“Geletterdheid Nederlands” naast beroepsopleidingen in het volwassenenonderwijs

Nieuwe opleidingen in het volwassenenonderwijs moeten maatschappelijk relevant zijn, bevestigde minister Crevits van Onderwijs aan Vlaams parlementslid Jos De Meyer.
Sinds september 2014 zijn niet minder dan 409 nieuwe studierichtingen geprogrammeerd in verschillende centra voor volwassenenonderwijs. 92 daarvan zijn opleidingen “geletterdheidsmodule Nederlands en Leren leren”. Deze nieuwe opleiding is een buitenbeentje, de andere zijn beroepsgerichte opleidingen, en die zijn gekoppeld aan een door de Vlaamse Regering goedgekeurde beroepskwalificatie.
Het aantal cursisten voor een opleiding loopt sterk uiteen: sommige nieuwe opleidingen (bakker, binnenschrijnwerker) hebben 1 of 2 deelnemers, een andere (residentioneel elektrotechnisch installateur) haalt in er één centrum 355. Of alle aangevraagde opleidingen ook werkelijk ingericht worden, is niet op te maken uit de gegevens, want voor 2016-2017 werden wel de nieuwe opleidingen vermeld, maar niet het aantal inschrijvingen, omdat die nog kunnen stijgen in de komende weken.
In 2014-2015 kozen in totaal 681 cursisten voor een nieuwe opleiding, in 2015-2016 ging het zelfs om 7959 inschrijvers. De grootste stijging bij het aantal inschrijvingen vindt men echter niet bij de nieuwe cursussen maar bij de al bestaande opleidingen Aanvullende algemene vorming, Nederlands tweede taal, Begeleider kinderopvang, Medisch administratief bediende, Logistiek assistent, Zorgkundige en Polyvalent verkoper.
De opleidingen Realisatie dameskleding en Secretariaatsmedewerker telden opvallend minder inschrijvingen in 2015-2016 dan het jaar voordien. Opmerkelijk is ook wel dat taal- ICT-opleidingen minder cursisten aantrekken.

Geluidsschermen langs E34 alleen als gemeente mee geld ophoest!

De buurtbewoners van de wijk De Zandberg vragen al sinds 2009 om geluidsschermen te plaatsen langs de E34 Antwerpen-Knokke. Minister Ben Weyts wil nu op die vraag ingaan, maar dan moet het gemeentebestuur zelf wel met 720.000 euro over de brug komen.
Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) heeft de vraag opnieuw aangekaart bij minister van Mobiliteit en Openbare Werken Ben Weyts (N-VA).
“Sinds 2009 vragen de inwoners van De Zandberg in Moerbeke geluidsschermen of het aanleggen van een gronddam om het geluid te weren. In het verleden werd door toenmalig bevoegd minister Hilde Crevits (CD&V) beloofd om deze mogelijkheid te onderzoeken”, aldus De Meyer.
Nu laat de huidige bevoegde minister Weyts aan Jos De Meyer weten dat er in 2013 een akoestische studie werd uitgevoerd om een mogelijke gronddam aan te leggen aan De Zandberg. “Uit die studie is gebleken dat het geluidsdrukniveau maximaal 66,9 decibel bedroeg. De aanleg van een gronddam met een hoogte van 3,5 meter, de grootst mogelijke hoogte op dit terrein, zal het geluidsdrukniveau niet op alle punten tot onder de 60 dB brengen. Een geluidsscherm zal daarom efficiënter zijn dan een gronddam. Maar daarin zal, gezien het relatief lage geluidsdrukniveau, ook de gemeente Moerbeke moeten bijdragen”, aldus de minister in zijn antwoord. Pas wanneer de geluidsdruk echt significant de drempel zou overschrijden, kan de Vlaamse regering dieper in de geldbeugel tasten.
De buurt en vooral het Moerbeekse gemeentebestuur reageren ontgoocheld. Burgemeester Robby De Caluwé (Open VLD): “De metingen werden uitgevoerd in 2011 en niet in 2013. Aangezien de minister in zijn antwoord zelf aanstipte dat de meetresultaten steeds vijf jaar significant blijven, kunnen wij niet anders dan vaststellen dat de cijfers niet meer betrouwbaar zijn. Wij hebben in maart dit jaar via volksvertegenwoordiger Matthias De Clercq (Open VLD) al gevraagd om nieuwe metingen te doen. De minister ging daar toen niet op in. Ik stel vast dat dit ook nu blijkbaar niet in het vooruitzicht wordt gesteld.” (Het Nieuwsblad, Ivan Elegeert)

