Luxeverzuim, voor of na de vakantie, is en blijft onwettige en problematische afwezigheid!

Gemeenten krijgen info over aantal spijbelaars

Steden en gemeenten krijgen informatie over het aantal spijbelende jongeren in hun bevolking. Dat antwoordde onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) in het parlement op vragen van Ingeborg De Meulemeester (N-VA) en Jos De Meyer (CD&V).
De gemeenten zijn al langer vragende partij voor gedetailleerde informatie over het aantal spijbelende jongeren. “Het ontbreken van snelle, accurate info is voor veel schepenen van Onderwijs een hinderpaal”, aldus Jo De Ro (Open Vld).
Vlaanderen beschikt wel over de gegevens, maar hield die tot nog toe voor zich. “Wij hebben rekentabellen met problematische afwezigheden op stedelijk en gemeentelijk niveau. Voor mij is het geen enkel probleem om die gegevens te delen”, zei Crevits. Of de data zullen worden uitgesplitst naar de verschillende scholen is niet zeker, omdat die info in principe eigendom is van de scholen.
“Ik zal onze spijbelambtenaar hoe dan ook vragen om initiatief te nemen”, aldus de minister, die in de commissie opnieuw fel van leer trok tegen de lakse houding die in Vlaanderen bestaat tegenover spijbelen. Bij de start van de paasvakantie bleek opnieuw hoeveel ouders hun kinderen enkele dagen laten overslaan om vroeger naar het buitenland te kunnen vertrekken. “Luxeverzuim is een veel te positieve term”, aldus Crevits, “want het gaat hier over problematische afwezigheid met medeweten van de ouders. Zij die hieraan meewerken, moeten er rekening mee houden dat ze een signaal geven over de waarde van het schoolgaan.”
De Meyer en De Meulemeester zijn tevreden met het versterken van het lokale niveau in de strijd tegen spijbelen. De Meulemeester vindt wel dat er meer dan één Vlaamse spijbelambtenaar moet komen. (Belga)

Waar mogen bosontginningsbedrijven zich vestigen?

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ondervroeg minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege over de vestiging van bosontginnningsbedrijven in agrarisch gebied of op lokale of regionale bedrijfsterreinen.
“Agrarische gebieden zoals omschreven in de gewestplannen, zijn gebieden die bestemd zijn voor landbouw in de meest ruime zin. Zelfs met een heel soepele interpretatie kun je moeilijk volhouden dat het verwerken van hout tot houtsnippers onder het begrip landbouwactiviteit valt. Het is dus duidelijk een zonevreemde activiteit,” antwoordde de minister.
Wat betekent dat concreet? Het besluit over de toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen geeft mogelijkheden voor opslag, maar niet voor verwerking van materiaal in bestaande gebouwen. Het verwerken van hout is een vorm van industriële of ambachtelijke productie die perfect thuishoort in een industriegebied of in een gebied voor ambachtelijke bedrijven of kmo’s.
Afhankelijk van de aard van de activiteit en de draagkracht van de omgeving zal geval per geval een inschatting moeten worden gemaakt van de eventuele inplanting op een terrein. Doorslaggevende criteria zijn onder andere de impact op geluid en mobiliteit die zo’n verweving al of niet mogelijk maken. Veelal zullen de ruimtelijke uitvoeringsplannen van lokale besturen of andere instanties, bepalen of die activiteiten er al of niet kunnen plaatsvinden.
“Hopelijk verschaft dit antwoord meer duidelijkheid voor gemeente- en provinciebesturen,” besluit De Meyer, “want deze lokale besturen hebben wel belangrijke interpretatiemogelijkheden.”

Via onderstaande link vindt u het volledige verslag van mijn vraag om uitleg:
https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1128555/verslag/1129307

Gratis gezonde tussendoortjes voor schoolkinderen

Vorige week ondervroeg ik minister Schauvliege in de commissie Landbouw en minister Crevits in de commissie Onderwijs over de onderbenutting van de Europese subsidies hiervoor. Vrijdag heeft de Vlaamse Regering dit ambitieus plan voor de bedeling van gesubsidieerd fruit, groente of melk aan leerlingen op school goedgekeurd.

