Toekomst van de varkenshouderij in Vlaanderen

“Uit de resultaten van de landbouwenquête 2016 van de FOD Economie, blijkt dat er in Vlaanderen tijdens de voorbije 25 jaar nooit minder varkens waren dan vandaag. In 2014 waren er nog 6 miljoen varkens in Vlaanderen, vorig jaar 5,8 miljoen. We mogen wel niet vergeten dat, ondanks het grote belang van onze varkenssector voor de Vlaamse economie, de impact van de Vlaamse productie op het Europees exportvolume relatief beperkt is. Hoe de productie in de rest van Europa evolueert ten opzichte van de Aziatische vraag is minstens zo belangrijk. Maar we zien ook in andere Europese lidstaten dat het aanbod is gedaald, waardoor de marktprijzen sinds een jaar goed tot zeer goed te noemen zijn,” antwoordde minister voor Landbouw Joke Schauvliege aan Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer in de commissie Landbouw van het Vlaams parlement.
Uit de resultaten van een grootschalige enquête na de G30-varkenstop is gebleken dat 27 procent van de respondenten kampte met financiële problemen. Van de respondenten die niet op contract produceren, had 29 procent een betalingsachterstand bij een veevoederfabrikant.
Ondanks de forse heropleving van de markt lijken de meeste Vlaamse varkenshouders én de kredietverstrekkers de crisis nog niet vergeten.
De minister adviseert de individuele producent om maximaal te optimaliseren binnen de huidige bedrijfsomvang, mee te werken aan het behoud van kwaliteitsimago van het product.
De minister wil blijven inzetten op de instrumenten die dit ondernemerschap stimuleren.
“Als het economisch moeilijk is in een sector, dan vraagt iedereen maatregelen. Het is bijzonder belangrijk en nuttig om nu, net als het economisch beter gaat, na te denken over hoe we ons beter kunnen wapenen voor de toekomst,” aldus Jos De Meyer.

Klussende leerkrachten op school: verzekerd als ze een doorlopend contract hebben

Als na de drukte bij het eind van het schooljaar de kalmte van de vakantie overneemt, betekent dat niet dat de scholen ook twee maand gesloten zijn. Er wordt nog administratief werk geleverd, er worden inschrijvingen afgehandeld, en lokalen worden in orde gebracht. In vele gevallen maakt men ook van de leerlingvrije periode gebruik voor kleine herstellingen en opfrissingswerken. Daarvoor worden naast het onderhoudspersoneel soms ook leerkrachten ingezet.
Leerkrachten met een contract van doorlopende duur vallen ook in de vakantie onder de gewone school-en ongevallenverzekering, antwoordde minister Crevits op mijn vraag hierover. Personeelsleden bij wie de aanstelling eindigt op 30 juni zijn verzekerd tot één week na het eind van het schooljaar. Voor startende personeelsleden begint de verzekering te lopen vanaf de laatste week van augustus. Voor andere betrokkenen en buiten die verzekerde periodes moet een aparte verzekering worden afgesloten.
Uiteraard geldt de arbeidsongevallenverzekering enkel voor eigen personeelsleden van de school. (foto: Bruno Van Gasse)

Ruim 500 boeren produceren meer dan 800.000 liter melk

Er zijn almaar minder boeren en tuinders, maar de gemiddelde omvang van hun bedrijven neemt toe. In de wetenschap dat deze structurele verandering nog sneller gaat wanneer de sector het moeilijk heeft, informeerde Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) bij minister Schauvliege naar het aantal grote bedrijven in Vlaanderen. Uit de statistieken blijkt dat er in iedere deelsector bedrijven actief zijn die er qua omvang bovenuit steken, bijvoorbeeld 510 melkveehouders die in 2014/2015 nog over een quotum beschikten van 800.000 liter of meer en 125 pluimveehouders die minstens 70.000 vleeskippen of leghennen houden.

