Verdere realisatie van de gecontroleerde overstromingsgebieden in het kader van het Sigmaplan

Er zal verder werk gemaakt worden van de uitvoering van het Sigmaplan en de verdere realisatie van de gecontroleerde overstromingsgebieden voor de clusters Hedwige-Prosperpolder, Doelpolder Noord/Midden, Kalkense Meersen, Vlassenbroek, Grote Wal-Kleine Wal-Zwijn en Durmevallei.

Dat vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer als antwoord op zijn schriftelijke vragen hierover aan minister van Openbare Werken Ben Weyts.

De genoemde werken kaderen allen in de realisatie van het geactualiseerde Sigmaplan, overeenkomstig de beslissingen van de Vlaamse Regering van 22 juli 2005 en 28 april 2006.
De ingrepen van het geactualiseerde SIGMAPLAN maken onderdeel uit van een globaal plan voor het ganse Zeescheldebekken, dat zowel voor veiligheid als voor natuur uitgaat van een integrale benadering.
De werken worden gefaseerd uitgevoerd en omvatten het brengen van alle dijken van het Zeescheldebekken op Sigmahoogte, het realiseren van ontpolderingen en het aanleggen van gecontroleerde overstromingsgebieden.
De verdere, gefaseerde realisatie van het geactualiseerde SIGMAPLAN moet leiden tot een voldoende hoog en maatschappelijk verantwoord veiligheidsniveau in het Zeescheldebekken, zoals vooropgesteld in het Meest Wenselijke Alternatief, zodat bij stormvloeden met diverse retourperioden voldoende bergingsruimte (‘ruimte voor de rivier’) beschikbaar zou zijn voor het opvangen van piekwaterstanden, en het Zeescheldebekken tevens in een gunstige staat van instandhouding kan worden gebracht.

– Hedwige-Prosperpolder (VL gedeelte + NL gedeelte)

De beslissing van de Vlaamse Regering voorziet de ontpoldering van de Prosper- en de Hedwigepolder.
De inrichtingswerken op Vlaams grondgebied zijn inmiddels uitgevoerd, uitgezonderd de verplaatsing van de radartoren (bouw van een nieuwe radartoren), waarvoor op het investeringsprogramma 2016 budget is voorzien (500.000 euro).
De aanbesteding voor de inrichtingswerken op Nederlands grondgebied wordt in 2016 voorbereid, vandaar het voorzien van 8.000.000 euro op het reserveprogramma.
De uitvoering van de inrichtingswerken op Vlaams grondgebied is reeds in 2008 opgestart.
Einde van de inrichtingswerken op Nederlands grondgebied wordt verwacht tegen 2019-2020.
De verplaatsing van de radartorens op Vlaams grondgebied wordt voorlopig op ca. 500.000 euro geraamd.
De totale kostprijs van de inrichtingswerken op Nederlands grondgebied wordt voorlopig geraamd op ca. 30 miljoen euro.

– Doelpolder Noord/Midden

De werken omvatten de aanleg van een gereduceerd getijdegebied te Beveren, ten zuiden van de Hedwige-Prosperpolder.
Dit project maakt eveneens deel uit van het geactualiseerde Sigmaplan, doch is tevens van belang in het kader van de havenontwikkeling op de Linkerscheldeoever (LSO).
De inrichtingswerken van dit overstromingsgebied worden momenteel voorbereid. De aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning en aanbesteding van de werken zijn voorzien voor 2016.
De start van de inrichtingswerken – die minstens twee jaar in beslag zullen nemen – is momenteel voorzien voor 2017.
De totale kostprijs wordt geraamd op ca. 32 miljoen euro, het aandeel ten laste van W&Z hierin op ca. 12 miljoen euro.

