Steeds meer kleuters tijdig klaar voor ‘de grote school’

Cijfers van de laatste drie schooljaren die het Agentschap voor Onderwijsdiensten heeft verzameld, tonen aan dat er elk jaar meer kleuters het aantal halve dagen in de kleuterklas aanwezig zijn om toegelaten te worden in ‘de grote school’, het eerste leerjaar van het lager onderwijs. Dit is des te opmerkelijker, omdat het aantal vereiste halve dagen aanwezigheid in het kleuterklasje dit jaar werd opgetrokken van 220 naar 250. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) opvroeg bij Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V).
“We steunen alle initiatieven die de kleuterparticipatie kunnen vergroten, want het is zeer belangrijk dat kindjes al op jonge leeftijd een goeie start nemen voor hun schoolloopbaan”, zegt De Meyer, lid van de commissi e Onderwijs in het Vlaams Parlement.
Een van de maatregelen om (vroege) deelname van kleuters aan het onderwijs te stimuleren is nieuw sinds dit schooljaar en bestaat erin dat 5-jarige kleuters nu 250 in plaats van (voorheen) 220 halve dagen moeten aanwezig zijn om te kunnen overstappen naar het eerste leerjaar. Minister Crevits heeft die maatregel dit schooljaar ingevoerd in onder het motto “elke dag in het kleuteronderwijs telt”, want een hoge deelname aan het kleuteronderwijs verkleint de kans op latere schoolse achterstand.
Tegenover de bijna 70.000 kleuters die in de verschillende onderwijsnetten het benodigde aantal halve dagen aanwezigheid haalde om naar de ‘grote school’ te mogen, staan wel zo’n duizend kleutertjes die het niet haalden. “Dat is maar 1,41 procent van het totaal”, stelt De Meyer vast. “Relatief gezien misschien niet zoveel, maar in absolute aantallen vind ik het toch nog erg veel en het zou onderzoek verdienen om te achterhalen welke factoren die kindjes weerhouden om ook de limiet van 250 halve dagen te halen.” (Belga)

Meer groen in verstedelijkt gebied!

Meer groen in onze steden en gemeenten is goed voor de klimaatproblematiek, voor de luchtkwaliteit, heeft een gunstig visueel effect en zorgt voor een natuurlijk geluid bufferend effect.
Vanuit deze bezorgdheid stelde Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer aan minister Joke Schauvliege de vraag naar een verplichte “groennorm”.
http://ow.ly/U1RL30fZsgV

(foto: Vilt)

Faire prijs noodzakelijk om bedrijfsovernames in de land- en tuinbouwsector aan te moedigen!

De land- en tuinbouwsector heeft economisch moeilijke jaren achter de rug. Er waren niet alleen de schommelende prijzen, de soms slechte weersomstandigheden maar ook de onzekerheid over het landbouwbeleid zelf.
Bijzondere zorg moet besteed worden aan de instroom van voldoende jongeren in het beroep.
In de huidige legislatuur waren er tot 15 september 2017 89 bedrijfsovernames in de provincie Oost-Vlaanderen: 15 in het arrondissement Sint-Niklaas, 12 in het arrondissement Aalst, 7 in het arrondissement Dendermonde, 16 in het arrondissement Eeklo, 30 in het arrondissement Gent en 9 in het arrondissement Oudenaarde.
Dit blijkt uit de antwoorden die Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer mocht ontvangen op een aantal schriftelijke vragen.
Er moet ingezet worden op een Europees landbouwbeleid met een sterk structureel marktbeleid met mechanismen voor marktstabilisatie, op instrumenten voor risicobeheer, op een beleid dat ook de basis biedt om de sector op alle vlakken verder te verduurzamen.
Jos De Meyer besluit: “bovendien is bijzondere aandacht nodig om de generatiewissel te faciliteren!”

Voorstelling annalen KOKW

Sommige echte Vlamingen zeggen het liever in het Latijn, maar ik vertaal mijn “ad multos annos” nu voor de verstaanbaarheid toch niet in het dialect van Sint-Niklaas, en ik wens de Oudheidkundige Kring nog vele jaren, en een mooie toekomst die gegrondvest is in het verleden dat haar zo dierbaar is.

