Vlaamse ambtenaren kiezen massaal voor deeltijds verlof!

Het aantal Vlaamse ambtenaren in een deeltijds verlofstelsel is de voorbije tien jaar verdubbeld. Een op de drie ambtenaren boven 50 jaar gebruikt het systeem.
Het personeel van de Vlaamse overheid maakt massaal gebruik van de mogelijkheden om deeltijds te werken. Meer dan 5.000 Vlaamse ambtenaren, of 27 procent van het totaal, namen vorig jaar een of andere vorm van deeltijds verlof op. Dat blijkt uit cijfers van Vlaams minister van Binnenlands bestuur Liesbeth Homans (N-VA).
Vooral oudere Vlaamse ambtenaren zijn fan van de deeltijdse stelsels. 2.220 of een op de drie Vlaamse ambtenaren ouder dan 50 namen vorig jaar een vorm van deeltijds verlof op. Het gaat om deeltijdse loopbaanonderbreking, palliatief verlof, ouderschapsverlof of medisch bijstandsverlof.
De populariteit van deeltijds verlof is het voorbije decennium enorm gestegen bij de Vlaamse overheid. Sinds 2006 is het aandeel van de werknemers dat op deeltijds verlof gaat, verdubbeld. In 2017 gingen de cijfers voor het eerst licht achteruit.
‘Het is duidelijk dat een goede combinatie van werken en zorg voor het gezin meer en meer ingang vindt’, zegt Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V), die de cijfers bij Homans opvroeg. ‘Mensen zoeken levenskwaliteit en kijken hoe ze zich het best kunnen organiseren.’

De Vlaamse regering heeft het systeem van loopbaanonderbreking voor Vlaamse ambtenaren intussen vervangen door het zorgkrediet, dat niet in de cijfers zit. Het nieuwe systeem voorziet enkel nog in een compensatie bij loopbaanonderbrekingen voor ouderschap, zorg of opleidingen. Als een ambtenaar loopbaanonderbreking zonder specifieke reden wil opnemen, krijgt hij daar niet langer een uitkering voor.
Eerder bleek dat deeltijds werken ook in het onderwijs erg populair is. Vorig schooljaar telde het Vlaams onderwijs 37.500 deeltijdse betrekkingen. Daarmee zit 30 procent van de leraren in een deeltijds verlofstelsel. Bij de 50-plussers loopt dat aandeel zelfs op tot 41 procent.
(De Tijd, LUKAS VANACKER ; foto: BVG)

Al twee jaar brokkelt asfalt af op belangrijke Zelzatebrug en toch is er nog altijd geen oplossing

Het wegdek van de Zelzatebrug is dringend aan vervanging toe. Als er niet snel een oplossing komt, zullen de stalen klapdelen van de brug gewoon vervangen worden. Dat heeft minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) geantwoord op vraag van volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V).
“Als we geen goede oplossing vinden voor het vervangen van het wegdek van Zelzatebrug moeten we durven overwegen om dan maar de twee klapdelen te vervangen door een nieuwe volledig gelaste constructie, zonder gietasfalt en met enkel een slijtlaag”, opperde Vlaams minister voor mobiliteit Ben Weyts in het parlement.
De vernieuwing van het wegdek sleept ondertussen al twee jaar aan, nochtans is een drastische ingreep meer dan noodzakelijk. Eind mei komt er een nieuwe slijtlaag, maar dat is slechts een voorlopige oplossing. De toestand van het wegdek is al jaren onhoudbaar, dat maakt het wegoppervlakte bij regen of ijzel erg gevaarlijk.
Geen aannemer gevonden
De brug van Zelzate dateert uit 1968 en is één van de kruisingen met het kanaal Gent-Terneuzen. Ze is het sluitstuk van de R4, de ring rond Gent. De brug verdeelt Zelzate in Zelzate-Oost en Zelzate-West en gaat gemiddeld zo’n twintig keer per dag open voor de scheepvaart. De wegdekbekleding bestaat nu uit een dikke laag gietasfalt, dat op zijn plaats gehouden wordt door 66 000 stiften.
Dit is nodig om bij het openstaan van de brug te verhinderen dat het asfalt naar beneden zou schuiven. Vlaanderen zoekt er al langer een oplossing voor, maar geen aannemer noch procedé vinden om dit werk op een degelijke manier aan te pakken. In het verleden zijn te vaak slechte methoden gebruikt. “Er zijn ondertussen al dertien laboratoria, onderzoeksinstellingen en aannemers aangeschreven om een goede lagenopbouw uit te dokteren maar niemand schreef zich in voor dit project”, meldt de minister. Meermaals luidde ook burgemeester Frank Bruggeman (VLD-SD) de alarmklok omdat naar zijn mening ook de mechaniek van de brug aan vernieuwing toe is.
Het gebeurt maar al te vaak dat de Zelzatebrug ook wegens een mechanisch defect enige tijd buiten dienst staat. En voor de Zelzatenaren betekent is dit vaak problematisch omdat deze oversteek nu net vaak de enige verbinding is tussen wonen en werken of schoollopen of winkelen. (Het Nieuwsblad, Dirk Ververs)