– Cluster Kalkense Meersen

De werken omvatten de uitvoering van de aanleg van de overstromingsgebieden Bergenmeersen, Paardeweide en Wijmeers 1 en 2 (Cluster Kalkense Meersen) in het kader van het geactualiseerde Sigmaplan.
De aanleg van de overstromingsgebieden Bergenmeersen en Paardeweide werd inmiddels reeds voltooid. De inrichtingswerken van de overstromingsgebieden Wijmeers 1 en 2 bevinden zich in een eindfase, zodat hier voor 2016 niet onmiddellijk nog budgettaire voorzieningen worden verwacht.
De uitvoering van de inrichtingswerken is reeds in 2009 opgestart.
Einde van de inrichtingswerken (deelgebied Wijmeers) wordt verwacht in 2016.
De totale kostprijs van de inrichtingswerken in de gebieden Bergenmeersen, Paardeweide en Wijmeers 1 en 2 wordt geraamd op ca. 25 miljoen euro.

– Cluster Vlassenbroek

De werken omvatten de inrichting van het gecontroleerd overstromingsgebied (GOG) Vlassenbroek te Dendermonde.
De uitvoering van deze werken is reeds lopende sedert 2012.
De op het investeringsprogramma van 2016 voorziene budgetten omvatten de verdere uitvoeringsfasen, m.n. de aanleg van de zuidelijke ringdijk en enkele droge grondwerken in het kader van de aanleg van een tweetal nieuwe visvijvers en de bijhorende omgevingsaanleg.
Einde van de inrichtingswerken – die zijn opgestart in 2012 – wordt verwacht in 2020.
De totale kostprijs van de inrichtingswerken van het GOG Vlassenbroek wordt geraamd op ca. 30 mio euro.

– Cluster Grote Wal-Kleine Wal-Zwijn

De werken omvatten de aanleg van het gecontroleerd overstromingsgebied Grote Wal-Kleine Wal-Zwijn te Hamme.
De uitvoering van deze werken is begin 2016 opgestart.
De op het investeringsprogramma van 2016 voorziene budgetten omvatten de verdere uitvoeringsfasen, m.n. de verdere aanleg van de ringdijk.
Het einde van de inrichtingswerken – die zijn opgestart begin 2016 – wordt verwacht in 2022.
De totale kostprijs van de inrichtingswerken van het GOG Vlassenbroek wordt geraamd op ca. 27 mio euro.

– Cluster Durmevallei

De werken omvatten de inrichtingswerken in de Sigmacluster Durmevallei, in opdracht van Waterwegen en Zeekanaal nv (W&Z). Meer specifiek gaat het hierbij om de inrichtingswerken in de Sigmagebieden de Bunt te Hamme, Klein Broek te Temse en Groot Broek te Temse en Waasmunster, en het wetland Hof ten Rijen te Waasmunster. De Sigmagebieden Klein Broek en Groot Broek worden ingericht als ontpoldering, het Sigmagebied De Bunt wordt ingericht als gecontroleerd overstromingsgebied met estuariene invulling (gecontroleerd overstromingsgebied met gereduceerd getij). De vijver Hof ten Rijen zal worden omgevormd tot wetland door verondieping.
De uitvoering van de inrichtingswerken in De Bunt, Groot Broek en Klein Broek is reeds lopende.
De op het investeringsprogramma van 2016 voorziene budgetten omvatten de verdere uitvoeringsfasen, m.n. de verdere aanleg van de ringdijk rond het GOG Groot Broek.
Einde van de inrichtingswerken – die van start gegaan zijn in 2011 – wordt verwacht in 2025.
De kostprijs van de dijkwerken voor de Bunt wordt geraamd op 12,5 mio euro. De dijkwerken voor Klein Broek worden geraamd op 6,5 mio euro en deze voor Groot Broek op 11,5 mio euro.
De kostprijs van de realisatie van het wetland Hof ten Rijen zal worden geraamd op basis van de vergunningsvoorwaarden die op heden evenwel nog niet gekend zijn.

Alle hoger vermelde projecten zijn reeds in uitvoering, uitgezonderd de ontpoldering van de Hedwigepolder op Nederlands grondgebied en de aanleg van het gecontroleerd gereduceerd getijdengebied (GGG). Doelpolder Noord/Midden op Vlaams grondgebied. De voorbereidingen van deze laatste twee projecten zijn lopende en zitten op schema, aldus minister van Openbare Werken Ben Weyts.

