Lerarenloopbaan – “Studie over taakbelasting in onderwijs moet rond zijn tegen einde maart 2018” (Crevits)

De studie over de taakbelasting van leerkrachten in het Vlaamse onderwijs moet rond zijn tegen 31 maart 2018. Dat heeft Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) gezegd in de Commissie Onderwijs van het Vlaamse Parlement. Het onderzoek zal niet alleen de werkbelasting van leerkrachten in het secundair onderwijs onderzoeken, maar ook in het kleuteronderwijs en het lager onderwijs.
De parlementsleden Caroline Gennez (sp.a), Jos de Meyer (CD&V) en Ann Brusseel (Open Vld) vroegen meer uitleg over het onderzoek naar de werklastmeting van leerkrachten waarover de minister eerder een consensus bereikte met de onderwijsbonden.
“Het opzet van het onderzoek is een duidelijk zicht te bieden op wat een moderne omschrijving is van de taak van een leerkracht en hoeveel tijd eraan besteed wordt”, aldus de minister, die benadrukte dat de sociale partners hierbij zullen betrokken worden en dat het “over meer zal gaan dan alleen maar de noemer (het aantal uren dat een leerkracht voor de klaas staat)”. De minister verwacht dat de studie ook een “zicht geeft op mogelijke significante verschillen per vak, per school, per onderwijsniveau en per onderwijsvorm”.
De beoogde startdatum van het onderzoek is 1 mei 2017, de dag van het feest van de arbeid en dus een vrij symbolische datum om een onderzoek naar werkbelasting in het onderwijs te starten. “De resultaten worden verwacht tegen 31 maart 2018”, aldus de minister. De vorderingen van het onderzoek zullen opgevolgd worden door een stuurgroep waarin het Departement Onderwijs en Vorming, de onderwijskoepels en de vakorganisaties zetelen.
Betekent dit dat de gesprekken over het loopbaanpact zo lang zullen stilliggen? “Nee”, antwoordt minister Crevits, “ik wil terug aan tafel met alle partners om het te hebben over maatregelen die buiten de ‘scope’ van dit onderzoek vallen, zoals bijvoorbeeld de pool voor startende leerkrachten.” (Belga)

Wie mag welk vak geven op school?

Commissie Onderwijs 23-03-2017 – Bekwaamheidsbewijzen
Onderwijscommissaris Jos De Meyer ging met enkele vragen in op het “telefoonboek” van de bekwaamheidsbewijzen, kaartte enkele anomalieën in het huidige systeem aan, legde het verband met statutaire aangelegenheden voor leraren en anderen en ondervroeg de minister over haar eventuele plannen om afwijkingen toe te staan en het huidige systeem aan te passen.
Moeten we op langere termijn niet naar een logischer en eenvoudiger systeem dat praktisch hanteerbaar is door de schoolbesturen, zo vroeg hij zich ten slotte af.
Minister Crevits overwoog in het algemeen nu niet om van die regeling af te stappen, omdat de regeling volgens haar enerzijds in voldoende flexibiliteit voorziet, en anderzijds ook een minimale kwaliteitsborging inhoudt. Ze wilde de regelgeving niet fundamenteel wijzigen, maar wel zo snel mogelijk de voorstellen voor een aantal te onderzoeken anomalieën bij de bekwaamheidsbewijzen inventariseren. Ook verwees ze naar de statutaire gevolgen voor de leraren van een eventuele opkuis van het systeem. Uit het OBPWO-project 14.02 van professor Devos concludeerde de minister dat de scholen de autonomie van het schoolbestuur om een leraar met een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs aan te stellen op prijs stellen.
Onderwijscommissaris Koen Daniëls legde een interessante link naar de PISA-resultaten, zoals die ook een week eerder aan bod waren gekomen tijdens de hoorzitting in deze commissie. Hij riep op om de eventuele anomalieën recht te zetten en gaf terloops naar een prikje richting-onderwijsvakbonden.
Volgens onderwijscommissaris Ann Brusseel waren er misschien meer anomalieën dan gedacht werd en voor de organisatie van de (vereiste) bekwaamheidsbewijzen gold als uitgangspunt alleen de kwaliteit van het onderwijs waarborgen. Heel interessant vond ik haar uitspraak dat bepaalde kwaliteitsproblemen die nu bestaan niet op te lossen zijn met een structuurhervorming, maar wel met de kwaliteit van de leraren.
Na nog een korte herhaling door de minister sloot vragensteller De Meyer af: hij was voor een zeker pragmatisme in situaties van schaarste, wees op het belang om jonge mensen te motiveren voor de lerarenopleiding, herhaalde de statutaire kwestie en had het ten slotte over bekwaamheidsbewijzen voor mensen in het onderwijs met een niet-lesopdracht.
(Wilfried Van Rompaey, Nieuwsbrief Katholiek Onderwijs Vlaanderen)