Naar een kwaliteitskader voor de internaten !

Men is nu bezig met het uittekenen van een kwaliteitskader voor de internaten, en men werkt aan de voorbereiding van een algemeen regelgevend kader. Dat liet minister Crevits van Onderwijs weten aan Vlaams parlementslid Jos De Meyer in antwoord op zijn vraag.

Zowel het aantal internaten als het aantal internen in Vlaanderen is stabiel gebleven sinds het begin van de 21e eeuw. Op dit ogenblik rekenen ongeveer 7500 gezinnen op vrije internaten tijdens de schoolcarrière van hun kinderen. Er zijn al belangrijke stappen gezet, maar de weg naar een volwaardige subsidiëring van die vrije internaten is nog niet afgerond, stelt De Meyer. Bij verdere aanpassingen aan de regelgeving hopen de vrije internaten op ruimere steun door een berekening van het aantal opvoeders naar rato van het aantal internen, een betere verloning voor het ambt van beheerder en voldoende werkingsmiddelen.

De huidige regelgeving biedt nog geen modern kader voor de organisatie van de opvang in schoolinternaten, vernam De Meyer uit het antwoord van de minister. Dat de regelgeving nog onvoldoende kader biedt om de hedendaagse uitdagingen aan te gaan bij het opvoeden van kinderen en het organiseren van residentiële opvang wordt door het werkveld zelf aangegeven. Er zijn nu ook nog grote verschillen tussen de omkadering van vrije internaten en die van scholen van het onderwijs van de Vlaamse gemeenschap.
Ook dat wordt “in het veld” geregeld opgemerkt, en op dit ogenblik is men aan het onderzoeken hoe groot de budgettaire meerkost van een eventuele gelijkschakeling zou zijn.
De Meyer hoopt dat de minister slaagt in de ambitie om nog tijdens de huidige legislatuur een kwaliteitskader voor de internaten en een algemeen regelgevend kader uit te werken.

Slachthuisfraude – “Na crisis bijkomende acties om consumentenvertrouwen te herstellen”

Wanneer de crisis rond de vleesfraude is gaan liggen, zal Vlaanderen acties opzetten om het vertrouwen van de binnen- en buitenlandse consument in de vleessector te herstellen. Dat heeft Vlaanderen ook gedaan na de fipronilcrisis. Dat heeft Vlaams minister van Landbouw Joke Schauvliege (CD&V) woensdag in de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement geantwoord op vragen van Stefaan Sintobin (Vlaams Belang), Jos De Meyer (CD&V) en Peter Wouters (N-VA).
De zaak van de vleesfraude bij Veviba is in de eerste plaats een zaak van voedselveiligheid en dus vooral een federale bevoegdheid. Maar de zaak heeft natuurlijk ook raakpunten met de regionale bevoegdheden op het vlak van landbouw.
Alle partijen in het Vlaams Parlement betreuren alvast dat de fraudezaak opnieuw negatief afstraalt op de hele sector. De bonafide landbouwers zijn – niet voor de eerste keer – de dupe van een frauderende enkeling, zo is de teneur.
Ook minister van Landbouw Joke Schauvliege (CD&V) noemt de fraude “onaanvaardbaar”. Zij zegt dat er overleg loopt tussen de federale en Vlaamse diensten en met het kabinet van federaal minister Landbouw Denis Ducarme (MR). Die laatste kondigde ook al een audit naar de controlemechanismen aan. Schauvliege zegt dat ze de resultaten van die audit mee zal opvolgen.
“De enige manier om de mazen van het net te sluiten, is het bestaan van performante beheers- en controlesystemen. Daarbij is er een combinatie nodig van administratieve controles en plaatscontroles. En er moeten onaangekondigde controles zijn. Dat is de enige manier om dat soort fraude tegen te gaan”, aldus Schauvliege.
Omdat het niet gaat om de eerste voedselcrisis, wordt het ook (en opnieuw) een lastige klus om het beschadigde consumentenvertrouwen te herstellen. Schauvliege plant alvast met het VLAM (Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing, red.) maatregelen om “ons vlees te promoten en in de kijker te zetten”.
Dergelijke promotiecampagnes waren er ook na de fipronilcrisis. “Na het wegebben van de crisis zullen we bijkomende acties ondernemen om het vertrouwen te herstellen in binnen- en buitenland. Het heeft geen zin om dat nu te doen op het moment dat er nog vanalles opborrelt”, aldus Schauvliege. (BELGA)