Als er werken nodig zijn om de veiligheid te verhogen bij wateroverlast en overstromingen, kunnen we niet anders dan daar begrip voor opbrengen, stelt De Meyer. De vraag blijft echter volgens hem of overal gekozen is voor het beste alternatief om deze doelstellingen te bereiken. We hebben steeds gepleit voor een zuinig ruimtebeslag waarbij het eigendomsrecht gerespecteerd wordt en waarbij een correcte vergoeding wordt betaald voor de eventuele onteigeningen, aldus De Meyer. Zeker gezien de hoge kostprijs van de projecten is een zorgvuldige en goed afgelijnde uitvoering van de werken nodig, in voldoende overleg met de betrokken gemeente- en polderbesturen.

De Floraliën op termijn erkend als immaterieel erfgoed?

Minister van Cultuur Sven Gatz gaf Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer een inspirerend antwoord op zijn vraag over de eventuele erkenning van de Floraliën als immaterieel erfgoed.
De Floraliën is een hoogtepunt voor internationale topfloristen, siertelers en tuinarchitecten. Naast het bewonderen van bloemen en planten kunnen de bezoekers eveneens genieten van inspiratietuinen en florale kunstinstallaties.
De Floraliën wordt naar traditie vijfjaarlijks georganiseerd in de stad Gent. Omdat de Floraliën hernieuwd werden, vond deze editie uitzonderlijk plaats dit jaar in plaats van in 2015. De organisatie maakte de keuze om Flanders Expo te verlaten en terug te keren naar de roots: het hartje van de stad Gent – Bijlokesite, Citadelpark, Leopoldskazerne en Sint-pietersplein.
De eerste Floraliën werd reeds georganiseerd in 1809. Het evenement is intussen wereldwijd gekend. Voor de 35ste editie ontworpen binnen- en buitenlandse kunstenaars – naast de traditionele bloemenkunsten – florale installaties van topniveau.
Gezien de historie en de jarenlange tradities wil de organisatie de Floraliën laten erkennen als immaterieel erfgoed. Ook de stad Gent staat achter de erkenning van Floraliën als immaterieel erfgoed in het kader van de Unesco-conventie.
De Meyer vroeg minister Gatz of er reeds stappen gezet werden om de Floraliën te erkennen als immaterieel erfgoed en hoe de minister staat t.o.v. de erkenning van de Floraliën als immaterieel erfgoed.
De minister sprak zijn appreciatie uit voor de Floraliën en gaf ook aan met welke elementen men rekening moet houden bij een eventuele aanvraag als immaterieel erfgoed.
Jos De Meyer hoopt dat de organisatoren samen met de stad Gent en met de provincie Oost-Vlaanderen hiervan werk maken!
Het volledige verslag vindt u via onderstaande link:
https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1058542/verslag/1061237
______________________________

Floraliën binnenkort erkend als immaterieel erfgoed?

De Gentse Floraliën komen zeker in aanmerking om erkend te worden als immaterieel erfgoed. Dat blijkt uit het antwoord dat minister van Cultuur Sven Gatz gaf aan Vlaams parlementslid Jos De Meyer. Voorlopig is er nog geen aanvraagprocedure lopende, al had het kabinet Gatz hierover wel een gesprek met de Koninklijke Maatschappij voor Landbouw en Plantkunde. Het Landelijke Expertisecentrum voor Cultuur van Alledag (LECA) en het Centrum voor Agrarische Geschiedenis (CAG) zouden het proces kunnen ondersteunen, aldus Gatz.

De eerste Floraliën werden georganiseerd in 1809 en groeiden uit tot een evenement met wereldwijde faam. Dit jaar vonden de Floraliën voor de vijfendertigste keer plaats en keerden terug naar de wortels: ze verlieten Flanders Expo als locatie en presenteerden het werk van binnen- en buitenlandse bloemenkunstenaars in het centrum van de stad Gent. Vlaams parlementslid Jos De Meyer wilde van cultuurminister Sven Gatz graag weten of er reeds stappen gezet werden om de Floraliën te erkennen als immaterieel erfgoed.