Schermen langs E40 in Aalter vanaf 2019

Aalter krijgt vanaf half 2019 geluidswerende schermen langs de E40. Momenteel wordt in Aalter volop gebouwd aan een nieuw oprittencomplex van de E40. Die werken zullen nog twee jaar duren. In dat plan zit de plaatsing van geluidsschermen aan de E40 niet inbegrepen. Er werd al gevreesd dat dit er niet meer van zou komen, maar volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) kreeg goed nieuws van Vlaams minister van Openbare Werken Ben Weyts (N-VA). “De bouw van geluidsschermen langs de E40 in Aalter is gepland na het einde van de werken aan het oprittencomplex”, zegt De Meyer. “Dat zal dus midden 2019 zijn. Dit voorjaar zal Vlaanderen wel al een offerte aanvragen.” (Het Laatste Nieuws, JSA – foto: AWV)

Vierde rijstrook of parallelwegen voor E17?

De Vlaamse regering trekt 600.000 euro uit voor de opmaak van een studie om de capaciteit van de E17 te verhogen met ofwel een vierde rijstrook of parallelwegen. De uitbreiding komt er tussen Sint-Niklaas en Kruibeke en moet een oplossing bieden voor de dagelijkse files richting Antwerpen. De studie zal drie jaar in beslag nemen omdat ook alle bruggen en verkeerswisselaars moeten aangepast worden.
De capaciteitsuitbreiding voor de E17 wordt momenteel onderzocht voor een traject van elf kilometer. Het gaat om het stuk vanaf de huidige parallelwegen in Sint-Niklaas tot aan Zwijndrecht, waar nu al vier rijstroken zijn. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) vroeg aan minister voor Openbare Werken Ben Weyts wat de studie precies inhoudt. Volgens Weyts is 600.000 euro uitgetrokken voor een studie naar de doortrekking van de parallelwegen in Sint-Niklaas en/of de aanleg van een vierde rijstrook op de snelweg zelf tot aan het complex Zwijndrecht. De studie zal drie jaar in beslag nemen. “Omdat er ook een verkeerstechnische studie moet gemaakt worden over de inrichtingen van alle kruispunten van de aan te sluiten wegen”, laat Weyts weten. Als de studie klaar is zal de Vlaamse overheid een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan opmaken, waarna de werken effectief kunnen starten. Wie dagelijks in de file staat op de E17 zal dus wel nog even geduld moeten uitoefenen.
Burgemeester tevreden
Bevers burgemeester Marc Van de Vijver (CD&V) is zeer tevreden dat de Vlaamse overheid eindelijk geld heeft vrijgemaakt voor de studie. Het voorstel is namelijk één van de pijlers in het zogenaamde ‘plan van de Wase burgemeesters’ om de mobiliteitsproblemen in de regio op te lossen. “Onze voorkeur gaat uit om de parallelwegen in Sint-Niklaas door te trekken tot aan de Kruibekesteenweg in Beveren”, legt Van de Vijver uit. “Verder is niet mogelijk door de aanwezigheid van twee benzinestations langs de snelweg in Kruibeke. Een vierde rijstrook kan echter wel vanaf deze plaats. In dit scenario zou de op- en afrit in Haasdonk/Bazel afgesloten worden, maar via de parallelweg kan men dan wel de E17 in Kruibeke oprijden.”
E34
Als de regering zou kiezen voor een extra rijstrook in elke rijrichting, pleit Van de Vijver wel voor het behoud van de verkeerswisselaar in Haasdonk. “Want anders moet iedereen via Melsele of Sint-Niklaas omrijden om in Beveren te geraken. Als de studie uitwijst dat een vierde rijstrook beter is dan parallelwegen, valt er natuurlijk altijd over te praten.”
De capaciteitsuitbreiding van de E34 is intussen wel al goedgekeurd en zit zelf als in de planningsfase. Hier komt er een extra rijstrook bij vanaf de verkeerswisselaar in Vrasene tot aan het knooppunt van de nieuwe Oosterweelverbinding. Er komt ook een nieuw aansluitingscomplex ‘Waaslandhaven-West’, dat het grootste deel van het wegvervoer van en naar westelijke kant van het Deurganckdok zal afwikkelen.
(Het Laatste Nieuws, KRISTOF PIETERS)

