Wensen

Kalenderblad, het láátste, omgelegd.
Zoveel wat ik wou zeggen ongezegd.
De hand somtijds naar anderen uitgestoken
Gelijk een wingerdrank die zich nooit hecht.

Anton van Wilderode

Gelukkig en voorspoedig 2017!

Jos De Meyer

Aantal leerlingen die problematisch afwezig zijn in 7 jaar tijd verdubbeld

Het aantal leerlingen die problematisch afwezig zijn, is in 7 jaar tijd verdubbeld. Dat stelt Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V). Hij baseert zich daarbij op cijfers van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits.
Leerlingen die meer dan 30 halve dagen spijbelen, worden beschouwd als “problematisch afwezig.” Het aantal van die problematische afwezigheden is op zeven jaar tijd ongeveer verdubbeld, zegt De Meyer. Het gaat om cijfers van het schooljaar 2014-2015. De cijfers van het voorbije schooljaar zijn nog niet beschikbaar.

De cijfers bevestigen dat de problematische afwezigheden niet overal even veel voorkomen. In het officieel gesubsidieerd onderwijs merkt men bij 5,1 procent van de leerlingen spijbelgedrag, in het Gemeenschapsonderwijs bij 3,9 pct en in het vrij gesubsidieerd onderwijs bij 1,2 pct.

Over de netten heen blijkt dat er meest gespijbeld wordt in het beroepsonderwijs (4,9 pct), het buitengewoon secundair onderwijs (7,8 pct) en de onthaalklas voor anderstaligen (11,5 pct).

Het fenomeen is erg sterk aanwezig in het deeltijds beroepsonderwijs, waar niet minder dan 45,5 pct van de leerlingen genoteerd wordt als “problematisch afwezig”. “In die categorie is dat een stijging met bijna 20 pct in zeven jaar tijd”, benadrukt De Meyer.
Actieplan
Elke dag dat een jongere spijbelt en elke jongere die vroegtijdig de school verlaat, is er één te veel. “Gelukkig zien we het aantal jongeren dat zonder diploma de schoolbanken verlaat jaar na jaar dalen”, zegt Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits. De CD&V-minister reageert daarmee op de opvallende cijfers van leerlingen die meer dan 30 halve dagen spijbelen.

Om de spijbelproblematiek en schooluitval aan te pakken, voert Crevits het actieplan “Samen tegen Schooluitval” uit. Dat plan heeft ruim 50 actiepunten. “Eén van de centrale principes is korter op de bal spelen”, legt Crevits uit. “We willen jongeren niet loslaten en tijdig op zoek gaan naar oplossingen. Vanaf dit schooljaar wordt het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) ingeschakeld na 5 halve dagen afwezigheid. Vroeger was dat 10 halve dagen. Zij zoeken mee naar een geschikte oplossing op maat.”

De eerste maanden van dit schooljaar tonen volgens de Vlaamse minister aan dat deze maatregel lijkt aan te slaan. In vergelijking met de eerste maanden van het schooljaar 2015-2016 is er een daling van het aantal leerplichtige leerlingen die meer dan 5 halve dagen problematisch afwezig zijn (van 28.001 naar 27.012).

Ook de definitie problematische afwezigheid is verstrengd van 30 halve dagen naar 15 halve dagen. “Die verstrenging komt er omdat bij leerlingen die 30 halve dagen problematisch afwezig zijn, er heel weinig nog helpt om hen terug aansluiting te doen vinden met onderwijs”, zegt Crevits.

Sinds kort is er ook een spijbelambtenaar, Sarah Neyts, aan de slag en in elke provincie hebben de CLB’s een extra personeelslid gekregen om de spijbelproblematiek op te volgen.”We deden ook inspanningen ter verbetering van het welbevinden op school.”
(Het Laatste Nieuws, foto: © Thinkstock.)

Leerkrachten werken veel meer dan 20 of 22 uren!