Meer subsidie voor infrastructuur en personeel bij groeiend leerlingenaantal in het onderwijs

Minister Crevits van Onderwijs zal aan alle gemeenten in Vlaanderen en Brussel vragen om het aantal plaatsen in het basisonderwijs en het secundair onderwijs in kaart te brengen. Dat antwoordde ze op mijn vraag hierover in de commissie Onderwijs. Het is immers nodig om bij het aangroeiend leerlingenaantal de extra middelen voor scholenbouw correct toe te kennen.
Vlaanderen kent elk jaar 50 miljoen euro toe aan capaciteitsmiddelen. Die middelen worden op basis van de capaciteitsmonitor toegekend aan de steden en de gemeenten met de grootste noden voor een periode van drie jaar, van 2016 tot 2018. De meeste capaciteitsmiddelen gaan nu nog naar het basisonderwijs, maar in de toekomst zal er een verschuiving plaats vinden naar het secundair onderwijs.
Daarnaast zal jaarlijks 3 miljoen euro worden uitgetrokken voor de toekenning van huursubsidies aan scholen van het gesubsidieerd onderwijs. Die subsidies kunnen gebruikt worden om via huur sneller bijkomende plaatsen in scholen te realiseren. Op dit ogenblik zijn al 34 projecten goedgekeurd.
Opmerkelijk is ook dat de minister via het volgende Onderwijsdecreet een extra mogelijkheid wil invoeren om de personeelsomkadering vlotter aan te passen voor scholen die hun capaciteit structureel verhogen.
http://ow.ly/Lq1u30fVxJN

Eind 2018 nieuwe kaart van verzilting in kustregio

Afgelopen zomer liet de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) per helikopter de verzilting van het grondwater in het kust- en poldergebied in kaart brengen. Het water verzilt daar van nature zodat er zowel zoet, zout als brak water voorkomt. Een kaart met actuele zoutgehaltes zal eind 2018 ter beschikking worden gesteld via Databank Ondergrond Vlaanderen, deelt minister Joke Schauvliege mee op vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V). Binnen het TOPSOIL-project wordt onder meer het potentieel onderzocht van het ondergronds bufferen van neerslagoverschot, waar dat vandaag bovengronds gebeurt in bekkens.

In het kader van het Europese TOPSOIL-project laat VMM de verdeling tussen zoet, brak en zout water opnieuw in kaart brengen. Daarvoor is deze zomer een laag vliegende helikopter met meetsonde ingezet in het kust- en poldergebied. Daar waren eerder dit jaar grote problemen voor de landbouw door het uitblijven van neerslag, het uitgeput geraken van de waterbekkens en een gevaarlijk hoog zoutgehalte in het IJzerbekken. Toen met man en macht gezocht werd naar oppervlaktewater voor beregening van landbouwgewassen bleek onder meer een 50.000 m² grote vijver bij het luchthaventerrein in Oostende ongeschikt wegens te zout.

Sinds vorige metingen in de jaren 1960 en 1970 maakte het poldergebied heel wat ontwikkelingen door, en het is belangrijk de evolutie en de nieuwe situatie op vlak van verzilting in kaart te brengen. Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) informeerde bij minister Schauvliege naar de nieuwe stand van zaken, en tegelijk ook naar zinvolle maatregelen. De nieuwe verziltingskaart zal eind volgend jaar beschikbaar zijn. Met welke maatregelen iets gedaan kan worden aan de problematiek wordt onderzocht binnen het Europese TOPSOIL-project. Zogenaamde ‘potentiekaarten’ zullen aangeven waar bepaalde maatregelen de grootste kans op succes hebben, en kunnen een leidraad zijn voor het ontwikkelen van lokale projecten die mikken op het vergroten van de zoetwaterbeschikbaarheid.(Vilt)

“Het is van belang om duurzaam met de bestaande zoetwaterreserves in de polder- en kuststreek om te gaan”, onderstreept Vlaams minister van Omgeving Joke Schauvliege. “Enerzijds kunnen we het aanbod aan zoet water vergroten door actief in te grijpen op het watersysteem, anderzijds is het van belang de watervraag onder controle te houden door blijvend in te zetten op waterbesparing en waterhergebruik.” Om het aanbod zoet water te vergroten, moet regenwater gestockeerd worden zodat het aangewend kan worden wanneer er nood aan is. Vandaag zijn er in West-Vlaanderen al heel wat spaar- en bufferbekkens die hun nut bewijzen bij wateroverlast én bij droogte. Ondergronds bufferen biedt mogelijk een interessant alternatief. Het potentieel daarvan wordt onderzocht. “Aansluitend is het van belang om blijvend in te zetten op infiltratie van hemelwater”, zegt Schauvliege, “want het laten indringen in de grond van zoet regenwater kan de verzilting tegengaan.”

Topsoil is een Interreg-project dat de Noordzeeregio beter wil wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Klimaatverandering heeft een steeds snellere impact op de ondergrond en het grondwater. De algemene doelstelling van het project is om gezamenlijk en interregionaal te onderzoeken hoe we de ondiepe ondergrond (bovenste 30 meter van de bodem) beter weerbaar kunnen maken tegen klimaatverandering. De praktische implementatie van de uitgewerkte oplossingen gebeurt in 16 pilootprojecten in verschillende regio’s van het Noordzeegebied.

Bron: eigen verslaggeving

Impact op onderwijspensioenen?