Het is een vast gegeven in de land- en tuinbouw in West-Europa en dus ook in Vlaanderen dat men evolueert naar minder maar grotere bedrijven. Na de recente moeilijke periode, wat het afhaken van kleinere bedrijven nog in de hand werkt, achtte CD&V-volksvertegenwoordiger Jos De Meyer het zinvol om te peilen naar de bedrijfsgroottes in Vlaanderen. Er bestaat geen Vlaamse definitie van ‘een groot bedrijf’ in land- en tuinbouw zoals er ook geen heel recente data bestaan met betrekking tot bedrijfsomvang. Minister van Landbouw Joke Schauvliege behelpt zich daarom met de beschikbare statistieken.
In de zeugenhouderij bestempelt ze bedrijven met 300 of meer zeugen en beren als groot. Zo zijn er 394 actief, ofwel één op de vijf zeugenbedrijven. In de melkveehouderij waren tijdens de campagne 2014/2015 tien procent van de bedrijven te klasseren als groot gelet op hun quotum van 800.000 liter of meer. Voor de kalverbedrijven grijpt minister Schauvliege terug naar de landbouwenquête van 2013. Toen waren er 70 bedrijven met 700 of meer mestkalveren. Dat is 5,4 procent van alle bedrijven met vleeskalveren.
In de pluimveehouderij waren er datzelfde jaar 32 leghennenbedrijven met 70.000 of meer kippen (7,1%) en 93 vleeskippenbedrijven (17,9%) die boven die grens uitkomen. Voor de schaalgrootte in de glastuinbouw telt het areaal onder glas. Dat blijft bij acht op de tien bedrijven kleiner dan twee hectare, maar komt bij 62 bedrijven boven de vijf hectare uit. Zeven glastuinbouwbedrijven steken er qua schaalgrootte bovenuit met 10 hectare of meer aan serres. (Vilt)

Watervallen in Kruibeke?

Vorige zaterdag vond de opening plaats van het gecontroleerd overstromingsgebied in Kruibeke met de burgemeester en met de ministers Schauvliege en Weyts.
Ik was daar aanwezig, samen met de schepenen van Kruibeke.
Burgemeester Stassen sprak over de watervallen van Kruibeke. Je merkt aan de lach van de aanwezigen dat dit toch wel op verschillende wijzen geïnterpreteerd werd…

Nieuwe veersteiger Liefkenshoek wellicht in 2018 klaar

De nieuwe steiger aan het Fort Liefkenshoek zal vermoedelijk medio of eind 2018 klaar zijn. Dat antwoordde minister voor Openbare Werken Ben Weyts (N-VA) op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V). De timing is afhankelijk van verschillende factoren zoals het krijgen van een vergunning en het sluiten van het definitief akkoord met het Havenbedrijf Antwerpen. Die zou het project voor de helft mee moeten financieren. Ook het doorlopen van de aanbestedingsprocedure zal nog enige tijd vragen. Bovendien kunnen er ook voorwaarden opgelegd worden bij de vergunning. De vergunningsaanvraag werd midden februari ingediend. Momenteel zijn de technische plannen opgemaakt en de stabiliteitsberekeningen uitgevoerd. Als er geen onverwachte tegenslagen zijn hoopt Weyts de steiger te kunnen realiseren tegen medio à einde 2018. (Het Laatste Nieuws, PKM)

Volgende week vertelt KMI of droogte uitzonderlijk is

De landbouwers die lijden onder de droogte moeten uitkijken naar volgende week. Niet alleen vergroot de kans op neerslag vanaf dinsdag, het KMI komt ook met een rapport dat duidelijk moet maken of er een erkenning als landbouwramp in zit. In het Vlaams Parlement werd gepolst hoever het staat met een meer structurele oplossing in de vorm van een brede weersverzekering. In mei vorig jaar schreef VILT reeds over de plannen van de Vlaamse overheid om de verzekeringspremie te subsidiëren in plaats van via een noodfonds de weersextremen te helpen opvangen op landbouwbedrijven. Minister Joke Schauvliege geeft aan dat er ongewijzigd weinig animo is bij verzekeraars, maar zegt er bij dat zij doorzet. Buitenlandse verzekeraars zouden wél een markt zien in Vlaanderen.

