Welbevinden van kinderen op school!

De toepassing van het M-decreet moet ook het welbevinden van de kinderen verbeteren: ouders moeten de juiste keuze kunnen maken, gesteund door het advies van het CLB. Voor sommige kinderen met nood aan een individuele aanpak is het buitengewoon onderwijs nog steeds de beste oplossing, andere zullen zich beter voelen in het gewoon onderwijs, met passende GON- of ION-omkadering. In de commissie Onderwijs deelde de minister mijn bekommernis.
Het volgend schooljaar blijven de middelen daarvoor bevroren op het huidig niveau; de beloofde conceptnota is onderweg.
Het verslag van de bespreking in de commissie is via deze link te lezen: http://ow.ly/4n69S3

Drastische vermindering van leerlingen in het nijverheidstechnisch onderwijs

Steeds minder leerlingen kiezen voor nijverheidstechnisch onderwijs. Dat blijkt uit de cijfers die Vlaams parlementslid Jos De Meyer opvroeg bij minister Crevits van onderwijs.

“Nijverheidstechnisch onderwijs” is geen aparte categorie in de tellingen, daarom vroeg De Meyer gegevens over de studiegebieden Auto, Bouw, Hout, Koeling en Warmte, Mechanica-elektriciteit en Textiel. Op 20 jaar tijd is het aantal leerlingen in die richtingen samen gedaald van 59.192 tot 44.892. In 1996 was 1/3 van de leerlingen (33,70%) uit het technisch onderwijs ingeschreven nog in een “nijverheidstechnische” richting, in 2015 was dat gedaald tot iets meer dan 1/5 (22,57%).
Die evolutie is opmerkelijk, en ze wordt bevestigd door het meest recente Arbeidsmarktrapport van de VDAB. Volgens dat rapport is het aantal afgestudeerden uit de “harde technische” studierichtingen op twee jaar met 9% afgenomen. Het rapport stelt bovendien dat de arbeidsmarkt net deze mensen nodig heeft, en dat de vraag de komende jaren zelfs nog sterk zal stijgen.
Dat het machinepark in de praktijkruimtes van de technische scholen verouderd is, is volgens de VDAB geen goede zaak voor de aantrekkingskracht van het nijverheidstechnisch onderwijs. In die context stelde De Meyer ook de vraag of er opnieuw specifieke budgetten zouden komen voor uitrustingstoelagen in het technisch en beroepsonderwijs. Volgens de Conceptnota Masterplan Scholenbouw moet een moderne didactische uitrusting op school leerlingen leren werken met apparatuur die zij op de arbeidsmarkt ook zullen bedienen, maar dat moet ook via samenwerking met de VDAB, de private sector, het volwassenenonderwijs, Syntra en het hoger onderwijs.

In het kader van het Vlaamse beleid naar STEM (science, technology, engineering and mathematics) op school is nu ook een financiering voorzien voor 30 TSO/BSO-projecten die een sterke STEM-visie uitdragen. De aandacht voor nijverheidstechnische opleidingen moet echter niet beperkt blijven tot STEM-projecten, vindt De Meyer.

Aantal boerderijen daalde afgelopen 15 jaar met 40%

Vlaanderen telt steeds minder land- en tuinbouwbedrijven, maar hun gemiddelde oppervlakte stijgt. Dat blijkt uit het antwoord van minister voor Landbouw Joke Schauvliege op een schriftelijke vraag van volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V). Het aantal bedrijven daalde tussen 2000 en 2014 met ongeveer 40 procent. Die daling was het grootst in de provincie West-Vlaanderen (-4.350). In diezelfde periode steeg de oppervlakte van de overgebleven bedrijven met zo’n 70 procent. Een stijging die het hoogst was in de provincie Vlaams-Brabant (+90%). Het aantal land- en tuinbouwers die een VLIF-aanvraag voor overnamesteun indienden, steeg de afgelopen 15 jaar met zo’n 40 procent.