De Meyer had een hele reeks vragen over de impact van de nieuwe personeelsstelsels en van periodes van werkloosheid c.q. deeltijds werken op diverse elementen van het pensioen van personeelsleden in zulke situaties alsook over het eventuele overleg met minister van Pensioenen Bacquelaine. Daniëls wees op de onduidelijke communicatie na het federale Zomerakkoord, citeerde uit de bespreking in de Onderwijscommissie van zijn eerdere vraag om uitleg en had ongeveer dezelfde vragen als zijn collega De Meyer maar dan wel ook toegespitst op het Zomerakkoord.
Minister Crevits antwoordde vanuit het antwoord op haar brief, dat ze van minister Bacquelaine had gekregen. Voorts heeft het Zomerakkoord geen impact op het stelsel van het overheidspensioen voor het onderwijspersoneel. Bovendien zijn de tijdelijken uit het onderwijs uitgezonderd van de maatregel gemengd pensioen: tijdelijke prestaties in het onderwijs tellen altijd mee voor de berekening van het overheidspensioen als hierop een vaste benoeming volgt. De maatregel kon een impact hebben voor de berekening van het werknemerspensioen private sector.
De Meyer vroeg of hij uit het antwoord van de minister mocht afleiden dat de onvrijwillige deeltijdse werkloosheid bij onderwijsmensen die daarna effectief benoemd werden in het onderwijs, geen consequenties had. Dat klopte inderdaad.
(Verslag: Wilfried Van Rompaey, Katholiek Onderwijs Vlaanderen)

Een warme school voor jouw kind!

In 2016 en 2017 werden er in Oost-Vlaanderen door minister van Onderwijs Hilde Crevits 717 schoolgebouwendossiers goedgekeurd! Dit blijkt uit de antwoorden die Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer recent mocht ontvangen. Het gaat zowel over DBFM, standaardprocedure, verkorte procedure, uitzonderings- als spoedprocedure, en capaciteitsdossiers en het betreft zowel grote als kleine dossiers.
Jos De Meyer is enthousiast over deze investeringen in schoolgebouwen, waarvoor hij reeds meerdere legislaturen pleit. Hij rekent erop dat deze inspanningen zowel de volgende jaren als legislaturen worden verdergezet gezien de grote noden in het onderwijsveld. (foto: Philip Puylaert)

Nieuw uitvoeringsplan voor doortrekking N41

Er zal een nieuw Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan (PRUP) voor de doortrekking van de N41 opgemaakt worden in de periode 2018-2019. Dat heeft volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vernomen van minister Ben Weyts. De Meyer vroeg de minister naar een stand van zaken in het dossier. De realisatie van de doortrekking van deze weg tussen de grens van Lebbeke en Dendermonde tot Aalst blijft immers maar aanslepen, al decennia lang.

De minister bevestigt dat er, in overleg met de provincie en het Agentschap Wegen en Verkeer, een ontwerpstudie is opgestart. Die moet zorgen voor een concrete, technische uitwerking van het tracé dat al eerder planologisch werd vastgelegd in het PRUP ‘Secundaire wegverbinding Aalst-Lebbeke (N41)’. “Omdat de voorschriften van dat PRUP niet meer bindend zijn, kunnen er lichte aanpassingen aan dit tracé gebeuren”, zegt Weyts. “In de nieuwe studie voorzien we ook alvast de wettelijk verplichte natuur- en boscompensatie, zoals vereist in het oorspronkelijk plan. Daarmee komen we tegemoet aan de argumenten van de Raad van State die het eerste PRUP nietig verklaarde. Bij de uitwerking van het tracé zal met alle betrokken partijen een overleg worden opgestart.” De nieuwe studie moet het voor de provincie mogelijk maken om in de loop van 2018 en 2019 een procedure voor een nieuw RUP te doorlopen. (Het Laatste Nieuws, DND)

Minister Crevits blijft geloven in het Startersplatform

We blijven werken aan een systeem dat beginnende leerkrachten meer werkzekerheid geeft, stelde minister Crevits van Onderwijs op de commissievergadering van 27 september 2017.
Hoewel er al jaren een lerarentekort is, blijft een groot aantal beginnende leerkrachten hangen in tijdelijke opdrachten en periodes van werkloosheid. Commissielid Jos De Meyer vroeg naar een stand van zaken.
De studie over taakbelasting van leraren zal tegen het eind van het huidige schooljaar worden opgeleverd, maar de minister wil al vroeger nagaan of een “Starterspool” kan leiden tot meer stabiliteit en betere inzet van niet-benoemde leerkrachten. Mogelijk zal zo’n startersplatform er voor het basisonderwijs anders uitzien dan voor het secundair onderwijs, maar de minister merkt wel op dat ook bij de sociale partners een consensus groeit, en het is duidelijk haar bedoeling om het systeem nog tijdens deze legislatuur uit te werken. Een positieve zaak, stelde De Meyer, waarvoor men wellicht best extra financiële middelen uittrekt.

https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1190518/verslag/1193582/persoon/jos-de-meyer