Op voorstel van ministers Joke Schauvliege, Hilde Crevits en Jo Vandeurzen heeft de Vlaamse regering een vernieuwde en ambitieuzere regeling goedgekeurd voor de bedeling van gesubsidieerd fruit, groenten of melk aan leerlingen op school. De huidige ‘Tutti Frutti’-schoolfruitregeling en de subsidieregeling van schoolmelk worden samengevoegd en ingrijpend bijgestuurd om nog meer scholen te bereiken. “Op die manier wordt het hele systeem efficiënter én administratief eenvoudiger voor de deelnemende scholen”, zo klinkt het. Kinderen van het basisonderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs hebben voortaan gedurende tien weken recht op één portie gratis groenten, fruit en/of melk per week.
Steeds meer kinderen en tieners kampen met overgewicht en de groente- en fruitconsumptie in deze leeftijdscategorieën is ondermaats. CD&V-ministers Schauvliege, Crevits en Vandeurzen lijken de ernst van de situatie in te zien en lanceren een ambitieuzere regeling voor de bedeling van gesubsidieerd fruit, groenten of melk aan leerlingen op school. Nieuw is dat kinderen van het basisonderwijs en buitengewoon onderwijs voortaan gedurende tien weken recht hebben op één portie gratis groenten, fruit en/of melk per week, en dat scholen met een hoog percentage kwetsbare leerlingen zelfs recht hebben op een verdeling gedurende twintig weken.
Daarnaast is er niet langer een financiële bijdrage vereist van de ouders of de school zelf, waardoor de drempel verlaagt om als school deel te nemen aan de actie. De ministers rekenen er dan ook op dat de nieuwe regeling een succes zal worden en dat zoveel mogelijk kinderen met de gezonde tussendoortjes in aanraking zullen komen. De nieuwe regeling gaat in vanaf volgend schooljaar en zal jaarlijks 3,2 miljoen euro kosten. De financiering gebeurt vanuit Europese landbouwmiddelen (2,7 miljoen euro) en Vlaamse middelen die ministers Vandeurzen en Schauvliege (elk 220.000 euro) ter beschikking stellen. De Vlaamse melkveehouders en de groente- en fruittelers dragen zelf, via VLAM, ook hun steentje bij (60.000 euro).
Leerkrachten, ouders en kinderen zullen begeleid en gesensibiliseerd worden, zo klinkt het. Bedoeling is dat het geheel wordt verpakt in een attractief programma met een website, educatieve pakketten, wedstrijden, enzovoort. “Kortom, alles wat schoolteams nodig hebben om gezonde tussendoortjes aantrekkelijker te maken bij kinderen en jongeren”, aldus de drie ministers. “Daarnaast krijgt de waarde van voedsel en landbouw in onze maatschappij een centrale plaats in de communicatie en het ondersteunende materiaal.”
“Wij zijn erin geslaagd om de krachten te bundelen vanuit de bevoegdheden landbouw, welzijn en onderwijs en volgend schooljaar een ambitieus project uit te rollen in gans Vlaanderen”, klinkt minister Schauvliege tevreden. “Als onze schoolgaande jeugd vertrouwd raakt met gezonde tussendoortjes, bij voorkeur van eigen bodem, dan creëren we een win-win-win situatie in de drie beleidsdomeinen. Met dit nieuwe project voor de gesubsidieerde verdeling van fruit-, groenten- en melktussendoortjes op de scholen wil ik de schoolgaande kinderen gezond voedsel en lokale landbouw leren appreciëren.”
“De schoolfruitactie is al jaren een belangrijk project dat het preventief gezondheidsbeleid in een school concreet vorm geeft”, vult minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen aan. “Door de huidige veranderingen wordt er niet alleen ingezet op een efficiëntere aanpak, er ook wordt meer ingezet op het bereiken van maatschappelijk kwetsbare doelgroepen.” Ook onderwijsminister Hilde Crevits geeft aan dat jongeren gestimuleerd moeten worden om gezonder te eten. “De Europese fruit- en melkactie op scholen sluit hier naadloos bij aan en wijst kinderen en jongeren de weg”, aldus Crevits. “Deze week nog bleek uit PISA-onderzoek dat bewegen en een gezonde levensstijl leiden tot betere prestaties en de resultaten op school.” (Vilt)

Commissie Onderwijs 30-03-2017 – Werkdruk en loopbaanpact

Jos De Meyer juichte het gesprek over de starters toe, wees wel op het timingprobleem voor een technisch goede uitwerking later en herhaalde dat een loopbaanpact dat geen euro zou kosten een grote illusie zou zijn.