Jos De Meyer bleef niet steken in de “van-20-naar-22-lesuren”-kwestie, die overigens volkomen onterechte connotaties ceëert m.b.t. het vermeende gemakkelijke leven van leraren, zoals De Meyer dat nadien ook aanhaalde, en trok de zaak van het Loopbaanpact terecht open naar de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep aan het begin én het einde van de loopbaan. Bovendien liet De Meyer zien dat hij de geschiedenis kent. Dat is altijd een voordeel.
Koen Daniëls zoomde wel in op het gerucht in de media om in de toekomst alle masters in het secundair onderwijs 22 contacturen te laten presteren en vermeldde de drie momenten waarop deze kwestie in de media kwam, met betrokkenheid van onze directeur-generaal: december 2014, mei 2015 en begin december 2016. In dat laatste geval had hij evenwel zelf niet gecommuniceerd, maar dat terzijde. De vragensteller vroeg daarrond een aantal heel precieze gegevens en betrok er (op zich heel terecht) o.a. dat andere dossier bij van de bestuurlijke schaalvergroting, waarover al gesproken wordt sinds vorige legislatuur.
In haar antwoord zei de minister meteen dat dit het slechtst denkbare moment was om die vragen te stellen en lichtte ze haar actuele aanpak van het Loopbaanpact toe. Daarbij sloot ze perfect aan bij de door De Meyer gewenste ruimere aanpak en ze situeerde de huidige gesprekken in de eindfase. Inderdaad, net door de aard van het beestje kon ze er op dat moment niet veel meer over zeggen: de vraag rees nu of de minister een globale nota ten behoeve van werkgevers en werknemers op tafel kon leggen, met de vraag om daarover een consensus te zoeken.
In zijn repliek had Daniëls begrip voor de terughoudendheid van de minister, maar gaf hij een duidelijke, weliswaar anonieme, sneer naar onze directeur-generaal Lieven Boeve. Die had eertijds weliswaar dat 22-contacturenvoorstel gedaan, maar dan met dien verstande om het nadien los te laten en te komen tot een echte schoolopdracht. Overigens al een veel ouder standpunt van onze organisatie. Maar daarover hoorde ik niets bij de betrokken vragensteller.
Maar toen was het nog niet gedaan…
Eerst ging het nog rustig en zakelijk met de werklastmeting waarvoor onderwijscommissaris Ann Brusseel ooit al had gepleit. Ze ontlokte bij een aantal aanwezigen zelfs een glimlach door te verwijzen naar verschillende revoluties die zij in deze commissievergadering leek te willen starten, maar ze reduceerde dat tot haar grote, liberale voluntarisme. Ten slotte voegde ze ook een aantal interessante gedachten toe vanuit haar eigen lerarenervaring.
Toen kwam onderwijscommissaris Caroline Gennez aan het woord op basis van een concrete e-mail van een Molse leraar om te betogen dat het geduld van vele leraren op was en dat de minister eigenlijk nog nergens stond. Ze verwees daarbij naar de Vlaamse besparingen, de Vlaamse aanpassing van de verlofstelsels en de federale pensioenbeslissingen.
Zoveel oppositiediscours kon de minister natuurlijk niet over haar kant laten gaan en ze noemde Gennez’s uiteenzetting compleet van de pot gerukt. Ze kaatste de bal meteen terug door de acties te vermelden van de twee sp.a-onderwijsministers voor haar en door het belang van het akkoord over de verlofstelsels, incl. de ondertekening door het ACOD, te situeren in deze context, met ook een pluim voor de aanwezige adjunct-kabinetschef Patrick Poelmans. Na die politieke duidelijkheid kon de minister weer wat gas terugnemen en sprak ze opposant Gennez weer vriendelijker en mild toe. De emoties variëren snel in de politiek… Heel eerlijk bekende de minister overigens dat het Loopbaanpact een van de moeilijkste opdrachten van deze legislatuur was. Wellicht heel terecht, hoewel er daarnaast ook nog wel een paar andere serieuze katten te geselen zijn.
In zijn slotwoord vatte De Meyer op een positieve maar realistische manier zijn houding nog eens kort en krachtig samen. Vragensteller Daniëls, in zijn slotwoord, sloot zich aan bij de rust en kalmte die in dezen terecht te verkiezen vallen, maar verwees toch nog een derde keer naar de communicatie van onze directeur-generaal. Misschien zou ook enige communicatie tussen beiden in de luwte nu ook te verkiezen zijn.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de werkweek van leerkrachten van Jos De Meyer en over de piste om de noemer voor master in het secundair onderwijs op te trekken van 20 naar 22 van Koen Daniëls” aan Minister Hilde Crevits. (Wilfried Van Rompaey in de berichten van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen)

Studie-avond Limagrain

Gisterenavond mocht ik in de landbouwschool een boeiende studie-avond – georganiseerd door Limagrain – afsluiten. Proficiat met dit schitterend initiatief!