Het aantal landbouwbedrijven in Vlaanderen daalde van 40.949 in 2000 tot 24.252 in 2014 (-40%). Die daling was het grootst in absolute getallen in West-Vlaanderen (-4.350 bedrijven), gevolgd door Oost-Vlaanderen (-4.278). Procentueel was de daling echter het grootst in Vlaams-Brabant (-48%), gevolgd door Antwerpen (-44%). Schauvliege merkt evenwel op dat de methode van gegevensverzameling door de FOD Economie (landbouwenquête) in 2011 gewijzigd is, dus dat bij een vergelijking over de jaren heen rekening moet worden gehouden met een zekere vertekening.

Van de 24.252 landbouwbedrijven in 2014, telen 343 volgens de principes van de biologische teelt. Dat aantal is sinds 2005 met zo’n 45 procent gestegen. Het grootste aantal biobedrijven situeert zich in de provincie West-Vlaanderen (81), maar de provincie die het laatste decennium de grootste stijging van het aantal biobedrijven heeft gekend, is Vlaams-Brabant (+66%). Het aantal biobedrijven steeg er van 45 in 2005 tot 75 in 2014. In Oost-Vlaanderen was de stijging het kleinst: van 57 biobedrijven in 2005 tot 73 biobedrijven in 2014 (+28%). Limburg is de provincie met het kleinst aantal biobedrijven (47).

Terwijl het aantal land- en tuinbouwbedrijven in Vlaanderen daalt, stijgt hun gemiddelde oppervlakte. Tussen 2000 en 2014 steeg die van 15 hectare naar 26 hectare (+71%). In de provincie Vlaams-Brabant was die stijging het hoogst (+90%), van 16 naar 30 hectare, in de provincie West-Vlaanderen het kleinst (+43%), van 17 naar 24 hectare. Vlaams-Brabant is ook de provincie met de grootste gemiddelde bedrijven (30 ha), gevolgd door Limburg (29 ha). Oost-Vlaanderen telt de kleinste gemiddelde bedrijven (23 ha), gevolgd door West-Vlaanderen (24 ha).

Wat het aantal starters betreft, beschikt Schauvliege enkel over VLIF-cijfers. Het aantal bedrijven dat bij het Vlaams investeringsfonds (VLIF) overnamesteun aanvroeg, kende een verdubbeling tussen 2000 (107) en 2010 (202), om daarna opnieuw met een kwart te dalen (153). De meeste starters in 2014 en 2010 situeerden zich in West-Vlaanderen (53, 71), gevolgd door Antwerpen (35, 48). In Vlaams-Brabant was het aantal starters het kleinst (14, 18).

De Meyer informeerde behalve naar de grootte en het aantal bedrijven in Vlaanderen ook naar enkele verbredingsactiviteiten, zoals korteketenverkoop, zorgboerderijen en natuur- en landschapszorg. Wat de korteketenverkoop betreft, beschikt Schauvliege alleen over cijfers voor 2013. Dat jaar kozen 2.133 bedrijven voor verkoop van hun producten op de boerderij, 243 bedrijven kozen voor verkoop via een pakkettensysteem, 362 bedrijven trokken met hun producten naar de markt en 323 bedrijven opteerden voor nog een andere vorm van korte keten. Omdat sommige bedrijven meerder vormen van korteketenverkoop combineren, mogen deze cijfers niet bij elkaar worden opgeteld.

Wat het aantal zorgboerderijen betreft, zijn wel enkele evolutiecijfers bekend. Het aantal bedrijven dat een aanvraag tot subsidie indienden, steeg met 9 procent van 2010 tot 2014. In 2010 bedroeg het aantal zorgboerderijen 397 en in 2014 432. De provincie met het hoogst aantal zorgboerderijen is West-Vlaanderen (109), maar in die provincie daalde het aantal wel (-11%). In alle andere provincies steeg het, met Limburg (+24%) en Antwerpen (+20%) op kop. Het aantal landbouwers dat een vrijwillige oppervlakte- of diergebonden agromilieumaatregel uitvoerde, daalde ten slotte van 6.413 in 2010 tot 5.303 in 2015 (-17%). Alleen in de provincie Vlaams-Brabant nam dat aantal toe (+22%). (Vilt)

