Jos De Meyer deels tevreden met speciaal parkeerabonnement voor zorgverstrekkers in Sint-Niklaas!

Enkele maanden geleden vroeg raadslid Jos De Meyer op de gemeenteraad om een regeling te treffen voor een speciaal parkeerabonnement voor de sector van de zorgverstrekkers. De gemeenteraad keurde voor de zorgverstrekkers een jaarabonnement goed voor de prijs van 100 euro voor hen die daarvoor belangstelling hebben.
Deels tevreden, maar ik had liever een onderscheid gezien voor hen die veelvuldig en bijna uitsluitend in het stadscentrum (met betalend parkeren) werken, en zij die aan de rand van de stad en in deelgemeenten werken en veel minder frequent in het stadscentrum. Dit zou een nog billijkere oplossing zijn, aldus De Meyer die hoopt op een evaluatie en zo nodig bijsturing.

Afwezige schepenen Sint-Niklaas op plichten gewezen

“Ik heb met de burgemeester te doen. Zijn schepenen lieten het afweten, ondanks hun engagement naar de bevolking toe. Er kan altijd een uitzonderlijke situatie zijn, maar dan moet een collega-schepen inspringen”, stelt Jos De Meyer. “Op de gemeenteraad van mei was schepen Peter Buysrogge (N-VA) afwezig omwille van een parlementaire reis in het kader van de NAVO, ondanks een belangrijk agendapunt. Schepen Gaspard Van Peteghem (sp.a) liet dan weer zijn eigen commissie Openbare Werken in de steek omwille van een uitgelopen receptie van de wielerkoers van Belsele, nog zonder enige verwittiging ook. De koers was nochtans om 17.30 uur afgelopen en de vergadering startte uitzonderlijk pas om 20 uur. Ik heb de commissie laten doorgaan, uit respect voor de andere raadsleden en voor de stadsingenieur die helemaal uit Kallo kwam.”
Burgemeester Lieven Dehandschutter (N-VA) liet blijken dat het niet voor herhaling vatbaar is dat een schepen zonder te verwittigen afwezig blijft. Schepen Van Peteghem bood zijn excuses aan. (Het Laatste Nieuws, JVS)

Controle van het ziekteverlof in het onderwijs wordt steeds vaker aangevraagd door het personeelslid zelf

Slechts heel uitzonderlijk neemt het ministerie het initiatief om een controledienst in te schakelen bij afwezigheid wegens ziekte, vernam Vlaams parlementslid Jos De Meyer als antwoord op zijn vraag aan minister Crevits van Onderwijs. In bijna de helft van de gevallen neemt de controledienst zelf het initiatief. In ongeveer een kwart van de gevallen is het de school die een controlearts stuurt. Controle bij eendagsziekten gebeurt alleen op vraag van de school.
In 2014 werden 17.209 controles uitgevoerd; daarmee werden 9617 werkdagen “gewonnen”.
Opmerkelijk is dat het aantal controles op vraag van het personeelslid zelf jaar na jaar toeneemt: van 19% in 2010 liep dat op tot bijna 27% in 2014. Het gaat dan onder meer om personeelsleden die het werk deeltijds willen hervatten. Bij verminderde prestaties wegens ziekte is immers altijd een goedkeuring van het controleorganisme nodig. Personeelsleden keren ook soms op eigen initiatief terug voordat de termijn van het ziektebriefje verlopen is. In dat geval moeten ze wel hun school vooraf op de hoogte brengen om verzekerd te zijn tegen arbeidsongevallen.