Na hun vijftigste kiezen leerkrachten massaal voor deeltijds werk

Zo’n vier op de tien leerkrachten boven de 50 jaar kiezen voor deeltijds werk. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) aan Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V).
Op een totaal aantal van 122.741 voltijdse personeelsleden telde het Agentschap voor Onderwijsdiensten op 3 oktober van dit jaar 33.435 personeelsleden met deeltijdse dienstonderbreking (na een periode van voltijds werk), of 27,24 procent in alle onderwijsniveaus behalve de universiteiten.
In de leeftijdscategorie van 50 tot en met 54-jarigen gaat het om 8.239 deeltijdsen tegenover 22.028 voltijdsen of 37,4 procent. In de leeftijdscategorie van 55 jaar en ouder gaat het om 8.676 deeltijdsen tegenover 20.209 voltijdsen of 42,93 procent. In drie jaar tijd is circa 10 procent meer vijftigplussers minder gaan werken. (Belga)

Gevaarlijk knooppunt maakt plaats voor brug in Waaslandhaven-Noord

De vraag van De Meyer kwam er naar aanleiding van een aantal zware verkeersongevallen de afgelopen jaren. Begin september lieten nog twee mensen het leven bij een dodelijk verkeersongeval.
“De rotonde verdwijnt en er zal één brede brug centraal worden gelegd om zo de afwikkelingscapaciteit van dit knooppunt te verhogen. Aan beide zijden van deze nieuwe brug zullen de kruispunten door middel van verkeerslichten worden gestuurd. Dat zou een positieve invloed moeten hebben op de veiligheid van dit knooppunt”, aldus de minister in zijn antwoord.
De afdeling Maritieme Toegang zal de werken uitvoeren. “In het voorjaar van 2017 zullen ze starten”, aldus Kristof Devos. “De capaciteit van het knooppunt wordt op die manier verhoogd voor de ontwikkelingsplannen op Linkeroever, meer bepaald voor het toenemende vrachtverkeer door de verdere ontwikkeling van het Deurganckdok.”
De werkzaamheden zullen vermoedelijk begin 2018 afgerond zijn. (Het Nieuwsblad, mgb)

Geen lager pensioen voor wie langer werkt in het onderwijs!

De diplomabonificatie is afgeschaft voor personeelsleden in het onderwijs, maar wie langer moet werken, mag geen pensioenverlies lijden. In haar antwoord aan Vlaams parlementslid Jos De Meyer bevestigde minister Crevits van Onderwijs dat standpunt van de Vlaamse Regering.
Als de federale ingrepen op de pensioenberekening van de publieke sector winst opleveren, dan vindt de Vlaamse Regering ook dat die opbrengsten volledig benut moeten worden in de pensioenregeling van de publieke sector. Als er dus door een strengere regeling van de tantièmes minder geld rechtstreeks naar de onderwijspensioenen gaat, moet dat geld geherinvesteerd worden in de toekomstige regeling. Op welke manier dat zal gebeuren is nu nog niet duidelijk. De Commissie Zware Beroepen in de Nationale Pensioencommissie heeft al acte genomen van vier criteria om een beroep te definiëren als “zwaar beroep” maar de criteria moeten nog verfijnd worden om ze ook in de praktijk te kunnen toepassen.

https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1077612/verslag/1085951

Infrastructuurinvesteringen in de Waaslandhaven

De blijvende en indringende vraag van Jos De Meyer naar een flankerend landbouwbeleid!

Vlaams parlementslid Jos De Meyer vroeg begin september 2016 via een schriftelijke vraag aan minister Ben Weyts een overzicht van de infrastructuurinvesteringen. De bedragen die horen bij de beleidskeuze voor de Waaslandhaven zijn niet min. We geven een kort overzicht.

Wegeninfrastructuur
De voorbije 15 jaar investeerde de Vlaamse regering zo’n 59 miljoen euro in weginfrastructuur in de Waaslandhaven. Het aanleggen van rotondes, verlichting en verkeerslichten vormt een groot deel van de kosten. Maar de aanleg van de wegenis bij de Deurganckdoksluis en de inrichting van het sluisplateau in 2013 spannen de kroon met een investering van 25.766.451,50 euro. Een van de meest recente investeringen is verkeerslichten aan het complex Vrasene-Verrebroek op de E34, ter waarde van zo’n 415.056,94 euro.

Waterweginfrastructuur
De Vlaamse regering investeerde ook zo’n 732 miljoen euro in waterweginfrastructuur in de Waaslandhaven. Baggerwerken, opspuitingen, studies en de bouw van kaaimuren vormen hierbij de grootste kosten. Die infrastructuurwerken waren nodig voor de bouw van het Verrebroekdok en het Deurganckdok. Het stilleggen van de werken aan het Deurganckdok door de schorsing van de stedenbouwkundige vergunning kostte de overheid zo’n 12 miljoen euro. De meest recente kost is die van de baggerwerken. De laatste grote investering dateert van 2011 met de bouw van de tweede sluis naar de Waaslandhaven, een investering van 331 miljoen euro.