Minister Crevits noemde een tijdje geleden het loopbaanpact een van haar moeilijkste dossiers deze legislatuur. Zoals bij heel wat vorige gelegenheden was het ook een kernthema in deze commissievergadering, met nu maar liefst vier vragenstellers, van wie er één ziek bleek, en vijf vragen om uitleg. Er waren intussen nieuwe ontwikkelingen ter zake, dus tijd voor opvolgingsvragen. Goed voor een uur en een kwart gesprek. Caroline Gennez had een waslijst aan vragen, inclusief die van haar zieke collega Steve Vandenberghe, over de werkdrukmeting waartoe in deze context recent beslist was en de impact daarvan op het verdere vervolg van het loopbaandebat. Jos De Meyer verwees naar een nog andere vraag om uitleg en zoomde specifiek, met heel wat technische vragen, in op het nieuwe startersplatform, nl. het onderdeel van het loopbaanpact dat betrekking heeft op een oplossing van het retentieprobleem van jonge leraren. Over dat onderdeel kon het loopbaandebat gerust wel al voortgaan, zo vond hij. Ann Brusseel herhaalde ten slotte grotendeels de vragen die Caroline Gennez al had gesteld, maar die praktijk is niet ongewoon bij dit soort belangrijke dossiers.
Minister Crevits lichtte de werkwijze toe met het aangekondigde werklastmetingsonderzoek, dat ze bewust samen met de sociale partners wilde aanpakken. Deadline voor kandidaatstelling was 27 maart 2017.
De studie moet inzicht bieden in wat een moderne omschrijving van de opdracht van de leraar anno 2017 is en hoeveel tijd men aan deze taken besteedt. Bovendien wil de minister zicht krijgen op eventuele significante verschillen en of die kunnen worden verklaard op basis van individuele kenmerken zoals aard van het vak, de functie, de school- en klaskenmerken, het onderwijsniveau – met inbegrip van de graden in het secundair onderwijs –, de onderwijsvorm en het personeelsstatuut.
De aanbesteding van het onderzoek was nog niet gedaan, maar er liepen al gesprekken. Het volledige eindrapport moet ten laatste worden opgeleverd op 31 maart 2018, wat dus, gelet op de complexiteit van het onderzoek, heel kort dag is. Er is al wel eerder daarover onderzoek gedaan, wat misschien nu de zaak vooruit kan helpen. Ik denk bv. aan: K. Ballet, Worstelen met werkdruk, 2007 (basisonderwijs), (weliswaar over de hogescholen) Werkdruk van de lectoren in de Vlaamse hogescholen en W. Ver Heyen et al., Tijdsbesteding en taakbelasting van leerkrachten basis- en secundair onderwijs in Vlaanderen, 2003.
Voor de voortgang van het loopbaandebat had minister Crevits deze afspraak gemaakt met de sociale partners: ze had hen een lijstje gevraagd van maatregelen die buiten de scope van het werklastmetingsonderzoek zouden vallen, zoals bv. de starters, en een consensus over deelmaatregelen zouden dan nadien een onderdeel van een pact kunnen zijn, dat er pas zou komen als er een consensus was over alle elementen.
Inzake de stijging van de werkdruk stelde de minister dat de SERV-monitor uitwees dat die stijging zich voordeed in de hele arbeidsmarkt. Voor werkdruk en emotionele belasting scoorde onderwijs slechter dan het Vlaamse gemiddelde, maar op het vlak van andere risicofactoren zoals taakvariatie, autonomie, ondersteuning door de leidinggevenden en arbeidsomstandigheden, dan weer duidelijk beter dan het Vlaamse gemiddelde.
Nadien volgde nog een klein akkefietje, toen Caroline Gennez de werkdruk in verband bracht met de besparingen van deze Vlaamse regering en de federale pensioenmaatregelen. Jos De Meyer juichte het gesprek over de starters toe, wees wel op het timingprobleem voor een technisch goede uitwerking later en herhaalde dat een loopbaanpact dat geen euro zou kosten een grote illusie zou zijn. Ann Brusseel vond terecht dat niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief naar de taken van leraren moest worden gekeken en vond ineens ook dat de werkgevers en de koepels (dat zijn inderdaad alvast twee verschillende instanties) eens moesten nadenken over de middelen waarmee zij kunnen schuiven om hun jonge leerkrachten beter te ondersteunen. Interveniënt Koen Daniëls verwees naar zijn actuele vraag helemaal aan het begin van deze legislatuur alsook naar het rapport (ik denk dat hij de zgn. loonstudie bedoelde) van Hay Management, waarover er destijds ook wel wat parlementaire activiteit was. En dan had Daniëls ook nog deze suggestie voor het toekomstige onderzoek…uiteraard: “wie en welke middelen zijn er niet in onze school, terwijl ze wel op onze school zijn toegekomen? Dat is een niet oninteressante vraag, want het gaat over met hoeveel collega’s we de school moeten runnen en hoeveel collega’s en hoeveel middelen we eigenlijk van de overheid ter beschikking hebben gekregen.” Kathleen Krekels herhaalde kort enkele zaken, maar voorzitter Kathleen Helsen sneed nog een niet zo eenvoudige effectiviteitskwestie van de inspanningen van leraren aan. Haar casus van de leraar van een 1-uursvak, die op een totaal van 20 lestijden 7 toetsen van telkens één lestijd zou organiseren, leek mij alvast wel heel uitzonderlijk. Ik zou overigens niet weten hoe die leraar over zulke beperkte hoeveelheid leerstof zulke lange overhoringen zou kunnen houden. Haar punt over de begeleiding van leerlingen met bijzondere noden was dan weer wel pertinent, hoewel ze zelf ook erkende dat zoiets in het geplande onderzoek niet makkelijk te meten zou zijn. Over die problematiek van “meten” in onderwijs zal binnenkort overigens een interessant stuk van Roger Standaert in TORB verschijnen. Warm aanbevolen.
Voorlopig is het nu wachten op die lijstjes met gespreksthema’s en de echte start van het werklastmetingsonderzoek, waarna ongetwijfeld nieuwe parlementaire vragen zullen volgen.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de werklast in het onderwijs van Caroline Gennez, over het lerarenloopbaanpact van Caroline Gennez, over het startersplatform van Jos De Meyer en over het overleg in het kader van het lerarenloopbaanpact van Ann Brusseel” aan Minister Hilde Crevits.
(Nieuwsbrief Katholiek Onderwijs Vlaanderen, Wilfried Van Rompaey)

