Eerste reacties vanuit Vlaamse politiek op GLB-voorstel

In de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement heeft minister Joke Schauvliege een eerste reactie gegeven op de nieuwe krijtlijnen die de Europese Commissie uitzette voor het landbouwbeleid na 2020. “Het is positief dat er afgestapt wordt van de ‘one size fits all’-aanpak. Maatwerk vinden we goed, maar het speelveld moet wel gelijk blijven op de eengemaakte Europese markt.” Wat risicobeheer op landbouwbedrijven betreft, blijft Schauvliege op haar honger zitten. Wat zonder meer ontbreekt in de tekst, is het toekomstige landbouwbudget. Ook de parlementsleden laten hun licht schijnen over de Commissie-tekst.

De Vlaamse parlementsleden uit de commissie Landbouw hebben kennis genomen van de mededeling ‘De toekomst van landbouw en voeding’. Daarin schetst de Europese Commissie de krijtlijnen van het toekomstig gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) onthoudt de sterke focus op jonge boeren: “Europa beseft meer dan ooit dat het beroep van landbouwer onder druk staat en dat steun voor jonge boeren een topprioriteit is.” N-VA-parlementslid Sofie Joosen is vooral de aanpak op maat van elke lidstaat opgevallen: “Het begrip subsidiariteit liep als een rode draad door de perstekst van commissaris Hogan. Het gaat erom de diversiteit in landbouw te omarmen en niet te trachten één model op te leggen.”
Beide parlementsleden zijn benieuwd hoe Vlaams landbouwminister Joke Schauvliege de voorstellen onthaalt. Wat zijn de opportuniteiten en de mogelijke valkuilen? “Details staan er niet in de recente mededeling. De concrete GLB-voorstellen zullen pas midden 2018 aan de lidstaten worden bezorgd”, maakt Schauvliege duidelijk. “De gepubliceerde tekst bevat positieve zaken, maar er zijn ook elementen waar we binnen onze Vlaamse context minder enthousiast over zijn.” Positief vindt ze dat maatwerk mogelijk wordt, tenminste zolang de regels voor alle marktdeelnemers op de eengemaakte markt dezelfde blijven. Over risicobeheer blijft de Europese Commissie vaag, en lijkt de ambitie beperkt te blijven tot verbeteringen aan bestaande instrumenten.
Inzake milieu en klimaat wordt de regie aan de lidstaten gegeven, maar zullen meetbare en ambitieuze doelstellingen bepaald worden op Europees niveau. “Het zal één van mijn aandachtspunten zijn dat landbouwers een gepaste vergoeding ontvangen voor de inspanning die ze zullen moeten leveren”, kondigt de minister aan. De laatste prioriteit uit de Europese mededeling is de ondersteuning van jonge landbouwers. “Terecht stelt de Commissie dat er geen eenvoudige oplossing is en dat er een mix van maatregelen nodig is.”
Wat minister Schauvliege zoals iedereen mist in de tekst, is een verwijzing naar het budget. “We zullen pas duidelijkheid hebben als we ook de meerjarenbegroting kennen.” Ook had ze gehoopt op meer aandacht voor het rapport-Veerman over de zwakke positie van de primaire sector in de keten. Volgens haar kan een grotere organisatiegraad bijdragen aan de oplossing, “maar de mededingingsregels werken dat enigszins tegen zodat we ons moeten durven afvragen of er geen uitzonderingen nodig zijn.”
Tot slot drukt de Vlaamse minister van Landbouw de hoop uit dat het GLB de aandacht krijgt die het verdient. “Het zal de toekomst bepalen van onze landbouw, maar ook van de voedingsindustrie in Vlaanderen. Minder dan 2 procent van onze beroepsbevolking waarborgt de voedselzekerheid van de rest. Het is dankzij het GLB dat de overige 98 procent niet meer zelf op het veld hoeft te werken om in zijn voedsel te voorzien. Voedsel is een eerste basisbehoefte die we niet mogen onderschatten.”
Na de uiteenzetting van de minister gaven parlementsleden van de verschillende politieke fracties feedback. “Mijn eerste zorg is dat we er toch over moeten waken dat er niet steeds meer verplichtingen worden opgelegd aan de landbouwers, en dat daartegenover steeds minder middelen staan”, steekt Jos De Meyer (CD&V) van wal. Namens N-VA merkt Sofie Joosen op dat de Belgische belastingbetalers een stuk meer betalen dan onze eigen boeren ontvangen. “Ik denk dus dat het zeer terecht is dat Vlaanderen meer zijn eigen landbouwbeleid zou moeten kunnen voeren en dat het anders moet.”
Herman De Croo (Open Vld) doet stilstaan bij de kritische opmerkingen die de Europese Rekenkamer maakte omtrent de vergroening van het landbouwbeleid. “Stilaan moeten we toch van inkomenssteun verglijden naar een resultaatgerichte beloning voor boeren die naast voedsel consequent bijdragen aan leefmilieu en maatschappij”, meent het parlementslid. Voor Bart Caron van Groen staat vast dat de vergroening herbekeken moet worden. “We moeten overstappen op resultaatgerichte vergoedingen voor de inspanningen die landbouwers op het terrein doen.” Ook Els Robeyns (sp.a) haar grootste bekommernis is dat de effectiviteit van milieu- en klimaatinspanningen binnen het landbouwbeleid gemeten kan worden. “Landbouwers mogen vergoed worden voor hun inspanningen, maar die vergoeding mag niet vrijblijvend zijn.” (Vilt, beeld: Loonwerk Defour)

