit de agrovoedingssector al gebruikmaken van de kmo-portefeuille. “Ze kwamen van bij het begin in aanmerking voor steun. Enkel de pure kweek- en teeltactiviteiten kunnen momenteel nog niet genieten van de steunmaatregelen.” Hij legt de bal in het kamp van minister Schauvliege, die een voorstel moet formuleren rond de inzet van de kmo-portefeuille binnen landbouw.
De Meyer benadrukt dat de sector niet zozeer bezig is met de vraag welke minister voor de middelen zorgt. “Die discussie moet de regering intern voeren. Land- en tuinbouwers wensen vooral gebruik te maken van de kmo-portefeuille.” Aangezien N-VA-parlementslid Sabine Vermeulen de minister van Landbouw over hetzelfde onderwerp bevroeg, weten alle betrokken ministers wat het Vlaams Parlement van hen verlangt. “We vragen dit om de innovatie die er nu al is in de land- en tuinbouw nog meer kansen te geven”, besluit Jos De Meyer .(Vilt)

——————————

Integratie landbouwsector in KMO-portefeuille wacht op budget

Onze Vlaamse bedrijven kunnen zich onderscheiden van de buitenlandse door meer in te zetten op innovatie en goed opgeleide werknemers. Om bedrijven te stimuleren hierop in te zetten, voorziet de Vlaams Regering subsidies via o.m. de KMO-portefeuille. De Vlaamse regering wil deze ook openstellen voor de land- en tuinbouw.
In het Vlaamse regeerakkoord staat dat er naar analogie met de succesvolle KMO-portefeuille ook een landbouwportefeuille zou kunnen komen. In de praktijk zou die landbouwportefeuille een onderdeel uitmaken van de KMO-portefeuille. Die portefeuille komt tussen wanneer een bedrijf extern advies aankoopt voor innovatie of voor export.
Vestzak-broekzak met VLIF?
Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) vroeg naar een stand van zaken bij Minister Muyters in de bevoegde parlementaire commissie. Deze antwoordde dat er technisch gezien geen enkel probleem is, maar dat hij wacht tot de minister voor Landbouw Joke Schauvliege de budgetten ter beschikking stelt. “De vraag is dan wat er binnen het VLIF en wat er binnen de kmo-portefeuille mogelijk is en hoeveel middelen er moeten worden overgebracht van het ene naar het andere om ervoor te zorgen dat ook de landbouwbedrijven een beroep kunnen doen op de kmo-portefeuille”, aldus minister Muyters.
Jos De Meyer reageerde daarop door te stellen dat het doel van het VLIF duidelijk anders is dan wat er mogelijks kan worden gesubsidieerd via de kmo-portefeuille. (Landbouwleven)

Doctoreren niet ontmoedigen

Doctoreren niet ontmoedigen
Het behalen van een doctoraat mag zeker niet ontmoedigd worden, antwoordde minister Crevits van Onderwijs op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer. Die had opgemerkt dat het behalen van een doctoraatsdiploma voor sommige studenten zou kunnen leiden tot een latere pensioendatum.
Wereldwijd kiezen steeds meer jongeren na hun universitair masterdiploma voor het behalen van een doctoraat. Met dat extra diploma komen ze ook vaker dan vroeger terecht in het bedrijfsleven.
In de pensioenhervormingen is sinds kort de diplomabonificatie afgeschaft. Het systeem dat men een aantal studiejaren mocht meetellen om de vroegste pensioendatum te berekenen verdwijnt daarmee. Hoger geschoolden blijven daardoor langer werken, zelfs zonder dat de algemene pensioenleeftijd wordt opgetrokken. Voor wie na zijn masterdiploma nog een doctoraat haalt, is op dit ogenblik geen speciale regeling voorzien.
Voor doctoraatsstudenten die ondertussen een arbeidscontract hebben, maakt dat geen verschil, maar voor doctoraatsstudenten die uit een beurs studeren kan dat wel degelijk voor gevolg hebben dat ze langer zullen moeten werken. Hun jaren als bursaal worden immers niet geteld als arbeidsjaren, terwijl ze in die periode toch wel bijdragen betalen voor de sociale zekerheid. De minister wil naar eigen zeggen “de problematiek verder onderzoeken en zo mogelijk aan de orde brengen binnen het Nationaal Pensioencomité.” Volgens De Meyer moet men daar ook niet te lang mee wachten want het is net belangrijk dat we in onze kenniseconomie voldoende studenten aanmoedigen om te doctoreren.