Overige infrastructuurwerken
Voor het overige investeerde de Vlaamse regering zo’n 118 miljoen euro in infrastructuur in de Waaslandhaven. Hieronder vallen vooral de kosten voor studies, natuurinrichting, vooronderzoeken, MER-studies … Zo kostte de natuurinrichting van Prosperpolder-Zuid zo’n 834.000 euro (zonder de grondverwervingen). De meest recente investeringen zijn die van de aankoop van woningen en gronden voor de natuurgebieden. Alleen in 2015 was dit een investering van zo’n 12 miljoen euro door de overheid.

“De landbouwsector heeft op Linkerscheldeoever zware offers gebracht. Generatie-oude familiebedrijven werden en worden verder onteigend. Vandaar mijn blijvende en indringende vraag om voldoende aandacht en middelen te besteden aan het flankerend landbouwbeleid”, besluit Jos De Meyer. (Boer en Tuinder van 13 oktober 2016, Matthias Vercauteren)

Loopbaanpact: één van de grote werven!

Heel terecht noemde onderwijscommissaris Jos De Meyer het loopbaanpact een van de belangrijkste werven van de minister van Onderwijs. Uit het eerdere gesprek tijdens deze commissievergadering wisten we al dat de tweede fase van het loopbaandebat slechts 2 dagen voordien was begonnen. Welke opties zag de minister nu voor de 2 heikele periodes in de lerarenloopbaan (retentie van jonge leerkrachten verhogen en ervoor zorgen dat oudere leerkrachten blijvend werkbaar werk uitvoeren) en wat was de timing van het debat, zo wilde De Meyer weten.
De minister benadrukte graag (en terecht) het aan het eind van het vorige werkjaar bereikte, historische en evenwichtige akkoord over de harmonisering van verlofstelsels. Voor het hoger onderwijs zijn de besprekingen daarover intussen ook bijna afgerond.
Nu wil ze gaan naar een omvattende, billijke en realistische, en daardoor waarderende, omschrijving van de opdracht van de leraar, met een duidelijke afbakening van de opdracht.
Daarnaast zal er worden geïnvesteerd in de situatie van jonge, beginnende leerkrachten. Zo kan aanvangsbegeleiding structureel een onderdeel uitmaken van de opdracht van junior-leerkrachten. Men gaat ook op zoek naar meer werkzekerheid voor jonge leerkrachten, die voor een stuk zal moeten gevonden worden in de nota’s rond bestuurlijke optimalisatie en de samenwerkingsverbanden tussen scholen.
Er komt ruimte, ook in het urenpakket, voor differentiatie en de sociale partners hebben zich geëngageerd om het onderwijskundig leiderschap te versterken. Met de sociale partners is een procedure afgesproken om elke dinsdag te vergaderen over de loopbaan. Als timing vermeldde de minister: “resultaten in de komende maanden”.
Diverse commissarissen hadden vervolgens nog een aantal interessante kanttekeningen bij meerdere aspecten in dit verhaal: valkuilen van een schoolopdracht, noemers in lesurenbreuken, leiderschap, …
Minister Crevits vergat niet te vermelden dat geen extra financiële middelen beschikbaar zouden zijn, maar zag kansen om een stukje te herverdelen. Dat zal zeker een gevoelige kwestie worden. Zoals vragensteller De Meyer aan het eind zei: “Vandaag stellen dat het pact geen euro mag kosten, zou ik eerlijk gezegd niet doen.”
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het loopbaanpact van Jos De Meyer” aan minister Hilde Crevits: http://ow.ly/2rLp305aUMu (KOV Nieuwsbrief)

“Maatwerk wordt het nieuwe credo voor Vlaamse landbouw”

“Onze land- en tuinbouwbedrijven zijn zeer divers”, stelt Jos De Meyer, voorzitter van de commissie Landbouw in het Vlaams Parlement. “Het is de ondernemer die zelf moet beslissen welke richting hij met zijn bedrijf uit wil. Schaalvergroting is nooit een doel op zich, soms wel een bewuste keuze om de kosten per geproduceerde eenheid te drukken. Verbreding, nichemarkten, bio bedrijf, korte keten, hoevetoerisme,… zijn even valabele keuzes. De overheid moet deze managementkeuze respecteren door gelijkwaardige ondersteuning te bieden. Alle mogelijkheden moeten in aanmerking kunnen komen om een levensvatbaar bedrijf uit te bouwen.