Vervrouwelijking op alle niveaus: van kleuterklas tot hogeschool

Vrouwen domineren het onderwijs: amper kwart van personeel is mannelijk

Van de 185.473 onderwijzers, leraren en docenten die dit jaar aan de slag zijn in ons onderwijs, is amper één op de vier een man Foto: Hollandse Hoogte / Bert Spiertz
Ons onderwijs is op álle niveaus gestaag aan het vervrouwelijken, van de kleuterklas tot de hogeschool. Vandaag is nog amper een kwart van het onderwijspersoneel mannelijk. Onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) denkt aan een mediacampagne en de hervorming van de lerarenopleiding om het tij te doen keren, maar volgens experts zit de sleutel in de opvoeding van onze kinderen. “Eentje zónder stereotypes”, zegt professor Mieke Van Houtte (UGent).

Van de 185.473 onderwijzers, leraren en docenten die dit jaar aan de slag zijn in ons onderwijs is amper één op de vier een man. Dat blijkt uit nieuwe cijfers die parlementslid Jos De Meyer (CD&V) heeft opgevraagd bij minister Crevits. Ze gaan over alle onderwijsniveaus (behalve de universiteiten), van de kleuterklas tot de hogeschool.
Zo steeg het aandeel vrouwen de voorbije drie jaar opnieuw met meer dan 1 procent. En hoe jonger de kinderen, hoe meer afgetekend het verschil. In de basisschool zijn bijna negen op de tien leerkrachten vrouw, maar dat aandeel daalt naar 64 procent in het middelbaar en 59 procent in de hogescholen. De universiteiten zijn niet opgenomen in de cijfers: daar is het merendeel van het academisch personeel nog steeds een man.
Prestigeverlies bij mannen
Het is een evolutie die het onderwijsveld zorgen baart. “Het evenwicht moet niet perfect fiftyfifty zijn, maar in sommige basisscholen moet je al hard zoeken naar een man”, zegt Lieven Boeve, de topman van het Katholiek Onderwijs. “De kans is nog kleiner dat het een jonge man is. Dat is jammer, want kinderen hebben zowel vrouwelijke als mannelijke rolmodellen nodig.”
De evolutie is volgens experts ingezet toen vrouwen massaal naar het hoger onderwijs gingen. “Ze kiezen makkelijker voor studierichtingen en jobs waarbij ze met mensen werken, zoals in de zorg en het onderwijs”, zegt onderwijssocioloog Mieke Van Houtte (UGent). “Die eerste vervrouwelijking heeft ervoor gezorgd dat het beroep aan prestige heeft verloren in de ogen van mannen. Het is ook een vlakke loopbaan, met weinig mogelijkheden om een carrière uit te bouwen. Dat heeft het effect nog versterkt.”
Daarom ook dat schooldirecteurs wel nog veel vaker mannen zijn. Bij het bestuurspersoneel verdelen mannen en vrouwen de postjes ongeveer gelijkwaardig onder elkaar. “In taken met meer status dus”, zegt De Meyer, die pleit voor een beter evenwicht.
Naïef idee
Ook minister Crevits vindt dat scholen gebaat zijn met meer diversiteit. Ze verwijst naar de hervorming van de lerarenopleiding waardoor jongeren al op hun achttiende aan de universiteit voor leraar kunnen studeren. Dat zou het prestige van de job al moeten vergroten. Eenmaal die hervorming definitief is, wil ze ook een mediacampagne voeren.
Dat een campagne zoden aan de dijk zou brengen, noemt Van Houtte een naïef idee. “Er is een fundamentelere verandering in onze samenleving nodig”, zegt ze. “We moeten onze kinderen opvoeden zonder stereotypes. Ultiem kiezen jongens minder voor zorgende beroepen omdat zij van kleins af aan de boodschap krijgen dat die voor vrouwen zijn.”
(Het Nieuwsblad, Jens Vancaeneghem)

