Nieuwe fietsbrug Stekense Vaart ligt er pas en moet al worden afgebroken

De nieuwe fietsbrug over de Stekense Vaart, het pronkstuk van de nieuwe fietsverbinding tussen Sinaai en Stekene, wordt afgebroken en vervangen. De hellingsgraad van de brug is te groot, waardoor de doorsnee fietser noodgedwongen moet afstappen.
De provincie Oost-Vlaanderen, Sint-Niklaas en Stekene sloegen de handen in elkaar om een veilige fietsverbinding te realiseren tussen de Sint-Niklase deelgemeente Sinaai en Stekene. Kostprijs ruim 1 miljoen euro, waarvan de provincie tachtig procent subsidieert. Geen luxe want op deze weg werd vaak te snel gereden, terwijl er voor fietsers amper ruimte was. De nieuwe gescheiden fietsroute verhielp dat probleem. Op de route kwam ook een fietsbrug over de Stekense Vaart, zodat fietsers niet meer samen met het autoverkeer over de smalle Koebrug moesten. Het is dan ook pijnlijk dat de fietsbrug langs de prestigieuze nieuwe route alweer moet worden afgebroken. “Jaren duurde het om dit project te realiseren en dan krijg je dit. Echt schandalig. De fietsbrug moest de kers op de taart zijn maar de kers ligt nu in de Stekense Vaart”, klonk het ontstemd bij de Sint-Niklase schepen van Openbare Werken Gaspard Van Peteghem (SP.A). Vorige maand raakte al bekend dat er problemen zijn met de hellingsgraad van de nieuwe brug. CD&V-gemeenteraadslid Jos De Meyer (CD&V) schetste vrijdagavond nog eens het probleem. “De helling van de brug is te groot. Sportievelingen kunnen er over maar de gewone fietser moet afstappen. Bovendien is de brug bij regen of vrieskou heel glad, zodat het helemaal moeilijk is om er over te geraken. Ik hoor van ouders en grootouders dat zij eerst hun fiets over de brug brengen, om dan terug te keren voor de kinderen of kleinkinderen. Dar kan niet de bedoeling zijn van een fietsbrug”, hekelde het gemeenteraadslid.
Schepen Gaspard Van Peteghem is vooral boos omdat de problemen vermeden konden worden. “Ik heb er zo voor gewaarschuwd dat men moest opletten dat de hellingsgraad niet te hoog was maar ik vond geen gehoor. De brug in boogvorm moest zo hoog omdat men wil dat er in de toekomst bootjes of kajaks onder kunnen varen. Maar de even verder gelegen Koebrug ligt gelijkgronds: daar kan niets onder. De gekozen brug is eigenlijk bedoeld voor voetgangers, niet voor fietsers. Natuurlijk is de helling dan te steil. De provincie zal deze brug elders gebruiken voor voetgangers en over de Stekense Vaart komt een nieuwe brug. Het is nog niet duidelijk wanneer precies of hoeveel dat gaat kosten. Het is een trieste zaak want de veiliger fietsverbinding is een heel mooi project maar op deze manier valt er geen eer van te halen.” (Het Nieuwsblad, Guy Van Vliet)

Toch veiliger fietsverkeer langs N41 in Sint-Niklaas

Het wordt veiliger fietsen langsheen gewestweg N41 in Sint-Niklaas. Dat blijkt uit een vraag die Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) uit Belsele stelde.

De Meyer kaartte het probleem aan van de verlichting van het fietspad langs de N41, meer bepaald het stuk tussen de rotonde van de westelijke ringweg en de N70. Het kwam al diverse malen op tafel in gesprekken met minister voor Openbare Werken Ben Weyts (N-VA).
Op de meest recente vraag van De Meyer naar een alternatief om het hele tracé te verlichten, antwoordde de minister dat het alternatief voor een volledige verlichting besproken werd met het stadsbestuur van Sint-Niklaas op de Provinciale Commissie voor Verkeersveiligheid.
“Er werd in overleg beslist om het fietspad dat de op- en afrit kruist, te verlichten wanneer er zich fietsers aanmelden. Op deze manier wordt de veiligheid van het fietspad verhoogd. Deze verlichting zal tegen eind april 2017 in dienst zijn”, luidt het.
De Meyer had net als de fietsende scholieren en hun ouders liefst gezien dat het hele tracé van de nodige verlichting zou worden voorzien. (Het Nieuwsblad, Sylvain Luyckx)