‘Erken heel Vlaanderen als rampgebied’

Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V) wil de Vlaamse landbouw redden door die te erkennen als sector in moeilijkheden. Zo’n erkenning houdt in dat de RSZ-bijdragen gehalveerd worden. Voor bedrijven kan zo’n erkenning nu al, voor zelfstandigen nog niet.
Daarnaast pleit De Meyer voor de erkenning van heel Vlaanderen als rampgebied. ‘Door de extreme regenval is weer de landbouw extra getroffen.’ Hij is ook voorstander van een productiebeperking, om de lage prijzen opnieuw omhoog te krijgen, maar wel alleen op Europees niveau. ‘Op de volgende landbouwraad zal dat niet veel kans maken, omdat de commissaris zich te veel met de Brexit heeft moeten bezighouden. Maar we blijven hopen dat het er ook echt op Europees niveau van zal komen. Het is een economische absurditeit om alleen in Vlaanderen de veestapel te beperken.’ (De Standaard, Inge Ghijs)

Auteursrechten worden eenvoudiger voor onderwijsinstellingen

“Er moet naar een oplossing gezocht worden om alle evenwichten met elkaar te verzoenen, al mag het niet de bedoeling zijn dat de kosten voor het onderwijs zomaar verhoogd worden.”, zeggen CD&V-Volksvertegenwoordigers Leen Dierick en Jos De Meyer.

Iedereen die auteursrechtelijk beschermde werken zoals boeken kopieert, moet hiervoor een vergoeding betalen (de zgn. reprografievergoeding). Voor bedrijven, overheidsinstellingen en scholen betekent dit een serieuze meerkost én een bijkomende administratieve last. “Vooral bij onderwijsinstellingen, denk bijvoorbeeld aan gekopieerde oefenblaadjes, hebben deze auteursrechtelijke vergoedingen een aanzienlijke impact op hun werkingsmiddelen. Het onderwijs alleen al betaalde € 4,682 miljoen in 2014.”, zegt CD&V-Kamerlid Leen Dierick die het probleem aankaartte bij de minister van Economie, Kris Peeters. Hij kondigde aan dat nog voor het zomerreces een nieuwe regelgeving besproken zal worden.

Het is toegelaten om onder bepaalde voorwaarden auteursrechtelijk beschermde artikelen (bv. krant, tijdschrift, foto) of korte fragmenten uit andere auteursrechtelijk beschermde werken (bv. boek) te fotokopiëren zonder toestemming van de auteur of uitgever. De wet voorziet dat auteurs en uitgevers daarvoor een vergoeding moeten ontvangen, de zogenaamde reprografievergoeding. Reprobel is ermee belast om deze reprografievergoeding te innen en te verdelen aan auteurs en uitgevers.

Dierick erkent het spanningsveld. “We hebben enerzijds de administratieve en financiële impact voor de scholen, maar anderzijds verdienen auteurs ook bescherming en een daaraan gekoppelde billijke vergoeding. Het is belangrijk dat mensen die educatief materiaal schrijven, hiervoor ook worden gehonoreerd. De huidige wetgeving is echter zeer complex en moet duidelijker en transparanter worden, zodat er meer zekerheid komt voor onze onderwijsinstellingen. De regelgeving moet ook in het kader van recente uitspraken van het Europees Hof van Justitie, herzien worden.”, zegt het CD&V-parlementslid. (http://www.ond.vlaanderen.be/auteursrechten/uitzonderingen/)

Door de uitspraken van het Hof van Justitie moet de heffing op reproductiemachines herzien worden. De auteurs- en uitgeversorganisaties willen echter de inkomsten op niveau houden. Er wordt niet gedacht aan een aanpassing van de tarieven, maar men wil wel het forfaitaire aantal kopies per leerling of student mogelijks verhogen, wat zeer zware gevolgen kan hebben voor de kosten voor ons onderwijs. “Er moet naar een oplossing gezocht worden om alle evenwichten met elkaar te verzoenen, al mag het niet de bedoeling zijn dat de kosten voor het onderwijs zomaar verhoogd worden.”, zeggen CD&V-Volksvertegenwoordigers Leen Dierick en Jos De Meyer (die het probleem aankaartte op Vlaams niveau).