De landbouwcommissie van het Vlaams Parlement heeft een resolutie goedgekeurd over schaalverandering en differentiatie, twee begrippen die als richtsnoer moeten dienen voor een veerkrachtige, Vlaamse landbouw. De resolutie kwam tot stand op basis van verschillende zittingen rond schaalvergroting en enkele bezoeken aan relevante bedrijven. Via de resolutie wil de landbouwcommissie nu zijn aanbevelingen overmaken aan de regering.
Differentiatie en maatwerk moeten centraal staan in de toekomst van de Vlaamse land- en tuinbouw. Dat is de kernboodschap van de resolutie die de meerderheidspartijen in de landbouwcommissie goedkeurden en die nu zal voorgelegd worden aan de Vlaamse regering. In het voorstel van resolutie wordt de focus gelegd op schaalverandering, nieuwe businessmodellen en het creëren van toegevoegde waarde. Schaalvergroting is niet langer het standaardantwoord; maatwerk wordt het nieuwe credo, zo klinkt het.
Eerder dit jaar besliste de landbouwcommissie om schaalvergroting en differentiatie onder de loep te nemen. Er was een academische zitting, de sector kwam aan het woord (verslag daarover onder meer hier en hier), en de commissie ging zelfs op werkbezoek op verschillende landbouwbedrijven. Dat alles is nu uitgemond in een voorstel tot resolutie die de belangrijkste aanbevelingen van de commissie omtrent het thema samenvat. De resolutie werd ondertekend door Jos De Meyer (CD&V), Jelle Engelbosch (N-VA), Francesco Vanderjeugd (Open Vld), Sabine Vermeulen (N-VA), Bart Dochy (CD&V) en Sofie Joosen (N-VA).
In de resolutie staat te lezen dat de kernopdracht voor een landbouwer anno 2016 inhoudt een aangepast businessmodel te vinden. “Daarbij mag de boer geen oogkleppen dragen”, zo klinkt het. “Alle mogelijkheden kunnen in aanmerking komen om een levensvatbaar bedrijf uit te bouwen dat bovendien beantwoordt aan de maatschappelijke uitdagingen waar onze land- en tuinbouw voor staan.” Er wordt verwezen naar de kenmerken die de Vlaamse land- en tuinbouw uniek maken: de sterke familiale en lokale verankering, de nabijheid van de consument, de uitgebreide voedingsindustrie, enzovoort.
Van de overheid wordt verwacht dat ze een passende context creëert via administratieve vereenvoudiging of het ondersteunen van onderzoek en innovatie. Verder moet de overheid rekening houden met de maatschappelijke verwachtingen, moet ze mee haar schouders zetten onder een meerwaardestrategie en moet ze ook de natuurlijke risico’s waaraan de land- en tuinbouw inherent onderhevig is zoals noodweer, droogte en ziektes helpen indekken. Daarnaast verwacht de commissie dat het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) regelmatig geëvalueerd wordt om te zoeken naar permanente verbeteringen die een antwoord bieden op maatschappelijke verzuchtingen. De commissieleden pleiten tenslotte ook voor het openstellen van de KMO-portefeuille voor land- en tuinbouwers.
“Schaalverandering betekent niet per definitie schaalvergroting”, aldus commissielid Jelle Engelbosch. “Verschillende innovatieve landbouwers bewijzen dat nichemarkten en korteketeninitiatieven soms beter bestand zijn tegen marktschommelingen. Keuzevrijheid is een intrinsieke eigenschap van de ondernemer en elk bedrijf moet een businessmodel op maat kunnen realiseren. Van de overheid wordt verwacht dat ze deze businessmodellen op een evenwaardige manier benadert.”
“Onze land- en tuinbouwbedrijven zijn zeer divers”, voegt Jos De Meyer, voorzitter van de commissie Landbouw in het Vlaams Parlement, daaraan toe. “Het is de ondernemer die zelf moet beslissen welke richting hij met zijn bedrijf uit wil. Schaalvergroting is nooit een doel op zich, soms wel een bewuste keuze om de kosten per geproduceerde eenheid te drukken. Verbreding, nichemarkten, bio bedrijf, korte keten, hoevetoerisme,… zijn even valabele keuzes. De overheid moet deze managementkeuze respecteren door gelijkwaardige ondersteuning te bieden. Alle mogelijkheden moeten in aanmerking kunnen komen om een levensvatbaar bedrijf uit te bouwen. Er bestaat inmiddels een uitgebreid gamma differentiatiemogelijkheden waaruit de boer een pakket op maat voor het bedrijf kan samenstellen. Bij elke keuze zal innovatie een belangrijke factor zijn om het succes te bepalen van het gekozen bedrijfstype.” (Vilt)
Lees de volledige resolutie hier.

Economische weerbaarheid van de land- en tuinbouwsector!