Kwart leraars zit in verlofsysteem

Rush op loopbaanonderbreking zet extra druk op schooldirecties

Een op de vier leraars in Vlaanderen zit dit schooljaar in een of andere verlofregeling. Dat betekent dat ze bijvoorbeeld via loopbaanonderbreking minder werken, maar wel een uitkering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) krijgen. Dat blijkt uit cijfers van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V).
Het gaat om 50.000 mensen, van wie bijna de helft loopbaanonderbreking heeft zonder een specifieke reden. Het onderwijspersoneel heeft massaal de laatste kans gegrepen om van die regeling te genieten voor ze eind dit schooljaar wordt stopgezet. Concreet gaat het dit jaar om 22.139 leraars. Dat is bijna dubbel zo veel dan tijdens het schooljaar 2014-2015, toen 12.826 leraars van dat systeem gebruikmaakten.
Het hogere aantal afwezige leerkrachten zet extra druk op de scholen, die op zoek moeten naar interim-leerkrachten of vervangingen. Bovendien kampt het onderwijs al met een lerarentekort. Door de hogere geboortecijfers moet Vlaanderen tegen 2020 op zoek naar ongeveer 20.000 extra leraars.
Volgens Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V), die de cijfers bij Crevits opvroeg, was de toeloop tijdens dit schooljaar te voorzien. De Meyer benadrukt dat een combinatie van persoonlijke zorgtaken en werk in het onderwijs ook in de toekomst mogelijk blijft. Crevits bereikte daar voor de zomer een akkoord over met de vakbonden en de onderwijsverstrekkers.
Loopbaanonderbreking wordt vervangen door een nieuw systeem van zorgkrediet. Dat voorziet enkel nog in compensaties bij loopbaanonderbrekingen voor ouderschap, zorg of opleiding. Daarnaast kunnen leerkrachten ook een beroep doen op een eindeloopbaanregeling. Leraars ouder dan 55 kunnen via deeltijds werk afbouwen.
Het akkoord over de verlofstelsels was een eerste stap naar een groter pact over de lerarenloopbaan om het beroep aantrekkelijker maken. Na maanden van aparte gesprekken zat Crevits gisteren voor het eerst opnieuw samen met alle onderwijspartners om een pakket concrete maatregelen te bespreken. Die moeten jonge leraars meer werkzekerheid geven en vermijden dat een op de vijf afgestudeerde leraars al na een paar jaar uit het onderwijs stapt.
Voorts liggen maatregelen op tafel voor meer werkbaar werk en voor een professionalisering van het lerarenberoep. Na de kritiek op de hervorming van het secundair onderwijs is het voor Crevits cruciaal om die onderhandelingen tot een goed einde te brengen. (De Tijd, Barbara Moens)

Opleiding voor vertrouwenspersonen om psychosociaal welzijn in onderwijs te verbeteren

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits start met een opleiding voor vertrouwenspersonen om het psychosociaal welzijn van het onderwijspersoneel te verbeteren. In een eerste fase is het de bedoeling 160 vertrouwenspersonen op te leiden. Dat heeft de CD&V-minister in het Vlaams Parlement geantwoord op vragen van Vera Celis (N-VA) en Jos De Meyer (CD&V).
Psychosociale aandoeningen zoals bijvoorbeeld burn-out blijven de voornaamste oorzaak van ziektedagen in het onderwijs. Dat bleek vorige maand (nogmaals) uit het laatste jaarrapport ziekteverzuim van het Vlaamse onderwijspersoneel van het Agentschap voor Onderwijsdiensten (agODi). Meer zelfs, 40 procent van de ziektedagen bij mannelijke personeelsleden en 34 procent van de ziektedagen bij vrouwelijke personeelsleden is toe te schrijven aan psychosociale klachten.
Een bijzondere risicogroep zijn de directeurs. In de leeftijdsgroep 56-65 jaar is zelfs bijna 55 procent van de ziektedagen toe te schrijven aan psychosociale aandoeningen.
Alarmerende cijfers. Dat erkent ook minister van Onderwijs Hilde Crevits. Zij richtte in 2015 al een ad hoc-werkgroep rond psychosociaal welzijn in het onderwijs op. Op basis van een suggestie van die werkgroep heeft de minister nu beslist om te starten met het opleiden van vertrouwenspersonen. Die zouden kunnen optreden als bemiddelaars en luisterend oor en zouden preventief kunnen werken rond psychosociale risico’s. In een eerste stap worden 160 vertrouwenspersonen opgeleid. “Als de opleiding effect heeft, zullen we het breder uitrollen”, aldus minister Crevits.
Daarnaast is de CD&V-minister gestart met een diepte-onderzoek naar de beroepsgebonden psycho-sociale problemen bij het directiepersoneel.
Sp.a-parlementslid Steve Vandenberghe noemt dat onderzoek overbodig. “We kennen die oorzaken toch al? De regeldrift, de administratieve rompslomp, de hoge werkdruk,…”, aldus Vandenberghe, die de minister aanspoorde om het actieplan rond de administratieve vereenvoudiging in het onderwijs (Operatie Tarra) te versnellen.
Minister Crevits antwoordde dat het diepte-onderzoek wél zinvol kan zijn. Volgens haar wordt er trouwens ook al bijzonder hard gewerkt aan administratieve vereenvoudiging en vermindering van planlast in het onderwijs. (Belga)