Minister van Economie Kris Peeters liet weten dat hij aan een piste werkt om alle uitzonderingen in verband met het onderwijs in één wetsartikel te brengen en er één vergoeding aan te koppelen. De minister kondigde aan om met alle betrokken niveaus overleg te plegen. Daarbij benadrukte hij dat zeker ook de onderwijsinstellingen hier deel van zullen uitmaken.

Algemene Vergadering Milcobel

Afscheid van een sterke voorzitter Guido Veys.
Welkom aan de nieuwe voorzitter Dirk Ryckaert.
Vraag die me bezig hield tijdens deze inspirerende jaarvergadering: hoe kunnen onze Vlaams melkveehouders concurreren op de volatiele wereldlandbouwmarkt?
Een sterke coöperatie is hier zeker een antwoord op.

Milcobel keert winst van 2015 volledig uit aan leden

Zuivelcoöperatie Milcobel betaalde in 2015 een gemiddelde melkprijs van 28,91 euro per 100 liter uit aan haar leden-melkveehouders. Dat is 20 procent minder dan in 2014. Door de lage prijzen daalde de geconsolideerde omzet van de zuivelgroep afgelopen jaar tot 945 miljoen euro. Dat zorgde voor een winst van 1,6 miljoen euro. “De algemene vergadering heeft beslist om een dividend uit te keren van vier procent, goed voor ruim 1,5 miljoen euro. Dat betekent dat alle winst naar de leden gaat en er geen toename is van de reserves”, zei CEO Eddy de Mûelenaere tijdens de algemene vergadering van de onderneming.
Ondanks de afbrokkeling van de prijzen gedurende 2015 groeide de melkproductie na het wegvallen van de melkquota. “Naar het jaareinde toe was er zelfs nog een extra productiepiek. Terwijl de markt juist een lager aanbod nodig heeft, stimuleren de lage melkprijzen individuele leveraars om maximaal te produceren om zo de liquiditeitspositie te vrijwaren”, legt de Mûelenaere uit. Die piek bezorgde sommige zuivelbedrijven verwerkingsproblemen en dat vertaalde zich in overproductie in bepaalde productgroepen, zoals kaas. “Daardoor kelderden ook de prijzen van nog redelijk gevaloriseerde producten tegen het jaareinde en begin 2016.”
De oorzaken voor de steeds verder dalende prijzen zijn enerzijds een belangrijke vraaguitval door de boycot van Rusland en door de terugloop van zuivelinvoer in China dat eerder te hoge stocks aangelegd had. Naast de vraaguitval zijn er ook de gevolgen van het wegvallen van de quota. Daardoor steeg de Europese melkproductie van april 2015 tot maart 2016 met 7,3 procent. Vooral in Ierland (+31,4%), België (+21,3%) en Nederland (+17,9%) werd de productie duchtig opgetrokken. “Dit overaanbod van melk in Europa maakt de vooruitzichten ook niet rooskleurig. Gelukkig houdt de interventie de bodem in de markt”, aldus de Milcobel-CEO.
Ook Milcobel zag zijn melkaanvoer in 2015 stijgen met 4,5 procent, van 1,172 miljard naar 1,225 miljard liter. Het aantal leveraars daalde dan weer van 2.777 naar 2.687 (-3,2%). “Dat is een normale evolutie, in lijn met vorige jaren”, zegt de Mûelenaere. “Dat betekent wel dat de gemiddelde grootte van onze leveraars nu 456.000 liter per jaar is tegenover 422.000 liter in 2014. De trend naar meer verschil tussen groot en klein tekent zich wel steeds duidelijker af. Bijna 60 procent van de leden levert minder dan 400.000 liter, maar dat vormt minder dan 30 procent van de melk. De middengroep van 400.000 tot 900.000 liter levert met een derde van de leden bijna de helft van de melk en de groep leveraars met meer dan 900.000 liter (10%) levert intussen al een kwart van onze melk.”