Kerst- en nieuwjaarswensen

Een nieuwe hoop gegeven
een nieuw geluk gereed
terwijl de bomen beven
tot op de bast ontkleed.
De zachte vlokken zweven,
verzamelen zich en even
voor men het ziet of weet
is ons aan heil gegeven
een wereld onbeschreven,
een landschap zonder leed.

Anton van Wilderode

Gelukkig en voorspoedig 2018!

Meerkost van zwakbezette studierichtingen blijft hoog!

De extra omkadering voor te zwak bezette studierichtingen blijft hoog, stelt Vlaams parlementslid Jos De Meyer vast bij de analyse van de cijfers die hij opvroeg bij minister Crevits van Onderwijs.

De personeelsomkadering van een school hangt samen met het aantal leerlingen. Als het leerlingenaantal stijgt, krijgt een school meer middelen. Daalt het leerlingenaantal, dan verkleint de omkadering. Dat kan ertoe leiden dat een studierichting met te weinig leerlingen wordt afgebouwd. Als die leerlingen niet terecht kunnen in een andere school van het zelfde net, mag zo’n studierichting in stand gehouden worden met minimumpakketten: de school krijgt dan meer lesuren en personeel dan waar ze via een gewone berekening recht op heeft.
In het huidige schooljaar kost die regeling 16.660.494 euro, een daling tegenover vorig schooljaar, maar nog meer dan in 2015-2016. Of de lichte daling te maken heeft met het feit dat scholen geen leerlingen meer mogen weigeren in studierichtingen met minimumpakketten (om zo kunstmatig extra middelen te genereren) is niet uit de gegevens op te maken, stelt de minister. Het verbieden van de weigering om leerlingen in te schrijven was iets waar De Meyer al enkele jaren op had aangedrongen.
Het Gemeenschapsonderwijs blijft met meer dan ¾ van de meerkost de grootste “gebruiker” van minimumpakketten.
De Meyer vraagt zich af of de regeling van de minimumpakketten niet verder verfijnd kan worden zonder de vrijheid van onderwijs in het gedrang te brengen. Het gaat per slot van rekening over veel middelen, waarvan misschien een deel kan vrijkomen die voor andere onderwijsnoden kunnen worden ingezet.