Minister Gatz had het alvast over een eerste stap: een gesprek tussen zijn kabinet en de organisatie van de Floraliën waarbij het beleid en de procedure om opgenomen te worden in de Inventaris Vlaanderen voor Immaterieel Cultureel Erfgoed uitvoerig werd toegelicht. “Die inventaris wordt aangevuld van onderuit”, zo licht Gatz toe. “De intermediaire erfgoedorganisaties kunnen de betrokken gemeenschap daarbij helpen en samen met de gemeenschap stap voor stap een erfgoedzorgplan opmaken. Een opname in de inventaris is dus een beetje de kers op de taart voor het engagement van een gemeenschap om blijvend en met zorg met hun immaterieel erfgoed om te gaan en zo ook een voorbeeld voor andere gemeenschappen te zijn.”

Een belangrijke voorwaarde om opgenomen te worden in die inventaris is de dynamiek en het actief doorgeven van immaterieel erfgoed aan volgende generaties. Wat die “toekomstige borging” betreft, is Gatz positief gestemd: “Ik was bij mijn bezoek zeer verbaasd, in positieve zin, over de manier waarop deze toch wel eerbiedwaardige oude dame zich in de stad helemaal had ontpopt tot een artistiek zeer relevant en hedendaags evenement”, aldus Gatz. “Ik was er echt van onder indruk. Dit was in elk geval een zeer verrassend voorbeeld van toekomstgerichte borging.” (Vilt)

Ondersteunend en stimulerend beleid voor de sierteeltsector

Op vrijdag 29 april bezocht de Commissie Landbouw van het Vlaams parlement de Floraliën in Gent. De Floraliën is telkens een hoogtepunt voor onze Vlaamse sierteeltsector, aldus Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer, voorzitter van de commissie Landbouw. Ook deze sector ontsnapt niet aan de economisch laagconjunctuur en moet de gevolgen dragen van de lage prijzen die de consument slechts wil betalen en van het wegvallen van bepaalde afzetmarkten.
De Tijd (van 22 april) liet enkele siertelers aan het woord. Volgens hen stellen kwekers zich te weinig de vraag hoe ze zich kunnen onderscheiden naar de consument.
De Vlaamse sierteeltsector zal de komende decennia grondige wijzigingen ondergaan en belangrijke inspanningen moeten leveren om zijn positie op de Europese markt te versterken. Innovatie dient beschouwd te worden als een continu proces en een drijvende kracht in elke sector, dus ook in de sierteeltsector.
De Meyer vroeg in de Commissie Landbouw van het Vlaams parlement aan minister voor Landbouw Joke Schauvliege hoe zij de sierteeltsector zal ondersteunen en stimuleren met haar beleid.
Minister Schauvliege gaf een overzicht van de reeks maatregelen waarmee de sierteeltsector ondersteund wordt. Eerst en voor met het onderzoek en het vertalen van de onderzoeksresultaten naar de praktijk in het Proefcentrum voor de Sierteelt dat daarvoor een werkingssubsidie krijgt van 450.000 euro per jaar. Binnenkort starten zij met de bouw van een nieuw centrum waar sterk wordt ingezet op duurzaamheid en klimaatneutraliteit. Het centrum krijgt daarvoor een investeringssteun van ongeveer 2,8 miljoen euro uit de landbouwbegroting.
In het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) wordt wetenschappelijk onderzoek verricht vooral met betrekking tot resistentieveredeling en de beheersing van ziekten en plagen. Op het vlak van gewasbeschermingsmiddelen worden ook maatschappelijke eisen gesteld. De Vlaamse overheid helpt de telers – via de erkenning en de financiële ondersteuning van de vzw Vlaams Milieuplan Sierteelt (VMS) – om ecologisch duurzamer te produceren. Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) neemt zowel op binnenlandse als op buitenlandse markten heel wat initiatieven m.b.t. sierteeltproducten. Er is ook een samenwerking tussen het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) en de sierteeltsector. De denkgroep Sierteeltstrategie 2020 denkt na over de toekomst. Voor toegang tot kapitaal en bedrijfsovernames kan de sector rekenen op Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF).
De Meyer is blij dat de minister gelooft in de sierteeltsector en dat zij zich engageert om die verder te blijven ondersteunen. Hij vraagt de banden met de denkgroep Sierteeltstrategie 2020 te versterken en extra te stimuleren. Hij zal de sector verder alert blijven volgen.
Het volledige verslag vindt u via onderstaande link:
https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1056853/verslag/1060106