Verkeerswisselaar N41/E17 Sint-Niklaas kan veiliger!

Vlaams volksvertegewoordiger Jos De Meyer ondervroeg Vlaams minister voor Openbare werken Ben Weyts over de veiligheid aan de verkeerswisselaar N41/E17 in Sint-Niklaas.

Bij de heraanleg van de verkeerswisselaar tussen de N41 en de E17 in Sint-Niklaas werden verkeerslichten geplaatst, waarmee het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) de veiligheid hoopte te verbeteren. In een eerste fase kon een chauffeur die groen licht kreeg voor het dwarsen van de weg toch nog te maken hebben met verkeer uit een andere rijrichting waaraan voorrang moest worden verleend, wat voor velen onduidelijk was. Sinds enige tijd heeft AWV de verkeerslichten voor afslaand verkeer op knipperstand geplaatst wanneer verkeer met voorrang uit andere rijrichtingen mogelijk is. Desalniettemin heeft zich onlangs nog een ernstig verkeersongeval voorgedaan. De verkeerslichten en het knipperlicht bevinden zich namelijk boven op de verkeerswisselaar, en op die plaats is het voor een chauffeur niet gemakkelijk om te zien of er aankomend verkeer is uit de andere richtingen, op de lager gelegen rijvakken.

Ben Weyts antwoordde dat het kruispunt door het Agentschap Wegen en Verkeer in samenwerking met de lokale politie zal gemonitord worden en dat, indien nodig, een dossier zal voorbereid en besproken worden op de Provinciale Commissie voor Verkeersveiligheid.

De stad Sint-Niklaas overweegt abonnement ‘parkeren voor zorgverleners’

Jos De Meyer (CD&V) vroeg tijdens de gemeenteraad een oplossing omdat huisartsen en thuisverpleegkundigen de jongste maanden meer parkeerboetes kregen, ook al maken ze gebruik van een zorgverlenerskaart.
“Dat is een parkeerkaart voor specifieke beroepsgroepen. De zorgverlenerskaart kan enerzijds een alternatief zijn voor een parkeerticket en anderzijds kan men tolereren dat de houder ervan parkeert op een niet-reglementaire plaats indien in de nabijheid geen parkeerplaats meer ter beschikking is. Dit laatste alleen als de wegcode gerespecteerd wordt. Toch worden zorgverleners de jongste tijd vaker beboet”, stelde het gemeenteraadslid vast.
Burgemeester Lieven Dehandschutter (N-VA) antwoordde dat de stad de mogelijkheid wil bekijken om een abonnement in te voeren, naar analogie met Mechelen. Nog dit voorjaar kan een voorstel klaargestoomd worden. Dat er meer beboet wordt, komt volgens de burgemeester omdat er meer parkeerwachters aan de slag zijn en er meer controle is. Bovendien is er een misverstand. Als zorgverleners een plaats innemen waar betalend parkeren geldig is, moeten ze gewoon betalen. Een abonnement kan dat probleem verhelpen.
Jos De Meyer pleitte daarop voor een gratis of zeer laag tarief voor de zorgverstrekkers in de eerste lijn, zoals huisartsen, thuisverplegers of kinesitherapeuten. (Het Nieuwsblad, Guy Van Hoeyland)

N41 tussen Hamme en Kettermuit wordt grondig aangepakt!

Dat vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer van minister voor Openbare Werken Ben Weyts als antwoord op een schriftelijke vraag.
Het betreft enerzijds de herinrichting van het vak Hamme – Temse, de volledige heraanleg van het wegvak tussen de tunnel Duivenhoek en het kruispunt Kettermuit op de N41. Het doorgaand verkeer zal in elke richting over één rijstrook gaan en het plaatselijk verkeer zal via ventwegen worden omgeleid. Het traject zal ook worden voorzien van vrijliggende fietspaden. Halverwege het tracé komt er via een tunneltje een doorsteek voor de zachte weggebruikers. De werken worden eind januari aanbesteed en kunnen – indien de aanbestedingsprocedure vlot verloopt, nog voor de zomer gestart worden. Het aandeel van het Agentschap Wegen en Verkeer wordt geraamd op 4,7 miljoen euro (incl. BTW).
Het betreft anderzijds de aanleg van een vrijliggend dubbelrichtingsfietspad langs de N41 vanaf Lange Maat in Hamme tot aan de rotonde Kettermuit. De stedenbouwkundige vergunning werd eind 2015 afgeleverd. Een volledig ontwerp wordt tegen de zomer opgemaakt. De aanbesteding wordt voorzien in 2017, maar kan – bij het wegvallen van projecten op het jaar 2016 – als reserveproject voor 2016 worden aangewend. De werken worden op 1,5 miljoen euro (incl. BTW) geraamd.
De Meyer, die dit dossier al jaren opvolgt, hoopt op een spoedige realisatie van beide projecten.
______________________________