Actualisatie van rooilijnen is belangrijk voor eigenaars woningen en terreinen, vooral voor ondiepe percelen

“Actualisatie van rooilijnen is belangrijk voor eigenaars woningen en terreinen, vooral voor ondiepe percelen,” aldus Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer

Nogal wat steenwegen kenden vroeger zeer brede rooilijnen die vandaag niet meer actueel zijn en die er voor zorgen dat mensen bijvoorbeeld hun woning niet meer kunnen renoveren.
De minister moet hier snel rechtszekerheid geven. Nu blijft dit maar aanslepen.
De minister zou beslissingen hierover ook kunnen delegeren aan het lokaal bestuur zodat lokaal bestuur in goed overleg met aangelanden voor een oplossing kan zorgen.

Meeste oogstmachines en zelfrijders mogen de weg op

Sinds Vlaanderen door de zesde staatshervorming bevoegd is voor uitzonderlijk vervoer wordt strikt toegekeken of alle verplichte documenten aanwezig én juist ingevuld zijn. Zo strikt dat een aantal loonwerkers met de handen in het haar zitten omdat zij het papierwerk voor hun grote zelfrijders (oogstmachines en mestinjecteurs) niet in orde krijgen. Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) kaartte dit aan bij bevoegd minister Ben Weyts. “Onder federaal toezicht werden de voorschriften veel minder strikt gecontroleerd, maar voor uitzonderlijk vervoer is dit toezicht noodzakelijk”, verdedigt de minister de strenge aanpak van zijn administratie. Het lijkt erop dat loonwerkers een aantal mastodonten van machines met niet vergunbare afmetingen of aslasten op een dieplader naar het veld zullen moeten voeren.

Landbouwvoertuigen die vallen onder de regelgeving ‘Uitzonderlijk vervoer’ moeten beschikken over een vergunning. Deze vergunning dient periodiek hernieuwd te worden en is alleen verkrijgbaar op vertoon van het proces-verbaal van benaming of goedkeuring. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer constateert dat na de bevoegdheidsoverheveling van het federale naar het Vlaamse niveau strikt(er) wordt toegekeken op het verlenen van vergunningen uitzonderlijk vervoer. “Dit zorgt soms voor problemen. Gebruikers willen zich graag in regel stellen, maar weten vaak niet hoe. Wie zich toch met de zware oogstmachines op de openbare weg waagt, riskeert zware boetes”, weet De Meyer.

Het probleem kwam ook VILT ter ore via Fedagrim, de sectorfederatie die de belangen verdedigt van onder meer de firma’s die landbouwmachines verkopen en onderhouden. Ook zij zitten gewrongen met de vergunningsproblematiek want het originele proces-verbaal met de voertuigbeschrijving is soms zoek en van oudere machines is niet altijd een technische fiche beschikbaar bij de invoerder. VILT liet een verkoper én een gebruiker van dergelijke grote en zware machines hun verhaal doen. De Meyer vindt het belangrijk om weten hoe de gebruikers van grote oogstmachines en zelfrijders voor mest zich in regel kunnen stellen als de technische fiche ontbreekt. Meer algemeen hoopt hij van de minister garanties te krijgen dat de broodwinning van deze mensen, veelal loonwerkers die werken in opdracht van landbouwers, niet verder in gevaar komt.

Vlaams minister Ben Weyts, bevoegd voor mobiliteit en dus ook voor uitzonderlijk vervoer, weet zeer goed dat de controle strikt is en de federale overheid in het verleden soepeler omsprong met deze regelgeving. Maar hij verdedigt de strenge aanpak van zijn administratie: “Voor uitzonderlijk vervoer is dit toezicht noodzakelijk omdat het een grotere belasting is voor de wegen. Te laks omgaan met de regels kan bovendien de verkeersveiligheid erg negatief beïnvloeden.”

Daarmee zijn de problemen van loonwerkers natuurlijk nog niet van de baan. Vaak vinden ze hun oorsprong in fouten uit het verleden, zo onthult minister Weyts: “Mijn administratie merkte een aantal onjuistheden op in de verklaringen dat landbouwmachines ‘conform het technisch reglement’ zijn. Het totaalgewicht en de massa per wielas zijn bij het merendeel van de aanvragen correct doorgegeven. Voor een substantieel aantal voertuigen kloppen evenwel de afmetingen niet.” Het betreft geen vergissingen, maar creatieve afrondingen van de maten zodat een vergunning uitzonderlijk vervoer bekomen wordt met een langere looptijd. Aan elke aanvraag is namelijk een administratiekost verbonden. Bij technisch nazicht komt soms ook aan het licht dat het voertuig aanpassingen onderging na de initiële aankoop zodat de technische fiche geen correct beeld meer geeft van de oogstmachine.