Dijkwerken Groot Broek kosten ruim elf miljoen euro

Het Groot Broek is gelegen aan de linker Durmeoever op het grondgebied van Sombeke en Elversele. Op vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) uit Belsele lichtte Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Toerisme Ben Weyts (N-VA) in het Vlaams Parlement toe dat de kostprijs van het project ongeveer 11,5 miljoen euro zal bedragen. “In het kader van het geactualiseerde Sigmaplan worden de Durmedijken tot op een hoogte van acht meter gebracht”, kondigt Weyts aan. “We verwachten dat na de voorbereidende procedures de dijkwerken volgend jaar kunnen starten. Deze werken worden gefaseerd uitgevoerd. Het ontwerp van de dijkwerken wordt nu uitgewerkt. Aansluitend vraagt W&Z de stedenbouwkundige vergunning aan en wordt het aanbestedingsdossier voorbereid.” (Het Nieuwsblad, Jan Van De Velde)

54 miljoen uit Klimaatfonds om scholen energiezuiniger te maken

Vlaams Onderwijsminister Hilde Crevits reserveert 54 miljoen euro uit het Vlaams Klimaatfonds om de schoolgebouwen energiezuiniger te maken. Dat zei ze donderdag in het Vlaams parlement na een vraag van Jos De Meyer (CD&V). In het fonds zit op dit moment zo’n 300 miljoen euro, die voornamelijk zal worden gebruikt om verouderde overheidsgebouwen en sociale woningen aan te pakken.
Het Klimaatfonds wordt hoofdzakelijk gespijsd met middelen uit de veiling van Europese emissierechten. Het geld zat tot eind vorig jaar geblokkeerd, bij gebrek aan een klimaatakkoord tussen de Belgische deelstaten.
Het onderwijs krijgt nu 54 miljoen euro uit het fonds, gespreid over vier jaar. “In hoofdzaak zijn deze middelen bestemd om energiebesparende maatregelen te realiseren, in het leerplichtonderwijs en het hoger onderwijs”, zei Crevits. Een kleiner deel van het budget kan ook worden gebruikt voor sensibilisering. “Cruciaal is dat de gerealiseerde CO2-reductie meetbaar is en gemonitord kan worden”, aldus de minister.
“Het is terecht dat we maximaal inzetten op ons eigen patrimonium”, vond Caroline Gennez (sp.a), die van de minister wou weten welke energiebesparende ingrepen in aanmerking komen. “Daarover wordt nog overlegd met de onderwijsverstrekkers”, aldus Crevits. (Belga)

Jos De Meyer : werk maken van de modernisering van de pachtwet!