http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20170322_02794085

Schoolse achterstand: grote verschillen tussen de centrumsteden in Vlaanderen

Met een gemiddelde leeftijd van 16,93 jaar zijn de leerlingen uit het vrij onderwijs te Roeselare de jongste van alle centrumsteden en zelfs jonger dan het algemeen Vlaams gemiddelde, zo blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Jos De Meyer opvroeg bij minister Crevits van Onderwijs. De leerlingen uit de derde graad van het gemeenschapsonderwijs te Roeselare zijn met 18,97 jaar echter gemiddeld meer dan twee jaar ouder. Ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn de leeftijdsverschillen tussen leerlingen van verschillende netten opmerkelijk.
Gemiddeld zijn Vlaamse leerlingen uit de tweede graad secundair onderwijs 14,85 jaar oud; leerlingen uit de derde graad zijn gemiddeld 17,17 jaar oud. De cijfergegevens tonen echter aan dat achter die gemiddelden toch vrij grote verschillen schuil gaan.
Meerderjarige leerlingen in het secundair onderwijs zijn vooral leerlingen die een jaar hebben overgezeten. In Antwerpen is het aandeel meerderjarigen met 16,9% beduidend hoger dan het Vlaamse gemiddelde van 11%. In het Antwerpse deeltijds beroepsonderwijs zijn 61% van de leerlingen meerderjarig, tegenover het Vlaamse gemiddelde van 49%.
Over het algemeen zijn de leerlingen gemiddeld jongst in het algemeen vormend secundair onderwijs, ze zijn gemiddeld iets ouder in technisch en kunstsecundair onderwijs, en de oudste leerlingen vindt men in het beroepsonderwijs. Naar onderwijsnet gerangschikt lopen de jongste leerlingen school in het vrije onderwijs, in het gemeenschapsonderwijs zijn ze gemiddeld wat ouder, en in het gesubsidieerde officieel onderwijs zijn ze het oudst.
Ook de rangschikking naargelang de plaats waar men school loopt, toont grote verschillen. In sommige centrumsteden is de gemiddelde leeftijd niet hoger dan die van heel Vlaanderen, terwijl andere net zoals de grote steden een veel groter verschil (en dus meer schoolse achterstand) laten optekenen. Het is dus inderdaad belangrijk dat de lokale context een rol speelt in gelijk welk actieplan tegen schoolse achterstand, beaamt De Meyer de visie van de minister. De juiste studiekeuze maken is zeer belangrijk in het voorkomen van schoolse achterstand . Het is dus essentieel dat het leertraject van onze jongeren goed begeleid wordt.

Kruispunt N470 met N446 in Dendermonde verkeersveiliger

Voor het structureel onderhoud en de herinrichting van het kruispunt van de N470 met de N446 in Dendermonde zal de verkeersveiligheid worden verhoogd door de aanleg van vrijliggende, conforme en comfortabele fietspaden en door de aanleg van een rotonde op het kruispunt van de N470 en de N446.