Grote neerslaghoeveelheden zijn er niet meteen in het vooruitzicht, maar vanaf volgende week zouden depressies die zich in de omgeving van de Britse eilanden bevinden ons land kunnen aandoen. Het KMI voorziet dat ons weer tijdens de laatste week van juni en begin juli bepaald wordt door vrij zachte oceaanlucht met wolkenvelden, en soms neerslag. Ook de temperatuur zou voor mens, dier en plant draaglijker worden met maxima rond 20 graden in het centrum van het land.
In de loop van volgende week levert het KMI een rapport af waarin het zal concluderen of de huidige droogteperiode al dan niet uitzonderlijk is. Daarvoor mag het weersfenomeen maar eens in de 20 jaar voorkomen. “Daarna is het aan de lokale besturen”, zei landbouwminister Joke Schauvliege in het parlement na vragen van Jos De Meyer (CD&V) en Jelle Engelbosch (N-VA). “Zij moeten de schade op hun grondgebied ramen zodat we kunnen nagaan of de totale schade meer dan 1,24 miljoen euro bedraagt. In dat geval komt het in aanmerking voor een erkenning als landbouwramp.”
Dat schadebedrag wordt, gezien de omvang van de droogte, wellicht geen moeilijk te halen drempel. Volgt de bevestiging daarvan en beslist de Vlaamse regering tot een erkenning als landbouwramp, dan hebben boeren en tuinders drie maanden de tijd om hun schade te bewijzen. Na twee vaststellingen van het oorzakelijk verband tussen teeltschade en droogte door de gemeentelijke schadecommissies is het dossier voor het Landbouwrampenfonds compleet. Een nadeel van een noodfonds is dat de vergoeding geplafonneerd is. Niet de reële schade wordt vergoed maar slechts 80 procent daarvan en bij minder dan 30 procent schade komt de overheid niet tussen.
Een meer structurele oplossing zou een verzekering tegen extreme weersfenomenen zijn, gaf de minister woensdag aan. Zij blijft daarin geloven en werkt daarom aan een subsidie waarmee landbouwers een deel van de verzekeringspremie kunnen recupereren. Overleg met sectorfederatie Assuralia leerde haar echter dat er weinig animo is bij de verzekeraars. Dat bleek ook uit het gesprek dat VILT ruim een jaar geleden voerde met KBC Verzekeringen naar aanleiding van de plannen van de Vlaamse overheid.
Volgens verzekeraars is de Vlaamse markt te klein om winstgevend te zijn en in tegenstelling tot Vlaanderen wil de Waalse overheid niet van een weersverzekering weten. Bovendien zijn de polissen complex, vergt het vaststellen van de schade dure expertise en zijn de beheerkosten van een weersverzekering bijgevolg groot. Ook dient een verzekeraar een (duur) herverzekeringscontract aan te gaan omdat het aantal slachtoffers van een weersfenomeen veel hoger ligt dan bij een brand bijvoorbeeld. De omvang van de schade kan een verzekeringsfirma met andere woorden boven het hoofd groeien.
“Niets belet landbouwers echter om zich bij een buitenlandse verzekeraar aan te sluiten”, aldus Schauvliege. Zij heeft weet van twee verzekeraars die concreet interesse tonen om hun dienstverlening uit te breiden naar Vlaanderen. Op de Nederlandse markt zijn vandaag verzekeraars actief die een weersverzekering aanbieden, maar een onverdeeld succesverhaal is dat niet. “Het is niet omdat er een weersverzekering is dat landbouwers er ook gebruik van maken. Tien jaar na de invoering van de brede weersverzekering in Nederland is slechts 78.000 hectare ofwel vier procent van het totale areaal verzekerd.”
Bron: Belga / eigen verslaggeving ; Beeld: Loonwerk Defour (Vilt)

Beterschap op twee fronten in zicht voor landbouw

De landbouwers die lijden onder de droogte moeten uitkijken naar volgende week. Niet alleen wordt er vanaf zaterdag regen voorspeld, het KMI komt ook met een rapport dat duidelijk moet maken of er een erkenning als landbouwramp in zit.
Een echt natte periode komt er voorlopig niet, maar vanaf dit weekend worden er toch al sporadische regenbuien voorspeld. In de loop van volgende week levert het KMI een rapport af waarin de huidige periode al dan niet als uitzonderlijk wordt beoordeeld. Daarvoor mag het fenomeen maar eens in de twintig jaar voorkomen.
“Daarna is het aan de lokale besturen”, zei Landbouwminister Joke Schauvliege in het parlement na vragen van Jos De Meyer (CD&V) en Jelle Engelbosch (N-VA). “Zij moeten nagaan of de totale schade meer dan 1,24 miljoen euro bedraagt.”
Dat schadebedrag wordt, gezien de omvang van de droogte, wellicht geen probleem. Eenmaal de erkenning als landbouwramp er ligt, hebben de boeren drie maanden de tijd om hun schade te bewijzen.
Een structureler oplossing zou een verzekering tegen weerseffecten zijn, gaf de minister woensdag aan. Daarvoor leeft echter weinig animo bij de verzekeraars. Onze regio is te klein, de polissen zijn te complex en wellicht zien de verzekeringsbedrijven er ook weinig winst in.
“Niets belet landbouwers echter om zich bij een buitenlandse verzekeraar aan te sluiten”, aldus Schauvliege. “Ik werk aan een subsidie waarmee ze een deel van hun premie kunnen terugkrijgen van de overheid.” (Belga)