“Het is één van mijn prioriteiten om zowel de duurzaamheid van de landbouw, in al haar aspecten – zowel de economische als de sociale en ecologische pijler – als de instroom in de sector te bevorderen,” antwoordde minister voor Landbouw Joke Schauvliege op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer in de commissie Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid.
“De kritiek op het Europese beleid is geen grote verrassing. Ook hier leeft de vaststelling dat Europa een beetje machteloos staat. De vereenvoudiging van het GLB en de uitbouw van een volwaardig vangnet in geval van crisissen zijn zaken die toch wel ontbreken op het Europese niveau. Dat is ook de reden waarom we dat de afgelopen jaren stelselmatig benadrukt hebben op Europese fora.”
Verder wees de minister erop dat de consument een faire prijs moet betalen voor een veilig en eerlijk product en dat het toekomstig Europees landbouwbeleid moet inzetten op inkomensstabiliteit.
De Meyer herinnerde aan de eerste doelstellingen van het GLB: enerzijds een betaalbare prijs voor de consument en anderzijds een redelijk inkomen voor boer en tuinder. Hij moedigde minister Schauvliege aan om heel veel energie te investeren in de verdere gesprekken die gevoerd moeten worden om het Europese landbouwbeleid bij te sturen. De belangrijke beleidsbeslissingen inzake het inkomen van de land- en tuinbouwsector worden immers op Europees niveau genomen.

Het volledige verslag van mijn vraag om uitleg vindt u via onderstaande link:
https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1076312/verslag/1081851

In 2023 start reconstructie Doelse Kogge uit 1325!

De reconstructie van de Doelse Kogge zal in 2023 effectief beginnen. Dat antwoordde minister-president Geert Bourgeois (N-VA) op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V)

In september 2000 ontdekte men bij graafwerken aan het Deurganckdok in Doel een vrij goed bewaard wrak van een middeleeuwse kogge, daterend uit 1325. De Doelse Kogge is tot op heden de oudste en de tweede grootste van de slechts twintig exemplaren van dit type schip die werden teruggevonden in Europa.
“De eigenlijke conservering van de Doelse Kogge is al gestart. De scheepsfragmenten worden nat bewaard in speciaal daartoe ingerichte containers. De containers zijn op hun beurt in geklimatiseerde boxen opgesteld, zodat de behandeling van het scheepshout gecontroleerd kan gebeuren. Er zijn testen uitgevoerd en de conservatiebehandeling kan op grote schaal gestart worden. We verwachten dat de reconstructie start in 2023. Dat gebeurt in de tentoonstellingsruimte en kan dus publiek worden gevolgd,” kondigt minister-president Geert Bourgeois. (Het Nieuwsblad, gvh)

Meer trajectcontrole in Vlaanderen!

“Op de Vlaamse autosnelwegen gebeurt op vier plaatsen trajectcontrole, namelijk op het viaduct van Gentbrugge op de E17 en op de E40 tussen Erpe-Mere en Wetteren, telkens in beide rijrichtingen,” antwoordde minister voor Openbare Werken Ben Weyts op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer over de stand van zaken van de trajectcontrole in Vlaanderen.

In onderstaand antwoord vindt u verder een overzicht van de projecten die gerealiseerd zijn in 2016, de kostprijs hiervan en tot slot een overzicht van de trajecten die de minister nog deze legislatuur wil voorzien van trajectcontrole.

“Trajectcontrole is één van de meest efficiënte middelen om overdreven snelheid te bestrijden,’ besluit Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.

————————-
SCHRIFTELIJKE VRAAG

nr. 1488
van JOS DE MEYER
datum: 18 augustus 2016

aan BEN WEYTS
VLAAMS MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN

Trajectcontrole – Stand van zaken

Trajectcontrole is een belangrijk en efficiënt middel in de aanpak van de veiligheid op onze wegen voor wat betreft het aspect van overdreven snelheid.

Kan de minister aangeven waar in Vlaanderen trajectcontrole gebeurt? Welke projecten zijn gerealiseerd tot hiertoe in 2016? Welke projecten zullen nog gerealiseerd worden in 2016? Wat is de kostprijs van de gerealiseerde projecten in 2016 en de nog te realiseren projecten in 2016? Welke trajecten wil de minister deze legislatuur nog voorzien van trajectcontrole?
————————-
BEN WEYTS
VLAAMS MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN

ANTWOORD
op vraag nr. 1488 van 18 augustus 2016
van JOS DE MEYER

Op de Vlaamse autosnelwegen gebeurt op vier plaatsen trajectcontrole, namelijk op het
viaduct van Gentbrugge op de E17 en op de E40 tussen Erpe-Mere en Wetteren, telkens
in beide rijrichtingen.
De trajectcontroles op gewestwegen staan in onderstaande lijst. De trajectcontroles op lokale wegen die werden gerealiseerd met de opdrachtencentrale van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV), zijn ook opgelijst.
Provincie Locatie Richting
Antwerpen N49a Waaslandtunnel, Antwerpen beide
Antwerpen N115 Schotensteenweg, Brecht beide
Antwerpen N115 Schotensteenweg, Brecht beide
Antwerpen N117 Sint-Jobsesteenweg, Brasschaat beide
Antwerpen N13 Herentalstesteenweg, Grobbendonk beide
Antwerpen N13 Lierse Steenweg, Grobbendonk beide
Antwerpen N12 Turnhoutsebaan, Schilde – N12 Houtlaan, Wijnegem beide
Antwerpen N18 Steenweg op Turnhout – Steenweg op Mol, Oud-Turnhout beide
Antwerpen N18 Steenweg op Mol – Donk, Oud-Turnhout beide
Antwerpen N19 Steenweg op Zevendonk -Steenweg op Diest, Turnhout beide
Antwerpen N140 Steenweg op Gierle, Vosselaar beide
Antwerpen N123 Herentalsesteenweg – Snepkenshof , Kasterlee beide
Antwerpen N153 Wechelsebaan – Achterstenhoek -Gebroeders De Winterstraat, Lille beide
Antwerpen N153 Gebroeders De Winterstraat -Oostmalsebaan, Lille beide
Antwerpen N12 Steenweg op Ravels, Oud- Turnhout beide
Antwerpen N119 Kastelein-Steenweg op Baarle-Hertog, Turnhout beide
Antwerpen N 12 Antwerpsesteenweg, Vosselaar -Antwerpsesteenweg, Beerse beide
Antwerpen N12 Antwerpsesteenweg- Antwerpseweg Beerse beide
Oost-Vlaanderen R4 Kanaalstraat Zelzate beide
Antwerpen Kapelstraat Rumst beide
Antwerpen Steenberghoekstraat Rumst 1 richting

In 2016 werden vier nieuwe trajectcontroles in dienst genomen:
– Politiezone Neteland, N13 te Grobbendonk tussen kilometerpunten 11.1 en 13.1 in beide richtingen;
– Politiezone Neteland, N13 te Grobbendonk tussen kilometerpunten 15.0 en te Herentals kilometerpunt 17.7 in beide richtingen.

Onderstaande gewestwegen worden in 2016 nog met trajectcontrole uitgerust. AWV is
co-financier en de samenwerkingsakkoorden met de lokale besturen of politiezones zijn
afgesloten.

– Turnhout, R13
– Geel, N126
– Oosterzele, N42
– Balen, N18
– Herselt, N19
– Zwijndrecht, N419

Voor onderstaande gewestwegen zijn de gesprekken met het oog op een samenwerkingsakkoord en cofinanciering met de lokale besturen of politiezones opgestart.
– Dessel, N18
– Hoogstraten, N14
– Tessenderlo, N126
– Denderleeuw-Ninove, N45-N28
– Aalst, N45
– Sint-Pieters-Leeuw, N282
– Herselt, N19
– Ranst, N116
– Lennik, N282
– Herne, N285

Een aantal politiezones plaatsen nieuwe trajectcontroles op gewestwegen via de opdrachtencentrale en zonder beroep te doen op de cofinancieringsmodaliteiten van AWV. Deze projecten zijn nog niet opgeleverd. Het gaat om de politiezones Bodukap, Brasschaat en Voorkempen.

Voor de vier trajectcontroles van de politiezone Neteland (in dienst genomen in 2016)
bedraagt de cofinanciering vanwege AWV 115.000 euro. AWV heeft voor de in 2016 nog
uit te voeren en nog op te starten projecten 765.000 euro geraamd en voorzien voor
cofinanciering.

De ramingen die door de opdrachtnemer van de opdrachtencentrale (zoals contractueel voorzien) werden opgemaakt voor de nog te plaatsen installaties in de politiezones Bodukap, Brasschaat en Voorkempen (twee projecten), bedragen respectievelijk 175.000 euro, 100.000 euro en 180.000 euro.

De aanbestedingsprocedure van de al geruime tijd aangekondigde bijkomende
trajectcontroles op de E313 tussen Antwerpen-Oost en Ranst en op de E40 tussen Sint*-
Stevens-Woluwe en Heverlee werd begin 2016 tijdelijk on hold geplaatst. Het is de
bedoeling om deze trajectcontroles volledig in te passen in het door de federale overheid
geplande gebiedsdekkende ANPR-netwerk op de autosnelwegen. Volgens de federale
politie bevindt dit dossier zich in een vergevorderd stadium.

Eerder dit jaar werd het Vlaams Verkeersveiligheidsplan goedgekeurd. Ik blijf verder inzetten op trajectcontrole en dit maximaal in synergie met andere functionaliteiten die nummerplaatherkenningscamera’s bieden.