“Tegelijk wordt de volledige verharding van de weg in de projectzone vervangen en wordt er een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd,” antwoordde minister voor Openbare Werken Ben Weyts (N-VA) op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V).
Het definitief ontwerp is afgerond. De stedenbouwkundige vergunning is verleend. Er zijn nog een drietal onteigeningen af te ronden. Aanbesteding in het voorjaar, met eventuele start van de werken vóór of na de zomer. Voor het structureel onderhoud, de aanleg van de rotonde en het aandeel van het Agentschap Wegen en Verkeer in de RWA-riolering is een budget van 1 miljoen euro voorzien.
“Dit zal ongetwijfeld de verkeersveiligheid – inzonderheid voor de fietsers – bevorderen”, aldus de Meyer. (Het Nieuwsblad, Stef Van Overstraeten)

Herstellingen aan brug over Schipdonkkanaal in Deinze

De brug over het afleidingskanaal van de Leie of Schipdonkkanaal in Deinze wordt onder handen genomen. “Het gaat om betonherstellingen van de bovenbouw en renovatiewerken”, zegt Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) uit Belsele. Die richtte een schriftelijke vraag aan minister van Openbare Werken Ben Weyts (N-VA). “Nog dit voorjaar worden in de brug kernen geboord om de soort en omvang van de aantasting van het beton te bepalen. De herstellingswerken zelf zullen in 2018 worden uitgevoerd.” (Het Nieuwsblad, jdv)

Modernisering secundair onderwijs

Jos De Meyer herhaalde zijn gekende accenten op overleg en vrijheid van onderwijs.