Miljoen euro om vogels te tellen in Gentse haven

“De Vlaamse regering trekt een miljoen euro uit voor het tellen van overwinterende en doortrekkende watervogels in de Gentse kanaalzone. De haven is vooral in vorstperiodes belangrijk voor vogels,” antwoordde minister voor Openbare Werken Ben Weyts op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer.
De Gentse haven is een belangrijke rust- en schuilplaats voor watervogels. Er een natuurgebied van maken, is om economische redenen niet aan de orde. Bevoegd minister Ben Weyts (N-VA) wil wel nagaan hoe het gesteld is met zeven soorten overwinterende en doortrekkende watervogels. De komende vier jaar zal twaalf keer per winter worden geteld hoeveel kokmeeuwen, lepelaars, kuifeenden, tafeleenden, bergeenden, slob¬eenden en krakeenden in de haven rondvliegen.
Bij vorige tellingen werden soms tot wel 12.000 kuifeenden gezien en 800 slobeenden.
Na de gunning start de overheidsopdracht nog dit voorjaar. De geraamde jaarlijkse kost bedraagt 250.000 euro. “We willen meer inzicht krijgen in de gebieden die door deze soorten worden gebruikt. Als er een probleem is met de instandhouding van de populatie dan kunnen maatregelen worden genomen”, zegt minister Weyts als antwoord op een vraag van Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V).
Met de bevolen monitoring wil de minister volgens Geert ¬Spanoghe, vogelkenner en medewerker van het Instituut Natuur- en Bosonderzoek, tonen dat hij toch iets doet voor de vogels. “Die dieren daar een natuurgebied geven, kan om economische redenen inderdaad moeilijk”, zegt Spanoghe. “Daar waar het geen economische schade aanricht, kunnen misschien wat kleine ingrepen gebeuren. Bijvoorbeeld in een randgebied van de haven wat bomen kappen zodat open water verschijnt en waterplanten een kans krijgen. Dat voedsel moet dan meer watervogels lokken.” Zo veel geld uitgeven aan onderzoek en daar uiteindelijk niets mee doen, zou volgens de vogelkenner erg cynisch zijn.
De Gentse haven is bij watervogels aantrekkelijk omdat er bij wisselend weer zeer veel uitwijkmogelijkheden zijn, legt Spanoghe uit. “Het Kluizendok trekt de grootste aantallen en ook de Moervaart¬vallei en het ¬Rodenhuizedok zijn bekende rustplaatsen. Het ¬Rodenhuizedok vooral omdat daar veel graan wordt overgeslagen én gemorst. Vogels eten dat graan. Was dat er niet, dan bleef zeker de bergeend weg uit de Gentse haven. Dan hield de vogel halt op de Westerschelde of op akkerlanden. Andere populaire gebieden zijn Doornzele Noord, dat veel steltlopers lokt, en Rieme Noord.”
De haven is vooral bij lange vorstperiodes belangrijk voor vogels. Spanoghe herinnert zich nog de extreme winters van 1995 en 1997. “Alleen in de haven was het water niet bevroren en alle vogels kwamen naar daar. De jongste 15 jaar zijn er minder lange vorstperiodes. De haven blijft voor watervogels wel belangrijk die paar keren dat het nog ¬serieus vriest”, zegt Spanoghe. (Het Nieuwsblad, Sander Luyten; foto: FW)

“De Klokke” opende nieuwe flats!

Vorig weekend was ik aanwezig bij de opening van de nieuwe flats voor mensen met een beperking van “De Klokke”.
Knap initiatief! Grote waardering voor zij die dit mogelijk maken!
Op de foto samen met voorzitter Jef Foubert, de burgemeester en nog vele anderen.
(Foto: Paul De Malsche)

Tramlijnen in Gent nog altijd in studiefase!