Pretbarak

Wij zitten al drie dagen te studeren op de grafiek uit onze weekendkrant die de activiteitsgraad in het Vlaams Parlement in kaart brengt. Met veelkleurige bolletjes, cirkeltjes, driehoekjes, en parallellogrammen, een meesterwerk van onze grafische desk. Knip het uit, timmer er een kader rond, onderteken met ‘Victor Vasarelly’, breng het naar Mon Bernaerts, en die vindt zeker een Chinees die er 10 miljoen voor geeft. In de hoop dat Karel De Gucht het dan weer niet tegenhoudt.
De parlementsleden werden op basis van hun prestaties tijdens de afgelopen twee jaar ingedeeld in vier categorieën. De eerste bestond uit ‘De bezige bijen’, niet te verwarren met de uitgeverij van onleesbare boeken. De tweede uit ‘De babbelaars’, de naam spreekt net als de dragers ervan voor zichzelf. Dan ‘De stille werkers’, verantwoordelijke politici die dus maar één legislatuur meegaan. En tot slot ‘De passievelingen’, die geen hand uitsteken behalve om er elke maand 7.000 euro in te laten droppen. Men noemt deze laatsten ook ‘De Janssens-Mahassine Gilde’, naar de grootse twee luieriken ooit, die als kers op hun parasitaire taart nog een gigantische uitstapvergoeding mee graaiden. Zij behoorden beiden tot de socialistische partij, een toevoeging die wellicht overbodig is.
Tussen de vier categorieën werden een horizontale x-as en een verticale y-as getrokken. Het dichtst bij het snijpunt bevindt zich Axel Ronse, N-VA. Of hij dan van alles veel is of van alles weinig, is ons niet helemaal duidelijk. Ronse is een licentiaat wijsbegeerte en zou men bij afwezigheid van een afdeling ‘De zwetsers’ veeleer bij ‘De babbelaars’ verwachten, maar behoort officieel tot ‘De stille krachten’. Voorlopig, want als hij niet oplet tuimelt hij onder de X-as en is hij een passieveling, wat meer met zijn opleiding overeenstemt. Indien hij evenwel nog vier vraagjes zou indienen – bijvoorbeeld ‘Wat kan ik weten?’, ‘Wat moet ik doen?’, ‘Wat mag ik hopen?’ en ‘Wat is de mens?’ – steekt hij de Y-as over en komt in de korf van ‘De bezige bijen’ terecht. Eén keer iets roepen tijdens de plenaire en hij buitelt ‘De babbelaars’ binnen.
In totaal telt het Vlaams Parlement 19 stille krachten, 43 bezige bijen, 20 babbelaars en 40 passievelingen of zakkenvullers. Werkschuwste passieveling, niet vooruit te branden: Gwendolyn Rutten. Grootste babbelaar, niet tot zwijgen te bewegen: Jo De Ro. Stilste kracht, aardje naar zijn vaartje: Peter Van Rompuy. Bezigste bij is, wie zal het verbazen, een christenmens: Jos De Meyer. Die is uit het middelpunt weg geschoten naar de uiterste rechtse bovenkant van het tableau, als een poolster lichtjaren ver van de andere verwijderd. Nooit vloog een bij hoger. Ze hebben speciaal voor hem de grafiek moeten verkleinen of hij stond op de volgende bladzijde, in een artikel over begrotingstaboes. Op onze website vinden we meer uitleg: 231 tussenkomsten, 16 initiatieven, 660 vragen. Tiens, eens gaan kijken bij de grootste babbelaar, de liberaal Jo De Ro, door politieke tegenstanders schertsend Ro De Jo genoemd: hij heeft 150 tussenkomsten, 18 initiatieven en 65 vragen. Tja, wie is dan de grootste babbelaar: Jos of Jo? Mogelijk zijn hun twee bolletjes, het oranje en het blauwe, met elkaar verwisseld om artistieke redenen.
Valt nog op bij ‘De passievelingen’: Jan Peumans! De voorzitter. Die bij de opening van het parlementaire jaar had geklaagd dat sommigen in het halfrond geen klap uitvoerden. Dat was blijkbaar correct: hij. (De Tijd, Koen Meulenaere)

“757.000 euro aan studiebureaus in Sint-Niklaas gaat erover”

In deze legislatuur is er voor 551.578,11 euro uitgegeven aan studies in het kader van ruimtelijke planning.
Daarnaast werd er 205.458,81 euro uitgegeven aan mobiliteitsstudies.
“Visieontwikkeling bij een beleid is belangrijk,” aldus Jos De Meyer, “ maar mijn vraag is of dit studiewerk steeds moet gebeuren door externe studiebureaus die meestal zeer duur zijn en niet altijd de Sint-Niklase realiteit kennen.”
Verder stelt hij: “onze stad beschikt over vele deskundige ambtenaren die zelf ook in staat zijn om een visie te ontwikkelen. Deze boeiende, creatieve opdrachten zouden bovendien kunnen zorgen voor meer uitdaging in de job van de ambtenaar. Soms is een extra personeelslid voor studiewerk zelfs kostenbesparend,” besluit Jos De Meyer.