Stockeren is geen goed middel tegen goedkoop rundvlees

De marktsignalen voor rundvlees zijn ongunstig zodat volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) de rentabiliteit van vleesveehouderij opnieuw ter sprake bracht in het Vlaams Parlement.

Vleesveehouderij is niet de sector die geconfronteerd wordt met grote prijspieken en -dalen maar de inkomensproblematiek is er niet minder om. Landbouweconomen verbaasden zich er recent nog over dat 99 procent van het inkomen van een gespecialiseerde vleesveehouder uit Europese subsidies bestaat. Een haast continue prijsdruk typeert de markt voor rundvlees. De FOD Economie neemt 2005 als referentiejaar voor zijn rundvleesindex omdat er toen nog een cent verdiend werd. Sindsdien kan de karkasprijs de kostprijs voor het veevoeder niet meer bijbenen. Private opslag van rundvlees naar het voorbeeld van de stockage van melkpoeder is geen oplossing volgens minister Schauvliege.
De marktsignalen voor rundvlees zijn ongunstig zodat volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) de rentabiliteit van vleesveehouderij opnieuw ter sprake bracht in het Vlaams Parlement. De rundvleesindex zoals berekend door de FOD Economie wijst uit dat de vereenvoudigde ratio die de karkasprijs uitzet tegenover de voederkost nu al meer dan vijf jaar onder de 80 procent van een ‘normaal jaar’ (2005) blijft steken. Als één van de oorzaken van de continue prijsdruk haalt De Meyer het toenemend aanbod van reforme melkkoeien in Europa aan. Volgens de Europese Commissie steeg de vleesproductie vooral daardoor met 2,8 procent in de eerste helft van 2016. Daarnaast importeerde Europa ook 2,4 procent meer vlees, vooral uit Brazilië en Uruguay. Deze import blijft in 2017 op dat niveau.
Waar de Europese Commissie de marktsituatie nog gematigd positief inziet, is de Europese boerenkoepel Copa minder optimistisch. Daar vreest men dat de zware druk op de prijzen zal aanhouden. Een (Belgisch getinte) delegatie van Copa besprak recent de problemen met federaal landbouwminister Willy Borsus. Copa pleit voor duidelijke maatregelen vanuit Europa. Als de export blijft teruglopen, is het volgens de sector nodig om in te grijpen op de markt door private opslag van rundvlees mogelijk te maken. Daarnaast kan rundvlees worden opgenomen in voedselhulpprogramma’s of in programma’s rond armoedebestrijding. Vlees draagt immers bij aan een kwaliteitsvolle en evenwichtige voeding, stelt men.
Gevraagd naar de piste van private opslag van rundvlees reageert Vlaams landbouwminister Joke Schauvliege afwijzend. “Dat is geen oplossing voor ons hoogwaardig rundvlees”, verklaart ze, “want invriezen betekent een waardeverlies en zou bovendien betekenen dat een ander soort afzetmarkt moeten worden gezocht.” Het vlees van Belgisch wit-blauwe dieren is bij uitstek bestemd voor de versmarkt en niet voor de vriezer met het oog op export. Bovendien kan private opslag voor rundvlees enkel als de prijs onder een bepaald referentieniveau zakt, wat vandaag nog niet het geval is.
Schauvliege voelt meer voor de suggestie vanuit de sector om de positie van vleesveehouders in de keten te versterken door hen te stimuleren tot samenwerking en gezamenlijke afzet. Daarom wil ze de sector blijven stimuleren om producenten- en brancheorganisaties op te richten. Via een brancheorganisatie kan binnen de keten informatie worden uitgewisseld en op een breed aantal vlakken worden samengewerkt. (VILT)

Pb – Vlaamse regering geeft groen licht voor het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de Oostelijk tangent!

De Oostelijke tangent – een dossier waarvoor Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer reeds jaren aandacht vraagt – is één van de belangrijkste elementen uit het Waas mobiliteitsplan.