Sterk toegenomen internationalisering in het Vlaamse hoger onderwijs

In de periode 2006-2015 is het aantal Vlaamse studenten met buitenlandse studie-ervaring gestegen met niet minder dan 80%, bleek uit de cijfers die Vlaams parlementslid Jos De Meyer opvroeg bij minister Crevits van Onderwijs.
Binnenkort bestaat het Erasmusprogramma voor internationale mobiliteit van studenten, docenten en personeel uit het bedrijfsleven 30 jaar. In afwachting van een gedetailleerde studie volgend jaar zijn er ondertussen wel al veel gegevens beschikbaar over de internationalisering via Erasmus. Een eerste opmerkelijke vaststelling is dat er tijdens die 30 jaar geen enkele aanvraag geweest is uit het bedrijfsleven om een buitenlandse stage te laten ondersteunen. Het is maar de vraag of men zich buiten het onderwijs wel bewust is van de mogelijkheden, stelt De Meyer.
Vlaamse studenten en docenten naar het buitenland
Bij docenten en studenten wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot internationalisering. In 1997 gingen 277 Vlaamse docenten naar een andere Europese hogeschool, in 2014 was dat aantal al bijna verviervoudigd tot 1091. Vanaf 2007 kunnen docenten niet enkel voor een onderwijsopdracht, maar ook voor een stage tijdelijk naar het buitenland. Die stages worden steeds populairder: van 29 stages in 2007 is het aantal verhoogd tot 202 in 2013. Ook de Vlaamse Erasmusstudenten kiezen steeds vaker voor stages. In 2007 ging het om 329 studenten, in 2014 maken de 1464 stages al 28% uit van de Erasmusprojecten.
De meest populaire landen voor een Erasmusproject bij de studenten zijn Frankrijk en Spanje. Samen zijn ze goed voor 35% van het totale aantal buitenlandervaringen. In het academiejaar 2014-2015 ging niet minder dan 60% van het aantal buitenlandse stages en lesperiodes naar in totaal vijf landen. Naast Frankrijk en Spanje wordt de topvijf van populaire Erasmusbestemmingen volgemaakt met buurlanden Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Spanje is duidelijk een blijver, terwijl andere niet-buurlanden uit de top verdwijnen. Uit vroegere vragen van De Meyer blijkt dat Portugal in 2011 de vijfde plaats afstond aan het Verenigd Koninkrijk, en dat Italië in 2013 ook nog bij de topvijf hoorde.
Studenten die kiezen voor een buitenlandervaring komen vaakst (40%) uit het studiegebied ‘social sciences, Business and Law’ (sociale wetenschappen, economie en rechten) . Op de tweede plaats staan ‘Humanities and arts’ (menswetenschappen en kunsten). Op de vraag of studenten talen en studenten uit de onderwijsopleidingen nu meer kiezen voor internationale ervaringen kon geen antwoord gegeven worden, omdat die niet apart worden geregistreerd.
Buitenlandse studenten in Vlaanderen
Vlaanderen zendt niet alleen zijn zonen en dochters uit, maar ontvangt ook stilaan meer buitenlandse studenten, al is dat verhoudingsgewijs wel veel minder dan het Franstalige deel van België. Het Franstalige hoger onderwijs trekt al langer studenten aan uit het buitenland, en van buiten Europa. De helft van hen komt uit Frankrijk. In Vlaanderen neemt het aandeel buitenlandse studenten ook toe, vooral door de lage drempel en de hoge kwaliteit van ons hoger onderwijs. Opmerkelijk is dat de instroom van buitenlandse doctoraatsstudenten in België beduidend hoger ligt dan het OESO-gemiddelde. Het aantal bachelor-en masterstudenten dat kiest voor een Vlaamse universiteit of hogeschool is van 4590 in 2012 verhoogd naar 7702 in 2016. Dat is een toename van 1.95% tot 3% van ons totale aantal studenten hoger onderwijs.
Ook bij de ‘inkomende mobiliteit’ is er veel variatie naargelang de studierichting. De 2 buitenlandse studenten in de bacheloropleiding sociale gezondheidswetenschappen die samen 0.34% van het studiegebied uitmaken, staan in schril contrast met de 463 bachelorstudenten diergeneeskunde, die samen niet minder dan 35,48% van het studiegebied uitmaken. Globaal gezien gaat het de goede kant uit met de toenemende internationalisering van ons hoger onderwijs, vindt De Meyer, maar in de opleiding Diergeneeskunde is het evenwicht wel verdwenen.
__________
Internationalisering neemt sterk toe in Vlaams hoger onderwijs
In tien jaar tijd (2006-2015) is het aantal Vlaamse studenten met buitenlandse studie-ervaring met niet minder dan 80 procent toegenomen. Dat stelt Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) op basis van cijfers die hij opvroeg bij minister van Onderwijs Hilde Crevits. Voor Vlaamse studenten zijn Spanje en Portugal de populairste bestemmingen voor een Erasmusproject. Het aantal buitenlandse studenten dat voor Vlaanderen kiest, ligt beduidend lager dan in het Franstalig landsgedeelte, maar steeg toch van 4.590 in 2012 tot 7.702 vorig jaar.
De Meyer wijst erop dat in de 30 jaar dat het Erasmusprogramma voor internationale mobiliteit van studenten, docenten en personeel uit het bedrijfsleven bestaat geen enkele aanvraag uit het bedrijfsleven binnenkwam om een buitenlandse stage te o ndersteunen. “Het is maar de vraag of men zich buiten het onderwijs bewust is van de mogelijkheden”, vraagt hij zich af.
In 1997 gingen 277 Vlaamse docenten naar een andere Europese hogeschool, in 2014 was dat aantal al bijna verviervoudigd tot 1.091. Vanaf 2007 kunnen docenten ook voor een stage tijdelijk naar het buitenland. Die stages worden steeds populairder: van 29 stages in 2007 tot 202 in 2013. Ook de Vlaamse Erasmusstudenten kiezen steeds vaker voor stages. In 2007 ging het om 329 studenten, in 2014 maken de 1.464 stages al 28 procent uit van de Erasmusprojecten.
De meest populaire landen voor een Erasmusproject bij de studenten zijn Frankrijk en Spanje. Samen zijn ze goed voor 35 procent van het totale aantal buitenlandervaringen. In het academiejaar 2014-2015 ging het zelfs om 60% van het aantal buitenlandse stages en lesperiodes. Studenten die kiezen voor een buitenlandervaring komen vaakst uit het studiegebied ‘social sciences, Business and Law’ (40%). Op de tweede plaats staan ‘Humanities and arts’.
In 2016 maakten de buitenlandse Erasmusstudenten 3 procent uit van het aantal studenten hoger onderwijs in Vlaanderen, terwijl dat in 2012 nog maar om 1,95 procent ging. De Meyer wijst op het onevenwichtig groot aandeel van de buitenlandse studenten in de opleiding diergeneeskunde. Zij maken niet minder dan 35,48 procent van het studiegebied uit. (Belga)