Gentenaars die hopen op nieuwe tramlijnen zijn nog wel even zoet. Zowel tramlijn 7, van het Sint-Pietersstation naar de Dampoort, als een tramlijn tussen de Muide en Dampoort blijft zeker nog tot in 2019 in de studiefase.
De bouw ervan is dus nog lang niet in zicht. Dat geeft Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) aan op een vraag van Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V).
Voor tramlijn 7, waarvan al sinds 2003 sprake is, worden dit jaar de ‘voorstudies verdergezet’, klinkt het. De Lijn bekijkt ook de optie om er een trambus van te maken, een bus die in de trambedding rijdt. Het is aan de volgende Vlaamse regering, die begin 2020 aantreedt, om te beslissen of en wanneer de bouw kan beginnen.
Ook het stuk tramlijn dat van de Muide via Dok-Noord en Dok-Zuid naar Dampoort moet lopen, is nog lang niet in zicht. Er is dit jaar budget voor ‘enkele voorstudies’, maar daaraan wordt pas in 2019 begonnen, blijkt uit het antwoord van minister Weyts. (De Standaard, bst)

Stiller, maar nog geen afbraak viaduct E17 Gentbrugge!

Mobiliteitsminister Ben Weyts (N-VA) kondigt werken aan het viaduct van Gentbrugge aan in 2020 en 2021. De afbraak waar buurtbewoners vurig op hopen lijkt zeer ver af. Wel wordt de geluidsoverlast van het viaduct ingeperkt.
Parlementslid Jos De Meyer (CD&V) polste bij minister Weyts wat de plannen waren met het viaduct van de E17 in Gentbrugge. Met Viadukaduk is er een actieve actiegroep die ijvert om het viaduct op termijn te laten verdwijnen omdat het volgens velen een bron van luchtvervuiling en geluidsoverlast is. Dat protest ontkiemde destijds toen de voegen van het viaduct werden vernieuwd. Die waren zo oneffen dat er voortdurend een kloppend geluid te horen was bij de omwonenden. Die voegen zijn al vele jaren afgevlakt, maar de tegenstand blijft. Ook het Gentse stadsbestuur lijkt overtuigd dat er een altenatief moet komen voor het viaduct. Maar van Vlaanderen uit lijken er nog lang geen plannen te zijn om de constructie weg te halen. Eerder klonk het al dat het viaduct nog minstens 30 jaar kan meegaan. In 2020 en 2021 zijn zelfs grote werken gepland.

“Het viaduct van Gentbrugge wordt in eerste instantie grondig gesaneerd om zijn levensduur in stand te houden. Hierbij worden de waterdichte rok en wegverharding vernieuwd. De brugdekvoegen worden eveneens vernieuwd, waarbij er een aantal worden verwijderd en vervangen door een doorlopende plaat”, zegt Weyts. Er worden ook maatregelen gepland om de geluidsoverlast enigszins in te dijken. De voegen die blijven, worden vervangen door geluidsarme types. Ook de geluidsschermen worden vernieuwd en en uitgebreid.
Nog dit jaar wordt het studiewerk naar stabiliteit en draagvermogen van het viaduct opgestart. Er wordt ook gekeken of het profiel van het viaduct aangepast kan worden. Indien het uit de studie mogelijk blijkt om het profiel van het viaduct aan te passen (hierbij moet het viaduct worden verzwaard), dan wordt dit in de werken meegenomen. Hiertoe worden structurele herstellingen aan het viaduct uitgevoerd. Dat zou de werken wel een pak complexer maken. Er worden metingen uitgevoerd ten behoeve van een geluidsstudie.
Ook de geluidsschermen zijn voorzien om te worden vernieuwd en uitgebreid. In 2020 is de heraanleg gepland richting Antwerpen. Een jaar later volgt de heraanleg richting Gent. De studie moet ook duidelijk maken hoe de werken gefaseerd zullen worden en hoeveel verkeershinder dat met zich mee zal brengen.
(Het Laatste Nieuws, Erik De Troyer, foto: Wannes Nimmegeers )

Dit jaar nieuwe carpoolparking aan R4 in Destelbergen?

De al lang aangekondigde carpoolparking aan de R4 in Destelbergen zal dit jaar worden gebouwd. Dat blijkt uit informatie die Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V) heeft opgevraagd bij de Vlaamse regering.
Er zijn al jaren plannen om een parkeerterrein aan te leggen midden in het op- en afrittencomplex ter hoogte van Destelbergen, waar de R4 en de E40 elkaar kruisen. Het wordt een parking met zo’n 150 parkeerplaatsen en een fietsenstalling, bestemd voor carpooling. Naast het terrein wordt, op grondgebied Destelbergen, ook een nieuwe parking voor vrachtwagens aangelegd.
‘Het dossier is klaar voor aanbesteding’, klinkt het. ‘De bouwaanvraag loopt. De uitvoering van de werken is voor dit jaar gepland.’ (De Standaard, bst)

Verschillende meningen over Mercosur. Jos De Meyer pleit voor eerlijke vrije handel!