Aantal OKAN-leerlingen in Vlaanderen op korte tijd met 63 procent omhoog

Het aantal leerlingen in onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) is op enkele maanden tijd met 63 procent gestegen. Dat leidt Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) af uit cijfers van minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V).
Door de verhoogde instroom van vluchtelingen is er ook een logische stijging van het aantal anderstalige leerlingen in het Vlaamse onderwijs. Voor die anderstalige nieuwkomers heeft het onderwijs een systeem van onthaalonderwijs (OKAN).
Uit tellingen blijkt nu dat het aantal OKAN-leerlingen tussen oktober 2015 en februari 2016 gestegen is van 2.526 naar 4.112, of een stijging met 63 procent.
De Meyer: “Een toename met 63 procent op enkele maanden is natuurlijk fors, maar dat betekent niet dat ons onderwijs dat niet aankan. In het geheel van het kleuter- en leerplichtonderwijs met zijn 1,14 miljoen leerlingen blijft het aandeel van OKAN kleiner dan een half procent, met een groei van 0,22 procent naar 0,36 procent”. (Belga)
______________________________
Forse toename in aantal leerlingen onthaalklassen

Het aantal leerlingen in onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) is in vier maanden tijd met 63 procent gestegen in Vlaanderen. De oorzaak van die stijging is vooral het gevolg van de verhoogde instroom van vluchtelingen.
Bij een spoedtelling in oktober 2015 waren er 2.526 OKAN-leerlingen. Op 1 februari 2016 stond de teller al op 4.112 leerlingen. En dat cijfer kan nog veranderen, omdat sommige scholen de gegevens later registreren.
Ondanks die forse toename is het aandeel OKAN-leerlingen in vergelijking met alle leerplichtige kinderen nog altijd minder dan een half procent.
Betere organisatie
Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V), die de gegevens opvroeg bij bevoegd minister Crevits (CD&V), ziet dan ook geen problemen in de stijging. ‘Dit betekent niet dat ons onderwijs dit niet aankan.’
Om aan de toevloed van leerlingen te kunnen voldoen, versoepelde de Vlaamse regering wel de bestaande regels. Daardoor kunnen scholen een betere begeleiding geven aan nieuwkomers en loopt de organisatie vlotter.
Na een volledig jaar in het OKAN-onderwijs stappen de leerlingen over naar een gewone school, maar krijgen ze wel nog begeleiding van een coach die hen verder opvolgt. (De Standaard, myde)
______________________________
63% meer leerlingen in OKAN-klassen

Het aantal leerlingen in onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) is de laatste maanden gestegen met 63%. Dat leidt Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) af uit cijfers van minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V). Door de verhoogde instroom van vluchtelingen is er ook een logische stijging van het aantal anderstalige leerlingen in het Vlaamse onderwijs. Voor die anderstalige nieuwkomers heeft het onderwijs een systeem van onthaalonderwijs (OKAN). De Meyer: “In het geheel van het kleuter- en leerplichtonderwijs, met zijn 1,14 miljoen leerlingen blijft het aandeel van OKAN kleiner dan 0,5%. (Gazet van Antwerpen, blg)

Opleiding en vorming van toekomstige bedrijfsleiders in de land- en tuinbouw moet verder versterkt worden

Aan jonge landbouwers worden op vele terreinen steeds hogere eisen gesteld, de vorige minister van Landbouw noemde hen terecht “ondernemers in het kwadraat”.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg aan minister voor Landbouw Joke Schauvliege in de commissie Landbouw van het Vlaams parlement wat haar visie is op het beroepsprofiel van de toekomstige land- en tuinbouwers en over de rol van de naschoolse vorming in het geheel van de opleiding van land- en tuinbouwers.

De curricula behoren tot de bevoegdheid van de minister van Onderwijs. Uiteraard werken wij daaraan mee vanuit de kennis van het departement Landbouw en Visserij. We zorgen ervoor dat we ook vertegenwoordigd zijn in de werkgroep ‘beroepsprofielen’ binnen de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor). We stellen onze expertise ter beschikking. Ook bij toekomstige onderwijshervormingen van het land- en tuinbouwonderwijs staan we altijd ter beschikking met onze expertise,” aldus minister Schauvliege.