De groei bij de leden zorgde ook dat de melkverwerking door Milcobel de hoogte inging in 2015. In totaal ging het om bijna zes procent omdat er door de lage spotprijzen weinig melk verkocht werd. Zoals voorzien werd meer melk verwerkt tot kaas. Zo nam de mozzarellaproductie toe met 40 procent. “Er werden nieuwe markten en klanten gevonden en ondanks de prijsdruk kon het product nog net de melkprijs betalen”, vertelt de Milcobel-topman. Het volume consumentenkaas bleef stabiel, net zoals dat van drinks, maar voor dit laatste product blijven de marges oninteressant. Het volume melkpoeder werd zoals afgesproken teruggeschroefd van 55 procent vroeger naar 45 procent vandaag. “Maar de lage marktprijzen voor melkpoeder waren onvoldoende om de melkprijs te dekken, luidt het.” Boter- en roomverkopen droegen wel sterk bij tot het resultaat van de groep.
Dit alles zorgde ervoor dat de geconsolideerde omzet daalde van 1,011 miljard euro in 2014 naar 945 miljoen afgelopen jaar. Het nettoresultaat bedraagt 1,6 miljoen euro en is volgens Eddy de Mûelenaere ondanks de lagere productprijzen toch in lijn met dat van 2014. “Dat is voor een groot deel te danken aan de prestaties van Ysco. Onze roomijstak kon een groei van 12 procent in volume en 15 procent in omzet realiseren. Ook de goede performance in consumentenkaas en kaashandel spelen hierbij een rol.” De algemene vergadering besliste om 1,5 miljoen euro, bijna de volledige winst, onder een dividend van vier procent uit te keren aan de leden.
Qua investeringen vestigde Milcobel in 2015 opnieuw records. Zestig miljoen euro werd geïnvesteerd in de verbetering en uitbreiding van de productiecapaciteit. De vestiging in Moorslede werd uitgerust met een installatie voor indikking van wei en in Kallo werd verder gewerkt aan een nieuwe poedertoren met vernieuwde indamper-installaties. Dit laatste project kost maar liefst 85 miljoen euro, een kost die gespreid werd over drie jaar. Door die gerealiseerde investeringen nam het vast actief afgelopen jaar toe met ruim 35 miljoen euro. De financiële schulden van de zuivelgroep liepen ook op met 25 miljoen euro.
CEO de Mûelenaere had het tot slot ook over de verwachtingen voor 2016. “Veel te veel melk, de uitblijvende vraag en grote voorraden zorgen ervoor dat een structureel herstel nog niet meteen aan de orde is”, meent hij. Maar dat Milcobel in 2016 beduidend meer melk zal verwerken, staat buiten kijf. “We verwachten een toename van de melkaanvoer met bijna een kwart, enerzijds door de groei van onze bestaande leden maar anderzijds ook door de nieuwe toetreders tot de coöperatie.”
Begin dit jaar nam Milcobel immers nog heel wat nieuwe leden aan, melkveehouders die door private zuivelfirma’s zoals FrieslandCampina of Olympia aan de deur waren gezet. “Private firma’s gaan zich in moeilijke marktomstandigheden ontdoen van het teveel aan moeilijk valoriseerbare melk door leveraars af te stoten. Tot nu toe is dit in België zonder grote kleurscheuren verlopen omdat de twee grote coöperaties wel geïnvesteerd en gediversifieerd hebben en zij tot op heden quasi alle opgezegde leden opgenomen hebben”, zegt de Mûelenare, maar hij wijst erop dat Milcobel daar in het belang van de eigen leden niet mee kan doorgaan. “Wij moeten die melk wel zien te valoriseren. Laat mij duidelijk zijn, de coöperatie is niet de oplossing voor problemen die door anderen veroorzaakt worden. Men kan van ons niet verwachten dat we de dweil van de markt zijn.”