De lidstaten zitten op dit moment niet mee aan de onderhandelingstafel voor een associatieverdrag tussen de EU en Mercosur. Jos De Meyer (CD&V) en Francesco Vanderjeugd (Open Vld) vertolken in het parlement de ongerustheid die leeft in landbouwmiddens, maar zonder zicht op de concrete teksten kon minister Schauvliege de discussie niet ten gronde voeren. “Zoals steeds hebben beide partijen zowel offensieve als defensieve belangen”, zegt ze. De export van zuivel, groenten en fruit kan er op vooruitgaan. Voor vlees valt meer import te vrezen. “Kijk naar het totaalplaatje want er zijn veel sectoren bij betrokken en ook onze Vlaamse landbouw heeft nieuwe afzetmarkten nodig”, zegt Sofie Joosen (N-VA), geïnspireerd door de regeringsnota van minister-president Geert Bourgeois.

De Europese Commissie timmert aan een handelsakkoord met de Mercosur-landen. “Geen handelsakkoord, maar een associatieverdrag”, zette minister Joke Schauvliege de puntjes op de i in de landbouwcommissie van het Vlaams Parlement. “Een associatieverdrag tussen de Europese Unie en Mercosur is een samenwerking die verder gaat dan alleen handel en voedsel. Ook veiligheid, bestrijding van corruptie en mensenrechten komen aan bod.”
Het handelsluik van het associatieverdrag, waarover vragen gesteld werden door parlementsleden, is een exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie. De andere luiken zijn dat niet. “Mocht de Commissie erin slagen om de onderhandelingen af te ronden en mochten de Raad en het Europees Parlement het vervolgens goedkeuren, dan moeten alle lidstaten het nadien ratificeren vooraleer het integraal in werking kan treden. In ons geval moeten alle intra-Belgische parlementen daarover instemmen, maar zover zijn we nog niet”, verduidelijkt Schauvliege.
Net omdat België of Vlaanderen niet mee aan de onderhandelingstafel zitten, kan de minister niet antwoorden op de vragen van Jos De Meyer (CD&V) en Francesco Vanderjeugd (Open Vld). Zij maken zich net zoals de landbouworganisaties zorgen over bijkomende druk op de landbouwmarkten indien de import vanuit Zuid-Amerika toeneemt. Ook het gelijke speelveld en meer bepaald de kwaliteit van de Zuid-Amerikaanse producten baren zorgen in het licht van het grote voedselschandaal dat Brazilië vorig jaar kende. Schauvliege wijst enkel op het bestaan van zowel offensieve belangen als defensieve belangen (runds-, varkens- en kippenvlees maar ook witte suiker en bio-ethanol). De offensieve handelsbelangen situeren zich niet allemaal buiten de landbouwsector. Voor producenten van zuivel, groenten en fruit zou een verdrag met Mercosur positief kunnen uitdraaien.
Ingevoerde producten zullen altijd aan de Europese normen inzake voedselveiligheid moeten voldoen, maar andere productierandvoorwaarden kunnen veel soepeler zijn voor Zuid-Amerikaanse boeren. Minister Schauvliege somt er een aantal op: dierenwelzijn, natuur, klimaat, gewasbeschermingsmiddelen, ggo’s, enz. “De kostprijs om 1 ton suiker of 1 ton vlees te produceren, is daardoor significant lager dan bij ons. Daardoor slaagt men erin om, ook nadat de transportkosten erbij komen, dezelfde producten aan een lagere prijs af te zetten op de Europese markt.”
De Meyer en Vanderjeugd lijken zich daarover grotere zorgen te maken dan N-VA-parlementslid Sofie Joosen. Zij merkt op dat Vlaanderen veel te winnen heeft bij goede handelsakkoorden. “Het gaat over veel meer dan alleen landbouw. Er zijn veel andere sectoren bij betrokken, en landbouw heeft zelf ook offensieve belangen naast de louter defensieve belangen. De Vlaamse regering heeft dan ook op initiatief van minister-president Bourgeois een nota goedgekeurd die de belangen duidelijk definieert. Onze Vlaamse landbouw heeft nood aan het aanboren van nieuwe markten en het bijbehorende groeipotentieel. Tegelijk vraagt Vlaanderen specifieke aandacht voor gevoelige landbouwproducten. De regeringsnota is zeer evenwichtig.”
Bij dat betoog voor meer vrijhandel tussen Europa en Zuid-Amerika plaatsen volksvertegenwoordigers De Meyer en Vanderjeugd meteen kanttekeningen: “Als de landbouwsector fel getroffen wordt, moeten er compenserende maatregelen zijn. De productierandvoorwaarden voor de ingevoerde producten moeten dezelfde zijn als die we opleggen in ons land. Het is belangrijk dat de vrije markt een eerlijke markt is en dat voor iedereen binnen die markt dezelfde regels gelden.”
In de regeringsnota waarnaar Joosen verwijst, ligt de nadruk op de offensieve handelsbelangen van landbouw maar staat ook te lezen: “Vlaanderen wil de markttoegang verbeteren voor zowel landbouw- als niet-landbouwproducten zonder afbreuk te doen aan de defensieve belangen voor gevoelige landbouwproducten.” Meer exportkansen genereren voor landbouwproducten wordt in de nota gekoppeld aan het afbouwen van landbouwsubsidies, “met respect voor de geleverde inspanningen van de landbouwsector binnen de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid”. De sector in zijn geheel omschrijven als gevoelig voor meer vrijhandel doet minister-president Geert Bourgeois niet. Horen wel in dat lijstje thuis: cultuur, onderwijs, gezondheid en welzijn, enz. (Vilt)