Verder stelde zij: “de naschoolse landbouwvorming maakt deel uit van het volwassenenonderwijs. Actieve landbouwers en nieuwe starters kunnen op die manier voldoende opleiding krijgen. In 2013 werden de naschoolse startersopleidingen hervormd. De starterscursussen werden uitgebreid en qua duurtijd verlengd om meer ruimte te creëren voor het verwerven van bedrijfseconomisch inzicht, financieel beheer en het verwerven van ondernemerschapscompetenties, bijvoorbeeld rond handelsrelaties of marktwerking.
Naast de startersopleidingen zijn er ook korte vormingsactiviteiten met een duur van maximum drie uur over een brede waaier van thema’s rond bedrijfsvoering en wetgeving, technische thema’s en vaardigheden. Bovendien zijn er ook een aanbod aan vormingscursussen om specifieke aspecten uit te diepen en tal van informatievergaderingen.

De Meyer beschouwt de hervorming van het secundair onderwijs als een opportuniteit en acht het nuttig dat de beroepsorganisaties en de administratie van het ministerie van Landbouw het gesprek aangaan met de minister van Onderwijs. Binnen het moderniseren van het onderwijs kan immers worden bekeken hoe het biotechnisch ~ agrarisch onderwijs inhoudelijk kan worden versterkt.
Bovendien moet de permanente bijscholing blijvend gestimuleerd worden.

Het volledige verslag vindt u hier:
https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1048183/verslag/1049789

Onevenredig veel coördinatie-uren in centra voor volwassenenonderwijs

Sommige Vlaamse centra voor volwassenenonderwijs blijven jaar na jaar onevenredig veel lesuren besteden aan coördinatie-opdrachten, vernam Vlaams parlementslid Jos De Meyer na zijn vraag hierover aan minister Crevits van Onderwijs.
Een onderwijsinstelling die te weinig ondersteunend personeel kan aanstellen, mag een deel van zijn lesuren besteden aan coördinatie-uren. Naast “onderwijsgebonden coördinatie” mag nog tot 3% van het totale aantal lesuren gebruikt worden voor andere opdrachten. Een overschrijding van die 3%-norm kan enkel mits een protocol van akkoord door het overlegcomité van de school.

Reeds in 2013 wees het Rekenhof erop dat bepaalde centra wel een zeer groot deel van hun middelen besteedden aan coördinatie in plaats van aan onderwijstaken. Vorig schooljaar gingen 31 centra hoger dan de 3%-norm, tegenover 26 het schooljaar voordien. Als de norm overschreden wordt, gaat het vaak over forse overschrijdigen, vaak meer dan 10%. In sommige gevallen blijkt dat aan het totaal aantal uren onderwijsgebonden en niet-onderwijsgebonden coördinatie samen meer dan 2/3 van het lesurenpakket besteed wordt. Dat is vooral opmerkelijk omdat andere scholen of centra er wel in slagen om jaar na jaar beneden de norm te blijven.
Van de 31 centra die vorig schooljaar boven de norm gingen, waren er bovendien 5 die daarvoor geen geldig protocol van akkoord konden voorleggen. Tot enkele jaren geleden werd slechts af en toe bij wijze van steekproef gepeild naar overschrijdingen, en protocols werden niet systematisch nagekeken. Sinds De Meyer op regelmatige basis de cijfers begon op te vragen, werd ook beslist om bij de overschrijdingen de protocols te checken. Bestaat er geen geldig protocol van akkoord voor een overschrijding, dan worden de sociale partners daar nu van op de hoogte gebracht, zodat een bemiddelingsorgaan kan worden ingeschakeld.

N60 krijgt extra afrit naar R4

De Oudenaardsesteenweg krijgt over twee jaar een nieuwe afrit om de R4 naar Merelbeke op te rijden.
Auto’s die op de Oudenaardsesteenweg richting Gent rijden, kunnen nu niet rechtstreeks de buitenring van de R4 richting Merelbeke op. De brug oversteken en de binnenring van de R4 (richting Eeklo) nemen, kan wel.
Het is de bedoeling om de ontbrekende lus in het complex van de N60 en R4 in 2017 aan te besteden. Dat blijkt uit een vraag van volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) aan minister voor Openbare Werken Ben Weyts (N-VA). De werken zijn geraamd op 3 miljoen euro. Er komt ook een fietsonderdoorgang, onder de nieuwe oprit. (De Standaard, bst)