Meer informatie: Jaarverslag 2015 (Vilt)
______________________________

Dirk Ryckaert is nieuwe voorzitter Milcobel

Dirk Ryckaert, een 42-jarige melkveehouder uit het Oost-Vlaamse Gavere, neemt de voorzittersfakkel van Milcobel over van Guido Veys. Hij krijgt daarbij de steun van twee ondervoorzitters en een vernieuwde en verjongde raad van bestuur. “Wie verwacht dat de aanstelling van een nieuw bestuur meteen impact zal hebben op de melkprijs, die heeft het mis. Maar we zullen er wel op toezien dat het management zijn uiterste best blijft doen om van Milcobel een zo performant mogelijke onderneming te maken”, zei de kersverse voorzitter tijdens de algemene vergadering.
De aanstelling van de nieuwe raad van bestuur is het sluitstuk van een veranderingsproces dat zich bij Milcobel de afgelopen jaren voltrokken heeft. De wortels van dit proces zijn terug te brengen tot de zuivelcrisis van 2009, toen de coöperatieraad suggereerde dat door de omvang van de zuivelonderneming de nood was ontstaan aan een sterker management met aangepaste profielen. Diezelfde coöperatieraad zag echter al gauw in dat ook op bestuurlijk niveau een tandje moest bijgestoken worden. “Om de belangen van de leden-melkveehouders optimaal te behartigen, moet de raad van bestuur op niveau kunnen meespreken met de directie en de directie kunnen uitdagen”, herinnerde Veys zich.
Daarom kondigde de afscheidnemende voorzitter precies een jaar geleden aan dat de bestuurlijke organisatie van Milcobel grondig geëvalueerd en hertekend zou worden. “We wilden dat ook op bestuurlijk niveau de tweeledige structuur van Milcobel duidelijker weerspiegeld werd: de coöperatie en de onderneming. Concreet moest er een striktere scheiding komen tussen groepsdirectie en vennoten”, legt de afscheidnemende voorzitter uit. “Ik wist van in het begin dat deze bestuurlijke hertekening zou afgerond worden met een voorzitterswissel, maar dat er zo zou geraakt worden aan alle ledenstructuren en beslissingsorganen werd pas gaandeweg duidelijk.”
Zowel de regionale ledenkringbesturen als de coöperatieraad werden vernieuwd en er werd een specifieke jongerenkring opgericht. Binnen deze structuren is een regionale spreiding en verankering gegarandeerd. Er werd ook gestreefd naar verjonging en vervrouwelijking van deze bestuursorganen. “En daar zijn we in geslaagd”, stelt Veys. “Bijna de helft van de leden van de coöperatieraad is jonger dan 40 jaar en een kwart is vrouw.” Waar vroeger elke ledenkring een kandidaat mocht afvaardigen naar de raad van bestuur, was deze regionale vertegenwoordiging niet langer houdbaar.
“We hebben geopteerd voor een kleinere, maar efficiëntere raad van bestuur en meer verantwoordelijkheid voor de coöperatieraad”, vertelde Guido Veys. Hij bedankte dan ook alle leden van de vorige raad van bestuur uitdrukkelijk omdat zij hun mandaat ter beschikking hebben gesteld om deze doelstelling te bereiken. Alle kandidaat-bestuursleden moesten een grondige screening doorlopen en aan de hand van competentieprofielen oordeelde een evaluatiecomité over hun kandidatuur. Op basis daarvan werden zeven leden-melkveehouders weerhouden waarover de coöperatieraad advies mocht uitbrengen.
De algemene vergadering benoemde dan officieel de nieuwe bestuurders. Het gaat om Dirk Ryckaert, Geert Vermander, Jan Wallays, Kris D’haemer, Betty Eeckhaut, Lucas van Dessel en Luc Van Laer. In de schoot van deze bestuursploeg werd Dirk Ryckaert aangeduid als voorzitter. Hij wordt bijgestaan door twee ondervoorzitters: Jan Wallays die bevoegd is voor bedrijfszaken en Geert Vermander voor coöperatiezaken. Het takenpakket van het nieuwe bestuur, de voorzitter en de ondervoorzitters is duidelijk vastgelegd. Ze zijn benoemd voor vier jaar en ze kunnen maximaal nog twee keer herbenoemd worden.
Guido Veys blikte tevreden terug op zijn 19-jarig voorzitterschap. “Milcobel staat er vandaag. De toekomst van de melkveehouderij in ons land zal er één zijn mét de bedrijven van Milcobel. Niet alleen omdat wij een coöperatieve groep zijn, maar ook en vooral omdat onze bedrijven modern en performant zijn en goed geleid en gemanaged worden. Ze zijn voor 100 procent in boerenhanden gebleven en staan ten dienste van de leden.”
Lees het afscheidsinterview met Guido Veys op VILT.be. (Vilt)