Bedankt Hilde! 926 extra plaatsen voor onze scholen in Sint-Niklaas!

Minister van Onderwijs Hilde Crevits zorgt ervoor dat de historische achterstand in de scholenbouw stap voor stap wordt weggewerkt. In 94% van alle gemeenten in Vlaanderen en Brussel werden de voorbije jaren nieuwe scholen gebouwd of gebeurden er belangrijke werken aan de scholen. Bovendien zorgt Hilde Crevits ook nog eens voor 22.000 extra plaatsen in de klas tussen 2017 en 2020, want door het stijgend aantal kinderen in bepaalde regio’s zijn er meer plaatsen nodig voor leerlingen in de klas.

Hilde Crevits: “Vlaanderen maakt haar ambitie waar om te investeren in scholen en meer comfort aan te bieden aan leerlingen en personeel. We bereiden samen met de private sector tegelijkertijd de toekomst voor zodat er ook de volgende jaren nieuwe scholen kunnen opduiken in het straatbeeld die aangepast zijn aan de onderwijsuitdagingen van de 21ste eeuw.

Onduidelijk hoe handig de doorsnee boer digitaal is

Via een schriftelijke vraag aan minister Joke Schauvliege informeerde Vlaams parlementslid Jos De Meyer naar het (professioneel) computergebruik van landbouwers. De overheid communiceert steeds meer via e-mail en met steeds minder papier. Geen probleem voor jonge landbouwers, weet De Meyer, maar voor de oudere generatie is dat misschien minder vanzelfsprekend. Of en vooral hoeveel boeren effectief moeilijkheden ervaren, is niet te achterhalen omdat de overheid weinig of geen zicht heeft op het computergebruik van landbouwers. De perceelaangifte moet elke boer digitaal doen, maar dat zegt niets omdat deze taak vaak toevertrouwd wordt aan gespecialiseerde adviesbureaus.