Food Pilot is een belangrijke schakel in de speerpuntcluster agrofood!

Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege antwoordde op een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer: “de Food Pilot vormt een belangrijke schakel in de speerpuntcluster agrofood. Het is hét loket waar de voedingsindustrie met problemen en ideeën terecht kan. Tevens vormt het de ideale plaats waar de voedingsindustrie en de kennis vanuit het wetenschappelijk onderzoek elkaar ontmoeten, wat vaak leidt tot de co-creatie van innovatieve producten. Het is de link bij uitstek tussen theoretische kennis en de economische valorisatie via een meerwaarde voor de bedrijven. Door zijn inplanting in ILVO is het tevens een krachtige brug tussen de primaire sector en de verwerkende sector en versterkt het zo de gehele agrovoedingsketen.”

De Food Pilot ondersteunt de agrovoedingsindustrie door voedingsproducten en -processen op punt te stellen. Ook bij specifieke ‘trouble shooting’ biedt de Food Pilot hulp aan bedrijven die actief zijn in de voedingssector. Deze uitgebreide en drempelverlagende dienstverlening wordt gerealiseerd via processing apparatuur op semi-industriële schaal in de productiehal van de Food Pilot en kan worden gebruikt voor tal van sectoren, waaronder zuivel, vlees en vis, groenten en fruit, bereide maaltijden, ingrediëntenleveranciers, zoetwaren,… Daarnaast worden ook laboratoriumanalyses aangeboden rond de samenstelling, de chemische en microbiologische kwaliteit van producten of kunnen professionele smaaktesten uitgevoerd worden, alsook aromaprofileringen, verpakkings- en (fysische en/of microbiologische) houdbaarheidstesten. Veelal vallen deze analyses onder de BELAC-accreditatie. De medewerkers van de Food Pilot, elk met grondige expertise in hun eigen domein, verlenen eveneens wetenschappelijke en technologische adviezen, zoals rond de reiniging en desinfectie, etikettering of allergenen. De Food Pilot is tevens een platform voor technologieverkenning, via demo’s en workshops rond innovatieve technologieën.

Volgende cijfers concretiseren de loketfunctie van Food Pilot naar de bedrijven toe. In 2017 werden 332 piloottesten en 23.677 laboanalyses uitgevoerd, 73 intake gesprekken gehouden en 104 mondelinge of schriftelijke adviezen verleend.

Deze uitgebreide dienstverlening, beschikbaar op eenzelfde plaats en op maat van de klant, wordt sterk gewaardeerd door de bedrijven. Ook de laagdrempeligheid van de dienstverlening maakt de Food Pilot uitermate geschikt voor ondersteuning aan KMO’s.

“Food Pilot ILVO levert uitstekend werk voor bedrijven in binnen- en buitenland,” concludeert Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer. “Respect voor deze Vlaamse toponderzoeksinstelling voor onze agrofoodssector!” (Foto: Vilt)