Verdeling Vlaamse lerarenkaart bijsturen a.u.b.

De Vlaamse lerarenkaart verdelen via de scholen zou dubbel zo duur worden dan een verdeling via de bibliotheken, vernam Vlaams parlementslid Jos De Meyer van minister Crevits van Onderwijs.
Personeelsleden van de scholen kunnen hun lerarenkaart gebruiken om korting te vragen voor bepaalde diensten, bijvoorbeeld voor museabezoek. Vroeger kreeg elk personeelslid van het Vlaamse onderwijs een lerarenkaart thuisbezorgd samen met het januarinummer van het tijdschrijft Klasse. Sinds dit schooljaar wordt de lerarenkaart nog thuisbezorgd aan wie voor 10 euro een papieren abonnement neemt op Klasse. Wie het blad digitaal leest, heeft ook recht op een lerarenkaart, maar hij of zij moet die dan gaan afhalen in de bibliotheek, of (in Antwerpen) in het Letterenhuis.
Uit de antwoorden op een bevraging, waarop weliswaar slechts 174 van de 340 bibliotheken hebben geantwoord, blijkt dat 90% van de bibliotheken volgend jaar opnieuw de bedeling van de lerarenkaarten voor zijn rekening wil nemen.
Dat de bedeling via de bibliotheken ervoor zorgt dat de leraren in de bibliotheek langskomen, is op zich geen sterk argument, vindt De Meyer, omdat het blijkbaar niet geldt voor wie een papieren abonnement kiest.
Een verzending per brief aan elke individuele leerkracht is uiteraard duurder dan de kaarten te bezorgen aan de scholen of aan bibliotheken, maar vermits de rechthebbenden dit schooljaar per brief werden uitgenodigd om al dan niet in te tekenen op een papieren abonnement van Klasse geldt dat argument eigenlijk niet, want men had de kaart gewoon in die brief kunnen meesturen.
Op dit ogenblik zijn (naargelang de provincie) tussen 34 en 47% van de lerarenkaarten afgehaald. Aan de lerarenkaart zijn momenteel 850 organisaties verbonden die voordelen aanbieden. Tot enkele jaren geleden was dat meer dan 2000.
Jos De Meyer hoopt dat minister voor Onderwijs Hilde Crevits het huidige verdelingssysteem van de lerarenkaart – na evaluatie – bijstuurt!

Eerlijke prijs voor suikerbiet en rietsuiker!