1,4 miljoen voor waterbeheersing in het arrondissement Sint-Niklaas

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) maakt dit jaar 1,4 miljoen vrij voor het onderhoud en de uitbreiding van waterbeheerswerken in het arrondissement Sint-Niklaas.

Die investeringen komen er boven op de 250.000 euro die jaarlijks worden geïnvesteerd in het onderhoud van de onbevaarbare waterlopen en elektromechanische installaties. Dat blijkt uit navraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V).
Bij de geplande investeringen zit de optimalisatie van de noord-zuidverbinding door het plaatsen van een klepstuw die het waterpeil beter moet kunnen controleren. De vier kilometer lange verbinding tussen Verrebroek en Kieldrecht werd in 2014 aangelegd en staat in voor de opvang en afvloeiing van water uit de Waaslandhaven. Het pompgemaal Stenegoot in Kallo wordt gerenoveerd en het pompgemaal Keetberg in Melsele wordt zowel bouwkundig als elektromechanisch gerestaureerd. In Lokeren wordt het pompgemaal op de Ledebeek uitgerust met een automatisch vuilrooster. Dat systeem houdt automatisch de roosters vrij en verzamelt takken en zwerfvuil in een container. De pomp, die begin vorig jaar in gebruik werd genomen, zorgt ervoor dat bij hevige regenval water van de Moervaart overgeheveld kan worden naar de Durme om zo Lokeren en de rest van het Waasland te vrijwaren van wateroverlast. (Het Nieuwsblad, mgb)

———-

Vlaamse overheid blijft investeren in waterbeheersing om overstromingen in onze regio te voorkomen!