15 maart 2017
Iets minder dan een uur van de vergadering ging naar dit dossier, een van de belangrijkste maar ook erg complexe dossiers van deze legislatuur. Gelijk ook drie vragenstellers uit drie verschillende fracties: twee uit de meerderheid, één uit de oppositie.
De vragenstellers van de meerderheid waren erg beknopt en hun heel beperkte aantal vragen had alleen betrekking op de planning en adviesverlening/overleg (Jos De Meyer) en op hoe de vooropgestelde aanvangsdatum van 1 september 2018 halen (Koen Daniëls). Daniëls legde ook, niet ten onrechte, lijkt mij, nogal het accent op de diverse lopende, gerichte maatregelen uit het masterplan. Het gaat inderdaad om een erg breed dossier, maar natuurlijk kan ook Daniëls niet ontkennen, zoals de minister naderhand ook zei, dat de algemene structuur van het toekomstige secundair onderwijs daarin een bijzondere blikvanger is. Voor de realisatie van de fundamentele doelen van deze hervorming is het nog maar de vraag hoe cruciaal die structuurkwestie eigenlijk wel is versus diverse andere maatregelen, maar dat terzijde…
Vragensteller Caroline Gennez was de ambassadeur van de eerdere, kritische geluiden van GO! en Katholiek Onderwijs Vlaanderen, lijstte heel wat van die kritieken op en stelde dan ook heel wat vragen.
In haar antwoord hield minister Crevits inderdaad vast aan die toch niet vanzelfsprekende begindatum van 1 september 2018. Zij wil daarvoor tijdig het regelgevende kader klaar hebben voor alle aspecten van de eerste graad én het minimale kader voor de tweede en de derde graad, namelijk de matrix met indeling in domeinen en finaliteiten in plaats van de huidige indeling in studiegebieden, verankeren in de regelgeving. Wellicht betekent haar formulering dat nog niet alle regelgeving tot en met alle punten en komma’s tegen dan klaar moet zijn, maar gelet op de tijd die nodig is om een onderwijsdecreet te maken in Vlaanderen, zal men nu dan toch niet te lang meer mogen aarzelen om aan dat deel van het proces te beginnen. De minister vatte overigens zelf nog eens kort de gebruikelijke decretale procedure samen en daarmee is een jaar snel om.
Zij benadrukte voorts de aanzienlijke vrijheidsgraden voor de scholen in haar aanpak, wat niet te ontkennen valt, lijkt mij (dus bijvoorbeeld geen schoolmodel opleggen door de overheid), maar daarnaast sprak ze alleen over “aanvullingen op de matrix” (niet over wijzigingen aan bv. de matrix en de basisopties) n.a.v. het lopende overleg, zoals de plaats van Se-n-Se, buitengewoon onderwijs en deeltijds onderwijs. Over een ander belendend perceel, dat van de noodzakelijke nieuwe eindtermen, waar toch ook een timingprobleem zit, had ik de indruk dat de minister dat enigszins minimaliseerde: misschien terecht en dan zou dat dossier de timing van de modernisering secundair onderwijs alvast niet nog méér belasten, maar is dat wel zo? Men kan toch niet beweren dat de aanpak van de eindtermen in de besloten werkgroep ter zake van onderwijscommissarissen van meerderheid en oppositie zo vlotjes loopt.
In zijn repliek herhaalde Jos De Meyer zijn gekende accenten op overleg en vrijheid van onderwijs. Inzake nog een ander belendend perceel, dat van de bestuurlijke optimalisatie en schaalvergroting (BOS), wees hij op de vraag naar duidelijkheid die leeft bij de schoolbesturen. En voor de eindtermen hield hij al duidelijk ermee rekening dat dat dossier finaal toch op de tafel van de minister zou belanden.
Koen Daniëls lijstte een reeks elementen op: gaande van het belang van de huidige teksten over het belang van samenwerking in scholen, het bewaken van de huidige 1-page matrix, de noodzaak van een soort concordantietabel-oude-nieuwe-studierichtingen tot het parlementaire werk inzake eindtermen. Twee zaken uit zijn reeks pik er nog graag uit: (i) het belang van de vrijheid van de scholen in dezen; inderdaad, volkomen terecht, maar het valt mij nu al sinds het begin van het lopende werkjaar op dat onderwijscommissaris Daniëls pleegt voorbij te gaan aan nog een andere vrijheid in dit verband, nl. de vrijheid van vereniging voor de scholen; (ii) de stelligheid waarmee volgens hem deze hele hervorming het overigens wel terecht aangehaalde PISA-probleem aan het oplossen is, ontroerde en viel op, maar on verra…
Caroline Gennez wees terecht op het verschil tussen conceptnota’s en decreten en repliceerde niet onverwacht op een aantal statements van de minister en onderwijscommissaris Daniëls. Ook deed ze zinvolle uitspraken over de eindtermen, maar de precieze betekenis van haar slotbedenking daarover was mij niet zo duidelijk: “Tot slot denken we dat er in de actualisering van de eindtermen ook een belangrijke vertaling moet zijn naar de leerplannen, die wij het best uniform gegarandeerd willen zien, over de onderwijsverstrekkers heen, met respect voor de pedagogische vrijheid die elk van hen heeft en behoudt, zoals grondwettelijk verankerd in ons land.” Uniform én met respect voor de pedagogische vrijheid?
Daarop pleitte onderwijscommissaris Jo De Ro, ter wille van de duidelijkheid, voor een overzichtstabel van aangekondigde maatregelen en hun stand van uitvoering. Onderwijscommissaris Kathleen Krekels sprak weliswaar anoniem over demarches van “de koepel”, met name inzake tso-scholen die hun doorstroomrichtingen van die koepel zouden moeten afstaan of in de gebouwen van het aso zouden moeten laten plaatsvinden en dat arbeidsgerichte richtingen naar het bso zouden moeten. Het deed me denken aan wat diezelfde ochtend in De Standaard had gestaan in verband met het loopbaanpact, dat nog andere, grote en heikele dossier: de N-VA wist waar er voor dat loopbaanpact nog extra geld te vinden was en Koen Daniëls neemt daarvoor de koepels en ondersteunende diensten in het vizier, stond er te lezen, en hij doet dat volgens mij systematisch. Het is jammer dat die uitspraak tot nog toe, bij mijn weten althans, niet precies geëxpliciteerd werd. Ik denk dus maar even luidop: vindt de N-VA of vindt Koen Daniëls dat het onderwijsmiddenveld dan maar moet worden ontmanteld , wegens ideologisch allemaal niet meer relevant in Vlaanderen anno 2017? En moeten we dan volgens hen inzake onderwijs naar een staatspedagogie, terwijl het voor het commerciële bedrijfsleven niet liberaal genoeg kan zijn? #koepelbashing? Maar ook dat even terzijde.
Commissievoorzitter Kathleen Helsen vroeg aandacht voor het buitengewoon onderwijs, de Se-n-Se-opleidingen en de zevende jaren en wees op de verantwoordelijkheid van de onderwijscommissie inzake de eindtermen.
In de tweede ronde stelde minister Crevits haar houding over de vrijheid van de scholen nogmaals klaar en duidelijk en reageerde en passant op de koepeluitspraak van Kathleen Krekels, waarbij Jos De Meyer nadien ook nog even de puntjes op de i zette. Ze gaf ook een uitleg bij de aparte manier waarop in de matrix de aso-studierichtingen werden behandeld, wellicht niet voor alle actoren even overtuigend. Maar goed, aso-richtingen als Latijn-wiskunde zouden sowieso nooit te vatten zijn in één domein, terwijl toch niemand plannen heeft om zo’n studierichting af te schaffen, denk ik dan. Die al vermelde aanvullingen aan de matrix moesten er komen, maar het geheel moest ook eenvoudig blijven.
Volkomen terecht betrok Koen Daniëls ten slotte het oriëntatieproces vanuit het basisonderwijs bij de zaak, maar dat lijkt me veel minder een zaak van de politiek dan van de mensen op de werkvloer zelf. Overigens geen simpele taak, maar dat is niet nieuw. Wordt ongetwijfeld vervolgd, zoals ook Caroline Gennez besloot. (Nieuwsbrief Katholiek Onderwijs Vlaanderen, Wilfried Van Rompaey – foto: Philip Puylaert)