Zowel met burgers als met het bedrijfsleven communiceert de overheid steeds meer digitaal en steeds minder per brief. Zo ook met landbouwers, want de beoogde administratieve vereenvoudiging van een aantal verplichtingen kwam meestal neer op een digitalisering. Vandaag gebeuren de perceelaangifte, Mestbankaangifte, steunaanvraag bij het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds, de wateraangifte bij de Vlaamse Milieumaatschappij, … allemaal digitaal. Soms kan het nog op papier, zoals bij de Mestbankaangifte, maar in veel gevallen is er geen ander alternatief dan achter de pc kruipen.
Uit een vraag aan de minister blijkt dat CD&V-parlementslid Jos De Meyer zich daar toch een beetje zorgen over maakt. “De evolutie naar steeds meer gebruikmaken van de computer is erg snel gegaan. Jonge bedrijfsleiders in de landbouw hebben daar gewoonlijk geen problemen mee, maar voor de wat oudere is dat misschien minder vanzelfsprekend”, zegt hij. Daarom informeert hij bij minister Joke Schauvliege naar het computergebruik van landbouwers, en de manier waarop de overheid landbouwers bereikt die niet over een pc of internet beschikken.
Het antwoord van de minister verraadt dat het computergebruik van landbouwers een blinde vlek is voor de overheid. Daar zijn (intern) geen gegevens over bekend, tenzij een heel recent verkennend onderzoek van het Vlaams Ruraal Netwerk en het Departement Landbouw en Visserij. Dat focuste echter op het sociale mediagebruik, wat enkel weggelegd lijkt voor boeren die spelenderwijs omgaan met een pc en smartphone. Bovendien gebeurde de enquête online zodat leken op digitaal vlak niet bereikt werden. Toch vermeldenswaardig uit dat onderzoek in het licht van de bezorgdheid van Jos De Meyer is dat 55 procent van de respondenten zich in de leeftijdsgroep van 50+ bevond. Dit is representatief voor de leeftijdsverdeling in de sector, maar gezien het onderwerp toch opvallend.
Het laatste onderzoek naar het computergebruik van landbouwers dateert al van 2010, en werd uitgevoerd door de vzw Boeren op een Kruispunt. De FOD Economie had kort voordien blootgelegd dat slechts 47 procent van de Vlaamse boeren en tuinders een computer gebruikt voor zijn bedrijfsvoering. Toen aan landbouwers die thuis geen computer hebben, gevraagd werd waarom niet was het antwoord vaak dat ze er niet mee kunnen werken. Dat werd op ongeloof binnen de sector onthaald omdat de digitalisering van de dienstverlening door de overheid toen al volop bezig was. In de wetenschap dat landbouwers voor het voldoen aan administratieve verplichtingen (perceelaangifte, Mestbankaangifte, enz.) sterk kunnen terugvallen op gespecialiseerde adviesbureaus kan je uit het digitaal verkeer an sich niet afleiden dat een boer daarin bedreven is.
Zeven jaar geleden deed Boeren op een Kruispunt een aantal beleidsaanbevelingen naar aanleiding van de eigen studie. Zo vroeg de hulporganisatie aan de overheid om computerlessen te geven aan landbouwers en een portaalpagina te starten van waaruit landbouwers kunnen surfen naar alle instanties die relevant voor hen zijn. Ook wou de vzw dat bij alle beleidsbeslissingen rekening wordt gehouden met boeren en tuinders die moeite hebben met hun bedrijfsadministratie en ze liefst op papier afhandelen.
Anno 2017 verklaart minister Joke Schauvliege dat ze zich ervan bewust is dat niet alle landbouwers van e-mail gebruikmaken. “Deze bedrijven kunnen beroep doen op de provinciale buitendiensten van het Departement Landbouw en Visserij waar ze terechtkunnen met hun concrete vragen en bijvoorbeeld geholpen worden bij het invullen van hun formulieren.” De minister heeft er vertrouwen in dat deze groep boeren geen overheidscommunicatie misloopt omdat alle persberichten van de landbouwadministratie behalve op de website ook verschijnen in de landbouwpers. “Digitale communicatie gebeurt via e-mail omdat dit ervaren wordt als het digitale communicatiemiddel met de laagste instapdrempel. Voor landbouwers zonder gekend e-mailadres blijft een papieren kanaal bestaan.”
In de praktijk is het zonder computer amper nog mogelijk om zelfstandig ondernemer te zijn. De administratie is complex en een computer kan het iets eenvoudiger maken, op voorwaarde natuurlijk dat je met een pc overweg kan. Niet alleen de overheid, ook andere organisaties en toeleveranciers van landbouwers stoppen met briefwisseling en communiceren en factureren enkel nog digitaal. Boeren op een Kruispunt trekt zich nog steeds het lot aan van de groep boeren die zijn plan probeert te trekken zonder computer. Vaak is er wel een computer aanwezig in deze gezinnen maar is die niet meer bruikbaar omdat de virusbeveiliging verwaarloosd werd, wat de hulporganisatie aan het denken zette.
Per toeval ontdekte de vzw dat er computersystemen zijn die stabieler en veiliger zijn dan het obligate Windows. Op eigen afgeschreven pc’s werd Linux geïnstalleerd als alternatief, en alle voor een landbouwer nuttige overheidstoepassingen (e-loket, taks-on-web, enz.) functioneren met dit besturingssysteem. Boeren op een Kruispunt stelde een handvol computers ter beschikking van kwetsbare boerengezinnen, een gebaar dat bij een heleboel organisaties en bedrijven sympathie wekt. De hulporganisatie vroeg en kreeg hun oude computers, maakt schoon schip met de software en installeert Linux. Voor landbouwers die computervrees hebben opgedaan door een virusaanval kan dit een oplossing zijn want het laat hen toe om op een veilige manier online de bedrijfsadministratie te doen. (Vilt)