Laatste zwarte punt N41 verdwijnt

Het laatste zwarte punt van de N41 in het Waasland – tussen de Kettermuit in Sint-Niklaas en de Duivenhoek in Elversele – wordt heraangelegd. De werken starten nog voor de zomer. Dat heeft Vlaams minister voor Openbare Werken Ben Weyts (N-VA) bekendgemaakt.
Al jaren wordt reikhalzend uitgekeken naar een veilige Nieuwe Steenweg (N41), tussen de tunnel aan de Duivenhoek in Elversele en het kruispunt Kettermuit in Sint- Niklaas. Dat stuk van de N41 wordt beschouwd als een van de gevaarlijkste wegen in de regio, zeker voor fietsers. Wie zich al op het smalle strookje voor fietsverkeer in beide richtingen heeft gewaagd, kan dat getuigen. Er is geen enkele bescherming tegen het voorbijrazende vrachtverkeer. Maar weinig inwoners van Elversele, Tielrode, Sombeke en Hamme die met de fiets richting Sint-Niklaas willen, kiezen ervoor om via die route te rijden.
Een timing voor de herinrichting met vrijliggende fietspaden werd al verscheidene keren niet gehaald. Ze wordt gekoppeld aan de subsidieplanning voor nieuwe rioleringen langs dit traject. Maar nu is er duidelijkheid, volgens Vlaams minister voor Mobiliteit en Openbare Werken Ben Weyts (N-VA). “De werken worden aanbesteed en kunnen, als de aanbestedingsprocedure vlot verloopt, nog voor deze zomer van start gaan”, bevestigde hij, na vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V).
Tunnel
De werken strekken zich uit over het volledige deel van de N41 tussen de tunnel Duivenhoek en het kruispunt Kettermuit, over een afstand van zo’n 1,5 kilometer. “Dat traject krijgt vrijliggende fietspaden. Halverwege het tracé komt er via een tunneltje een doorsteek voor de zachte weggebruikers, om de oversteeek te maken en de parallelwegen langs beide kanten te bereiken”, aldus Weyts. Het doorgaande verkeer blijft in elke rijrichting over één rijstrook lopen. Het plaatselijke verkeer zal via die ventwegen – parallelwegen voor het lokale bestemmingsverkeer – worden geleid. De factuur voor het Agentschap Wegen en Verkeer wordt geraamd op 4,7 miljoen euro. Daarnaast dragen ook de Vlaamse Milieumaatschappij, voor de vernieuwing van de rioleringen, en de gemeente Temse bij.

Fietssnelweg
Nog op de planning voor de N41 staat de aanleg van een vrijliggend dubbelrichtingfietspad van Dendermonde tot Elversele. Het gaat om een ‘fietssnelweg’ van 2,5 meter breed. Tegen de zomer moet een ontwerp klaar zijn. Daarvoor heeft het Agentschap Wegen en Verkeer de kosten op 1,5 miljoen euro geraamd. Die aanbesteding zou in 2017 volgen, maar kan mogelijk als reserveproject voor 2016 worden opgenomen, als andere wegenprojecten in de planning voor dit jaar alsnog wegvallen.
(Het Laatste Nieuws, Joris Vergauwen)

Grembergen – Onteigeningen rond N47 dit jaar van start

De onteigeningen voor de herinrichting van de N47 in Dendermonde starten in 2016. Dat vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) als antwoord op zijn schriftelijke vraag aan minister voor Openbare Werken Ben Weyts (N-VA). “Het project omvat de volledige herinrichting van fietspaden, de rijweg en de riolering van de N47 tussen de Keltenlaan in Zele en Grootzand in Grembergen”, legt De Meyer uit. “De studie is afgelopen, het is nu wachten op de uitvoering. De onteigeningen worden binnenkort opgestart. De bouwvergunning en aanbestedingsbundel zijn in opmaak. De werken zouden ook in 2017 aanbesteed kunnen worden.” Het aandeel van Wegen en Verkeer wordt op 1,2 miljoen euro geraamd. (Het Nieuwsblad, svov)