Onoverkomelijk is dat volgens minister Weyts niet: “Na aanpassing van hun dossier aan de correcte voorschriften kunnen voertuigen die niet conform bleken aan het technische reglement alsnog als gelijkwaardig worden beschouwd. Ze bekomen dan een vergunning met een looptijd van 1 jaar in plaats van 5 jaar, maar deze voertuigen kunnen reglementair de baan op. Slechts sommige types voertuigen vormen een probleem. Daarvoor bekijkt het Agentschap Wegen en Verkeer met de constructeurs wat de mogelijkheden zijn.”

Tot slot garandeert de minister dat landbouwvoertuigen die aan de regels beantwoorden met een vergunning uitzonderlijk vervoer de openbare weg op kunnen. Hetzelfde kan niet gezegd worden van voertuigen die destijds op basis van foutieve verklaringen een vergunning kregen. Het zou kunnen dat die oogstmachines of andere zelfrijdende landbouwvoertuigen geen vergunning meer krijgen. Praktisch zou dat betekenen dat de loonwerkers ze met een dieplader, getrokken door een tractor of een vrachtwagen, moeten transporteren naar het veld, waar ze dan alsnog hun werk kunnen doen. (Vilt)

Aandeel personen met een handicap werkzaam bij de Vlaamse overheid blijft te laag!

“Hoewel het aandeel personen met een handicap op tien jaar tijd meer dan verdubbelde (0,6 % in 2006), blijft het aandeel de laatste jaren stabiel. Eind 2016 werkte net als de voorbije jaren 1,3% personen met een handicap of chronische ziekte bij de Vlaamse overheid. Het streefcijfer van 3% tegen 2020 lijkt veraf,” antwoordde minister van Gelijke Kansen Liesbeth Homans op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.
De minister vervolgde: “we blijven daarom inzetten op de ondersteunende maatregelen voor personen met een handicap en chronische ziekte, zoals integratieprotocollen, werkpostaanpassingen, redelijke aanpassingen op de werkvloer, voorbehouden betrekkingen… en waar nodig worden ze bijgestuurd.
Ik ben me er echter ook van bewust dat er structurele knelpunten zijn die het behalen van dit streefcijfer bijzonder uitdagend maken, zoals de personeelsbesparingen, de mobiliteitsproblematiek van een deel van de doelgroep, de aard van de jobs binnen de Vlaamse overheid ten opzichte van het profiel van een aantal kandidaten met een handicap of chronische ziekte en het leeftijdsprofiel van de huidige populatie.”

Jos De Meyer besluit dat in de verschillende overheidsinstanties nog grote inspanningen nodig zijn om het streefcijfer van 3% te halen tegen 2020!

“Hebben groene stadslobben niet nodig”

De streefbeeldstudie voor de invulling van drie noordelijke ‘stadslobben’ lokt heel wat reacties uit.
Volgens de oppositie had het schepencollege eerst het nodige huiswerk moeten doen vooraleer de bevolking al te informeren met ‘plannen zonder enige juridische waarde’. CD&V-raadslid Jos De Meyer stelt dat de stad zich perfect kan baseren op het huidige gewestplan. “Mensen verlangen respect voor het gewestplan. Dat voorziet nog in woonruimte én behoud van de open ruimte. Daarom zijn die stadslobben helemaal niet nodig. Een studiebureau 91.403 euro betalen om zo’n schetsen af te leveren, zonder wetenschappelijk onderbouwde visie op woonbehoefte en mobiliteit, gaat te ver. Dit is te veel improvisatie.”

(Het Laatste Nieuws, JVS; foto: stad Sint-Niklaas)