Landbouwers mogen onteigende grond blijven bewerken na schorsing van het GRUP

Minister voor Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V) is bereid om een aantal gronden in de omgeving van het havengebied tijdelijk in landbouwgebruik te behouden.
Dat heeft ze geantwoord op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer in de commissie Leefmilieu van het Vlaams parlement.
“Door de vernietiging van het GRUP voor de havenuitbreiding zijn heel wat gronden die bedoeld waren voor natuurcompensaties opnieuw ingekleurd als landbouwgebied. Intussen heeft de Vlaamse overheid heel wat van deze gronden aangekocht, maar nog niet ingericht als natuurgebied. “Door de toekenning van jaarpachten kunnen ze in gebruik blijven voor de landbouw”, zegt Schauvliege.
Kosteloos
“We onderzoeken of een beperkt deel kosteloos kan worden gebruikt. Voorwaarde is dan wel dat er een beperkte teeltkeuze is die soorten als de bruine kiekendief ten goede komt.”
Schauvliege benadrukt ook dat het flankerend beleid voor landbouwers, bewoners en bedrijven blijft bestaan, net als het sociaal begeleidingsplan.
Gesprekken voor grondaankopen die al waren opgestart voor het arrest van de Raad van State kunnen dus nog verder worden afgehandeld. Voor Prosperpolder Zuid wordt ook een tijdelijk landbouwgebruik overwogen, maar het kan ook dienen als natuurcompensatie voor de uitbreiding van het Verrebroekdok. (Het Laatste Nieuws, PKM ; foto:Vilt)
__________

Tijdelijk landbouwgebruik op natuurcompensatiegronden

Het Laatste Nieuws schrijft dat minister Joke Schauvliege bereid is om een aantal gronden in de omgeving van de Antwerpse haven tijdelijk in landbouwgebruik te behouden nadat de Raad van State het GRUP Zeehavengebied Antwerpen gedeeltelijk vernietigde. De gronden waren bestemd voor natuurcompensatie maar kregen door de vernietiging hun landbouwbestemming terug. De krant baseert zich op een parlementaire vraag van Jos De Meyer (CD&V) aan de minister. Uit het antwoord is ook op te maken dat de Vlaamse overheid op een beperkt deel van de reeds verworven gronden wil werken met kosteloos gebruik. Dat laat toe om teeltbeperkingen op te leggen, wat in de Doelpolder aangewend kan worden in functie van de bescherming van de bruine kiekendief.
Eind vorige maand informeerde Vlaams parlementslid Jos De Meyer bij minister Schauvliege naar de gevolgen die de gedeeltelijke vernietiging van het GRUP Zeehavengebied Antwerpen heeft voor de landbouwers in de omgeving. Het gaat over grote delen van Linkerscheldeoever. In te richten natuurgebieden als compensatie voor de havenuitbreiding krijgen door het arrest hun landbouwbestemming terug. “Een deel van de verworven terreinen op Linkerscheldeoever is nu al ingericht als natuur, wat onomkeerbaar is. Het is wellicht wenselijk en ook realistisch om die terreinen te behouden als compensatienatuur”, meent De Meyer. “De nog niet verworven of nog niet voor natuur ingerichte terreinen blijven dan beschikbaar voor landbouw.”
“De bestemming van die gronden wordt opnieuw die uit het gewestplan. Intussen heeft de Vlaamse overheid heel wat van die landbouwpercelen verworven, maar nog niet ingericht als natuurgebied. Door de toekenning van jaarpachten kunnen de gronden voorlopig in landbouwgebruik blijven. De gebruiker behoudt dan de vrije teeltkeuze”, verduidelijkt minister Joke Schauvliege. Voor een beperkt deel van de in ere herstelde landbouwgronden laat de minister onderzoeken of een beperking van de teeltkeuze toch niet nuttig kan zijn in functie van het soortenbeschermingsprogramma voor de bruine kiekendief.
Doelpolder zou mogelijk in aanmerking komen als geschikt leefgebied voor de akkervogel. “We overwegen of we daar moeten aansturen op teelten die de kiekendief ten goede komen.” Aan een kosteloos gebruik van een landbouwperceel kan de overheid, anders dan bij een jaarpacht, zulke voorwaarden koppelen. Voor Prosperpolder Zuid lijkt tijdelijk landbouwgebruik minder vanzelfsprekend omdat de inrichtingswerken daar al begonnen waren op het moment van de vernietiging van het GRUP. De mogelijkheid voor tijdelijk landbouwgebruik – “onder bepaalde voorwaarden” – wordt niettemin onderzocht, maar de toekomst van het gebied ligt volgens Schauvliege bij natuurcompensatie, bijvoorbeeld voor de derde fase van het Verrebroekdok.
Op vraag van De Meyer klaart de minister ook uit dat het flankerend beleid voor landbouwers, bewoners en bedrijven blijft bestaan. Hetzelfde geldt voor de grondenbank. Gesprekken voor grondaankopen die al waren opgestart voor het arrest van de Raad van State kunnen verder worden afgehandeld. (Vilt)