Zopas heeft de Vlaamse Regering het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de Oostelijke tangent – op voorstel van minister Schauvliege – principieel goedgekeurd. Het plan wordt nu voorgelegd voor advies aan de Raad van State.
Het openbaar onderzoek, waarbij 63 bezwaarschriften werden ingediend, heeft tot resultaat geleid : er werden verbeteringen aan het plan aangebracht.
De meest opmerkelijke daarvan is dat het plan nu stipuleert dat er ter hoogte van de Damstraat – die wordt doorgeknipt voor het verkeer – een ongelijkgrondse langzaamverkeersverbinding moet komen, dat wil zeggen een tunnel of een brug voor voetgangers en fietsers. Op die manier blijft een belangrijke oost-westverbinding in stand, die anders langs de Mercatorknoop zou moeten worden omgeleid.
Ook voor de ontsluiting van Europark Zuid en het waterbeheer zijn nog verdere verbeteringen doorgevoerd.

“Met deze beslissing komt de uitvoering van het sluitstuk voor de gewenste verkeersstructuur voor Sint-Niklaas in zicht. Bijzonder belangrijk is ook de ongelijkgrondse langzaamverkeersverbinding die voorzien wordt ter hoogte van de Damstraat,” aldus De Meyer.

Hij zal dit dossier verder alert blijven opvolgen.
__________

Oostelijke tangent krijgt fietsbrug of fietstunnel
regering keurde het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de oostelijke tangent van de Sint-Niklase Ring principieel goed.
Het openbaar onderzoek, waarbij 63 bezwaarschriften werden ingediend, leidde tot een aantal aanpassingen aan het plan.
“Het meest opmerkelijk: ter hoogte van de Damstraat, die wordt doorgeknipt voor het verkeer, komt een tunnel of een brug voor voetgangers en fietsers”, kondigt Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) aan.
“Ook voor de ontsluiting van Europark Zuid en het waterbeheer zijn nog verbeteringen doorgevoerd. Met deze beslissing komt de uitvoering van het sluitstuk voor de gewenste verkeersstructuur voor Sint-Niklaas in zicht”, aldus Jos De Meyer. (Het Nieuwsblad, gvh)
__________
Damstraat krijgt tunnel of brug bij oostelijke ringweg

De Vlaamse regering heeft vrijdag opnieuw een belangrijke stap gezet in de realisatie van de oostelijke ringweg, die een nieuwe verbinding zal vormen tussen de E17 en de N70 in Sint-Niklaas.
Ze gaf gisteren groen licht voor het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de oostelijke ringweg. Het plan wordt nu nog 30 dagen voorgelegd voor advies aan de raad van state, daarna is het definitief. Tijdens het openbaar onderzoek werden 63 bezwaarschriften ingediend. Op basis daarvan zijn er nog aanpassingen gebeurd. De meest opvallende is dat er nu wél een zachte verbinding komt aan de Damstraat, die door de oostelijke ringweg wordt doorgeknipt. In het plan wordt nu een verbinding vastgelegd voor voetgangers en fietsers, ofwel via een tunnel onder ofwel via een brug over de ringweg.
“Op die manier blijft een belangrijke oost-westverbinding in stand”, stelt Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V). “Dit is opnieuw een belangrijke stap in de uitvoering van de gewenste verkeersstructuur in Sint-Niklaas.”
Ook schepen voor Mobiliteit Carl Hanssens (N-VA) denkt er zo over. “Als binnen 30 dagen dit GRUP definitief is, kunnen de nodige onteigeningen van start gaan. In het slechtste scenario duurt dat drie jaar, maar dat moet sneller kunnen. Daarvoor zijn immers al middelen voorzien in de begroting. We zijn ook heel blij dat bij de behandeling van de bezwaren duidelijk werd dat er een oplossing voor de Damstraat nodig is. Dat de burgers hierin gehoord worden én dat het planologisch is ingetekend, is een grote opsteker.”
(Het Laatste Nieuws, JVS)
__________
In Sint-Niklaas zijn ze weer een stapje dichter bij de realisatie van de oostelijke tangent. Dat is de ontbrekende weg die de ring rond Sint-Niklaas moet vervolledigen. Het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan heeft groen licht gekregen. Dat laat Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer uit Sint-Niklaas weten. Er waren 63 bezwaarschriften ingediend tijdens het openbaar onderzoek. En die hebben geleid tot een aantal aanpassingen aan het plan. Zo zal er een fiets- en voetgangerstunnel komen aan de Damstraat. En ook voor het waterbeheer in het Europark Zuid zijn er verbeteringen aangebracht. Het GRUP gaat nu naar de Raad van State. Dan moet er nog een milieu-effectenrapport gemaakt worden en een stedenbouwkundige aanvraag ingediend worden. Als dat goed afloopt dan kan een startdatum voor de werken vastgelegd worden. (TV-Oost)

http://www.tvoost.be/nieuws/groen-licht-voor-grup-oostelijke-tangent-sint-niklaas-37992