——————————

“757.000 euro aan studiebureaus in Sint-Niklaas gaat erover”
“In totaal gaat het tot nu toe om liefst 757.036,92 euro. Ruimtelijke planning is goed voor 552.000 euro aan studies, mobiliteit voor 205.000 euro. Visie ontwikkelen, is belangrijk. Maar moet dit altijd gebeuren door dure studiebureau’s die meestal de Sint-Niklase realiteit niet kennen? Er zijn deskundige ambtenaren en soms is een extra personeelslid voor studiewerk ook kostenbesparend”, stelt Jos De Meyer (CD&V).
Extra ondersteuning
“Ik begrijp de vraag”, reageert schepen voor Ruimtelijke Ordening Christel Geerts (sp.a). “Er wordt echter hard gewerkt en er lopen heel wat stadsvernieuwingsprojecten, zodat extra ondersteuning nodig is. We kiezen daarbij voor beide pistes: de stadsdienst planologie versterken én externen inschakelen. In tegenstelling tot de vorige bestuursperiode (met CD&V in de meerderheid, n.v.d.r.) wordt er nu aan dubbel zoveel RUP’s gewerkt. En daarbij proberen we ook telkens zoveel mogelijk subsidies te krijgen.”
“Populistisch”
Schepen voor Mobiliteit Carl Hanssens (N-VA) vindt dat populistisch. “Voor elk dossier en elke studie wordt intern een afweging gemaakt, in functie van de nodige tijd en specialiteit. Tegen de zin van de vakambtenaar is nog nooit een studiebureau aangesteld. Iemand aanwerven voor het studiewerk is niet realistisch, omdat niemand de expertise over alle domeinen heeft.” (Het Laatste Nieuws, JVS)

Crevits wil studiekosten in secundair onderwijs in kaart brengen

De studiekostenmonitor, het instrument dat de studiekosten op de verschillende onderwijsniveaus in kaart moet brengen, is klaar voor gebruik. Het instrument moet nu wel nog opgevuld worden met cijfermateriaal uit het onderwijsveld. Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) wil in eerste instantie een duidelijk zicht krijgen op de studiekosten in het secundair onderwijs. Dat heeft minister Crevits donderdag in het Vlaams Parlement geantwoord op vragen van Ingeborg De Meulemmeester (N-VA), Jos De Meyer (CD&V), Steve Vandenberghe (sp.a) en Caroline Gennez (sp.a).
Het was voormalig minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a), de voorganger van minister Crevits, die het idee achter de studiekostenmonitor lanceerde. Bedoeling was om de kosten die voor de lerenden gepaard gaan met het onderwijs (op alle niveaus) in kaart te brengen. Minister Crevits werkte verder aan de uitbouw van het meetinstrument.
In de commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement kondigde de CD&V-minister aan dat het onderzoek rond de studiekostenmonitor nu is afgerond. Het onderoek zelf biedt nog geen overzicht van de kosten, maar is eerder een kader waarmee men verder aan de slag kan gaan.
Het rapport bevat onder meer een overzicht van alle mogelijke kosten die in rekening moeten worden gebracht, gaande van de kosten voor het aanschaffen van schoolkledij of schoolartikelen tot kosten voor opvang of uitstappen, maar ook kosten die kunnen afhangen van allerlei kenmerken (bv. school, leerjaar, socio-economische factoren,…).
Volgens minister Crevits is het nu de bedoeling cijfermateriaal in de monitor te gieten. Daarvoor moeten de scholen, ouders en leerlingen bevraagd worden. De onderzoekers zelf stelden voor om te starten in het hoger onderwijs, maar de minister zelf wil graag starten met het secundair onderwijs en bij voorkeur in de eerste graad. Bedoeling is dat het nieuwe Steunpunt Beleidsgericht Onderwijsonderzoek daarmee aan de slag gaat. Parallel wil de minister ook al kijken welke praktijken scholen in het secundair toepassen om de kosten te drukken. (Belga)

“Netto” communicatie naar de scholen komt steeds vaker op tijd!

Steeds meer omzendbrieven komen op tijd aan bij de scholen, blijkt uit het antwoord dat Vlaams parlementslid Jos De Meyer kreeg van minister Crevits van Onderwijs.
“Op tijd” betekent dat de scholen de nieuwe regels krijgen voordat ze ze moeten toepassen. Het lijkt vanzelfsprekend, maar in het Vlaamse onderwijs gebeurde het ook vaak andersom. Zelfs zo vaak, dat het Vlaams Parlement een resolutie had aangenomen over de “ordentelijke start van het schooljaar” waarin gevraagd werd om alle omzendbrieven en informatie over decreten en besluiten voor een nieuw schooljaar ten laatste op 25 juni vooraf te bezorgen.

In haar antwoord engageert Minister Crevits zich om verder te gaan op de ingeslagen weg. Om de scholen te sparen van overbodige administratieve romslomp gaat ze ook verder met Operatie Tarra, een actieplan om samen met de scholen de overbodige planlast te vermijden.