Grote bedrijven niet alleen zaligmakend

Bij de bedrijfsleiders in de land-en tuinbouw is 62% ouder dan 50 jaar, vernam Vlaams parlementslid Jos De Meyer als antwoord op zijn vraag aan minister Schauvliege van Landbouw. Jongeren zijn duidelijk in de minderheid, met 11% bedrijfsleiders die jonger zijn dan 41 jaar.
In de sector fokvarkens worden 20,8% van de bedrijven geklasseerd als “groot bedrijf” met meer dan 300 fokvarkens. In de melkveehouderij zijn ook 10% van de bedrijven te klasseren als “groot bedrijf” met een quotum van 800.000 liter of meer.
Bij de mestkalveren schat men 5,4% van de bedrijven in als groot bedrijf, met meer dan 700 mestkalveren. In de legsector hebben 7,1% van de bedrijven een bezetting van meer dan 70.000 hennen; bij de vleeskippen telt men 17,9% van de bedrijven met meer dan 70.000 mestkuikens.
In de glasteelt blijft de meerderheid (79%) van de bedrijven beneden de 2 ha glas. 21% van de glasteeltbedrijven heeft meer dan 2 ha glas, 0,5% heeft zelfs meer dan 10 ha glas.
De land-en tuinbouwsector in West-Europa evolueert nog steeds naar minder maar grotere bedrijven, maar er is duidelijk een onderscheid naar de sector, stelt De Meyer. Evolueren naar grotere bedrijven is een keuze, maar het is niet de enige. Met de nu gangbare bedrijfsgrootte en een goed management of met een keuze voor niches en specialisatie moet ook het familiale land-of tuinbouwbedrijf kunnen overleven, naast zij die kiezen voor schaalvergroting.

AED-toestel in elke scholengroep in Sint-Niklaas!

AED (Automatische Externe Defibrillator) kan in noodsituaties – bij juist gebruik – helpen om mensenlevens te redden.
Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer heeft op de gemeenteraad van 31 mei 2017 aan het stadsbestuur gevraagd om zijn voorstel te onderzoeken (vóór het opstellen van de begroting 2018) om aan elk schoolbestuur een AED-toestel ter beschikking te stellen zodat op alle plaatsen waar zich een scholengroep bevindt een levensreddend toestel aanwezig is.
Hij koppelde hieraan wel de voorwaarde en bereidheid dat ook enkele personeelsleden een korte opleiding zouden volgen om het toestel efficiënt te leren gebruiken. Idealiter kan dit toestel ook gebruikt worden door buurtbewoners.
De burgemeester engageerde zich om deze vraag te onderzoeken.

Nieuwe asbestcontroles bij SVK

Het Sint-Niklase bedrijf SVK krijgt binnenkort opnieuw de Vlaamse milieu-inspectie over de vloer voor controles. Dat zei Vlaams minister van Natuur, Omgeving en Landbouw Joke Schauvliege (CD&V) gisteren in de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement. Tijdens de commissie kaartte Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) de asbestproblematiek aan en hij verwees daarbij specifiek naar de bezorgdheid die momenteel sterk leeft in Sint-Niklaas rond het asbeststort van SVK. Onder meer een buurtcomité vraagt de onmiddellijke sluiting van het asbeststort. Het comité vindt de al uitgevoerde controles niet toereikend. De minister kondigt nu een nieuwe controle op het stort aan. (Het Nieuwsblad, gvh ; foto: Joris Vergauwen ; Het Laatste Nieuws)