Plenaire 08-03-2017 – Actualiteitsdebat schoolse betrokkenheid allochtone ouders

Op 8 maart 2017 was minister Liesbeth Homans ziek en daardoor kon het geplande actualiteitsdebat met haar niet doorgaan. Dat zou gegaan zijn over de werking van Unia en de verklaringen van minister Homans daarover. Maar geen nood, er kwam toch een actualiteitsdebat, maar dan één over de betrokkenheid van allochtone ouders bij de school, naar aanleiding van de recente uitspraken in dit verband van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits. Een bondig persoonlijk commentaar.
Niet voor het eerst is zo’n inderdaad belangrijk thema de dagen voordien al uitvoerig aan bod gekomen, vooral in de kranten, inclusief heel wat interessante commentaren van journalisten en niet-journalisten. Dan komt woensdag eraan, is het de beurt aan het Vlaams Parlement en leren we hoe de diverse politici het interview met minister Crevits in kwestie lezen, mede op basis van die al voorafgaande discussie in de pers en allerlei reacties die ze intussen persoonlijk gekregen hebben.
Evenmin voor de eerste keer krijgen we dan de eerste spreker, i.c. Caroline Gennez, zeg maar, de eerste ronde van het debat, waarin meteen (nu wel eens nàdat de eerste spreker uitgesproken was) een aantal reacties komen vanuit zo goed als elke fractie, waardoor eigenlijk alles al gezegd is.
Op zich is dat niet erg, maar dan moeten toch nog, zo gebieden de parlementaire spelregels, de sprekers van de andere fracties consecutief het woord voeren, wat per definitie leidt tot een heleboel pure herhaling, wat ook voorzitter Peumans op een bepaald ogenblik wat te veel werd en hij greep in. Bene!
Er kwam heel wat al of niet gespeelde emotionaliteit bij kijken en dan stel je als toeschouwer vast dat de Vlaams Parlementsleden iets meer dan twee uur debat vullen: met een meerderheid die meerdere notoire sp.a’ers uit verleden en heden citeert, met af en toe beschuldigingen van kromme redeneringen, met beperkte maar toch ook duidelijke wrevel van Jo De Ro versus Koen Daniëls, met Elisabeth Meuleman die dit debat politiek ruimer interpreteert met haar “u raakt niet vooruit”, met Caroline Gennez die geen effectief beleid ziet en opnieuw wijst op de besparingen en de meerderheid die wel dat beleid ziet, met Jos De Meyer en Kathleen Helsen die de verdediging van de minister opnemen enz.
Meer dan twee uur debat dus om finaal vast te stellen dat het bewuste interview (tweemaal haast hetzelfde gewraakte artikel in Het Nieuwsblad en De Standaard van 6 maart 2017, als een vervolg op het verwante, niet-gewraakte interview in De Zondag van 8 januari 2017) door de enen gelezen werd als een belediging, door de anderen als een uitgestoken hand naar de bedoelde ouders. Jos De Meyer opperde niet onterecht dat zo’n verschillende interpretatie misschien weleens met de koppen boven die artikelen te maken kon hebben. Ook niet voor het eerst, lijkt mij.
Een tweede besluit van ruim twee uur debat was de vaststelling dat ondanks alle discussie finaal iedereen zei dat het hier om een gedeelde verantwoordelijkheid ging, misschien met uitzondering van Vlaams Belang, dat een ander accent legde. Et c’est tout!
Mijn conclusie: een interessant en complex thema, waar geen wondermiddelen voor bestaan, en iedereen (ook buiten onderwijs) engagement moet opnemen, maar waarbij mij vaak het gevoel bekruipt dat sommige mensen geen onderscheid kunnen maken tussen anekdotiek en wetenschappelijk onderzoek. Beide hebben hun waarde, maar men moet zich er gewoon bewust van zijn wat heel precies het éne en het ándere betekent…(Wilfried Van Rompaey, Katholiek Onderwijs Vlaanderen)