“Met de zesde staatshervorming is de pachtwetgeving een regionale bevoegdheid geworden. In de beleidsnota van de minister is ook sprake van de hervorming en modernisering van de Pachtwet. In de commissie Landbouw van het Vlaams parlement werd over deze materie een hoorzitting gehouden met het middenveld,” aldus Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.
In opdracht van de Europese Commissie werden 2200 jonge landbouwers ondervraagd over hun noden, waarvan een 80-tal Belgische deelnemers. Zowel grond kopen als grond huren ervaart men als bijzonder problematisch. De Belgische focusgroep wijst onder andere op knelpunten in de pachtwetgeving die landeigenaars niet voldoende stimuleert om gronden te verpachten, pensioenboeren die vasthouden aan hun grond enzovoort. Het zijn zorgen die ons bekend zijn.
Haast en spoed is zelden goed. Anderzijds is er het gezegde “de processie van Echternach”. Geen van beide zijn juist om de vorderingen in verband met de pachtwetherziening, weliswaar traag maar gestaag, weer te geven. Er is hoe dan ook een groot verwachtingspatroon. Dat wordt versterkt, gelet op de geringe instroom van jonge land- en tuinbouwers. Ze verwachten dat de modernisering van de pachtwetgeving een hulpmiddel zou kunnen zijn om gemakkelijker toegang te krijgen tot landbouwgronden. Daarom wil Jos De Meyer met deze vraag om uitleg de minister stimuleren om verder werk te maken van deze noodzakelijke hervorming.
Alle fracties die in het debat aan het woord zijn geweest – en dat waren alle meerderheidsfracties – zeggen dat het belangrijk is dat er fiscale stimuli worden voorzien voor pachters die denken aan een langdurige pacht of een loopbaanpacht.
Het verslag van mijn vraag om uitleg in de commissie is via deze link te lezen:
http://ow.ly/OAeY3006pbR

Scholen met jongste leerlingen hebben ook de jongste directies

Hoe hoger het onderwijsniveau, hoe ouder de directeur, blijkt uit de cijfers die Vlaams parlementslid kreeg als antwoord op zijn vraag aan minister Crevits van Onderwijs.
In het Vlaamse basisonderwijs zijn 10,25% van de directies jonger dan 40 jaar, terwijl dat in het hoger onderwijs slechts 2,86% is. In de hogescholen zijn 71,42% van de directeurs zelfs ouder dan 50 jaar, tegenover 53,92% in de basisscholen. De gemiddelde leeftijd van directies uit het secundair onderwijs ligt tussen die van de hogescholen en die van de basisscholen in.
Opmerkelijk is dat er ook verschillen zijn naar het onderwijsnet: het aandeel oudere directeurs is grootst in de kleine onderwijsnetten (64,88%) en laagst in het gemeenschapsonderwijs (42,3%). IN het vrij gesubsidieerd onderwijs hoort 60,63% bij de oudste groep, bij het onderwijs van steden en gemeenten is dat 55,98%
Belastend beroep
De Meyer wou weten of tegenwoordig meer directies hun aanstelling verlaten omwille van de zware taakbelasting, maar dat is niet uit de cijfers op te maken. De laatste vijf schooljaren verlieten 623 directeurs hun aanstelling voordat ze met pensioen konden gaan. Op een totaal korps van 4312 directies in functie (dus per schooljaar) gaat het dus gemiddeld om bijna 3% van de directeurs die een andere taak opnemen. Dat is niet noodzakelijk omdat ze hun taak te belastend zouden vinden, stelt de minister. Of een aanstelling als directeur nu gemiddeld korter is dan vroeger, valt niet uit de cijfers op te maken. Het blijft echter een feit dat de taak van een schooldirecteur belastend is, stelt De Meyer. Schooldirecteurs nemen immers gemiddeld nog steeds meer ziektedagen op omwille van psychosociale aandoeningen dan andere personeelsleden in het Vlaamse onderwijs.

Floraliën in Gent

Bezoek van de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement aan de Floraliën en aan het kunstwerk van onze stadsgenoot Daniël Ost

Blinde geleide stroken op de Grote Markt in Sint-Niklaas moeten dringend hersteld worden!

Op de gemeenteraad van vrijdag 29 april vroeg gemeenteraadslid Jos De Meyer aan het schepencollege om dringend werk te maken van het herstel van de blinde geleide stroken op de Grote Markt aan de zijde Nieuwstraat – H.Heymanplein.
Deze stroken zijn reeds maanden stuk en dit is uiteraard een probleem voor mensen met gezichtsproblemen.
De schepen voor Openbare Werken beloofde om deze stroken te herstellen.
De Meyer drong ook aan bij de schepen van Welzijn op een snelle uitvoering.