In 2005 telt Vlaanderen 45.687 ha suikerbieten. In 2015 nog slechts 17.806 ha. In 2005 telde Vlaanderen 7.316 bedrijven met suikerbieten. In 2015 waren er nog slechts 3.300 bedrijven met suikerbieten. Zowel de oppervlakte suikerbieten als het aantal bedrijven zijn sterk teruggelopen, aldus Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.
De suikerproductie nadert het post-quotum tijdperk en dat zorgt voor heel wat commotie. Suikerproducenten in heel Europa kampen met een dalende suikerprijs en vermoed wordt dat het einde van de quota de markt verder onder druk zal zetten. De goede prijs was jarenlang gegarandeerd door het bietenquotum maar dreigt nu de speelbal te worden van volatiele wereldmarkten.
De onderhandelingen zijn volop aan de gang en de bedoeling is dat de verschillende partners tegen de zomer tot een akkoord komen.
Daarnaast was een schrijven van Oxfam Wereldwinkels in verband met de suikerproblematiek mede aanleiding voor Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer om minister van Landbouw Joke Schauvliege hierover te ondervragen in de commissie Landbouw van het Vlaams parlement. De Meyer steunt de bezorgdheid van Oxfam voor een gezonde marktverwerking, waar regulering door overheden cruciaal is, en hun streven naar een eerlijke prijs – maar dat zowel voor het Noorden als het Zuiden!
Minister Schauvliege antwoordde dat de Europese regelgeving voorschrijft dat er een sectoraal akkoord moet gesloten worden tussen de bietentelers en de suikerfabriek. In dat akkoord moeten afspraken worden gemaakt over de aankoop- en leveringsvoorwaarden van de suikerbieten. De Europese Unie heeft alle elementen opgelijst die het akkoord moet bevatten. De besprekingen lopen op dit moment, maar ze lopen inderdaad moeizaam. Ik geloof er niettemin sterk in dat er een akkoord zal worden bereikt, want men is op elkaar aangewezen. Als onze akkerbouwers volgend jaar geen bieten meer telen, is dat natuurlijk dramatisch voor de fabriek. Als de suikerfabriek er niet meer is, is het ook voor de landbouwers niet goed.
De Europese regelgeving schrijft voor dat de sectoren onder elkaar moeten onderhandelen. Als dat overleg helemaal zou vastlopen, moet er een officiële bemiddelingsprocedure worden gevolgd. In eerste instantie moeten de sectoren zelf rond de tafel zitten. Dat moeten we nu nog een kans geven en kijken hoe dat loopt. Pas in een volgende fase kan de overheid eventueel tussenbeide komen om te bemiddelen, aldus minister Schauvliege.
De Meyer is vooral bezorgd voor een eerlijke prijs zowel voor de bietentelers in onze regio als voor de rietsuiker in het Zuiden en rekent erop dat de minister op het juiste ogenblik tussenkomst bij de onderhandelingen mocht het nodig zijn.

Het volledige verslag vindt u via onderstaande link:
https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1063176/verslag/1065462

Met minister Joke Schauvliege en volksvertegenwoordiger Leen Dierick op bedrijfsbezoek bij Lambers-Seghers in Baasrode

Nieuw actieplan zet verder in op eigen eiwitbronnen

Na een positieve evaluatie van het eerste Actieplan Alternatieve Eiwitbronnen hebben de Vlaamse overheid en de Beroepsvereniging van de Mengvoederfabrikanten (BEMEFA) beslist om een vervolgtraject uit te tekenen. Het streefdoel van dit tweede actieplan blijft om te komen tot optimale benutting van de eigen eiwitbronnen en het verminderen van de importafhankelijkheid van eiwit buiten Europa. “We streven naar evolutie, niet naar revolutie. Het is de bedoeling om stap voor stap vooruit te gaan”, zei Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege bij de voorstelling van het tweede actieplan op het mengvoederbedrijf Lambers-Seghers in Baasrode.