SALV-advies over regeldruk valt niet in dovemansoren

Een recent advies van de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) inzake betere regelgeving formuleert tien verbeterpunten. De focus ligt op het verlagen van de regeldruk, administratieve vereenvoudiging en de praktische toepasbaarheid van de Europese en Vlaamse regelgeving. Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) onthoudt ook de aanbeveling om een ‘jongerentoets’ uit te werken. Van minister Joke Schauvliege wil hij weten hoe ze rekening zal houden met het advies. Als initiatief voor de toekomst vermeldt de minister de speciale aandacht die in de overheidscommunicatie zal uitgaan naar kwetsbare groepen landbouwers omdat zij soms belangrijke informatie mislopen.

Tien aanbevelingen heeft adviesraad SALV voor de Vlaamse overheid om de regeldruk voor land- en tuinbouwers te verlagen. Landbouw is om te beginnen geen exacte wetenschap zodat in de regelgeving en bij controles rekening gehouden moet worden met afwijkingen die buiten de wil van de landbouwer liggen, bijvoorbeeld als gevolg van dramatisch slecht weer zoals we dit voorjaar meemaakten. De raad beveelt ook aan dat ambtenaren en politici voldoende praktijkervaring kunnen opdoen en voeling krijgen met het dagdagelijkse leven in de land- en tuinbouw.
Opvallend vindt Vlaams parlementslid Jos De Meyer de aanbeveling om een jongerentoets uit te werken. “Jonge land- en tuinbouwers kennen immers specifieke situaties en noden waarmee rekening moet worden gehouden in de nieuwe regelgeving. Daarnaast moet er sterker worden ingezet op communicatie en een vereenvoudigde dienstverlening. Naast de administratieve lasten ondervinden de land- en tuinbouwers vooral regeldruk door controles. De raad formuleert daaromtrent twee aanbevelingen: beter coördineren van de overheidscontroles en beter informeren over de resultaten van de controles. De controles op het bedrijf moeten, ongeacht stelsel of administratie, maximaal worden gegroepeerd.”
Na deze korte samenvatting van het advies informeert De Meyer bij minister van Landbouw Joke Schauvliege naar haar plannen om de regeldruk te verlagen. Zij erkent vooreerst het probleem, dat niet eigen is aan landbouw maar zich wel extra doet voelen in deze sector. “Landbouwers hebben te maken met een heel brede waaier van regelgeving. Bovendien komen de regels vanuit diverse niveaus: Europees, federaal, Vlaams, provinciaal en lokaal. Verder speelt mee dat kleinere, familiale landbouwbedrijven geen personeelslid in dienst hebben dat zich hiermee kan bezig houden”, zegt Schauvliege.
Vraag is dan wat zij daar op Vlaams niveau probeert aan te doen. “Al wat ik kan”, luidt het antwoord. “Er is de voorbije jaren al heel wat gerealiseerd, mede dankzij de uitbouw van het performante e-loket van het Departement Landbouw en Visserij. De papierstroom is weggevallen.” Volgend jaar gaat er in de communicatie van overheidswege extra aandacht gaan naar kwetsbare groepen van landbouwers, zo kondigt de minister aan in haar beleidsbrief.
Volksvertegenwoordiger De Meyer hield vervolgens een pleidooi voor meer empathie tijdens controles op landbouwbedrijven en meer coördinatie van de verschillende inspecties. Vandaag controleren de verschillende overheidsinstanties in gespreide slagorde. “We proberen er wel voor te zorgen dat zoveel mogelijk informatie wordt uitgewisseld en dus niet dubbel wordt opgevraagd”, zegt Schauvliege.
De minister verwijst ook naar een experiment uit het verleden waarbij verschillende controleurs samen op het erf komen, maar dat had als nadeel dat het door het grotere aantal controleurs bedreigend overkwam. Meer empathie en begrip opbrengen, staat wel buiten kijf. Controleurs worden daarin opgeleid. “Je hebt altijd mensen die daar misschien wat minder in onderlegd zijn. Daarom hebben wij hen opleidingen gegeven om dat beter te doen.” (Vilt)