Nog tien leerkrachten betaald op non-actief, “in het belang van de dienst”

De Vlaamse overheid betaalde vorig schooljaar nog de wedde van tien leerkrachten (of directeurs) die door schoolbesturen op non-actief gezet zijn zonder dat daarvoor bij de overheid een expliciete reden moest opgegeven worden. Die mogelijkheid is in 2013 afgeschaft.
Omdat de klassieke procedures om van problematische vastbenoemde personeelsleden af te raken te omslachtig zijn om de goede werking van de school snel te herstellen, werd ooit een maatregel ingevoerd waarbij scholen mensen op non-actief konden plaatsen zonder dat ze daarvoor een reden moesten opgeven. Die ordemaatregel, voluit de “terbeschikkingstelling wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst” genaamd, liet scholen toe mensen voor onbepaalde duur op non-actief te zetten, met behoud van loon voor maximum t wee jaar en daarna een wachtuitkering die overeenkomt met het vervroegd pensioen. de maatregel werd vooral toegepast in scholen van het gemeenschapsonderwijs.
In 2013 werd de maatregel afgeschaft. Toen waren er nog 29 onderwijspersoneelsleden die “in het belang van de dienst” op non-actief waren geplaatst. Vorig schooljaar waren dat er nog tien, blijkt uit cijfers die Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V) opvroeg bij onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V). (Belga)