Naar meer werkzekerheid voor startende leraars?

In de Commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement werd op donderdag 27 januari 2017 gedebatteerd over een vraag van CD&V-parlementslid Jos De Meyer aan minister Crevits over de anciënniteit voor een aanstelling van doorlopende duur in het onderwijs. Is het toeval dat het parlementslid deze vraag stelt twee dagen nadat minister Crevits haar loopbaanplan aan de onderwijspartners had voorgesteld? Een loopbaanplan waarin een groot hoofdstuk aan de werkzekerheid voor startende leraars gewijd is? COC spitste alvast de oren.

DREIGEND LERARENTEKORT
Jos De Meyer merkt op dat er regelmatig gewaarschuwd wordt voor een lerarentekort. Dit tekort wordt volgens hem veroorzaakt door een combinatie van factoren. Er is het dalende aantal inschrijvingen voor de lerarenopleiding. Er is de werkonzekerheid voor jonge leerkrachten die te lang heen en weer schuiven tussen interims en werkloosheid. En tot slot is er de praktijkschok (het verschil tussen de ervaringen tijdens de lerarenstageen de realiteit van een echte klas) die ook leidt tot een vervroegde uitstroom uit het beroep. Bovendien hangt het voor een groot deel van het toeval af of een jonge leerkracht al dan niet een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD) krijgt, een status die heel wat meer werkzekerheid garandeert. Dok de grootte van de scholengemeenschap bepaalt daarbij hoe vlug die status kan verworven worden. Jos De Meyer stelt dat deze problematiek in het kader van het loopbaandebat misschien een detail is maar geen onbelangrijk detail.

BESTUURLIJKE SCHAALVERGROTING
Hij koppelt dit aan een ander onderwijsdossier, namelijk dat van de bestuurlijke optimalisatie en schaalvergroting. Er zullen binnenkort nieuwe schoolbesturen met bijzondere kenmerken en ook verenigingen van schoolbesturen ontstaan. Jos Je Meyer vraagt aan minister Crevits of ook diensten in andere scholengemeenschappen van hetzelfde net meegenomen kunnen worden in de opbouw van de TADD-anciënniteit. Dit wel op voorwaarde van een gunstige evaluatie. Volgens minister Crevits is het de bedoeling om TADD-rechten over te dragen van de oude scholengemeenschappen naar de nieuwe samenwerkingsverbanden. De concrete maatregelen zal zij onderhandelen met de sociale partners. Tot nu toe was het principe daarbij altijd dat tijdelijke personeelsleden hun opgebouwde rechten kunnen meenemen. De minister stelt dat die rechten dan binnen een groter geheel gelden.