Het eerste plan dateert van 2011 en liep eind vorig jaar af. Op vijf jaar tijd is de afhankelijkheid van Vlaanderen van de import van plantaardig eiwit van buiten Europa gedaald. Met een afhankelijkheid van 50 procent scoort Vlaanderen een stuk beter dan het Europese gemiddelde (75%), maar de noodzakelijke importhoeveelheden zijn nog steeds substantieel. “Een duurzaamheidstraject eindigt natuurlijk ook niet na een periode van vijf jaar. Aangehouden inspanningen over lange termijn zijn daarvoor nodig. Vandaar ook de noodzaak om een tweede Actieplan Alternatieve Eiwitbronnen op te zetten”, aldus Schauvliege.
Dit vervolgplan bouwt voort op de realisaties van het vorige. Opnieuw wordt er gewerkt met vijf hefbomen, maar de acties die eronder vallen, zijn afgestemd op de actuele toestand en de nieuwste ontwikkelingen. Via de eerste hefboom ‘sensibilisering en voorlichting’ wil men het belang van grasland en mengteelten van gras en vlinderbloemigen benadrukken als lokale eiwitbron. “Een goede grasproductie en -kwaliteit en een beredeneerde inpassing in het rantsoen van runderen beïnvloeden rechtstreeks en in belangrijke mate hoeveel eiwit via het krachtvoeder moet worden bijgepast. Landbouwers moeten op dat vlak blijvend gecoacht worden”, stelde Geert Rombouts van het Departement Landbouw en Visserij.
Met de tweede hefboom ‘bewustmaking binnen de EU’ willen de initiatiefnemers van het actieplan bij Europa aandringen om een stimulerend beleid te voeren om in alle lidstaten de zelfvoorzieningsgraad van plantaardig eiwit binnen de EU op te krikken. “Vlaanderen zal bovendien pleiten voor een veilig hergebruik van diermeel, want het gebruik daarvan is sinds de BSE-crisis verboden. Ook willen we bijdragen aan het uitwerken van een wettelijk kader voor het gebruik van insecten in diervoeders”, stelde Rombouts.
De hefboom ‘stimuleren van praktijkgericht onderzoek’ ziet onderzoek als basisvoorwaarde voor innovatie. “Onderzoek moet ervoor zorgen dat de mogelijkheden tot het gebruik van alternatieve eiwitbronnen in diervoeders maximaal geëxploiteerd wordt”, klinkt het. Daarvoor wil de werkgroep ‘onderzoek alternatieve eiwitbronnen’, getrokken door ILVO, het onderzoek in binnen- en buitenland inventariseren en initiëren. Andere onderzoeksprojecten zijn onder meer het Strategisch Platform Insecten en het onderzoek naar de mogelijkheden voor de teelt van soja in Vlaanderen.
‘Subsidiëring en stimuleren van landbouwers via specifieke maatregelen’ vormt de vierde hefboom. “Stimuleren van bepaalde teelten kan alleen binnen het Europees wettelijk kader. We denken hierbij aan het behouden van steun voor de teelt van vlinderbloemigen, zoals momenteel voorzien is in het GLB. Deze maatregel kent veel bijval bij de landbouwers, want de kaap van 10.000 hectare is al overschreden”, vertelde Rombouts. Een andere optie is de erkenning van soja als ecologisch aandachtsgebied (EAG).
De laatste hefboom gaat over ‘het in kaart brengen van valorisatiepaden van nevenstromen’. De veehouderij neemt vandaag al heel wat hoogwaardige reststromen van de voedingsmiddelenindustrie af, bijvoorbeeld bietenpulp, bierdraf, moutkiemen, enz. “Sinds kort zijn daar ook de nevenproducten van de bio-ethanolproductie bijgekomen. Men mag dit zien als schoolvoorbeeld van een circulaire economie”, beweerde Geert Rombouts. Volgens hem wordt er ook gekeken naar nieuwe potentiële nevenstromen, zoals onverkochte overschotten van groenten en fruit bij de veilingen. In het Feed Design Lab zullen hiervoor de nodige experimenten uitgevoerd worden.
Nieuw is dat het actieplan nu begeleid wordt door een kadernota. “Hiermee hebben we een instrument willen creëren dat onze duurzaamheidsstrategie op een beknopte wijze samenvat. Het is de bedoeling om de kadernota op jaarbasis te actualiseren”, sprak Yvan Dejaegher, directeur-generaal van BEMEFA. Die kadernota bestaat uit drie pijlers: voedselveiligheid als basis voor de duurzaamheidsstrategie, het platform maatschappelijk verantwoorde diervoederstromen en feiten en cijfers over het eiwitgebruik in de diervoederindustrie. (Vilt)