Elk jaar worden we geconfronteerd met overstromingen.
Daarom ondervraagt Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer regelmatig de bevoegde minister om aan te dringen om de nodige investeringen te doen die mede bijdragen aan de voorkoming van overstromingen.

Als antwoord op een aantal schriftelijke vraag van Jos De Meyer gaf minister Joke Schauvliege een overzicht van de voor 2017 geplande investeringen in de arrondissementen Sint-Niklaas, Aalst en Dendermonde.

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) heeft voor het onderhoud van de onbevaarbare waterlopen en elektromechanische installaties lopende contracten: voor het arro Sint-Niklaas voor ongeveer 250.000 euro/jaar, voor het arro. Aalst voor ongeveer 180.000 euro/jaar en voor het arro. Dendermonde voor ongeveer 200.000 euro per jaar.

Voor 2017 zijn al een reeks onderhoudswerken gepland.
In het arrondissement Sint-Niklaas wordt het buffergebied op de Noordzuidverbinding in Beveren geoptimaliseerd door de installatie van een klepstuw. De werken zijn gegund en in uitvoering. De kostprijs bedraagt 200.000 euro. Het pompgemaal Stenegoot in Beveren wordt beperkt bouwkundig gerenoveerd. De werken zijn gegund. De kostprijs bedraagt 100.000 euro. Het pompgemaal Keetberg in Melsele wordt grondig gerenoveerd, zowel bouwkundig als elektromechanisch. De werken zijn eind 2016 aanbesteed en begin 2017 gegund. De kostprijs bedraagt 900.000 euro.
Op de Ledebeek in Lokeren zal een nieuw automatisch vuilrooster aanbesteed worden voor het pompgemaal naar de Durme. De geraamde kostprijs bedraagt 200.000 euro.

Ook in de arrondissementen Dendermonde en Aalst zullen in 2017 de nodige onderhoudswerken uitgevoerd worden.
In het arrondissement Aalst heeft de VMM voor de Marke in Geraardsbergen een totaalplan opgemaakt in nauw overleg met de betrokken gemeentebesturen.
Doel is de wateroverlast integraal en globaal aan te pakken. In de loop van 2017 zal de realisatie van een aantal beschermingsdijken aanbesteed worden. Deze werken worden geraamd op 800.000 euro. In 2017 zal de sedimentvang op de Molenbeek in Erpe-Mere, die moet zorgen voor minder aanslibbing in de waterloop, geoptimaliseerd worden. Deze werken wordt geraamd op 150.000 euro.

In het arrondissement Dendermonde is voor de Vondelbeek voorzien om de pompboezem van het pompstation uit te breiden. De kostprijs wordt geraamd op 200.000 euro. Voor de Molenbeek Wetteren is een lokale bescherming voorzien van enkele woningen gelegen aan de Molenbeekweg. Dit zal in de loop van 2017 aanbesteed worden. Dit project wordt geraamd op 250.000 euro. Voor de Kalkenvaart wordt de inrichting van de oeverzone met een flauw talud voorbereid. Verder is het gedeeltelijke herstel van de Oude Schelde voorzien. Dit zal voor een extra buffer voor de Kalkenvaart en Driesesloot zorgen.

Voor 2017 zijn in totaal voor de arrondissementen Sint-Niklaas, Aalst en Dendermonde voor 3.430.000 euro aan investeringen gepland die mede bijdragen aan de voorkoming van overstromingen.

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer zal deze problematiek waakzaam blijven opvolgen.

Wijze scholen nemen hun vrijwilligers op in de ongevallenverzekering

(schriftelijke vraag Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer)

Scholen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de schade die veroorzaakt wordt door vrijwilligers die meewerken aan hun activiteiten, maar als de vrijwilligers niet opgenomen zijn in de schoolse ongevallenverzekering, dan wordt hun eigen lichamelijke schade niet vergoed. Vanuit respect voor de vrijwilligers en om problemen te vermijden is het dus best de vrijwilligers op te nemen in de ongevallenverzekering.
Materiële schade wordt hoe dan ook nooit gedekt door een ongevallenverzekering.