UITBREIDING TADD
Jos De Meyer wil nog een stap verder gaan. Hij kaart het probleem aan dat een leraar wel rechten opbouwt in de ene scholengemeenschap, maar niet in een andere die naast de deur ligt. Een leraar wordt als het ware vastgeklonken aan de school en de scholengemeenschap waar hij of zij start. Hij vraagt zich dan ook af of de ervaring die de leraar opdoet en de gunstige evaluatie die hij of zij krijgt, ook niet kunnen meegaan naar een andere scholengemeenschap van hetzelfde net. Parlementslid Koen Daniëls van N-VA overweegt zelfs om alle elders gepresteerde diensten, ongeacht het onderwijsnet, mee te laten tellen voor de bepaling van het recht op TADD. Minister Crevits stelt dat dergelijke aanpassingen in ieder geval moeten overlegd worden met de sociale partners. Volgens haar werd het voorstel van de heer De Meyer in het verleden al besproken. Toen waren de werkgevers absoluut geen voorstander. Jos De Meyer hoopt de slaagkansen te vergroten door de beperking van hetzelfde net’.

COC STEUNT DE STARTENDE LERAREN
COC herkent de vraag. Regelmatig krijgen onze provinciale secretariaten de vraag van COC-leden wat er gebeurt met hun opgebouwde TADD-anciënniteit als zij overstappen naar een andere scholengemeenschap of scholengroep. Het antwoord is heel teleurstellend voor hen. Voor COC is dit dan ook geen detail. We zijn altijd bereid mee na te denken over de mogelijkheden om starters meer werkzekerheid te bieden. Wat we trouwens in het loopbaandebat ook al gedaan hebben.(Brandpunt 6, februari 2017)

Première Sprakeloos brengt Sint-Niklaas in Hollywoodsfeer

Sint-Niklaas was gisteravond even een stad van glamour en glitter met de feestelijke première van Sprakeloos, de verfilming van het veelgeprezen boek van Tom Lanoye. Maar naast de BV’s trokken ook de Sint-Niklazenaren massaal naar Siniscoop, om als eerste de film te kunnen zien. Zelden toonden de Sint-Niklazenaren zich zo fier, op hun stad en op ‘hun’ Tom. De ontroerende verfilming van de bestseller van Tom Lanoye over zijn moeder Josée maakte veel los bij het publiek, in de eerste plaats bij de familie Lanoye maar ook bij de vele buurtbewoners van de Elisabethwijk en de andere Sint-Niklazenaren. (Het Nieuwsblad, Tim Van Landeghem – foto: Guy Van Vliet)

Ik heb genoten van deze prachtige film!

N411 in Baardegem wordt grondig aangepakt

Op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer over investeringen aan de N411 in Aalst antwoordde minister voor Openbare Werken Ben Weyts, dat de doortocht in Baardegem wordt heraangelegd en voorzien van veilige fietspaden, inclusief structureel onderhoud en aanleg van gescheiden rioleringen.
“De nodige onteigeningen worden in maart afgerond, de bouwvergunning werd midden januari aangevraagd en de aanbesteding is voorzien midden 2017. De raming bedraagt 4,5 miljoen euro, het aandeel van het Agentschap Wegen en Verkeer bedraagt 2 miljoen euro”, aldus Weyts.
“De dorpskern zal hierdoor een pak veiliger worden,” besluit De Meyer. (Het Nieuwsblad, Veronique Van Geit)

2,8 miljoen voor dubbel fietspad naast N41 in Elversele

De aanbesteding voor de aanleg van een tweerichtingsfietspad tussen de rotonde Duivenhoek in Elversele tot aan de Lange Maat (Dendermondsesteenweg) in Hamme zal nog dit jaar gebeuren. Dat vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) van Vlaams minister van Openbare Werken Ben Weyts (N-VA). Vlaanderen trekt 2,8 miljoen euro uit voor de aanleg. De bovenbouw van de brug over de Durme in Temse/Hamme en de bovenbouw van de Vlassenbroekbrug over de Schelde in Dendermonde zal ook gerenoveerd worden. “Hopelijk kunnen de werken na de aanbesteding snel starten, want dit is een belangrijk project voor de verkeersveiligheid in Hamme”, stelt De Meyer. (Het Nieuwsblad, jvdv)